null Beeld

Het lieve leven en hoe het te lijden: acteur en regisseur François Beukelaers

Het leven zoals wij dat vandaag kennen, is een kleine zeventig jaar oud en werd uit de rokende ruïnes van de tweede wereldoorlog geboren. Als er één man als chroniqueur van dat tijdsgewricht kan figureren, is het François Beukelaers (76), begenadigd acteur en regisseur.

Beukelaers , onvergetelijk als Max in Marc Diddens ‘Brussels by Night’ (1983), woont, vanuit Vlaanderen gezien, ‘aan de verkeerde kant van Brussel’, in een klein maar fijn rijhuis. Niet om er uit te rusten van een rijk gevulde carrière, maar om die carrière nog altijd met zwier verder uit te bouwen. Hij wil graag met mij over het lieve leven praten, maar dan wel tot precies één uur op de middag. Want dan moet hij het huis uit om te gaan repeteren voor zijn zoveelste rol. Hij oogt nog altijd très Beukelaers: lang, rijzig, mooi bruinverbrand, lichtblauwe oogopslag, strak in z’n jeans, pezig en stoer. Jeune premier, quoi. Hij wijst er terloops op dat hij net zijn bottines heeft gepoetst. Want: ‘Een mens kan toch niet de straat op zonder vers gepoetste bottines, nee?’

HUMO Je ziet er schitterend uit, François. Hoe doe je dat?

François Beukelaers «Door bezig te blijven. Ik moet straks weer gaan repeteren voor m’n nieuwe stuk. De meeste mensen vinden dat werken inspanning vraagt, terwijl het eigenlijk een plezier zou moeten zijn. Ik speel nog altijd veel. En graag.

»Ik ben afkomstig van Vilvoorde. Vroeger had je daar de Renault-fabrieken, onder het viaduct. Ik kende enkele gasten die daar werkten. Hun grootste bekommernis tijdens het werk was: een plaatsje vinden waar ze ongezien en ongestoord wat konden slapen. Wie z’n werk vervelend vindt en het desondanks verder blijft doen, bombardeert zichzelf tot een moderne slaaf.

»Kijk, je bent maar één keer op deze bol. Ik weet het: geld is belangrijk, want het verschaft je vrijheid en middelen om je te ontplooien. Wel, de meeste mensen werken uitsluitend om dat geld, zodat ze zichzelf wat kunnen plezieren en verwennen. Terwijl werken een feest zou moeten zijn, iets wat je graag doet en wat je geest verheft. Vroeger had je de zogenaamde handwerklieden, de artisans, die mooie meubelen maakten, of schoenen, of kleren, traliewerk, kachels. Die mensen deden hun werk met grote liefde. Maar ken jij er zo nog? De zingeving is weg, snap je. Mijn goede raad: als je voor het eerst een job doet, kies dan niet voor iets waarmee je veel verdient, maar voor iets waar je plezier in vindt. Zoals wat jij en ik doen: schrijven, toneelspelen, muziek maken.

»In Vilvoorde viel er in die jaren niets te beleven. Maar onze culturele honger was enorm groot: wij kwamen uit de oorlog, snap je. Ik ben geboren in 1938 en er gebeurde, op de oorlog na, helemaal niets. Het land heeft zes jaar stilgelegen. De mensen mochten niet praten, niet schrijven, niet spelen. De enige opdracht was: hou je gedeisd en probeer te overleven.»

HUMO Heb je nog concrete herinneringen aan die oorlog?

