Het lezen on the road: dekzeilen

Een voetballer kan het spel lezen. Een autobestuurder kan ook het verkeer lezen. Wat volgt, is een oefening in het al rijdend lezen van laadbakken en dekzeilen. Een wereld zal voor u opengaan. Van de stugge Belgische vrachtwagens (Martens Transport) tot de bestelwagens mét rijmelarij (‘Wij zijn het idool van elke riool’). En ooit komt de dag dat u het zeldzame Kafka Transport zult spotten!

De snelweg is niet zomaar een weg. De snelweg is een groteletterbibliotheek van titels, opschriften en beelden. Neem Van Dievel Transport uit Mechelen. Vanwege hun familienaam voeren ze een duivel in hun logo, en op hun dekzeil maken ze ook de Engelse omzetting: A Devil in Transport. ? Dat spelen met die familienaam is voor de hand liggend, en toch lees ik het elke keer en ben ik blij als ik weer een Van Dievel zie. Vanwege de geweldige directievergadering die daaraan vooraf is gegaan ‘Mannen! We zetten d’r een duivel op. Daar gaat iedereen van opkijken!’ Dat is niks te veel gezegd. Die Van Dievel-duivel is nog zo’n ouderwetse bokkenpoot, mét grijnslach en akelige drietand. De transportdirecteur van Van Dievel was een visionair. Hij wist dat duivels en drietanden op een dag furore zouden maken.

Ik kan ook niet onbewogen blijven bij de vrachtwagens van G. Snel uit Deinze. ? Dat is voor een transportondernemer toch een lucky shot als je met zo’n familienaam geboren wordt. De zoon heet T. Snel, maar aan dat dekzeil wordt getwijfeld vanwege de voorspelbare reacties.

Er is ook een heel interessant forellentransport uit Duitsland, dat ik de voorbije jaren al enkele keren ben tegengekomen. Frische Forellen is de aanhef, en dan gaat het in luchtbellen en blauwe letters over de waterkwaliteit en hoe die eetbare vissen toch hun Qualität bewaren over lange afstanden. Intussen bekijk je de tanks en de deksels erbovenop, je ziet het scheppen uit de kweekvijver, en tegelijk is er de wonderlijke gedachte dat er in dat drukke benzineverkeer forellen in proper water langs komen gezwommen. Zwemmen ze heen en weer, of zwemmen ze instinctief tegen de stroom van het verkeer in? En hoe snel zwemt een forel als een vrachtwagen 90 per uur rijdt? Werkelijk, zo’n voertuig brengt een flow aan gedachten met zich mee.

Tura Will

Niet dat elke vrachtwagen zulke beschouwingen losmaakt, maar het is wel door volhoudend stillezen dat je een zekere diepgang bereikt. Laadbakken en dekzeilen dekken meer dan hun lading alleen. Ze hebben een gelaagdheid en een culturele betekenis. Zo is er een duidelijk cultuurverschil tussen Noord en Zuid. Nederlandse vrachtwagens zijn wervend. Van Rooijen – Logistiek Dienstverlener. Met een flitsende oranje pijl die alles belooft: Just in time – Anytime! Dat is typisch Nederlands. Een Nederlander is zich onderweg ook aan het verkopen. Nederlanders zijn geen communicatoren, dat zijn communicerende váten, die lopen over van taal en tekst.

Belgen zijn eerder stug op hun camion. Transport Houben. Transport Martens. Van Moer Transport. Meer moet dat niet zijn. En dus ook: Transport T. Van De Velde-Wijns B-1750 Lennik tel +3225321332 fax +3225321450. Daar is geen letter te veel aan, en dat zegt natuurlijk ook iets. Bij ons geen flauwekul. U vraagt transport. U krijgt transport.

Wat je nooit op Nederlandse en alleen maar op Vlaamse voertuigen zult zien, is Transport Verdoodt Marc of Verheyen Koen Sanitair-Verwarming. Die archaïsche gewoonte om de voornaam na de familienaam te plaatsen. In de jaren 60 kreeg je die stijfheid aangeleerd op school, en in de administratie is het nog altijd gangbaar, maar op een camion is dat nefast. Wat je leest, is niet Verdoodt Marc, maar: deze man is niet mee met zijn tijd. En voor alle Koenen en Marcen die niet overtuigd zijn, stel u een maatschappij voor waarin sprake is van Tura Will, Boonen Tom of Hazard Eden.

