‘Alleen in de liefde word je echt gekend.’ Beeld BELGAIMAGE
‘Alleen in de liefde word je echt gekend.’Beeld BELGAIMAGE

Funny ValentineConnie Palmen

‘Het lichaam snapt niet dat de ander dood is. Als een hond wacht het jarenlang tot zijn baasje terugkomt’

Uit het niets werd Connie Palmen precies dertig jaar geleden een bekende schrijver, met haar debuutroman ‘De wetten’. Vlak na verschijning ontmoette ze de even beroemde als beruchte interviewer Ischa Meijer. Hij werd haar grote liefde, maar amper vier jaar later stierf hij – uitgerekend op zijn 52ste verjaardag, op Valentijnsdag.

In ‘I.M.’, de roman die Connie Palmen in 1998 schreef, drie jaar na de plotselinge dood van Ischa Meijer, legde ze hun eerste ontmoeting vast. Die vond plaats op 5 februari 1991, om even voor vier uur ’s middags, het moment dat de radio-opnamen van ‘Een uur Ischa’ begonnen in café Eik en Linde in Amsterdam.

‘‘La Palmen,’ gilt hij me toe als ik de studioruimte van het café binnenkom. ‘We gaan het niet over ‘De wetten’ hebben hoor,’ zegt hij, terwijl hij mijn hand schudt, ‘we gaan het hebben over die hype rondom jou.’

‘Ik wil het wel hebben over het boek,’ zeg ik.’

Het gesprek begon Ischa met: ‘Mevrouw Palmen, laten we zeggen drie weken geleden was u nog niet bekend, nu bent u een media-event. O, dat rijmt!’

– Hield Ischa u voor de gek?

CONNIE PALMEN (65) «Dat dacht ik ook, maar achteraf weet ik dat hij de waarheid sprak. Hij vond de hype interessanter dan het boek zelf. Als ik journalist was geweest, zou ik daar misschien ook de nadruk op hebben gelegd.»

– Kwam het overweldigende succes van ‘De wetten’ voor u als een verrassing?

PALMEN «Het klinkt arrogant als ik het zeg, maar ik vond dat normaal (lacht). Het was een bijzonder debuut, anders dan alle andere debuten.»

In ‘De wetten’ had Palmen haar eigen roem voorspeld. Marie Deniet, de heldin van de roman, droomt dat ze als meisje van 14 in haar dorp over straat loopt en grote opwinding bespeurt onder de mensen. ‘Het was nog geen uur geleden verkondigd op de radio: ik had de Nobelprijs gewonnen. Dat kon onmogelijk waar zijn. Ik had nog geen letter gepubliceerd.’

PALMEN «Die droom heb ik niet hoeven te verzinnen. Ik herinner me de eerste tijd na de publicatie van ‘De wetten’ als een tijd van groot geluk. Ik werd wie ik was. Of ik geboren werd...»

– Als schrijver of als Venus, uit het schuim der branding?

PALMEN (lacht) «Allebei! De herinnering aan de publicatie van mijn eerste boek valt samen met de ontmoeting met Ischa, mijn eerste grote liefde. Ik heb altijd gedacht dat ik geen talent had voor nostalgie, ik beschouw zwelgen in het verleden als gevaarlijk, maar door de verfilming van ‘I.M.’ (in december 2020 nog te zien op NPO 1, red.) werd het verlangen naar Ischa weer losgewoeld. Niet alleen in gedachten, maar ook fysiek.

»Het lichaam is dom, het snapt niet dat de ander dood is. Het is als een hond die jarenlang bij de deur blijft wachten tot zijn baasje terugkomt. Een onderdeel van de rouw is dat het verlangen naar de ander langzaam wegebt. In de afgelopen 25 jaar sleet het verlangen, de hond lag te slapen. Maar toen ik onze liefde op het scherm verbeeld zag, werd ik ineens zo droevig. Ik raakte in een modderstroom van missen. In z’n meesleurende kracht miste ik Hans (van Mierlo, de Nederlandse politicus met wie ze een relatie had van 1999 tot zijn dood in 2010, red.) ook weer, en mijn moeder en vader.»

– Hoe was het om in de verfilming van uw roman uzelf en Ischa terug te zien?

PALMEN «De eerste, ruwe versie van ‘I.M.’ zag ik thuis bij Michiel van Erp, de regisseur. Ik keek gepantserd, al verschenen er al wat barstjes in mijn harnas. Ik was ontroerd. Maar toen ik bij de première in de zaal zat, de film op dat immense scherm voor me zag en de liedjes hoorde die ik met Ischa draaide, thuis in Amsterdam en reizend door Amerika, toen werd het zwaarder. Ik ben altijd verliefd gebleven op Ischa.»

In ‘De wetten’ koestert Marie Deniet het diepe verlangen om gekend te worden. Ze is bereid haar ziel te verkopen om te weten wie ze werkelijk is. In zeven jaar ontmoet ze zeven mannen die haar vertellen wat de wetten van het bestaan zijn: de astroloog, de epilepticus, de filosoof, de priester, de fysicus, de kunstenaar en de psychiater. Uiteindelijk beseft Marie, de ‘filosofische hoerenengel’, dat zij haar eigen wetten kan stellen door schrijver te worden.»

