Het beste volgens Humo in 2014: de cd top 40 (deel 5)

Zeven dagen de tijd had u om de platen die in onze top 40 de minst gegeerde twintig plaatsen innamen, te degusteren, te internaliseren en desgewenst weer uit te spuwen: moet volstaan. Voor de twintig állerbeste van 2014 krijgt u iets langer, want zoals het oude spreekwoord zegt: zolang den kerstbome sfeer ende gezelligheid biedt, in muziekland niet enen fuck geschiedt. Enjoy!

Gruppo di Pawlowski ‘Neutral Village Massacre’

Was ‘Neutral Village Massacre’ een film, hij hield het midden tussen een horrorprent, een slapstick en het soort actiefilm waarin John McClane niet in kerstmuts maar in legervest én panties gekleed gaat. Maar het is dus een plaat: een uitstekend, hard, grillig, onaangepast geval waaraan het goed verslaafd zijn is. ‘Good evening, assholes’ zijn de eerste woorden van afsluiter ‘Back from the Woods’. Wie beweert een rockhart te hebben en deze plaat desondanks geen luisterbeurt gunt, mag zich aangesproken voelen.


19

Klassieke groeiplaten lijken een moeilijk te permitteren luxe in tijden van Spotify, korte aandachtsspannes en ebola. Trekt zich daar evenwel weinig van aan: Amatorski, wiens ‘From Clay to Figures’ met elke luisterbeurt rijker wordt en meer laagjes blootgeeft – tot er een elektronica-millefeuille van komt om de hoed voor af te nemen. Uneasy listening van de excellente soort.


18

Wat zegt het over deze tijden dat twee vroege veertigers zowat de venijnigste muziek van het moment maken, ergens tussen Suicide en John Cooper Clarke in? Sleaford Mods zijn Jason Williamson en Andrew Fearn. Williamson modderde jarenlang aan in allerlei gitaargroepjes: z’n laatste was een ‘kruising tussen Small Faces en Guns N’ Roses’, dat splitte door Williamsons cocaïneverslaving (‘vier gram per dag’). Een rant over zijn uitzichtloze, destructieve levensstijl over een loop van een Roni Size-sample gaf in 2006 het startschot voor Sleaford Mods. ‘Divide and Exit’ is sindsdien al hun zoveelste plaat. Wat zegt het over deze tijden dat twee vroege veertigers zowat de venijnigste muziek van het moment maken?


17

Andy Stott: een vriend in wiens armen je altijd mag uithuilen en – jackpot! – wiens voorraad diepvrieslasagne je de klok rond mag plunderen. Maar kijk toch maar uit voor je aan z’n deurbel gaat hangen: behalve troost verkoopt hij ook weleens een oplawaai, en hij zadelt je graag op met het gevoel dat je misschien beter springt in plaats van daar zo onnozel te schuifelen naast de klifrand. Kortom: inktzwarte elektronica die zich als een roofdier op het gemoed stort. Zoals het godverdomme hoort.


16

Location, location, location. Toen de Foo Fighters het afgelopen jaar een rist studio’s op uiteenlopende locaties een hoofdrol lieten spelen op hun ‘Sonic Highways’, hoorden we dat niet meteen terug in hun songs. Op ‘Ruins’ klinkt de splendid isolation van de Portugese kust wél onmiskenbaar door. De Amerikaanse Liz Harris had slechts één week, één kamer, één piano, één stem en één viersporenrecorder om er liedjes op te nemen, maar dat bleek ruim voldoende om al de plots opwellende emoties van een onverwerkte liefdesbreuk te vangen in de naaktste en mooiste Grouper-tracks tot nu toe. Een plaat om in te verdwijnen en nooit meer terug te komen.


15

Eerst een gokje: tenminste een deel van het Antwerpse drinkwater wordt dezer dagen geïmporteerd uit Bristol, de stad waar Tricky, Massive Attack en Portishead ooit geschiedenis schreven. Dan een donkerbruin vermoeden: Amos en Truenoys zetten er de voorbije jaren sloten koffie mee toen ze hun eigen sound perfectioneerden. Vervolgens het feit: hun debuut ‘A Taste of Struggle’ is dé inlandse elektronicalangspeler van het jaar, vanwege de heerlijk laidbacke vibe, de slome dubstepgrooves en de warmbloedige soulvocalen. Dubsteplegende Mala is al fan (de plaat verscheen op zijn label), u hebt alles in huis om het te worden.


