Het leven zoals het is in een gesloten psychiatrische instelling. 'Als je nog geen monster bent, maken ze het daar wel van je'

Twee meisjes komen, met een tussentijd van vijftien jaar, op dezelfde gesloten psychiatrische eenheid terecht. Met problemen die te behandelen zijn: krassen, anorexie, een zelfmoordpoging die er niet écht één was. Allebei worden ze mismeesterd en lopen ze zware trauma’s op.

'Je wordt steeds minder als mens bekeken, en steeds meer als een lastig geval. Waardoor je het uiteindelijk ook wórdt'

Eerst enkele cijfers: op nog geen tien jaar tijd is het aantal mensen die opgenomen worden in de gesloten psychiatrie met 37 procent toegenomen. In 2007 waren het er 7 per dag, in 2015 9 per dag. Maar die cijfers zeggen weinig over hoe het er daar aan toe gaat. Amy De Schutter verbleef jarenlang in allerlei instellingen, en kwam uiteindelijk terecht in een gesloten psychiatrische eenheid in de Kempen. Vandaag zit S. in diezelfde instelling.

Amy De Schutter «Ik was 13 toen mijn grootmoeder, met wie ik een heel intense band had, overleed. In die periode begon ik ook te beseffen dat ik niet zoveel met jongens bezig was als mijn vriendinnetjes, én ging ik plots van een dorpsschooltje naar een grote middelbare school. Het uitbundige meisje dat ik was, werd steeds introverter: ik sloot me meer en meer op in mijn kamer. Bijna als een mantra staat in mijn dagboeken van toen: ‘Ik wil rust in mijn hoofd, ik wil rust in mijn hoofd.’ Een heel negatief zelfbeeld: ‘Ik ben een slechte dochter en een slechte zus.’

»Ik ben toen beginnen te krassen (zelfverminking met een scherp voorwerp, red.). Een leerkracht had dat snel gezien en vroeg hoe ik me voelde. Dat was nu net wat ik niet wíst, en het escaleerde ook: op het dak van de school gaan staan, grote paniek bij iedereen. Of ze dachten dat ik spijbelde, terwijl ik de hele dag op het toilet had zitten huilen. Of ik slikte heel veel Dafalgan, in de hoop zo rust in mijn hoofd te krijgen. Waardoor ze dachten dat ik zelfmoord wilde plegen, wat toen niet het geval was, maar zo is de bal wel aan het rollen gegaan. Ruzie met mijn ouders, die niet begrepen dat ik niet kon zeggen wat er scheelde. Weglopen thuis, eerst een paar uur, dan drie dagen aan een stuk. Ik begrijp best dat iedereen doodongerust was.»

HUMO Was er toen geen hulp?

De Schutter «Het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg heeft me eerst naar een jeugdinstelling gestuurd, en daarna naar een onthaal-, oriëntatie- en observatiecentrum voor kinderen. Daar dachten ze mij te kunnen helpen in de jeugdpsychiatrie. Alleen: er was geen plaats, want er waren wachtlijsten van een jaar, en dus moest ik terug naar huis. Mijn ouders en ik waren daar enorm door aangedaan. Twee weken later heeft mijn moeder me gevonden nadat ik had geprobeerd mijn polsen over te snijden. Toen ben ik in de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis terechtgekomen. Als 14-jarige zat ik daar tussen volwassenen met heel diverse problemen: een vrouw met een lang litteken in de hals, op de plaats waar ze haar keel had proberen over te snijden, dat ze met veel plezier aan iedereen liet zien. Ze had bijtend zuur gedronken, beweerde ze, en haar slokdarm… (stil) Niet echt een omgeving die je erbovenop kan helpen. Alleen sport hielp, telkens als ik daar de kans voor kreeg. Maar ik bleef mezelf verminken, en uiteindelijk hebben ze besloten om me naar een gesloten instelling in de Kempen te brengen, waar S. vandaag ook zit.»