Dames, opgelet!

Het is de eerste keer dat ik iets over m’n dekzeillezen op papier zet, terwijl het me al veertig jaar ‘overkomt’. Als ik een voertuig zie, móét ik lezen. Allicht is het begonnen in 1969. M’n broer en ik staan te liften in Duitsland, en ik lees de Duitse nummerplaten. Beginletter K staat voor Keulen. F voor Frankfurt. COC is Cochem. Die beginletters duiden op het domicilie van de bestuurder. Als je dan in K-eulen staat te liften en je wilt naar F-rankfurt, dan doe je iets meer duimende moeite voor die F-rankfurter. Zo ben ik alles beginnen te lezen. De nummerplaten, en de stickers ernaast. In de jaren 70 waren ze nog legio: de politieke stickers, de zelfklevers van piratenzenders, de emblemen van vakantieoorden. En natuurlijk ook de typische routierplakkers: ‘Dames, opgelet! De mijne is 17 meter lang!’ Vandaar was het maar een kleine stap om hele vrachtwagens te gaan lezen, trekker en oplegger. En die gewoonte is niet meer weggegaan. Ik lees nog altijd nummerplaten (ook van auto’s), en ik lees alles wat op een vracht- of bestelwagen staat. Het lijkt dwangmatig, maar dat is het niet. Het gebeurt en passant, en er is ook altijd plezier. Waarachtig leesplezier.

Door dat lezen heb ik twintig jaar geleden Mijn Slijklappen ontdekt. U moet er bij Nederlandse vrachtwagens eens op letten, achter de achterbanden zitten rubberen spatlappen en soms dragen die de naam Hertoghs. Dat is van Hertoghs Carrosserieën in Roosendaal. Verre familie. Zij bouwen vrachtwagens, en zij signeren hun product op de achterflap. Het zit dus in de familie, die combinatie van tekst en camion.

Rioolidool

Met de jaren ontdek je ook de stelregels. Zoals: grote vrachtwagens, weinig tekst. Kleine bestelwagens, veel tekst. Wat begrijpelijk is. Die kleine bedrijfjes en kleine zelfstandigen zijn beginnende, en om klanten te werven willen ze vaak omstandig uitleggen waar ze mee bezig zijn.

Op bestelwagens tref je ook de knipoog en de kwinkslag. Een bedrijf dat bungalowtenten verhuurt, heet Tentsetters. Of: je ziet een afbeelding van een vrouw die een geurende kop koffie heft, het merk is Mokafina, en in de kantlijn staat: ‘Gebrand op jou’. Zoiets zul je nooit op een laadbak lezen. Laadbakken zijn stoer. Laadbakken doen niet aan woordspelingen en nuffige cursiefjes.

Op bestelwagens zie je ook weer die taalgrens tussen Noord en Zuid. Waar Vlaamse tuinaanleggers vaak zweren bij Tuinaanleg – Tuinonderhoud, een opschrift dat duidelijk last heeft van de droogte, heet het bij een Nederlandse bestelwagen ‘Pimp je tuin op!’ Zij haken zonder complexen in op een trend, op de populaire tv-cultuur. Heel soms zie je Vlaamse navolging, zoals de camionette van G-Clean. Hun slagzin is: ‘Wij zijn het idool van elke riool’. Geen enkele copywriter denkt aan een verband tussen een tv-programma en een riool, maar zo denkt Ons Volk dus wel. Bij slagzinnen hebben we altijd de neiging om te rijmen en te dichten, en hier rijmt zelfs een tang op een varken.

Your partner in logistics

Keren we terug naar de trucks, de grote titels en zelfs de grote schrijvers. Zo ben ik op 18 juli 2013 Kafka Transport tegengekomen. Een fascinerend dekzeil, en de vrachtwagen komt ook uit Kafka’s geboorteland Tsjechië. Het kan dus een ver familielid zijn, of een eerbetoon. Maar dan nog: wie durft zijn lading toe te vertrouwen aan Kafka Transport? Dat is toch vragen om bureaucratie en om níét just in time beleverd te worden?! Op internet vond ik het bedrijf, en die kale website sprak voor zich. Prominent in beeld staat een amateurfoto van de transportdirecteur: een man met een onverzorgde baard en een verfomfaaid kostuum die in een veel te klein kantoor zetelt. Als deze Kafka schrijft, zal dat een rommelig rittenblad van zijn chauffeurs zijn.