14

Een rokerige bar in Minneapolis met plakkerige tafels en stoelen. Met oude Arcade-flipperkasten, pooltafels met kerels in leren jekkers eromheen en ‘It’s Not Funny Anymore’ van Hüsker Dü dat uit de boxen schalt. Een jongen in T-shirt en jeans komt binnen, zegt ‘hi’ tegen de barman, grijpt het biertje dat hem wordt toegeschoven en ziet z’n blonde date staan. En net op het moment dat hij naar haar toe wil stappen, schiet de biljartstok van zo’n leren jekker naar achteren, recht in het kruis van de jongen. Dat is het gevoel dat overheerst op ‘World of Joy’, de tweede plaat van Howler: songs vol hondsdolle bravado en overmoedige onnozelheid, altijd gebracht vanuit die underdogpositie. Op iedere ‘yihaa!’ volgt een ‘ai!’.


13

Wie kent David ‘I Am the Walrus’ Crosby nog? De ongekroonde hippiekoning van The Byrds en Crosby, Stills, Nash & Young? Vriend van die laatste, die hij Neil mocht noemen, en van Bob Dylan, tegen wie hij ongestraft Clément zei? Zanger, muzikant en songschrijver par excellence die door een resem foute hobby’s (drank, drugs, golf) een enorme achterstand opliep? Wel, díé David Crosby sloeg dit jaar terug met het heerlijke ‘Croz’, een plaat die van a tot z vakmanschap, maturiteit en talent ademt, en bovenal het je-m’en-foutisme van een overlever van 73 jaar. Mooie comeback, en tegelijk een waardig slotakkoord.


12

Mac DeMarco was één van de entertainendste beautiful freaks van het jaar. Dat leverde op: een sliert intense, uitstekende en nooit vervelende concerten (tijdens dewelke DeMarco na enige tijd doorgaans in de nok van de zaal hing), een vriendschapsverzoek van Julian Casablancas, een uur of zo in de gevangenis (voor hem) en één van de meest oorspronkelijke platen van 2014 (voor ons). De klank en de stijl van ‘Salad Days’ – rammelend, maar smooth; tegelijk schots, scheef en er pal op – werd in het verleden afwisselend bestempeld als blue wave en jizz-jazz – geen omschrijvingen waar u iets mee bent zonder de muziek gehoord te hebben, dus. Nog eentje: ‘slackerpop voor de 21ste eeuw’.


11

Robert Plant pikt op ‘Lullaby and… the Ceaseless Roar’ de draad op waar hij ’m vier jaar geleden met Band Of Joy (een gerevampte versie van de groep waarmee hij in zijn pre-Led Zeppelin-dagen op het podium stond) had laten liggen. Een terugkeer naar zijn Keltische roots, maar waar ‘Band of Joy’ een coverplaat was onder leiding van Buddy Miller – die ook de groep had samengesteld – mag op ‘Lullaby’ Plant De Songschrijver nog eens van de ketting, waardoor er een smak andere oude bekende geluiden in de mix belanden: Marokkaanse folk, blues, psychedelica, en zijn eigen monumentale Zeppelin.


10

De dodelijkste one-two punch van het jaar komt op naam van El-P en Killer Mike: als Run The Jewels zagen ze eerst hun geweldige mixtape ‘RTJ’ officieel gereleaset, en in oktober mepten ze ons finaal ko met opvolger ‘RTJ2’. Met zotte tongue-twisters, sardonische snoeverijen en een spervuur van geïnspireerde disses sturen ze de concurrentie ‘naked backwards through a field of dicks’, terwijl El-P gore bassen, goedkope scifi-synths, doodzieke G-funkgrooves en flarden hair metal over hun vocaal vuurwerk dropt. ‘We’re overly fucking awesome’, rapt El-P ergens, en daar valt voor één keer echt geen fuck op af te dingen.


