Het lieve leven en hoe het te lijden: Luckas Vander Taelen, historicus, journalist en acteur

‘We mogen niet buigen voor terrorisme en moslimfundamentalisme. Onze rechten op godsdienstvrijheid, gelijkheid tussen man en vrouw, en vrijheid van meningsuiting zijn universeel.’ Luckas Vander Taelen (58) is een merkwaardig man met een nog merkwaardiger parcours: van punker tot senator, van historicus tot baldadig filmmaker, van acteur tot bevlogen criticus van het moslimfundamentalisme. Cas deinst voor niets terug, zelfs niet als hij wordt bespuwd en uitgescholden.

'Je mag nooit de waarden opgeven waar vorige generaties voor hebben gevochten'

Hij was de promotor van het beruchte filmpje ‘Femme de la rue’, waarin de jonge Sofie Peeters, camera achter zich aan, door Brussel flaneerde en er op goedkeurend gefluit en aanmoedigende koosnaampjes als ‘salope’ en ‘sale pute’ werd onthaald. Een column in De Standaard over de ongelukkige ontmoetingen met onze multiculturele broeders in zijn eigen wijk in Vorst, leverde hem de banbliksems van Ecolo op. Maar Cas beet moedig van zich af en blijft het opnemen voor de Verlichtingswaarden. Welaan dan, van deze man wil ik best wat levenswijsheid opsteken.

Luckas Vander Taelen «Ik ben een halve wees: mijn vader heb ik nooit gekend, hij stierf op 37-jarige leeftijd in september 1957 en ik werd geboren in januari 1958. Ik ben opgegroeid samen met mijn moeder en een drie jaar oudere zus. Vader had een afwijking aan zijn hart, het gevolg van slecht verzorgde gewrichtsreuma. De reuma tast de hartkleppen aan, zodat die verharden. Verharde kleppen sluiten niet meer goed af, zodat het hart lekkages gaat vertonen. Wilfried Martens had door een chirurgische ingreep dezelfde ziekte overleefd. Vandaag de dag is dat vrij makkelijk op te lossen, maar in 1957 dus níét.»

HUMO Wat voor soort man was je vader?

Vander Taelen «Hij was zeer literair aangelegd, leraar Grieks en Latijn. Maar daarbovenop, zeer merkwaardig, had hij een onwaarschijnlijke technische knobbel – die ik helemaal niet heb. Hij werkte aan motoren, monteerde radio’s, deed alle denkbare klussen in huis. Mijn zus had ook dat technische: ze werkte als fotograaf.

»Vader was zeer joviaal, graag gezien, erg sympathiek: tot op de dag van vandaag ontmoet ik oude mannen die zijn leerling zijn geweest en vol lof over hem praten. Beetje een dandy, altijd piekfijn gekleed, flamboyant ook. Hij deed aan amateurtoneel, was een behoorlijk acteur, wat ik dan weer wél van hem heb overgeërfd (Vander Taelen haalt zijn portefeuille tevoorschijn en toont mij een zwart-witfoto van een jongeman die sterk op hem lijkt).»

HUMO Als twee druppels water, inderdaad. Zelfde haarinplanting, zelfde mond, bril…

Vander Taelen «Ik ben, of juister ik wás (wrijft over z’n grijze haar), roodharig. Mijn vader óók. Een anekdote: toen ik mijn studentenkaart ging afhalen, zat ik zonder pasfoto. Ik heb toen maar deze foto van mijn vader gebruikt: niemand zag het verschil.»

HUMO Hoe situeer je hem politiek?

Vander Taelen «Hij kwam uit een erg katholieke familie van acht kinderen, helemaal in de geest van die tijd. Er zaten enkele kloosterlingen bij, een godsdienstleraar… Van moederskant kom ik uit een eerder links-liberaal nest. Haar ouders hadden een winkel van naaimachines – zelfstandigen dus.»

HUMO Heeft de vroege dood van je vader sporen nagelaten?

Vander Taelen «Tja, hoe kun je iets missen dat je niet hebt gekend? Het resultaat was in elk geval dat ik snel een groot verantwoordelijkheidsgevoel ging ontwikkelen. Enige man in huis, zie je.»

HUMO Financieel betekende het een zware klap voor het gezin?

