Beeld Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier

BOEK★★★☆☆

‘Het glanzend zwart van mosselen’ van Oek de Jong lijkt wel een autobiografie

De Boekenbon Literatuurprijs (het eraan verbonden bedrag is mooier dan de naam: 50.000 euro) ging recent naar Oek de Jong voor z’n roman ‘Zwarte schuur’. Zijn uitgever heeft daar niet op gewacht om hem, en meteen ook zijn lezers, een ander groot cadeau te bezorgen: een verzameleditie, meer dan zevenhonderd pagina’s dik, van alle essays die De Jong in de afgelopen veertig jaar bij elkaar heeft geschreven. Zijn romans, en dat zijn beroemde romans als ‘Opwaaiende zomerjurken’ en ‘Pier en oceaan’, noemt De Jong zijn grote expedities, deze essays zijn z’n kleine expedities, en ze stralen gemiddeld dezelfde energie uit – de belangrijkste eigenschap van goed proza, zoals De Jong zelf ooit schreef.

‘Essays’ is een woord dat nogal wat mensen op de vlucht jaagt, in dit geval geven ze daar beter niet aan toe. Oek de Jong vat z’n essays immers op als verhalen, waarin hij haast altijd een draadje uit zijn eigen leven vervlecht, zodat ‘Het glanzend zwart van mosselen’ vele trekken krijgt van een autobiografie. Het leven van Oek de Jong speelt zich, behalve aan zijn schrijftafel, grotendeels af in wat hij noemt ‘de grote ruimte waarin alle kunst zich bevindt’, en zijn expedities leiden ons in de meeste gevallen naar de literatuur of schilderkunst. De langste bijdrage, wel honderd pagina’s, is een intelligente verdediging van het romangenre. ‘Wat alleen de roman kan zeggen’, heet dat werkstuk, en het korte antwoord is dat de roman een onvervangbare uitkijkpost op het menselijk leven in zijn geheel is. Maar of het genre ook overeind blijft, daar twijfelt De Jong, nogal ontvankelijk voor cultuurpessimisme, zelf aan. Hij citeert Jonathan Franzen: ‘Voor iedere lezer die vandaag sterft, wordt een kijker geboren.’

In zijn verkenningen van hele schrijversoeuvres springt het stuk over Paul van Ostaijen naar voren. Diens verzamelde gedichten (twee delen) waren de eerste boeken die De Jong kocht. Hij was 16, racete ervoor met de fiets van Zeeland naar Antwerpen. Aan collega’s als zijn vroeg gestorven vriend Frans Kellendonk en niemands vriend W.F. Hermans (‘een man die opzettelijk onaangenaam is’) wijdt hij essentiële teksten, geschreven vanuit ‘een inspirerende oppositie’. Ook op z’n 16de (het was druk in 1968) ontdekte De Jong Jheronimus Bosch, en dat liep uit op zeven jaren studie van de kunstgeschiedenis. Een docerende toon heeft hij er gelukkig niet aan overgehouden, de portretten van zijn favoriete schilders als Rembrandt, Caspar David Friedrich en Francis Bacon zijn bijzonder levendig. Caravaggio krijgt twee essays, want dat was liefde op het eerste gezicht de dag dat De Jong enkele werken van hem aanschouwde in de Romeinse basiliek San Luigi dei Francesi, het startpunt van vele reizen, de schilder en de schilderijen achterna.

De Jong heeft veel gereisd en houdt aan zijn hyperontwikkeld observatievermogen de mooiste teksten over. Capri, Pantellina, Sicilië of Schiermonnikoog: zijn voorkeur voor eilanden is duidelijk. Misschien verdient het aanbeveling deze stukken in de huidige omstandigheden met mondjesmaat te lezen, want ze geven een enorme zin om te gaan reizen. Dan wel op de manier waarop De Jong het doet: een sensuele onderdompeling op een vreemde plek, veel meer een landschapservaring dan een reisverslag.

De recentere, nog niet eerder gebundelde stukken zijn niet de sterkste. De Jong treedt buiten zijn comfortzone als hij zich aan een toekomstvoorspelling waagt, mei ’68 evalueert (‘een luxerevolutie’, wortel van de huidige decadentie) of zich met de iPhone gaat bemoeien. De nieuwsgierigheid die hem drijft, betreft niet het nieuwste maar het beste wat een cultuur overlevert. In het veertigtal stukken dat ‘Het glanzend zwart van mosselen’ telt, herinnert hij er op evenveel manieren aan dat de belangeloze aandacht die je voor een kunstenaar, kunstwerk of landschap opbrengt je heel gelukkig kan maken.

Beeld Atlas Contact

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234