Het lieve leven en hoe het te lijden: Daan 'Het gaat nu ook zonder alcohol. Ik sta al een maand droog'

Linkerwoofer-festival, 3 augustus 2013: de muzikanten van de groep DAAN, featuring de ravissante Isolde Lasoen, laten hun frontman Daan Stuyven in de steek en stappen samen van het podium.

Twitter en Facebook gooien zich op de in se onbeduidende rel en blazen haar op tot wrede proporties. Twitter en Facebook: de samenzwering van de middelmatigen. Het clubje toetsentokkelaars splitst zich, zeer voorspelbaar, op in twee kampen: zij die de groep verdedigen en zij die het voor de in de steek gelaten zanger opnemen. De achterophinkende reguliere pers ruikt bloed en stort zich schuimbekkend op de prooi. Het zoveelste non-event wordt opgepompt tot een zeppelin van meninkjes. Eén miljard toetsaanslagen later gaat de storm liggen, even snel als hij is komen opzetten. Op naar het volgende slachtoffer!

'Je leeft maar één keer, dus vreet je beter je kas niet op'

De Daan (45) die vandaag tegenover mij zit, is een nerveus wrak. Heeft een zeer zichtbare tremor in beide handen. Kettingrookt de ene Richmond na de andere – in de tweeëneenhalf uur die het interview duurt, tel ik minstens vijftien peuken. Tussendoor slikt hij pastilles om z’n aan flarden gezongen stembanden te kalmeren. ‘Ik zit op een kantelmoment in m’n carrière,’ bekent de zanger. ‘Zo kan het niet verder. Tijd om één en ander opnieuw te ijken.’

Ik dwaal door de 17de-eeuwse vierkantshoeve in Overijse – het lijkt wel een versterkte burcht – waarin onze held zich heeft teruggetrokken. Er is de studio, met veertig aan een balk opgehangen vintage gitaren, een stoet orgels, piano’s en synthesizers, tot pauken toe, voldoende om een symfonisch orkest op te zetten. Er zijn de paardenstallen. Er is de tuinman die met een reusachtige machine het erf komt oprijden. Er is de beeldschone Franstalige madam die mij vraagt m’n wagen te verplaatsen. Er zijn de leefruimten die volgestouwd zijn met prullaria: ik noteer een dertigtal boots, een dozijn oude fietszadels, een kudde miniatuurvarkens, een aan de wand gehangen kunstwerk dat het woord ‘Eat’ spelt. Dit is waar zoveel op een zolderkamer of in een kelderverdieping wegkwijnende gitaristen, zangers, drummers of toetsenisten van dromen: tien hits na elkaar scoren en money à gogo. Muzikantenrijkdom! Ja, Daan heeft het helemaal gemaakt. Benieuwd naar de levenslessen die hij uit z’n succes heeft gepuurd.

Daan Stuyven «Ik ben de jongste van vier, met vrij atypische ouders. Mijn vader is kunstenaar. Ik heb hem niet anders geweten dan werkend in z’n schildersatelier. Voor mij was dat een evidentie: ik dacht dat iedere volwassen man thuis schilderde, terwijl z’n vrouw uit werken ging (lacht). Het werk van m’n vader is filosofisch en poëtisch, met een mystiek maar ook wrang kantje eraan. Hij schildert schijnbaar alledaagse taferelen waar, bij nader inzien, een serieuze hoek af is.»

HUMO Bij die beschrijving denk ik meteen aan de Amerikaanse schilder Edward Hopper.

Daan «Absoluut, die richting gaat het zeker uit. Mijn vader schildert vaak solitaire personages die zich op één of andere manier weigeren te schikken in hun lot. Hij verkoopt z’n werk bijna nooit, houdt het liever bij zich. Ofwel snappen ze zijn werk niet, en dan weigert hij te verkopen. Ofwel snappen ze z’n werk perfect, en dan heeft hij de neiging het cadeau te doen. Hij is allesbehalve een commerçant. Opmerkelijk: hij beschouwt z’n werk nooit als af. Het gebeurt dat hij een schilderij van dertig jaar geleden weer op de ezel zet en er verder aan wil werken. De laatste jaren schildert hij vooral abstract, soms zijn het bijna letterlijke vertalingen van muzikale euforie.

