Het definitieve Lou Reed-interview

Het laatste grote Humo-interview met de gisteren overleden legende Lou Reed, is van de hand van Humo-journalist Wilfried Hendrickx. Je kan het hier herlezen.

'Ik kan niet naar mijn eigen songs luisteren zonder natte ogen te krijgen'

(Uit: Humo 3346 van dinsdag 19 oktober 2004)

'Radiation kills both bad and good

It cannot differentiate

So to cure you they must kill you

The Sword of Damocles hangs above your head'

Lou Reed - 'Sword of Damocles' (uit 'Magic and Loss')

Lou Reed is 62 geworden, en toch blijft hij met grote voorsprong de interessantste nog levende rock-'n-roll-artiest. Intrigerender dan Dylan, authentieker en gedrevener dan de Stones, ook op zijn zwakste momenten nog altijd een groter tekstschrijver dan Bowie ooit is geweest, en begiftigd met een klaarblijkelijke intelligentie en een schokkend inzicht in het wérkelijke leven waarvan de oude Elvis alleen maar kon dromen. Bovendien speelt mister Reed één van de meest geïnspireerde gitaren die ooit onder gods firmament hebben opgeklonken en blijft hij, in tegenstelling tot alle andere rockiconen, ook op hoge leeftijd naar hart, hersens én pinballs grijpende platen maken.

Lou Reed schreef zijn beste werk toen de meeste van zijn generatiegenoten al in het oudemannenhuis lagen te vegeteren; het trio 'New York', 'Songs for Drella' (samen met John Cale) en 'Magic and Loss' zag het levenslicht toen de verschillende Beatles al járen niets van waarde meer afscheidden, en de Rolling Stones alleen nog in staat waren zichzelf te plagiëren. Bij al dat geweld zou een mens bijna vergeten dat de jonge Reed met zijn Velvet Undergroundde basis heeft gelegd voor de toekomst van de rock-'n-roll. Vraag aan jonge muzikanten door wie ze vooral zijn beïnvloed, en je komt automatisch op ome Lou en zijn Velvets uit. Lees er een interview met Tom Barman, Mauro Pawlowski of Stef Kamil Carlens op na, en veeleer vroeg dan laat stoot je op de naam Lou Reed.

Ooit stond ik in Bilzen samen met een jonge Vlaamse muzikant doodsangsten uit voor de kleedkamer van Lou Reed: zouden we (onuitgenodigd) naar binnen stappen of niet? We haalden diep adem en... dropen af. De naam van die Vlaamse muzikant? Raymond van het Groenewoud. Zelfs Bart Peeters, het minst rock-'n-rolle wezen van deze aardkloot, heeft Reed proberen te coveren ('Doin' the Thing That We Want to').

Maar ter zake. Vorig jaar had ik een stormachtige ontmoeting met Lou Reed op zijn Sister Ray-kantoor in Manhattan, New York. Na een hard en nietsontziend gesprek over leven en dood omarmden wij elkaar langdurig en namen toen afscheid met Lous terloopse belofte dat 'als hij ooit weer een show gaf in België, hij na het optreden bij mij thuis zou komen logeren, omdat hij een pesthekel heeft aan luizige hotels'. Toen ik vervolgens vernam dat de cafébazen van de Leuvense Oude Markt erin geslaagd waren Lou voor hun Marktrock te strikken, was mijn besluit snel genomen.

En zo komt het dat ik, enkele dagen voor De Grote Dag, mijn trouwe Allerliefste het volgende toebijt: 'Boen de vloer van de gastenkamer, leg nieuwe lakens, kook vier, vijf pannen van het dak en trek je mooiste jurk aan. Want! Lou Reed! Komt hier overmorgen misschien slapen!' Je moet weten: voor iets heiligs als vriendschap heb ik álles over. Als mijnheer Reed bijvoorbeeld tersluiks zou opperen dat 'helemaal alleen in bed nogal kouwelijk voelt', zou ik, de eskimo's indachtig, geen seconde aarzelen Hem mijn Allerliefste aan te bieden. En desnoods ook mezelf, want met de allesbrander en hermafrodiet Lou Reed weet je maar nooit.

'Ben je wel echt zeker?' vraagt mijn Allerliefste, schuurborstel en dweil al gehoorzaam onder haar arm. 'Ik heb gezegd: misschien,' brul ik terug. 'De wegen van een genie zijn ondoorgrondelijk. Precies daarom moeten we op alles voorbereid zijn. Of wil je misschien meemaken wat Serge Simonart met David Bowie overkwam?'

