null Beeld

Het boek was beter: Bret Easton Ellis is juryvoorzitter van het Film Fest Gent

Auteur Bret Easton Ellis schrijft hard, donker, onthecht en met humor. Hij won nooit literaire prijzen en krijgt vaker negatieve dan positieve recensies – en toch wordt hij geheel terecht tot één van de beste schrijvers van de afgelopen decennia gerekend. Mag nu ook op het cv: vanaf vandaag is Ellis juryvoorzitter van het Film Fest Gent.

Wie nog nooit een boek van Ellis las: begin bij ‘Less than Zero’ en ‘Glamorama’, vervolgens bent u klaar voor ‘American Psycho’. Ellis schrijft hard, donker, onthecht en met humor. Hij won nooit literaire prijzen en krijgt vaker negatieve dan positieve recensies – en toch wordt hij terecht tot één van de beste schrijvers van de afgelopen decennia gerekend. We geven het maar mee, want zelf wil hij het vandaag liever niet over zijn boeken hebben. Op naar Gent, dan.

HUMO Had je, voor men jou opbelde, al ooit van het Film Fest Gent gehoord?

Bret Easton Ellis «Ja. Op mijn radar lichtte het niet even groot op als pakweg Cannes, Venetië of Berlijn, maar wie de internationale film van dichtbij volgt, leert na verloop van tijd veel obscure filmfestivals kennen waar de eerder koele filmminnaar misschien niet om geeft. (Denkt na) Niet dat ik Gent obscuur noem.»

HUMO Deed je het al eerder, een filmfestival voorzitten?

Ellis «Eén- of tweemaal. De laatste keer was in april, mei. In LA. Een minuscuul festivalletje met niets dan Oost-Europese films. Ook toen heb ik me eerst afgevraagd: waarom zou ik dit eigenlijk doen? Antwoorden op die vraag heb ik niet gevonden, maar de tegenargumenten lagen ook niet voor het rapen.»

HUMO Een paar weken op een dieet van Oost-Europese films? Wat heeft dat gedaan voor je beheersing van het Bulgaars?

Ellis «Niets. Ik heb ooit Frans en Spaans gestudeerd, maar als ik het nu nog eens probeer te spreken, sta ik voor lul. Het Engels is de enige taal die ik met enige vlotheid spreek: het is niet veel, maar het is niet anders.»

HUMO Eerder dit jaar kreeg je op een Australisch festival een award voor je aandeel in de film ‘The Canyons’. Is het...

Ellis (onderbreekt) «Dát was vreemd. Ik schat dat er in de hele wereld driehonderd mensen rondlopen die ‘The Canyons’ goed vonden. Daarvan zaten er blijkbaar enkele in de jury van het Melbourne Underground Film Festival. Maar goed: een prijs, dus. (Mompelt) Odd little moment. Ik was blij, maar ik had geen idee waar het op sloeg.

»Goeie naam, trouwens: het Melbourne Underground Film Festival. Ze korten dat af tot MUFF. (Laat een veelbetekenende stilte vallen) ‘Muff’, als in ‘vagina’.

»Had jij al ooit van MUFF gehoord? Het zegt iets over hoeveel filmfestivals er zijn.»

HUMO Zijn er té veel filmfestivals?

Ellis «Film culture is drifting away. Het is zwerfhout. Het is geen zwaartepunt meer in de gesprekken van de intelligentsia. Hier, in de Verenigde Staten, zit geen hond te wachten op Europese films. En de box office is al lang niet meer aan het groeien. Maar centraal in dat post-nucleaire landschap loopt nog een kleine, actieve kern van cinefielen rond. In een tijd waarin film meer dan ooit een wegwerpproduct is, tonen ze passie, volharding en oprechte interesse. Ik vind dat even vreemd als aangenaam.

»De enige festivals die relevant zijn, zijn die die door de internationale pers gevolgd worden. Dat zijn er misschien drie. Maar het idee dat er overal plaatsen zijn waar films getoond worden aan een waarderend publiek: dat is een zegen, ook al is het dan een ouderwetse. In die zin kunnen er nooit genoeg festivals zijn. Maakt niet uit waar ze plaatsvinden. Ik ben geen fan van de meeste films die op het Sundance Film Festival getoond worden, ze houden er een ideologie op na waar ik niet op inteken. Maar het is goed dat er op zijn minst een plaats bestaat waar dergelijke films bekeken kunnen worden.»