»Mijn vader heeft mij geleerd altijd weer op zoek te gaan naar de poëtische kant, ook van het kleinste detail. Voor hem is alles verheven: een schaduw, een kleur, een wolk, iemand die op de bus staat te wachten. Leave no stone unturned, dat is z’n devies. En ook wel een beetje het mijne.»

'Tegen dat ik aan de beurt was, hadden mijn ouders het wel gehad met opvoeden. Ik mocht gewoon m'n zin doen'

HUMO Je moeder, vermoed ik, stutte het gezin?

Daan «Financieel, ja: ze handelde in antiek en decoratieve objecten, en haar winkel draaide goed. Zij was erg dynamisch, nog steeds, iemand die minder in de wolken leefde dan m’n vader. Toch, of juist daarom, was het ooit grote liefde – jammer genoeg heb ik, als jongste, de beste jaren gemist.»

HUMO Werd je verwend?

Daan «Tegen dat ik aan de beurt was, hadden ze het wel gehad met opvoeden, beseffende dat je er vaak het omgekeerde mee oogst. Ik mocht gewoon m’n zin doen. De deal was: ik viel hen niet lastig en zij lieten mij m’n gang gaan. Wij woonden in Holsbeek, half in het bos, tegen de Kesselse Bergen aan. Het was indertijd behoorlijk idyllisch. Alle vier de kinderen zijn later hun eigen creatieve richting ingeslagen. We zijn zeker geen doorsneeproducten van de samenleving.

»Eigenlijk ben ik een vreemde mix van vader en moeder, een soort best of: het creatieve en weemoedige heb ik ongetwijfeld van m’n vader, terwijl het flamboyante en het sociale zeker van m’n moeder stammen. En het commerciële inzicht, natuurlijk (grijnst). M’n moeder kon álles aan de mensen verkopen, met de glimlach. En dat heb ik ook. Voeg die twee samen, en je hebt Daan.

»Fysiek lijk ik hard op m’n vader, zowel qua stem, neus als tics nerveux. Ik was een ADHD’er avant la lettre. Nogal een chance dat het woord ADHD toen nog niet bestond (lacht). Anders hadden ze mij platgespoten of aan de rilatine gezet. Ach, die ADHD is mijn motor. Ik omarm het, ik ben er zelfs dankbaar voor. Je synapsen maken kortsluitingen, je wordt overvallen door tonnen prikkels die je het liefst van al nog eens allemaal door elkaar mengt. Je zintuigen staan voortdurend op scherp. Je maakt de vreemdste associaties, ook. Wat voor een creatief persoon dankbaar meegenomen is.»


Overal brutisme

HUMO Koesterde je als jonge gast grote ambities?

Daan (knikt) «Ik heb altijd het gevoel gehad dat alles wel in orde zou komen. Nooit getwijfeld aan m’n toekomst.»

HUMO Wist je dat die toekomst muzikaal zou zijn?

Daan «Nee. Wel had ik snel door dat mijn kracht in het creatieve lag. Lange tijd wilde ik schilder worden, net als m’n vader. Ik was een einzelgänger, ja. Nog altijd. Gelukkig heeft de muziek veel ten goede veranderd. Optreden maakt je socialer. Muziek deel je, met vrienden, met een publiek. Dat was een enorme eyeopener. Ik ben in alles een laatbloeier geweest, ook in de muziek. Ik was zeker geen wonderkind dat al vanaf z’n 4de piano of gitaar speelde. Mijn ouders stimuleerden mij om naar de muziekschool te gaan, maar dat weigerde ik pertinent. De déclic is veel later gekomen, halfweg m’n pubertijd. In die periode was het m’n gewoonte naar de nieuw aangelegde autostrade te trekken en er de voorbijrazende auto’s te bekijken, urenlang. Op die plek reden ze met 140 km per uur – die snelheid maakte mij rustig. Of ik sloop ’s nachts m’n kamer uit en maakte lange wandelingen in de regen.

