Het laatste interview: Toots Thielemans

Er is een Brusselse reus geveld. Toots Thielemans is op 22 augustus op 94-jarige leeftijd in zijn geboortestad overleden. Zijn mondharmonica was te horen van Brussel tot New York en Brazilië, en zijn ‘Bluesette’ is zowat het bekendste wijsje uit de jazz. ‘Ik heb mijn best gedaan.’

'Ik heb een bijzonder talent meegekregen. Maar in die tijd was de concurrentie niet erg groot'

Twee weken geleden publiceerde Paris Match nog het met veel foto’s opgeluisterde verslag van een audiëntie bij de reus in zijn prachtige villa in Terhulpen, op een boogscheut van Waterloo. Het werd zijn allerlaatste interview. Zijn vrouw Huguette en peetdochter Véronique, die met liefde de zorg voor de culturele nalatenschap van haar dooppeter op zich heeft genomen, waren ook aanwezig. Zij voerden het woord zolang Toots – oud, nurks, niet geïnteresseerd in roem en status – er geen zin in had. Maar toen het over muziek ging, werd de oude man weer jong.

- Een monument zijn, hoe voelt dat?

Toots (blaast)

Véronique Heene-Thielemans «Zijn nalatenschap interesseert Toots niet zozeer, daar houden Huguette en ik ons mee bezig. Zijn leven is zo apart, en tegelijk zo’n voorbeeld voor allen, dat we er elk stukje van proberen op te zoeken, op te slaan en te bewaren voor het nageslacht. Dat is niet evident: als er Amerikaanse films verschenen waar hij aan meegewerkt had of die een stukje muziek van hem gebruikt hadden, werden wij daar bijlange niet altijd van op de hoogte gesteld. En Toots zelf zal ons niet gauw over zijn wapenfeiten onderhouden.»

Huguette Thielemans «Zijn archiefkamer laat hem steenkoud!»

Véronique «Maar we hebben er iets moois van gemaakt. Zelfs de koninklijke bibliotheek is geïnteresseerd in ons archief.»

- Wat vond u ervan toen koning Albert u in 2002 in de adelstand verhief?

Toots «Ik heb niet de indruk dat ik sindsdien een betere muzikant ben.»

Huguette «Hij heeft toegestemd op voorwaarde dat ik ook barones mocht worden! We zijn verschillende keren op het koninklijk paleis ontvangen. Prachtige recepties bijgewoond ook, met naast koning Albert en koningin Paola onder anderen Elio Di Rupo en veel andere grote namen. Eén van de mooiste momenten was het speciale concert voor het Justitiepaleis, toen Albert tien jaar op de troon zat.»

'Zijn archiefkamer laat hem steenkoud' Huguette Thielemans

- In 1966 hebt u zelfs in het Witte Huis opgetreden.

Toots (verstrooid) «Och ja, ik heb er een keer gespeeld voor de vrouw van Lyndon B. Johnson, op haar verjaardag.»

Véronique (glimlacht) «U ziet: als het niet over muziek of muzikanten gaat, interesseert het hem maar matig.»

- Een toonbeeld van eenvoud, zo wordt hij altijd genoemd.

Véronique «Voor Toots is iedereen gelijk. Als er vroeger een technicus ziek was, dan wist hij dat en informeerde hij naar zijn gezondheid. Voor een ster als hij was dat ongezien. Een heel attente man.»

- Gezegend met de bescheidenheid van de allergrootsten.

Huguette «Maar niet als het om zijn muziek ging. Als het nodig was, liet hij zich gelden.»

Toots «Ik heb een bijzonder talent meegekregen. (Verontschuldigend) Maar in die tijd was de concurrentie niet erg groot.»

- In 2014 hebt u een punt achter uw carrière gezet, omdat u zich niet langer in staat voelde een volledig concert te spelen.

Toots «Och, de mensen waren toch allang niet meer in mij geïnteresseerd. Pas nadat ik met pensioen was gegaan, hebben ze me herontdekt. Nu ik eindelijk toe ben aan een beetje rust, lopen ze hier de deur weer plat.»

'Ik heb maar één devies: 'Be yourself, no more, no less.' Daar heb ik naar proberen te leven' Toots Thielemans

- Vroeger had u dan naar Amerika kunnen trekken, maar dat gaat niet meer.

Huguette «Nee, het appartement in New York hebben we drie jaar geleden van de hand gedaan, dertig jaar nadat we het samen hadden gekocht.»

Toots «Ik heb geen zin meer om te reizen. Maar de dubbele nationaliteit nemen ze me niet meer af: ik voel me net zo goed een veramerikaniseerde Belg als een Amerikaan van Belgische origine.»


