null Beeld

Het lieve leven en hoe het te lijden: Jan Decorte

In café Au Daringman, niet ver van de Brusselse Dansaertstraat, heeft Jan Decorte zijn eigen tafeltje, dicht bij de toog, waar hij hof houdt en beschikbaar is voor wie hem wil raadplegen of interviewen of gewoon wat met ’m wil ouwehoeren. De voorwaarden voor een audiëntie zijn erg simpel: om het kwartier betaal je Jan een wit wijntje. Naast hem, op tafel, prijkt een 25 centimeter hoge stapel ongerepte bierviltjes. Bij ieder nieuw glas hoort een vers bierviltje. Waag het niet je glas náást dat viltje te zetten, want dan wordt Decorte nerveus en ongemakkelijk. Obsessief-compulsief gedrag heet dat. Het zal niet de enige interessante aandoening zijn waaraan hij blijkt te lijden.

In café Au Daringman, niet ver van de Brusselse Dansaertstraat, heeft Jan Decorte zijn eigen tafeltje, dicht bij de toog, waar hij hof houdt en beschikbaar is voor wie hem wil raadplegen of interviewen of gewoon wat met ’m wil ouwehoeren. De voorwaarden voor een audiëntie zijn erg simpel: om het kwartier betaal je Jan een wit wijntje. Naast hem, op tafel, prijkt een 25 centimeter hoge stapel ongerepte bierviltjes. Bij ieder nieuw glas hoort een vers bierviltje. Waag het niet je glas náást dat viltje te zetten, want dan wordt Decorte nerveus en ongemakkelijk. Obsessief-compulsief gedrag heet dat. Het zal niet de enige interessante aandoening zijn waaraan hij blijkt te lijden.

Na het eerste glas stopt Decorte mij een folder toe van zijn nieuwste theaterproductie ‘Much Dance’, half november in het Kaaitheater in Brussel. De folder is opgesmukt met een fantastische zwart-witfoto van een swingende, dandyeske Jan, als vroege dertiger, schat ik. Sigaret in de hand, messcherp gezicht, haren strak en kort gecoiffeerd, wit hemd, wit jasje. De Brusselse Bowie, quoi.

HUMO Je bent de zoon van een acteurskoppel: je moeder, Jo Crab, blijft onvergetelijk als madame Arabelle, de koffiemadam in ‘De collega’s’. En je vader, Marc Decorte, speelde mee in het al even legendarische ‘Wij, heren van Zichem’.

Jan Decorte «Mijn vader was vooral actief bij de toenmalige schoolradio. Hij zocht naar meesterwerken uit de internationale literatuur en bewerkte die – iets wat ik eigenlijk ook doe (lacht). Het Dramatisch Gezelschap van de BRT, dat betekende toen iets: Julien Schoenaerts maakte er deel van uit, net als Dora van der Groen. En die konden dus worden ingeschakeld voor de schoolradio.»

HUMO Je vader was ‘fout in de oorlog’.

Decorte «Mijn vader was niet alleen bij de Vlaamse SS; hij is om principiële redenen zelfs úít die Vlaamse SS gezet. Faut le faire! Hij was verdorie radicaler dan de Duitsers. Hij had een appartement aan de Rogierlaan, toevallig de grote boulevard waarlangs de Duitsers Brussel binnentrokken. Vanop zijn balkon zag hij die kerels marcheren, perfect in uniform, mooi in het gelid, zingend. Mijn vader, een volbloed romanticus, was direct bekeerd. Hij is zich de week erna gaan aanmelden. Nog een week later paradeerde hij al door Brussel in zijn nieuwe uniform. En mijn moeder viel voor uniformen (lacht). Jammer genoeg, want ze heeft aan die relatie een slechte zaak gedaan.

