'Het gen': de toekomst volgens kankerdokter Siddhartha Mukherjee

‘Het gen’, het nieuwe boek van Siddhartha Mukherjee, is een krachttoer. Met zijn meeslepende verteltrant en oog voor rake anekdotiek gidst de Amerikaanse oncoloog de lezer vlot langs de complexe geschiedenis, het heden en de toekomst van het erfelijkheidsonderzoek.

'Nog twintig jaar en we kunnen een synthetische mens maken'

We ontmoeten Siddhartha Mukherjee in Londen. Terwijl we zijn zeshonderd pagina’s (honderd pagina’s voetnoten niet inbegrepen) verhalende non-fictie op tafel laten ploffen, herinneren we hem aan de dure eed die hij zwoer nadat hij zijn wereldwijde kankerbestseller ‘De keizer aller ziektes’ had voltooid: ‘Nooit neem ik nog de pen op.’

Siddhartha Mukherjee «Ik was ook echt uitgeput. Fysiek, maar ook mentaal. Bovendien dacht ik dat ik nooit nog een verhaal zou kunnen vertellen van dezelfde envergure als dat over kanker. Op een gegeven moment had ik echt het gevoel dat ik mijn schrijverspaspoort had ingeleverd: ‘Oké, dan word ik weer fulltime dokter.’ Maar in de kliniek en het lab viel me meteen op dat we enorme stappen hadden gezet. We begrepen de relatie tussen onze genen en kanker intussen veel beter. Bovendien hadden wetenschappers nieuwe technologieën ontwikkeld waarmee we onze erfelijke informatie kunnen lezen en zelfs herschrijven. Dat zijn echt heel recente doorbraken, van de laatste vijf jaar. Ik had de literatuur natuurlijk gelezen, maar de praktijk drukte me met de neus op de feiten: de wetenschap had niet één, maar twee versnellingen hoger geschakeld. ‘Hier zit een verhaal in,’ dacht ik.»

HUMO U begint te schrijven wanneer iets u verwart. Bij uw kankerboek was dat een vraag van een terminale patiënt: ‘Waartegen vecht ik eigenlijk, dokter?’ Voor dit boek kwam de verwarring nog dichterbij: uw eigen familie.

Mukherjee (knikt) «Er loopt een rode draad van geestesziekten door mijn familiegeschiedenis. Twee van mijn ooms waren bipolair en schizofreen, net als één van mijn neven. Dat wist ik natuurlijk al langer, maar nadat ik met mijn vader naar India was gereisd om mijn neef Moni te bezoeken, ben ik er vaker over beginnen na te denken. Op den duur kon ik het niet meer negeren.»

HUMO De olifant in de kamer: ‘Heb ik het ook?’

Mukherjee «Die twijfel is er altijd geweest. Het is ook fascinerend, want de ziekte lijkt soms verstoppertje te spelen: ze slaat een generatie over en duikt plots op waar je het niet verwacht.»

HUMO Uw verwarring past binnen een breder, filosofisch vraagstuk: ‘Zijn wij het resultaat van onze genen? Of van onze opvoeding en ervaringen?’ Francis Crick, één van de ontdekkers van het DNA, was duidelijk: ‘Elk aspect van het leven is uitgetekend op moleculair niveau.’

Mukherjee (kucht) «Extreem reductionisme: typisch voor de jaren 50 en 60, toen wetenschappers dachten dat mensen robots waren, aangedreven door hun genen. Ik zie genen liever als lenzen, waardoor omgevingsfactoren geprojecteerd worden. Als de lens gekleurd is, zal de projectie van kleur veranderen, welk licht je ook projecteert. Als de lens ondoorzichtig zwart is, komt er géén licht door. We zijn veel gesofisticeerder dan onze genen: ons gedrag en onze fysieke verschijning zijn het resultaat van een complex samenspel van omgevingsfactoren en erfelijk materiaal.»

'Celtherapie is de toekomst van de geneeskunde, niet de pillen.'

HUMO U vindt de hele nature or nurture-discussie irrelevant: het hangt af van waar je het over hebt.

