Het juk van de eenzaamheid: 'In het begin dacht ik: dat is toch iets voor oude mensen?'

De Vlaamse overheid gaf onlangs een opvallend cijfer vrij: maar liefst 320.000 Vlamingen voelen zich geïsoleerd van andere mensen. Driehonderdtwintigduizend eenzame mensen, dat zijn vijf Pukkelpopweides vol. En toch horen of zien we ze amper. Humo volgde het spoor van de onzichtbaren, op zoek naar eenzame zielen.

‘Man opgegeten door eigen honden’, ‘Vrouw slaapt jaar naast mummie’, ‘Eenzame uitvaart voor rattenman’: de krantenkoppen die het voorbije jaar het hardst aan onze ribben bleven kleven, waren die over vereenzaming. Over mensen die tijdens het leven in de vergetelheid sukkelen en pas bekend worden na hun dood – of juister: door hun dood.

Geïsoleerde gevallen of is er meer aan de hand? Dat laatste, zo lijken de recentste cijfers van de Vlaamse regionale indicatoren (VRIND) te suggereren. In de bevraging van 2013, een survey bij 1.500 Vlamingen en Nederlandstalige Brusselaars ouder dan 18, antwoordde 6 procent van de respondenten ‘helemaal eens’ en ‘eens’ op de vraag of ze zich geïsoleerd voelen van andere mensen. ‘Omgerekend naar de bevolking van het Vlaams gewest geeft dat ongeveer 320.000 mensen’, zegt Luk Bral van de studiedienst van de Vlaamse regering. ‘Dat is toch geen onaanzienlijk aantal.’

Brussel Helpt, de eindejaarsactie van FM Brussel en Muntpunt, haalt dit jaar geld op voor lokale dienstencentra die eenzaamheid de wereld uit willen helpen. De provincie Limburg organiseerde dit najaar ‘de week van de verbondenheid’, en West-Vlaanderen wil met de ‘Oe ist?’-campagne taboes zoals eenzaamheid bespreekbaar maken. Vaak wordt daarbij ingezet op dorpsrestaurants – niks zieligers dan thuis alleen aan tafel te zitten, zonder iemand om tegen te praten, terwijl de klok de minuten wegtikt.

Dolly* is zo iemand. In een appartement in één van de grootste woonblokken in Leuven, hoog boven het stadsverkeer, dringt de buitenwereld nauwelijks tot haar door. Beneden in de hal drukt senioreninspecteur Joke Luyckx van de Leuvense politie niet meer op de knop van de parlofoon, want de vorige keer weigerde Dolly elk contact via de intercom. Pas wanneer Joke op de juiste verdieping aanhoudend blijft aanbellen, gaat de deur aarzelend open.

Joke Luyckx «Dag Dolly, mag ik efkes binnenkomen?»

Dolly (nerveus) «Waarom?»

Luyckx «Om te kijken hoe het met u gaat. Hebt ge iets nodig?»

Dolly (geagiteerd) «Nee, ik heb niets nodig. Ik kan het allemaal zelf!»

Luyckx «Mag ik toch efkes binnenkomen? Ik maak mij zorgen. Ge kent mij toch nog?»

Dolly «Natuurlijk ken ik u. Gij zijt dat vrouwtje voor de senioren. Ik ben niet gek, hoor!»


‘SOCIAAL ONAANGEPAST’

Met een diepe zucht doet Dolly de deur van haar appartement verder open. De stank slaat Joke Luyckx in het gezicht. In de keuken staat het aanrecht vol potten en pannen met aangekoekte etensresten. De eetkamer is verduisterd. De tafel ligt vol met documenten, uitgeknepen theezakjes, een kunstboek, medicijnen, vuil servies. Op de vloer liggen stapels vergeelde tijdschriften, in de hoek staat een borstel naast een bijeengeveegd hoopje stof.

De senioreninspecteur knippert met haar ogen. Achter de deur, met de klink nog altijd in haar handen, staat de 67-jarige Dolly. Bedremmeld staart ze Joke aan.

