null Beeld

Het grote afscheidsinterview van Mart Smeets

Mart Smeets, de man die verbale arabesken tot kunst verhief, gaat met pensioen. Zijn hart heeft te veel gezien.

Of hij het nog één keer wil doen, met dat onvergelijkelijke parlando van hem, de beste wensen voor het nieuwe jaar overmaken en doorschakelen naar een collega te velde? Geen probleem. Het rolt er zo uit in brasserie Nobel in Haarlem, aan de oever van het Spaarne. ‘Dames en heren, ook namens de afdeling sport van de NOS, wens ik u een heel gelukkig nieuwjaar, en u begrijpt: we beginnen zo meteen met het schansspringen. We komen er direct in bij de vierde sprong. De Japanner Taihei Kato leidt met 98 meter, en hier is voor u: Herman Kuiphof.’ Dronken kan hij het nóg doen, zegt Mart Smeets (68). Zo begon hij het jaar, en zo ging hij door op zijn elan: naar de koers, het schaatsen, de Olympische Spelen. En maakte hij filmpjes, documentaires en presenteerde hij duizenden programma’s. Maar beginnen deed Smeets bij de schrijvende pers: het Haarlems Dagblad, de Volkskrant, de Haagse Post – het epicentrum van de scherpe journalistiek in tijden dat kritiek nog niet met zurigheid werd verward.

Mart Smeets «Links en stekelig zijn is mij niet vreemd: ik kom uit een liberaal-sociaal nest, waar geen televisie heerste. Je luisterde naar de radio, je las kranten en boeken. Mijn opleiding als journalist kreeg ik bij De Tijd, een roomse krant. Maar daar zaten wel de beste mensen, die me naar de wereld leerden kijken. Dan kwam de televisie en in 1973 – ik kan het niet ontkennen – zat ik plots in de Tour.»

HUMO Een cultuurschok.

Smeets «Ik hoorde daar niet. Ik was van het basketbal en het honkbal, ik kende zelfs de regels van het American football. In mijn leven heb ik welgeteld één koers gereden: een gentlemen’s race in Hummelo, in 1974. Ik werd zevende, en dat vond ik mooi: je moet op je hoogtepunt stoppen (lacht). Tot ik na het douchen de spuiten in de vuilnisbak zag liggen, voor een wedstrijdje van 36 kilometer. Ik kwam binnen in een wereld die me volkomen vreemd was.»

HUMO Wielrennen is katholiek, stelde u vast.

Smeets (knikt) «Het lijkt me heel makkelijk katholiek te zijn: je poept de buurvrouw, en na drie Weesgegroetjes ben je van je zonde af. Of in het wielrennen: voor een pilletje doe je een Weesgegroetje, klaar. Het is ook de enige sport die de zegen van de paus krijgt. Staat hij daar in Rome met 198 tamelijke boeven voor zich, geeft hij ze allemaal de absolutie. Dat zag ik een dominee uit onze Bijbelgordel niet doen.»

HUMO Maar u had een goede gids in de persoon van de Limburgse katholiek Jean Nelissen.

Smeets «Jean was een afvallige katholiek: die had de miswijn al gepikt (lacht). Hij leerde me de kneepjes van het vak, maar of hij me de waarheid vertelde? Ik heb 42 jaar lang in een wereld geleefd waarin ik het verschil niet zag tussen werkelijkheid en waarheid. Ja, daar is een verschil tussen – voor ons toch. Voor jullie Vlamingen wellicht minder, jullie pikken werkelijk alles van wielrenners, bij jullie is de koers een heilig geloof. Ik heb in al die jaren steeds het idee gehad: ik word belazerd, maar ik kan er geen vinger op leggen. Collega’s hebben me proberen duidelijk te maken dat – laat ik het netjes zeggen – ‘licht bedrog’ een onlosmakelijk onderdeel is van wielrennen. Hetzelfde als een nieuw stuurlint leggen, 60 kilometer trainen of gezond eten. Bedrog hoort erbij, het is geaccepteerd.»

HUMO Waren dat Vlaamse collega’s?