Twee dagen later scheur ik, met Lous net uitgebrachte en vrij fabeltastisch klinkende 'NYC Man: Greatest Hits' in de cd-speler, naar het poepsjieke Conrad Hotel aan de Brusselse Louizalaan, om er mijn held en enig lichtpunt in bange dagen weer eens te mogen ontmoeten. Eerste teleurstelling: ik ben niet de enige. Ik herken drie televisieploegen en een vriendelijke jongen van het mij volkomen onbekende maar ongetwijfeld fantastische magazine Deng. Twintig meter van mij vandaan loopt een heer in pak en met zorgvuldig geshampoode lange haren te ijsberen. Later zal hij zich kenbaar maken als Joël De Ceuleer, de vaste interviewer van het Canvas-programma 'Spraakmakers'. Om de tien minuten zie ik hem naar de wc hollen, met almaar knikkender knieën en bleker wordende wangzakken.

Net wanneer ik mijn derde Campari Orange naar binnen heb gegooid, word ik naar boven geroepen door de ravissante Bérangère, Bé pour les amis, pr-dame van de platenfirma. Herr Reed houdt hof in een enorme suite, met veel pluche en rode gordijnen, waar net een halve fles Egoiste in leeggespoten is, wellicht om de lijfgeur van de journalist vóór mij te verdoezelen. Lou Reed rijst op van achter een tafeltje, begroet mij als een vorst, en stelt mij plechtig voor aan Annie Ohayon, zijn pittige Marokkaanse persattaché: 'Annie, this is my good friend Wilfred. We met in New York, remember.' Ik krijg een stevige hug, twee kussen en een glas Chablis premier cru.

Lou ziet er goed uit; zijn wangen zijn lichtjes bepoederd en zijn haar wat al te nadrukkelijk geföhnd, maar zijn viriele charme blijft, ondanks zijn 62, stijf rechtop. Hij draagt een versleten jeans, afgetrapte sportschoenen en een lichtbruine kasjmieren overgooier boven een wit T-shirt. Op tafel ligt een modische zonnebril, die in het uitstekende en ondertussen door Canvas al twee keer uitgezonden 'Spraakmakers'-interview een prominente rol zal spelen. Maar bij 'my good friend Wilfred' is die maskerade volkomen overbodig, dat spreekt vanzelf.

Nu weet ik ook wel, samen met u, dat Humo eigenlijk een blad is, gemaakt voor Vlaamse boertjes door Vlaamse boertjes. Maar ik ken mijn wereld, en heb dus (uit eigen zak betaald! géén onkostennota!) een geschenk voor mijn afgod meegebracht: een cd'tje met erop het Magnificat in Re majeur van die andere held van mij, Johann Sebastian Bach, in een uitvoering van het Collegium Vocale, zoals altijd onder de kundige leiding van Philippe Herreweghe. Ik dacht: wat heb ik, onbeduidende en armoedige journalist, méér aan een genie te bieden dan mijn liefde voor muziek?

Als ik, enigszins verlegen, mijn cadeau aan Lou overhandig, klapt hij, blij als een kind, in zijn handen.

«How great! Thank you so, so much! That's so sweet of you.»

Mijn openingszin heb ik wekenlang ingeoefend, en dus hoor ik mezelf zeggen:

Het is een beetje 'n symbolisch cadeau: eigenlijk ben jij de Bach van deze tijd. Bach was een genie, maar ook nog eens, net als jij, een harde werker die in zijn tijd alleen door de echte kenners op handen werd gedragen. Iedere week componeerde hij trouw zijn cantate, als een noeste ambachtsman; het duurde generaties voor iedereen besefte dat het ging om het absolute hoogtepunt van de westerse muziek. Bach werkte ook met slechte muzikanten en ongemotiveerde koorknapen, wat hem vaak tot wanhoop dreef. Ik kan mij voorstellen dat je enige verwantschap voelt.

«Vóórstellen? My God, yes I can! Mijn grote frustratie is dat ik er, vooral in het verleden, zelden in geslaagd ben de muzikanten rondom mij echt te doordringen van wat ik met een song zeggen wilde. De meeste muzikanten zijn doof, that's a fact. Deaf and blind. Ze spelen alleen maar noten. Maar met noten alleen tref je nooit de ziel van een nummer.»