HUMO Hoe is S. daar beland?

Annemie (moeder van S.) «Ze was een heel creatief, vrolijk en lief kind. Maar vanaf het middelbaar werd ze gepest. In het vijfde middelbaar belde de zorgleerkracht om langs te komen toen bleek dat ze zichzelf verminkte. S. had zich helemaal op zichzelf teruggeplooid, de klas negeerde haar, en het ging van kwaad naar erger. Een psychologe kon haar ook niet helpen. In de zomervakantie werd ze anorectisch. Toen is ze drie weken lang opgenomen in de crisisopvang van de afdeling kinderpsychiatrie in het Middelheimziekenhuis in Antwerpen. Ze is op school nog aan het zesde jaar begonnen, maar half oktober was ze meer dan 30 procent van haar lichaamsgewicht kwijt. Ze kon of wilde niet zeggen waarom.»

Stef (vader van S.) «Omdat het steeds erger werd, heeft ze negen maanden doorgebracht in de afdeling voor eetstoornissen, maar meer dan haar toestand stabiel krijgen lukte niet. Er volgde een opname op de afdeling internaliserende stoornissen. Dat jaar werd ze 18 en kon ze niet langer in de kinderpsychiatrie terecht. Op een middag thuis heeft ze opnieuw de man gezien die haar jaren eerder, zonder dat wij daar iets van wisten, seksueel had misbruikt. Daarna werd haar toestand nog erger. Uiteindelijk heeft de arts haar laten colloqueren: dat was de enige manier om haar een plaats in de volwassenenpsychiatrie te bezorgen. Niemand wilde haar opnemen, omdat haar problematiek blijkbaar te complex is. Of omdat ze haar al opgegeven hadden.»

De Schutter «Het gebeurt vaak dat mensen in de gesloten psychiatrie terechtkomen omdat hulpverleners zich machteloos voelen. Als ze opgesloten worden, doen ze zichzelf en anderen tenminste geen kwaad: dat is de redenering.»

Annemie «Er is nog altijd geen echte diagnose voor onze dochter. Mocht ze een borderlinepatiënte zijn, dan zou ze naar een instelling in Duffel kunnen. En als ze een verslaving had, naar een centrum in Boechout. Maar bij gebrek aan etiket blijft ze opgesloten.»

De Schutter «Ik ben ook als een hete aardappel doorgeschoven tot een jeugdrechter me verplicht heeft laten opnemen in een instelling voor volwassenen.»

HUMO Vanwaar die angst voor jullie soort aandoeningen?

De Schutter «Ik heb zes verschillende diagnoses gekregen, wat eigenlijk hetzelfde is als zeggen: ‘We weten het ook niet, dus we beginnen er niet aan. We zorgen er alleen voor dat ze rustig blijft. Op welke manier dan ook.’»

Annemie «Dat maakt de dingen op termijn nodeloos ingewikkeld. Wat met onze dochter is gebeurd, is relatief simpel: ze heeft door seksuele agressie, herhaald misbruik en pesten een levensgroot trauma opgelopen, maar eigenlijk is ze een heel normaal meisje. Zelfs tijdens haar opname, weten we nu, heeft haar belager nog contact met haar gehad en haar bedreigd: ‘Als je niet toegeeft aan mijn eisen en geen filmpjes en foto’s meer naar me stuurt, ga ik hetzelfde doen met je zus.’ Pas toen zijn we dat allemaal te weten gekomen en hebben we een klacht tegen hem ingediend. We wachten nu op het proces, en ondertussen is hij vrijwillig in therapie gegaan, om verdere voorhechtenis te vermijden.»

Stef «Voor zijn probleem is er blijkbaar wél een behandeling, net om de hoek, in een instelling waar er voor S. geen plaats was. Het lijkt wel de omgekeerde wereld: de dader wordt opgevangen, het slachtoffer gestraft.»