Vander Taelen «Niet echt. Mijn moeder kreeg een ruim overlevingspensioen en had daarbovenop de inkomsten van haar eigen job – ze werd secretaresse bij een advocaat. Ik heb nooit het gevoel gehad dat wij iets tekortkwamen. Ik was erg close met mijn moeder, beschouwde haar zo’n beetje als mijn beste vriend. De lessen die ik van haar kreeg, kan ik nog het best samenvatten als: ‘Grijp de kansen die je op je levensweg ontmoet. Want terugkomen doen ze niet.’ Dát, en een groot gevoel voor vrijheid en verantwoordelijkheid. Mijn zus had het moeilijker: zij heeft dat vroegtijdige overlijden slecht verwerkt en is altijd celibatair gebleven. Uiteindelijk kreeg ze kanker en heeft ze voor euthanasie gekozen.»

HUMO Waarbij jij haar hebt begeleid?

Vander Taelen (knikt) «Tien jaar lang heeft ze tegen verschillende kankers gevochten. Uiteindelijk heeft een hersentumor haar geveld. Hoewel ik jonger was, heb ik toen de rol van grote broer gespeeld. Ik dacht dat ik het wel alleen aankon, die euthanasie. Dat was een grote fout: je moet het leed delen, vind ik. Mijn vrouw is psychologe en therapeute en die had mij al gewaarschuwd: neem het allemaal niet op jouw rug alleen. Maar ik wilde geen anderen toelaten. Mijn zus lag al in een coma, weliswaar met de ogen open, toen de euthanasie werd uitgevoerd; afscheid nemen was er niet meer bij. Ik zat daar alleen in de stervenskamer, met een dokter die de dodelijke dosis toediende. Het werd een beproeving die ik niemand toewens. Je hebt steun nodig, je mag daar niet alleen met dat dode lichaam achterblijven.»

HUMO Het overlijden van je vader, de dood van je zus: hebben dat soort ervaringen je gemaakt tot wie je nu bent?

Vander Taelen «Ja. Wij zijn het product van onze geschiedenis. Ik blijf natuurlijk met vragen zitten: was mijn situatie uitzonderlijk? Wat als mijn vader in leven was gebleven? Heeft mijn pessimisme ermee te maken? Mijn hele filosofie is altijd geweest: je komt alleen, je bent alleen en je gáát alleen. En: je hoeft je vooral geen illusies te maken. Op mijn 7de besefte ik: ‘Okay, boy, you are on your own now.’ Het was niet eens een verdrietig gevoel, het was vooral het besef: je moet het zelf klaren, de anderen zullen dat niet voor jou doen. En eigenlijk héb ik het alleen geklaard: ik ben mijn eigen weg gegaan, altijd.

»Ik vertelde je al dat mijn moeder werkte als secretaresse van een advocaat. Die man was gespecialiseerd in faillissementen. Wel, ik was geobsedeerd door het idee dat ook ons kleine gezin weleens failliet zou kunnen gaan. Totaal absurd natuurlijk, maar het toont wel hoe ik in elkaar zit. Zo ontwikkelde ik een overmatig plichtsbesef: blijven zitten, op school of aan de universiteit, dat mocht ik absoluut niet laten gebeuren, het zou een ramp voor ons gezin betekenen: het zou ons in diepe armoede storten. Ik was geen onbezorgd kind: van jongs af ging ik gebukt onder de zorgen.»

HUMO Op middelbare leeftijd ben je in therapie geweest. Om je van je vroege demonen te bevrijden?

Vander Taelen «Ten dele. Maar toch vooral om mezelf beter te leren kennen, te weten hoe ik in elkaar zit. In therapie gaan, dat is: naar iemand toegaan die naar je luistert, die géén vriend of familie is, en – belangrijk – die jij voor het gesprek betáált. Zo word je de therapeut van jezelf: jij verduidelijkt je aan jezelf, niet de therapeut. Mijn vrouw is psychoanalytica – ik ken die wereld goed (glimlacht). Een bekwaam analyticus luistert vooral.»


Summertime Blues

HUMO Als frontman en zanger van de punkgroep Lavvi Ebbel stond je bekend om je energieke act die, zo schreef Humo indertijd, deed denken aan ‘de spasmen van een geëlektriseerd konijn’.

Vander Taelen (lacht smakelijk) «Toch was ik als kleine jongen de rust zelve, ik was zeker geen ADHD-kind. Ik lette goed op in de klas, was eerder stil. Maar tegelijk ontdekte ik wat ik graag ‘mijn exuberante kant’ noem, een soort liefde voor de scène en voor het performen. Al op school voelde ik mij totaal op mijn gemak voor een publiek. En dat is zo gebleven: ik ken absoluut geen podiumvrees.»

