Het lieve leven en hoe het te lijden: Guido Belcanto

Guido Belcanto staat op z’n 61ste voor de zoveelste keer in dubio: koppig zijn eigen zin doen en ongecensureerd zijn eigen wereld blijven scheppen, of de grote sprong wagen en lief en leed met ‘een vrouw’ delen?

Ver weggestoken in de Kalmthoutse bossen leeft Guido Versmissen (61) alleen met zijn talent, zijn demonen, zijn obsessies en zijn alter ego, Guido Belcanto. De fijnbesnaarde zanger heeft altijd al een snik in z’n stem gehad. Zijn liedjes ontroeren en troosten. Tremolo en het mineurakkoord zijn z’n wapens. ‘En mijn sexappeal,’ zal Belcanto zich zo meteen haasten hieraan toe te voegen. De zanger heeft net z’n vader ten grave gedragen, en dat zorgt voor een weemoedige, mijmerende stemming. Het huisje is vochtig, het licht gedempt, het water komt uit de handpomp, de koffie is beresterk. De zelfgekozen ballingschap valt de zanger zwaar.

Guido Belcanto «Ik heb lang geaarzeld of ik dit interview wel zou doen, omdat ik de laatste tijd niet zo goed in m’n vel zit, mede door het overlijden van mijn vader. Maar ik wil het toch doen, als eerbetoon aan hem. Hij zou zich omdraaien in z’n graf als hij wist dat ik om zijnentwille een Humo-interview zou hebben afgezegd, dat zou hij zwak hebben gevonden. Vader is z’n hele leven op Humo geabonneerd geweest, snap je.

»Zijn overlijden was een zeer aangrijpende gebeurtenis, het is toch wel een keerpunt in een mannenleven. Hij was de godfather van de hele Versmissen-clan. En nu word ík dat, als oudste zoon. Als je vader sterft, valt je toetssteen weg. Een deel van je verleden gaat samen met hem een beetje dood. ‘Weet je nog, va, toen wij naar het voetbal gingen en Jean Nicolay die penalty tegen Holland had gestopt?’ Dat kun je nu niet meer vragen. Of: ‘Weet je nog hoe je mij meenam op de buis van je fiets, van Turnhout naar Wortel? Naar Rik Van Looy gaan kijken, die er een criterium kwam rijden?’ Dat is voorgoed weg. Sommige mensen zouden nooit mogen doodgaan. En mijn vader was zo iemand. Hij had zo’n charisma dat ik dacht: hij is onsterfelijk.

»Voor de meeste jongetjes is hun vader hun held. Pas later komen ze tegen die vader in opstand. Dat laatste is bij mij nooit gebeurd, hij is altijd mijn kameraad gebleven. Mijn vader heeft mij geleerd hoe te leven. Hij heeft mij geleerd te aanvaarden wat op je weg komt, te aanvaarden wat het lot je toebedeelt – ook de tegenslag, ook de miskenning. Je aanvaardt de dingen, en vervolgens probeer je er het beste van te maken. Dat heeft hij zelf ook altijd gedaan.

»Als je vroege foto’s van m’n vader bekijkt, wordt duidelijk hoezeer ik op hem lijk. Mijn vader gaf licht: in gezelschap kreeg hij, schijnbaar zonder enige moeite, als vanzelf de aandacht. De mensen zochten zijn gezelschap op. Hij had sublieme humor, ook. Hij schudde de oneliners uit z’n mouw alsof het niets was. Indrukwekkend. Op familiefeesten werd gevochten om in z’n buurt aan tafel te kunnen zitten. Een enorme entertainer.

»Ik herinner me nog hoe m’n vader op bonte avonden als komiek optrad, in parochiezalen, voor het goede doel. Nee, hij was geen Freek de Jonge, eerder een Toon Hermans. En: hij bracht eigen werk. Hij had een koersfietsje waarmee hij rondjes op het podium reed, met een gek hoedje op, ondertussen grappen declamerend. En het publiek lag plat van ’t lachen.

