Het hoofdgerecht van Rock Werchter: Arctic Monkeys

‘Tranquility Base Hotel & Casino’ deed menigeen de wenkbrauwen fronsen. Muzikaal niet oninteressant, maar is dat nog wel Arctic Monkeys?

'We willen steeds betere platen maken. Dat is het enige wat overblijft als de hysterie is overgewaaid'

Toen Alex Turner (32) thuiskwam van een uitstap met vrienden voor zijn 30ste verjaardag, leek alles zoals hij het een paar dagen eerder had achtergelaten. Tot hij om de hoek keek en een buffetpiano zag staan.

Alex Turner (fluistert eerbiedig) «Het was een Steinway Vertegrand, een bijzonder attent verjaardagscadeau van mijn manager. Dat instrument heeft alles veranderd. Ik moet altijd manieren vinden om mezelf aan het schrijven te zetten. Maar op dat moment was mijn trukendoos leeg.»

We spreken Turner in zijn pied-à-terre in het oosten van Londen. Boven geniet zijn vriendin, het Amerikaanse model Taylor Bagley (30), van de gerenoveerde badkamer – de oude badkuip was veel te klein. Turner hangt nonchalant in de sofa. Hij draagt een zonnebril, zijn ongewassen haar is in een staartje gebonden en zijn geitensik doet zijn grote ogen en scherpe neus nog sterker uitkomen. Zijn veranderde look staat voor de nieuwe richting die Arctic Monkeys zijn ingeslagen. ‘Tranquility Base Hotel & Casino’, de zesde plaat van de groep, klinkt spacey, loungemuziek uit een retrotoekomst, zonder de indiegitaren. Voor hij aan zijn cadeau voor zijn 30ste verjaardag ging zitten, had Alex geen piano meer aangeraakt sinds zijn 8ste.

TURNER «Ik heb me er nooit echt op toegelegd. Ik kon wel drie akkoorden en een toonladder spelen, en het leek alsof ik wist wat ik deed. Daar heb ik nu op voortgebouwd.»

Hij nam pianoakkoorden op met zijn vintage achtsporenrecorder in de logeerkamer in zijn stekje in Los Angeles. Langzaam maar zeker ontstonden er songs zoals hij er nooit eerder had geschreven.

TURNER «Die piano liet me toe ergens heen te gaan waar ik vroeger maar moeilijk raakte. Ze stelde me in staat over te brengen hoe ik me voel, of toch beter dan vroeger.»

– En hoe voel je je? Het nummer ‘Star Treatment’ begint met ‘I just wanted to be one of The Strokes’, en halverwege beken je: ‘Golden boy’s in bad shape’.

TURNER «Ik had op dat moment geen idee wat ik wilde doen. Dat was mijn ‘8 1/2’-periode, naar die film van Federico Fellini over een regisseur die er maar niet in slaagt nog iets voor elkaar te krijgen, hoe hard hij ook probeert. Ik heb wel geprobeerd die regel over The Strokes te vervangen, omdat iedereen anders naar dat nummer zou luisteren alsof het over Alex Turner de Rockster gaat. Maar als je je de hele tijd afvraagt wat anderen wel zouden denken, krijg je niets meer op papier.

»Die ‘golden boy’ heb ik geleend van ‘Dress Rehearsal Rag’ van Leonard Cohen. Ik moet die plaat (‘Songs of Love and Hate’, red.) toen vaak gedraaid hebben, en op de één of andere manier heb ik dat erin verwerkt.»

– Is dat je meest autobiografische nummer tot nog toe?

Turner «De hele plaat mag je zo zien. Ik heb het met tussenpozen in alle elf nummers over mezelf. Ik heb vroeger al geprobeerd zoiets te schrijven. Alleen wist ik niet hoe ik het moest aanpakken. Ik probeerde van alles, maar ik had snel door dat ik er nog niet klaar voor was.

»Nu zing ik intiemer, bij momenten mysterieus, zoals in dat nummer over een tacorestaurant op het dak van een casino op de maan. En de zanglijnen die ik op een achtsporenrecorder in mijn slaapkamer heb opgenomen, zijn grotendeels bewaard. We konden die intimiteit maar niet nabootsen in de studio. Ik was best wel onzeker over wat ik aan het doen was. Ik heb er zelfs Jamie Cook (gitarist, red.) bij gehaald om zijn mening te horen.»

– Is hij de waakhond van Arctic Monkeys?

TURNER (lacht) «Ik vertrouw op zijn oordeel, ja. De band was ook zijn idee, hè. Hij moest me maar zeggen of wat ik deed wel goed genoeg was voor Arctic Monkeys.»