Het mooie aan deze Bach-cd is: de vrouw van onze premier Verhofstadt zingt mee in het koor.

«Really? Ik zie het Laura Bush nog niet doen (schiet in een harde, ongecontroleerde lach). Je kunt je vandaag de dag niet meer bewégen in de States. Alleen in New York is het nog leefbaar. Bush háát New York, weet je. Liefst van al zou hij er een atoombom op gooien.»

Stem je straks voor Kerry?

«Natuurlijk. Wat dacht je? Alles is beter dan Bush, zélfs Kerry (weer die luide, hilarische schaterlach)


Het definitieve Lou Reed-interview (deel 2)

Abrupt pakt Lou mijn Sony-recorder beet, een zwarte oudgediende, trouwe metgezel in vele avonturen.

Reed «Gek dat je uitgerekend met dit bandopnemertje werkt. Ik heb zoveel platen ingezongen op net zo'n exemplaar. Vele tientallen songs. Ik had 'm altijd naast mijn bed liggen. Je duwt op 'record' en daar gaat-ie. Niks ingewikkeld. Bóém!»

HUMO En dan spreek je je ideeën in?

Reed « Nee, ik zing (lacht). Midden in de nacht schiet ik wakker, met een melodie in mijn achterhoofd. En automatisch grijp ik naar the little bastard. Ik heb er nu een nieuwe, met digitale technologie. Sony maakt 'm speciaal voor business people (veelbetekenende grijns)

HUMO De mythe gaat dat je je teksten vaak 'on the spot' in de studio componeert. Je gaat in een hoekje zitten en na twintig minuten heb je je tekst klaar.

Reed « Klopt. Maar ik noem het simpelweg geluk, want het gaat niet iedere keer zo. Het is vreemd met songs schrijven: soms welt er een briljante tune in je op terwijl je over straat wandelt of in een winkel staat te wachten, maar je hebt niks om 'm vast te houden. En als je 'm 's avonds in je werkkamer probeert op te schrijven, is hij plotseling weg. En hij komt nooit meer terug. Quite amazing

HUMO Gooi je vaak nummers weg?

Reed «Nooit. Ik kan niet anders: als ik iets éénmaal op mijn kleine Sony heb ingezongen, komt het ook op plaat. De mensen denken vaak: zo'n Lou Reed schrijft misschien vijftig liedjes, en daarvan belanden alleen de beste twaalf op een nieuwe cd. Maar ik heb geen geheime voorraad. Veel schrijvers hebben die obsessie: eenmaal neergeschreven, móét het gepubliceerd worden.»

HUMO Ben je nooit bang van je eigen talent? Duizenden aspirant-songschrijvers tobben zich jarenlang vruchteloos de hersens tot pulp om één mooi nummer te schrijven. En jou lukt het bijna spelenderwijs.

Reed «Je raakt eraan gewend. En de muze, de gave, the gift, werkt ook niet altijd. Het is meer van: oops! there it is again. Ik ben dat fenomeen zo afstandelijk mogelijk gaan bestuderen: hoe werkt de songschrijver Lou Reed? Hoe bakt hij zijn brood? Ik heb op een methodische, bijna wetenschappelijke wijze onderzocht wat mijn creativiteit precies aanwakkert.

» Kijk, als je een bloem plant, zoek je naar de beste grond voor die éne bloem. Sommige gedijen het best in zandgrond, andere hebben een meer kalkrijke bodem nodig. Zo ben ik begonnen mezelf in situaties te brengen waarvan ik dacht dat 'het wonder' er makkelijker zou geschieden. Drugs was één van de wegen die ik daarbij heb verkend. Wel, mijn conclusie is: je hebt het niet zelf in handen. Of je nu een naald in je arm prikt of je te pletter drinkt of jezelf op een dieet van boomschors zet: het helpt allemaal geen éne flikker. Het enige wat helpt is: rustig afwachten tot 'het' weer gebeurt. Het is een kwestie van geluk, je kunt het niet forceren.»

HUMO Ben je dankbaar voor die gave?

Reed «Oh! Big time! Sure. Eigenlijk is het 't enige wat ik echt goed kan: een liedje schrijven. En voor een goeie song ga ik op mijn knieën zitten en buig ik nederig het hoofd.»