»Sedert enige tijd woon ik terug in mijn heimat, in Wechelderzande. Mijn ouders woonden met hun gezin in Wortel, letterlijk mijn roots, een idyllisch dorp vlak bij de Nederlandse grens, waar de pastoor een soort absolutistische machthebber was. Ik geloof allang niet meer in God, ik ben een pantheïst geworden. Maar je raakt er nooit helemaal van los. Katholieke conditionering, ingeblikt door het geloof. Ik heb mij eraan proberen te ontworstelen met liedjes die tégen de leer ingingen, liedjes over seks en drugs en weet ik veel. Tot afgrijzen van mijn moeder, maar wel met succes. Mensen kwamen me zeggen dat ik durfde te zeggen wat de meesten alleen maar durven te denken. Ze vinden dat ik lef heb. Ik vind het trouwens een voordeel om te kunnen opereren in Vlaanderen, waar het katholicisme onbewust nog diep verankerd zit. Hier kan je nog stof doen opwaaien met je werk en levenswandel.

»Mijn vader is uiteindelijk 93 geworden. Tot diep in de tachtig was hij nog goed ter been. Maar toen ging het bergaf. We haalden met de overige kinderen z’n appartement leeg en brachten hem naar het rusthuis. Dat vond ik… zeer naargeestig. Toen ik hem in het rusthuis achterliet, voelde ik mij medeplichtig aan een misdrijf. Het was de enige keer dat ik een traan bij m’n vader heb gezien: hij ging niet akkoord. Het was het ergste wat ik ooit heb meegemaakt. Maar na een paar dagen was hij helemaal hersteld van de klap; hij had de knop omgedraaid, werd alweer de entertainer van het gezelschap en charmeerde de verpleegsters. Fantastisch! Ontroerend! Ik vind hem een held. Zo moet het!

»Het melancholische en de tristesse heb ik van mijn moeder – ze is al tien jaar dood. Ze schreef sentimentele gedichtjes en was gevoelig voor de dramatische kant van het leven. Ze speelde wat piano, zong erg mooi en hield van de natuur: ze kon in vervoering raken van een mooi landschap – wat ik ook heb. Jammer genoeg heb ik vaak met haar in de clinch gelegen. Wij waren met vijf thuis en de andere vier heeft ze goed kunnen regisseren, maar met mij lukte dat niet. Ik was een levendig en opstandig kind, a trouble kid. Te levendig en te fantasierijk voor haar. Ze vond mij de intelligentste van de vijf. Ik deed Latijn-Griekse, bij de jezuïeten in Turnhout. Wel, dat was in die dagen, in mijn milieu, al stevige kost. Ik slaagde met de hakken over de sloot, maar m’n moeder vond dat ik minstens apotheker moest worden.»

HUMO Woody Allen achterna!

Belcanto «O ja? Dokter was ook goed, hoor. Van mijn retorica zijn er later 18 van de 26 geneeskunde gaan studeren. Ja, zo ging dat in die tijd. Terwijl ik bij God niet wist wat ik met m’n leven moest aanvangen. Hoe kun je nu op je 18 jaar een keuze voor de rest van je leven maken? Dat is toch absurd. Dat ik uiteindelijk zanger ben geworden, was ook geen keuze. Het is me gewoon overvallen.

»Als jonge gast was ik totaal ambitieloos. En eigenlijk ben ik dat onbewust altijd gebleven. Al zeer jong wist ik: ik ben niet als de anderen, wát ik ook doe.»

HUMO Naast Guido Belcanto heb je nog een vrouwelijk alter ego: Gina Divina.

Belcanto «Als vijfjarige had ik al het gevoel liever een meisje te zijn. Het gevoel dat ik niet in mijn vel paste. Dat gevoel is allang over. Het is zo dat iedere man een vrouwelijke kant heeft en bij mij was die wat meer uitgesproken dan gemiddeld. Ik lijd er niet onder, ik heb er niet langer een probleem mee.»