– De plaat zit vol verwijzingen. Het tacorestaurant op de maan heb je Information-Action Ratio genoemd, dat doet erg denken aan de sf-schrijver J.G. Ballard.

TURNER «Het is een knipoog naar Neil Postman, en het komt uit ‘Amusing Ourselves to Death’. Heb ik gelezen vóór ik die songs schreef.»

– Neil Postman schreef dat boek in 1985 en hekelde er de tv-verslaving van de jonge generatie mee. Hij is nog altijd relevant: wat we winnen door de technologie, verliezen we aan inhoud. Informatie is geen gereedschap meer, maar snoepgoed.

TURNER «We hebben helemaal geen behoefte aan die gigantische hoeveelheid informatie. En met de info die wel tot ons doordringt, doen we erg weinig.»

'Als je kotsen naast de Ferrari van Rod Stewart normaal vindt, is het afgelopen met je'

– Je neemt keer op keer de technologie op de korrel.

TURNER «Ik vond het lastig om erover te schrijven, want het klinkt zo lelijk. Net als alle woorden die je nodig hebt om technologie te beschrijven. Maar nu ik die songs heb geschreven, kan ik er beter mee om. Ik check niet meer elke vijf minuten het nieuws, ik heb wat afstand genomen. Soms schrijf ik een song ook om iets af te leren, besef ik nu. In ‘She Looks Like Fun’ vertel ik hoe ik tegen volslagen onbekenden over vechtsporten zit te emmeren. Dat deed ik wel erg vaak en ik was me er ook van bewust dat ik daar beter mee zou stoppen.»

– Wat heb jij met vechtsporten?

TURNER «Toen ik in New York woonde, ging ik naar de kickboksgym. Dat heb ik jaren gedaan. Ik was zo onder de indruk van de mensen in dat wereldje. En als je daarna aan de toog gaat zitten, kun je er niet over zwijgen. (Lacht) Nu begin ik er weer over.»

– In St. Louis, Missouri is er een club, The Pageant, waar jullie een paar keer hebben opgetreden. Daarnaast ligt hotel The Moonrise: in de bar spelen ze alleen maar nummers met ‘Moon’ in de titel, en op het dakterras staat een gigantische maan te blinken.

TURNER «Best mogelijk dat daar het idee voor ‘Tranquility Base Hotel & Casino’ is ontstaan. Zodra de mens de maan bevolkt, zal hij ook daar net zo’n vulgaire tempel van de commercie bouwen. De melancholie die in mij naar boven komt als ik daaraan denk, vind je terug op de plaat.»

– Om het succes van Arctic Monkeys te verklaren, wordt vaak verwezen naar jullie integriteit.

TURNER «Het heeft meer met instinct te maken. Als je daar niet op durft te vertrouwen, loopt het slecht af. Rock-’n-roll en punk draaien om het buikgevoel.»

– Heb je nog voeling met de Alex Turner van ‘Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not’, jullie debuutplaat?

TURNER «Niet echt. Ze brengen die nu opnieuw uit in de VS, deze keer met de lyrics erbij, iets wat we nooit gedaan hebben. Ik heb ze opnieuw moeten lezen, en daarom kan ik je met de hand op het hart verzekeren dat die kerel nu ver van mij af staat. Het heeft me wel geamuseerd. Het was een trip naar het verleden, als het ware.»

– In 2007 leek je er niet naar uit te kijken om met Arctic Monkeys twaalf of dertien platen te maken zoals de eerste twee – ‘frietkraamrock’ noem je die nu. Hebben jullie met ‘Tranquility Base’ niet bewezen dat jullie veel meer kunnen?

TURNER «Ik mag het hopen. Maar twaalf platen is toch wel erg veel. Ik zag onlangs een documentaire over Joe Cocker, en die heeft er 32 uitgebracht of zo. Misschien hebben we er nog een paar in ons, maar dan moet ik er af en toe tussenuit kunnen. Om op Broadway in een toneelstuk te gaan spelen, bijvoorbeeld. Ik zie me al in de ‘BBC Breakfast’-show zitten uitleggen waarom ik daar op de planken in een schapenvachtje sta te spelen.»


Op zijn Frans

Beneden in het trappenhuis van de La Frette Studios, op een kwartiertje rijden van Parijs, staat een Seeburg Olympian-jukebox uit de vroege jaren 70 in een hoekje, tjokvol singletjes. Maar kiezen doe je op goed geluk, want er staan geen titels en uitvoerders op de knoppen.

