'Het goeie leven': Wim Lybaert oogst eindelijk wat hij zaait

De imposante abdij van Drongen, waar eens jezuïeten tot ontwikkeling kwamen, is nu een bezinningscentrum en een plaats waar je conferenties kunt houden. Achter in het domein van die abdij, waar je geen powerpointpresentaties van managerstuig meer te duchten hebt, bevindt zich de natuurlijke set van ‘Het goeie leven’: een houten huisje, dat als productioneel zenuwcentrum en als schuilhut dienstdoet, biedt uitzicht op het fraaie moestuinencomplex waarin ‘Het goeie leven’ zich op het ritme van de seizoenen voltrekt.

'Kweken en koken: dat is mijn idee van geluk'

Het is een zonnige herfstochtend in oktober, de maand waarin appelen, peren en late pruimen worden geoogst. En niet te vergeten: andijvie, komkommers, bieten, rapen, witlof, koolrabi, kropsla, wortelen, bloemkool en spinazie. Wim Lybaert en ik zitten op de veranda van het houten huisje in de voorvaderlijke warmte van een geurig houtvuur. ‘Nog even,’ zegt hij, ‘en we zullen de kleur oranje in de boomkruinen zien.’ Als versteedste plattelander voel ik een steek van heimwee naar het dromerige uitzicht dat ik als kind op de bosrand had, maar ik hervat me snel: er is geen landweg terug. Ik moet me nu met Wim Lybaert onderhouden, een man van 48 voor wie ‘Het goeie leven’ een biotoop is. Behalve een natuurmens en een bevlogen moestuinier en tv-maker is hij ook medezaakvoerder van het productiebedrijf liefhebbers. Op deze herfstdag in de zomer van zijn leven maakt hij op mijn verzoek eerst even een stand van zaken op.

Wim Lybaert «Ik ben een laatbloeier: pas sinds een jaar of vijf weet ik wat ik wil. Nu, misschien heb ik het altijd al geweten, maar ik ben niet het type dat koste wat het kost zijn zin wil doorvoeren. Ik weet dat ik goed ben in een dienende rol. Ik heb jarenlang als monteur gewerkt, een vak waarin je het werk van televisiemakers naar schatting zo’n 15 percent kunt verbeteren.»

HUMO Je bent te bescheiden: de montage is het hartritme van film en televisie.

Lybaert «Ik ben blij dat je dat zegt. Maar goed, in alles wat ik nu doe, ben ik redelijk fanatiek. Mocht ik tien jaar geleden de kans hebben gekregen om een programma als ‘Het goeie leven’ te maken, dan had ik er ongetwijfeld niets van terechtgebracht.»

HUMO Waaraan merk je dat je fanatiek met je werk bezig bent?

Lybaert «Zie je die lelijke plastic waterhouders daar? We moeten die hebben om op een hygiënische manier drinkwater te bewaren, maar dat neemt niet weg dat ze me elke dag weer ergeren. Ik wil hier alleen maar natuurlijke materialen, en wat dat betreft let ik fanatiek op de details.»

HUMO Monteurs staan niet in de publieke belangstelling. Jij nu wel. Heb je de smaak al te pakken?

Lybaert «Ik vind het tof dat ik iets kan maken waar veel mensen plezier aan beleven, dat ik mensen kan inspireren en uit hun huis lokken. Fijn ook dat ik ze ervan kan overtuigen hoe lekker en gezond je kunt koken met groente van eigen kweek. Als mensen mij daarover aanspreken, als ze me tips vragen, voel ik veel voldoening. Maar het feit dat ik op de televisie kom, heeft op zich niets met die voldoening te maken. Daar komt ook bij dat ik nog altijd als een monteur denk. Zie ik ‘Topdokters’, ‘De rechtbank’ of ‘Kroost’, dan denk ik altijd eerst: ‘Dat had ik graag gemonteerd.’