HUMO Amy, ik probeer nog steeds te begrijpen waarom jij en S. geen plaats kregen in een instelling. Cru gesteld: omdat jullie té zware gevallen waren?

De Schutter «Ik ben een zwaar geval gewórden in de psychiatrie, en vooral dóór de psychiatrie. Pas in de gesloten afdeling ben ik echt gaan flippen. Een moeilijke puberteit, krassen, een suïcidepoging die er niet eens echt één was: zo uitzonderlijk is dat niet. Maar omdat er geen plaats was in de jeugdpsychiatrie, ben ik elders terechtgekomen, in een therapie – als je die zo mag noemen – die de zaken alleen maar heeft verergerd. Psychiatrie is geen exacte wetenschap: ik ben als 14-jarige door een psychiater als borderlinepatiënt omschreven, terwijl je die diagnose niet eens kúnt stellen bij iemand van die leeftijd.

»Pas recent werd gediagnosticeerd wat niemand toen zag: een vorm van autisme, doordat de bedrading in mijn hersenen op een aantal vlakken fout zit. Mensen met een autismespectrumstoornis vóélen bovendien vaak zeer intens, alleen kunnen we vaak niet benoemen wat we voelen. Zet zo’n kind in een omgeving met volwassenen met zware psychische aandoeningen: ben je dan verwonderd dat het flipt en zichzelf gaat verminken? In de gesloten afdeling hebben andere patiënten me bedreigd met een breekmes – vraag me niet hoe ze dat hadden binnengesmokkeld. Ik heb stoelen naar mijn hoofd gekregen, ik heb een vrouw zichzelf in brand zien steken. Een gewone mens zou het er al moeilijk mee hebben, laat staan een hooggevoelig kind met autisme. Door zo’n overdaad aan prikkels krijg je ofwel een woedeaanval, ofwel een volledige implosie. Bij mij was het woede. En de enige reactie van de instelling was: die woede neutraliseren. Door mij vast te binden en te isoleren. Dat heb ik ontelbare keren meegemaakt. Maar een woord van warmte, wat geborgenheid, een knuffel? Dat heb ik tot mijn 17de nooit gekregen.»

'Het is mensonterend: hoe je door zeven man in de isoleercel wordt gestopt, hoe je krampachtig probeert je slipje aan te houden en hoe ze dat gewoon kapotscheuren, hoe ze je vastbinden en soms pas een week later weer losmaken'


Ziekenhuisschort

HUMO Er moet toch een vorm van therapie zijn?

Stef «Dat zou je hopen, zeker omdat het over een afdeling voor intensieve behandeling gaat, met maar acht patiënten.»

De Schutter «Maar ze stoppen je in je kamer, deur op slot. Je moet bellen als je dorst hebt, hopen dat er iemand vrij is om even langs te komen. Dat glas water krijg je dan pas na een halfuur.»

Stef «De verandering van een huiselijke sfeer in de kinderpsychiatrie naar een kille afdeling waar je meerdere crisissen per week meemaakt, dat was voor S. erg belastend. De omgeving werkt contraproductief. Als je nog geen zwaar geval bent, maken ze het wel van je.»

Annemie «De arts die haar had laten colloqueren, had uitdrukkelijk gevraagd om het zonder politie in uniform te doen. Die stond er natuurlijk wél, met zwaailichten bovendien. Heel intimiderend voor een psychisch labiel persoon, een klein meisje eigenlijk. Bij de instelling wordt ze meteen meegenomen, wij praten eerst met een dokter, we komen in haar kamer, en S. staat daar al in een hoekje, in een open ziekenhuisschort. Met de haren los, want zelfs een elastiekje wordt als potentieel gevaarlijk gezien. En zonder slip.»

De Schutter «Dat is het protocol. Bij gedwongen opname moet je vaak ofwel in isolatie, ofwel op een beveiligde kamer met alleen een ziekenhuisschort. Met je slip zou je jezelf kunnen wurgen, is de logica.»