»Bij een razzia in het Jodenkwartier in Antwerpen zag mijn vader hoe een Duitse officier persoonlijke spullen van net opgepakte Joden in z’n zak stak. Dat vond hij absoluut on-Duits. Toen hij naar de Kommandantur ging om klacht in te dienen, lachten ze hem vierkant uit. Je moet weten: de Duitsers spuwden op de Vlaamse SS, ze voelden alleen maar minachting voor de Vlaamse collaborateurs. Ook in hun ogen waren dat verraders. Mijn vader werd onmiddellijk uit de SS gezet. Maar hij bleef Hitler trouw, hè. (Zucht) Alles, echt álles wat hij zei, was pro-Duits. Hij slaagde er later ook in het hele gezin te desoriënteren. Thuis was het altijd oorlog, ook nadat de echte oorlog al lang was afgelopen.

»Eigenlijk ben ik Antwerpenaar: ik ben geboren in het ziekenhuis van Wilrijk en heb zeven jaar in Borgerhout gewoond, in de Groenstraat. Pas later zijn wij naar het Brusselse verhuisd. Vader dronk flink, kreeg vaak woedeaanvallen en sloeg geregeld m’n moeder in elkaar. Hij was uiterst agressief en kon niet tegen z’n verlies. Die mens moest altijd gelijk hebben, ook ná de oorlog (lacht). Avond na avond was dat: te veel wijn drinken en zeuren. Vreselijk ambetant. En ik, die graag lang opbleef, moest die jeremiades dag na dag aanhoren. Ik had al snel door dat het allemaal bullshit was wat hij uitkraamde.

»Mijn moeder was ook wel wat pro-Duits, maar zeker niet zo fanatiek. Ze was een beetje een je-m’en-foutiste, wat ze later prachtig heeft uitgespeeld in haar rol als madame Arabelle.»

HUMO Hebben je ouders na de oorlog met de repressie te maken gekregen?

Decorte «Mijn vader zéker: die is door de mannen van de Witte Brigade, het pistool in de hand, uit z’n huis gehaald. Ze brachten hem naar het apenkot in de Antwerpse dierentuin, waar de mensen hem en z’n kornuiten met stront mochten bekogelen. Lichtelijk verschrikkelijk. Gelukkig waren er geen concrete aantijgingen tegen hem, zodat hij snel weer vrijkwam. Mijn moeder heeft nooit vastgezeten. Later is mijn vader mee veroordeeld in het fameuze NIR-proces (het NIR was de voorloper van de BRT, later VRT, red.). Wie tijdens de oorlog voor het door de Duitsers gecontroleerde NIR bleef werken, diende een loyaliteitsverklaring aan de bezetter te ondertekenen. Wat uiteraard een vorm van collaboratie was. Tot 1950 bleef vader van zijn burgerrechten beroofd, maar daar hield het ook mee op.»

HUMO Zit die foute vader voor een deel in jou?

Decorte «Dat zal wel, zeker? Strak in het gelid, mooi in uniform, strikt en correct: ja, dat doet mij ook wel wat. Mijn maniakale trekken heb ik ontegensprekelijk van mijn vader geërfd. De agressiviteit, de drankzucht: allemaal van hem. Let’s face it: ik ben een volbloed alcoholist. Voor een deel begrijp ik hem best. Misschien had ik wel hetzelfde gedaan. Maar ik zou zeker niet naar de Kommandantur zijn gestapt om een Duitser aan te geven (hilariteit).»

HUMO Werd je als kind ‘zwart’ opgevoed?

Decorte «Absoluut. Op een dag ontdekte ik dat mijn oudste zus ons allemaal had ingeschreven bij de Volksunie. Vandaag word ik ongemakkelijk van alles wat met ‘Vlaams’ te maken heeft: de leeuw, de vlag, het hele N-VA-gedoe...»

HUMO Ik zou je nochtans perfect kunnen casten als Duitse SS-er: groot, blauwe ogen, priemende blik, mooie jongen…

Decorte «Ik vind jou anders ook niet mis, hoor. Maar je hebt gelijk: het zit allemaal in mij.

»Thuis was het, zoals gezegd, altijd boel, en alle kinderen kozen unaniem partij voor ons moeder. Mijn vader had geen enkele behoefte om zich sympathiek te gedragen. Hij leefde helemaal op zichzelf. En moeder heerste in de keuken.»