Smeets «Authentieke Hollanders. Zij accepteerden het eerder dan ik. Toen Eddy Merckx bij mij aan tafel in Parijs op een keurige manier zei dat hij ook weleens iets had gedaan wat niet mocht, zag ik ineens in dat het een keurige manier was om je bestaan te rechtvaardigen. Zelfs Armstrong kan dat, al had hij het niet op die klootzakkerige manier moeten aanpakken. Renners zijn in hun ogen niet schuldig. Wat zij doen, doet iedereen in hun kleine leefgemeenschap. Het is geen bedrog of overspel. Nee, dat vinden wij, de buitenwereld.»

undefined

'Het lijkt me heel makkelijk katholiek te zijn: je poept de buurvrouw, en na drie Weesgegroetjes ben je van je zonde af'

HUMO ‘Faire le métier’ noemde Jacques Anquetil het.

Smeets «Het is inderdaad een onderdeel van het vak, al 130 jaar lang. De broers Pélissier deden het, Louison Bobet, Fred De Bruyne: allemaal. Maar in Nederland zijn wij te ver doorgeschoten: wij wilden als dominees met het vingertje ‘Foei!’ naar hen roepen, en ik moest dat namens het Nederlandse volk op de televisie doen. Maar omdat ik niet heb kunnen bewijzen dat het hele zootje aan de doping was, word ik aan de hoogste boom opgeknoopt en hang ik nu boven het volk te bungelen. Geen enkele andere journalist wordt daarop aangesproken, maar ik moet hangen.»

HUMO Waarom moet u als enige boeten?

Smeets (fel) «Waarom Michel Wuyts niet? Of José De Cauwer, die uit het hart van het wielrennen komt? Heeft hij ooit één woord van misprijzen laten vallen bij de VRT? Nee, omdat het bij jullie geaccepteerd is: over doping praat je niet in het openbaar. Dat het mij in Nederland overkomt, zal vast met mijn buisbekendheid te maken hebben. Als je met je kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt hij afgehakt. Wat ik op de sociale media over me heen krijg, is niet te geloven. Alsof ik de schuld van alles ben: ik heb de hele dopingplaag in het peloton veroorzaakt. Van Garin tot en met Paolini en alles wat ertussenin zit.»

HUMO U was van meet af aan een fremdkörper.

Smeets «En dat ben ik gebleven. De Engelsen zeggen: from the outside looking in, zoals jij doet (wijst naar de fotograaf). Ik probeerde het in mijn verslaggeving, maar dat wordt jou niet in dank afgenomen: het peloton ziet je toch als een vijand.»

HUMO Wie geen vriend van de renners is, is een vijand?

Smeets «Zo zwart-wit zie ik het niet. Ik heb 42 jaar lang met veel plezier in die wereld rondgewandeld, er zijn ook renners met wie ik heel normaal omga. Namen? Boonen, Rooks, Harmeling, Kroon, Maassen, Hincapie, zelfs Riis, Breukink zeker...»

HUMO Met Erik Breukink voelde u veel affiniteit.

Smeets «Dat had te maken met onze afkomst, hoe lullig dat ook klinkt. Hij was net als ik de zoon van een directeur van een firma, automatisch voelde ik me tot hem aangetrokken. Ik zag ook zijn struggle: toen hij in het peloton kwam, zag je iedereen achter de hand fluisteren: ‘Zijn vader is directeur.’ Wat is dat nou voor onzin? Ongeveer hetzelfde is mij overkomen, dat collectieve wantrouwen.»

HUMO Toch voelde u: hier is mijn plaats.

Smeets «Nee, dat was niet zo. Mag ik nu iets lelijks zeggen? Ik ben er zelf niet opgekomen, het zijn de woorden van mijn vrouw: ik vond het werk bepalend, niet de sportsoort waarin dat gebeurde.»

HUMO U hebt zich dan ook de pleuris gewerkt.

Smeets «En daarvan draag ik nu de gevolgen. Mijn vrouw zegt: ‘Je bent verslaafd aan je werk geworden.’ Het maakte niet uit of het een schaatstoernooi, een basketbalwedstrijd of een koers was, zolang we er maar leuke televisie van konden maken. Daardoor krijg ik dus alles naar mijn kop: ik ben de meneer van de Tour. Al heb ik na 2002 nauwelijks nog commentaar gegeven, ík ben degene die de prestaties van Armstrong zou hebben bezongen. En daarom roepen ze dat ik moet oprotten en zelfs de kanker moet krijgen.»

HUMO Waarom roept u zoveel tegenstrijdigheid op?

Smeets «Hollanders zijn over het algemeen iets grotere hufters dan Belgen. Hier heerst ook meer jaloezie.»

undefined

null Beeld


Gekkentrekker

HUMO U was, behalve verbaal uitzonderlijk begaafd, ook de eerste presentator die niet bang was van een camera.

