Het eeuwige optimisme van Richard Hawley: 'Ik heb het gevoel dat we aan de rand van een ravijn staan en elk moment een stap vooruit kunnen zetten'

Weinig muzikanten hebben de voorbije twintig jaar zoveel mooie muziek uit hun brein, hun ziel en hun hart opgedolven als Richard Hawley. Wie hem indertijd live zag met de ruige, slordig spelende Longpigs of bij Pulp, zou nooit vermoed hebben dat hij ooit sfeervolle, ontroerende en meticuleus gearrangeerde songs zou schrijven.

We praten over ‘Further’ in een café in Brussel, maar niet voordat Hawley échte suiker bij zijn koffie heeft gekregen, in plaats van artificiële zoetstof.

Richard Hawley «Mijn vader werkte in de staalindustrie en vertelde me ooit dat ze daar aspartaam gebruikten om machines te reinigen – en dat eten vrouwen dan die niet willen verdikken van ‘ongezonde’ échte suiker! Een Amerikaanse vriend van me vertelde me dat zijn ouders en grootouders cola gebruikten om hardnekkige aanslag in het riool te verwijderen. Cola als industriële ontstopper! En dat goedje slikken wij lustig en onbezorgd in! Men heeft ook een halve eeuw lang beweerd dat asbest volstrekt veilig was… Mijn tante Jean is as we speak aan het sterven aan asbestose. Klootzakken. Vertrouw nooit op de dure eden van iemand die geld aan jou wil verdienen.»

HUMO ‘Lady’s Bridge’ en ook je nieuwe song ‘My Little Treasures’ gaan over je vader en over een ontmoeting met twee stokoude vrienden van hem. Hebben die jou iets verteld waardoor je de man die je slechts veertig jaar hebt mogen kennen in een ander licht zag?

Hawley (kijkt me doordringend aan, en begint dan vijf volle minuten iets op z’n smartphone te zoeken) «Kijk, dit zijn The Black Cats, de skifflegroep van mijn vader, toen hij 15 was, in 1956. Dave, Phil en Stan kenden elkaar sinds hun geboorte in de sloppenwijk Parson Cross. Deze foto werd genomen in het achtertuintje, mijn grootmoeder had liefdevol de groepsnaam geschilderd op een oude theedoos. En dit… Dit zijn The Whirlwinds, hun eerste echte rock-’n-rollband, mijn tante Jean zong backing vocals.

»Maar om op je vraag te antwoorden: die eerste ontmoeting met zijn twee beste vrienden na mijn vaders dood was niet somber, het leek geen rouwverwerking. We hebben hem gevierd. Ze vertelden me anekdotes vol levenslust. It was heavy but beautiful. Zijn vriend Pete opende zijn afgeleefde geldbeugel en daarin zat een foto van hem en mijn vader als kleine kinderen, zittend op de brommer van mijn grootvader. Pete zei zacht: ‘This is my little treasure.’ Het ontroerde me dat iemand zo lang zo trouw kon zijn aan iets puurs uit een vervlogen tijdperk. En ik dacht: dit is een song. Maar het heeft me twaalf jaar gekost om ’m af te werken op een manier die juist voelde.

»Ik was 30 toen mijn vader kanker kreeg. Hij heeft er tien jaar tegen gevochten. (Mijmerend) Ik heb zelf nog de handtekening die mijn vader als puber backstage heeft gevraagd aan Buddy Holly, toen die in de City Hall van Sheffield kwam optreden. Fuckin’ awesome.»

HUMO Bezit je ook nog de gitaar van je vader die ik net op die foto zag?

Hawley «Oh yeah. Die zou ik tegen een inbreker met m’n leven verdedigen. Daar zal mijn zoon ooit op spelen. Al heeft mijn dochter onlangs met nadruk gezegd dat zij ze wil. (Zoekt nog steeds foto’s op zijn smartphone) Hier, dit zijn mijn moeder en mijn vader in 1958.»