HUMO Waarom maken zulke mensen in jezusnaam zes kinderen?

Decorte «Mijn vader vond: hier wordt niet gevrijd met voorbehoedsmiddelen. Vrijen, dat betekende voortplanten. Terwijl we alleen naar de kerk moesten als hij op zondagochtend zat was. Als hij nuchter was, móchten we niet. Die man destabiliseerde het hele gezin. En dat heeft diepe sporen achtergelaten.

»Ik zit nog altijd met een geweldige verlatingsangst. Ik ben nu 64 en werk nog dagelijks, vol goede moed, aan mijn eigen bevrijding. Nog steeds worstel ik met m’n vader. Als iemand me zegt dat mijn vader een klootzak was, zal ik nog altijd even verkrampen. Dat vertelt alles. Want hij wás een klootzak. Je kon niet van hem houden – wat ik vreselijk graag wél had gedaan.

»In de late jaren 60 heb ik ons moeder de Kamasutra cadeau gedaan. Toen ik enkele weken later nog ’ns thuis logeerde, hoorde ik ’s nachts hevig gestommel in de ouderlijke slaapkamer. Mijn vader zat schrijlings op m’n moeder en was bezig haar te wurgen. Hij ziet mij en roept (schakelt over naar plat Antwerps): ‘Nu moest ge ne keer weten wa da mens mij gevraagd heeft om met haar te doen!’ Ons moeder was seksueel gefrustreerd, daarover praatte ik vaak met haar.

»Tijdens de oorlog waren de eerste drie kinderen er gekomen. Daarna volgden drie abortussen, met de breipriem godverdomme, terwijl mijnheer naar het café trok om te gaan biljarten. Ik was de eerste van de tweede lichting kinderen.»

HUMO Je bent dus aan de breipriem ontsnapt?

Decorte «Zo kun je het stellen. Het toppunt was dat m’n vader het in z’n hoofd had gehaald om mij tot favoriete zoon te bombarderen. Ik kreeg altijd het grootste stuk vlees, het beste dessert. Daardoor slaag ik er tot op de dag van vandaag niet in om een warme band met mijn broers en zussen te onderhouden: we bellen elkaar niet, ontmoeten elkaar nauwelijks.»

HUMO Je bent gewond tot in je ziel?

Decorte «Dat is zo (zwijgt). Toen ze stokoud waren, woonden mijn ouders in een veel te klein appartementje in Oostende. Tot het bittere einde maakten ze ruzie over wie op het bed mocht liggen en wie op de canapé. Ik ben hen blijven bezoeken en heb hen mee verzorgd tot het einde. De laatste woorden van mijn vader waren voor mij: ‘Ik heb er echt genoeg van, joeng.’ En toen was hij dood.»


De levende boeman

Sigrid Vinks, Jans vrouw, muze, actrice en nog veel meer, waait het café binnen. Buitengewoon mooie madame – elfachtig, met grote, onschuldige bruine ogen en een gebeeldhouwd, ovalen gezichtje. Jan lijkt te ontspannen. Op mijn voorstel zal ook Sigrid aan het gesprek deelnemen. Ik ben meteen verliefd.

HUMO Jan staat geboekstaafd als een moeilijke mens. Toch zijn jullie al 38 jaar samen. Wat is het geheim?

Sigrid Vinks «Ik was amper 20 toen ik Jan leerde kennen. Ik studeerde Germaanse talen, met een specialisatie in theaterwetenschappen. Ik werd de assistente van professor Carlos Tindemans en zou gaan doctoreren: er lag een academische carrière voor mij klaar. Ik ontmoette Jan voor het eerst in een café waar de mensen van Studio Herman Teirlinck vaak langskwamen. Jan stapte op mij af en zei: ‘Jij bent voor mij. Ik ben voor jou.’ Ik dacht nog: ‘O nee, alweer een Studio-aansteller.’ In die tijd liep ik helemaal niet hoog op met acteurs. Een vol jaar heb ik de boot afgehouden. Maar Jan bleef mij achtervolgen met cadeautjes, liefdesbrieven en serenades. Uiteindelijk ben ik bezweken.»