Matt Helders (drummer) «Ik heb de beste genoteerd. (Haalt zijn smartphone boven) ‘Moonlight Mile’ van The Rolling Stones, een paar Franse nummers, wat doowop, ‘The Great Pretender’ van The Platters, ‘Hit the Road Jack’ van Ray Charles, ‘ Mrs. Robinson’, ‘Joe le taxi’...»

TURNER «Die jukebox is het middelpunt van het La Frette-universum. We hingen er altijd rond, ook al omdat de woonkamer vol apparatuur stond. We konden nergens anders zitten.»

– Franse pop en soundtrackmuziek hebben een grote invloed gehad op ‘Tranquility Base Hotel & Casino’. Of heb ik dat mis?

Turner «Nee, hoor. Ik ben al langer geobsedeerd door het werk van Jean-Claude Vannier, de componist die heeft meegewerkt aan Serge Gainsbourgs conceptplaat ‘Histoire de Melody Nelson’. Ik ben al tien jaar op zoek naar de baslijn van ‘Melody Nelson’, en ik denk dat ik eindelijk goed zit op het titelnummer ‘Tranquility Base Hotel & Casino’. Ik speel op een Burns Vista Sonic-basgitaar die erg lijkt op het type dat Dave Richmond tijdens de ‘Melody Nelson’-sessies heeft gebruikt.

»Maar nu ben ik helemaal weg van de soundtracks van François de Roubaix, in de vroege jaren 70 een pionier van de elektronicamuziek, die er folkelementen en gitaarriffs aan heeft toegevoegd. Hij schreef de muziek voor ‘Le samourai’, de film-noirklassieker van Jean-Pierre Melville uit 1967 met Alain Delon in de hoofdrol, één van mijn favoriete prenten. Er is nog wel meer filmmuziek waar ik gek op ben. Neem nu de composities van Nino Rota voor ‘Spirits of the Dead’ van Fellini. Richard Ayoade heeft me die film getipt.»

Andere muziek die in het tapijt van ‘Tranquility Base’ geweven is, is spitsvondig gearrangeerde soul, zoals ‘Collage’ van The James Gang in de versie van The Three Degrees, en onversneden disco, zoals ‘Love Come Down’ van Evelyn ‘Champagne’ King. Hij heeft ook goed geluisterd naar vergeten singer-songwriters uit de jaren 70, zoals Alan Hull, de stichter van Lindisfarne, met zijn duivelse sound op de plaat ‘Pipedream’, en naar gladde seventiesproducties zoals Neil Youngs ‘Midnight on the Bay’, maar Jean-Claude Vannier blijft het ijkpunt.


Solo of niet solo

Arctic Monkeys gingen in mei 2017 aan de slag in de Vox Studios aan Melrose Avenue in L.A., waar Charlie Parker eind jaren 40 aan zijn legendarische ‘Dial Sessions’ heeft gewerkt en waar een heel gamma aan vintage keyboards ter beschikking stond. Maar Alex Turner wilde het livegeluid van ‘Pet Sounds’ van The Beach Boys en ‘Born to Be with You’ van Dion (‘Eén van mijn favoriete platen’) zo goed mogelijk benaderen, en daarvoor verhuisde de band naar de La Frette Studios. Die opnames werden vervolgens gemixt met de achtsporendemo’s van Turner.

Jamie Cook «Het was moeilijk om te overtreffen wat hij al in zijn eentje had opgenomen. Vraag me niet hoe hij het doet, maar hij is daar erg straf in.»

'Als je niet op je instinct durft te vertrouwen, loopt het slecht af.' Alex Turner

– ‘Tranquility Base’ had net zo goed een soloplaat geweest kunnen zijn.

Cook «Alex heeft lang getwijfeld, omdat die demo’s vrij basic klinken: zijn stem, een piano, geen gitaren te bespeuren... ‘Is dit Arctic Monkeys of ga ik een andere richting uit?’ vroeg hij zich af. Ik kon hem daar wel in volgen. Het is zeker geen typische plaat voor ons, zonder die dominante gitaren. Het vereiste meer denkwerk van ieder van ons.

»Ik heb hem toen opgezocht in L.A. en subtiele gitaarpartijen toegevoegd aan zijn pianodemo’s. Matt Helders deed hetzelfde voor de drums en daarna zijn Nick O’Malley en James Ford overgevlogen.»

– Arctic Monkeys zijn nu muzikaal compleet andere wegen aan het verkennen, niet?

Helders «Dat gevoel hadden we al bij ‘Humbug’, de plaat die we in 2009 met Josh Homme in Rancho de la Luna hebben opgenomen, midden in de Californische woestijn. Het ging ons goed af en nu kunnen we alles aan. We hadden onszelf voorgenomen om niets uit te sluiten, en we wilden zelf ook beter worden in het platen maken. Het is een ambacht, en een plaat is het enige wat overblijft als de hysterie is overgewaaid.»

