Het groeimodel van Jamie Lidell: 'Het is hard als je eigen moeder je slecht vindt'

Op zijn zesde plaat ‘Building a Beginning’ keert Jamie Lidell terug naar z’n soulroots, weg van de elektronische uitstapjes. ‘Ik ben 42: als ik me nog altijd zou bezighouden met cool zijn, zat ik pas met een probleem.’

'Je pakt wat je pakken kunt: zo verdien je vandaag geld in de muziekbusiness'

We spreken Jamie Lidell op Pukkelpop, waar hij nog een tweede familie voorstelt: The Royal Pharaohs, een flinke en behoorlijk zwarte bende, samengesteld met muzikanten uit Nashville en New York.

Jamie Lidell «Ik speel tegenwoordig met muzikanten die zijn opgegroeid in de kerk, kun je dat geloven? Het zorgt voor een bijzondere muzikale kracht. Dat soort scholing vind je in Europa gewoon niet.»

HUMO Ben je jaloers?

Lidell «Misschien toch wel een beetje. Mensen vragen me weleens: ‘Zeg Jamie, hoe komt dat toch dat jij zo’n soul boy bent, terwijl je uit Engeland komt?’ Dan antwoord ik altijd dat ik in een piepklein plaatsje opgroeide, en dat mijn moeder vooral klassieke muziek draaide. Er was geen internet en ik had geen kerk. Waar moest ik mijn muziek halen? Radio en platen. That’s it, dat was mijn opvoeding – zo heb ik geleerd wat ik goed vond, en zo heb ik ook leren spelen. En het was inderdaad raar dat ik alsmaar meer ging aanleunen bij soul en r&b en zwarte klanken, want er was niemand om me iets te vertellen. Als ik nu werk met mensen die zijn opgegroeid in de kerk en dus op een directe manier verbonden zijn met de fundamenten van het geluid waar ik op jonge leeftijd naartoe werd gezogen: dat voelt heel goed.

»(mijmert) D’Angelo: dat is ook de kerk, hè? Het is geen toeval dat hij zo’n geboren performer is: kinderen leren daar al heel jong een echte show opvoeren. Nauwelijks 8 of 9 jaar en ze staan al op een podium, voor de hele parochie.»

HUMO Bobby Womack zaliger vertelde eens dat hij als jongen een gospelwedstrijd had verloren van David Ruffin, de latere zanger van The Temptations. Hij zei over Ruffins winnende performance: ‘Hij gleed zo makkelijk, deed z’n splits en turns alsof er vaseline op zijn schoenzolen was gesmeerd. En intussen miste hij geen noot!’

Lidell «Daar gaat het dus om: de kerk is een erg competitieve omgeving. Je wordt er van jongs af ingeprent: ‘Als je iets wil betekenen in de muziek, moet je je uiterste best doen.’ Muziek is iets wat in je bloed zit, het is een aangeboren gave, maar ik ben wel jaloers op de vroege stimulatie van die gave.

»David Ruffin is sowieso één van de grootste zangers aller tijden. Hij had alles. Gek hoe weinig mensen beseffen hoe goed hij wel was – ook solo. Ik verdenk Berry Gordy ervan dat hij iedere zanger op Motown naar Ruffin probeerde te modelleren tijdens diens hoogdagen (David Ruffin zou uiteindelijk uit The Temptations gezet worden, onder andere vanwege zijn cocaïneverslaving, red.). Zelfs Marvin Gaye werd in die richting geduwd. Marvin moest big soul zingen, terwijl dat eigenlijk niet bij hem paste, ook al deed hij het goed. Womack was meer zoals Ruffin, hè: andere klankkleur, maar ook die enorme power. Man, wat een tijd was dat toch (lacht).»

HUMO Heb je voor de rest iets met religie?

Lidell «Niet met georganiseerde religie. Ik ben een tijd boeddhist geweest, of beter: ik wou boeddhist zijn. Ik wou een monnik zijn, ben op mijn 20ste zelfs naar Ladakh getrokken, in het noorden van India, om er een tijd in een klooster te gaan zitten. Ik hield van de no god approach van het boeddhisme. Maar het bleek evengoed een organisatie (zucht). Ik was naïef, het is twintig jaar geleden. Maar de essentie heeft me nooit verlaten. Voor we het podium opgaan, ga ik met mijn muzikanten in een kring staan en doen we een soort gebed. Iedereen in de groep houdt van dat ritueel. Mijn ouders waren allebei atheïsten, en dat was toch een donkere wereld. Het is vrij hard om niets te hebben.»