HUMO Wat ontroerde je in Jan?

Vinks «Ik had vanaf het begin door dat hij bijzonder was. Getormenteerd, geniaal, maar ook gevaarlijk. Jan lijdt aan vlagen van zelfhaat en dan slaan de stoppen door en wordt hij agressief. Dan moet ik zorgen dat ik uit z’n buurt ben. Hij is destructief, zelfdestructief en bij momenten suïcidaal. Kortom: Jan is niet meteen de prins op het witte paard (lacht).

»Ik had ook snel begrepen dat Jan geen man is om kinderen mee te hebben. Ik raakte meteen zwanger, maar we zijn naar Amsterdam getrokken voor een abortus. Als dat kind er tóch was gekomen, waren wij nooit samengebleven. Jan had al een dochter, Maya, uit een eerste relatie, maar er is geen contact meer. Jan zegt van zichzelf: ‘Ik ben een slechte vader’. Creatieve mensen en kinderen, dat is een moeilijke combinatie. Je moet je prioriteiten stellen, vind ik. Dus heb ik mijn kinderwens opgegeven. Ik zou een kind niet willen aandoen wat ik met Jan al allemaal heb meegemaakt.»

HUMO Je hebt Jan bijgestaan toen hij zwaar depressief en suïcidaal was.

Vinks «Jan is simpelweg manisch-depressief. Hij is altijd een man van periodes geweest – dan weer euforisch, ongeduldig en zéér daadkrachtig en creatief; vervolgens down, bedroefd en depressief. Je leert ermee omgaan, denk je. Maar dat is niet zo: hij blijft me, ook op dat vlak, altijd weer verrassen.»

HUMO Je hebt wel erg veel voor ’m opgegeven.

Vinks «Ach, ik had een vriendin die uitstekend acteerde, maar dat heeft opgegeven voor een klassiek huwelijk met een stoet kinderen. Wel: ik zou niet meer met haar willen ruilen. Kinderen krijgen is niet alles in een vrouwenleven. Een koe kan het ook. Ik vond mijn liefde voor Jan belangrijker.»

HUMO Wat heb je van Jan geleerd?

Vinks «Zo veel. Alles. Hebben wij een leraar-leerlingrelatie? Ik weet het niet. Op z’n 20ste was Jan al een bejubeld auteur. Hij werd gespeeld, hij had een naam. Daar keek ik naar op, natuurlijk. En ja, wij zijn nog altijd zwaar verliefd. Nog iedere dag zegt hij mij: ‘Jij bent het mooiste meisje van de wereld.’ Dat zal dan wel liefde zijn, zeker?»

Decorte (in de richting van de toog) «Martine, zet al die wijntjes en drieëndertigers maar op de rekening van Humo.»

Vinks «Ik vind: alles wat spannend is, is ook een beetje gevaarlijk. Die twee gaan hand in hand. Het is vooral dát wat mij zo in Jan aantrok. Ook ons werk is opwindend en gevaarlijk: zo maken wij nu eenmaal theater.»

Decorte «Schol, hè.»

Vinks «Jan kan zich met oeverloos veel plezier in drank en drugs verliezen. Maar hij weet dat ik er ben om hem op te vangen als hij straks met zijn zatte botten een gat in zijn kop valt. Hij is roekeloos, ik ben altijd voorzichtig.»

HUMO Jan, jij praat zelfverzekerd en luid. En je hebt een priemende blik. Ben jij echt gevaarlijk?

Decorte «Ja. Want zeer veel mensen zijn bang voor mij. Ze kennen mij vaak helemaal niet – en toch zijn ze bang.»

Vinks «Dat kan ik zeer goed begrijpen. Ik was vooral bang van Jans heftigheid. Hij lacht met alles waarvoor de meeste mensen bang zijn. Zo is hij ook niet bang voor de dood.»

HUMO Wat maakt je zo zelfverzekerd, Jan?