Beukelaers «Wel aan de bevrijding: het was de eerste keer dat ik een Belgische vlag zag wapperen, wat tijdens de oorlog verboden was. Het was ook de eerste keer dat ik een appelsien at: fantastisch! Het is geen zegen om in Vilvoorde geboren te worden. Maar Brussel lag op tien kilometer. En dáár gebeurde het, natuurlijk. Daar had je goeie bioscopen, daar liepen knappe meisjes. Mijn vrienden en ik waren gefascineerd door wat in Amerika gebeurde. De jazz, de opkomst van de rock-’n-roll, Elvis! Amerika was de bevrijder. Plotseling waren er Amerikaanse auto’s, Amerikaanse films, Amerikaanse literatuur, Amerikaanse koelkasten. Ik ben groot geworden met de 78 toerenplaat: Gerry Mulligan en Chet Baker. Als je naar de bioscoop ging, kreeg je eerst reclame, vervolgens de actualiteiten, verzorgd door Belgavox, dan een voorfilm, en ten slotte de hoofdfilm. Naar de bioscoop gaan was een echte onderneming, je was uren zoet, het betékende iets in je leven. Feest!

»Ik kom uit een zeer gemengde familie. De ene kant was vrijzinnig, de andere katholiek. De ene kant sprak Frans, de andere Nederlands. De Nederlandse tak was afkomstig van Antwerpen. Ze waren meegekomen in het zog van het leger van Napoleon, als foeriers. Ze verkochten jenever, koffie en bloem aan de soldaten. Ze volgden het leger en trokken van oorlog naar oorlog. Later werden de Beukelaersen molenaar. Er bestaat nog altijd een gerestaureerde molen, de Beukelaersmolen. Koekjes De Beukelaer komen ook van die verre familie.»

HUMO Hoe moet ik mij de kleine François voorstellen?

Beukelaers (zucht) «Dat is een heel verhaal. Je moet weten: mijn vader heeft zich drie weken voor mijn geboorte van kant gemaakt. Op 8 januari 1938 pleegde hij zelfmoord en ik ben geboren op 2 februari. Zelf heb ik dat pas veel later vernomen, toen ik al een jaar of 14 was. Alles daaromtrent heb ik uit de tweede hand, van horen zeggen. Maar door die hele historie is de familie wel uit elkaar gekletst.»

HUMO Heeft het je getekend?

Beukelaers «Ook dat is weer een heel verhaal. Je moet weten: mijn kop stond zó (brengt hoofd naar rechterschouder). Het had iets met een te korte zenuw te maken, van bij de geboorte. En ik mocht niet geopereerd worden vóór mijn zevende jaar. Mijn hele kindertijd heb ik dus zo gelopen. Na de operatie moest ik een soort gipsen helm dragen om mijn hoofd rechtop te houden. Bovenop had mijn moeder een gebreide muts gezet – kun je nagaan hoe ik er moet hebben uitgezien. Vriendjes had ik nauwelijks: het was oorlog, de scholen waren dicht en als ik al kinderen ontmoette, plaagden ze mij met m’n hoofd of lachten ze mij uit.

»Twee jaar heb ik met die gipsen helm rondgelopen. Daardoor was dan weer mijn borstkas slecht ontwikkeld en kreeg ik ademhalingsproblemen. Bij het röntgenonderzoek op school kwamen ze erachter dat ik vlekken op mijn longen had. Bon, ik met mijn moeder naar het ziekenhuis om dat verder te laten onderzoeken. ‘Naam van de vader?’ vraagt de verpleegster. Dat was dus Beukelaers, Joseph. ‘Beroep?’ Chemicus. Er volgden nog enkele lastige vragen, en mijn moeder neemt die verpleegster apart: ‘Kan ik u even alleen spreken, juffrouw?’ In het naar huis gaan zeg ik tegen mijn moeder: ‘Wat was dat daarnet allemaal?’ En toen heeft ze mij alles verteld.»

HUMO Wat voor man was je vader? Leek je op hem?

Beukelaers «Hij was een heel frêle man, kleiner dan mijn moeder, die toen 1,75 meter mat, wat in die tijd flink groot was, zeker voor een vrouw. Daar heeft mijn vader vermoedelijk een complex aan overgehouden. Hij gaf graag veel geld uit, creëerde voor zichzelf een ideaalbeeld waaraan hij vervolgens trachtte te beantwoorden. Hij liep altijd piekfijn en duur gekleed. Hij deed ook aan motorracen, wat veel geld kost. Hij reed in open eenzitters met zúlke wielen; echte raketten. Die kerels raceten zonder veiligheidsgordels, toen. Er bestaat een foto van mijn vader in een lederen race-uitrusting die een fortuin moet hebben gekost.