Jean-Baptiste van de Marollen

De ouders van Toots hadden een bistro in de Hoogstraat, in het hart van de Marollen, waar geregeld een accordeonist langskwam. Kleine Jeanke, bij benadering drie appels hoog, was zo in de ban van die figuur dat hij hem op z’n 3de al stond te imiteren op een oude schoendoos. Toen z’n vader dat zag, kocht hij hem z’n eerste accordeon.

Toots «De Hoogstraat, hartje Marollen: dan ben je een echte Brusseleir, hè? Niet veel later zijn mijn ouders naar Molenbeek verhuisd, waar ze een winkel begonnen. Arbeidskledij en lingerie. Het was een populaire winkel, recht tegenover het gemeenschapscentrum.

»Mijn vader deed ook aan gymnastiek. Op het einde van de jaren 30 heeft hij in Molenbeek een vereniging opgericht. Bokkensprongen: daar hield ik ook van! Ik kon op mijn handen het Gemeenteplein oversteken.»

- Later studeerde u wiskunde aan de VUB. Was u zo’n bolleboos?

Toots «Viel wel mee. Laten we zeggen dat ik in het middelbaar bijna de sterkste was in een zwakke klas. Ik ben trouwens maar één jaar aan de universiteit gebleven, zonder succes. Mijn passie lag elders.»

- Tijdens de oorlog raakte u in de ban van jazz en Louis Armstrong. Na de bevrijding begon u op te treden en werd de voornaam Jean aan de kant geschoven: Toots was geboren.

Toots «Mijn eerste invloed was Django Reinhardt: ik heb mezelf gitaar leren spelen door naar zijn platen te luisteren. Ik oefende in het trappenhuis, omdat de klank daar beter was. Vervolgens stortte ik me vol op de bebop. Mijn eerste optreden was in ’46, in een tearoom die L’Ecu de France heette. Mijn kostuum bestond uit eens slagersjas die was aangepast om op een heus vestje te lijken.»

- Uw talent werd snel opgemerkt.

Toots «In het begin stond ik bekend als de sul van de scene. Ik was een ernstig, punctueel ventje, dat niks anders deed dan oefenen en naar muziek luisteren.»


Naar Amerika!

- In 1947 trok u voor het eerst naar Amerika.

Toots «Met mijn nonkel Theo, de jongste broer van mijn vader en de avonturier van de familie. Tijdens die reis ben ik voor het eerst in New York geweest. Ik wist meteen: ‘Hier wil ik ooit werken. En leven!’»

- Uw echte carrière begon drie jaar later in Europa. Maar wel aan de zijde van een Amerikaan.

Toots «Benny Goodman. Het was de periode van de swingjazz. Ik had hem een opname gestuurd, hij hield ervan, en ik mocht mee op zijn Europese tournee.»

- In 1951 volgde de grote verhuizing naar de Verenigde Staten al. Wat was uw eerste Amerikaanse opdracht?

Toots «Ik werkte aan de balie van Sabena! Mijn vader had via de burgemeester van Molenbeek, die net als hij een socialist was, een tijdelijke job kunnen regelen, zodat ik wat kon verdienen terwijl ik op mijn fameuze werkvergunning als muzikant wachtte. Ik moest onder andere publiciteitsfolders versturen. Zes maanden, daarna kon ik aan het echte werk beginnen. In 1952 zat ik al bij de Charlie Parker All-Stars, daarna ging ik aan de slag bij George Shearing

'In het begin stond ik bekend als de sul van de scene' Toots Thielemans

- U had een attribuut dat u bij bevriende jazzmusici meteen erg populair maakte.

Toots «Mijn sigaret! Ik heb al m’n hele leven astma, en in mijn jeugd waren de medicijnen nog niet wat ze nu zijn. Ik heb zelfs een tijdlang moeten roken tegen mijn astma, echt waar. De ‘cigarette Escouflaire’ bevatte een product dat een beetje zoals marihuana rook. Toen ik ze in Amerika de eerste keer bovenhaalde en verklaarde dat ik astma had, stonden de andere muzikanten meteen allemaal rond mij: ‘Ik heb ook astma!’»

- Deed er in het jazzmilieu evenveel drugs de ronde als in het rockmilieu?

Toots «Ja hoor. Druggebruik was doodnormaal in het milieu waar ik werkte. Ik heb er heel wat van mijn idolen, onder wie Charlie Parker – een echt muzikaal monster – het slachtoffer van zien worden. Maar zelf ben ik er altijd afgebleven. Ik denk dat dat vooral met angst te maken had.»