'Ik heb geen traan gelaten bij de geboorte van mijn drie kinderen, maar toen ik wegging bij Woestijnvis, kon ik me niet inhouden'

»Als programmamaker en baas van liefhebbers sta ik nu aan de andere kant, waardoor ik gedachten heb als: ‘Een uitstekend idee, maar een hel voor de productie en de montage.’ Ik bouw dus restricties in, wat heel slecht is. Dat ik nog altijd kijk als een monteur, zal na twintig jaar wel niet verwonderlijk zijn. Ik denk nog vaak met heimwee terug aan de donkere montagecellen bij Woestijnvis. Het was plezant om met kleppers als Erik Van Looy en Luc Haekens, één van de beste documentairemakers van het land, samen te werken.»

HUMO Je hebt zeventien jaar voor Woestijnvis gewerkt. Wat heb je er in de loop van die jaren zoal zien veranderen?

Lybaert «De broodheer. Toen dat nog de VRT was, werden wij, de makers, zeer goed afgeschermd voor de zakelijke beslommeringen. Die mochten we aan Wouter Vandenhaute en Erik Watté overlaten, allebei taaie onderhandelaars. We konden onze zin doen. We mochten in het wilde weg programma’s bedenken, en bovendien kregen we de vrijheid om zes maanden lang een idee uit te proberen. Als je na die zes maanden geen bevredigend resultaat had, kreeg je meestal nog eens zes maanden. Wouter en Erik wisten als geen ander dat echte ontwikkeling haar prijs heeft. Mensen die het hebben meegemaakt, zijn het erover eens: die tijd komt nooit meer terug.»

HUMO Hoeveel tijd, creatieve vrijheid en probeersels gun je je medewerkers bij liefhebbers?

Lybaert «Veel, maar nu voel ik wel dat ik centen moet beheren. Nu weet ik precies hoeveel vijftien dagen montage kosten. Bij Woestijnvis heb ik nooit te horen gekregen: ‘Weet jij wel hoeveel dit allemaal kost?’ Wat achteraf bekeken bijna onwerkelijk is. Nu, toen Woestijnvis met VIER in zee ging, werd de druk wel opgevoerd. Toen kreeg ik voor het eerst te horen hoeveel montagedagen ik precies kreeg. Je hoorde altijd dat het grootste talent bij Woestijnvis zat, maar er zaten ook grote talenten bij andere productiehuizen. Alleen kon je je talent bij Woestijnvis, ver van de zakelijke buitenwereld, zo vrij mogelijk ontwikkelen.»

HUMO ’t Klinkt bijna utopisch.

Lybaert «En toch heb ik het nooit zo ervaren, want Woestijnvis is zeker vijftien jaar lang een realiteit geweest.»

HUMO Heb je makkelijk afscheid kunnen nemen van Woestijnvis?

Lybaert «Neen. Ik heb geen traan gelaten bij de geboorte van mijn drie kinderen, maar toen ik met Wouter Vandenhaute in restaurant Couvert Couvert in Leuven zat en zei dat ik zou weggaan, heb ik me niet kunnen inhouden.»

HUMO Waarom ben je weggegaan?

Lybaert «Ik weet het nog altijd niet precies, maar ik herinner me wel een gevoel: een verlangen om uit te vliegen. Ik dacht rond die tijd ook: ‘Ik ben gegroeid, en het lijkt wel alsof ik nu een volwassen tv-maker ben.’ En het duurde niet lang meer of ik wilde een eigen productiehuis, wat een moeilijke onderneming is. De budgetten van de zenders zijn kleiner dan vroeger, en langlopende contracten zitten er ook niet meer in.»

HUMO Waar moet het vooral om draaien bij het productiehuis liefhebbers?