HUMO Wat ik eigenlijk wou vragen: is het bevredigender om awards te ontvangen dan om er zelf te mogen uitdelen? Krijgen is leuk, maar door zelf te kiezen wie wint, kun je helpen beslissen welke films op termijn mogelijk een groter publiek vinden.

Ellis «Dat lijkt me... een te vrolijke manier om het te bekijken. Als juryvoorzitter beslis je niet alléén. Het is iets democratischer.»

Tepelklemmen in de koffer

HUMO Nog even over ‘The Canyons’: één van de mannelijke hoofdpersonages in die film wordt gespeeld door pornoacteur James Deen – echte naam: Bryan Sevilla. Jij woont in Los Angeles. Merk je dat de stad aan het veranderen is nu de porno-industrie er buiten gepest wordt?

Ellis «Kort: nee.

»Er is inderdaad een probleem: een ridicule wet die voorschrijft dat je geen porno kunt filmen binnen de grenzen van de stad als er zonder condooms geneukt wordt. Dus gaan de filmcrews nu een uur of twee verderop filmen – in San Francisco, in Las Vegas... De meeste pornosterren die ik ken, waren eerst onthutst. Begrijpelijk. Vooral omdat de lui die voor de beslissing verantwoordelijk zijn, niets van de industrie begrijpen. Het is niet de gezondheidsmaatregel die ze ervan willen maken: die wet maakt deel uit van een expliciete antipornocampagne. En is daarmee een symbooldossier. We leven in een maatschappij die in sneltempo conservatiever wordt. Je zou denken van niet, door de hoeveelheid vlezige tieten die je aldoor in de kranten en de reclames ziet – en toch: je merkt het aan hoe iedereen voortdurend aan alles aanstoot denkt te moeten nemen, aan de valse verontwaardiging die daarbij hoort, aan hoe mensen zich gedwongen voelen om er krampachtige verontschuldigingen uit te persen, aan...»

HUMO Zwarte Piet.

Ellis «Euh, wie?

»Soit, die ‘Fuck porno’-mentaliteit is daar ook een symptoom van. Dat gezegd zijnde: ik vind niet dat het fysieke vertrek van de pornomakers de vibe in LA heeft aangetast. Er werd sowieso bijna nooit in Central LA zelf gefilmd, ze sprongen meestal met z’n allen in de auto en reden – camera en tepelklemmen in de koffer – naar de nabije San Fernando Valley. En los van de neukfilms is LA op zich al een pornoachtige stad.»

HUMO Die mag je uitleggen.

Ellis «Je weet wat ik bedoel. Het is een stad met een voortdurende, massale instroom van jonge mannen en vrouwen die er geweldig en strak uitzien en hun kans willen wagen in de filmindustrie. Ze komen uit de Midwest, uit Australië, uit Groot-Brittannië... Ik spreek af en toe met dat soort jongens: ze kennen de mythe van de casting couch, en beschouwen het als een noodzakelijk kwaad. Ze willen doen wat nodig is, en gaan ervan uit dat hun lichaam als wisselgeld kan dienen. It’s the porn ethos. Daarnaast is het hier natuurlijk ook vaak mooi weer: vlees overal waar je kijkt.

»Het is allemaal wat onnozel, maar het stoort me niet. Ik vind porno leuk. Je spreekt met een gretige consument. Iemand die zich er bovendien vaak en graag door laat inspireren voor zijn job.»

HUMO Dat weet ik: ik zal de paginalange scène met het triootje in ‘Glamorama’ niet licht vergeten.

Ellis «Ik ben nu 50, en ik heb nooit eerder het gevoel gehad dat porno zo’n uitgebreid deel van mijn leven uitmaakt. Ik bedoel: onlangs had ik een etentje met een vrouw – Brits, rond de 40, draagt mantelpakjes en ziet er beschaafd uit – en al bij het voorgerecht gaf ze toe een verhouding te hebben met een pornoster. Tegen het dessert waren we tips voor goede pornofilms aan het uitwisselen. Ik was vroeger ook al niet bang van het onderwerp, maar dit soort gesprekken is... nieuw.»

De beerput in

HUMO Een jaar of negen terug ben je, na achttien jaar in New York gewoond te hebben, teruggekeerd naar LA, waar je bent opgegroeid. Sindsdien schrijf je meer scripts, produceer je films, publiceer je essays over de filmindustrie en praat je geregeld over de materie in je podcasts. Is je waardering voor filmmakers toe- of afgenomen sinds je er zelf actiever bij betrokken bent geraakt?