»In Francorchamps heeft hij een zwaar, bijna fataal ongeval gehad tijdens een motorrace. Ze hebben hem meer dood dan levend van het beton opgeraapt. De chirurgen hebben hem kunnen redden door een zilveren plaat in zijn schedel aan te brengen. Hij is hersteld, maar bij slecht weer begon die zilveren plaat te knellen, wat hem gek van de hoofdpijn maakte, letterlijk. Die plaat maakte statische elektriciteit aan, snap je.

»Hij was 28 toen hij eruit stapte. Er werd beweerd dat hij het gedaan had omdat hij dacht dat ik, toekomstige baby, niet van hem was. Maar dat heeft mijn moeder altijd hevig ontkend.

»Ik heb nooit met zelfmoordgedachten rondgelopen. Eén van mijn beste vrienden heeft het wél gedaan, in een moment van blinde waanzin, denk ik. Je staat voor de muur en je kunt er niet meer over. Maar echt wakker heb ik van de dood van mijn vader nooit gelegen.»

HUMO Neem je hem z’n zelfmoord kwalijk?

Beukelaers «Nee. ’t Was zijn probleem, niet het mijne. Albert Camus heeft over le suicide geschreven. Voor hem was er maar één echt filosofisch probleem: ‘Het leven is absurd. Nu ik dat weet, maak ik dan mezelf van kant of niet?’ Camus noemt zelfmoord le courage des lâches, de moed van de lafaards. Er zijn momenten geweest dat ik er ook zo over dacht, dat ik mijn vader een lafaard vond. Hij heeft mij verlaten, hij heeft mijn moeder en mij in de steek gelaten. Later ben ik er anders over gaan denken: iedereen heeft het recht om z’n eigen leven te leiden. Dat impliceert dat ieder van ons ook het recht heeft om, als het leven hem niet aanstaat, het door eigen hand te beëindigen. Et voilà tout.»

HUMO Was het vermoeden van je vader, ‘die kleine is niet van mij’, terecht?

Beukelaers «Absoluut niet. ’t Was waanzin, inbeelding. Die zilveren plaat, allicht. Een vlaag van paranoia, misschien?»

HUMO Heeft je moeder je nadien zelf opgevoed?

Beukelaers «Nee. Uiteindelijk ben ik bij mijn twee groottantes beland. Mijn moeder kon het niet alleen aan. Ze was een levenslustige vrouw, maar zeker geen zotte blaar. Uiteindelijk is ze gestorven van kanker aan de nieren, net als haar moeder.»

HUMO Het minste wat je kan zeggen, is dat je leven niet in bijzonder goede omstandigheden is gestart.

Beukelaers «Dat zeg je nu, terugkijkend. Maar op het moment zelf gaat dat aan je voorbij. Een kind ontdekt het leven stap voor stap. Het is een traag proces. Je denkt dat het normaal is wat je overkomt. Het leven was enorm moeilijk, in en na de oorlog was de misère overal aanwezig. Iedereen moest zich maar zien te redden. Er was toen simpelweg minder ego bij de mensen. Zitten nadenken over jezelf, dat was een luxe die je je in die jaren niet kon permitteren.»

HUMO Hoe heeft je vader uiteindelijk een einde aan z’n leven gemaakt?

Beukelaers (richt z’n wijsvinger op z’n voorhoofd en haalt een denkbeeldige trekker over) «Met een revolver. Precies daarom had ik het zo moeilijk om die eerste scène van ‘Brussels by Night’ te spelen. De held van het verhaal, Max, plaatst in de openingsscène de loop van een revolver in zijn mond. Hij wacht. Hij denkt na. Hij haalt de trekker over. Maar er gebeurt niets. Hij haalt de revolver uit z’n mond, loopt naar de voordeur en stapt het nachtleven in. Fantastische opening! Maar daar heb ik het ontzettend moeilijk mee gehad.