HUMO Lindsey Rome, je echtgenote en de moeder van je zoontje Julian, schreef het merendeel van de teksten op ‘Building a Beginning’. Nogal wat van de songs gaan over gezinsgeluk. Dacht je nooit: ‘Misschien wordt het nu een tikkeltje té melig’?

Lidell «Als je echt voelt wat je zingt, kan niemand je iets verwijten. Ik ben blij dat ik die dingen gemeend kán zingen. En het zal wel niet cool zijn, maar ik ben 42: als ik me nog altijd zou bezighouden met cool zijn, zat ik met een probleem.

»Mijn vrouw is een Amerikaanse, maar ze heeft zich in Amerika altijd een buitenbeentje gevoeld. Net zoals ik me altijd een buitenbeentje voelde in Engeland. We hebben geluk gehad dat we elkaar zijn tegengekomen.»

HUMO Wat vindt je eigen moeder eigenlijk van je muziek?

Lidell «Ze is eerlijk wanneer ze iets niet goed vindt, en ze vindt behoorlijk veel enorm slecht. Het is nogal hard als je moeder zegt: ‘Actually, no, it’s disgusting that one.’ (lacht)»

HUMO Je profileerde je de voorbije jaren ook als coauteur, onder andere op ‘Blood’ van Lianne La Havas. Voor anderen schrijven: komt dat er gewoon van als je in een muziekstad als Nashville woont, of is het financiële planning?

Lidell «Ik heb de voorbije jaren naast Lianne ook in de studio gezeten met Janelle Monáe, A-Trak en Big Data, en een massa andere co-writes gedaan. Het is door al die co-writes dat ik tegenwoordig veel meer let op wat een song écht goed maakt: ze hebben me een fris perspectief geboden op mijn eigen platen.

»Maar ik hou eigenlijk al sinds het prille begin van samenwerken, ik heb zelfs het gevoel dat ik mijn beste werk lever met andere mensen erbij. Een voorbeeld: op de nieuwe plaat doet ook mijn ouwe kompaan Mocky mee, met wie ik destijds ‘Multiply’ en ‘Another Day’ gemaakt heb, twee van mijn meest succesvole songs.»

HUMO Nu weet ik nog steeds niets over de financiële voordelen van songs schrijven voor anderen.

Lidell «Het is belangrijk om geld te verdienen, en het is heel moeilijk om geld te verdienen in de muziekbusiness van vandaag. Nu platen niet meer verkopen, heeft iedereen de mond vol van liveoptredens, maar ik geef je op een briefje: als je zoals ik met een negen man sterke band tourt, is het moeilijk om winst te maken. Ik heb dan nog geluk: ik heb al een naam voor mezelf gemaakt. Maar iedere keer dat ik met jongere artiesten werk, heb ik met ze te doen.

»Streams dan. ‘We All Fall Down’, het nummer dat ik met A-Trak heb opgenomen, is ongeveer tien miljoen keer gestreamd. Mijn inkomsten daarvan, want ik heb recht op de helft van de publishing van die song, bedragen hoogstens een paar duizend dollar, net genoeg om twee maanden huur te betalen. Voor tien miljoen streams, hè! En dat is dan nog mijn grootste succes, want ik heb nooit een song gehad die zo vaak gestreamd werd. Tegenwoordig is het dus zo: je pakt wat je pakken kunt.

»Tegelijk zijn die co-writes financieel riskant: je kunt honderd songs schrijven, maar je hebt geen enkele garantie dat ze gebruikt zullen worden. Dat begon me na een tijdje flink te frustreren. Dan vond ik een nummer perfect voor een bepaalde artiest, waarop de platenfirma het resoluut afwees. Op een gegeven moment dacht ik: ‘Dit wordt vervelend, het is tijd om zélf weer een plaat te maken.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234