Decorte «Ik ben de minst zelfverzekerde persoon in Europa, Afrika en de aangrenzende gebieden. Mensen dénken dat ik zelfverzekerd ben, dat is het. Weet je dat ik op straat nog altijd word aangesproken over ‘Sterrenwacht’ (de legendarische talentenjacht waarin kandidaten onder andere de zeer tegendraadse heer Decorte dienden te interviewen, red.)? ‘Ja, tóén was je toch stout hè, Jan,’ zeggen ze dan. Alsof ik de levende boeman ben. In míjn ogen ben ik kwetsbaar, gevoelig en lief. Een open wonde die smeekt om affectie, zeg maar.»

undefined


Het heetste geval van Antwerpen

HUMO Sigrid, jij hebt weleens gezegd: ‘Eigenlijk is Jan van ons tweeën de goede mens. Terwijl ik degene ben die in het geheim kleine meisjes pitst. En als ik een katje zie, durf ik er wel ’ns tegen te trappen.’

Vinks (kleurt helemaal rood) «Ja, dat is wel typisch voor mij. Ik heb ook een donkere kant in mij. Veel donkerder dan die van Jan, die eigenlijk een open boek is. Ik ben berekend en kan doelbewust pijn doen.»

Decorte «Dat is het hele geheim achter Sigrid. We hadden het onlangs met een vriendin over mensen die een vijs kwijt zijn. Ik zei: ‘Voeg daar Sigrid maar bij.’ Waarop die vriendin: ‘Maar Sigrid is in mijn ogen de meest nuchtere persoon denkbaar!’ Wel, daar ben ik het to-taal niet mee eens. Bij Sigrid is er… een serieuze hoek af. Bij mij ook, trouwens. Je vroeg daarnet aan Sigrid wat ze van mij geleerd heeft, maar ik heb zelf enorm veel van háár geleerd. In de productie die nu op stapel staat, is Sigrid de chef van de repetities. Ik daag gewoon niet op – hoewel ik eigenlijk de regisseur ben.»

Vinks «Jan creëert het kader. De rest doe ik. Wij hoeven daar niet eens over te praten. Het gebeurt gewoon. Jan creëert de chaos. En vervolgens structureert de chaos zichzelf.»

Decorte «Dadist.»

HUMO Sigrid, wat zou jij zijn zonder Jan?

Vinks «Dood, waarschijnlijk.»

HUMO En jij, Jan? Wat zou jij zijn zonder Sigrid?

Decorte «Ook dood (hilariteit).»

Vinks «Wij houden elkaar in leven.»

Decorte «Wij houden elkaar rechtop, zoals twee steunmuren. Het wonder van de liefde. Ik heb een vol jaar achter haar aangelopen. Toen ik haar weer ’ns zag tongen met één of andere pipo in een dancing, stortte mijn wereld in. Ze tongde constant met andere mannen.»

Vinks «Het waren de jaren 70. Ik tongde graag, ja. Ik deed álles graag. Om de week met iemand anders.»

Decorte «Sigrid was het heetste geval van Antwerpen. Iédere man moest ze hebben. Maar ik was onverbiddelijk: she’s the one. Voor het leven. Maar ze wilde niet. Ik heb ooit voor zes maanden het contact verbroken, en toen we daarna toevallig naast elkaar stonden na een spreekbeurt in de King Kong, zei ik: ‘Eerst gaan we vrijen als de beesten, en vanaf dan ben jij van mij. En ik van jou.»

HUMO Jij kent de stiel, Jan.

Decorte «Dank je, Wilfried.»

HUMO Sigrid, jij hebt ooit gezegd: ‘Eigenlijk ben ik geen grote actrice. Ik speel alleen een verhevigde vorm van mezelf.’

Vinks «En dat haalt Jan uit mij. Ik had ook nooit vermoed dat het in mij zat.»