Smeets «De camera is mijn medestander: ik kan door de lens in de ogen van de mensen kijken. Ik kickte op onvoorziene omstandigheden. Het mooiste geschenk waren stroomuitval, regen en donder. Of onverwachte gasten, die opstonden uit het publiek. Op een keer hadden we Johan Bruyneel en schaatser Bart Veldkamp in ‘De avondetappe’ te gast. We zaten op het domein van een kasteel, het moest zo’n mooie, rustieke avond bij de paardenstallen worden. Tot het plots begon te hozen. Iedereen pakte snel iets beet: een lamp, een batterij. We liepen een staldeur binnen, zetten alles neer, iemand riep: ‘Nog 30 seconden!’ En meteen daarna begon ik: ‘Goedenavond, dames en heren, er gaan hier een paar dingen mis, dat zult u wel zien. We zitten niet aan tafel, we staan in een stal.’ En zo zijn we blijven staan, een uur lang. Dat was van de eerste tot de laatste seconde improviseren. En zeg nu niet dat ik dat goed kan. Nee, ik kan dat goed op dat moment: ik maak me geen zorgen.

»Een goede nieuwslezer zou ik nooit kunnen zijn. Hoe kun je in godsnaam vertellen dat er bij een busstation in Lahore tientallen mensen de lucht zijn ingeblazen? En daar mag je dus niet bij zeggen: ‘Godverdomme, wat is dit erg en mensonterend’, omdat het beeld parallel moet lopen. Zoiets kan er bij mij niet in. Ik zou het ook nooit kunnen. Je leest de tekst van een ander en je moet dat zonder emotie kunnen doen. Zeer, zeer moeilijk. Respect voor diegenen die het wel kunnen.

»Radio was een goede opstap, je leerde er verstandig te praten en je bleef anoniem. Maar als je op de televisie komt, krijg je het hele plaatje: ‘Jezus, wat heeft die Smeets een grote kop en wat een fors lichaam. En zijn overhemden en truien...’ Vanaf dat moment wil iedereen met je op de foto en komen ze als gekken om je heen dansen met hun selfies.»

HUMO Er zijn ook voordelen aan verbonden, zoals schnabbelen: u schrijft behoorlijk veel columns.

Smeets «Dat zijn geen schnabbels, dat is werken.»

HUMO Tegen een hogere vergoeding dan uw vakbroeders.

Smeets «Dat weet ik dus niet en ik betwijfel zelfs die opmerking. Ik heb maar één keer reclame gemaakt. Tegen het decor van een ondergaande zon kwam er een man aanlopen die zichzelf een borrel uitschonk. Waarop ik: ‘Niets is beter om de avond te beginnen.’ Eén regel, maar na één week werd de spot al van antenne gehaald. Mijn NOS-baas Bob Spaak vond niet dat het kon.»

HUMO U sprak soms harde taal aan het adres van uw werkgever, de NOS. Was het beruchte interview met Ischa Meijer in Vrij Nederland, halfweg de jaren 80, een kantelpunt?

Smeets «Het was vooral stom, ik was zo verguld met mezelf (Smeets zei dat de NOS geen ‘journalistiek geweten’ had, maar uitsluitend om kijk- en waarderingscijfers gaf – waarop hij werd ontslagen, red.). Ischa heeft dat goed gedaan: meer dan de helft van het interview bestond uit het gesprek dat we hadden gevoerd nadat hij zijn bandje had uitgezet. De NOS-directie bood me de kans te verklaren dat ik het níét had gezegd, dat Ischa het uit zijn duim had gezogen. Men zou mijn ontslag dan heroverwegen. Maar in die val trapte ik niet: off the record is onzin. Als je tegenover een journalist zit, weet je waar je aan toe bent. Het was stom zulke uitspraken te doen: al had ik gelijk, ik had er niks aan.

»Ik ben hard op mijn bek gegaan: ik mocht niet naar de Olympische Spelen in Los Angeles, terwijl ik dol was op het land, de stad en de cultuur. Drie maanden later moesten ze me wel terugnemen: ze hadden geen poot om op te staan. Toen heb ik in Hilversum shifts gedraaid van zestien uur per dag: ik deed werkelijk alles achter de schermen. Ik dacht: ‘Kus mijn kloten, ik werk omdat dat mijn passie is.’»

HUMO Dwarsliggen is een constante in uw carrière. Is het fundamentele onaangepastheid?