9

En wat gebben we zoal heleerd van ‘The Physical World’, de comebackplaat van Death From Above 1979? Dat je de draad die je bijna tien jaar geleden met een roestig vlindermes doorsneed makkelijk kunt oppikken, quoi. Dat de vonken bij het weer samenvoegen een metershoge steekvlam kunnen veroorzaken, zo één waarop men – desgewenst; sommige lui beelden liever een kilo pudding uit als ze platen beluisteren – kan dansen en headbangen én de refreinen kan meebrullen. ’t Is punk meets metal meets dance, met denderende wielen en een witgloeiend zieltje: zo dient rock-’n-roll anno 2014 te klinken.


8

Parquet Courts bracht het afgelopen jaar ook een plaat uit als Parkey Quarts (‘Content Nausea’), maar het was met dit ‘Sunbathing Animal’, de opvolger van hun amper een jaar geleden verschenen debuut ‘Light Up Gold’, dat ze ons in 2014 het vrolijkst maakten. Ze zetten er oldskool vaart achter, deze New Yorkers, en wat ze serveren is al voor de tweede plaat op rij oude wijn in nieuwe zakken, maar zegt u ons nu eindelijk eens, sommeliers van het woord: wat is er mis met oude wijn? Juist, die is beter, en al helemaal als-ie van een goed jaar is. Die van Parquet Courts halen ’m bij Wire in ’77, Minutemen in ’84, en The Strokes in 2001. Lekker!


7

‘Love’ moest gaan klinken als een songwriterplaat geproduceerd door een spirituele jazzband: Elvis met Pharaoh Sanders achter de knoppen. Of als Damon McMahons eigen ‘Astral Weeks’, met Marvin Gaye en Sam Cooke er doorheen gemixt. Maar Amen Dunes verloor zich in songs vol hypnotiserende gitaren, plinkeplonkende piano’s en Velvet Underground-drones waarin de geest van Tim Buckley rondwaart. Ambient folkpop? Psychedelische artrock? Who cares? ‘Love’ traceert de ups en downs van een liefdesrelatie met liedjes die laidback, wazig en onvolmaakt klinken, maar perfect geconstrueerd zijn. Luisteren met de ogen dicht en – bij voorkeur – een woelig hart.


6

Ryan Adams brengt veel uit en het is altijd goed, nooit slecht, met op elke release minstens een paar songs die de concurrentie wegblazen, ik was eraan gewoon geraakt. Maar toen hoorde ik deze… en heb ik wekenlang naar niets anders geluisterd.’ Tot u spreekt Tim Showalter alias Strand Of Oaks, verderop in deze kolommen uitgebreider aan het woord. Ryan Adams heeft inderdaad een fantastische plaat gemaakt, in zijn eigen studio aan Sunset Boulevard, met Ryan Adams als producer, zanger, gitarist, songschrijver en de man die de vuilzakken buitenzette. Wij zouden ze ook ‘Ryan Adams’ genoemd hebben. En in een jaar waarin er geen vijf betere platen waren gemaakt, was het de plaat van het jaar geweest. Pech, maar niet voor ons.


5

Laat u niet misleiden door die indrukwekkende body count in ‘Benji’: dit is een plaat over het léven. Het leven van Mark Kozelek meer bepaald, de meestersongsmid die z’n zwarte gordel verdiende bij Red House Painters, onder z’n eigen naam en als Sun Kil Moon. Hier doet hij een gooi naar tiende dan, en wel door vrijuit en franjeloos over zichzelf en z’n omgeving te vertellen: z’n familie en vrienden, van wie sommigen dus niet meer leven, z’n vader en moeder, z’n eerste pijpbeurt, het ouder worden en de gedachten die hem in de nek vielen toen hij hoorde dat seriemoordenaar Richard Ramirez in de gevangenis een natuurlijke dood gestorven was. ‘Benji’ is melancholisch, onzacht en donker, maar ook grappig, ontroerend en innemend, en vooral: krachtig. Gulzig naar het volle leven. Wie ’m uitzit, heeft er een vriend bij; nurks, met een lastig karakter en meer schimpscheuten en plaagstoten in huis dan je soms aankunt, maar goudeerlijk, hondstrouw en met zó’n hart. Of hebben we ’t nu over die van ons?