Decorte «In onze nieuwe voorstelling zingt Sigrid een stukje Lully. En ik dacht: ‘Fuck, nu kan ze nog zingen ook!’ Sigrid kan… alles. De woorden die bij ons het vaakst vallen zijn: ‘Alstublieft’, ‘Dank u wel’ en ‘Ik zie u graag’. We knuffelen nooit – ik ben tegen knuffelen – maar we kussen veel. Voor wie zouden we het laten, verdorie.»

HUMO Volgens Jan hoorde er nog een tweede meisje in jullie relatie. Zodat jullie samen een drie-eenheid konden vormen.

Decorte «Ik dacht dat het een meerwaarde zou geven. We hebben het geprobeerd, maar het had geen meerwaarde (hilariteit).»

Vinks «Die meisjes waren altijd te serieus.»

Decorte «Ik heb soms hevige verlangens naar een ander vrouwenlichaam dan dat van Sigrid.»

Vinks «Ik heb dat ook. Wij wilden die drie-eenheid allebei. Buiten Jan was mijn beste seksuele ervaring met een meisje. Als puber kon ik al niet van m’n vriendinnetjes afblijven. Zeer opwindend, allemaal. Je dacht er toen niet bij na, het waren gewoon spelletjes. Maar toen ik uiteindelijk met jongens begon te vrijen, viel dat meestal tegen. Ik vond dat jouer à touche-pipi met die vriendinnetjes veel spannender.»

Decorte «Eén in drie, drie in één. We zagen elkaar zo graag dat er nog iemand bij kon om graag te zien. Maar ’t bleek een utopie: we hebben onze les geleerd. Het is onmogelijk. Omdat er jaloersheid in het spel komt. Eén van de drie zal zich altijd verwaarloosd voelen. En meestal was het dat meisje. Want Sigrid en ik voelden ons sterk, terwijl dat meisje geen reddingsboei had.»

Vinks «Jan werd ook altijd weer verliefd op z’n actrices. Nu we vooral met jongens werken, is Jan veel rustiger. Hoewel…»

Decorte «Die verliefdheid was nodig. Om te kunnen creëren. Hoe verliefder ik was, hoe beter de rollen waren die ik voor zo’n meisje schreef. Tijdens een productie zijn je medespelers de belangrijkste personen in je leven.»

HUMO Ik zag mij anders niet met Guy Mortier naar bed gaan.

Decorte «Dat zou weleens kunnen meevallen.»

HUMO Zo’n innige relatie als die van jullie, is die niet tegelijk zeer kwetsbaar?

Decorte «Dat is zo. Maar toch zijn we altijd bij elkaar gebleven.»

HUMO Ik heb ergens gelezen, Sigrid, dat je soms nachtmerries hebt waarin Jan je in de steek laat voor een jong ding.

Vinks «Serieus? Dat kan ik mij niet herinneren.»

Decorte «Maar allee, schat, je zeurt over niets anders.»

Vinks «Nee, nee, Jan.»

Decorte «Kijk, dat is nu typisch Sigrid, zie.»

Vinks «Ik bedoel: Jan valt niet zo op jonge meisjes.»


Aanstellers

HUMO Jan, jij hebt in je jonge jaren last gehad van hete paters.

Decorte «Dat was in het Heilig Hartcollege van Tervuren. Pater De Plekker heette hij, nota bene. Is later naar Griekenland verplaatst omdat hij niet van de jongens kon blijven. Die wilde mij altijd graag wassen. Hij begon met je gezicht en eindigde tussen je benen, natuurlijk. De paters daar vochten om op de slaapzaal van de internen te mogen slapen. Pater Piet liet graag z’n postzegels zien en zat ondertussen aan je spel. Maar uiteindelijk hebben die paters snel begrepen dat hun vlieger bij mij niet opging.»

HUMO Sorry dat ik van de hak op de tak spring, maar: hoe maken jullie ruzie?

Vinks «Jan laat zich gaan, terwijl ik een binnenvetter ben. Jan gooit met asbakken, ik prik nog ’n keer extra in de wonde. Ik wacht mijn moment af. Als hij dan nog wat dronkener is, hap ik toe. En ik kén z’n zwakke plekken. Smerig, hè (kleurt opnieuw bloedrood tot in de nek).»

