null Beeld

Het hoekje van Pietje de Leugenaar: Kaars in het donker

Je hebt zo van die dagen. De hele ochtend had ik aan mijn bureau gezeten als een legkip die geen ei kan leggen: elke poging om een onderwerp voor de geest te halen dat mijn pen in beweging zou kunnen brengen had niets anders opgeleverd dan intense gevoelens van déja vu, zelfmedelijden, weerzin en walg.

Redactie

(Humo 2286/ 28 juni 1984)

De kaars in het donker
1. De erfenis van Pietje de Leugenaar

Het lijstje met de komende tv-programma's dat in zo'n geval als stimulans moet dienen om iets uit het Niets te scheppen deed mij enkel dromen van een grote bijl, een tv-loze maatschappij, een moeiteloos afgewerkte bankoverval en de aankoop van een prachtige boerderij in een streek waar geen onkruid groeit, in zo'n geval van dreigende catalepsie weet elke redacteur wat hem te doen staat; diep ademhalen en het ruitje breken van het noodpakket Bekende Mediafiguren die altijd wel goed zijn voor een lekker lezend interview. Maar de deprimerende stoet Bekende Gezichten die voor mijn geestesoog defileerde was niet van aard om handenwrijvend aan de slag te gaan.

Rond het middaguur was het lijstje met mediafiguren die ik wilde interviewen nog altijd blanco, enkele 'godverdomme's' in sierlijk schoonschrift daargelaten, en tegen etenstijd benaderde ik mijn hoofdredacteur omzichtig met de beschamende, leugenachtige mededeling dat ik Nonkel Bob wel eens wilde interviewen. Een ander, weinig minder aanlokkelijk alternatief bestond erin uit het venster te springen, maar een hevig knagende honger en het vooruitzicht op een overheerlijke 'omelette paysanne' in het Vuil Café had aan de moeilijke deliberatie een einde gemaakt. Mijn honger had inmiddels zo'n uitzinnig punt bereikt dat ik zelfs bereid was Walter Capiau te doen, of Rita Boelaert voor mijn part, Bruno Schevernels, Jan Theys desnoods, allemaal mediafiguren die ik alleen bij erge griepaanvallen wel eens in mijn nachtmerries ontmoet. Ik wilde ze allemaal doen, met dezelfde valse gelatenheid waarmee Pukkie een pootje geeft terwijl hij met zijn duivelse geitenblik zijn bord Chappi op het aanrecht viseert.

Maar toen ik Daan eindelijk van achter zijn schrijfmachine had gekregen en ik met hem in mijn zog de trap was afgevlogen, de receptiehall door, op het punt de glazen voordeur te chargeren, toen sloeg het noodlot toe.

- 'Meneer Van Meir!' riep meneer Roegiers, de geblokte conciërge die in zijn leven zoveel gecatcht heeft dat hij nooit meer hoeft te vechten, 'er is hier iemand voor u.'

Uit de schreeuwend-rode designfauteuils stond een benig oud mannetje op met een gelig vogelkopje, in een veel te wijde overjas en op geruite pantoffels die aan de grote tenen hun rafelige binnenvoering toonden. Op de plaats waar zijn borstkas afwezig was hield hij een kleine versleten boekentas geprangd die wellicht zelfs nooit een lagere school had gezien want ze zag eruit alsof ze haar hele lange leven niets anders dan boterhammen en een gedeukte drinkbus met koude koffie had bevat.

- 'Meneer Van Meer?' vroeg hij angstig, alsof hij zich tot iets verstoutte wat hem nog duur te staan zou komen.

Er waren teveel getuigen om mijn identiteit te ontkennen, hoewel de aandrift groot genoeg was, en ik koos de gebruikelijke nooduitgang in dergelijke situaties: ik wees hem in levendige bewoordingen op het bestaan van onze boeiende en veelgelezen lezersrubriek, en gaf hem de raad zijn probleem uiteen te zetten in Open Venster.

Het mocht niet baten. Geïntimideerd door het wilde grommelen van mijn maag legde hij stotterend uit dat hij me persoonlijk moest spreken, en wel terstond, want 'ze' zouden hem missen als hij te lang wegbleef. Pas nu zag ik dat hij onder zijn overjas een pyjamavest droeg, en meteen vermoedde ik hoe laat het was: ik had te maken met een ontsnapte uit een gesticht en ik besefte dat de pure logica mij niet meer zou helpen in deze situatie.

- 'Kijk meneer,' begon ik, behoedzaam schakelend tussen sociaal-assistent en politieagent, 'als u problemen hebt...'

- 'Neenéén meneer,' verbeterde hij gluiperig, 'ik heb geen problemen. Het is niet voor mij dat ik kom, ik ben hier voor onze Petrus! U kent onze Petrus toch?'

Het was mij een waar genoegen geen Petrus te kennen.

- 'Verschoning,' mompelde hij terwijl hij aanstalten maakte om de aftocht te blazen, 'dan ben ik abuis. Petrus had mij anders gezegd dat je dikwijls op bezoek bent geweest in zijn woonwagen, dat je nog samen kruiden gezocht hebt en op muskusratten gejaagd...'

Op dat ogenblik vertrok er een trilling uit mijn ruggengraat die de haartjes op mijn hele lichaam overeind zette.

- 'Wacht!' riep ik en greep hem feller bij de arm dan ik gewild had. 'Bedoel je Pietje? Pietje de Leugenaar?'

Voor de eerste keer glimlachte hij de tanden bloot die er niet waren.

'Sjemmeglossemigge!' kauwde hij, terwijl ik er met open mond op zat te kijken hoe hij alweer een naakte boterham uit zijn boekentasje zonder smeer of beleg in zijn derde Humo-koffie sopte.

- 'Jij bent dus de halfbroer van Pietje de Leugenaar?' recapituleerde ik. Hij knikte heftig.

- 'En waar zit Pietje?' vroeg ik gretig, 'Het is drie jaar geleden dat ik hem voor het laatst gezien heb. Waar woont hij tegenwoordig?'

Hij haalde de schouders op, maakte met zijn boterham een vaag gebaar in het rond en nam een nieuwe hap.

- 'Worrel appafko!' smakte hij, met een verlegen lachje alsof hij iets oneerbaars gezegd had. Toen hij zijn mond eindelijk had leeggegeten herhaalde hij, nu met enige aandrang in zijn stem, dat een borrel hem wel van pas zou komen. Ik knikte sprakeloos, haastte mij naar de koelkast in het fotokopieerkamertje en keerde terug met een fles jenever die Daan had koud gezet om vanmiddag zijn verjaardag te vieren. Mijn vreemde bezoeker had ondertussen van mijn afwezigheid gebruik gemaakt om een muurkast open te trekken en onze kostbare collectie minirecorders aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Hij kapte de aangeboden jenever in één teug achterover en schonk er zich ongevraagd een tweede in. Ik begon argwanend te worden. Als hij inderdaad de halfbroer was van Pietje do Leugenaar, waarom kon hij me dan niet vertellen waar die gebleven was? Waarom was hij eigenlijk naar de redactie gekomen? Waarom kwam hij niet ter zake? Ik realiseerde me nu dat hij niet eens zijn naam gezegd had.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234