HUMO Wat stoorde je in het gemiddelde mannentype? Het haantjesgedrag? De dodelijke competitiviteit?

Belcanto «Dat stoort me in het geheel niet. Maar competitiegeest of jachtinstinct heb ik zelf nooit gekend, ook niet als kind, ook niet in de liefde. Ik heb nooit achter een vrouw aan gelopen. Ik veroverde niet, ik liet mij veroveren, tot op de dag van vandaag. Ik ben graag bij vrouwen, ik voel mij bij hen beter op m’n gemak. Een vrouw is zacht, liefelijk, lekker. Ik voel mij vriend van de vrouwen. Met vrouwen kun je over gevoelens praten, wat zo goed als onmogelijk is onder mannen.»

HUMO We hebben nog één opmerkelijk familielid over het hoofd gezien: je grootvader langs vaderskant, Charles.

Belcanto «Dat was een echte bon vivant, veel meer nog dan mijn vader. Grootvader Charles was begonnen als schrijnwerker, maar hij had zich opgewerkt tot aannemer. Zijn specialiteit was het restaureren van kerken, kloosters en scholen, en daar verdiende hij veel geld mee. Hij reed met een Mercedes, het absolute statussymbool hier in de Kempen. Hij nam mij als 7-jarige mee in die Mercedes naar Kempische dancings zoals De Veertien Billekens, waar de Decap-orgels ten dans speelden. Die dancings, dat betekende: permanent feest, onversneden volksamusement. Volwassen mensen die uit de bol gingen op die weergaloze muziek van dat indrukwekkende orgel. A wall of sound avant la lettre. Het was de mooiste muziek die ik ooit had gehoord. En eigenlijk vind ik dat nog altijd.»

HUMO In het boekje dat bij je jongste cd/dvd ‘Balzaal der gebroken harten’ hoort, noem je die soort orgelmuziek ‘het beste antidepressivum ooit bedacht’.

Belcanto «Voor mij wel. Ik word op slag goedgezind als ik een Decap-orgel hoor. Het geeft me het gevoel dat de wereld waarin wij leven helemaal niet zo slecht is. Maar het heeft ook met de tijd te maken: in de jaren 50 hadden de mensen nog een zekere mate van onschuld. En ze koesterden een grenzeloos geloof in de toekomst. De mensen hadden de oorlog achter zich gelaten, er was hoop en geloof op beterschap. Ze zagen het zitten, ze konden lachen en plezier maken als de besten. Als ik die Decap-muziek hoor, word ik weer dat jongetje van 7, aan de hand van z’n grootvader. De kracht van die muziek, ook. (Mijmerend) Het stond in de sterren geschreven dat ik ooit met de broers Decap zou gaan samenwerken. Dat móést.»

HUMO Op ‘Balzaal der gebroken harten’ staan prachtige nummers, met zeer wijze titels zoals: ‘Het leven is kort (maar de dagen zijn o zo lang)’.

Belcanto «Da’s een uitspraak die mijn vader helemaal typeert. Eigenlijk bedoelde hij: mijn leven is te kort, en mijn dagen zijn te lang. (Zingt) ‘Hoe ouder je wordt / Hoe sneller het gaat / Dat is logisch / Want het gaat bergaf’. Helemaal mijn vader. En hij kon er nog mee lachen ook.»


Pastoor Guido

HUMO Is het leven absurd?

Belcanto «Dat denk ik wel. Een diepere zin zie ik niet zo meteen. Maar ik vind: je moet de absurditeit wel te lijf gaan. Je mag je er niet bij neerleggen. In het leven krijg je niks cadeau. Het enige wat je kunt is, net zoals mijn vader, er het beste van maken. En toch… (Kijkt mij dwingend in de ogen) Ik vind dat ik hier ben met een bedoeling. Dat wil ik per se geloven. Anders is de absurditeit compleet. Zonder die idee zou ik niet kunnen leven.»