»(Mijmerend) Het gebeurde bij ons thuis. M’n hoogzwangere moeder, net 26, zat in de huiskamer toen zij m’n vader buiten hoorde arriveren met zijn motorfiets. Hij kwam geen goeiendag zeggen maar liep meteen de trappen op, naar de slaapkamer. In de gang kwam hij z’n eigen moeder, mijn oma, tegen. Hij leefde van de centen van die oma. Ze hebben een paar woorden gewisseld. Even later hoorde mijn moeder een knal en ze vroeg: ‘Wat is dat daarboven?’ Maar mijn oma zei: ‘’t Is niks, hij trekt z’n botten uit.’ Mijn moeder beweerde dat mijn oma misschien wel wist dat het ging gebeuren.»

HUMO En daar stond je dan, 4 of 5 jaar oud, zonder vader, met je scheve hoofd, midden in de oorlog.

Beukelaers «Het is, buiten mijn groottantes, vooral mijn parrain geweest, de vader van mijn moeder, die zich over mij heeft ontfermd. Hij was de man bij wie ik altijd terechtkon. Er waren ook een oom en een neef die zich wat met mij bezighielden.»

HUMO Voelde je je verlaten?

Beukelaers «Nee. In het geheel niet. Daarvoor was er geen tijd.»


De tip van Teirlinck

HUMO Heeft je acteurschap, later, te maken met die opmerkelijke jeugd?

Beukelaers «Soms graaf ik als acteur wel in die lagen van emoties. Maar vergis je niet: ook op emoties komt sleet. Waarover wij nu praten, is zeventig jaar oud. Er is tijd overheen gegaan. Er is loutering geweest. En nogmaals: er gebeurden te veel nieuwe dingen om bij het oude te blijven stilstaan. Alles na de oorlog was nieuw, voor iedereen.

»Toen in 1958 de wereldtentoonstelling in Brussel startte, was dat alsof de poorten van de hemel opengingen. Ik was 20 en ik zag in het Braziliaanse paviljoen die danseressen en hostessen rondlopen. Dat je denkt: ‘Djeezes! Dit bestaat dus echt!’ Voor de oorlog bestond er geen individualiteit en ook geen seksualiteit. Dat werd allemaal binnenskamers gehouden. Maar in de jaren 50 bloeide dat allemaal open, om in de jaren 60 echt in je gezicht te exploderen. ‘West Side Story’! ‘Rebel Without a Cause’! De films met Brigitte Bardot en Jeanne Moreau!

»Wij geloofden in het arbeidersparadijs: Rusland probeerde een wereld van gelijkheid te verkopen. Pas achteraf gingen we beseffen dat het gewoon bedrog was. En ondertussen draaide de Amerikaanse exportmachine op volle toeren. Stylo’s, nylonkousen, de eerste tv’s, de jukebox, de grote Amerikaanse sleeën. Man, man, man, wat was dát allemaal!»

HUMO Was je een rocker? Liep je rond in een leren jekker met ‘In Memoriam James Dean’ erop genaaid?

Beukelaers «Ja, natuurlijk. We liepen helemaal in het zwart gekleed, met een kleine doodskop op onze rug. Er waren de Franse existentialisten. Wie het voelde tintelen, trok naar Parijs om er hongerschilder te worden. Daar had je de bar Tabou, waar de existentialisten samenkwamen: Sartre, Simone de Beauvoir, Juliette Gréco. Fan-tas-tische tijd. En uit Amerika kwam de beatgeneratie op ons af. Ik heb nog een foto samen met Allen Ginsberg. We lazen ‘On the Road’ van Jack Kerouac

HUMO Je was een goeie student?