4

Josh Lloyd-Watson en Tom McFarland, J en T voor de vrienden, de ene een skinhead, de andere een skaterige slungel, maar allebei b-boys met te grote bomberjacks en te donkere zonnebrillen. En vooral: die onmiskenbaar Londense muzikale achtergrond waarbij rock- en dance- en soul- en reggaeklanken tot één broeierige grootstadssoundtrack worden versmolten. Met dank aan hun falsetstemmen. De plaat voor bij die pina colada aan die tiki bar op dat eiland vol brandende palmen in die zwarte oliezee.

Caribou

‘Our Love’

Naar het zeer, zeer rijk gevulde ‘Our Love’ luisteren, het stralend opgepoetste brons van deze lijst, is plots inzien dat in vergelijking de meeste andere platen klinken alsof ze door de telefoon zijn opgenomen. Voorts heeft niemand in 2014 zo veel details – en nul overbodige – in tien songs gestopt als Caribou, of Dan Snaith. ‘Our Love’ zit op min of meer dezelfde golflengte als ‘Swim’, zijn vorige, maar is nog verfijnder en dansbaarder. De plaat werkt in op gemoed, hersenen én benen. Intellectueel én commercieel bevredigend en, waren er een stel handen bijgeleverd, vast ook seksueel. En hadden we al gezegd dat Caribou als geen ander de kunst verstaat om tegelijk druk te klinken en toch geen moment op de zenuwen te werken? Dat hij het beste balorkest ter wereld in zijn laptop heeft zitten? En dat geen muzikant ons dit jaar zo onbeschaamd vrolijk gemaakt heeft als Caribou? Ja? We zwijgen al.

2. Strand Of Oaks: ‘HEAL’

Afrekening van het jaar: Timothy Showalter blikt op ‘HEAL’ z’n verleden in de ogen en worstelt z’n demonen tegen de grond. En vice versa. De ex-folkie gooit met New Order, Bruce Springsteen en Dinosaur Jr. de muziek uit z’n jeugd in de mix, en heeft bij J Mascis een withete solo besteld. Zou J Mascis (‘Voor al uw withete solo’s!’) in de Gouden Gids staan? We dwalen af. Kleine Tim imiteerde de Pumpkins voor de spiegel en kroop met Songs: Ohia onder de lakens. Grote Tim heeft voor zijn overleden held Jason Molina het peilloos diepe ‘JM’ geschreven, voor zichzelf heeft hij ‘HEAL’ gepend. Het is ’m, denken we, gelukt.

The War On Drugs

‘Lost in the Dream’

Onze plaat van het jaar 2014 sluit vrijwel naadloos aan bij die van 2013. Kurt Vile, vorig jaar laureaat met ‘Wakin On a Pretty Daze’, en Adam Granduciel, dit jaar met ‘Lost In the Dream’ met kop en schouders boven de concurrentie uit, debuteerden in 2008 samen als The War On Drugs. ‘Wagonwheel Blues’ was een plaat waarop beiden hun grote liefde voor Bob Dylan net niet genoeg wisten weg te steken om van een eigen smoelwerk te kunnen spreken. Daar kwam verandering in toen Vile The War On Drugs aan Granduciel liet en fulltime solo ging varen, met dubbele winst tot gevolg. Op ‘Slave Ambient’ (2011) liet Granduciel al horen de verlossing nabij te zijn, op ‘Lost in the Dream’ speelt, schrijft, arrangeert, programmeert en producet hij als de Verlosser zelve. Opgenomen in een periode van vijftien maanden, in vijf studio’s in evenveel verschillende staten, maar zelden een plaat gehoord die zo veel samenhang en eendracht etaleert (ook dat heeft ze gemeen met Viles tour de force van vorig jaar).

In mindere handen had het na de monumentale openingstrack ‘Under the Pressure’ alleen maar bergaf kunnen gaan, maar Granduciel gooit er, zonder ook maar één moment níét als Granduciel te klinken, een vol uur Springsteeneske ‘Tunnel of Love’-americana achteraan, Jackson Browne-diepgang, en de ‘we’ve seen it all’- onthechting van Fleetwood Mac op ‘Tusk’.

Granduciel kreeg het in 2014 ook aan de stok met Mark Kozelek van Sun Kil Moon (met ‘Benji’ in deze lijst op nummer 5), die zelfs een song voor hem schreef: ‘War On Drugs: Suck My Cock’. Ook daarin toonde Granduciel zich de winnaar door te reageren zoals het een echte gentleman betaamt: nauwelijks. Hoed af.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234