Het dagboek van Joyce Delbaere

Joyce Delbaere werkt aan haar roman “Effe chille”. Elke week houdt ze de Humo-lezer op de hoogte van haar vorderingen.

'Ik ben Joyce, en ik val op geïntrigeerde boys,' flapte ik er spontaan uit'

‘Ik werk in een productiehuis,’ zei ik toen de man vroeg hoe ik op de afterparty was terechtgekomen. Dat was niet echt gelogen: ik zit effe zonder job, maar als ze mij vragen, kan ik onmiddellijk in gang schieten.

‘Ik ben uitgever,’ zei hij.

‘Keitoevallig toeval! Ik ben bezig aan mijn debuutroman over een vrouw die terugkijkt op haar leven en beseft dat ze te weinig liefde van haar moeder heeft gekregen. Ik wil zo de gevoelszenuw van die vrouw blootleggen, weet ge. Ze begint een yogacentrum in Spanje. Ja, dat is trendy, maar die vrouw heeft een rijk gevoelsleven, hoor. Net als ik. Ik ben trendy, maar met diepgang. Dat moet, anders krijgt ge die gevoelszenuwen nooit blootgelegd. Tegen haar cursisten – en dat zijn allemaal mensen met een rugzakje vol ontgoochelingen – zegt ze altijd: en nu gaan we effe chille! Vandaar de titel. Eén van die cursisten is een oudere man die een geheim met zich meedraagt! Goed hè?’

We dronken samen nog een glas.

‘Ik ben Geert, en ik ben geïntrigeerd,’ zei de uitgever met een lachje.

‘Ik ben Joyce, ik val op geïntrigeerde boys,’ flapte ik er spontaan uit. Ik zag hem smelten voor mijn catchy oneliner.

Hij vroeg om het manuscript op te sturen. En hij zei dat hij mij graag nog eens zou ontmoeten. Zo is het dus begonnen. Ik heb een uitgever, in alle betekenissen van het woord, joehoe!

Eergisteren ging hij inhoudelijk wat dieper.

‘Maak je geen zorgen, de eerste hoofdstukken zijn met veel vaart geschreven,’ zei hij terwijl hij zijn hemd dichtknoopte.

Ik voelde een maar komen. Een maar mag op kousenvoeten de trap op sluipen, maar hij heeft geen schijn van kans – ik voel hem komen!

‘Ik voel een maar komen,’ zei ik.

Geert ging op de rand van het bed zitten. Hij probeerde ongemerkt naar zijn horloge te kijken, maar ik had het gezien. Zo iemand ben ik dus. Een snelle blik op een horloge, en ik heb het in de mot. Ik kan keigoed observeren. Dat hebt ge nodig als schrijfster. Invoelen kan ik ook als geen ander.

‘Ge moet dringend naar huis. Wat gaat ge tegen uw vrouw zeggen?’

Geert zuchtte.

‘Joyce, gij zijt een verstandige vrouw die veel heeft meegemaakt. Misschien moet ge voor een debuutroman dichter bij uw eigen leven blijven. ‘Effe chille’ heeft kwaliteiten, maar...’

‘Bedoelt ge dat ‘Effe chille’ meer iets is voor een derde of een vierde boek?’

‘Ja, zoiets,’ zei Geert.

‘Wat ge wel nog niet weet, is dat die oudere man jaren geleden een nieuw leven is begonnen na een financieel schandaal. Hij woont onder een andere naam in Barcelona, wat een mooi decor is voor de slotscène. Hij is de vader van een andere cursiste. Maar ze herkennen elkaar niet. Die vader heeft inmiddels een baard en is grijs geworden, zij heeft plastische chirurgie ondergaan na een zwaar ongeval. Of een brand. Ja, misschien heeft die man zijn huis in brand gestoken om alle sporen van zijn financiële fraude uit te wissen! Zo heeft hij z’n dochter ongewild verminkt, maar dat wéét hij niet. En nu beginnen ze een incestueuze relatie. Af en toe zeggen die letterlijk: ‘Ik voel mij zo verwant aan u!’ Daar krijgt ge kippenvel van als lezer. En dan baf: de waarheid komt boven! En ja: hoe gaat ge daarmee om, als ge plots beseft dat ge een liefdesverhouding hebt met uw dochter? Dat is tof als ik dan bij ‘Van Gils’ en in ‘De zevende dag’ moet komen, want iedereen kan zich voorstellen hoe vreselijk dat moet zijn als uw liefdesparadijs ineens instort.’

Geert antwoordde niet. Ik keek hem strak aan in al mijn goed geconserveerde naaktheid. Ik doe nochtans niet aan sport, hoor: drukdruk sociaal leven.

‘Ge houdt toch niet alleen van mij wegens mijn schrijftalent?’ vroeg ik.

‘Nee,’ zei Geert, en omdat het zaad van zijn liefde nog nagloeide in mijn binnenste, wist ik dat hij de waarheid sprak. Hij gaf mij een kus die een vrijblijvende indruk zou maken op iemand die niet zo goed is in het doorgronden van mensen. Maar ik voelde tederheid en diepe verbondenheid. Hij vertrok.

Geert kan schrijvers goed inschatten, dat is zijn vak. Een debuut moet knallen. De lezer moet vanaf de eerste zin het Aperol-gevoel krijgen: sprankelend, geraffineerd, schijnbaar eenvoudig. Maar toch met diepgang. Ik dus.

Hij heeft gelijk. Een schrijfster moet het hebben over dingen die ze kent. Her own life. Daar ben ik nu dus mee bezig. Mag het effe?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234