Annemie «Dus onze dochter, die worstelt met een trauma door seksueel misbruik, krijgt bij aankomst meteen de instructie om naakt te gaan staan en zo’n open ziekenhuisschort aan te trekken. Dan stapel je toch trauma op trauma? Er was ook al snel geen bezigheidstherapie meer, ze werd gewoon opgesloten op haar kamer. Zelfs als ze ongesteld was, kreeg ze geen onderbroek, geen maandverband of tampon. Haar deken en onderlaken werden weggenomen, dus moest ze naakt slapen op het plastic zeil.

»Als je daar dan een opmerking over maakt, bekijken ze je met een blik van: wij weten hier wat we doen, hoor, wie bent u om ons te bekritiseren? Je botst op een muur van onbereikbaarheid. Onze dochter is een keer weggelopen: zelfs dan had men eerst geen tijd voor ons. Ze at nog steeds moeilijk of niet, ik heb het meegemaakt dat hetzelfde bord met eten er drie dagen stond. Mes en vork kon niet, te gevaarlijk, dus ze moest uit een soort trog eten. Een meisje met zware eetstoornissen! Haar laten douchen was niet simpel: dat gebeurde soms wekenlang niet, of alleen terwijl er iemand op stond te kijken. Ik kwam op bezoek en haar nagels zaten onder het bloed. Bleek dat ze na zelfverminking haar eigen bloed had moeten opkuisen, en daarna niet eens haar handen had kunnen wassen. Dat ze zoiets moet doen, als straf misschien: ik wil nog mijn best doen om dat te begrijpen, maar dat ze daarna niet eens even haar handen kan gaan wassen… En als je dan vraagt hoe dat mogelijk is, is het antwoord: wij hebben nog nooit een geval als jullie dochter meegemaakt.»

De Schutter «Ik was óók zo’n geval, dus zo uniek is dat niet.»

Stef «Ik ben ervan overtuigd dat er in het begin een kans is geweest om aan haar problematiek te werken. Maar dat is niet gebeurd. Intussen heeft ze wél de politie met wapenschild zien optreden tegen agressieve medepatiënten. Ze heeft zich verder in zichzelf teruggetrokken, en nu is ze gewoon iemand die moet worden bewaakt en rustig gehouden. Eigenlijk is ze opgegeven. Ze is een zwaar geval geworden. Niet ondanks, maar door toedoen van de gesloten psychiatrie.»

De Schutter «Het kan geen toeval zijn: jullie dochter zat in net dezelfde instelling als ik vijftien jaar terug. Daar is dus niets veranderd, en dat is zo verontrustend. Ook het feit dat de ouders eerder als een vervelende bijzaak worden bekeken. Mijn moeder heeft ooit dágen achter elkaar bij de instelling gestaan omdat ze achterdochtig was geworden. Ze heeft moeten dreigen dat ze de politie erbij zou halen vóór ze me eindelijk mocht zien. Eerst moest ze in de zaal wachten: die paar uur waren voor haar al verbijsterend, terwijl dat de ruimte was waarin de patiënten hele dagen doorbrachten. Mijn moeder houdt het huis altijd kraaknet, maar in mijn kamer zag ze reusachtige vlokken stof: er was in weken niet gepoetst.»

HUMO Hoe komt het dat het personeel niets doet?

De Schutter «Omdat ze het zo aangeleerd krijgen: geen hechting met patiënten, zeker niet emotioneel. Eérst zorgen voor veiligheid, niet voor therapie. En er treedt gewenning op, net als in het beruchte experiment van Stanley Milgram: die psycholoog toonde aan dat je proefpersonen steeds ergere dingen kunt laten doen zonder dat ze erbij stilstaan, alleen omdat een autoriteit het voorschrijft, of ‘de procedures’. Dat zijn geen slechte mensen, maar mensen die niet meer zíén dat iemand daar met bebloede handen zit die ze waarschijnlijk weleens zou willen wassen.»