HUMO Jan, jij hebt ooit ’ns gesteld dat je niet van theater houdt.

Decorte «Van het klassieke theater moet ik niets hebben; het verveelt mij. Wij maken utopisch theater. Iedereen wordt blij: de acteur, het publiek, de vrouw en de schrijver. Wij vertrouwen op onze intuïtie, op het moment.»

Vinks «Jan is ontzettend chaotisch. Hij heeft geen eigen portefeuille, geen eigen bankkaart, geen eigen gsm. Dat is allemaal mijn domein. Dat maakt hem vrijer om te kunnen creëren.»

HUMO Bovendien sta je ook nog ’ns de hele tijd op de scène. Eigenlijk doe jij alles?

Vinks «Ik heb vijf jobs tegelijk, ja. Maar zo willen wij het. Het belangrijkste is: het werkt.»

HUMO Heeft niemand je ooit gezegd: kind, je vergooit je leven aan die zot?

Vinks «Dat hoor ik dagelijks (lacht). Maar eigenlijk ken ik weinig vrouwen die zo’n vol en bevredigend leven hebben als ik. Ik offer mij niet op voor Jan. In feite is hij mijn redder. Ik voel mij… gezegend.»

HUMO Zeer lang geleden, in de jaren 80, vond ik Jan een aansteller. Het is pas door hem beter te leren kennen dat ik hem ging appreciëren.

Vinks «Hij wás ook een aansteller (lacht).»

Decorte «Ik vond jou ook een aansteller, Wilfried. Zijn wij niet allemáál aanstellers? (hilariteit) Alles komt neer op dat éne: heb mij lief, zie mij graag, hou van mij, ik sméék je. Maar precies door mijn karakter stoot ik mensen af.»

Vinks «Je moet Jan al heel goed kennen vooraleer je sympathie voor hem kunt opbrengen.»


Pijn en lijden

HUMO Jan, jij hebt de groten van het toneel bewerkt of herschreven: Tsjechov, Shakespeare, Sophocles. Wat hebben die heren je geleerd?

Decorte «Shakespeare is, na Sigrid, mijn beste maatje. Ik voel mij met hem verwant. Ik voel ook perfect aan wat hij wil zeggen. En dan die taal: Shakespeare stapelt de woorden op tot ze uit elkaar spatten en de ontploffing een beeld wordt.

»Shakespeare voelde zich verplicht voor een happy end te zorgen, anders was the queen niet content. Op het einde van ‘King Lear’ ligt het halve koninkrijk dood op de scène, maar er daagt uiteindelijk toch nog een redder op. Ik vind Shakespeare zeker geen pessimist. Precies vanwege de twinkeling van zijn woorden. Shakespeare is niet éénduidig, zijn stukken gaan… over álles. En dat wil ik ook met mijn toneel: dat het over alles gaat. Díé man kon schrijven!»

Vinks «Maar jij óók, Jan. Ook jij hebt een eigen idioom, dat de mensen dan ‘kinderlijk’ noemen – ik hoor liever ‘kindlijk’. Zo kom jij tot afstand en abstractie en sta je veel dichter bij de echte Shakespeare dan al die Grote Vertalers die over een komma lopen te neuken. Jan gaat naar de essentie van de tekst.»

HUMO ‘To be or not to be’ vertaal jij als: ‘Tis, of tisni. Dadist.’

Decorte «Geef het maar toe: dat is mooier dan het origineel. Ja, als ik in vorm ben, ben ik beter. Shakespeare herhaalt zichzelf nooit. En dat probeer ik ook. Maar ik volg hem niet slaafs. Ik beschouw hem als mijn broer, als mijn gelijke. Soms verbeter ik hem. Zo heb ik de monoloog van Shylock (in ‘The merchant of Venice’, red.) helemaal op het einde van het stuk geplaatst, als afsluiter. Daar zit die monoloog véél juister.»

HUMO Er wordt gezegd: Jan Decorte is ijdeler dan de spiegel zelve.