»Ik voelde een enorme hunker naar intensiteit. Die vond ik terug in de muziek, een fictieve wereld waarin alles uitvergroot kon zijn. Vaak sliep ik in met de radio op m’n oorkussen. Ik deed alles stiekem, koppig, in m’n eentje, het moest uit mezelf komen. Met die instelling heb ik naar mijn zus haar gitaar gegrepen. En ik was vertrokken. Een muziekleraar, daar gruwde ik van. Als ik toen zo’n leraar had gehad, zou m’n muzikale passie snel in een doodlopend straatje beland zijn. Daardoor komt het dat ik een primitieve muzikant ben: ik ben een pure autodidact. Ik hou van een zeker brutisme in m’n muziek. In alles, eigenlijk: cinema, beeldende kunst, niet te veel versiering alsjeblieft. Het werk van Ed Ruscha, bijvoorbeeld: hij schilderde simpelweg één woord, in felgekleurde drukletters, op een monochrome achtergrond: ‘devil / angel’, ‘promise’, ‘NOISE’. Fantastisch! Het woord wordt schilderij. Wel, zo maak ik m’n nummers ook. Zeer simplistisch. Maar wel efficiënt. Vandaar m’n fascinatie voor Lou Reed: alles bij Reed is rudimentair, maar doordacht. Geen decoratie, geen opsmuk, bóém, meteen naar de essentie. Dat maakt z’n nummers uniek.»

HUMO Je hebt een verleden als vormgever: platenhoezen, affiches.

Daan «Dat vormgeven was een uit de hand gelopen grap. Ik liep academie in Antwerpen, dat was makkelijker dan Sint-Lukas Brussel. Als vormgever was ik behoorlijk goed. Toch wat m’n ideeën betreft. Maar ik was geen afwerker. En ik had er een hekel aan om met de opdrachtgever rekening te houden.»

'Geld is nooit mijn ambitie geweest, wel: onafhankelijk zijn'

HUMO Je schopte het in 1988 met je eerste bandje Citizen Kane tot in de finale van Humo’s Rock Rallye, na geflirt met de new beat als backing vocal-zanger. Maar toen viel de groei stil.

Daan «Ik had vroeger al een foute plaat gemaakt, helemaal over de top, very poppy, die werd afgestraft of op z’n best op een schouderophalen werd ontvangen. Even later, in de jaren 90, kwam het gitaargeweld eraan; toen heb ik mij teruggetrokken uit de muziek. Ik dacht: tijd om in de reclamewereld te stappen, een vormgeversbrilletje te kopen en met een Saab te gaan rijden. Een ‘Mad Men’-achtige job lag voor mij klaar. Maar dan wel in m’n eentje. En zo... deed de Apple-computer z’n intrede in m’n leven. Iedere vormgever werkte toen met een Mac – nu nog altijd, trouwens. Maar die Apple bevatte ook een sterke en unieke muzikale processor. Ik ben met die Mac beginnen te experimenteren – toetsenbord inpluggen, alles zelf inspelen, laagje na laagje opstapelen, met samples werken, noem maar op. Er kwam een samplewedstrijd van Studio Brussel, ik won die en voilà, ik was weer vertrokken. Dat werd mijn redding. De computer ving m’n gebrek aan muzikale training mooi op. En m’n talenten als producer kwamen naar boven. Nog een geluk dat ik geen topgitarist was, anders had ik m’n stijl nooit kunnen ontwikkelen. Ik werd een grote fan van het digitale audiomontagesysteem Pro Tools. M’n eerste soloplaat werd trouwens ‘Profools’ gedoopt (lacht). Zo begon m’n tweede muzikale periode.

»Muziek maken betekent voor mij: euforie; je bent high, je maakt een trip. Ik hou wél van rock-’n-roll als filosofie, maar als muzikaal genre is het mij te beperkt. Ik speel graag met de perceptie van het publiek, ik wil het wat destabiliseren.»


Klavertje eten

HUMO Je hebt een periode van zwarte armoede gekend. Ik meen mij te herinneren dat je zelfs geen geld meer had om luiers voor je zoontje te kopen.

Daan «Dat verhaal klopt, maar ik wil het ook niet dramatiseren. De kunst is om je je armoede niet te veel aan te trekken. Als de geldnood het hardst toesloeg, dacht ik altijd: ‘Wacht maar. Mijn wraak zal zoet zijn.’ Ik zag armoede als de schaduw van iets zeer moois en groots. Geld is nooit mijn ambitie geweest, wel: onafhankelijk zijn. Maar om onafhankelijk te zijn heb je geld nodig. Liefde, gezondheid, financies, dat zijn de dingen die je leven kunnen verbrodden. Ik had iets van: ik laat het geld met rust als het geld míj met rust laat. Maar die deurwaarders... Never kick a sleeping dog. Ik werd heel boos toen die heren mij begonnen lastig te vallen. Ambetant, hè. Ik heb het probleem dan ook bij de hoorns gevat en er kordaat komaf mee gemaakt.

