Het kerstbomenbos

Zo eindigen kerstbomen. Omverliggend op straat. Met hun takken op de koude stenen. Zopas nog in de warme familiekring en dan gelijk aan de deur. Wachtend op het stompe mes van de vuilniswagen of de glühweinbrand van een gemeentelijk vuur. Ik ben nogal gevoelig voor de kortstondigheid van dat bestaan en ga op zoek naar de wortels van deze huisvriend en sympathieke spar.

Blijkt dat België – binnen Europa – de tweede grootste exporteur van dat geboomte is (4 miljoen stuks per winter!) Vergeet het engelenhaar, maak kennis met de kerstboomindustrie.

M’n bestemming is de provincie Luxemburg. In Marche liggen langs de weg kano’s te koop. Gestapeld op hun rug, hun seizoen gekanteld en voorbij. Door de herfst rijdend denk ik aan Jan P., die vannacht gestorven is. Hij tekende de mooiste kerstkaarten. En nu in één keer alle naalden verloren. Hartstilstand. Negenenvijftig.

Kerstbomen benaderen doe je filosofisch. Door ernaartoe te rijden en er lang genoeg bij stil te staan. Bij die bomen, en ook bij hen die de bomen groot zien worden en ze daarna omhakken.

Armand legt zijn ruwe handen op de tafel. Hij is een petit propriétaire die zo’n anderhalve hectare sapins de Noël heeft staan. Een gemeentewerkman met bomen als bijberoep.

Zijn jonge plantjes komen niet uit de Ardense bossen, maar uit Denemarken. Daar worden miljoenen zaadjes gezaaid en tot plantgoed opgekweekt. De Denen zijn de Vikingen van Europa: overal huren ze percelen, overal hebben ze een voet aan de grond. Aan de Engelse kusten van York en Hull waar de landbouw niet gedijt, staan nu jonge kerstbomen. Al die terreinen zijn van de Denen. Tien jaar geleden was België met Denemarken de grootste exporteur van kerstbomen in Europa, ‘nu worden we overvleugeld’.

Ik leer dat de kerstbomenkweek officieel niet bij de bosbouw maar bij de tuinbouw hoort. Kerstbomen hebben dus meer gemeen met sla, prei en tomaten dan met dennenhout en eikenplanken. Ook moet ik onthouden dat een kerstboom méér is dan een zaadje zaaien en na tien jaar wachten die boom omkappen. Het is volgehouden tuinierwerk: élke boom moet élk jaar twee keer gesnoeid worden zodat hij een mooie taille krijgt. Om zijn bomen te beschermen heeft Armand ook schapendraad: dat houdt de herten en de reeën buiten. De reeën eten in het voorjaar de sappige scheuten en de mannetjesherten zoeken graag een volwassen spar uit om het vel van hun nieuwe gewei af te stoten. En zo breken ze de takken af.

Er zijn ook precaire dagen in mei, waarop Armand geen vogel kan zíén. Dat zijn de tien dagen dat de jonge scheut van de top zijn kop opsteekt. Die scheut is groen en teer, die heeft nog geen hout onder de naalden en wat doet zo’n vogel? Die gaat bij voorkeur op een hoge uitkijk zitten, en bij het landen of wegvliegen breekt die scheut af. En dan is die spar zijn top kwijt. Een zwaar gezichtsverlies. Niemand wil een kerstboom zonder top. En dus hangt Armand in mei vogelverschrikkers in zijn bomen: een snoer van blinkende draaimolentjes en glinsterende cd-schijven.


Wegwerpbomen

Ik leer ook het verschil tussen de gewone épicéa en de Nordmann-spar. De ene is de vanouds gekende kerstboom, maar hij is uit de mode geraakt omdat hij te snel zijn naalden verliest. De Nordmann is duurder, maar in heel Europa gegeerd omdat hij naaldvast is. Armand heeft nog weinig épicéa staan, wat hij betreurt. ‘Ga met je hand door een épicéa en je ruikt het bos.’ Zo’n Nordmann is bijna even reukloos als een kunstmatige boom. Maar door zijn naaldvastheid kunnen de grote producenten hem vroeger kappen, langer stockeren en nog altijd ‘fris’ afleveren bij de groothandel en de consument. Het is zoals bij de tomaten: de hardere variëteiten beheersen de markt, omdat zij het best de stockage en het transport overleven.

Zeventig procent van alle gekweekte kerstbomen in België zijn Nordmann-sparren. Het is de populairste kerstboom van Europa, miljoenen hebben hem in de huiskamer, maar nergens staat een standbeeld voor Alexander von Nordmann (1803-1866), die de boom in de Kaukasus ontdekte en in Europa introduceerde. Von Nordmann klinkt als een Duitser van ‘O Tannenbaum’, maar hij was een Finse botanicus.

Armand heeft het nu over de grote grondeigenaars ten zuiden van Samber en Maas. Die verpachten hun gronden liever aan kerstboomkwekers dan aan landbouwers. De klad zit in de landbouw, de boeren zijn slechte betalers omdat melk en vlees zo weinig opbrengen. Kerstbomen brengen meer op en dus wordt er aan die boomkwekers meer geld gevraagd voor het huren van de gronden. Het is een business geworden. Met grote klanten maar soms ook grote wanbetalers. Hij hoort van producenten die overkop gaan vanwege te veel onbetaalde facturen. Het zal hem niet gebeuren. Hij heeft alleen maar kleine afnemers.

Maar dat het moeilijk concurreren is met sommige dumpingpraktijken. Neem de Ikea vorig jaar. Hun kerstbomen kostten twintig euro en wie hem terugbracht, kreeg een aankoopbon van vijftien euro. Kostprijs van de boom: vijf euro. Twee dagen voor de kerst lagen er nog duizend stuks op de parking. Van zo’n wegwerpgedrag gaat zijn hoofd schudden.

Dertig jaar geleden waren kerstbomen vaak nog de toppen van sparren uit de naaldhoutindustrie. Voor honderd frank (2,5 euro) had je d’r al een mooie. Die tijd is voorbij. Het moeten héle bomen zijn, zonder fouten en met de ideale afmetingen. Kortom: topmodellen. De klanten zijn kieskeurig geworden.

Armand en zijn vrouw moeten weg. Dat is ook de kerst, eergisteren is bij hun dochter een kind geboren.


Bekijk ook enkele orginele kerstbomen »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234