Smeets «Ik weet het niet. Ik ben nochtans keurig opgevoed, ook dat nog (lacht). Eigenlijk valt het wel mee: ik heb gekke botsingen gehad, die groter werden gemaakt dan ze in werkelijkheid waren. Ik ben ooit één dag geschorst in de Tour. Na de aankomst interviewde ik Hennie Kuiper in de gietende regen. Twee vakantiegangers waren zo vriendelijk om hun regenjasje over onze schouders te leggen, maar twee uur later kreeg ik telefoon: op de mouw van mijn jasje waren Adidas-strepen te zien. Mocht niet van de hoogste baas van de NOS. Het was waanzin, maar ik werd geschorst.

»Nu interviewen we renners voor een bord met wel 700 sponsornamen en stellen we vragen aan de vertegenwoordigers van het Etixx-Omega Pharma-QuickStep-team. En loopt er een dorpsgek door het beeld: ‘Het is weer Couckenbak!’ Dat heb ik dus allemaal zien evolueren, terwijl ik hartstikke leuke dingen deed, en af en toe plat op mijn buik ging. Bob Spaak had me op het hart gedrukt: word niet te populair, blijf in het midden staan, met de ene helft die voor je is en de andere tegen. Zo hoort het in de journalistiek, maar in de wielerjournalistiek trof je vooral mensen als Theo Koomen (NOS-verslaggever, red.) en Luc Varenne (RTBF-journalist, red.), lyrische reporters met een microfoon in hun handen en vooral fans. Ik ben nooit fan geworden, dat zou het kunnen zijn.»

undefined

'Laat ik jullie een vraag stellen: wie heeft er in zijn leven meer gelogen, Mark Rutte of Michael Boogerd?'

HUMO Koomen was de meester van de natuurschets. Hij liet de forellen uit de beek springen.

Smeets «Terwijl er in de verste verte geen beek te zien was. Ik zat naast hem in de auto en dacht: ‘Waar haal je dit in godsnaam vandaan?’ Eén keer heb ik me laten gaan, toen Joop Zoetemelk in 1985 op hoge leeftijd nog wereldkampioen werd. ’s Avonds kreeg ik al op mijn flikker van mijn vader: ‘Je hoeft jezelf niet te overschreeuwen, Mart.’

»Ik was bepaald niet het kloppende hart van de wielersport. Ik kon best wel televisie maken en het verhaal vertellen, maar als ik in het hotel kwam, greep ik meteen naar de Herald Tribune om naar de honkbaluitslagen te kijken. Ik stond erbuiten, keek naar binnen en verbaasde me over wat ik zag. Er kwamen weleens mensen langs die wat vertelden, maar een wielrenner zal nooit tegen je zeggen dat hij het vorige week op een akkoordje heeft gegooid en helemaal niet de sterkste was. Hij zegt ook niet: ‘Ik heb nu zo’n mooi product, dat werk echt!’»


Mart het geitje

HUMO Het valt niet te geloven dat u in veertig jaar tijd de achterkant van sport niet hebt gezien.

Smeets «Ik heb zelfs de binnenkant niet gezien. Ik wist dat ze pakten en de boel verkochten. Dat zit in het slechte van de mens, we zullen het met zijn allen moeten aanvaarden. Maar je vindt het ook in de politiek, de kerk, de kunst en de bankensector. De hele wereld besodemietert je. Laat ik jullie een vraag stellen: wie heeft er in zijn leven meer gelogen, Mark Rutte of Michael Boogerd?’»

HUMO Het is geen fotofinish, bedoelt u?

Smeets « Nee, Boogerd wordt in zo’n sprint op zeven lengtes gereden.»

HUMO Grieft het u dat Boogerd daarop wordt gepakt?

null Beeld

Smeets «Hij heeft te laat mea culpa geslagen. Zes keer heb ik gevraagd: ‘Mike, klopt het wat de dopingautoriteiten in Wenen beweren? Ben je daar ooit geweest?’ Uiteindelijk heeft hij moeten bekennen. En nu zijn er Nederlanders die zijn engelachtige blik en mooie Prodent-tanden niet meer kunnen zien en verdragen. Hij verdient echt beter, maar dat leer je pas als je goed nadenkt. Laatst zijn de ingevroren stalen uit een Tour van het eind van de jaren 90 opnieuw getest: 82 procent bleek positief te zijn. 82 procent zat met zijn kloten vol! En wij maar blij en enthousiast roepen: ‘Daar gaan ze naar de finish. Wie zal het halen?’»

HUMO Het zit u dwars, hè?