– U was 35 toen u debuteerde. Niet eens piepjong. Als Ischa u vraagt hoe oud u was toen u wist dat u een schrijver was, zei u nochtans: 3 jaar.

PALMEN «Harry Mulisch heeft gezegd: schrijver word je niet, dat ben je. Zo heb ik het ook ervaren. Maar elk talent wordt geboren op een mestvaalt van onvermogen. Schrijven is ‘amorfatisch’, zoals Nietzsche het noemt. Je gaat het lot omhelzen van iets wat je niet kunt. Je gaat er iets tegenover zetten.

»‘Nee’ is mijn lievelingswoord, de weigering mijn natuurlijke houding. Maar mijn ‘nee’ is natuurlijk bedoeld om een groot ‘ja’ mogelijk te maken. Ik zag mezelf niet om negen uur op een kantoor zitten, de hele dag met mensen omgaan en op die manier geld verdienen. Als kind zei ik tegen mijn moeder: ‘Mam, ik word schrijver.’ – ‘Kind, daar kun je toch niet van leven?’ – ‘Mam, als ik het niet doe, word ik heel ongelukkig.’»

– Even overwoog u, net als Marie Deniet, om non te worden.

PALMEN «Grote keuzes maak je op de rand van het ravijn of met de rug tegen de muur. Non worden was de enige manier die ik kende om je als vrouw uit de wereld terug te trekken. Ik ben opgegroeid in een kloosterdorp. In de abdij woonden vijftien nonnen, die een contemplatief bestaan leidden. Lezen, studeren. Ze hoefden niet naar buiten. Het was logisch dat ik non wilde worden. Ik had geen ander voorbeeld. Anders moest ik moeder worden – en dat wilde ik niet.»

– U bent een uiterst autobiografische schrijver, maar u schrijft wel van idee naar verhaal, in plaats van andersom.

PALMEN «En toch werkt het zo. Nog steeds. Ik wil iets begrijpen wat ik complex vind in mijn leven. Zo begint het. Ik deed onderzoek naar mijn wording en het schrijven zelf in ‘De wetten’, naar vriendschap en verslaving in ‘De vriendschap’, naar de liefde in ‘I.M.’ en naar de dood in ‘Jij zegt het’. Daarna volgt de zoektocht naar het verhaal. Het autobiografische schuilt in het denken.

»Ik vind dat je met elk boek een opdracht aan jezelf moet stellen. Ik speel altijd een spel met biografie en autobiografie. Hoe vertel je een verhaal over je leven? En waarom is het zo gevaarlijk als anderen over jou praten?»

– U zou nooit meewerken aan uw eigen biografie?

PALMEN «Nee. Je leest weleens aantekeningen van schrijvers van toen ze 12 waren, waarin het genie al helemaal zichtbaar is. Nou, daar hoef je bij mij niet bang voor te zijn... Toen de coronacrisis uitbrak, dacht ik: ik moet opruimen. Straks ga ik dood en liggen hier alle liefdesbrieven die ik in mijn leven heb ontvangen. Dus die stapels heb ik weggegooid. Zelden word je zo bejubeld als je niet te hebben bent. Het leek me naar voor de afzenders om terug te kunnen zien in welke bochten ze zich hebben gewrongen.»

– Hebt u zelf veel liefdesbrieven geschreven?

PALMEN «Niet dat ik weet. Wel afwijzingsbrieven. ‘Nee’ is mijn lievelingswoord, zoals je weet. Ja, ik ga wel met je naar bed. Nee, ik wil geen verhouding.»

– Het lijkt er weleens op of u er genoegen in schept om verwarring te zaaien over het autobiografische gehalte van uw boeken.

PALMEN «Het autobiografische is een stijl, maar het is ook een vorm van bescheidenheid. Degene over wie ik de meeste kennis heb, is de vrouwelijke hoofdpersoon. Haar drijfveren, tekortkomingen en verlangens zijn de mijne. Dat zal ik nooit ontkennen. Maar over alle andere figuren in mijn werk zal ik zoveel mogelijk liegen.»

– Is het autobiografische ook een manier om u onkwetsbaar te maken?

PALMEN «Openbaren is de meest ideale manier van verhullen. Ga naar buiten, toon je – en je bent onkwetsbaar. Ik heb genoeg intimiteit in m’n leven om te weten dat het openbare leven verborgenheid is. Alleen in de liefde word je echt gekend.»

– Zoals door Ischa, in 1991.

PALMEN «Mijn boek was af en ik had de man van wie ik zo veel hield dat ik er af en toe gek van werd. Je zou kunnen denken dat de wereld ineens groot wordt als je boek zo’n succes heeft. Maar ik dook de intimiteit in, zat in een cocon met Ischa. Hij was veel beroemder dan ik, dus ik dacht, als we samen op straat liepen: iedereen kijkt naar hem. Pas na Ischa’s dood merkte ik dat ik de roem alleen moest dragen. Ik was mijn bescherming kwijt. Gelukkig had ik het schrijven, waarin niemand bij me kon komen. Die cocon verdwijnt nooit.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234