Decorte «Het is goed af en toe in de spiegel te kijken. Dat zouden de mensen meer moeten doen. En ijdel? Misschien. Maar tegelijk ben ik een grote twijfelaar, wat vaak bij ijdele mensen voorkomt. Ik twijfel aan mijn werk, aan mijn vrienden, aan mezelf. Zelfs aan Sigrid.»

HUMO Je bent een tijd religieus geobsedeerd geweest. Je had Jezuswanen.

Decorte «Ik was geobsedeerd door het katholicisme. Wij zijn voor de kerk getrouwd en ik ging ook geregeld naar de mis. Ik neem het leven nog altijd au sérieux, zéér erg. Dat is natuurlijk de diepere oorzaak van mijn pijn en lijden.»

HUMO Je hebt enkele zelfmoordpogingen achter de rug, vertelde Sigrid net.

Decorte «Met pillen, ja. Twee keer. ’t Was géén cry for love, ik wilde echt dood. Sigrid vond mij. Ik werd wakker in de kliniek: ze hadden mijn maag leeggepompt. Het eerste wat ik tegen de verpleegster zei: ‘Heb je niets om te slapen, juffrouw?’ (hilariteit)»

HUMO Wat weerhoudt je ervan het nog ’ns te proberen?

Decorte «Sigrid en mijn werk. Na mijn tweede poging kwam er een psychiater langs. Ik zeg: ‘Mijn vrouw heeft je toch verteld dat ik niet met psychiaters praat?’ Maar de brave man had het zo niet begrepen: ‘Aan wat dacht je toen je het deed?’ Ik zei: ‘Aan niks’. En dat was de waarheid. Ik ben op automatische piloot naar de kast gelopen en heb die pillen ingeslikt.»

HUMO Niet meer dan dat?

Decorte «Niet meer dan dat. O ja, wat ik ook nog heb gedacht, was: ‘En nu komt er eindelijk een einde aan.’ De eerste keer ben ik wakker geworden in een hotelkamer in Antwerpen. Ik had verdorie te weinig pillen ingenomen!»

HUMO Wat had je dan geslikt?

Decorte «Vijfendertig libriums en zeventien valiums. Toen ik de volgende dag wakker werd, voelde ik mij in vorm en uitgerust, en had ik er weer zin in – kun je dat geloven? (Mijmerend) Alles zat tegen, toen. Ik voelde mij zo verlaten dat ik zeven dagboekblaadjes aan mijn ex-vrouw en aan onze dochter heb geschreven.

»De tweede keer dacht ik: nu doe ik het goed, met wél genoeg pillen. Zo ben ik naast Sigrid in bed gekropen. Maar ik had nog de reflex om te zeggen: ‘Nu heb ik iets ergs gedaan…’. De rest kun je dromen: ambulance, maag leegpompen, al die zever. Hoe banaal een zelfmoordpoging kan zijn. ’t Is nu tien jaar geleden.»

HUMO Terug naar ons uitgangspunt: wat heeft het leven je geleerd?

Decorte «Het leven is uiteindelijk toch wel de moeite waard, dat heb ik met scha en schande geleerd. En ik vind: je moet iedereen graag zien. En dus moet je proberen zoveel mogelijk te géven. (Mijmerend) Als ik geen liefde kan geven, word ik reddeloos. The love you take is equal to the love you make.

»Ik ben geen mislukkeling, ik ben niet knettergek, er is alleen dit: ik heb pijn. Et voilà tout. Lees de grote auteurs: ze hebben allemaal pijn. En dat weiger ik, in tegenstelling tot jou, absurd te noemen. Pijn is de essentie.»

HUMO Hoe moet het nu verder met jou? Hoe wil je oud worden? Wíl je wel oud worden?

Decorte «Een brein heb ik nog nauwelijks. Maar ik blijf doorgaan. Mét Sigrid. Nog iedere dag ontdekken wij nieuwe dingen bij en aan elkaar. En dat moet jij ook maar doen.»

HUMO Dadist. Nog ’n wit wijntje, Jan? (Naar de toog) Martine!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234