Smeets «Het zit me dwars dat het me persoonlijk wordt aangerekend. Uitgerekend ik, zo’n onnozelaar. Waarom zegt er niemand tegen Wuyts: ‘Jij wist toch ook alles?’ Of tegen die Franse, Italiaanse en Spaanse commentatoren?»

HUMO U was wel verliefd op Lance Armstrong.

Smeets «Armstrong? Soms toch een nare man, ik vond zijn Tours ook niet geweldig: hij legde de boel lam en gaf de gele trui aan de arme Voeckler, die als een dwaas rondreed en Frankrijk in de waan liet dat alles goed was. Maar Armstrong interviewen was altijd een hard en boeiend gevecht. Ontzettend plezierig. Ik heb een boek over hem geschreven: ‘De Lance-factor’. Toen het voor de publieksprijs werd voorgedragen, heb ik het teruggehaald.»

HUMO Foute beslissing?

Smeets «Ja, ik had tegen de critici moeten zeggen dat ze het boek eerst moesten lezen. Ik zette wél een vraagteken achter zijn prestaties, maar natuurlijk kon ik niks bewijzen. Ik ben bezweken voor de gevoelens bij mijn vrouw en kinderen, zij wilden rust. De aanvallen werd te persoonlijk: ik moest opnieuw dood. Ook collega’s schreven onzinnige dingen.»

HUMO U identificeerde zich volgens hen te veel met Armstrong.

Smeets «Vroeger zeiden ze dat meesterknecht Ronan De Meyer het geitje was van Roger De Vlaeminck. Nou, ik was zogezegd het geitje van Armstrong. Terwijl ik gewoon in behoorlijk Engels vragen kon stellen en begreep hoe ze in Texas dachten en leefden.»

undefined

null Beeld

'Met Lance Armstrong. 'Armstrong interviewen was altijd een hard en boeiend gevecht. Ontzettend plezierig.'


HUMO Waarom zijn de Verenigde Staten voor u het beloofde land?

Smeets «Dat zijn ze helemaal niet, ik vind Canada en Noorwegen véél leukere landen. Maar er gebeurt meer in de VS, en God, wat maken ze er nog mooie kranten, zoals The New York Times. Ik ga er vanaf september een boek over schrijven.»

HUMO Waarom bent u nooit Amerika-correspondent geworden?

Smeets «Weet ik eigenlijk niet, al had ik het zeker aangedurfd. Toen ik drie jaar geleden officieel met pensioen ging, heb ik ernstig overwogen naar Vermont te verhuizen, een kleine democratische staat met een hoog Volvo- en Saabgehalte. Heel liberaal, en de mensen staan er netjes in de rij. Ik wilde weer aan een college studeren – Amerikaanse geschiedenis, de Civil War doorgronden. Mijn vrouw verkoos in Haarlem te blijven, dus bleven we hier.»

HUMO Uw hebt uw dromen doorgegeven aan uw kinderen: ze blinken uit in Amerikaanse sporten.

Smeets «Met name Tjerk heeft het goed gedaan: hij is als honkballer Olympisch atleet geworden. Nynke heeft op niveau softbal gespeeld. In 2008 waren we met z’n allen op de Olympische Spelen in Peking. Het ene kind speelde, het andere werkte in het Holland Heinekenhuis, en mijn vrouw en ik waren zo’n beetje overal. Ja, ik werkte daar ook. Maar hoe goed kan je het hebben? Eigenlijk was ik altijd naar dát evenwicht op zoek, de ideale balans tussen werk en privé. Dat je niet om twaalf uur thuiskomt en voorzichtig in het bed aanschuift om de ander niet wakker te maken, en ’s morgens alweer om zes uur de deur uit bent. In Peking was alles aanwezig. Ik ben redelijk laat deze belangrijke dingen des levens gaan inzien.»

HUMO Een laatbloeier is wel het laatste waarmee we u associëren.

Smeets «Er zit een onschuldige manier van denken en doen in mij die soms de grens van de naïviteit overschrijdt. Toen LeMond en Hinault in 1986 hand in hand over de finish op de Alpe d’Huez reden, vond ik dat prachtig. Terwijl mijn tweede ik zei: ‘Hier zit meer achter.’ En zo was het ook, maar in het wielrennen kom je de waarheid pas vijftien jaar later te weten.»