Lybaert «Het mag naïef klinken, maar de ideale ‘liefhebber’ heeft drie eigenschappen: karakter, een goed karakter en talent. In die volgorde. Van talent dat niet aan die eerste twee eigenschappen voldoet, zijn we bij liefhebbers niet gediend. Talent is een veel te duur woord, en bovendien geloof ik er niet erg in. Keiharde werkers van wie ik eerst dacht: ‘Die moet nog heel veel leren,’ heb ik altijd spectaculair zien groeien. Op een dag krijg je over zo iemand te horen dat hij heel veel talent heeft. Dan zeg ik: ‘Hij heeft wel twee jaar lang, zes dagen per week, en bijna twaalf uur per dag, in een montagecel zitten wroeten.’ Dat wroeten zit in alles wat we met liefhebbers gedaan hebben en nog willen doen. Geen pasklare formules of formats, maar programma’s waar we onszelf en ons ei in kwijt kunnen.»


Fazant met kerst

HUMO Laten we het nu over het leven hebben zoals het zich in ‘Het goeie leven’ aan ons voordoet. Als je het hardop over de moestuin hebt, gebruik je niet zelden erotische termen: je hebt het over ‘verliefdheid’, ‘flirten’…

Lybaert «Het draait allemaal om de oerkracht goesting, om lust. Ginder liggen wel honderd pompoenen. Als ik erlangs loop, kan ik het nooit nalaten zo’n pompoen vast te pakken en te strelen. Ik zeg nu ook weer niet dat ik erotische ervaringen heb met pompoenen, maar het is wel een sexy groente. De oerkracht die in je opstijgt als je in een moestuin werkt, komt uit dezelfde bron als de oerkracht die je voelt als je met een partner naar bed gaat. Je geeft je over aan je instinct en je bent weg van de wereld.

»Weet je wat ik ook sexy vind? Vrouwen die aan het koken zijn. En de met bloem bestoven armen van een bakkersvrouw. Zó sensueel.»

HUMO Wanneer begon je een hang naar moestuinen te vertonen?

Lybaert «Laten we het liever een hang naar de natuur noemen. Toen ik een jaar of 7 was, verhuisden we van Brugge naar het platteland. Toen ik 10 was, begon mijn vader met een moestuin, en in tegenstelling tot mijn broer was ik meteen verkocht. Ik was een sul die ook een gigantisch groot aquarium met amazonevissen had. Op een keer moest ik samen met mijn nichtje op taalkamp nabij Parijs. Op de bus heb ik van Brugge tot onze bestemming over dat aquarium gepraat. En rond mijn 14de was ik ook nog eens een verwoed vogelaar. Ik stond toen geregeld om vier uur ’s ochtends op om ergens in een bos een bepaald vogeltje te zien of te horen. Hip kon je mijn liefhebberijen niet noemen.

'Ik zeg niet dat ik erotische ervaringen heb met pompoenen, maar het is wel een sexy groente'

»Toen ik bij Woestijnvis begon te werken, wist ik: ‘Hier moet ik het niet over de mooie pompoenen in mijn moestuin hebben.’ Ik schaamde me ervoor, maar toch voelde ik de aandrang om erover te spreken. Gaandeweg begon ik ook groente bij de receptie van Woestijnvis te zetten: eigen kweek levert altijd overschotten op, hè.»

HUMO Uit het boek dat bij ‘Het goeie leven’ hoort, maak ik op dat je kunt terugblikken op een gelukkige jeugd in de natuur.

Lybaert «Had ik dat toen beseft, dan had ik er ook veel meer van genoten. Ik ben opgegroeid in en mét de natuur. En hier in Drongen besef ik weer wat ik al die jaren heb gemist. Ik heb jaren in een montagecel gezeten, een donker hok. In de wintermaanden zag ik nooit daglicht: ik vertrok ’s ochtends in het donker uit Brugge, dook in Vilvoorde mijn donkere montagecel in, en toen ik klaar was met werken was het buiten alweer donker. Hier ben ik me weer bewust van de tijd, ook van de tijd in een groter verband: de zonnebloemen die nu aan het vergaan zijn, heb ik zelf in de grond gestopt. De varkens heb ik zien groeien.»