Mukherjee «Bij een menselijk embryo ligt meteen na de bevruchting van de eicel door een zaadcel al vast of die combinatie uitgroeit tot een man of een vrouw: in 99 procent van de gevallen – er zijn enkele uitzonderingen – is dat een genetische beslissing. Eén enkel gen bepaalt of je een A of een B wordt. Maar zal die vrouw of man gezond zijn? Als het embryo bijvoorbeeld het Huntington-gen draagt, weten we zeker dat die mens over dertig of veertig jaar ziek zal worden en minder lang zal leven. Dat is het ene uiteinde. In het midden ligt een gigantische bulk genen die minder krachtige taal spreken: ze geven ‘20 procent kans op kanker’ of ‘12 procent kans op alzheimer’. En verderop ligt een nog groter domein van het menselijk leven waar we niets over kunnen zeggen. Zal hij of zij succesvol worden? Gelukkig? Een zinvol leven leiden? Mensen zijn een compositie van sterke genetische krachten en sterke omgevingsfactoren: soms is het ene belangrijker dan het andere, vaak beïnvloeden ze mekaar.»


Onder de huid

HUMO U, uw ooms en uw neef zijn niet de enige mensen van vlees en bloed in uw boek. U beschrijft met veel zwier enkele opmerkelijke passages in het leven van de pioniers van de genetica. U beschrijft hun hygiëne en kledij, terwijl u ook gewoon verslag had kunnen brengen over hun onderzoeksresultaten.

Mukherjee «Als ik schrijf, hanteer ik twee belangrijke regels. Eén: er moet minstens om de twee hoofdstukken een mens voorbijkomen (lacht). Twee: mijn boek is een aaneenrijging van verhalen die op zich moeten kunnen staan. Ik neem vaak de proef op de som: ik kies een lukrake passage en vraag me af of het zou kunnen werken als kortverhaal. Indien niet, schrap ik en begin ik opnieuw. Er mag geen vulsel tussen zitten, maar er mag ook niets onder de mat geveegd worden. Dit verhaal vraagt veel van de lezer en daarom moet je ook onder de huid van de protagonisten kruipen. Je moet niet alleen voelen wat ze gedaan hebben, maar ook in welke tijd ze dat deden, en op welke plek. Daarom ben ik bijvoorbeeld naar Brno getrokken: ik wilde weten in wat voor stad Gregor Mendel leefde en werkte. Dan pas snap je de draagwijdte van wat die man gedaan heeft.»

HUMO Mendel was een augustijner monnik die in de 19de eeuw baanbrekend onderzoek verrichtte als botanist. Hij identificeerde als eerste de erfelijkheidswetten: welke eigenschappen worden overgedragen? En hoe?

Mukherjee «Mendel kweekte erwten in het tuintje van de abdij waar hij leefde. Ik heb die tuin bezocht: drie keer zo klein als deze kamer. Mendel onderscheidde een zevental kenmerken – de kleur van de bloem en de vorm van de vrucht, bijvoorbeeld. Hij kruiste de verschillende plantjes en noteerde nauwgezet de uitkomst. Daarna paste hij wiskunde toe: hij telde wanneer welke eigenschappen opdoken en wanneer niet.»

HUMO Charles Darwin, de bedenker van de evolutieleer, legde de langetermijneffecten bloot van de mechanismen die Mendel had ontdekt. Ze werkten onafhankelijk van elkaar, maar hun werken zijn keerzijden van dezelfde medaille. Uitgerekend twee geestelijken haalden de heersende christelijke doctrine – God heeft de wereld geschapen – onderuit.

Mukherjee «Zowel Darwin als Mendel komt uit een traditie van geestelijken die ook aan natuuronderzoek deden. Maar ze zaten allebei in de periferie van de kerk: Darwin is nooit echt pastoor geworden en Mendel was een outsider in zijn abdij, waar kleine afwijkingen waren toegestaan. Ze kenden de traditie van de natuurstudie, maar voelden zich niet gebonden door dogma’s. Niet dat ze erop uit waren om heilige huisjes omver te gooien, maar ze konden er niet meer om heen: de bewijzen keken hen recht in de ogen.»

' Wat doe je als je een kind verwacht dat 15 procent kans heeft om autisme te ontwikkelen? En wat als die kans 50 procent wordt? '

HUMO Darwin en Mendel legden de fundamenten, en sindsdien hebben duizenden wetenschappers honderdduizenden stukjes aan de puzzel toegevoegd. We hebben genen ontdekt, de chemische structuur van het DNA ontrafeld en het menselijk genoom in kaart gebracht. In 2001 werd het menselijkgenoomproject HGP met veel bombarie aangekondigd: we zouden voor elke ziekte een gen vinden, en dus voor elke ziekte een remedie. Maar het HGP heeft teleurgesteld: we zitten op een berg informatie die we niet kunnen interpreteren.