Dolly «Is er iets mis? Ik heb Carine iets horen zeggen over mij. Carine poetst hier de gangen, maar ze doet alsof ze de baas is. Of is het misschien Lut van de kliniek in Kortenberg? Dat schepsel heeft mij al overal vuilgemaakt, ik ben daar niet van gediend!»

Met haar schelle kinderstem ratelt Dolly aan één stuk door. Over de dokters, die haar onterecht gek hebben verklaard. Over haar appartement, dat ‘ze’ van haar proberen af te pakken. Over de bank, de nonnen van Maria Boodschap, de apotheker. En de bewoners van het gebouw, die voor geen haar te vertrouwen zijn. Flarden uit een ver verleden, vermengd met een stevige geut fictie.

Joke wacht geduldig tot de woordenstroom stilvalt. Eén van haar vorige bezoeken eindigde op het balkon van de buren, vanwaar ze Dolly naar buiten probeerde te lokken voor een gesprek. Maar Dolly is niet tuk op gezelschap. Evenmin op hygiëne, zo klagen de buren. Na een eerdere, mislukte interventie wegens geuroverlast heeft de syndicus van het appartementsgebouw opnieuw het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk, red.) ingeschakeld. Behalve hygiënische spelen er nu ook financiële kwesties: Dolly betaalt de gemeenschappelijke kosten niet meer. Maar daar kan de seniorenflik weinig aan doen.

Luyckx «Vorige zomer heb ik geprobeerd om samen met het CAW Dolly weer op weg te helpen. Er zou een schoonmaakploeg komen om haar appartement op te ruimen, want ze leeft tussen haar eigen vuilnis. En daarna zou een maatschappelijk werker haar bijstaan. Maar ze wilde niet. Tja, dan houdt het op.»

HUMO Zo snel al?

Luyckx «Het CAW werkt op basis van vrijwilligheid: accepteer je de hulp niet, dan kunnen ze niets doen. Ik heb nog bij het parket gepolst. Misschien kon het via gerechtelijke weg.»

HUMO U bedoelt een collocatie?

Luyckx «Ja, maar de substituut-procureur oordeelde dat het om sociaal onaangepast gedrag ging: onvoldoende om de gerechtelijke molen op gang te brengen.»


Ni vu, ni connu

November 2013. Een berichtje in de krant: in de Doverstraat in Anderlecht heeft een 69-jarige vrouw een jaar naast het gemummificeerde lijk van haar echtgenoot geslapen. De feiten kwamen aan het licht tijdens een gerechtelijke uitzetting. Het koppel had al een jaar de huur niet meer betaald, waarop de eigenaar het vredegerecht inschakelde.

Drie dagen later, volgens diezelfde krant en in datzelfde Anderlecht, vindt de politie het lichaam van een zwaar toegetakelde man in zijn woning. Aanvankelijk gaan de agenten ervan uit dat het slachtoffer is vermoord. Na onderzoek blijkt de man een natuurlijke dood te zijn gestorven: zijn lichaam is deels opgepeuzeld door zijn vier honden.

De Doverstraat is een zijstraat van de Bergensesteenweg, met huizen van drie, vier verdiepingen, waarvan de onderste zijn ingericht als handelspand: garages, belwinkels, bakkerijen, cafés, sjofele meubelwinkels en dubieuze fitnesszaken, en een alimentation générale op de hoek. Daar herinnert amper iemand zich nog wat hier vorig jaar is gebeurd. ‘Ah, dat oude vrouwtje? Ja, dat hebben we in de krant gelezen. Triste, hein.’

Alleen de verkoopster in de Turkse bakkerij weet over wie het gaat. ‘Dat vrouwtje kwam hier elke week langs. Dan hield ze haar winkeltas open en moesten wij er ons oud brood insteken.’ Of ze iets zei? ‘Nooit, de transactie verliep altijd zonder woorden. Er was duidelijk iets mis met haar. We waren opgelucht als ze weer buiten stond: ze verspreidde een geur.’