HUMO Eén van je adviezen uit ‘Het goeie leven’ is: ‘Als je er de ruimte voor hebt, houd dan een varken.’

Lybaert «Nu ja, in de eerste plaats moet je er één wíllen houden, want die beesten hebben een vast ritme, een vaste dagcyclus, waar je je aan moet houden.»

HUMO Je vindt dat je varkens niet als huisdieren moet zien. Je moet ze vooral geen naam geven, schrijf je, geen individuen van ze maken. Maar je zegt ook dat varkens dieren met een persoonlijkheid zijn, met een eigen karakter. Om dat te kunnen vaststellen, moet je er toch een soort band mee hebben?

Lybaert «Ik geef toe dat ik daarmee worstel. Eén van onze drie varkens is geslacht, en de twee andere zien me sindsdien niet meer staan. Vroeger hoefden ze het hek maar te horen piepen, of ze kwamen al knorrend op me afgelopen. Ik knuffelde hen niet, ik speelde niet met hen, maar ik aaide weleens over hun kop. Sedert de dood van dat ene varken zijn die twee andere volgens mij in een depressie beland, of hoe je zo’n toestand bij dieren ook moet noemen. Hun levenslust lijkt afgenomen. Ze staan altijd bij de afrastering, alsof ze op de terugkeer van dat dode varken staan te wachten. Ik sluit niet uit dat ik over enkele jaren een overtuigd vegetariër zal zijn, misschien zelfs een veganist.»

HUMO Het heeft er alle schijn van dat vleeseters weldra evenveel tegenstand en afwijzing zullen ondervinden als rokers.

Lybaert «O ja. Ooit zullen we op het eten van vlees terugkijken zoals we nu op de slavernij terugkijken: met schaamte.»

HUMO Welke dieren kun jij doodmaken?

Lybaert «Kippen en konijnen. Kijk, mensen die speciale kippenrassen kweken, zullen altijd wel volhouden dat kippen intelligent en aanhankelijk zijn. Ik vind dat tot nog toe niet. Maar de kans bestaat dat ik kippen ook intelligent ga vinden, mocht ik me er intens mee bezighouden.»

'Wim Lybaert: 'Hoe je het ook draait of keert, het slachten van beesten is barbaars, zowel verdoofd als onverdoofd.'

HUMO Ik heb nog nooit een dier gedood. Als je dat één keer doet, overschrijd je dan een grens waardoor het doden van nog meer dieren makkelijker wordt?

Lybaert «Neen, zo gaat het in mijn geval niet. Je moet er vooral voor zorgen dat zo’n dier een goed leven heeft gehad vooraleer je het slacht. Verdoofd slachten is hooguit een schaamlapje. Een industrieel gekweekt dier ziet tijdens zijn leven oneindig veel meer af dan dat het lijdt in die vijf seconden van de met kennis van zaken uitgevoerde slacht zelf.

»Als student fotografie wilde ik een reportage maken over het leven en de dood in een slachthuis. Ik ben er twee weken gaan werken, waarna ik twee maanden geen vlees meer heb gegeten, niet wegens de slacht zelf, maar wegens de doodsangst die ik in de ogen van die runderen had gezien. Ze wéten dat ze hun einde tegemoet gaan. Hoe je het ook draait of keert, het slachten van beesten is barbaars, zowel verdoofd als onverdoofd. Maar ik ben geen heilige: ik lust nog altijd een stukje vlees.»

HUMO Je hebt een jachtdiploma.

Lybaert «Een staatsexamen: ik heb veel moeite gedaan om dat diploma te halen. Maar ik heb nog nooit op wild geschoten.»

HUMO Ben je dat dan niet van plan?

Lybaert «Ik ben niet tegen de jacht, want die is noodzakelijk.»