Het definitieve Lou Reed-interview (Deel 3)

HUMO In 'Who Am I?'ga je dieper in op dat soort gevoelens. Regels als 'Sometimes I wonder who am I/ Who made the trees, who made the sky/ Who made the storms, who made heartbreak/ I wonder how much life I can take'duiden op een religieuze instelling. Aan de andere kant: in 'Sword of Damocles' zing je: 'I know you hate that mystic shit'.

Reed «Het is... vrij pijnlijk voor mij om hierover te spreken.»

HUMO 'Sword of Damocles' gaat over de dood van je vriend Doc Pomus, hoe hij voor kanker bestraald wordt ('To cure you they must kill you'), hoe de bestraling meer goed dan kwaad aanricht ('Radiation kills both bad and good/ It cannot differentiate'), en hoe hij ten slotte doodgaat.

Reed (zwijgt) « Dat nummer, die hele plaat... gaat ook over een andere diepbetreurde dode, een she, een vrouw, a hidden person, een verborgen persoon. Ik heb dat jaar twee mensen verloren, twee mensen die mij zeer dierbaar waren. Anyway: 'I know you hate that mystic shit' is een ironische opmerking. Het betekent niet wat het zegt.»

HUMO Je werkt wel meer met het procédé van de hidden person: 'Songs for Drella' gaat zogenaamd over Andy Warhol, maar eigenlijk net zo goed over Lou Reed. In 'It Wasn't Me' laat je Warhol bijvoorbeeld zeggen: 'I never said give up control/ I never said stick a needle in your arm and die...'.

Reed «Kijk, ik ben hier niet van plan je iedere zin uit mijn werk te gaan uitleggen. Alleen dit: als songschrijver mag je, vind ik, alle trucs uithalen die je maar bedenken kan. You are the master, jij staat aan het controlepaneel en niemand anders. En twee: eigenlijk schrijf ik niet voor de luisteraars, de toehoorders, de fans. Ik schrijf in de eerste plaats voor mezelf. Dat een ander ook iets aan mijn liedjes heeft, is gewoon mooi meegenomen. Songs schrijven is mijn manier om klaarder te zien in mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn emoties.»

HUMO In een nummer als 'Who Am I?' is dat zonneklaar. Je kijkt in de spiegel en je ziet: 'A younger man now getting old/ The world seeming to pass me by/ There are some lines that I could trace/ To memories of loving you'.

Reed «'Who Am I?' is een mooi voorbeeld van een nummer dat ik in één ruk heb neergeschreven. En of dat nu gaat over religie, of over vergankelijkheid, of over het hopeloze van de liefde: ik weet het niet. Echt waar. Ik voel mezelf de secretaris, de archivaris van mijn eigen gevoelens. Taking notes. En daarna tracht ik die woorden eer aan te doen.

» Ik denk: het mysterie van mijn songs is net zo groot voor mij als het voor jou is. Ik verander zeer, zéér weinig aan een tekst, precies omdat je het mysterie anders stukmaakt. Als ik aan een tekst begin te knutselen, maak ik 'm bijna altijd slechter. Soms zit ik wekenlang te knoeien, om bijvoorbeeld een rijm beter te laten klinken. Of ik begin zélf naar de betekenis van de woorden te zoeken. Wrong! Te veel nadenken staat echte kunst in de weg. Toch bij mij. Nu hoor ik je al zeggen: 'In jouwgeval is dat duidelijk waar!' (schaterlacht). Wel, geen probleem: ik ben de eerste om toe te geven dat ik geen groot denker ben.»

HUMO Kortom: 'Hang on to your emotions'?

Reed «Right. Het is een goeie raad die ik iedere songschrijver meegeef. Schakel het denken uit en laat je leiden door je gevoelens.»

HUMO Maar tegelijk moet je enorm kritisch staan tegenover je eigen materiaal? Je moet je als het ware in tweeën splitsen: een creatieve Lou Reed, en een uitermate zelfkritische Lou Reed?

Reed «Ach, wat het ook moge wezen, ik hou van songschrijven. I really do. Misschien weet je dit niet, maar ik ben een verwoed amateur-fotograaf, en ook daar ga ik helemaal in op. Na al die jaren is schrijven een tweede natuur geworden, een metier ook, waarin ik almaar bedrevener word. Tegelijk ben ik de eerste om mijn teksten met een serieuze korrel zout te nemen. Mensen als jij bestormen mij met vragen over de interpretatie van bepaalde lines. Alsof ik dat zelf zou weten! Om eens echt eerlijk te zijn: soms flap ik er zomaar wat uit.»