HUMO Wat is die bedoeling?

Belcanto «Mensen gelukkig maken met mijn muziek, met mijn stem en mijn talent. En ik slaag erin. Telkens opnieuw. Ook al zit ik zelf in een slechte periode. Het gebeurt dat ik me, voor ik op het podium stap, diep ongelukkig voel. Maar ik maak de ánderen gelukkig, en daar gaat het om. Dat is mijn taak. Daarom ben ik hier. Ik noem dit geen carrière. Het is gewoon mijn levenstaak. De reden waarom ik geboren ben.»

HUMO Dat klinkt religieus.

Belcanto «Misschien ben ik een religieus mens, een mislukte pastoor, haha. Maar hier in Vlaanderen moet je oppassen als je zulke uitspraken doet. Het klinkt algauw hoogdravend als je beweert: ‘Ik zing om de mensen troost te brengen.’ Dan vinden ze je pretentieus. En toch is het voor mij zo en niet anders. Toen men Jacques Brel vroeg: ‘Zing je uit roeping?’, was zijn antwoord: ‘Een roeping is voor imbecielen.’ Maar enfin! Als er één zanger geroepen was, dan toch Brel!»

HUMO Geroepen door wie?

Belcanto «Ik weet het niet. Door Moeder Natuur of zo? Door iets boven ons. Toch wel. Ik geloof ook dat ik een zekere bescherming geniet. Van boven, ja. Noem het maar: mijn engelbewaarder. Ik heb hachelijke situaties meegemaakt waarvan ik achteraf dacht: niet normaal dat ik er nog ben. Ik verdwaalde eens met mijn auto in de bergen. De wegen werden steeds smaller, het ravijn steeds dieper. Ik dacht: dit is het einde. Maar toch raakte ik eruit. Dankzij mijn engelbewaarder.»

HUMO Waarom zou die engelbewaarder zich om jou bekommeren, en niet om de ebolaslachtoffers?

Belcanto «Dat moet je niet aan mij vragen, maar aan hem (lacht). Nog zo’n verhaal, alweer in de bergen: halverwege de afdaling van de Col d’Allos zat ik plotseling zonder koppeling. De koppelschijf slipte door en ik reed almaar sneller naar beneden. Mijn remmen kookten. En er moest nog tien kilometer gedaald worden. Tot in Barcelonnette bleef de weg dalen. Uiteindelijk kwam ik tot stilstand. Naast een garage! (hilariteit) Ik kon ’m meteen laten maken. Het is trouwens curieus hoe kalm ik in zulke noodsituaties blijf. Ik raak niet gauw in paniek.»

HUMO Adres van die engelbewaarder, please!

Belcanto «Ik geloof in de voorzienigheid. Ik geloof in bescherming. Ik vind: de zin van het leven is dat je díé mens wordt die de natuur vanaf het begin van plan was van jou te maken. Je krijgt een gave, een temperament, een persoonlijkheid mee. En die moet je ten volle trachten te ontplooien. Dat is de bedoeling.»

HUMO Is het leven lijden?

Belcanto «Volgens Arthur Schopenhauer wél – ik lees hem bijna dagelijks. Volgens Schopenhauer moet je het leven ‘doorstaan’. Hij zegt ook: ‘Het is beter om níét geboren te zijn.’ Dat vind ik een vreselijk deprimerende en totaal nutteloze gedachte. Wat heb je daar nu aan als je eenmaal hier bent?»

HUMO De Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran zegt: ‘Je moet niet wenen bij iemands dood, je moet wenen bij iemands geboorte.’

Belcanto «Tja, men zegt bij een geboorte altijd: ‘Ze schonk het leven aan…’ Maar of het een geschenk is, valt nog af te wachten. Toch haal ik veel troost uit het lezen van Schopenhauer. Hij was ook de lievelingsfilosoof van Gerard Reve. En Reve is dan weer één van míjn lievelingsschrijvers. Ja, Reve biedt troost. Wat ik zelf ook probeer. En dat schijnt me te lukken.