Stef «Het is een vicieuze cirkel: de patiënt wordt lastiger en bozer omdat ze daar dingen meemaakt die ze niet aankan en geen echte hulp krijgt, en dus wordt ze ‘een moeilijke’ die vooral rustig moet worden gehouden, desnoods met geweld. En op het einde heb je geen enkele therapie meer, alleen nog een systeem van straffen, belonen en opsluiten.»

De Schutter «Je wordt steeds minder als mens bekeken, steeds meer als een geval – een lástig geval. Waardoor je het uiteindelijk ook wórdt.»

Annemie «En waardoor ook gewone medische zorg erbij inschiet. S. heeft een schildklierprobleem, maar het heeft máánden geduurd voor haar dossier gevonden was en de medicatie correct werd gedoseerd. Het doet er blijkbaar allemaal niet zoveel toe.»

De Schutter «Bij mij werd jaren later een oude, onbehandelde polsbreuk vastgesteld. Ik weet nog hoe dat kwam: ze grepen me zo stevig vast om me in de isolatiekamer te stoppen dat ik jankte van de pijn. Maar verzorgd ben ik toen niet geweest, alleen gefixeerd.»

Annemie «Soms werd onze dochter bij de haren meegesleurd. Allee, een meisje dat geen 45 kilo weegt!»

'De man die onze dochter seksueel heeft misbruikt, kon wél meteen in therapie, in een instelling waar er voor haar geen plaats was. De dader wordt behandeld, het slachtoffer gestraft' Stef


Isoleercel

HUMO Waardoor beland je in de isoleercel?

De Schutter «Eén voorbeeld. Mijn buurvrouw in de afdeling was mentaal gehandicapt en had zware psychiatrische problemen. Meestal was ze een keilieve vrouw, maar bij momenten sloeg ze op haar kamer tot bloedens toe haar hoofd tegen de muur – ik begrijp nog altijd niet dat ze geen schedelbreuk heeft opgelopen. Dus roep je, druk je op het belletje. Terwijl je al zo geconditioneerd bent dat je weet: ik mag eigenlijk niet roepen. Maar je doet het toch. En opnieuw. Tot je zelf een crisis krijgt, en je door zeven man in de isolatiekamer wordt gestopt. En je roept sorry, sorry, terwijl zij aan het overleggen zijn hoe ze je een vijfpuntsfixatie zullen geven, wie je vanboven zal uitkleden en wie vanonder. Ze horen je niet langer, je bent een object. Wat je ook roept of vraagt.

»(stil) Het is mensonterend: hoe je krampachtig probeert je onderbroek aan te houden, en hoe ze die gewoon kapotscheuren. Dan zijn ze plots allemaal weg, zit je vastgebonden te staren naar een steriele omgeving – ‘prikkelarm’ noemen ze dat. Je krijgt enkel een te kort dekentje, waardoor ik tot vandaag altijd koude voeten lijk te hebben. Omdat je vastgebonden bent, kun je niet langer bij het belletje. Er is geen klok, je hebt geen besef van tijd. Er staat water, maar je kunt er niet bij. Later heeft een therapeute me gezegd dat het haar opviel hoe ik telkens eerst gulzig moest drinken als ik binnenkwam. Gewoon omdat je iedere kans om te drinken aangrijpt. Het kan tot een week duren voor je weer losgemaakt wordt.»

Annemie «Op een bepaald ogenblik merkte de nachtploeg dat S. niet op haar kamer was. Dus verwittigden ze de politie, want ze was tenslotte gecolloqueerd. Uiteindelijk is ze ’s ochtends gevonden en hebben we haar teruggebracht met de politie en een ambulance. Toen bleek dat ze al om één uur ’s middags was weggelopen. Niemand was dus in die kamer geweest tussen één uur ’s middags en middernacht.