Mukherjee «Het HGP is een stap die we móésten zetten. Het is het zakje met moersleutels en schroeven in de doos van een Ikea-kast. Je moet het gereedschap hebben voor je de kast in elkaar kunt steken. Hoe stabiel de kast wordt, is de volgende vraag. Het idee dat het HGP al onze vragen zou beantwoorden, was absurd. Er ontstond een publieke fantasie, dat je op basis van een uitdraai van een genoom de levensloop van kinderen zou kunnen voorspellen. Onzin, natuurlijk. De meeste mensen in het vak waren zich bewust van de beperkingen van het HGP. Dat is een andere cruciale vraag die ik met het boek wil opgooien. Wat zullen onze kinderen doen wanneer ze over een hypergedetailleerde analyse van het genoom van hún kinderen beschikken? Wat doe je als je vrouw zwanger is van een dochter die 15 procent kans heeft om autisme te ontwikkelen? Breek je de zwangerschap af of niet? Want er is 85 procent kans dat er niets gebeurt. Wat doe je als die kans 50 procent wordt? Doe je het dan wel? We zitten op een berg informatie, en die berg zal alleen maar groter worden.»


Frankenstein achterna

HUMO Genetische manipulatie roept veel verzet op. Dat heeft te maken met religie – ‘De mens moet niet morrelen aan Gods schepping’ – maar er is ook het klassieke schrikbeeld van het monster van Frankenstein. Wat als die gemanipuleerde creaturen zich tegen ons keren?

Mukherjee «Het monster van Frankenstein is fictie, maar je hebt geen fictie nodig om te snappen dat het fout kan lopen. Het volstaat om het verleden te kennen: de Holocaust was in se een genetische operatie: zogeheten rasverbetering door selectieve uitroeiing. Bij genetische interventies moet je altijd drie overwegingen maken, daar hamer ik voortdurend op in het boek. Is er sprake van groot lijden? Lijden is relatief in ruimte en tijd: homoseksualiteit werd vroeger ook hier als een groot lijden beschouwd. Vandaag niet meer: het is niet iets wat wij zouden willen genezen. De tweede overweging: zo’n interventie moet efficiënt zijn, zonder te grote neveneffecten. De laatste overweging: een interventie moet gebeuren op vrijwillige basis. Het mag niet de staat zijn die beslist dat kinderen met pakweg huntington geëlimineerd moeten worden.»

HUMO Vorig jaar hebben topwetenschappers op een besloten vergadering aan Harvard nagedacht over de gevolgen van de volgende omwenteling: ze willen een kunstmatig menselijk genoom synthetiseren, van nul af aan. In theorie wordt het zo mogelijk om een mens te maken vanuit het niets.

Mukherjee «We zullen binnen afzienbare tijd een menselijk genoom kunnen maken, we zullen menselijk DNA kunnen synthetiseren. Maar zetten we ook de laatste stap: gaan we die kunstmatige chromosomen ook inbrengen in cellen, die we vervolgens laten vermenigvuldigen tot een embryo? En laten we dat embryo zich ontwikkelen tot een echte mens? Het klinkt vergezocht, maar zo’n beslissing moeten we nu nemen. Ik denk eerlijk gezegd dat we er niet klaar voor zijn. Maar de tussenstappen zijn al gezet: er zijn al bacteriën gemaakt, met een andere genetische code dan die in de natuur. Ze zijn nu bezig met eenvoudige gistorganismen. Daarna kunnen we denken aan complexere organismen: wormen, fruitvliegjes...»

HUMO Kunt u er een timing op plakken: wanneer zullen we een mens kunnen maken?

Mukherjee «Het zal nog minstens twintig jaar duren. In theorie, want ik kan me niet voorstellen dat de overheid het zal toelaten. Het stelt ons voor enorme ethische en morele dilemma’s.»

HUMO In China gebeuren nu al experimenten op embryo’s.

Mukherjee «In China gelden inderdaad andere morele codes dan in de VS. Maar dat geldt evengoed voor Zweden. Overal ter wereld bestaat de interesse om grenzen te verleggen: daarom is het zo belangrijk dat we weten waarover we praten, en wat de geschiedenis ons kan leren.»