»Eergisteren overkwam me het volgende. Een oudere dame met wandelstok spreekt mij aan op de markt in Turnhout en zegt mij: ‘Dank u wel voor de vele uren van genot die u mij hebt geschonken.’ En ja, ze vond mijn muziek prachtig. Maar: ‘Ik geniet vooral van u als mens. Uw opvattingen. De manier waarop u in het leven staat.’ Dat is toch… fantastisch. ‘U bent anders dan de anderen. Maar u spreekt de waarheid.’ En vorige week: een man uit Westouter, jonge kerel van een jaar of 30, kunstschilder. Volgens hem was ik ‘de zanger die de meeste kleuren in zijn palet heeft, de kleurrijkste zanger van allemaal’. Als je dat hoort, kun je weer een tijdje voort. Die man had gelijk, ik hou van romantische, warme kleuren. Kijk hier rondom jou: oud rood, oker, versleten bruin, gebleekt donkergroen. Ik vind: muziek moet warmte uitstralen.»

HUMO Ik wed dat je zeer moeilijk om kunt met cynisme en sarcasme?

Belcanto «Dat klopt. Daarvoor is de tragiek van het leven te groot. Ik kan ook weleens lachen met Hans Teeuwen, maar zelf word ik gedreven door compassie. Wij worden geboren zonder erom te hebben gevraagd. En onze enige zekerheid is dat we er vroeg of laat aan gaan. Maar ik probeer net dat gevoel in mijn voordeel om te buigen door er liedjes over te schrijven. De tragiek van het leven is mijn eeuwig stromende inspiratiebron. Liedjes schrijven is een vorm van bezwering.»


Voelen zonder vragen

HUMO In hoeverre valt Guido Versmissen samen met de zanger Guido Belcanto?

Belcanto «Belcanto zat er al van het begin af in, maar ik ben mij daar pas van bewust geworden rond mijn 30ste. Ik gooide alle zekerheden overboord en werd straatzanger. Toen pas heb ik het licht gezien. Toen begon ik te begrijpen waarom ik hier op deze wereld was. Ik liep met een vriend de volkscafés binnen met een repertoire van smartlappen. Daarna gingen we met de pet rond. Wij brachten liedjes van de Zangeres Zonder Naam: ‘Ach vaderlief, toe drink niet meer’. Zeemansliedjes zoals ‘Junge, komm bald wieder’. Of ‘Witte rozen’. (Zingt met een mooie, diepbruine, van enig tremolo voorziene bariton): ‘Dan gaat mijn spaarpot open / En krijgt die schattebout / Een boeketje witte rozen / Waar mama zoveel van houdt’. Ik kwam tot de overrompelende vaststelling dat ik met mijn stem vrouwen aan het wenen kon brengen, letterlijk. Zo is Guido Belcanto ontstaan. Toen wist ik: dit ga ik voor de rest van mijn leven doen. Mensen ontroeren met mijn stem: het mooiste wat er is.»

HUMO Je geheimen zijn: het tremolo en het mineurakkoord.

Belcanto «Ik weet het. En mijn sexappeal. En voeg daarbij mijn aard, mijn melancholisch temperament. Dat alles maakt mij uitermate geschikt om de zanger van het levenslied te zijn. Je kan niet zomaar levensliederen gaan zingen, je moet ervoor geschapen zijn.»

HUMO Het levenslied is een cliché en toch ontroert het ons en leert het ons iets.