Stef «Bij aankomst werd onze dochter onmiddellijk door vier verplegers meegenomen. De deur ging dicht, en daar stonden we, buiten, zonder één woord. Ook de ambulanciers en de politie waren stomverbaasd: ze zijn met ons blijven wachten tot we eindelijk naar binnen mochten. S. stond ondertussen weer naakt in haar ziekenhuisschort: dát was dus de eerste prioriteit bij een crisis. Ze wilden ook niet weten wat er tijdens haar verdwijning gebeurd was, alleen hoe ze buiten was geraakt: ‘Wat mankeert er aan onze beveiliging?’ Wat er aan onze dochter mankeerde, was bijkomstig.»

HUMO Hebben jullie nooit geprobeerd om haar daar weg te krijgen?

Stef «Herhaaldelijk, maar nergens in Vlaanderen was er plaats voor haar. Op een bepaald moment geven ze je op, ben je een te zwaar geval geworden. S. berust daar ondertussen ook in, ze heeft zelfs niet langer de behoefte nog uit haar kamer te komen. Zo kan ze tenminste niet meer het negatieve gedrag van andere patiënten imiteren.»

De Schutter «Eén van mijn medepatiënten had een methode om zichzelf zo te verwonden dat hij enkele dagen naar het ziekenhuis kon: propere lakens, zachte kussens, eten op een bord, een afstandsbediening voor de tv, mogen kijken naar wat je wilt, met je baxter ongestoord op de gang wandelen: het was het paradijs voor hem. Hij heeft daar ook nooit iets mispeuterd. Ik herken dat: ik mocht ooit twee weken op vakantie uit de instelling en ben toen gaan stappen met mijn vader, en dat was echt fijn, er waren geen problemen. Ik kwam terug in de instelling en het eerste wat daar wachtte, was weer die ziekenhuisschort. Natuurlijk flip je dan. Toen ben ik als een wilde om me heen beginnen te slaan. En dus belandde ik weer in de isoleercel.»

HUMO Jullie vertellen dingen die eigenlijk op mishandeling neerkomen. Kon je nergens verhaal halen?

De Schutter «Mijn moeder wist ook niet wat er allemaal gebeurde: ik vertelde het tegen niemand.»

Annemie «Je zwijgt omdat er geen alternatief is. Je botst op een muur van stilte: er wordt niet gereageerd op je klachten, want de verplegers weten toch wel hoe het moet? Je verlegt zelf ook je grenzen: dingen die je eerst abnormaal vindt, begin je steeds meer te aanvaarden. Je begint erin te berusten, net zoals S. zelf.»

De Schutter «Je begint ook van jezelf te geloven dat je echt een monster bent, een onmens, en dat je het wel verdiend zult hebben. En dus ga je je ook zo gedragen. Je ligt vastgebonden, je moet naar het toilet, je belt, maar ze komen pas na een hele tijd en dus te laat. Dan moet je dat zelf opkuisen, want je hebt het met opzet gedaan, zeggen ze, en je gelooft dat na een tijdje ook zelf.»

'Ik heb zes verschillende diagnoses gekregen, wat eigenlijk hetzelfde is als zeggen: 'We weten het ook niet, dus we beginnen er niet aan'' Amy


Empathie

HUMO Begrijpen jullie het gedrag van het personeel?

Annemie «Je ziet een enorm personeelsverloop: het is een afdeling waar je liever niet wilt werken. Waarschijnlijk hou je het alleen vol als je een knop omdraait, jezelf iedere empathie met de patiënten ontzegt: anders slaap je niet meer. Het is een omgeving waar je je emoties uitschakelt en waar procedures en regels je enige houvast worden, dingen waar je niet langer vragen bij stelt. We hebben echt wel mensen ontmoet die het goed met onze dochter menen. Maar als je daar als pas afgestudeerde zorgverlener terechtkomt… Ofwel pas je je aan, ofwel ga je weg. Er is een natuurlijke selectie van wie het volhoudt.»

De Schutter «Er speelt ook onmacht mee, denk ik. Zelf niet weten hoe ze ons moesten aanpakken. Wat ook bij hen frustratie en woede veroorzaakt.»