Volgens de lijkschouwing stierf haar man een natuurlijke dood. De demente vrouw zou het overlijden nooit hebben kunnen plaatsen. Al die tijd bleef ze naast hem in bed slapen, in de overtuiging dat hij een pop was. Ontbijten deed ze een paar meter verder in de keuken, waar het kadaver van de inmiddels ook al gestorven hond lag.

‘Ik dacht dat ze haar vuilnis niet meer buitenzette,’ zegt Ludovic, een bovenbuur die vaak tegen zijn vriendin klaagde over de stank die uit het appartement van het bejaarde koppel kwam. Hij kwam de vrouw af en toe tegen op de trap wanneer ze met de hond ging wandelen. ‘Meer dan een bonjour hebben we nooit uitgewisseld. De man heb ik zelfs nooit gezien. Mijn vriendin en ik wonen hier nog niet zo lang.’

HUMO Hoe kon die vrouw overleven?

Ludovic «Soms zag ik een vrouw met boodschappen het appartement binnengaan.»

HUMO Een vriendin, of de dochter des huizes?

Ludovic «Geen idee wie het was. De politie heeft ons die vragen ook al gesteld. Wij weten er echt niets over.»

Ni vu, ni connu. Zo gaat dat in de stad, al moet het platteland er niet voor onderdoen. In oktober 2013 meldden de regiopagina’s van enkele populaire kranten het overlijden van G., een 63-jarige vrouw in het Kempense Olen. Ze stierf een natuurlijke dood en lag wekenlang in haar woning voor ze werd gevonden. Haar twee honden, die binnen en buiten konden, wisten zich al die tijd in leven te houden met water uit de regenton.

Ook hier: een verslagen buurt, en niemand die iets in de gaten had. Of toch? ‘Uit respect voor G. zwijg ik liever,’ zegt een buurtbewoonster. ‘We moeten haar laten rusten.’ Haar echtgenoot: ‘Het is schandalig hoe de krant over haar heeft geschreven. Journalist, zegt u? Van ons gaat u niks krijgen.’

Een paar huizen verder is er wel bereidheid om te praten.

Buurtbewoonster «G. was altijd op zichzelf. Ooit was het anders: toen haar vriend nog leefde, gingen ze vaak met de camper op stap. Maar na zijn dood kwam ze nog amper buiten. Soms kwamen de kinderen langs of zagen we haar met de honden wandelen. Eén keer hebben we haar aangesproken. Ze was vriendelijk, maar beslist: ‘Ieder het zijne, dan hebt ge geen miserie.’ Voor haar begrafenis is een kaart rondgegaan in de buurt.»


Diogenes-syndroom

Bij de Leuvense politie weten ze precies hoeveel inwoners in dezelfde situatie als Dolly verkeren. Mensen die het alleen niet meer redden, die geen familie of vrienden meer hebben om een handje toe te steken. Of verwarde, dementerende Leuvenaren die geen vat meer hebben op hun leven. ‘We hebben vier extreme gevallen die op de grens van dementie en psychiatrie zitten,’ zegt seniorenflik Joke Luyckx. ‘Een trapje lager zijn het er veel meer.’ Maar hoeveel eenzame bejaarden telt de stad? Of hoeveel eenzamen tout court?

Luyckx «Geen idee. Zulke dossiers duiken altijd toevallig op. Een tijdje geleden werden in het centrum geregeld auto’s bekrast. Zatte studenten, dachten we. Tot de buren de dader op heterdaad betrapten: het bleek om een man te gaan wiens vrouw was overleden. Hij had niemand meer, die krassen waren een schreeuw om aandacht. Ook het CAW of de ziekenfondsen spelen soms namen van vereenzaamden door.»

HUMO Gaat u als senioreninspecteur ook actief op zoek naar eenzamen?

