Het beste volgens Humo in 2015: de platen

Wij hebben al onze favoriete platen op een hoop gegooid en de eerste die een overbodige opmerking maakte de opdracht gegeven om één en ander in overzichtelijke lijsten te gieten. Er was overigens alweer maar één Beste Lezer van het Jaar: u.


1. Kendrick Lamar: 'To Pimp a Butterfly'

Halverwege maart kwam ze straight outta Compton gefladderd, de plaat van het jaar. Kendrick Lamar, sinds het heerlijke ‘Good Kid, M.A.A.D. City’ incontournabel als rapauteur, scheert hoge toppen, smakt ongenadig hard op het asfalt en krabbelt elegant weer recht. Met z’n sneakers in de goot van het getto, round and wide nose in de boeken en hoofd in de wolken verklankt Lamar de dromen, angsten en twijfels van zijn generatie. De zijne balt hij dan weer samen in een spook dat hij Lucy doopt: als hij haar niet afblaft, probeert hij d’r wel te paaien en te verleiden met sublieme tongtwisters en andere lyriek van de straat. Vette boom bap gaat voorts hand in hand met funk en freejazz, de kekke elektronica van Sounwave, Thundercat en Flying Lotus versmelten met de hondsmooie strijkersarrangementen van Kamasi Washington (zie eerder). ‘To Pimp a Butterfly’ swingt én schrijnt: een rapplaat voor de annalen.


2. Sufjan Stevens: 'Carrie & Lowell'

Het verdriet om de leegte die Sufjan Stevens’ moeder achterliet na haar dood – en eigenlijk ook lang daarvoor al, toen ze de 1-jarige Sufjan in de steek liet – bleek te groot om erover te praten in interviews, en te groot om avond na avond ongefilterd op de planken te brengen tijdens zijn recente tour. Maar op ‘Carrie & Lowell’ zit het in elke groef, rauw en compromisloos, enkel getemperd door de schoonheid van de ingetogen liedjes, waaraan – wonderlijk genoeg – geen spatje melodrama blijkt te kleven. Het leverde zijn beste, meest intense en meest persoonlijke plaat tot nu toe op, en het bewijs dat het niet de duivel is, die de beste tunes heeft, maar wél deze gekwetste, zoekende bard met zijn prachtige, droeve liedjes waarin hoop en vergiffenis uiteindelijk sterker blijken dan onbegrip en bitterheid.


3. Tame Impala: 'Currents'

Toen dit voorjaar de single ‘Cause I’m a Man’ opdook, rolden de Tame Impala-fans ruziënd over straat. De song had meer gemeen met Michael Jackson, Kanye West en John Travolta dan met de gitaarmuziek van de vroegere Impala. Het vrolijke geval wil dat frontman Kevin Parker tussendoor de tantrische seks ontdekt had, en dat leverde met ‘Currents’ een tegelijk zwoele, dansbare, beroezende, catchy en soulvolle plaat op. En een zeer verslavende: na een zomer én herfst op repeat blijft de sleet uit. Dertien songs, aan elkaar gesnoerd door één magistrale, vertraagde groove: psychedelica voor de rookverbodgeneratie.


4. Kurt Vile: 'b’lieve i’m goin down...'

Met een plaat die opgenomen werd tijdens nachtelijke sessies op tien verschillende locaties in Murica, heeft Vile zijn zelfgecreëerde mythe – volgens Kim Gordon die van ‘de man boy met oude ziel in een veranderende wereld’ – weer een mooie extra laag patine gegeven. Classic rock, slackerrock, singer-songwriter deluxe: ‘b’lieve i’m goin down...’ is het allemaal, maar Vile heeft genoeg charme, persoonlijkheid en verbeelding om genres en clichés te ontspringen. Luchtige gitaren, zwaarmoedige piano, goofball-teksten en de best te genieten neusstem sinds Dylan: het duurt wat voor de melodische logica in pakweg ‘Life Like This’ en ‘That’s Life, Tho’ zich aan de luisteraar toont, maar eens het zover is, slaat ze heel hard toe.


5. Richard Hawley: 'Hollow Meadows'

Straight outta Sheffield. Richard Hawley vereeuwigt alweer op weergaloze wijze een stukje thuisstad op ‘Hollow Meadows’. Het is de katerochtend na de dronken nacht van ‘Standing at the Sky’s Edge’: gepend terwijl Hawley aan bed gekluisterd was met een gebroken been en een geknakte rug, en opgenomen in ’s mans home studio. Ongemakken die van ‘Hollow Meadows’ alleen maar een bétere plaat maken. Want wie niet buiten kan, kijkt naar binnen.


6. Courtney Barnett: ' Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit'

Nooit gedacht dat we anno 2015 een plaat die zo hard naar L7 en Nirvana meurt als een verademing zouden omschrijven. Maar, hey, deze Aussie girl next door wurmt haar en uw quarterlife crisis in de coolste grunge-outfits sinds verrekt lang, én ze weet ze te vangen in bijzonder clevere, laconieke én hilarische teksten. (Indierock)debuut van het jaar?


7. Jamie xx: 'In Colour'

Jamie Smith staat al langer bekend om zijn grote oren: hij neemt invloeden op van overal. Hier rukte hij zich tijdelijk los van het zwart-wit van The xx, en dat leverde de bij benadering meest gevarieerde plaat van het jaar op. Van verslavend donkere beatdoolhoven over warme fluisterliedjes tot party anthems: ‘In Colour’.