Beukelaers «Zeker in de lagere school: altijd de eerste. Nadien ben ik wat ontspoord. Ik deed Latijn-wiskunde, de moeilijkste van alle richtingen, waar serieus diende geblokt. Maar om mij heen gebeurde zoveel interessants dat ik er mijn hoofd niet meer bij kon houden. Ik was groot en dus speelde ik basketbal, mét mijn leraar wiskunde, nota bene. Normaal gezien bereidt Latijn-wiskunde je voor op een carrière als ingenieur, maar dat zag ik niet zitten. Ik wilde iets artistieks en koos dan maar voor architectuur, in de abdij van Ter Kameren. Maar eigenlijk wilde ik schilder worden, op een zolderkamertje in Parijs – liefst van al in Montmartre, natuurlijk (lacht). Na één jaar architectuur had ik het wel gezien: ik was het beu ellenlange lastenboeken op te stellen en betonspanningen uit te rekenen.»

HUMO En toen kwam Herman Teirlinck op de proppen?

Beukelaers «Ter Kameren was een beetje een eliteschool. De grote Henry Van de Velde is er directeur geweest. En toen ik er studeerde, was Herman Teirlinck directeur. Die man heeft een enorme invloed op mij gehad en heeft uiteindelijk mee de richting bepaald waar ik uiteindelijk naartoe ben geëvolueerd. Teirlinck kende iedereen: Oscar Jespers, Paul Delvaux, Permeke. Wij begonnen in Ter Kameren met studententoneel: we brachten Beckett, Arrabal, Ionesco, dat soort dingen. Ik deed ook aan amateurfilmen. We draaiden met een paar studenten de film ‘Rook’, over de paardenhandel tussen Ierland en België. Die paarden kwamen allemaal in Vilvoorde aan. Als zo’n paard tijdens het transport een been had gebroken, werd het in Vilvoorde afgemaakt. Zo ontstond een hele industrie rondom het dode paard. Vandaar ook de bijnaam van de Vilvoordenaars: de Paardenfretters. Vandaar ook de restaurants in Vilvoorde waar je paardenvlees kon eten, en nu nog altijd.

»Ter Kameren was een beetje een blasé school, een school voor snobs. Het was l’école nationale de l’architecture! Nogal wat studenten kwamen – tóén! – met de auto naar school. Als Teirlinck in de grote aula Nederlands gaf, wilde niemand dat missen. Als hij op het podium verscheen, wandelde hij naar het midden van de zaal en monsterde de blikken, onvervaard, autoritair tot en met. En daarbij keek hij iedereen, echt iederéén, in de ogen. Dat kon een volle minuut duren. Vierhonderd man, alsjeblieft. En dan stak hij van wal, met een soort oerkreet: ‘Eèèèaaaa!’ Pauze. IJzige stilte. En dan, met zwaar rollende r’s: ‘Dat was het eerrrste woorrrd dat de mens op aarrrde gesprrroken heeft, dames en heren.’ 80 jaar was hij toen. En iedereen hing aan z’n lippen.

»Op een mooie dag roept Teirlinck mij naar z’n bureau. Hij zegt: ‘Van studeren komt blijkbaar niet veel in huis, Beukelaers. Zou jij niet veel beter toneel in de plaats van architectuur doen? Daar ligt volgens mij je echte talent. In plaats van hier je broek te verslijten… Kom eens naar mijn Studio, in Antwerpen.’ In de Studio heb ik nota bene mijn ingangsexamen in het Frans afgelegd.»

HUMO Wie waren in die tijd je helden?