Luyckx «Ik doe vooral aan preventie. Ik probeer mezelf zo bekend mogelijk te maken. Elk jaar ga ik naar de vieringen van de 60-jarigen van de stad Leuven. Slachtoffers van zakkenrollers die ouder dan 70 zijn, bel ik op of breng ik een bezoekje. En daarnaast organiseer ik spreekuren in lokale dienstencentra en in woonzorgcentrum De Wingerd, waar zwaar dementerenden verblijven. Ik ga met een kopje koffie in de kantine zitten en iedereen mag me aanspreken. Ook de bewoners van het woon- en zorgcentrum natuurlijk, maar vooral de bejaarden die er in de buurt wonen. Als de straatverlichting niet meer werkt of de stoep opgebroken is, kunnen ze dat aan mij melden. Of als ze hun buurman al een tijdje niet meer gezien hebben.»

In Antwerpen werd vorig jaar Georges Daman begraven, die na zijn dood bekend werd als ‘de rattenman’. Daman was al enkele weken dood toen de hulpdiensten zijn stoffelijk overschot aantroffen in zijn appartement. Hij hield ratten, en na zijn dood hadden die beesten zich voortgeplant en zijn lichaam aangevreten. ‘Van Liefde-Daman’ stond er op zijn brievenbus, maar op zijn begrafenis was er niemand: geen familie, geen vrienden, geen kennissen. Vzw De Eenzame Uitvaart, een project waarbij dichters gedichten schrijven voor mensen die eenzaam worden begraven, zorgde voor een kort afscheid. Bernard Dewulf las een tekst voor. De dichter had het over ‘een niemand die iemand werd omdat hij niemand was’.

‘De rattenman zal me altijd bijblijven’, zegt Maarten Inghels, coördinator van De Eenzame Uitvaart. ‘Net zoals die man die twee jaar dood in zijn appartement lag voor hij werd gevonden. Hij was een mummie geworden.’

HUMO Hoeveel eenzame uitvaarten hebben jullie al verzorgd?

Maarten Inghels «Onze vzw bestaat sinds januari 2009, sindsdien hebben we 81 uitvaarten verzorgd. Vorig jaar alleen al twintig, dubbel zoveel als het jaar daarvoor. Maar niet alle eenzamen in Antwerpen worden door ons begraven.»

HUMO Zijn er overeenkomsten tussen de overlijdens, behalve de eenzaamheid?

Inghels «Vorig jaar is mijn boek ‘De eenzame uitvaart’ verschenen, waarin veertig gedichten voor evenveel vergeten levens staan. In mijn voorwoord heb ik het over twee groepen: mensen die in een rusthuis terechtkomen omdat ze iedereen overleefd hebben of door hun kinderen worden gedumpt, en mensen die in armoede hebben geleefd en die na hun dood in een sociaal appartementje worden gevonden.

»Eenzaamheid is altijd dichterbij dan je denkt. Ik vrees voor de dag dat ik mijn buurman moet begraven, of de vrouw die op de hoek van mijn straat woont.»

Wetsdokter Wim Van de Voorde, diensthoofd forensische geneeskunde aan de KU Leuven, krijgt geregeld te maken met in alle eenzaamheid gestorven mensen.

Wim Van de Voorde «Op vraag van het parket gaan wij ongeveer 250 keer per jaar naar een overledene kijken. Meestal zijn dat gevallen van zelfdoding, maar de tweede grootste groep is die van de alleenwonenden. Binnen die groep lijden veel mensen aan het syndroom van Diogenes (psychische stoornis die wordt gekenmerkt door onder meer een veronachtzaming van de persoonlijke hygiëne, verzamelwoede, paranoia en de weigering van elke communicatie, vaak in combinatie met schizofrenie, dementie of een bipolaire stoornis, red.). Ze leven tussen opgestapelde kranten en hun eigen vuilnis. Soms moeten we ons een weg door allerlei spullen banen om tot bij een lichaam te raken.