'Ik mik m'n sigarettenpeuken graag de duiker in: als die peuk er mooi ingaat, kan de rest van de dag niet meer stuk. Als hij ernaast valt, ben ik op mijn hoede'

»Ik ben een rare kwiet als het op geluk aankomt, ik ben nogal bijgelovig. Ik mag bijvoorbeeld van mezelf niet op de loterij spelen. Want dat is: ‘spelen met je geluk’. Gokken is absoluut verboden. Waarom? Omdat ik weet dat ik er meteen verslaafd aan zou raken. Het is een aantrekkelijke valkuil. Ik ga op een cerebrale manier met m’n geluk om. Bang dat het stuk zou gaan. Iedere ochtend sta ik op, ik loop naar de wei en zoek me een klavertjevier uit. En dat eet ik op. Dat geeft mij innerlijke rust en sterkte. Een man van rituelen, ja. Ik geloof in bijgeloof (lacht), een mens heeft z’n bijgeloof nodig. Ik mik m’n sigarettenpeuken graag de duiker in: als die peuk er mooi ingaat, kan de rest van de dag niet meer stuk. Als hij ernaast valt, ben ik op mijn hoede en ga ik dingen uitstellen: een dag om beter low profile door te brengen. Ook een zeker fetisjisme is mij niet vreemd.»

HUMO Probeer dat eens voor jezelf te duiden?

Daan «Zeer eenvoudig: onze generatie is niet meer gelovig. Dus zoeken wij op een ander vlak houvast. Basically ben ik een optimist. Of juister: ik kíés voor het optimisme. Het is een daad van de wil, niet iets waarmee je wordt geboren. Ik vind: je leeft maar één keer, dus vreet je beter je kas niet op. Ik weiger kanker te krijgen van stress of frustratie.»

HUMO Toch klinkt in je muziek, en dan vooral in de trage nummers, melancholie door. Ik hoor nogal wat mal du siècle, nogal wat après nous le déluge. We gaan stijlvol ten onder op een zinkend schip. Decadentie, doem.

Daan (lacht) «Je hebt helemaal gelijk, dat zit er allemaal in. Het heeft met m’n noten te maken. Ik hanteer een overdosis melancholie en nostalgie. Het besef dat het leven doorgaat en dat je de tijd niet kunt stilleggen. Ik omring mij hier op m’n hoeve met oude motorfietsen, oude kleren, oude spullen. Ik hou van vinyl, ik verzamel nostalgie.»

HUMO Je bent inderdaad het tegendeel van de minimalist. Dit huis staat boordevol objecten.

Daan «Dat is de animist in mij: al die voorwerpen en snuisterijen zijn voor mij bezield en vertellen elk hun verhaal. Zo’n oud fietszadel, dat heeft een geschiedenis, dat heeft meerdere mensen vervoerd, is op meerdere plaatsen geweest, is doordrenkt van het zweet van velen. Op zich is zo’n versleten zadel banaal, maar zet het in een kader, plaats het in een context, en het komt tot leven en vertelt je z’n unieke verhaal.»

HUMO Je vader zei je ooit: ‘Daan, het leven begint pas op je 27ste.’ Een wijze les?

Daan «Absoluut. Het klopte volledig. Op mijn 27ste heb ik Rudy Trouvé ontmoet en hebben we Dead Man Ray opgericht. Ik heb artistiek veel van Rudy kunnen leren. Dat was een scharniermoment. Alles veranderde, extreem, drastisch, een periode vol vrijheid en experiment.»

HUMO Vanaf toen kwam ook het succes. Wat doet dat met een mens?

Daan «Mocht het grote succes mij vroeger zijn overkomen, op m’n 18de of 20ste, dan weet ik niet of ik ertegen bestand zou zijn geweest. Maar op m’n 30ste kon ik het veel beter relativeren en zag ik in dat optreden ook een metier was. Ik begreep ook dat je je talent goed moest soigneren en er voorzichtig mee omgaan. Het alternatief was me bekend: ik wilde vooral niet opnieuw vormgever worden. Ik wilde m’n eigen ding doen, niet dat van een ander.