HUMO Tegelijk is het, wat weinig mensen beseffen, ook een kwestie van discipline, van hard werken. Je zong het al in 'Sweet Jane': 'Some people, they like to go out dancing/ Other people, they have to work/ Just watch me now.'

Reed «Ja, eigenlijk ben ik al van mijn dertiende bezig met bandjes. En het is nooit meer opgehouden. Al bijna vijftig jaar doe ik min of meer hetzelfde: optreden, in de studio zitten en vooral schrijven. De zaak met schrijven is: je doet het alléén, het is de meest eenzame bezigheid die ik ken. Als je schrijft, krijg je van niemand hulp, hè. Gelukkig ben ik geen romanschrijver, thank god. Ik moet het hebben van het kortere werk (grijnst).

» Het is vreemd met die liedjes van mij: meestal kom ik pas achter de échte betekenis van wat ik geschreven heb als ik het nummer live breng. Soms dringt de betekenis pas jaren later tot me door. Zo ben ik er nu pas achter gekomen dat 'Sweet Jane' eigenlijk over jaloersheid gaat.»


Het definitieve Lou Reed-interview (Deel 4)

HUMO De laatste jaren heb je steeds vaker geschreven over opgelegde onderwerpen: de figuur van Andy Warhol, bijvoorbeeld, of het werk van Edgar Allan Poe. Dat lijkt mij een heel ander soort schrijven dan dat van duidelijk autobiografisch geïnspireerde nummers als 'Kill Your Sons' of 'Rooftop Garden'.

Reed « Laat mij je vertellen hoe het proces is verlopen bij mijn Poe-plaat ('The Raven', red.). Ik ben vertrokken van het beroemde gedicht van Poe dat 'Annabel Lee' heet: 'It was many and many a year ago/ In a kingdom by the sea/ That a maiden there lived whom you may know/ By the name of Annabel Lee'. Een fan-tas-tische strofe. Wel, precies die paar regels hebben mij aangezet tot het schrijven van het wél zeer op mij gerichte 'Who Am I?'. Het is pure associatie: het ene maakt het andere los. Je start met iets wat volkomen buiten je ligt, en dan begin je aan een soort belegeringsoorlog; je gaat tot op het bot, en komt ten slotte bij jezelf uit.

» Weet je, schrijven is not fun, helemaal niet leuk. Het is ook niet romantisch. En soms is het zeer, zéér pijnlijk. Aan de andere kant: ik kan niet zonder. Zo vreemd. Eigenlijk geniet ik het meest van een song als hij af is, en dus niet als ik ermee lig te worstelen. Op school, ja, toen vond ik schrijven leuk. Altijd de eerste in opstel geweest, mijnheer. Maar nu zit ik aan the university of myself. Ik ben de student én de prof, en ik reik ook nog 's de prijzen uit (grijnst). Er zijn ook geen examens. En niemand corrigeert me! There's just me. Vraag maar aan Laurie (Anderson, Lous vrouw, een klassiek opgeleide violiste die internationale faam heeft verworven met haar performances en haar conceptuele kunst): het enige wat ze mij hoort roepen als ik aan het schrijven ben is: 'Leave me alone!'»

HUMO Is dat niet de tragiek van een rock-star als jij: iedereen knipt en buigt, en niemand heeft de guts om je op je fouten te wijzen?

Reed «Kijk, ik wéét dat ik niet goed kan omgaan met kritiek - en dat is misschien nog zéér eufemistisch uitgedrukt (grijnst). Aan de andere kant: als een criticus mij op mijn fouten wijst, kan ik daar weken mee rondlopen, en zijn argument over and overlopen te herkauwen. En dan, plotseling, wéét ik: the guy was right! Dat is dus mijn manier om wél met kritiek rekening te houden.

» Look, iemand in mijn positie heeft het uiterst moeilijk om zich overeind te houden. Straks in Leuven zul je het weer merken: ik draag de hele show, van de eerste tot de laatste noot. Als het misgaat, kijkt iedereen naar mij; ik ben het die aan het stuur zit, die aan de knopjes draait. Om dat aan te kunnen, heb je een enorm ego nodig, geloof me vrij. En: bij de minste twijfel ga je onderuit.»