»Anderen kiezen bewust voor het kluizenaarschap en willen zelfs geen contact meer met hun kinderen.»

HUMO Vanwaar die verzameldrift? Zou het kunnen dat eenzamen spullen bijhouden omdat ze hun herinneringen, hun leven door de vingers voelen glippen en nog iets tastbaars willen overhouden?

Van de Voorde «Dat denk ik niet. Het gaat om mensen die zich volledig laten gaan, die er het nut niet meer van inzien om op te ruimen en vuilnis weg te gooien. Eenzaamheid leidt vaak tot abnormaal gedrag – al heeft het bij sommige ouderen ook met dementie te maken.»


Eenzaam IS NIET ALTIJD oud

Volgens de Vlaamse Armoedemonitor van 2013 hebben 540.000 Vlamingen niet eens één keer per week contact met familie, vrienden of buren – dat zijn meestal mensen die in armoede leven. Sinds 2010 is het aantal Vlamingen dat het risico loopt op sociaal isolement overigens opvallend gestegen. Uit een onderzoek van de Koning Boudewijnstichting uit 2011, waarvoor 1.500 65-plussers werden bevraagd, bleek dat één op de drie zich soms eenzaam voelt, en één op de tien dikwijls.

Maar eenzamen zijn niet altijd arm of oud. ‘Eenzaamheid kan iedereen overkomen,’ zegt Leen Heylen, onderzoekster aan de hogeschool Thomas More Kempen. Op vraag van Bond Zonder Naam analyseerde Heylen data over eenzaamheid. De gegevens waren afkomstig van de Generations & Gender Survey, waarvoor tussen 2008 en 2010 bijna 8.000 Belgen van 18 tot 79 jaar over verschillende levensdomeinen werden ondervraagd.

Leen Heylen «Eenzaamheid is niet hetzelfde als sociaal isolement, waarbij je bijna kunt meten of je veel of weinig vrienden hebt. Eenzaamheid is een gevoel, een subjectieve ervaring. Zo kun je veel vrienden hebben, maar toch eenzaam zijn.»

HUMO Er blijkt ook een verschil te bestaan tussen sociale en emotionele eenzaamheid.

Heylen «Klopt. Sociale eenzaamheid is het gevoel dat je niet genoeg verbonden bent met familie, vrienden of kennissen. Emotionele eenzaamheid is het gemis van een affectieve, hechte band, vaak met een partner. Het is het soort eenzaamheid dat je vaak ziet na een scheiding of als een partner overlijdt.

»De helft van de Belgen heeft te maken met sociale eenzaamheid, en ongeveer 35 procent heeft last van emotionele eenzaamheid. Dat is best veel.»

HUMO Klopt het adagium ‘hoe ouder, hoe eenzamer’?

Heylen «Dat zijn we geneigd te denken, maar dat zien we niet in de cijfers. Zo is sociale eenzaamheid vooral een probleem bij veertigers en vijftigers. Om erbij te horen moeten ze werk hebben, getrouwd zijn en een actief sociaal leven hebben. Als één van die kegels niet overeind staat, bestaat er een risico op vereenzaming. Als je werkloos wordt, zie je bijvoorbeeld je collega’s niet meer, en heb je ook minder geld dat je kunt besteden: je kunt dus minder vaak op restaurant of café gaan en andere mensen ontmoeten. Emotionele eenzaamheid komt dan weer vaker voor bij zeventigers en tachtigplussers.»

HUMO Is er een verschil tussen vrouwen en mannen?

Heylen «Vrouwen zijn vaker emotioneel eenzaam, zeker op latere leeftijd – ze leven gemiddeld tenslotte langer dan hun partner. Mannen hebben meer last van sociale eenzaamheid, al is dat verschil niet erg uitgesproken. Het valt wel op dat wanneer mannen hun partner verliezen en met emotionele eenzaamheid te maken krijgen, ze het lastiger hebben dan vrouwen.»