HUMO Dat zal de jagerslobby graag horen.

Lybaert «Voor ‘Het goeie leven’ waren we van plan om in Wallonië te gaan filmen, omdat het jachtseizoen daar twee weken eerder begint. Uiteindelijk hebben we dat niet gedaan omdat ik zag dat de jacht er niet was zoals ze hoort te zijn: wild moet echt wild zijn, en geen gefokt en vervolgens uitgezet wild. Schieten op uitgezet wild is als schieten in een schiettent: het heeft niks met jacht te maken. Olifanten doodschieten ook niet, tenzij er ergens te veel olifanten zouden zijn – een teveel dat het evenwicht in de natuur verstoort. Jagen is ook niet: drie maanden aan een stuk naar hartenlust dieren doodschieten. Om te beginnen moet je al negen maanden lang investeren in een jachtgebied. Dat komt neer op wildakkers inzaaien: met de bloemen die je zaait, trek je insecten aan, en die trekken dan weer kleine vogeltjes aan. Na die kleine vogels volgen de grote vogels, zoals patrijzen en fazanten. Je maakt eigenlijk een biotoop voor wild.»

HUMO Waarom wilde je dat jachtdiploma halen?

Lybaert «Omdat ik meer dan genoeg had van mensen die afgaven op de jacht terwijl ze met de kerst allemaal fazant op het menu hadden staan.»

HUMO Heb je enig idee waarom de ene mens makkelijker een dier kan doden dan de andere? Een jager schiet toch maar mooi het leven uit een complex organisme dat pijn kan lijden.

Lybaert «En daar moet een jager zich heel goed van bewust zijn.»

HUMO Als hij er zich heel goed van bewust is, heeft hij dan nog wel zin in de jacht?

Lybaert «Kijk, een jachtpartij wordt traditioneel afgesloten met het tableau: een ritueel moment waarbij de buit wordt uitgestald. Aan de jagers en drijvers wordt gevraagd om stil te staan bij het feit dat er dieren zijn gedood. Als je daar niet meer bij stilstaat, dan ben je geen mens meer. De slachter die ons varken heeft geslacht, zei me: ‘Uit respect voor het dier dat je hebt geslacht, moet je er alles van opeten, en dus niets weggooien.’ Dat vind ik een goede ingesteldheid. Maar wat ik ook over dit onderwerp zeg, het zal altijd wel een beetje wringen: ik ben er zelf niet mee in het reine.»

'Wim Lybaert: 'Weet je wat ik ook sexy vind? Vrouwen die aan het koken zijn.'

HUMO Zijn er jagers die gewoon graag doden?

Lybaert «Ik ken veel jagers die het jagen zelf hebben opgegeven, en alleen nog als drijver meegaan met een jachtgezelschap, puur omdat ze van de ene dag op de andere een soort gewetensprobleem hadden met het doden van dieren. Ik ken ook jagers die ermee gestopt zijn omdat hun vrouw is overleden, of omdat ze een ernstig ziek kind hebben. Als de dood concreet wordt in hun leven, houden ze de jacht voor bekeken. ’t Is te zeggen: ze willen niet meer schieten.»


Wat is kunst

HUMO Daarnet heb je het al even aangeraakt: je bent fotograaf van opleiding. Betekent dat nog iets voor jou?

Lybaert «Hoewel ik er ben afgestudeerd, heb ik me nooit op mijn plaats gevoeld in de kunstacademie. Ik was nergens ongelukkiger dan daar. Op de eerste dag van het eerste jaar hield de directeur een toespraak: ‘Hier zijn is een excuus om vier jaar niet te werken. Hier ontplooi je je als kunstfotograaf.’ Het scheelde niet veel of ik had toen geroepen: ‘Maar ik wíl werken!’ Ik wilde namelijk een vak leren. Het artistieke sfeertje van de kunstacademie stond mij tegen. Ik houd van ambachtelijkheid, niet van artistieke praatjes.