Beukelaers «Ik ben grootgebracht met Franse films: Jean Gabin, Arletty, Pierre Brasseur. Fantastische acteurs, maar wel mensen op leeftijd, vond ik toen alleszins. Maar in de Amerikaanse films zag je plotseling jonge kerels zoals je er zelf één was: Brando, James Dean. Gasten van onze leeftijd! Daarna hadden de Fransen het wel begrepen: ze gooiden de oude krokodillen overboord en kwamen met Jean-Paul Belmondo, Alain Delon, Lino Ventura. Man! ‘A bout de souffle’, dat was een bom. De films van Jean-Luc Godard! Die impact kun je je nu niet meer voorstellen. Wij werden gek. Dit was van ons, dit ging over ons. ‘Ascenseur pour l’échafaud’, ‘Pierrot le fou’: ík stond daar! De hele nouvelle vague. Plotseling gingen je ogen open. Men heeft het nu altijd over mei ’68, maar wat de mensen vergeten, is dat het al veel vroeger aan het broeden was. Plotseling bestonden wij. De jeugd was door de babyboom massaal aanwezig in het straatbeeld. En dat hebben de oudjes gewéten (lacht smakelijk). Je ouders, je grootouders, dat was een andere wereld, daar praatte je alleen maar voor de vorm mee. Die begrepen er toch helemaal niks van. Toen ik 18 was, in 1956, liep ik nog gekleed als een oude man, met een kostuum, een wit hemd, een vestje en gepoetste schoenen. En twee jaar later sta je daar in jeans, met een geruit hemd en een leren jekker en bottines. En je haar in bebop, natuurlijk. Er was toen een circulaire van de Franse dichter Apollinaire in omloop: ‘A bas la ruine, à bas le moisi!’ – weg met de ruïnes, weg met de schimmel. Weg met de oude cultuur, kortom. We beginnen van nul af aan. Tabula rasa!»


Ongehoorzaamheid, een mensenrecht

HUMO Na de Studio Herman Teirlinck neemt je carrière een vliegende start. Je werd een totaal atypische en on-Vlaamse acteur. Mooie jongen, enorme présence op het toneel, zeer zelfverzekerd, ruimte vullend. Waar komt dat allemaal vandaan?

Beukelaers «Dat ik het zelf niet weet (lacht). Ik heb altijd veel steun gekregen van de juiste mensen. Had goede docenten, ook. Regisseur Walter Tillemans, wat men van hem ook moge denken, is enorm belangrijk voor mij geweest. Ik vind: spelen is iets wat iederéén doet, de hele dag. Maar je moet dat spelen efficiënt maken door je woordgebruik, door je lichaamstaal.»

HUMO Je straalt een soort onverschrokkenheid uit. Een man met wie je naar de oorlog kunt. Ik ben voor de aardigheid eens nagegaan in wat voor rollen je werd gecast. Je was generaal Cassiman in ‘Windkracht 10’, kolonel De Braille in ‘Veel geluk, professor!’, een strenge bisschop in ‘Soeur Sourire’, burgemeester Raymond Stasse in ‘Oesje!’. Stuk voor stuk ontzagwekkende, om niet te zeggen autoritaire figuren. In de Munt, of was het de KVS, heb ik je ooit je tegenspeelster het woord ‘Chienne!’ – hondse teef, horen toeslingeren. Geloof me, dat ging door merg en been. De arme actrice stond aan de planken genageld.

Beukelaers «Ik heb dat vaker horen vertellen: dat ik imponeer, dat ik de zaal vul. Toch ben ik geen autoritaire mens. Eigenlijk had ik in het verleden wat last van typecasting. En waarmee heeft dat te maken? Met mijn blik, denk ik, met mijn lengte, en wellicht nog het meest met mijn stem. Let op: zo’n stem, dat kweek je aan. Teirlinck zei altijd: ‘Il faut apparaître.’ Je moet verschijnen. Je moet er stáán.»

HUMO Voor een perfect tweetalige in hart en nieren zoals jij moet de opkomst van de N-VA een nachtmerrie zijn.