Veerle* is het levende bewijs dat eenzaamheid van alle leeftijden is. Vorig jaar sloot ze zich aan bij een praatgroep voor eenzame mensen. ‘Mijn toekomst was in duigen gevallen. Toen mijn verloofde aankondigde dat hij niet meer met me wilde trouwen, stortte mijn wereld in.’

HUMO Wat was er gebeurd?

Veerle «Van de ene op de andere dag zei hij ons huwelijk af. Het was een drama: mijn trouwjurk hing klaar in de kast, de zaal was geboekt, de misviering geregeld. We woonden samen in Limburg, maar opeens stond ik terug thuis, bij mijn ouders in de Kempen.»

HUMO Hoelang waren jullie samen?

Veerle «Vier jaar, waarvan we drieënhalf jaar hadden samengewoond. Eerst op mijn appartement, daarna zijn we naar zijn stad verhuisd. Daar heb ik nooit echt in sociale contacten geïnvesteerd: voor mij was die verhuizing tijdelijk, een tussenstap voor we een huis dichter bij mijn familie zouden bouwen.»

HUMO Waarom voelde je je eenzaam? Kon je niet op vrienden terugvallen?

Veerle «Mijn vriendenkring bestaat vooral uit mensen met wie ik op de middelbare school heb gezeten en met wie ik in Leuven heb gestudeerd. Daar zit er maar ééntje tussen die geen relatie heeft. De rest heeft intussen een partner en kinderen. ’t Is niet evident om iemand ’s avonds op te bellen en te zeggen: ‘Kom, we gaan een pint drinken.’»

HUMO Voor een vriendin die in de shit zit, moet dat toch kunnen?

Veerle «Het is zo al een gepuzzel om elkaar te zien. En ik ben typisch iemand die denkt: ‘Ik zal ze maar niet storen. Het is zeven uur, ze zijn hun kinderen in bed aan het steken.’ Ik had ook het idee dat ze niet echt begrepen wat ik doormaakte.

»Je hebt gelijk, hoor: ik had mijn tijd moeten opeisen. Maar ik heb het lastig om mezelf open te stellen, zeker op moeilijke momenten. Als ik ook maar een beetje het gevoel heb dat ik geen aansluiting vind, dan denk ik al snel: laat maar.»

HUMO Was dat jouw eenzaamheid, dat je je niet begrepen voelde?

Veerle «Ja. Ik voelde me ook vaak eenzaam in een groep. Mijn verloofde en ik zijn een week voor Kerstmis uit elkaar gegaan. Op het kerstfeest van mijn familie heeft niemand gevraagd: ‘En, gaat het?’ Iedereen zweeg erover, ik had het gevoel dat ze me wilden sparen.

»Ik begrijp ook wel dat mensen niet weten hoe ze moeten reageren: we waren verloofd, we gingen trouwen. En toch was het geen echte scheiding. We zijn niet naar een advocaat gegaan om papieren te tekenen of zo.»

HUMO Vond je jezelf niet te jong om eenzaam te zijn?

Veerle «In het begin dacht ik: eenzaamheid, dat is toch iets voor oude mensen? Een paar maanden na mijn relatiebreuk ben ik teruggegaan naar de vrijgezellenvereniging voor jongeren waar ik als twintiger lid van was. Daar heb ik gemerkt dat sommigen thuisblijven omdat er die maand drie etentjes op het programma staan – ze hebben er het geld niet voor. Volgens mij zijn er veel meer eenzame jongeren dan men denkt.

»Bij mij was het iets dat al langer speelde. Tien jaar geleden, toen ik nog studeerde, heb ik een depressie gehad. Ik kwam van het middelbaar en ging naar Leuven: plots was ons groepje er niet meer, iedereen ging zijn eigen kant op. Mijn vrienden leken snel hun draai te vinden in het kotleven, met nieuwe vrienden. Ik had veel meer tijd nodig, ik ben zelfs een jaar in therapie geweest. Pas in het derde jaar, toen ik mijn eigen vakken kon kiezen en in kleinere lesgroepen terechtkwam, viel alles in de plooi. Als ik nu terugkijk op mijn studententijd, kan ik alleen maar besluiten dat ik me toen niet heb opengesteld.»