HUMO Was je populair op school?

Vander Taelen «Nogal. Op mijn manier. Precies door mijn gave om te entertainen. Maar ik was zeker niet het centrum van de aandacht, van de groep. Ik zie mezelf als iemand die aan de rand staat. Boezemvrienden had ik niet, heb ik ook nooit gehad. Later, in mijn professionele leven, bleek dat ook: ik kan met iedereen overweg, maar hou altijd een ingeboren afstand aan. Wel kon ik de clown uithangen: ik schreef stukjes voor het schoolfeest, nam zelf zeer jong de organisatie ervan op mij, en kon grappig uit de hoek komen. Op mijn 15de begon ik aan theater te doen, aan de academie van Aalst. Zo ben ik ook in de rock-’n-roll beland: op een schoolfeest, alweer (glimlacht).»

'Vander Taelen startte eind jaren 70 zijn eigen bandje: Lavvi Ebbel. 'Geen van ons kon behoorlijk spelen, maar wij maakten wel muziek!'

HUMO Was je muzikaal?

Vander Taelen «Absoluut niet, ik was zelfs onmuzikaal (lacht). Eigenlijk heb ik een vreemd parcours afgelegd: ik ben van de pure rock – Elvis, Eddie Cochran, Bill Haley – rechtstreeks in de punk beland, van ‘Summertime Blues’ naar ‘God Save the Queen’. Ik hield wel van Roxy Music, van Bowie en Frank Zappa, maar de pure rock, dat was toch andere kost. Toen ‘Jailhouse Rock’ van Elvis werd heruitgebracht, dat was fantastisch! Maar aan groepen als Yes, Genesis of Emerson, Lake & Palmer, de symfonische rock, zeg maar, had ik een godsgruwelijke hekel. Voor het schoolfeest heb ik toen een eigen groep gevormd, zonder zelf enig instrument te spelen of iets af te weten van muziek – ik wist zelfs niet dat bij een band een bassist hoorde (lacht). Zo werd ik, par la force des choses, zanger en vooral: performer. Dát lag mij. Niet de notenleer. Bij mij ging het om het gevoel, de opwinding die uit jezelf opborrelt.

»In 1977 zag ik op Jazz Bilzen The Damned, The Clash en als afsluiter Elvis Costello. Dat was mijn ding! Ik heb toen snel mijn eigen bandje opgestart: Lavvi Ebbel. Geen van ons kon behoorlijk spelen, maar wij maakten wel muziek! Het was een onwaarschijnlijk mooi moment in mijn leven. Onlangs hebben wij de band opnieuw opgestart en alles viel meteen weer in z’n plooi, alsof de tijd had stilgestaan.

»Mijn act is nog altijd even energiek (lacht). Ik weet nooit vooraf wat ik op een podium ga doen, maar het is sterker dan mezelf. Voor een publiek van tienduizend mensen bloei ik open! Ik herleef. Ik hoef er ook geen inspanning voor te doen: ik vertrouw als vanzelf op mijn improvisatorisch talent, ook als ik ergens ga spreken of als ik op tv kom.»

HUMO Aan zelfvertrouwen ontbreekt het je inderdaad niet.

Vander Taelen «Toch niet op het vlak van de rock-’n-roll. Een zanger moet z’n publiek bij de lurven vatten en het leiden naar waar híj dat wil. Als Costello opkomt, dan zie je: hij hééft het, en hij staat hier gráág. Zo hoort het. En mijn act is in de loop der jaren nog béter geworden: ik heb veel podiumervaring opgedaan, op alle vlakken. Ik heb in het parlement gesproken, zes theatermonologen gebracht, heb een zevende in voorbereiding (‘Het is allemaal zo erg niet’, vanaf april 2017 in de zalen, red.), kortom: ik heb het nu allemaal beter in de hand. En dat konijn blijft nog altijd onder 10.000 volt staan (grijnst).»

'Mijn vader (foto) heb ik nooit gekend, hij stierf voor ik geboren werd.'


Hara-Kiri

HUMO Je carrière is merkwaardig: van historicus naar de rock-’n-roll, naar het parlement, naar de film. Je schrijft, acteert, maakt reportages, doet aan politiek.