Beukelaers «Vreselijk, hè. Vreselijk. Wij gaan terug naar de middeleeuwen. Er bestaat toch niets verwerpelijkers dan het nationalisme? Als je niet langer meer wilt openstaan voor wat er rondom jou gebeurt, als je je afsluit van je beste buren, ja, stop er dan mee, hè. Je verschrompelt. En je ziet het! Het Vlaanderen van de jaren 50 is terug. Er lopen verdorie weer vendelzwaaiers rond! Straks is het volksdansen terug (barst uit in een schaterlach). Een echte Belg is een wereldburger. Wij lezen Balzac in het Frans, Shakespeare in het Engels, Goethe in het Duits. Fantastisch, toch? Alles is mogelijk in België, echt alles. En dat de mensen dat willen prijsgeven… Onbegrijpelijk is het. Te gek voor woorden.

»Ik hou van vrijheid: vrijheid van denken, vrijheid om te mogen kiezen, vrijheid om je mening te uiten. De hele tijd gehoorzamen, dat is toch waanzin? Ik vind ongehoorzaamheid een mensenrecht. Het recht om ‘Foert!’ te zeggen.»

HUMO Heeft je carrière je ook rijk gemaakt?

Beukelaers «Ik heb het grote geluk gehad altijd werk te hebben, wat velen in de wereld van het theater niet kunnen zeggen. En pas op: in dit beroep moet je knokken om te mógen werken. In de jaren 80 kreeg je de opkomst van de yuppies. Toen is alles beginnen scheef te trekken. Plotseling werd geld verdienen geen middel meer, maar een doel op zich. Indertijd vertikte je het als acteur om voor tv te werken – ondingen als ‘Jeroom en Benzamien’ – omdat je de kwaliteit van die uitzendingen niet goed genoeg vond. Je wilde hoogstaand theater maken! Mijn grootvader zei: ‘Je moet ervoor zorgen dat je net genoeg geld hebt om binnen te mogen waar je vrienden gaan. Je moet kunnen meedoen. De rest is overbodig.’»

HUMO We hadden het daarnet al over ‘Brussels by Night’. Die film was een scharniermoment in je carrière. ‘Brussels’ was indertijd een bom en brak volkomen met de kneuterigheid van de vroegere Vlaamse film. Dat kwam natuurlijk door het steengoede scenario en de vernieuwende regie van Marc Didden. Maar ook door jou: jij wás Max, een mens van vlees en bloed.

Beukelaers «Ik kende Marc Didden vooraf helemaal niet. Ik was net terug van zes maanden Dakar, waar ik met Maurice Béjart had gewerkt. Erna deed ik een voorstelling met Gene Bervoets. Gene vond dat ik eens met Didden moest praten. Dan zat er misschien wel wat promo voor ons stuk in de Humo in. Goed, Marc interviewt mij en op ’t einde zegt hij: ‘Mag ik jou eens een scenario van mij laten lezen?’ Dat kon. Ik heb die tekst gelezen en hem meteen daarna opgebeld: ‘Fantastisch! Je hebt je Max!’ Wij zijn toen samen op zoek gegaan naar een regisseur. Marc dacht aan Hugo Claus. Maar Claus zei: ‘Marc, regisseer dat toch zélf, man. Jij hebt toch dramaturgie gestudeerd? Regisseren is echt niet zo moeilijk.’ Zo is het gelopen. Erwin Provoost is mee in de boot gestapt, als producer. ‘Brussels’ is met bijna geen budget gedraaid. Iedereen werkte gratis. Of juister: wij waren met z’n allen aandeelhouder in de film. En ja, de gebeurtenissen waarover we het in het begin van dit interview hadden, hebben mijn rol toen gevoed. De verscheurdheid van Max. Die man heeft tenslotte net zijn vrouw en kind vermoord.

»Ik had weliswaar met André Delvaux al ‘Un soir, un train’ gedraaid, maar ‘Brussels’ heeft mij echt gelanceerd. Plotseling kende men mij. Plotseling was ik iemand. Op het filmfestival van San Sebastian kreeg ‘Brussels’ de Grote Prijs. Nota bene uit de handen van de Amerikaanse regisseur Samuel Fuller, één van mijn absolute helden!»