HUMO Hoe komt dat?

Veerle «Mezelf graag zien, het gevoel hebben dat het oké is dat ik er ben: ik worstel daar al langer mee. Op het diepste punt van mijn eenzaamheid heb ik gedacht: als ik nu niet de tijd neem om aan mezelf te werken, ga ik altijd op die geslotenheid stranden.»

HUMO Hoe gaat het nu met je?

Veerle «Na mijn relatiebreuk heb ik een tijdje bij mijn ouders gewoond, maar intussen heb ik een appartement gevonden. Ik blijf het moeilijk hebben om mijn ei kwijt te kunnen bij mijn vrienden, maar ik werk eraan. Soms kan ik me ook hopeloos laten gaan in het idee 30 te zijn en nog altijd geen relatie te hebben. Op mijn 25ste had ik het gevoel dat alles nog kon, nu denk ik: ‘Ik moet toch niet meer te lang wachten om een gezin te stichten.’»


Een muur van eenzaamheid

Erg vlot in de omgang, zo omschrijft Peter zichzelf. ‘Als het maar in functie van iets is.’ Maar vraag hem niet om zelf op iemand toe te stappen, want dan staat hij plots voor een muur. En die muur veroorzaakt zijn eenzaamheid, waar hij al 48 jaar niet overheen raakt. Peter komt uit Gent, maar de liefde lokte hem begin jaren 90 naar Boutersem, bij Tienen.

HUMO Voor iemand die niet snel contact maakt met anderen, heeft de liefde je wel ver gebracht.

Peter «Ja, doordat ik op veilig heb kunnen spelen: ik had mijn vrouw leren kennen via een contactadvertentie die ik in Flair had gezet. In 1994, na vijf jaar verkering, zijn we getrouwd. Maar we hebben nooit de kans gehad om onbekommerd samen te zijn: eerst waren er verbouwingen, die niet van een leien dakje liepen, daarna zwangerschapsproblemen.

»Mijn vrouw raakte niet zwanger, maar via ivf is het toch gelukt. Tijdens de eerste maanden kreeg ze zware bloedingen, waardoor ze lang in het ziekenhuis moest liggen. Toen ons zoontje er eindelijk was, heeft hij maandenlang aan de monitor gelegen. Eens een avondje op stap gaan of gezellig met z’n tweetjes bij elkaar zitten: dat was er niet bij. Dertien jaar geleden zijn we uit elkaar gegaan. Sindsdien ben ik alleen.»

HUMO Hoe komt het dat je telkens voor een muur staat bij anderen? Wantrouw je mensen?

Peter «Nee, ’t is veeleer een soort zelfbescherming. Om te vermijden dat er met mij gelachen wordt, of dat de aandacht voortdurend op mij gevestigd is, blokkeer ik. Het is niet eens bewust: instinctief probeer ik me altijd zo veilig mogelijk op te stellen.

»Ik ben als kind misbruikt door een familielid. Blijkbaar straal je als slachtoffer iets uit wat pedofielen aantrekt, want ook als tiener ben ik verkracht. Ik heb dat altijd weggeduwd, maar toen ik op mijn werk te maken kreeg met pesterijen, ben ik geknakt. Zeven jaar lang ben ik gepest. Op de duur ging ik alle dagen met angst werken. Ik vermeed mensen, keerde me in mezelf. In 2001 ben ik met brugpensioen gegaan.»

HUMO Wat voor werk deed je?

Peter «Ik was postbode (lacht). Ik zie je al denken: ‘Zo eenzaam kan hij niet geweest zijn, want wie bij de post werkt, moet met mensen kunnen communiceren.’ Ja, maar daar was het duidelijk: zij waren de klanten, ik bestelde brieven. Na mijn pensioen heb ik me laten opnemen in de psychiatrie.»