HUMO Mooie vrouw. En je vader zag er ook erg cool uit. Ben je zeker dat je hun kind bent?

Hawley «Fuck off! (lacht) Mijn zussen zijn ook aantrekkelijk, en mijn dochter ook. I got the ugly stick.

»(Zwijgt even) Weet je, marketinglui bij de platenfirma hebben ooit proberen uit te zoeken wie de doelgroep was voor mijn soort muziek. Andere artiesten hebben vaak een eng, afgelijnd publiek, ik niet. Dat bevalt me. Mensen die van mijn muziek houden – ik haat het woord ‘fan’ – hebben me bijvoorbeeld al verteld dat ze mijn muziek speelden op de begrafenis van hun moeder of vader. Het is raar als zij in een rouwperiode muziek speelden die ik als levenslustig had bedoeld – misschien wel net daarom?

»Onlangs nog kreeg ik een mooie brief van een vrouw die meldde dat zij was bevallen van een tweeling, thuis, in een zwembadje, terwijl tijdens de moeizame bevalling elf uur lang mijn muziek had gespeeld – ‘The Ocean’ dan ook nog (lacht). Ik heb zelf de geboorte van mijn drie kinderen meegemaakt, dus ik weet dat dat misschien wel het intiemste en persoonlijkste moment van een mensenleven is. En ik ben natuurlijk ontroerd en gevleid dat die vrouw mij daar, zij het indirect, tot toelaat. Maar tegelijk deins ik terug voor dat soort dingen, ik wil die verantwoordelijkheid niet. Stel dat het slecht afloopt met die tweeling… Zoals de onsterfelijke Scotty Moore al zei: ‘Don’t lay your troubles at my door.’»

HUMO Die tweeling, dat worden zeker conservatieven.

Hawley «Denk je? (lacht) God verhoede. Wat een ellende hebben die verderfelijke rechtse smeerlappen ons nu weer opgelepeld.»

HUMO Ik wilde de brexit als gespreksonderwerp vermijden.

Hawley «Ik ook. Maar da’s moeilijk. Het is zo’n contraproductieve ellende die al onze levens zal beïnvloeden en die voortspruit uit het enorme ego van de Britse Conservatieve Partij en uit het misplaatste superioriteitsgevoel van domme nationalisten. ’t Is echt verschrikkelijk. Je weet dat mijn vrouw Helen in de psychiatrie werkt. Ik vroeg haar een tijdje geleden naar een klinische definitie van psychopathie. En ik heb het dan niet over de karikaturale sadist zoals Norman Bates in de film ‘Psycho’, maar over de professionele psychopaten die ons omringen. Volgens mijn vrouw is de voornaamste karaktertrek van een psychopaat een totaal gebrek aan empathie.»

HUMO Dat heeft de psychopaat gemeen met de cocaïnegebruiker.

Hawley «O, absoluut, daar kan ik over meespreken, want ik heb dat smerige goedje helaas ook een tijdje door m’n neus gejaagd. Een cocaïnegebruiker wordt egoïstisch en megalomaan.

»Maar ik had het over politici en machthebbers. Veralgemeningen zijn altijd dom, en er bestaan godzijdank nog steeds idealisten, maar de kortzichtigheid en het gebrek aan mededogen en inlevingsvermogen van veel politici blijft me verbijsteren.»


Alles komt goed

HUMO Op ‘Off My Mind’ horen we het soort verzengende gitaren met roodgloeiende snaren waarvan de riffs dienen om stress uit je hoofd te bannen. Wat zet jij thuis op na drie uur file?

Hawley «Bij stress, irritatie of frustratie is the go to man voor mij nog steeds Little Walter. Altijd. De muziek van die bluesman is puur en levenslustig.»

HUMO Ik moest bij ‘Off My Mind’ even aan The Stooges denken.