Bij deze moet ik wel vermelden dat de term Transport aan het uitsterven is. Tot vijftien jaar geleden was hij nog alom aanwezig. Maar daarna kwam er een geweldige shift in woordgebruik. Transport is sluipend overgegaan in Logistics. ? Die term staat voor een brede context van stockeren, distribueren en andere ondersteunende diensten. Maar dat was slechts één reden tot verandering. De belangrijkste reden was de opkomst van het manager-Engels. Zoals de personeelsdienst Human Resources werd, zo werd transport Logistics. Ik ben het beginnen op te merken toen Kees van Kooten er een Humo-column over schreef. Hij had de nieuwe voertaal opgemerkt en schetste het generatieconflict tussen de ouwe dekzeilen en de nieuwlichters. Het pleit is intussen beslecht, en wie nu nog de term Transport voert, wordt bekeken alsof hij alleen met zand en stenen kan rondrijden.

Tegelijk is die term Logistics in zeer korte tijd zo algemeen – en zo banaal – geworden dat de transporteurs er van alles aan toevoegen. Ineens zijn ze Your partner in Logistics. Of hebben ze het over Logistic Solutions, Logistic Services, Intelligent Logistics of zelfs Logistics with a green drive! Sommigen doen het uitschijnen alsof hun chauffeurs de klok rond naar Klara luisteren: The culture of logistics.

’t Viske

Voetballers lezen het spel. Hengelaars lezen het water. En zo moet ook een autobestuurder in staat zijn om het verkeer te lezen. Maar zeker bij beginnende lezers zal er onzekerheid zijn: hoe geef ik aandacht aan de dekzeilen en hoe houd ik ondertussen toch m’n aandacht op de weg? Hier geldt slechts één motto: oefenen en blijven oefenen. En af en toe wat ‘drooglezen’ zonder auto. Vanuit een tankstation, snelwegrestaurant, of gewoon vanuit de berm.

Ik zit nu bijvoorbeeld bij de Antwerpse ring. Het is vrijdag, vier uur ’s middags, het normale uur van de files, maar die zijn er nog niet, en dus moet er in een hoog tempo gelezen worden. Aldiva Kelderdichtingen. Van Ham Tenten & Podia. Paulussen Pianovervoer. Doggy-Knip Mobiel Hondenkapsalon. Ik wist niet dat de huisdierenkapper ook aan huis kwam, maar dat leer je dus allemaal op de informatiesnelweg. Vanop het gras in de zijkant maak je kennis met een waaier aan economische activiteiten, van Levensmiddelen tot Funeraria, en het is afwisselender dan de Gouden Gids lezen.

Binnen de minuut zie je Christ Lommers Vleesveredeling, en nog voor je weet wat vleesveredeling is, is daar al TNT Transport, met de slogan Sure We Can! Barack Obama die zelfs laadbakken inspireert. Daarna komen groenten en fruit die voor de gelegenheid Fruits & Vegetables heten en waarvan het dekzeil bedrukt is met sappige appelen, peren en perziken. Groenten zijn niet te zien. Groenten zijn niet appetijtelijk genoeg om te afficheren. Slechts zelden zie je rijdende preien, wortelen of selder.

Nog een stelregel voor bestelwagens: wees voorspelbaar in je presentatie. Dat is de goeie aanpak op de weg. Verzin geen ingewikkelde Japanse naam voor een bedrijfje dat koi, aquaria en vijvervissen verkoopt, maar kies voor ’t Viske, en verplaats je in een blauwe bestelwagen. Zit je in de wereld van de tuinaanleg, kies dan als firmanaam De Tuinkabouter, en zet een tuinkabouter op je bestelwagen. Het is de Van Dievel-aanpak. Ga het niet te ver zoeken, de appelen liggen vlak onder de boom.