»Ik maak nog altijd veel foto’s, maar goed ben ik er niet in. Negen op de tien foto’s moet ik aan de computer opnieuw kadreren. Aangezien ik het vak goed begrijp, weet ik dat goede fotografen achteraf hun kadrering niet moeten corrigeren. Ach, kunst… Ooit heb ik een filmpje gemonteerd dat mensen warm moest maken voor een benefiet ten voordele van de slachtoffers van een aardbeving in Bam, in Iran. Bart De Pauw zag dat filmpje in de montagecel en hij kreeg er meteen tranen van in de ogen: ‘Dit is kunst,’ zei hij, terwijl ik me tijdens de montage geen seconde van ‘kunst’ bewust was geweest. Ik had geen artistieke bedoelingen. Ik wilde de kijkers raken, dat wel, terwijl ik toch bang ben voor gratuite emotionaliteit.»

HUMO Zelf ben je wel een erg ontroerbare man, hè? Laatst schoot je vol toen je over een gerecht sprak dat de deelnemers aan ‘Het goeie leven’ hadden klaargemaakt.

Lybaert «Ik weet niet hoe dat komt. Tom Lenaerts zegt dat hij de geboorte van zijn drie kinderen bijna niet heeft meegemaakt, omdat hij in de kraamkamer zo aan het snotteren was dat hij nauwelijks nog kon zien wat er aan het gebeuren was. Mijn hoofd stond niet naar ontroering toen ik mijn drie kinderen geboren zag worden: ik was meer verward, zelfs geschokt misschien – er komt wel een levend wezen uit je mooie en lieve vrouw, hè? Ik kan ineens tot tranen toe ontroerd zijn door een perenboom die ik heb geplant, of door een gerecht dat mensen mij voorzetten. Ik kan me ontzettend vereerd voelen bij de gedachte dat die mensen voor mij heerlijke groente hebben gekweekt, die ze ook nog eens heerlijk hebben klaargemaakt.

»’t Heeft met dankbaarheid te maken, en met het acute besef dat er zoveel schoonheid in de wereld is. En ook wel met het besef van vergankelijkheid. Toen ik mijn moestuin aan het aanleggen was, heb ik eerst een appel- en een perenboom geplant. Terwijl ik dat aan het doen was, met de cameraploeg van ‘Plan B’ erbij, bedacht ik dat een perenboom gemiddeld een jaar of zestig wordt. De volgende gedachte was: die boom zal me overleven, en meteen kreeg ik een brok in de keel. Maar misschien heeft mijn ontroerbaarheid ook met vermoeidheid te maken. Het besef dat je ooit over een tv-programma hebt zitten fantaseren dat nu werkelijkheid is geworden, is ook een bron van ontroering.»


BIngekijken

HUMO Ik denk dat ‘Het goeie leven’ ook zonder het competitie-element overeind zou blijven.

Lybaert «Ja, maar dan op Canvas. En ik richt me toch liever op een ruimer publiek. Ik heb wel gemerkt dat de deelnemers aan ‘Het goeie leven’ in het begin de competitie veel te serieus opvatten. Zodra je een spelletje speelt, vergeten veel mensen dat het om spelen gaat. Daar hebben we de deelnemers op moeten wijzen. Noch mijn vennoot Laurens Verbeke, die negen jaar eindredacteur van ‘Man bijt hond’ is geweest, noch ik kunnen verbergen dat we een humaninterestachtergrond hebben. En dat we dus verhalen-van-de-mensen willen vertellen, liefst en passant, onnadrukkelijk, ook in ‘Het goeie leven’. Het competitie-element zie ik hooguit als een kapstok.»

HUMO Dit moestuincomplex kun je zien als een Vlaamse enclave in de multiculturele werkelijkheid, vind ik. In één van de afleveringen definieerde je de Vlamingen als volgt: ‘Ze kweken en eten en drinken graag.’