Een cursus België

HUMO Intussen lopen wij ’s avonds dolend rond, vruchteloos op zoek naar ‘De avondetappe’. En we zijn lang niet de enigen.

null Beeld

Smeets «Op Twitter kun je nu virtueel ‘De avondetappe’ volgen. Maar het maakt niet uit, het moest ooit eens afgelopen zijn. Ik heb me krom gewerkt, en ik ben er goed voor beloond: ik heb veel plezier gehad. Aan al die mensen die het jammer vinden dat ik weg ben: het is niet jammer, er komt altijd wel een nieuwe gek of harde werker.»

HUMO Wat zal er van ‘De avondetappe’ blijven hangen? Een gesprek, zoals met ex-wielrenner Rob Harmeling, die jou het speelgoedrennertje gaf dat hij als 8-jarig jongetje had gekocht?

Smeets «Met de boodschap dat we in alles het mooie van het leven moeten ontdekken. Een ontroerend moment: Rob kotste werkelijk zijn hart eruit. We zijn goede vrienden geworden, hij heeft me zelfs godverdomme zover gekregen dat we in september in Spanje gaan fietsen. Maar wat er zal overblijven? Alles wordt bewaard op cassettes. Een schrale troost, maar heel veel zit in mijn geheugen en daar zit het goed.»

HUMO Wat was de magie van ‘De avondetappe’?

Smeets «Thijs Zonneveld (ex-wielrenner en journalist, red.) stak laatst een veer in mijn reet toen hij zei dat ik een sfeer kon creëren waarin iedereen zich thuis voelde, of het nu Liesbeth List of Guy Verhofstadt of welke renner dat ook was. We hebben goede en slechte uitzendingen gehad, we hebben gelachen en gehuild. Er was geen draaiboek, alleen een velletje waarop stond welke filmpjes we nog hadden, en een paar korte krabbels.»

HUMO Toch vreemd dat u op zo’n discrete wijze naar de uitgang bent begeleid.

Smeets «Er heerst teleurstelling omdat er op weg naar de uitgang gespot is met menselijke waarden. Naïef als ik ben, dacht ik dat ons ooit een waardig afscheid gegund was, tot het in december plots duidelijk werd dat het programma niet meer zou terugkomen – de politieke reden moet je in Hilversum navragen. Daarop hebben mijn vrouw en ik besloten het afscheid op onze manier te vieren. We hebben iedereen bij ons thuis gevraagd en een gigantische tafel gedekt: met 26 mensen hebben we 41 flessen wijn gedronken. Yes, dat was een fantastische avond met veel warmte en liefde.

»Eén dag voor het begin van de Tour heeft mijn vrouw nog naar iedereen een lange mail gestuurd: ‘Jammer dat we er niet meer bij zijn, maar geen Tour is niet het einde van de wereld. Koester de mooie momenten.’ (Zwijgt) Vraag me niet hoe de NOS afscheid van mij gaat nemen.»

undefined

'Ze bekijken of ze me in augustus aan mijn hart zullen opereren. Wat schroefjes vastdraaien, niet belangrijk'

HUMO Dat klink bitter.

Smeets «Het voelt aan als schuurpapier. Vroeger liep de hele afdeling uit als je tien jaar in dienst was: je kreeg bloemen, je ging eten en ontving een horloge of zoiets. Ik ben al 42 jaar in dienst gebleven en ik zie het allemaal wel.»

HUMO Dreigt straks het grote zwarte gat?

Smeets «Ik heb nog wel wat op de plank liggen: ik schrijf voor de krant, we willen iets doen met grote sportverhalen op het internet, én ik heb nog een plan voor de Olympische Spelen in Rio. Nee, niet voor de NOS.»

HUMO Voor de VRT?

Smeets «Zou kunnen, maar dan moet ik eerst een cursus België volgen. Misschien moet ik samen met Jan Mulder verhuizen?»

HUMO Moeten we ons zorgen maken over uw gezondheid, meneer Smeets?

Smeets «Dat doe ik zelf wel. Nee, het komt wel goed. Denk ik. Met pillen: le coeur, monsieur. (Tot de fotograaf) Nu zit je me aan te kijken of ik zo meteen zal doodvallen: neem snel die foto’s, man!»

HUMO Is dat de tol voor al die jaren in hoog toerental?

Smeets «Het is al een aantal jaren aan de gang, maar het werd steeds vervelender. Youp van ’t Hek had het ook, en die is eraan geopereerd. Ze bekijken of ze het met mij in augustus ook zullen doen. Wat schroefjes vastdraaien, zo moet je het zien. Niet belangrijk, nauwelijks het vermelden waard.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234