Er passeert een vrachtwagen van Dhollandia. Dikke, grote letters: Laadkleppen Hubladebühnen Hayons élévateurs Tail lifts. Met zo’n dekzeil kun je in één klap drie talen leren. Ja, de globalisering heeft zijn voordelen. Zo heb ik mij deze zin ook eigen gemaakt: Spedice, logistika a mezinárodní kamionová doprava. Ronduit: Expeditie, logistiek en internationaal vervoer over de weg – een gevleugelde uitspraak die in Warschau meer bewondering wekt dan het banale ‘dzien dobry’ (‘goeie-dag’).

Ik stel ook vast hoeveel ampersanden (&) er zijn. Zo’n wand van een laadbak biedt circa vijfendertig vierkante meter ruimte; als je die oppervlakte in boekpagina’s uitdrukt, is dat een turf van 1400 bladzijden, maar door de huizenhoge lettertypes kunnen er vaak maar drie woorden op, en moet er toch nog ingekort worden. Verwarming & Sanitair, Bouwen & Verbouwen, Klinkers & Opritten.

Na drie kwartier langs de ring houd ik het voor bekeken. Er is niet alleen het ondraaglijke geraas, er zijn ook de dekzeilen die in te snel tempo voorbijkomen. Dat is geen leesplezier meer, dat is stress, en dat kan niet de bedoeling zijn.

De Patagoon

De volgende dag moet ik met de auto naar Hoogstraten, en rijdend lezen is comfortabeler. Je ziet van ver een autocar van De Zigeuner, in interessante vlamrode kleuren, je nadert met een normale snelheid en je kunt alles rustig lezen: de nummerplaat, de website, het e-mailadres en hun domicilie Diepenbeek. De Zigeuner: het wil natuurlijk iets bohémiens uitdrukken, maar het is toch wel een oude naam voor een modern bedrijf. Wil een busreisfirma eigenlijk wel met zigeuners geassocieerd worden? Reizen zigeuners met de bus? Ken ik iemand die ook in Diepenbeek woont? Zou er nog iemand faxen naar dat faxnummer O11/33.12.71?

Uit de andere richting komen nog meer vragen. Ineens is daar een grote Nederlandse vrachtwagen, De Patagoon. Wat een intrigerende naam! Daar is nog een tweede Patagoon, en nu kan ik ook Duivenbenodigdheden lezen. Heb ik dat echt gelezen: duivenbenodigdheden? Daar is er al een derde, ’t is een konvooi – een karavaan van duivengerief. Maar wat zijn die duivenbenodigdheden dat je er camions mee kunt vullen? Krachtvoer? Drinkbakken? Bouwpakketten van duiventillen? En wie is De Patagoon? Vanwaar die weidse naam? Is de familie ooit uitgeweken naar Patagonië? Of is het een duivenras? En dan verdwijnt de vrachtwagen uit het zicht en houdt het op. Ik zal zo’n raadsel nooit verder uitzoeken. Ik ben aan het rijden. Ik zit op de snelweg, niet op Wikipedia.

Dat zo’n vrachtwagen aan de horizon verdwijnt, is deel van de fascinatie. Bedrijven langs de snelweg hebben ook opschriften, maar die zeggen me niks. Liever zo’n moving target dat opduikt en dan weer weg is. Dat wekt de aandacht, dat vraagt om enige behendigheid wil je alles kunnen lezen. Het heeft iets van jagen. Het doelwit kan een plots manoeuvre maken, of zich verstoppen achter een ander dekzeil. En hoe trager het is, hoe sneller het dreigt te ontsnappen.

Het heeft ook iets van spotten, want sommige exemplaren zijn zeldzaam, sommige logo’s en markante namen zul je misschien maar één keer zien en daarna nooit meer.

Onderweg naar Hoogstraten maak ik me ook de bedenking dat er naast de snelweg geen tekst of reclame mag staan. Die verkeerscode is er om afleiding van de bestuurders te voorkomen en de wegveiligheid te verhogen. Wettelijk zijn alleen de sensibiliseringcampagnes van het BIVV en de borden van de gewestelijke overheden toegestaan. Alle andere tekstuele afleiding is verboden op straffe van hoge boetes, maar de snelweg zélf zit vol afleiding, vol teksten, boodschappen, opschriften en reclame. Hoe rijmt de overheid die dubbelzinnigheid? Wat denkt Europa te doen aan deze twee maten en twee gewichten? Niks natuurlijk. Het dekzeillezen is here to stay. Want naarmate de snelwegen saaier en eentoniger worden, zal het belang van het lezen toenemen.