Belcanto «Het leert ons in de eerste plaats nederig te zijn. En, dat hoop ik toch, het laat de mensen even verstillen, het doet ze nadenken. Het brengt ze dichter bij hun emoties, die in de loop van de jaren misschien zijn dichtgeslibd of ondergesneeuwd. Ik werd indertijd geregeld gevraagd voor de VPRO-radio. Op zondagmiddag zonden ze vanuit Antwerpen uit, vaak waren dat langere interviews met schrijvers en filosofen. En ik bracht dan het levenslied, vanuit het diepste van mijn hart. Die intellectuelen wisten niet goed raad met mij: ‘Meent hij dat nu? Of is het allemaal om te lachen?’ Zulke mensen hebben een analytische geest, ze moeten je kunnen plaatsen. Volkse mensen daarentegen voelen méé, die aanvaarden dat en openen hun hart, die hebben daar geen vragen bij.

»Intellectuelen stoppen hun verlangen naar ontroering vaak handig weg. Maar dat verlangen is er, willen of niet. En in die behoefte kon de Zangeres Zonder Naam voorzien. En ik ook. Die behoefte wordt in deze tijden overigens almaar groter. Er is zo veel ontroering uit het leven verdwenen. De mensen gaan niet meer op café. En zeker niet om er te praten en te verbroederen. Ik stam nog uit de tijd dat de mensen vanop een omgedraaide stoel op straat met elkaar zaten te buurten. Wie doet dat nog? Wie gaat er nog naar de kerk? Wie trekt er met de hele familie nog naar de kermis? Naar de bonte avond? Dat bestaat allemaal niet meer. De mensen hingen veel meer aan elkaar. Het was allemaal warmer. Vandaag leven ze aan en achter schermen, in een verkilde maatschappij. Facebook pretendeert dat de wereld een dorp is geworden. Onzin. De sociale media, dat zijn eigenlijk asociale media, zij vervreemden ons van elkaar.»

HUMO Tegenstanders van het levenslied beweren dat het vol vals sentiment zit.

Belcanto «Kan sentiment wel vals zijn? Is de ontroering die de Zangeres bij de volksmens teweegbrengt minder waard dan die van Brel bij de intellectueel? Wie heeft het recht om dat minderwaardig te vinden? Als de Zangeres ‘Witte rozen’ zong, zat daar veel meer achter dan alleen die tekst. Zij had namelijk zelf een ellendig leven achter de rug. En dat voelde je, je hoorde de waarheid in haar stemgeluid. De snik in haar stem is levensecht. André Hazes had dat ook. Dat is voor mij zeker geen vals sentiment. Alles heeft te maken met de manier waarop je een levenslied brengt. Als je je eigen tragiek kunt uitbreiden tot de tragiek van alle mensen, dan raak je de juiste snaar.»

HUMO Je bent er zelf een paar keer zwaar onderdoor gegaan, tot het suïcidale toe.

Belcanto «Ik heb er nooit echt mee willen kappen, hoor. Trouwens, een zware depressie verzwakt je zodanig dat je niet eens in staat bent om mogelijke zelfmoordgedachten ook in de praktijk om te zetten. Je hebt gewoon de energie niet.»

HUMO Hoe kijk je terug op je depressie? Was het puur lijden aan het leven? Of was er meer aan de hand?

Belcanto «Er is bijna altijd sprake van a trigger, iets van buitenaf dat de trekker overhaalt. In mijn geval was dat een vrouwenkwestie. (Zwijgt) De scheikunde van je brein maakt je fragiel. Met mijn melancholisch temperament ben ik vatbaarder voor een depressie dan iemand met een pragmatische of sanguinische aard. Ik geef toe, het is niet altijd een lolletje om Guido Belcanto te zijn. Maar tegelijk is het mijn redding. (Mijmerend) Alhoewel: als fietsenmaker of apotheker was ik misschien wel gelukkiger geweest.»


De minnares eenzaamheid

HUMO Laten wij het even hebben over Belcanto en de vrouwen. Dat is altijd een moeilijke en moeizame procedure geweest. Je hebt al een aantal relaties achter de rug. Waarop ging het telkens weer stuk?