»Het interessante aan succes is dat het je zelfvertrouwen en energie geeft, wat je dan weer gebruikt om nieuwe dingen te bedenken en nog meer succes te hebben. Succes werkt als een vliegwiel, het gaat almaar sneller en, schijnbaar, makkelijker. Het gevoel ook van: als ík in een nieuw nummer een hit hoor, dan is het er wellicht ook één voor het publiek.»

HUMO Succes kan met jou aan de haal gaan. Je gaat naast je schoenen lopen, je gelooft dat je uitverkoren bent, het escapisme dreigt.

Daan «Ik verlies me sowieso in escapisme (lacht). Aangeboren neiging. Maar naast m’n schoenen lopen doe ik niet. Uiteindelijk ben je 24 uur per dag met jezelf opgescheept en dat houdt je heus wel aan de grond. Succes kan de aandacht afleiden, maar is niet de kern van de zaak. In de relatie met mezelf is het geen probleem. In de relatie met anderen soms wél. Maar dat ligt doorgaans niet aan mij, maar aan die anderen. Hún houding verandert, niet de mijne. Ik blijf ervan schrikken, ik word er onwennig van. Zo ontwikkel je de neiging vast te houden aan mensen van vóór je succes. Bij hen voel ik mij op een vreemde manier veilig.»

HUMO En de vrouwen?

Daan «Na één dag, één uur, één minuut heb ik wel door op wie ze vallen: Daan de rockster of de Daan die hier voor je zit. Maar bon, een beetje avontuur kan ook nooit kwaad (lacht). En verder: onderschat de luxe niet van zelf te kunnen kiezen. Want ja, ik heb zo mijn voorkeuren. Je filtert het aanbod (lacht). Voor ik echt door iemand gecharmeerd ben, moet er al een serieuze hoek af zijn. Anders heeft het geen zin en ben je snel uitgepraat.»

HUMO Je hebt een dochter en een zoon bij twee verschillende vrouwen. Wat leren die kinderen je?

Daan «M’n dochter is 8, m’n zoon 15. Zij zijn de twee zonnen in mijn leven. En het is gewoon fantastisch ze te zien opgroeien. Het zijn nog mensen in hun pure vorm, ze zijn nog niet aangetast door de wereld. Mijn kinderen zijn belangrijker dan mijn muziek. Zij zijn wat ik echt zal nalaten.»


Een dagje lsd

HUMO We gaan terug naar 3 augustus 2013, naar het Linkerwoofer-festival. En naar al de heisa die erna is ontstaan. Hoe kijk je daar, twee jaar later, op terug?

Daan «Ik dacht al: ‘Waar blijft die vraag?’ (lacht)»

HUMO Ik heb wat op YouTube rondgekeken. Mijn conclusie: je was die avond zeker niet stomdronken, hooguit wat in de wind.

Daan «Ik had dat optreden rustig kunnen afmaken: het makkelijkste stuk van de set kwam eraan. Maar het zou zeker niet m’n beste optreden zijn geweest. Ik had een zeer moeilijk weekend achter de rug, er was net een goeie vriend overleden. Ik heb dat optreden verkeerd aangepakt, m’n emoties zaten in de weg. Kort: ik was die avond niet in vorm.»

HUMO Nadien ontstonden er twee kampen, ook in muzikantenmilieus. Het ene vond: in zulke omstandigheden móét een groep haar frontman opvangen en de gaten vullen. Het andere: Daan had een lesje nodig.

Daan «Ik vraag mij nog altijd af: was dat de juiste plek om zo’n zwaar statement te maken? En moesten de sociale media zich er echt en masse op gooien? In de jaren 70 was dat soort chaotische optredens doodnormaal, het verhoogde zelfs je credibility.»

HUMO The Kinks liepen bijna doorlopend dronken over de scène, en dan vooral hun gitarist, Dave Davies. Of neem Lou Reed in de Brusselse Marni, september 1973: op de rand van een overdosis. Maar wat een set!

Daan «We zitten met DAAN ondertussen tweehonderd optredens verder, mét dezelfde mensen. Dat maakt mij dolblij. Aan splitten heb ik nooit gedacht, integendeel. Ik denk dat we er sterker uit zijn gekomen. Over de manier waarop kun je discussiëren, maar de groep was toen vooral gedreven door bezorgdheid. Om mij. Waarschijnlijk hadden ze zelfs een punt. Iedere muzikant heeft z’n gevoeligheden. Als de zanger onderpresteert of te veel drinkt, is dat voor niemand aangenaam.