Eskimo’s en pinguïns

Het dekzeillezen geeft ook een verhelderend inzicht in de wijze waarop transportfirma’s een naam kiezen. Vrachtwagens zijn in elk geval geen frituren. Frituren heten ’t Frituurke, maar ik heb nog geen enkele camion gezien die ’t Camionneke heet. Het moet groter en internationaler klinken, én grensoverschrijdend. Vandaar dat veel vrachtwagens Trans op hun dekzeil hebben staan. Transco. Trans-Europe. Oris Trans, Alta-Trans, Beca-Trans, ZiliTrans, Glob Trans (allicht van Global), en ook Gab Trans (sterk vermoeden dat de transporteur Gabriëls heet). Trans komt van Transport en transport komt van het Latijnse transportare – overzetten, naar de andere kant brengen. Eén transportfirma noemt zich zelfs Trans-Terra, die bestrijkt dus de hele aarde. Of ze zit in het grondvervoer, dat kan ook.

Grensoverschrijdend zijn is het kernbegrip en dat wordt ook in beeld benadrukt. Met wereldbollen, pijlen rond wereldbollen, hele en halve landkaarten van Europa, en vlaggetjes die de landen aangeven waar gelost en geladen wordt.

Om al deze iconografie en ook de typografie van het dekzeil te doorgronden, heb ik met D. afgesproken. D. is een jonge graficus die zelfs in een U-bocht nog naar het geschikte lettertype zou zoeken. Ook heeft hij als lifter langs de weg gestaan, hij is dus vertrouwd met dat rijdende beeldmateriaal. We staan naast het tankstation van Ranst, een uitstekende plek om dekzeilen te analyseren. D. heeft thuis drie kleine kinderen en dat is soms te merken aan zijn discours: ‘Daar is een Poolse camion, Jan, zie je dat paardje? Het is een springpaard. En wat doet het paardje? Het is snel, het neemt obstakels, en het springt van de ene plek naar de andere. Net zoals die transportfirma.’

Later zullen we nog meer snelle dieren op de dekzeilen zien: een gevleugeld paard, een windhond en een impala. De impala is een antilope, snel en behendig en voorzien van een korte draaicirkel, kortom, alles wat je associeert met een dieselvrachtwagen.

A. Vandermeulen Koel- en Vriestransport komt voorbij. Op de laadbak heeft de ontwerper drie pinguïns getekend (‘Dat is kouder dan één pinguïn, hè.’) Drie pinguïns is dus koel, tien pinguïns is belachelijk. (‘Dan denk je niet meer aan een frigo, dan denk je aan de zoo.’) Andere vriescamions hebben sneeuwkristallen (‘heel klassiek’) en koeltransport Lornoy uit Grobbendonk heeft zelfs nog een Eskimo als symbool. Ik ben blij dat ik die pelskap nog eens zie, het doet aan frisco’s uit de jaren 60 denken, maar niet aan koeling anno 2014. Het icoon zelf is dubieus geworden: Eskimo’s zijn geen vriezemannen meer, ze hebben te lijden onder de klimaatopwarming. D. ziet nóg een probleem: ‘Alleen ouderen begrijpen die Eskimo nog. Kinderen van nu kennen geen Eskimo’s meer omdat ze in de zoo niet voorkomen.’

Later treffen we ook nog een ijsbeer bij Pascal Koeltransport uit Brugge. Niet de gestileerde witte mijmeraar van de ijsschots, maar een beest dat zijn muil openspert in heavy metal-stijl. Ook deze poolbewoner lijdt onder de klimaatopwarming en is een bedenkelijk koelsymbool. Maar D. schudt zijn hoofd: ‘Je denkt toch niet dat daarover ecologisch is nagedacht. Dat is keukentafelontwerp. ‘Schat, wat past er op onze frigo-camion?’ – ‘Een pinguïn?’ – ‘Néé! Te klein!’ – ‘Een ijsbeer?’ – ‘Da’s een gedacht! En het woord ijs zit er al in!’ ?