Hawley «I’ll take that. Iggy en ik delen een mixer: op tournee wordt mijn zaalgeluid gemixt door Max Bisgrove, die voor Iggy en David Bowie heeft gewerkt. Max is een genie. Dat kun je ook afleiden uit het feit dat Iggy’s sound en de mijne live weinig of niets gemeen hebben, en toch bedient Max beide partijen perfect.»

HUMO Hebben je kinderen al commentaar geleverd op de zin ‘stormbred sons and hurricane daughter’ in ‘Time Is’?

Hawley «Ja. Mijn dochter Rosie zei dat ze gevleid was. Aan de jongste moest ik uitleggen wat ik bedoelde met ‘stormbred’. ‘Wel, zoon, ik bedoel dat mama en ik jou hebben verwekt terwijl er een storm woedde.’ Namelijk tijdens de zoveelste uitgeregende shitty holiday, zodat mama en papa te veel tijd doorbrachten in hun hotelkamertje, en van het één kwam het ander (lacht).

»By the way, wat is er met je haar gebeurd?»

HUMO Ons zoontje heeft er verf in gesmeerd en ik moest alles afscheren.

Hawley «Ha! Mijn zoontje heeft ooit superlijm in mijn haar gesmeerd, toen ik thuis in de leunstoel lag te slapen, net na een slopende tournee. Ik was allang blij dat hij z’n vingers niet aan elkaar had geplakt.»

'Als kind bezat ik bijna alle kenmerken waar pesters op geilen: ik had een hazenlip en een bril, ik was klein en weinig assertief… Maar ik heb me geweerd ''

HUMO Jij hebt ongetwijfeld je encyclopedische muziekkennis op je kinderen overgebracht. Maar noem eens één artiest die jij dankzij hen hebt leren kennen?

Hawley «Dave, de zwarte Britse rapper. Ik ben met mijn zonen naar een optreden van hem gaan kijken, de hele zaal stonk naar Lynx (een goedkoop parfum, red.) en testosteron (lacht).»

HUMO Ben je als kind gepest?

Hawley «Natuurlijk. Als kind had ik geen rood haar, maar voor de rest bezat ik bijna alle kenmerken waar pesters op geilen: ik had een hazenlip en een bril, ik was tenger en eerder klein, ik was niet erg assertief en had een slecht zelfbeeld… Maar ik heb me geweerd. En ik ben hen niet vergeten.»

HUMO Ik zag in de video voor ‘Nothing Like a Friend’ een ingekaderde foto van de ploeg van Sheffield Football Club in 1898 en een muurschildering van jouw hoofd. Waar is dat?

Hawley «Dat moet Fagan’s zijn, mijn stamcafé, een Ierse pub. Fagan’s is vlak bij het gerechtshof, het politiestation, een concertzaal en het ziekenhuis, dus al die heel verschillende types waaien er binnen. Ik word er met rust gelaten.»

HUMO ‘Further’ is zoals bijna al jouw muziek een optimistische plaat. Ben je van nature positief ingesteld of moet je jezelf eraan herinneren dat het belangrijk is om optimistisch te willen zijn?

Hawley «Ondanks mijn sombere smoel ben ik van nature een optimist. Al wordt het moeilijker om dat te blijven. Met de brexit-shit en de gelehesjesnonsens and fuckin’ Trump… Ik wil het niet denken, maar tegenwoordig heb ik vaak het gevoel dat we aan de rand van een ravijn staan en op het punt staan een stap voorwaarts te nemen. It’s a fuckin’ horrendous time and we’re led by fuckin’ dogs, mate. Wat me overeind houdt, is historisch besef: al wat slecht was, werd ooit beter. Het Romeinse Rijk, het imperialisme, het nazisme… Al die gruwels werden uiteindelijk vervangen door democratie en andere imperfecte verbeteringen.»

'Ik heb het gevoel dat we aan de rand van een ravijn staan en elk moment een stap vooruit kunnen zetten'

HUMO Je was de spilfiguur van een avond in de Royal Albert Hall in Londen waar Scott Walker werd geëerd. Je zong onder andere mijn favoriet ‘Montague Terrace in Blue’. Intussen is Scott gestorven...