HUMO Je werkt nu al jaren vooral met je kleine maar fijne band: Mike Rathke, Fernando Saunders en Tony Smith. Ik vraag mij af: hoe leg je aan die jongens uit wat je precies wilt? Waar een nummer écht over gaat?

Reed «Ik zal je een geheim verklappen: mijn muzikanten zijn de eersten van de hele wereld die een nieuw nummer van mij voorgeschoteld krijgen, en alleen met hún op- of aanmerkingen hou ik rekening. Het cliché zegt dat muzikanten zo goed als ongeletterd zijn: ze uiten zich in hun muziek, niet in woorden. Maar dat betekent niet dat het idioten zijn: ze begrijpen heus wel waarover het gaat. We trekken nu al zo lang met elkaar op dat we zijn uitgekomen op een zekere telepathie. Het zijn geen ingenieurs, hè: dát zijn pas mensen met communicatieproblemen (lacht)!

» Uiteindelijk blijf ik een soloartiest, maar ik geloof nog altijd dat je samen sterker bent dan alleen. Ik heb tijden meegemaakt dat ik helemaal géén band meer had, en dat was... een verschrikkelijke, wanhopige ervaring.

» Het gekke is: werken met een band is een totaal andere discipline dan songs schrijven; je hebt er gewoon de andere helft van je brein voor nodig. Het is een compleet ander talent.»

HUMO Wat ik vragen wou...

Reed «Laat mij je dit zeggen over talent: ik weet niet hoe het werkt, maar áls ik het al heb, blijft dat een raadsel voor mezelf. Mijn vrouw is van ons tweeën duidelijk de meest getalenteerde. Nog iedere dag kan ze mij verbazen. Haar talent is ook compleet tegengesteld aan het mijne: wij lijken wel van twee verschillende planeten te komen. Ik geef het je op een blaadje: als twee zo verschillende hersenstelsels elkaar vinden, dat geeft een klap, hè. Dat is... pure kernfusie, man.»


Het definitieve Lou Reed-interview (slot)

HUMO Over hersens gesproken: het is verbazingwekkend hoe het menselijke brein werkt. Er bestaat eigenlijk geen echt ik, geen ego, geen superieure controle-eenheid. Het brein werkt met tijdelijke coalities.

Reed «Ik ben verslaafd aan boeken over de werking van het brein. Ik heb ze allemaal gelezen: Daniel Dennett, Oliver Sacks, you name it

HUMO Wat er gebeurt is dit: je maakt, afhankelijk van de omstandigheden, een andere persoonlijkheid aan. Zo kan ik mij best voorstellen dat Lou-Reed-de-huisman een totaal andere persoon is dan Lou-Reed-the-rock-'n'-roll-animal.

Reed «You bet (grijnst)! Stel je voor dat ik thuis als the rock 'n' roll animal aan de ontbijttafel zou verschijnen: Laurie zou haar lieftallige wenkbrauwen nogal fronsen, vrees ik. En mij vervolgens met enkele raak gekozen woorden vermorzelen.

» De mensen beseffen te weinig dat rock-'n-roll een act is. Een spel, letterlijk. Een stukje toneel. En als het doek valt, dan is het áfgelopen met die act. Zo gaat het ook met songs. Er zijn veel misverstanden ontstaan doordat mensen mijn teksten letterlijk namen. Toen ik 'The Last Shot' had geschreven, kwamen meerdere mensen mij vragen: 'Lou, heb je écht bloed tegen de spiegel aan gespoten?' Ze verwarren de schrijver met zijn romanpersonnage. De I, de me uit mijn songs is níét de man die hier voor jou zit. Of toch niet altijd en noodzakelijk (grijnst)

HUMO Ik wilde van deze gelegenheid gebruikmaken om je een advies te vragen. Ik hou van al je platen, en tot op de dag van vandaag ontdek ik er verborgen parels in. Maar met één heb ik het moeilijk: 'The Bells'. Die plaat blijft in de kleren zitten, maar 'mooi' kan ik 'm niet vinden. Toch noem jij 'The Bells' altijd 'one of my favorites'.

Reed «Je moet eens naar de digitally remastered version luisteren. Klinkt fantastisch! En je moet eens goed naar de teksten kijken. Ik denk dat ik nergens dieper ben gegaan dan op 'The Bells'. Maar daar is dan ook alles mee gezegd.