' Uitroeiing door de overheid zoals in nazi-Duitsland zal niet meteen opnieuw gebeuren: het zal subtieler zijn '

HUMO Eugenetici stelden zich een betere wereld en een beter mensenras tot doel, via selectieve voortplanting, sterilisatie of – zoals in nazi-Duitsland – uitroeiing. Volslagen onzin, maar recent pleitte een Rotterdamse wethouder voor verplichte anticonceptie voor ‘incompetente ouders’. Versta: verslaafde vrouwen, psychiatrische patiëntes en verstandelijk gehandicapten.

Mukherjee «Ik heb erover gehoord: dat is eugenetica, ja, in de zin dat het past in een droom van een betere samenleving door selectieve voortplanting.

»De komende honderd jaar zal er in het Westen geen overheidsgestuurde uitroeiing plaatsvinden zoals in nazi-Duitsland, maar er zullen wel subtielere initiatieven komen. Zogezegd vanuit het gezond verstand: ‘Iedereen snapt toch dat chronische alcoholici of recidiverende psychiatrische patiënten beter geen kinderen krijgen?’ Dat vroegen mensen zich ook in 1935 af. Dat soort redeneringen zal inhaken op een andere bezorgdheid: geld. In nazi-Duitsland werden affiches afgedrukt met foto’s van zogezegd imbeciele vrouwen, met eronder: ‘5.000 Reichsmark’, of wat die vrouw jaarlijks ‘kost aan de belastingbetaler’. De ondertoon: ‘Dat geld zouden we beter kunnen besteden.’ Dat soort taal is nu weer in de mode.»


Cellen manipuleren

HUMO De genetica heeft ons ook al veel goeds gebracht bij het genezen of voorkomen van ziekten.

Mukherjee (knikt) «De meeste vaccins hebben een genetische grondslag en hebben miljarden mensen behoed voor verschrikkelijke ziektes. Insuline is een genetisch medicijn. Honderden kankermedicijnen zijn dat ook.»

HUMO Celtherapie is een recent, veelbelovend voorbeeld: daarbij neem je bloed af bij kankerpatiënten, je isoleert hun afweercellen, herschrijft het DNA en brengt die gemanipuleerde cellen weer in de bloedbaan, waarna het eigen afweersysteem de tumor bevecht. Die therapie is nu in volle ontwikkeling. Als we die therapie gebruiken om in embryo’s het huntington-gen te hercoderen, is de ziekte uit de wereld te helpen.

Mukherjee «Klopt. In het algemeen denk ik dat cellen en niet pillen de toekomst van de geneeskunde zijn. Celtherapie is een brede term, die slaat op elke genezing waarbij lichaamseigen cellen worden gebruikt: eigenlijk is een bloedtransfusie een vorm van celtherapie. Maar we zullen de genetische apparatuur van onze cellen in de toekomst steeds vaker hercoderen en ze zo aanwenden voor de genezing van ziekten. Onze kennis van genetica zal de behandeling van kankers ook efficiënter maken. We zien nu al dat de ene borsttumor genetisch meer verwant is met bepaalde longtumoren dan met andere borsttumoren. Als je de genetica van tumoren in kaart brengt, kun je ze veel gerichter behandelen, met efficiëntere chemotherapie en minder neveneffecten.»

HUMO U hebt twee dochters: hoe bewust bent u zich van hun genetische aanleg tijdens het opvoeden?

Mukherjee «Ik probeer er niet aan te denken. Ik heb mijn eigen genoom trouwens niet laten ontleden. Ik zou het zelf kunnen doen, mijn lab kan mij morgen de resultaten toesturen. Als ik huntington of borstkanker in de familie zou hebben, zou ik niet twijfelen. Bij die ziekten weten we aan welke genen ze gelinkt zijn. Schizofrenie en bipolaire stoornissen zijn nog niet duidelijk te linken. Maar het is ook niet overdreven ingewikkeld: over tien, vijftien jaar zullen we weten welke genen verantwoordelijk zijn, en welke specifieke combinatie het hoogste risico inhoudt. Maar voorlopig heb ik niets aan mijn genoom: het is informatie die mij niets zou vertellen, een dik boek van duizenden pagina’s dat geen steek houdt.»

Siddhartha Mukherjee, ‘Het gen’, De Bezige Bij

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234