Hawley «Ik ben blij dat hij die avond nog heeft kunnen meemaken. Hij was er, maar wilde niet dat iemand dat wist. Zijn manager had gevraagd wie hij wilde dat zijn songs zou zingen en hij noemde meteen mijn naam. Toen mijn manager me dat zei, wilde ik het niet geloven, dus belde ik Scott meteen op. Hij had de reputatie een kluizenaar te zijn, maar ik dacht: wat kan mij dat schelen, ik wil het zeker weten. En hij bleek mijn muziek en mijn stem te kunnen smaken. Hij woonde al een halve eeuw in Londen, maar zei heel Amerikaans: ‘You bring it, Rich’ (lacht). Da’s de enige reden dat ik die avond heb gezongen. Want natuurlijk doe ik dat slechter dan hij het deed. Die songs zijn verdomd moeilijk te zingen, man, qua frasering, longinhoud en stemcontrole. Het was een les in nederigheid.»

HUMO Ik heb hem geïnterviewd. Dat verliep goed, maar niet echt joviaal: het eerste halfuur was hij argwanend en schichtig. Een dag later, toen we toevallig in een boekhandel dezelfde biografie van Orson Welles wilden kopen, praatte hij langer informeel met me dan tijdens ons interview.

Hawley «Ik denk echt dat hij aan zijn beroemdheid in de jaren 60 een trauma en een zenuwinzinking heeft overgehouden. En dat één vraag over wat hij toen heeft meegemaakt volstond om al die stress weer op te roepen. Hij was toen even beroemd als The Beatles en The Stones, maar blijkbaar was zijn karakter niet tegen die massahysterie bestand.

»Scott wist wat hij wilde. Als je hem hoort zingen, denk je: wat een zachtaardige gentleman. Maar hij was koppig en had een ijzeren wil, en als iets hem niet beviel, aarzelde hij niet om zijn onvrede duidelijk te uiten. Ik heb een keer met hem in de studio aan iets gewerkt, en toen een muzikant niet exáct deed wat hij wilde, zei hij kil: ‘That’s shit.’ Maar als het hem beviel, kon hij ook kinderlijk enthousiast zijn. (Stil) I miss him. Very Much. Ik was op zijn begrafenis. Dat was heel raar omdat daar een vader, een legende en de belichaming van een generatie werd begraven. Maar het was mooi. Enough. Vraag maar iets anders.»


Gammel geluk

HUMO Ik was in Liverpool waar Jarvis Cocker in het Liverpool Institute of the Arts Paul McCartney interviewde. Jarvis zei toen dat jij wilde weten of McCartney ooit een bijnaam had gehad. Waarom dát, van alles wat je een Beatle zou kunnen vragen?

Hawley «Ach, Jarvis en ik hadden in de pub zitten dollen. Je kunt twee kanten uit: ofwel stel je bloedserieuze vragen en besef je algauw dat je een Beatle na al die tijd niets meer kunt vragen dat hij niet al verteld heeft, ofwel denk je: wat kan ik doen om het gezellig te houden, om hem niet te vervelen? En dan beland je algauw bij onnozele vragen – zeker na de vijfde pint (lacht). Wat ik vroeg, was ook een typische muzikantenvraag. In Pauls jonge jaren was het de traditie dat managers een muzikant zagen als hun bezit, dat ze naar believen konden kneden. Rock-’n-rollmuzikanten werden getooid met vaak stoere artiestennamen zoals Marty Wilde. Of Georgie Fame! Of Joey Tempest! Blijkbaar had het geen haar gescheeld of McCartney was beroemd geworden als ‘Paul Ramon’. En Lennon noemde zichzelf een tijdje Long John – wat een verbastering is van long johns, een onderbroek. Als ik optreed in Amerika, lijkt het soms alsof ik een artiestennaam heb, want daar spreken ze Hawley uit als Holly, zoals Buddy Holly.