8. Bob Dylan: 'Shadows in the Night'

Het oneindig veel gecoverde ‘Autumn Leaves’ staat naast minder beduimelde bladzijden uit het Grote Amerikaanse Songbook. Dylan toont meer respect voor deze ‘Was het nu 30, 40 of 50?’-liedjes dan voor z’n eigen werk. Hij gromt, mompelt en donaldduckt de songs niet, hij zíngt ze. Tegelijk heeft een pedal steel de grote strijkorkesten van weleer opgehapt. Vijf thema’s uit de honderd? Een uil, een hangbrug, een volle maan, de zippo van Frank Sinatra en de kus van een vrouw uit een zwart-witfilm die – voor de zanger het goed beseft – alweer in een taxi is verdwenen.


9. Natalie Prass: 'Natalie Prass'

Onze Mannen bleven wat op hun honger zitten toen ze Natalie Prass live aan het werk zagen – de bevallige dame moet haar podiumpersona duidelijk nog vinden – maar dat doet geen afbreuk aan dit pareltje van een debuutplaat. De vergelijkingen met Dolly Parton en Dusty Springfield waren enigszins hyperbolisch van aard, doch ook weer niet volledig van de pot gerukt.


10. Balthazar: 'Thin Walls'

De derde van Balthazar is de voorlopige beste. Tien klassieke popsongs, breed gearrangeerd waar nodig, tot de naakte essentie beperkt waar mogelijk. ‘Thin Walls’ zit in een gouden hoes die haar beeldig staat, en in een rechtvaardige wereld verzilvert Balthazar binnenkort alle vijf zijn MIA-nominaties.




11. Sleater-Kinney: 'No Cities to Love'

Hey, daar was Sleater-Kinney opeens weer. Exemplarische Riot grrls zijn Carrie Brownstein, Corin Tucker en Janet Weiss nooit geweest, samen vormden ze wel één van de spannendste indierockgroepen van rond de eeuwwisseling. ‘No Cities to Love’ bleek geen lauwe reünieplaat zoals de laatste Pixies, maar een fragmentatiebom vol pop en venijn.


12. Sleaford Mods: 'Key Markets'

Stonden hier vorig jaar ook al in de top 20 te blinken. Het minst waarschijnlijke muzikale succesverhaal van 2014 deed dit jaar gewoon verder, op exact dezelfde manier: met natte fluimen in hypocriete nekken, vlijmscherpe pointes en stompe beats. Charming and self harming en in 2015 de best mogelijke reïncarnatie van de punk.


13. Oneohtrix Point Never: 'Garden of Delete'

Sublieme elektronische opera waarin Daniel Lopatin de luisteraar in rotvaart meesleurt langs de vele attracties in z’n sadistische universum. Hij verzoent Bach met ambient en noise en avant-gardejazz met kermisgekte, en lardeert bloedmooie ambient met flarden deathmetal. Het resultaat doet schaterlachen, duizelen en af en toe een heel klein beetje kokhalzen, maar ’t behoort onmiskenbaar tot het kruim van zijn oeuvre.


14. The Waterboys: 'Modern Blues'

Mike Scott, de geboren verhalenverteller, dropte met ‘Modern Blues’ mogelijk de beste Waterboys-plaat tot dusver. Verwarrende titel, overigens, want blues it ain’t. Wat dan wel? Fris van de lever gespeelde classic rock, groots waar het mag. Prijsbeest ‘I Can See Elvis’ is één van de mooiste songs van het jaar.


15. Jeff Lynne’s ELO: 'Alone In the Universe'

Met zijn eerste plaat met nieuwe songs in veertien jaar tekent Jeff Lynne voor de comeback van het jaar. ‘Alone in the Universe’ bevat alles waarmee ELO in de seventies de concurrentie het nakijken gaf: weemoedige opperschmaltz, breed geproduceerde pubrock en universeel popmeesterschap.


16. Ryan Adams: '1989'

Ryan Adams vergeleek haar in The Guardian met Shakespeare, niet goed wetend hoe te reageren op de kwetsende opmerkingen als zou hij Taylor Swift hebben willen ‘mansplainen’ door haar cybercountry een geloofwaardige gitaarmake-over te geven. Die ‘cause baby now we got bad blood / You know it used to be mad love’mag dan geen Shakespeare wezen; wie krijgt het er nu niet koud van?


17. Mount Eerie: 'Sauna'

Escapisme voor gevorderden: tussen onmetelijke ijsvlakte en inktzwarte zweethut was ‘Sauna’ van Mount Eerie dit jaar – na afweging van prijs/kwaliteit/gezondheid – de allerbeste optie voor wie eens helemaal wég wou zijn. Wij hebben zelfs een exemplaar voor onze schoonmoeder gekocht.




18. Bill Ryder-Jones: 'West Kirby County Primary'

Op Bill Ryder-Jones’ derde is de wereld niet groter dan het dorpje waar hij z’n finaal verloren jeugd doorbracht, en waar hij nu probeert om de losgebroken nachtmerries weer op stal te zetten. Het resultaat klinkt vaak weifelend, soms vastberaden, en heel af en toe als E van Eels. Maar nooit minder dan geweldig.




19. Kamasi Washington: 'The Epic'

In dit grootse, genereuze drieluik voeren saxwonderkind Washington (tevens te horen op ‘To Pimp a Butterfly’ van Kendrick Lamar) en zijn jazzleger een raid op hart en hoofd. Onwerelds joie de vivre als brandstof voor zeventien abundant swingende songs vol soul, funk en kosmische afrobeat, goed voor drie uur muziek.


20. Raketkanon: 'RKTKN#2'

Niet alleen een prima blauwdruk van het waanzinnige livefenomeen Raketkanon, ook een exponent van de bloeiende vaderlandse stoner- en core-scene, een aanstekelijke echo uit de nineties, en een plaat die minstens zo slim is als zijn ballen omvangrijk.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234