Stef «Wat ook opvalt, is de afstand en kilte van de psychiaters: ze observeren meer dan ze met de patiënten en hun ouders praten.»

De Schutter «Ik ken een man wiens dochter in een andere instelling zelfmoord heeft gepleegd. Hij zat daar te wachten en kreeg niemand te spreken: het personeel was naar verluidt te zeer in shock. Hij moest maar een dag later terugkomen.»

Annemie «Een beetje empathie zou voor S. een wereld van verschil hebben gemaakt, daar zijn we van overtuigd. Maar blijkbaar hou je die job niet vol als je belangstelling durft te tonen.»

Stef «Wij hebben op een bepaald ogenblik gemerkt dat er in het hele team maar één persoon wist hoe oud S. was.»

De Schutter «Ik heb jaren later een knuffel gekregen van een begeleidster, in een andere instelling in Brugge, die werkelijk alles had gedaan om mijn vertrouwen te winnen. Terwijl ik op dat ogenblik echt een vervelende en onhandelbare patiënte was geworden. Het was alsof de dijken braken, ik heb gehuild en gehuild, jaren onverwerkte herinneringen in één grote stroom naar buiten laten komen. En ze zei alleen maar: ‘Maar meiske toch,’ en ze hield me vast. Het is waarschijnlijk het mooiste moment dat ik ooit in de psychiatrie heb meegemaakt.»

HUMO Hoe ben je eruit geraakt?

De Schutter «Ik heb veel afdelingen en instellingen meegemaakt, en uiteindelijk zat ik op een afdeling vol borderliners. Dat was niet ideaal voor iemand met autisme (grijnst). Ik werd er zodanig overprikkeld door hun verhalen dat ik wegliep. Dus was ik opnieuw de moeilijke patiënt die haar behandeling weigerde, en dreigde er weer straf.

»Toen heb ik beslist om de ideale patiënt te worden – enfin, te spélen. Ik heb alles gespeeld wat ze van mij verwachtten. Braaf zijn, ja zeggen, dankbaar zijn voor de goede effecten van de therapie – en soms wáren er wel dingen die hielpen. Doen alsof je een crisis hebt, zeggen dat je wilt krassen, na het crisisgesprek zeggen dat het je ongelooflijk goed heeft gedaan – en jezelf dan níét pijn doen. Zodat ze denken dat ze resultaat hebben geboekt. Hen echt doen geloven dat je een modelpatiënt bent geworden, en zwijgen over de demonen die nog altijd in je hoofd huizen. Tot je uiteindelijk het bericht krijgt dat je naar buiten mag. Dus ben ik nu uit de psychiatrie, maar meer dan tien jaar later is mijn leven nog altijd getekend door de trauma’s en herinneringen die ik eraan overgehouden heb.»

Annemie «S. is 19. We weten echt niet hoe haar toekomst er uitziet. We weten alleen dat ze psychisch ondraaglijk lijdt, en dat er geen enkele beterschap in zicht is. We hebben ook ervaren dat het er niet overal aan toegaat zoals op die ene afdeling waar Amy en S. met vijftien jaar tussentijd hebben gezeten. Sinds kort wordt onze dochter iets normaler behandeld, maar ze wordt nog steeds meer opgevangen dan behandeld.

Stef «Wat we eigenlijk hopen, is dat iemand ooit toegeeft dat ze mismeesterd is, dat ze echt niet het monster is waarvoor ze zichzelf is gaan houden. Onze dochter gelooft dat het haar eigen schuld is, dat ze dit verdiend heeft. Terwijl ze een fantastisch, creatief meisje is, dat toevallig misbruikt en gepest werd en vervolgens niet de juiste therapie heeft gekregen, waardoor ze zichzelf verloren is.»

Amy De Schutter, ‘Hoe men van een klaproos een monster maakt’, Witsand Uitgevers

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234