»'The Bells' was een experiment: ik heb die plaat opgenomen met het zogeheten binaural sound-procédé. We plaatsten vijf, zes poppen in de studio, en ter hoogte van de oren hingen we telkens twee microfoons. De bedoeling was dat het stereo-effect zo maximaal zou spelen, maar dat is eh... enigszins mislukt. Maar sla er nog eens de tekst van bijvoorbeeld 'Families'op na: de haren rijzen mij te berge als ik dat herlees. (In 'Families' richt Lou Reed zich rechtstreeks tot zijn ouders, die hem altijd als een mislukkeling hebben beschouwd, en schreeuwt hij zijn vader toe: 'There's nothing we have in common, except our name.' Dodelijke tekst. Maar ik durf er niet dieper op in te gaan, uit angst de good vibrations te verstoren die door de kamer suizen, wh).

» En dan heb je 'All through the Night'. Whááw. Ook on the spot geschreven. That song is heroin, man. Ik word er nog koud van (zingt: 'Some people wait for things that never come/ And some people dream of things they've never done/ They do it, oh baby, all through the night'). Ik kan er nog altijd niet naar luisteren zonder natte ogen te krijgen. Naar mijn eigen song! Denk dáár maar eens over na, Wilfred.»

HUMO Het meest enigmatisch aan 'The Bells' blijft de titelsong. Soms lijkt het me dat je daar moedwillig over de schreef bent gegaan. Het slot klinkt als... als een slechte pastiche op Pink Floyd. Een bombastische 'grand finale' die kitscheriger is dan alles wat de symfonische rock ooit heeft kunnen bedenken.

Reed (plotseling bars - dit punt had ik beter niet aangeraakt) «Pink Floyd? Nooit naar geluisterd. Ik kan mij niet één song van Pink Floyd herinneren. 'The Bells' gaat over de zoon van een aan heroïne verslaafde moeder en een weekhartige vader zonder kloten. Het is... een vréselijk nummer. (in zichzelf) Misschien zit de fout in de orkestratie. Ik wilde per se dat enkele van mijn helden meespeelden: Don Cherry (één van de grootste jazztrompettisten, wh)en Marty Fogel (fabelachtige tenorsax). Ik had die riff van 'The Bells', en we gebruikten een Roland guitar synthesizer, en we deden het allemaal live in de studio. One take. Man! Jesus!

» Ik hou van... beelden die niemand ooit heeft gezien. Ze stormen op mij af, overrompelen mij - een dronken actrice en een jonge zwarte taxichauffeur op speed bedrijven rechtstaand de liefde, tegen de bakstenen muur van een binnenplaats, terwijl de regen op hen neerstroomt... - en dan moet ik dat opschrijven. En bij die beelden ontstaat... muziek. Toen ik jong was, wilde ik per se romanschrijver worden. Tot ik inzag dat het idioom van de rock-'n-rollsong mij beter lag. Dát is het: mijn manier van romanschrijven

HUMO Eén van mijn absolute favorieten uit je rijke reeks platen is 'Legendary Hearts'. Al die dof opgloeiende parels: 'Rooftop Garden', 'Pow Wow', 'The Last Shot', en 'Legendary Hearts' zelf, natuurlijk. Schitterende lyrics. En dan die delicate gitaar van Robert Quine die zich zachtjes tegen de jouwe aanschurkt. Ik kan wel duizend jaar naar die plaat luisteren. Er hangt ook een vreemde sfeer over, iets dat ik nog het best kan beschrijven als 'a hidden sadness', een bodem van verdoken verdriet.

Reed «'Legendary Hearts' is, geloof ik, de eerste plaat waar the magnificent Fernando Saunders op meespeelt, mijn wonderlijke basspeler, die altijd mee op tournee gaat. Ik moet je eerlijk bekennen: ik hou er zelf ook zeer veel van. God, what an album! En jouw 'hidden sadness'... Die heb ik er zeker niet met opzet ingestopt. Vanuit mijn standpunt zit er niets verborgens of geheims in mijn werk. Voor mij is het... allemaal zonneklaar. I'm not placing clues. Ik spreek niet in code, ik plaats geen verborgen sleutels.»