»De groep was toen vooral bang dat er een systeem in mijn gedrag aan het sluipen was. Te nonchalant. Te vaak een belabberd optreden. Henny Vrienten zei ooit in een interview: ‘Op het podium kun je je alles permitteren, maar het moet wel samen met de groep gebeuren. Als je loosgaat, of je staat stoned of high op het podium, doe het dan als groep.’»

'Vroeger werd er geféést in de backstage, dat is er allang niet meer bij. De eerste vraag die je hoort, is: 'Wat is hier de wifi-code?''


HUMO Het is me anders wel wat met die muzikanten. Tegenwoordig komen ze naar een optreden met hun aktetas.

Daan «En met hun iPad en iPhone in de aanslag (lacht). Ze beginnen meteen hun e-mails te checken of De Standaard Online te lezen. Vroeger werd er geféést in de backstage, dat is nu een stuk minder. De eerste vraag die backstage wordt gesteld is: ‘Wat is hier de wifi-code?’ Bij DAAN valt het gelukkig nog mee.»

HUMO Waren er voordien al wrijvingen geweest?

Daan «Linkerwoofer was niet het eerste slechte optreden. En, ik geef het toe, in die periode dronk ik te veel. Kijk, er zijn duizend redenen voor dat soort toestanden. Bij mij is het... genetisch. Een ADHD’er heeft de neiging z’n neurotransmitters (de scheikundige stofjes die voor de signaaloverdracht in de hersenen zorgen, red.) te onderdrukken. Zeker in tijden van stress, zoals een optreden. Je wilt de prikkeling aftoppen, jezelf kalmeren. Dat doe je met pillen, alcohol, meditatie of weet ik veel, het ene middel is al wat efficiënter dan het andere. Jacques Brel kotste vóór ieder optreden. Dat doe ik niet, maar de uren voor een optreden ben ik een complete zenuwpees.»

HUMO En dat ga je dan verdoven?

Daan «Voilà. Je wilt er de scherpte wat afhalen: twee glazen vlak voor een optreden is nog interessant. Tien glazen is dat niet. Het gaat ook zonder alcohol: ik sta nu al een maand volledig droog. Oók interessant. Ik barst dan wel van de energie, en of dat voor mijn omgeving aangenaam is... Alcohol helpt mij in een creatieve roes te raken, ook bij het schrijven. Een heel nieuwe wereld gaat open. Een wereld met weinig regels en veel zottigheid, fictie en waanzin. Als ik de hele dag alleen maar koffie drink, mis ik die wereld enorm. Let wel, ik heb het niet over stomdronken zijn, ik heb het over de lichte, speelse, huppelende roes. Ik zou bij wijze van spreken de hele dag lsd willen slikken, als de rest oké zou blijven. Wat uiteraard niet het geval is (lacht). Constant in een kleine trip zitten en toch je dagelijkse taken mooi kunnen afwerken, dat lijkt mij de hemel. Maar ja, als de rest niet meedoet...»

HUMO Wat heeft die hele Woofergate je geleerd?

Daan «Ik heb m’n houding enigszins bijgesteld. Op vele vlakken. Ik hou een optreden nu beter in de hand, beleef het bewuster. Wat vooral een les is geweest, is hoe dingen uit de hand kunnen lopen en tot gigantische proporties worden opgeblazen. Hoge bomen vangen veel wind, hè. En achter iedere hoek staat een kanon klaar.

»(Veert op) Weet je wat mij het meest frustreerde? Ik zou die hele affaire liever zelf in handen hebben genomen, geënsceneerd en geregisseerd: ‘Mannen, had mij dat toch op voorhand gezegd. Dan zouden we een nog veel straffer effect hebben bekomen.’ Vanuit creatief standpunt zag ik het als een gemiste kans. Ik had er een onvergetelijk stukje theater van kunnen maken. Maar ja, ik mocht niet meedoen (lacht).