Volgens D. heeft het met de bedrijfshistoriek te maken: ‘Vaak groeit zo’n onderneming uit een eenmansbedrijf. Men had één briefhoofd en één naamkaartje en toen dat bedrijf groter werd en een vrachtwagen kocht, heeft men dat ontwerp van die paar vierkante centimeter simpelweg uitvergroot voor een vrachtwagen van veertien meter. En dan krijg je die logo’s die op z’n zachtst gezegd nogal ongelukkig zijn.’

Precies op dat moment rijdt er een camion van een dakbedrijf voorbij dat nog snel te herkennen is aan zijn logo: een huis dat tevreden lacht omdat het onder een dak is gezet. Ik vind zo’n bakstenen lach wel geestig, maar D. draait met zijn ogen. ‘Dat is toch geen ontwerp! Dat is niks!’ Waarom ik dat charmant vind? Ik zie wel iets in die huisvlijt. En voor mij mag dat naast elkaar bestaan: goeie logo’s en huisstijlen én prutserijen, allemaal door elkaar. Zo is het leven toch ook. Er is schoonheid én er is Brol United! D. vindt dat er onderweg te véél rommel is: ‘Foute en ongeschikte lettertypes, een slechte hiërarchie in wat belangrijk en onbelangrijk is, knullige illustraties, slecht vormgegeven logo’s. Voor mij is dat vervuiling van het landschap.’ Hij wijst meerdere camions aan waar ‘geprutst’ is met onhandige pijlen, met cirkels in fluo of met ‘andere kak eraan’. Dat soort ontwerpen zijn ze gaan halen ‘alsof het een geboortekaartje was.’

Blauwe mannen

Ik zie veel witte dekzeilen en laadbakken, maar ook veel blauwe. De verklaring is simpel: ‘Laat jongens en mannen kleren kiezen en ze zullen gaan voor blauw. Voor veel mannen is dat hun lievelingskleur. En omdat er veel mannen in de transportsector zitten, zie je dus veel blauw.’

Verpoot Vervoer uit Eeklo komt voorbij. Ze gebruiken maar één grote V als beginletter voor Verpoot en Vervoer – aandoenlijk oldskool. Met die zuinigheid gaan ze het nog ver brengen.

Er volgt ook nog very old-skool: gotisch schrift. Transport Denecker komt uit Veurne, en als je uit een middeleeuws stadje komt, neem je een middeleeuws lettertype, toch?

Geel-rood is de kleur van een DHL Express & Logistics. ‘DHL was vroeger rood-wit. Maar tien jaar geleden zijn ze overgenomen door Deutsche Post, en die wilden hun geel erin. En zo is al het wit van DHL geel geworden. Al hun vliegtuigen, vrachtwagens, magazijnen: allemaal overschilderen. Wat dat gekost heeft! Kapitalen!’

Volgt een camion met één vette blauwe fles erop. ‘Gleptosil. Het ijzeren product voor uw biggen.’ Zo’n veterinair product vraagt om no-nonsense: ‘Gewoon zeggen wat het is en hoe het eruitziet, dat volstaat voor die gebruikers.’

D. leert me letten op de letter O. In een halfuur tijd zien we de O van een vers ei, de O van een wereldbol en de O van een sinaasappel. Rond die oranje appel zit ook nog de zwarte O van een buitenband, ergo: vervoer van citrusvruchten! D. weet het al langer: ‘De O is een dankbare letter.’

De prijs voor de meest eufemistische vrachtwagen gaat naar de camion die levende kuikens vervoert en waarvan de hele laadbak beschilderd is alsof we binnenkijken in een schoolbus. Daar zitten sympathieke kuikens met vrolijke petjes en kleurrijke boekentasjes; ze zijn op klasuitstap. Het onderschrift luidt: Chickens Travelling. Maar omdat ik vlees eet, weet ik dat ze op weg zijn naar een vleeskuikenbedrijf waar ze over zes weken tweeënhalve kilo zullen wegen. Dan wacht het slachthuis. Chickens no more travelling. Aan elke baan om de aarde komt een einde.

★★★

De Patagoon dan toch maar opgebeld. Prozaïsche mevrouw aan de lijn. Ze zijn gespecialiseerd in producten voor de duivensport. Ze hebben geen familie in Patagonië. De Patagoon is hun vorige handelsnaam. Vroeger hadden ze een vogelhandel en ‘de Patagoon’ was een parkiet die ze verkochten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234