HUMO Robert Quine (die ook op 'The Blue Mask' te horen is, red.)is onlangs gestorven aan een overdosis. Hij was een zeer gevoelig en intelligent gitarist. Hoe heb je...

Reed «Ik heb géén idee van wat er precies is gebeurd. Ik weet alleen dat zijn vrouw één jaar voordien aan een hartaanval was bezweken, en dat Robert heel erg van haar hield. Vrienden vertelden mij dat hij op 't einde niets anders meer deed dan huilen. Niets kon hem nog troosten (ik zie Lou Reeds ogen langzaam vochtig worden). Hij is gestorven van verdriet. Veronderstel ik, want ik had hem jaren niet meer gesproken. Tja, that's New York

Lou slaat een korte, gedempte zucht, een snik bijna. Er valt een stilte.

HUMO Denk je dat er een band bestaat tussen pijn en kunst? Tussen afzien en creatief zijn?

Reed «Ik zal je zeker níét de raad geven: hak je arm af, nú, en je zult een groot muzikant worden (hilariteit). Ik weet het niet. Echt waar niet. En ook: wat voor verschil maakt het? Ze zeggen: 'An unhappy childhood is a writer's goldmine.' Dat zou dan betekenen dat je je kinderen maar beter zo mean & lean mogelijk opvoedt, in de hoop dat ze ooit de nieuwe Shakespeare worden. Was het maar zo simpel.

» (abrupt) Je komt morgen toch naar het optreden, hoop ik? Dan praten we verder, ná de show. Annie, give this boy all access whatever

Dan staat Lou Reed plotseling op. Het interview is afgelopen, dat is duidelijk. We lopen samen naar buiten, met persattaché Annie Ohayon naast ons. Die blijkt dol te zijn op de Antwerpse mode, net als Lou Reed zelf.

Reed «Ann Demeulemeester ken ik goed. Ik heb haar vorig jaar uitvoerig gesproken, backstage, toen we in Antwerpen optraden, in die zaal naast de dierentuin. Ik dacht toen nog: dat was nu eens echt 'feeding animals in the zoo' (Reed maakt een toespeling op een beroemde regel uit zijn 'Perfect Day', wh). And you know what? Enkele weken later belt in New York de postbode aan, met een pak dat wel veertig pond weegt. Schoenen van Ann Demeulemeester! Ach, mode... Eyes are the window of the soul. And fashion is the curtain

Plotseling flap ik eruit:

HUMO Je hebt ongelooflijke, schitterende ogen, Lou. Weet je dat? Die ogen vertellen... álles. Dank je wel voor dit heerlijke gesprek. En kom je nu morgen slapen?

***

Twee dagen later, op Marktrock, met mijn Allerliefste aan mijn arm. Lou Reed speelt een goede, maar geen buitengewone show. Na het optreden zwerven de onvoorwaardelijke fans rond de uitgang van zijn kleedkamer, wachtend op de komst van hun idool. Ik herken het blonde kopje van de adembenemende Wetstraatjournaliste Goedele Devroy, krijg een spontane kus van de oogverblindende Charlotte. Woestijnviscoryfee Steven Van Herreweghe komt een praatje maken. Over Lou Reed, natuurlijk, wat had je gedacht.

Dan duiken plotseling uit het niets een twintigtal Gestapo's van de organisatie op. Een limousine komt tot bij het podium gereden en blijft met draaiende motor staan. De gorilla's vormen een haag, en plotseling is er geen doorkomen meer aan. 'Ik heb all access whatever!' schreeuw ik. 'Persoonlijk bevel van Lou Reed!' Maar de vechtmachines geven geen krimp.

De aanbeden popster verschijnt in het deurgat. Hij draagt een jeansbroek, een gebloemd Hawaïaans hemd en heeft een zonnebril op. 'Lou!', gil ik. 'Lou! You invited me! Ik heb nog zoveel vragen! En je kwam toch bij ons slapen!' Ik spring naar voren, probeer door de ketting te breken, maar word hardhandig door de bodybuilders uit de buurt van de ster geweerd. Een beschamende vertoning, folks. Echt waar. Met het hoofd gebogen en de ogen naar de grond schrijdt Lou Reed naar de limo, en verdwijnt in het donker.

Die nacht heeft mijn Allerliefste al haar toverkunsten nodig om mij over deze 'zoveelste vreselijke teleurstelling & verschrikkelijke vernedering' heen te helpen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234