»Kijk, dit gaat zeker nóg gebeuren. Ik hoop er in de toekomst nog veel steviger tegenaan te gaan. Ik vind dat ik het kieken mag uithangen als ik er zin in heb. En dan ben ik bereid er ook op te worden afgerekend. Maar ik zal het in de toekomst wel vooraf bespreken met de groep: ‘Jongens, vandaag ga ik erover, laat mij maar doen.’ Deze muzikanten volgen mij al meer dan twaalf jaar. Voor een soloproject is dat totaal atypisch. Ze zijn nog altijd zeer betrokken. ’t Zijn fantastische muzikanten, ’t zijn vrienden, ’t zijn schatten van mensen. Nee, ik wilde ze niet kwijt. As simple as that. Er was gewoon geen plaats voor rancune.»

HUMO Heeft die hele zaak je ook iets over jezelf geleerd?

Daan (denkt even na) «Nee. Nee! You’re not gonna change me. Oké, het heeft me geleerd hoe ik beter met anderen omga. Maar niet met mezelf. Dat zijn mijn zaken. Ik blijf ongeschonden. In de top twintig van Daan-roddels die je over mij zou kunnen publiceren, staat Woofergate op nummer 63 (lacht). Een non-event, dus. Het was de ideale bliksemafleider. Voor veel ergere dingen.»

'Ik zit op een kantelmoment; ik kan kiezen: ofwel een karikatuur van mezelf worden, ofwel mezelf heruitvinden'

HUMO Wat staat er dan op nummer één?

Daan «Dat ga ik nu eens niet aan je neus hangen, zie. Je zou het niet willen weten. En: ik wil op m’n 60ste nog iets in m’n biografie kwijt. Dus verwijs ik je, afsluitend, naar een regel uit één van m’n nummers: ‘La vraie décadence, c’est de ne pas dire ce qu’on pense.’

»(Nadenkend) ’t Is wel een vreemde job... Je trekt je kostuum aan en je bent een ander mens. Tof! Dingen als authenticiteit, dat vind ik shit. Je speelt theater, je brengt een show, je performt, anders hebben de mensen die honderd meter van het podium verwijderd staan er niets meer aan. Subtiliteit is iets voor de cinema, niet voor de scène. De mensen komen ook voor een stuk naar je kijken om mee in je trip te kruipen. Het is niet alleen escapisme voor mij, maar ook voor de toeschouwer. Ze komen je in gecondenseerde vorm consumeren. Een intense, hevige reis van één uur, dat moet het zijn. De kunst is: die trip moet stoppen als je van het podium stapt. Als je daarna blíjft trippen, ín het personage blijft, raak je in de problemen. Daarom is het goed om thuis te komen en een boterham voor je dochter te smeren. Mocht ik geen kinderen hebben en nog in Brussel wonen, ik zou tien keer harder gaan. En allang op m’n bakkes zijn gegaan. Ik zei vroeger altijd: ‘Ik ken maar één pedaal en dat is het gaspedaal.’ Wel, dat is niet waar. Ik ken ondertussen de andere pedalen best.»

HUMO Hoelang wil je het nog volhouden?

Daan «Ik zit net nu op een kantelmoment. Mijn stem is even in slechten doen, m’n stembanden zijn aan het protesteren: ‘Daan, we hebben dit nu twintig jaar lang gedaan. Straks geven we het op.’ Nee, het moet anders. Ik kan kiezen: ofwel een karikatuur van mezelf worden, ofwel mezelf heruitvinden. De zaak is: ik heb geen zangtechniek. Ik schreeuw en brul en ga ertegenaan. Twintig jaar lang deed ik dat ongestraft: of ik nu sliep of niet sliep, dronk of niet dronk, twee pakjes Richmond per dag rookte of helemaal niets, dat maakte allemaal niet uit. Maar nu is het moment van de waarheid aangebroken. Ik heb m’n stembanden gezíén, onder de scanner, mooie foto’s. Wel, ze waren bóós, ze waren niet aan het lachen. Werk aan de winkel, dus. Maar ik wil wél nog vijftien jaar doorgaan, op z’n minst. Tijd om uit een andere hoek te komen, dus.

»Kijk, er is een groot verschil tussen de Daan Stuyven van alledag, en de Daan op het podium. Die laatste is een act, een spel, een uitvergroting. Hij is een sjabloon, een stripfiguur, een icon. En, zoals ik in ‘Icon’ zing: ‘If you try to be an icon then the icon becomes you / If you try to be a model it’ll catwalk over you’.»

HUMO Als dat geen levensles is!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234