Belcanto (stilte, zucht, nieuwe stilte) «Bindingsangst, denk ik. Ik heb het gevoel dat ik niet deug als de helft van een koppel. Ik wil geheel mezelf zijn, en niet de helft van. Ik zou het wel willen kunnen, mijn leven echt delen met iemand. Kansen heb ik genoeg gehad. Op momenten van grote vreugde, die ik soms heb, of van groot verdriet, zoals op de begrafenis van mijn vader, voel ik een bepaald gemis. Eenzaamheid kan soms wurgend zijn. Toch leef ik hier, zoals je kunt zien, in zelfgekozen kluizenaarschap. Het is hier onthecht, verstild, zeer basic – en daar voel ik me goed bij. Ken je dat prachtige liedje van Georges Moustaki, ‘Ma solitude’? Daarin omarmt hij de eenzaamheid, hij vergelijkt ze met een minnares, une complice. Hij zingt: ‘Non, je ne suis jamais seul avec ma solitude…’ Dat begrijp ik volkomen. Ik kan de schoonheid van eenzaamheid zien.»

HUMO Op wie knappen die vrouwen af? Op Guido Belcanto of op Guido Versmissen?

Belcanto «Wie zegt dat ze op mij afknappen? Ik heb een vrouw echt wel wat te bieden: een grote culturele bagage en een gezond libido, om maar enkele dingen te noemen. Ik kan best goed samen zijn met een vrouw, ik vind dat meestal zeer aangenaam. Maar ze moet hier niet in mijn huis komen wonen. Het hoogst bereikbare voor mij is een latrelatie.

»Liefde is een mooie zaak. Maar het begrip wordt omzwermd door negatieve elementen: bindingsangst, verlatingsangst, jaloersheid, bezitsdrang, territoriumdrift. En, dat vind ik toch: de meeste vrouwen zijn van nature bezitterig. Ik wil hier niet vertellen hoe ik de ideale vrouw zie. Ik kan alleen vertellen wat ze níét mag zijn: bezitterig, jaloers, bazig, mij willen verbeteren, zeggen hoe het moet. Dat moet ze bij mij niet proberen, want dan ben ik meteen weg. Bij mij is het zo: hoe minder bezitterig een vrouw zich opstelt, hoe meer ze mij zal bezitten. Maar misschien ben ik er nu te oud voor geworden. Misschien is het wel te laat.»

HUMO Blijven zoeken, Guido! Ze bestáát.

Belcanto «Jazeker, ze bestaat, dat geloof ik ook wel, eigenlijk. Maar waar zit ze, hè? Ik denk dat ze met vaginale vakantie is (lacht). Bukowski zegt: ‘Liefde is mooi, voor mensen die de psychische overlast aankunnen.’ Het vergt inzet en energie.»


Ti amo, Pantani

HUMO We hebben het nog niet gehad over je bijzondere fascinatie voor het wielrennen en voor de figuur van de jammerlijk overleden Italiaanse klimmer Marco Pantani. Er loopt een nieuw onderzoek waaruit zou moeten blijken dat Pantani niet door een overdosis cocaïne zou zijn gestorven, maar simpelweg zou zijn vermoord.

Belcanto «Ik heb dat ook gelezen… en het is niet uitgesloten. Het zou zijn einde nog tragischer maken dan het al was. Ik zag in Pantani niet zozeer een renner, maar veeleer een kunstenaar. Hij was een artiest, een getormenteerde ziel met wie ik te doen had. Pantani reed geen koers, nee, hij gaf een voorstelling. Ik voelde een verwantschap, ja, vanaf de eerste keer dat ik hem op tv aan het werk had gezien, in de Tour van 1995, toen hij een bergrit won. Die fascinatie werd almaar groter. Hoe hij later Jan Ullrich uit het wiel reed, op de Galibier! Pantani was een einzelgänger, net zoals ik. Een cavalier seul, wat toevallig de titel van mijn nieuwe cd wordt. Hij was ook de eerste renner in de geschiedenis die in grote letters z’n naam op z’n rug droeg: PANTANI. Ik zie het nog voor me. Als hij demarreerde, zagen de tegenstanders die naam op en neer dansen en almaar kleiner worden. Grandioos.»