'Mijn vader is in een BBC-talentenjacht met zijn eerste bandje tweede geworden na The Beatles. Ik mag er niet aan denken hoe anders het leven had kunnen lopen.'

»Overigens: mijn vader heeft met zijn eerste groepje nog meegedaan aan een wedstrijd waarbij The Beatles wonnen en het groepje van mijn vader tweede was! Dat was in Manchester, tijdens een talentenjacht van de BBC, in 1962 geloof ik. Ik mag er niet aan denken hoe anders het leven had kunnen lopen als dat groepje van mijn vader had gewonnen.»

HUMO Je hebt samengewerkt met Lisa Marie Presley, Nancy Sinatra, Duane Eddy, Paul Weller…

Hawley «Ik werk heel hard en precies, dus als je naar anekdotes over wilde toestanden hengelt, moet ik je teleurstellen. Mijn aanpak in de studio is: stiekem stijf staan van de stress, terwijl ik uitstraal dat ik perfect zen en kalm ben. Want als ik dat als producer ben, dan is de artiest dat ook. Zelf werk ik ook nooit met producers met een groot bakkes en een kamerbrede lichaamstaal.»

HUMO Hoe was het om jezelf te horen in de context van ‘Exit Through the Gift Shop’, de documentaire van Banksy, de koning der straatartiesten? Jouw ‘Tonight the Streets Are Ours’ is natuurlijk een perfecte songtitel voor zo’n docu.

Hawley «Het verbaasde me dat hij me vroeg. Ik heb ook op de opening van zijn Dismaland-tentoonstelling gespeeld. Ik weet nog hoe mijn muzikanten en ik daar na de soundcheck alleen rondliepen… Indrukwekkend.»

HUMO Met ‘Standing at the Sky’s Edge’ is er nu ook een musical waarin jouw songs een prominente plaats bekleden.

Hawley «Toen ze mij daarvoor benaderden, was mijn eerste opmerking: mijn grootouders woonden daar (Sky’s Edge verwijst naar een plek in Sheffield, red.), als jullie fuckers hier een zootje van maken, dan spuwen jullie op hun nagedachtenis – besef dat! Verknoei het en ik trap het af. Bovendien zou ik voor eeuwig gezichtsverlies lijden, want natuurlijk word ík daarop afgerekend, en niet een paar figuren achter de schermen. Maar ik heb ’m nu twee keer gezien, en ik was ontroerd. Na een scène waarin de vrouwen van de mijnwerkers hun mannen bijstaan aan de poort van de mijn, heb ik gehuild. De scène waarin ze ‘There’s a Storm Coming’ zingen, in de aanloop naar de verkiezing van de heks Thatcher, is ook heel sterk. De makers hebben ook niet de meest voor de hand liggende songs gekozen, ook dat beviel me. Deze musical pist op het graf van Thatcher. Ik ben tevreden.»

HUMO Je bent een moderne crooner dus ik heb jouw muziek aangekaart bij Radio Minerva. Met wat geluk wordt je nieuwe plaat vaak gedraaid in het programma van een 90-jarige deejay.

Hawley «Fantastisch! Ik ben dol op stokoude fanaten die de muziek niet kunnen laten. Misschien eindig ik op m’n 97ste ook als excentrieke deejay die de argeloze luisteraar mijn muzikale obsessies door de strot duwt. (Houdt z’n sigaret omhoog) Al is het onwaarschijnlijk dat ik die leeftijd haal.

»Mijn vader gaf me ooit een verjaardagskaartje waar op stond: ‘Je bent nu 30. Dértig? Ik had tien jaar geleden nooit gedacht dat je aanstaande donderdag zou halen!’ Ik heb al heel wat overleefd: marihuana, acid, coke, drank, een val van het podium, problemen met mijn wervelkolom, een verslaving aan pijnstillers… Geluk blijft niet duren.»

‘Further’
van Richard Hawley
is uit bij BMG.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234