Geen gezever

HUMO Afsluitend: wat is de grote levensles die je uit je leven trekt?

Beukelaers «Ik vind: je moet je verantwoordelijkheid durven te nemen. Je mag niet zomaar door het leven stappen, niet zomaar wat aanmodderen. Misschien moet je wel je egoïsme prijs durven te geven: je leeft tussen en met de mensen, je leeft niet uitsluitend voor jezelf. En, vooral: in het leven moet je genereus zijn. Je mag niet alles pietepeuterig zitten te berekenen. Durf te delen. En probeer zo eerlijk mogelijk te leven. De anderen moeten weten wat ze aan je hebben. Je speelt dus beter geen rol, je mag je niet voordoen als wie je niet bent. Schep klaarheid tegenover de anderen.

»Ook op theatervlak: je kunt alleen maar spelen wat je bent. Je vertrekt als acteur altijd vanuit jezelf, en vervolgens giet je je rol in de vorm die het stuk nodig heeft. Een beetje warrig, hè (lacht).»

HUMO Aan welk mensentype heb je een hekel?

Beukelaers «Aan sectair-obsessionele mensen. Aan mensen die in een corridor lopen, met oogkleppen op, zonder gevoel voor de anderen. Aan prinzipienreiter, ja. Aan mensen die je voorschrijven hoe ik moet leven. Dan denk ik: ‘Fuck off!’»

HUMO Opmerkelijk: er hangt rondom jou nog altijd de aura van een womanizer. De vrouwen moeten bij bosjes voor jou zijn gevallen. Toch ben je je hele leven lang een trouwe echtgenoot geweest.

Beukelaers «De vrouwen, dat is toch prachtig, nee? Je moet beleefd zijn tegen de vrouwen, en geestig, en attent. Je moet met hen kunnen omgaan. Ik beschouw vrouwen als volkomen gelijkwaardige wezens, als wezens die bij mij horen. Sedert 1973, dus 41 jaar lang, ben ik bij dezelfde vrouw. En natuurlijk heeft het mij ooit moeite gekost om trouw te zijn. Altijd, eigenlijk (lacht).»

HUMO Wat was de gouden regel die jullie bij elkaar hield?

Beukelaers «Toch wel dat dure woord: liefde. Je moet kunnen luisteren naar de andere, de andere tijd geven, in dialoog blijven, elkaar wederzijds respect blijven geven. Dat is de regel. Ik ben nog altijd verliefd op mijn vrouw.»

HUMO Je bent 76, iedere dag komt het einde dichterbij. Je ziet er nog altijd schitterend uit, en sexy. Wat is je geheim?

Beukelaers «Er is geen geheim. Je moet alleen jezelf goed verzorgen, gezond eten, voldoende slapen, niet te veel drinken. Je moet de zelfvernietiging vermijden (lacht). Het lijf verslijt. Het buikje dreigt. Er bestaat maar één remedie voor: discipline. Ik heb lang aan sport gedaan, nu jammer genoeg niet meer. Maar ik wandel nog veel. Je moet in beweging blijven. Kortom: je moet het machien blijven onderhouden. Ik zeg nog altijd ja tegen het leven. Ik ben vrijzinnig, ik geloof niet in een paradijs. Het moet hier gebeuren, en nu. Je hebt geen keus.»

HUMO Wil je het leven tot het bittere einde uitzingen? Of zou je bij een dodelijke diagnose voor euthanasie kiezen?

Beukelaers «Het laatste. Zeer zeker. Mijn papieren zijn in orde. Geen gezever. Je moet het de anderen niet lastig maken. En je moet vooral een beetje respect voor jezelf overhouden. Er als een vod bij lopen heeft geen enkele zin. Stap er dan beter uit. Een bejaardentehuis voor François Beukelaers? No way! (Kijkt op z’n uurwerk) En nu moet ik dringend weg: om één uur heb ik repetitie!»

HUMO Werk ze, vader. En hou je taai. Tot over tien jaar!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234