HUMO Je bent hem in 2001 voor ‘Via Vanoudenhoven’ in Italië gaan opzoeken. Je hebt toen zelfs een fiets van hem gekregen.

Belcanto «Ach, ’t zag er allemaal veel mooier uit dan het was. Het onderhoud heeft hooguit twintig minuten geduurd. Pantani was toen al op zijn retour, de totale afgang lonkte. Hij maakte een zeer breekbare indruk, als was hij van glas. Zichtbaar ongelukkig, ook. Hij straalde iets kinderlijks en kwetsbaars uit. Ik had met hem te doen.»

HUMO Kwam je tot echt contact?

Belcanto «Toch wel. Ik heb voor hem ‘Ti amo’ van Umberto Tozzi gezongen, met een speciaal voor hem herschreven tekst. Dat heeft het ijs gebroken. Je kunt het op YouTube herbekijken. Na een poos zingt Pantani zelfs mee… En die fiets? Dat was eigenlijk een geschenk van de Bianchi-fabriek, de constructeur van Pantani. ’t Was een beetje product placement (lacht). Die fiets koester ik als een heilig bezit. Ik rij er al twaalf jaar mee.»

HUMO Je kunt zelf een aardig stukje fietsen. En zeer lang geleden ontmoette ik je eens in een bodybuilderszaal.

Belcanto «Trainen, hè. Op dat vlak ben ik ijdel: het lichaam moet perfect onderhouden worden. Je moet je lichaam te vriend houden. (Strijkt over z’n 50 centimeter lange manen) Mijn grootste angst is kaal worden. Of verdikken. Fietsen, zwemmen, sporten in het algemeen: ik ben er graag mee bezig. Als ik op m’n fiets spring, ben ik gelukkig. Of juister: minder ongelukkig (glimlacht). Je vraagt mij om levenslessen. Wel, hier komt er één: doe aan sport. Op de fiets krijg ik m’n beste ideeën.»

HUMO Hoe wordt een Guido Belcanto oud?

Belcanto «Goeie vraag. Ik sta nauwelijks stil bij mijn leeftijd. De kaap van de 40 was moeilijk, die van 60 helemaal niet. Ik zit beter in m’n vel dan toen ik 40 werd. Ik hoef ook niets meer te bewijzen. Moedig voorwaarts, zoals Reve zegt. Ik word nu ook helemaal door de bevolking aanvaard, en dat was vroeger niet zo vanzelfsprekend. Men wist niet zo goed wat men met mij aan moest. Maar dat vond ik net goed. Ik wil onvatbaar blijven. Een artiest moet betoveren.

»(Mijmerend) Iets wat het leven mij zéker heeft geleerd: het geluk is ongrijpbaar. Geluk kan nooit iets duurzaams zijn. Het is hooguit een kort moment. Het is niet blijvend. En je vindt het bijna uitsluitend bij jezelf. Niet bij of door anderen. Wat is het leven meer dan een verkenningstocht naar wie je bent? Zelfkennis, dat is toch het ultieme doel, nee?

»Ook belangrijk: ik geloof in doorzettingsvermogen. Een onafgebroken geloof in eigen kunnen. Ik loop niet te stoefen over mezelf, maar toch denk ik: ‘Wauw, ik ben goed in wat ik doe. Ik kan het écht.’ Het was de ster die ik moest volgen. En ik heb mij door niets of niemand van de wijs laten brengen of ontmoedigen. Vijf jaar lang heb ik tegen de deuren van de platenstudio’s blijven beuken. En pas daarna ging de poort open. Laat dit m’n ultieme levensles zijn: ‘Never, never give up!’»

HUMO Reken maar, Guido! En bedankt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234