Lybaert «En ze werken graag. Ja, ‘Het goeie leven’ heeft iets oer-Vlaams. Een jaar of tien geleden heb ik met Martin Heylen twee maanden lang door China gereisd. Je hangt er altijd van een tolk af, maar na een week of twee trok ik weleens in mijn eentje een miljoenenstad in. Communicatie was zo goed als onmogelijk, haast niemand sprak Engels, en op een gegeven moment ben ik plat West-Vlaams met de Chinezen beginnen te spreken. En zij antwoordden in het Chinees. Zo heb ik hele conversaties gevoerd. We begrepen elkaar op een puur existentieel niveau: als mens. Ook Chinezen zijn keiharde werkers, en ze eten en drinken al even graag als Vlamingen. Hetzelfde kun je over Russen zeggen – ik heb ook ‘Terug naar Siberië’ gemonteerd. Wat ik over de volksaard van de Vlamingen beweer, is dus compleet inwisselbaar. »

HUMO Wat gaat er, als je klaar bent met ‘Het goeie leven’, met dit mooie tuinencomplex gebeuren?

Lybaert « Ik hoop dat dit een vervolg krijgt, en dat hoeft niet noodzakelijk een tweede serie van ‘Het goeie leven’ te zijn. We hebben hier iets hersteld dat altijd gangbaar is geweest in kloosters en abdijen: de zelfvoorziening. Maar helaas zijn hier geen paters meer om die moestuinen te onderhouden. ’t Is heel veel werk: je moet minstens wekelijks iets in je moestuin doen, en in het voorjaar eist hij je elke dag op. Ik probeer mijn leven zo te organiseren dat ik hier volgend jaar zelf een paar percelen zal kunnen onderhouden. En ik heb er ook al enkele mensen uit de buurt warm voor gemaakt. Dit alles valt 100 percent samen met mijn idee van geluk. Kweken en koken. Liefst met mensen om me heen, maar – ik zeg het met nadruk – niet te veel.»

HUMO Ik ken jou niet, maar intuïtief denk ik dat jij erg sociaal bent, een mensenvriend.

Lybaert «Wel, ik kan geweldig van alleen-zijn genieten. ’s Ochtends zit ik hier vaak alleen, en ik heb dan absoluut geen behoefte aan gezelschap. Ik kijk wat rond, doe hier en daar een klus, maak het kippenhok schoon, en intussen ben ik ook mijn hoofd aan het leegmaken. Als ik daarna even ga zitten, krijg ik meestal veel goede ideeën, meer dan tijdens het brainstormen waar ik zo’n hartgrondige hekel aan heb. Bij Woestijnvis heb ik weleens twee maanden aan een stuk gebrainstormd, moet je weten. Ik ga graag met mensen om, maar aan het eind van een opnamedag ben ik altijd heel blij dat iedereen naar huis gaat.»

HUMO Als schooljongen was je toekomstdroom ‘professioneel luieren’, las ik in het boek dat bij ‘Het goeie leven’ hoort. Wat is er van die mooie ambitie geworden?

Lybaert «Ik ben de slechtste luierik die er is. De laatste aflevering van ‘Het goeie leven’ wordt op 23 november uitgezonden. In de gezinsagenda staat: ‘Papa thuis tot 8 januari’. Zoals elk jaar ben ik van plan zes weken vrijaf te nemen, maar het luieren, dat ik me altijd weer voorneem, mislukt altijd. In een fauteuil zitten bingekijken? Vergeet het maar. Voor ik het weet begin ik bomen te snoeien, en van het ene komt dan weer het andere. Aangezien ik al aan een programma voor volgend jaar aan het denken ben, is de kans groot dat ik in die zes weken urenlang achter de computer zit of mensen begin op te bellen die iets voor mijn programma kunnen betekenen. Vervelend als je zo in elkaar zit.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234