– Maar het gigantische succes van ‘AM’ moet toch in jullie hoofd gespookt hebben toen jullie aan deze plaat begonnen?

Helders «Die uitdaging was er vroeger ook: na onze eerste plaat moesten we een tweede opnemen, ofwel moesten we ermee kappen. Deze keer was het wel anders. Misschien zullen een aantal fans die we er door ‘AM’ bij hebben gekregen, nu in de war zijn: ‘Wat doen ze nu?’»

Cook «Als we ons dat allemaal hadden moeten aantrekken, hadden we nooit een plaat als ‘Humbug’ kunnen maken. En als we ons daarna een paar jaar koest hadden gehouden en met ‘AM’ waren teruggekomen, hadden veel mensen vast gezegd: ‘Fuck off.’»

– Door ‘AM’ werden jullie wel wereldsterren. YouTube wemelt van de filmpjes van fans die Alex Turner lastigvallen.

Helders «Ik heb er niet echt voor- of nadelen van ondervonden. Ik moet nog altijd in de rij gaan staan voor het loket, en ik moet mijn kaartjes voor Disneyland zelf betalen. Voor Alex is er wel veel veranderd. Mensen proberen altijd een reactie uit te lokken bij hem.»

– Heb je nooit te horen gekregen dat jullie veranderd zijn?

Helders «Veel vrienden plagen ons daarmee. Ik kan me wel voorstellen dat mensen zeggen: ‘Ik heb met hem op school gezeten, het is een lul.’ Sommigen kunnen er moeilijk mee om, hè. Maar er verandert zoveel tussen je 18de en je 30ste. De ene werkt in een callcenter, de andere zit in een bandje.»

– Heb je ooit een moment meegemaakt waarop de rock-’n-rollfun omsloeg in waanzin?

Helders «Ik herinner me een avond rond mijn 21ste verjaardag, kort na de release van ‘Favourite Worst Nightmare’. Ik stond over te geven naast de Ferrari van Rod Stewart, buiten aan zijn villa in Beverly Hills. Dit is walgelijk, dacht ik, ik moet het de anderen vertellen. Zodra je dat normaal begint te vinden, is het afgelopen met je.»

Nick O’Malley (bassist) «Toen Shirley Bassey haar arm om me heen sloeg en ik Paul McCartney voorbij zag lopen op de Q Magazine Awards in 2007, dacht ik even dat ik in een film meespeelde. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik de controle verloor, omdat ik niet van dat wereldje deel uitmaak. Ik voel me meer een observator.»

– Hadden jullie dat kunnen vermoeden toen jullie in de Leadmill in Sheffield naar The Strokes, Libertines en The Coral gingen kijken, de voorhoede van de gitaarrevival?

Cook «Nou... Eén van de allereerste optredens die ik heb gezien, was van The D4. Zij hadden een nummer dat ‘Rock ’n’ Roll Motherfucker’ heette, en als je 17 bent, is dat de beste songtitel aller tijden. Het leek knettergek dat die jongens helemaal uit Nieuw-Zeeland kwamen om voor ons te spelen. Daar en toen heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Dat wil ik ook doen.’»

– Jullie hadden van het begin af de reputatie koppig en eigenwijs te zijn. Jullie wilden zelfs niet in ‘Top of the Pops’ spelen.

Cook «We hadden net ‘Five Minutes with Arctic Monkeys’ uitgebracht op ons eigen label, toen onze manager Ian McAndrew een telefoontje kreeg van de BBC. We hadden niet eens een deftig platencontract, dus hij vond dat waanzinnig. Maar ik wilde er niets over horen. We hadden vooraf een lijst met regeltjes opgesteld van dingen die we niet zouden doen, en daarmee hebben we wel een paar mensen voor het hoofd gestoten (grijnst). Misschien was dat een manier om onszelf te beschermen.»

– Jullie hebben destijds zelfs aanbiedingen van grote zalen geweigerd omdat jullie niet genoeg materiaal hadden. Wat hebben jullie nog zoal afgeslagen?

COOK «Reclamespots. Alles wat kon doen denken dat we ons snelle succes wilden verzilveren. We wilden oprecht blijven. Veel van wat er rondom ons gebeurde, voelde nep aan. Misschien is het dat wat de mensen zo fijn vinden aan ons, dat we echt zijn.»

© Mojo / Vertaling en bewerking: Lieven Germonprez



Arctic Monkeys spelen op zondag 8 juli op Rock Werchter. Info & tickets: rockwerchter.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234