HUMO Was je echtgenote op de hoogte van je misbruikverleden?

Peter «Nee. Voor mij bestond dat niet meer. Door het misbruik weg te duwen, kon ik overleven. Maar door de pesterijen was het opnieuw naar boven gekomen.»

HUMO Was je als kind ook al eenzaam?

Peter «Ik heb in elk geval nooit geweten wat warmte en liefde is. Mijn vader is met mijn moeder getrouwd omdat het moest. Ons gezin kon je nog het best omschrijven als vijf individuen die in één huis woonden. Op mijn 21ste is mijn moeder vertrokken. Ze sliep toen al jarenlang bij mijn zus, en ze stond pas op als mijn vader naar zijn werk was vertrokken. Het huishoudgeld schoof hij elke week onder haar bord. Het was geen ruzie maar koude oorlog.

»Onlangs zijn ze terug gaan samenwonen. Niemand die het begrijpt, we hebben hemel en aarde bewogen opdat mijn moeder het niet zou doen. Maar ze was bang voor haar oude dag. Ze hebben nu elk een leefplaats en slapen apart, maar ze wonen wel onder één dak.

»Laten we zeggen dat ik thuis niet heb geleerd hoe het moet.»

HUMO Wat doe je de hele dag?

Peter «Drie dagen per week woon ik in bij een goede vriendin, die sinds kort een relatie heeft met een vrouw. Omdat er geen man in huis is, doe ik de tuin en neem ik de klusjes voor mijn rekening. In ruil krijg ik kost en inwoon.

»Ik krijg dikwijls vrijwilligerswerk voorgesteld, maar ik heb het financieel niet gemakkelijk. Ik moet besparen op mijn eten om mijn zoon te kunnen geven wat hij nodig heeft. In die omstandigheden vrijwilligerswerk doen, dat wringt.»

HUMO Heb je vrienden, ga je op café?

Peter «Een kameraad van me is met een Filipijnse vrouw getrouwd. Daar ben ik altijd welkom.»

HUMO Zou dat iets voor jou zijn, een buitenlandse bruid?

Peter «Daarvoor moet je veel heen en weer reizen en dat geld heb ik niet.

»Ik heb wel datingsites geprobeerd, maar die kosten tegenwoordig allemaal geld. Die vriendin heeft weleens afspraakjes voor me geregeld, maar zodra een vrouw op zo’n date vraagt wat ik doe, begint het: een bruggepensioneerde postbode die in de psychiatrie heeft gezeten? Dat schrikt ze af: ‘Wat een zielig geval.’ Maar dat klopt niet. Ik vind dat ik sterk in mijn schoenen sta.»

HUMO Dat vind ik ook. En je bent een vlotte prater.

Peter «Dat weet ik. Ik ben zelfs gaan speeddaten, maar dat doe ik nooit meer. Tien vrouwen zitten er elk aan een tafeltje, en je krijgt zeven minuten om jezelf te verkopen. Afschuwelijk.»

HUMO Laat me raden: je bent afgewezen?

Peter «Tien keer! Weet je, ik ben constant bezig met mijn eenzaamheid. ’s Nachts heb ik er nachtmerries van en overdag zie ik er mentaal van af. Zeker tijdens de feestdagen. Ik ben naar het kerstfeest van het OCMW geweest. Daar zit je dan met acht aan een grote ronde tafel, maar echt contact is er niet. ‘Het ligt aan mij,’ dacht ik, maar ik pas me makkelijk aan, ben niet vies van een babbel.

»Ik heb vragen bij de manier waarop het er vandaag in de maatschappij aan toegaat. Ik weet dat ik veel verwacht van het leven, maar ik ben ook streng voor mezelf. Ik heb veel pogingen gedaan om mijn eenzaamheid te doorbreken. Nu verwacht ik iets terug.»

* Dolly en Veerle zijn schuilnamen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234