Ellis «Er is geen verband tussen mijn werk voor de filmindustrie en mijn gevoelens erover. Het maakt zelfs niet uit wat mijn gevoelens zijn, het is een féít dat het niveau in Hollywood enorm gezakt is. Er is geen geld meer voor kwaliteitsfilms. De studio’s willen gigantische winstmarges, en dat kan alleen met een bepaald soort films. Dat is niet mijn interpretatie, iederéén kan dat vaststellen. En het is jammer, want film is een zeer mooie kunstvorm. Wie wél gewoon zijn visie wil volgen, iets maken dat eruit springt, moet een rijke weldoener zoeken, iemand die bereid is zijn chequeboek boven te halen.

»Zelf schrijf ik enkel nog scripts als ik de film ook zelf kan producen. Ik heb een paar keer een script geschreven zónder te producen, en dat bleek altijd een vergissing. Ik heb drie, vier jaar meegewerkt aan de verfilming van mijn verhalenbundel ‘The Informers’, maar dat is fout beginnen te gaan toen de mensen met het geld ineens de creatieve controle overnamen en mijn script negeerden. Het ergste eraan was dat ik me zo naïef ging voelen. Iedereen weet dat het er zo aan toe gaat – hún geld, hún recht om het te verkloten – maar tot het je zelf overkomt, denk je: ‘Ik heb dit onder controle, ik vertrouw deze mensen.’

»Misschien had ik harder moeten protesteren, maar daar heb ik het vertrouwen niet voor. Ik merk dat zelfvertrouwen vooral voorkomt bij mannen die een goede verstandhouding met hun vader hadden. Neurotische mannen zijn minder zelfverzekerd. Pech voor mij. Ik heb er een kleine depressie aan overgehouden. (Haalt de schouders op) Het gebeurt.»

HUMO Hoe schud je dat van je af?

Ellis «Dat leer je. Niet alleen in verband met films, ook in het leven. Zelf denk ik tegenwoordig: ‘Oké, dat project is helemaal de beerput ingedraaid. Het is voorbij, let’s go on to the next one.’

»En er zijn ook goede ervaringen. Zoals ‘The Canyons’. Ik weet dat veel mensen die film maar niks vonden, maar voor Paul Schrader, met wie ik de film geproducet heb, en voor mij was het de beste ervaring ooit. We deden het snel, er was niemand die ons kwam vertellen: ‘Dit is te donker, dat te seksueel, doe het opnieuw.’ We hadden geen geld, but we called in favours. We kenden iemand met een restaurant of een cool huis? We vroegen of we er mochten filmen. We wilden een scène opnemen in een winkelcentrum, maar hadden geen vergunning? Dan werd het een vorm van guerrillafilmen – geweldig veel fun en mogelijk een blik op hoe de industrie er in de toekomst zou kunnen uitzien.

»Maar over je vraag: altijd maar doorgaan is de enige leefbare houding. Je leert hoe je je blik moet verplaatsen naar de goede kanten die om de rotte plekken heen zitten. Er is overal en altijd ontgoocheling, maar als je je erdoor laat verzwelgen... Well, then you’re kinda fucked.»

HUMO Je bent ook geen fan van je eigen boeken, las ik.

Ellis «Van ‘Less Than Zero’ tot ‘Imperial Bedrooms’: ik kan ze niet meer zíén. Tijdens het schrijven ben ik meestal vrij zeker dat ik goed bezig ben. Vervolgens gaat het naar een redacteur, die mijn heftig op papier gezette zinnen gaat ontluizen, daarna naar de uitgeverij. Meestal neem ik het afgewerkte product pas twee of drie jaar later nog eens ter hand, en er is nog geen boek geweest waarin ik op dat moment niet teleurgesteld was. Ik bewaar mijn exemplaren in twee afgelegen opslagruimtes. Behalve de recentst toegestuurde vertalingen die ik krijg van mijn buitenlandse uitgevers: die bewaar ik in een verborgen lade in mijn klerenkast.

»Maar ook hier: er is altijd een volgende kans.»

HUMO Je bent optimistischer dan ik verwacht had, voor de cynicus die je steeds genoemd wordt.

Ellis «Noem me wat je wil, noem me alleen niet dik.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234