- Angst om verslaafd te raken?

Toots «Ja, maar vooral om minder goed te spelen. Ik wilde het publiek niet ontgoochelen, ook niet de mensen met wie ik samenspeelde. Als je als kleine Europeaan naar Amerika trekt om daar met al die reuzen te spelen, dan moet je ervoor zorgen dat je op het toppunt van je kunnen bent. Het is belangrijk om goed te spelen. En bovendien hadden de drugs me nooit kunnen inspireren: de muziek volstond ruimschoots. Ik hoef overigens geen medaille omdat ik van de drugs afgebleven ben.»


Steak met Woody Allen

Toots noemt zichzelf aldoor klein en de anderen groot. Zijn bescheidenheid is even onterecht als oprecht. In de biografie ‘Toots 90’ was zijn muzikale zielsverwant Quincy Jones, toch ook geen klein ventje, vol lof over de Brusseleir en zijn betekenis voor de jazz in het algemeen en de mondharmonica in het bijzonder. ‘Er is niemand zo goed als Toots. Niemand heeft zijn geliefkoosde instrument zo’n hoge toppen doen scheren.’ Jones vertelt in het boek bovendien dat z’n jonge vriend Stevie Wonder per se mondharmonica wilde leren nadat hij op z’n 12de Toots ‘Alfie’ had horen spelen, een liedje van Burt Bacharach en Hal David. Toots geeft geen kik.

Toots «Quincy vindt me formidabel, dat klopt. Charlie Parker vond me ook goed, net als mijn copain Herbie Hancock. Jaco Pastorius noemde me zelfs ‘papa’. Ik heb ook goeie herinneringen aan Billy Joel. Bij hem gingen we vaak aperitieven. Net als bij Paul Simon

- En Woody Allen?

Toots «Leeft die nog? (hilariteit)

»Ik herinner me een avond in Michael’s Pub in Manhattan, waar hij elke maandag dixieland speelde op zijn klarinet. Hij was er die avond met z’n nieuwe vrouw, die heel jonge (Soon Yi, red.). Ik zat in het publiek en hij herkende me, omdat ik op de soundtrack van één van zijn films stond. Dus vroeg hij me mee op het podium. Ik weet het nog goed: ze hadden me net de enorme steak gebracht die ik besteld had – echt een gewéldig stuk vlees. (Boos) En toen ik van het podium kwam, was die steak verdwenen.»

- En zo zijn we bij de film aanbeland. Het aantal soundtracks waarop u hebt meegespeeld is groot en indrukwekkend. ‘Midnight Cowboy’, ‘The Getaway’, ‘The Sugarland Express’ van Steven Spielberg... Wat vond u van Hollywood?

Toots «Hollywood zei me niks. Ik heb er ook nooit geleefd, ik ging er gewoon af en toe heen om een paar noten in te spelen.»


Stiekem gedoopt

- In de jaren 50 reisde u in het zuiden van de Verenigde Staten vaak als enige blanke in een bus vol zwarten. Dat was toen niet evident: veel clubs waren nog ‘for whites only’. Wat vond u daarvan?

Toots (ontwijkend) «Het was de tijd van het racisme en de vooroordelen, dingen die ook vandaag helaas nog bestaan. Ik lette er niet zo op. De mensen met wie ik op tournee trok, waren stuk voor stuk befaamde muzikanten. Ik mocht gaan eten met Billie Holiday en haar chihuahua’s. Ik leerde Count Basie kennen, Duke Ellington, al die giganten van de jazz. Vaak was ik inderdaad de enige blanke op de bus, maar daar stond ik niet bij stil.»

- Wat zijn uw overtuigingen?

Toots «Stop, geen politiek!

»(Glimlacht) Weet je, mijn vader was een overtuigd socialist. Op mijn 3de kon ik al de Internationale spelen op mijn accordeon.»

- Gelooft u in God?

Toots «Mijn vader zei altijd: ‘Ik geloof in God, maar niet in de zwartrokken.’ Mijn moeder heeft me in het geniep laten dopen op het Vossenplein in de Marollen, maar een man van de kerk ben ik nooit geweest. Ik heb maar één devies: ‘Be yourself, no more, no less.’ Daar heb ik naar proberen te leven, met alle zwakheden die eigen zijn aan de mensen.»

- Hebt u al uw dromen kunnen realiseren?

Toots (blaast) «Als kleine jongen droomde ik ervan naar Amerika te gaan, en dat is me gelukt. Dus: misschien wel, misschien niet. Maar ik heb in ieder geval mijn best gedaan.»

© Paris Match

Vertaling en bewerking Nicolas Quaghebeur

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234