null Beeld

Het Lieve Leven: Caroline Gennez

Wat moet een mens doen om geïnterviewd te worden over ‘Het Lieve Leven’? Speelt leeftijd een rol? Kan enige steekpenning of gunst daarbij helpen? Driewerf nee. Om te worden uitverkoren, moet je boven alles een dame of heer van stand zijn. Iemand van wie we iets kunnen leren. Iemand die door leven, lijden en werk tot voorbeeld kan worden gesteld.

Volstaat een spraakmakend partijvoorzitterschap van de SP.A? Een voorzitterschap op 32-jarige leeftijd nog wel? Toegegeven: dit was een grensge- val. Maar omdat Caroline Gennez toevallig bij mij om de hoek woont, in het swingende Mechelen... Nee, genoeg gezwamd, tijd voor Het Lieve Leven!

undefined

HUMO Je komt niet uit een rood nest, en op je veertiende speelde je internationale tennistoernooien. Niets liet vermoeden dat je ooit socialistische ministerportefeuilles zou uitdelen.

Caroline Gennez «Ik ben zeker niet met de politieke microbe geboren. Als kind en als tiener heb ik me vooral geweldig geamuseerd. Mijn ouders runden een tennisclub en een openluchtzwembad in Sint-Truiden, aan het stadspark. Vroeger hoorde er ook een velodroom bij, waar de Fransman Maurice Richard in 1932 nog het werelduurrecord heeft verbeterd. Die hele infrastructuur was al vier generaties lang in handen van onze familie – ik ben de eerste die de zaak niet heeft voortgezet.

»Moeder baatte de club uit terwijl vader als ambtenaar carrière maakte op Economische Zaken – hij heeft het, als volkse intellectueel, tot inspecteur-generaal geschopt. Ik was, tot mijn grote wanhoop, enig kind: de hele dag liep ik te zeuren om een broertje. Mijn vader had ook liever een zoon in plaats van een dochter gehad; ik liep er vaak als een jongen bij, het liefst van al in de voetbaloutfit van STVV, en ik groeide op als een echte wildebras. We hadden een cafetaria en ook daar was ik one of the boys: flipperen, kaarten, biljarten, ik deed het allemaal mee.»

HUMO Zo kweek je wel een sociaal karakter.

Gennez «Ik hoorde goed met mensen te leren omgaan, rang of stand maakte niet uit: ‘Een klant is een klant, je bent vriendelijk en sociaal voor iedereen.’ Mijn ouders leerden me boven alles dat ik ten dienste van anderen moest staan.

»Fysiek ben ik het evenbeeld van mijn moeder. In die mate dat mijn vader tegen mijn liefjes graag vertelde: ‘Als je wilt weten hoe Caroline er over dertig jaar zal uitzien, kijk dan naar haar moeder.’ Ik vind haar de mooiere versie van mezelf.

»Van mijn vader heb ik het karakter en de interesses: rustig, niet gebrand op uiterlijk vertoon, sportief.

Hij heeft nog bij STVV gevoetbald, met Lon Polleunis als spits en Raymond Goethals als trainer. Anderlecht, toen met Jan Mulder, kwam met grote schrik naar Sint-Truiden, hoor. Mijn vader was net geen top – hij studeerde nog en speelde gewoonlijk bij de reserven, maar af en toe werd hij toch in het eerste elftal opgesteld.

»Tot op de dag van vandaag ben ik een hevige supporter van STVV. Je moet aan twee van je eerste liefdes trouw blijven: je politieke overtuiging en je voetbalclub. Het overige valt onder wat ik graag ‘voortschrijdend inzicht’ noem.»

HUMO Over naar het tennis. Je had echt wel talent.

Gennez «Ik ben bij wijze van spreken geboren met een racket in mijn hand. Als ik de keuken uitliep, stond ik met mijn neus op het veld. Mijn eerste racket, toen ik drie was, was bijna groter dan mezelf. Ik deed gewoon mee met de klanten – ik leerde tennissen zoals ik heb leren lopen.

»Ik werd Belgisch kampioen bij de min-10- en de min-12-jarigen, en later ging ik internationaal. Ik zat op tennisstudie met Sabine Appelmans – zij was drie jaar ouder. Dominique Monami was één jaar ouder. Ik heb nog tegen Jennifer Capriati gespeeld – glans- rijk verloren natuurlijk.»

HUMO Op je veertiende hield je er plotseling mee op. Blessure?

Gennez (knikt) «Ik was zowat de hele tijd geblesseerd: continu tendinitis, nek geblokkeerd, hernia, spierscheuren. Alle denkbare sportblessures heb ik gehad. Eigenlijk ben ik veel te jong veel te hard beginnen slaan. Toen ik begon, was ik een extreem mager kind, met van die stekkebeentjes en smalle schoudertjes. En zo’n panlatje zetten ze dan op krachttraining... Wij waren echte proefkonijnen, vandaag zou dat niet meer gebeuren. Ik heb nog altijd last van die blessures, ben een echte pijnpatiënt geworden (wrijft met haar hand over haar nek). Topsport is ongezond, punt.»

HUMO Zou je zonder die blessures internationaal zijn doorgebroken?

Gennez «Wellicht niet. Ik worstelde met twee grote problemen om een echte topper te worden. Eén: een gebrek aan monomanie. Mijn collega’s dachten alleen maar aan tennis: niet snoepen, om acht uur ’s avonds naar bed, zwijgen en spelen. Dat kon ik niet opbrengen. En twee: ik bleek allergisch aan gravel, zoals mijn ouders dat uitdrukten. Ik was nog woester dan John McEnroe, altijd boos op mezelf, ongelofelijk perfectionistisch. Ik kon met 6-0 of 6-1 winnen en toch tierend van het veld stappen omdat ik vond dat ik te veel fouten had gemaakt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234