Vander Taelen «Je vergeet dat ik VTM mee heb opgestart. Ik zat bij de eerste generatie journalisten, onder leiding van Jan Schodts, en met Terry Verbiest en de betreurde Danny Huwé als collega’s.»

HUMO Ik weet nog hoe wij van Humo met zúlke ogen naar je werk voor ‘Strip-Tease’ bij de RTBF opkeken: een Vlaming die voor een Franstalige zender reportages ging maken, chapeau!

Vander Taelen «Die job had ik te danken aan mijn werk met Lavvi Ebbel: wij hadden enkele keren live voor de Franstalige zender opgetreden, in het beroemde ‘Cargo de Nuit’, bijvoorbeeld. Maar daarvoor moet ik eerst terug naar mijn vriendschap met Marcel Vanthilt

HUMO Vertel!

Vander Taelen «Marcel kende ik van de universiteit. Hij begon met Arbeid Adelt!, en ik had Lavvi Ebbel. Wij gingen ’s middags vaak lunchen in een vegetarisch restaurant in de buurt van de Albertina-bibliotheek, waar ik toen werkte. Marcel was net gestart met ‘Roodvonk’, een programma van de Socialistische Omroep, waarin hij de meest krankzinnige dingen uitprobeerde, echte punktelevisie. Tijdens zo’n lunchgesprek groeide het idee: wij slaan de handen in elkaar en gaan met een programmavoorstel naar Nederland.

»Met enkele videocassettes van ‘Roodvonk’ zijn wij toen naar de vijf omroepen in Hilversum gestapt – zonder afspraak! Na één week viel het onwaarschijnlijke antwoord in de bus: de VPRO wilde met ons in zee! Onvoorstelbaar: wij werden collega’s van Koot & Bie, van Adriaan van Dis, van Wim T. Schippers. Onze mentor was de legendarische Cherry Duyns, de man die het fantastische ‘Herenleed’ had bedacht. Wij mochten een proefuitzending maken, met een voor onze normen buitengewoon hoog budget: alles kon.

»Voor één van onze uitzendingen zijn we naar Parijs getrokken, naar Hara-Kiri, een satirisch tijdschrift waarvoor ook Kamagurka werkte. Professeur Choron gaf ons enkele wel zéér seksueel aangebrande tapes mee, die wij in ons programma verwerkten. Tja, dat kon plotseling niet voor de VPRO, dat vonden ze te grof. Vergeet niet dat het protestantse dominees waren die de VPRO hadden opgericht. Dat was meteen onze zwanenzang, natuurlijk.

»Gelukkig werd ik toen opgepikt door de RTBF: zij waren op zoek naar een Vlaming die op een leuke manier Vlaanderen voor de Franstaligen kon verklaren. Zo belandde ik bij ‘Strip-Tease’. De rest is geschiedenis.»

HUMO Later ging je de politiek in: je werd zelfs senator.

Vander Taelen «Weet je dat ik die politieke carrière eigenlijk aan een interview in Humo uit 1997 te danken heb? Na mijn werk voor de RTBF en VTM (o.a. ‘De laatste getuigen’, waarin Joodse en politieke gevangenen hun verhaal deden over de concentratiekampen, red.) freelancete ik toen vooral voor de VRT. Maar dat verhinderde mij niet om toenmalig directeur-generaal Bert De Graeve nogal hard aan te pakken omtrent de almaar toenemende commercialisering van de openbare omroep. Gevolg: een furieuze De Graeve plaatste mij op de zwarte lijst. Ik mocht mijn werk voor de VRT vergeten.

»Toevallig was ik net lid geworden van Agalev én van Ecolo. Ooit had ik mij op een partijvergadering laten ontvallen dat ik wel iets zag in een politiek mandaat. Enkele maanden na de fatwa van De Graeve kreeg ik een telefoontje van Agalev: of wij eens konden praten? Wel, dat kon. Prompt kreeg ik de tweede plaats op de Europese lijst aangeboden, na Patsy Sörensen. Agalev was toen een kleine partij, en op de tweede plaats was je zo goed als onverkiesbaar. Maar ik wilde de partij steunen en zei ‘ja’.»

HUMO En toen brak, geheel onverwacht, de dioxinecrisis uit.

Vander Taelen «Voilà. De regering-Dehaene viel, Agalev was plotseling hot en ik werd verdorie verkozen!»

'Mijn filosofie is altijd geweest: je komt alleen, je bent alleen en je gáát alleen'


Kabouter Flop

HUMO Midden in je termijn als Europees Parlementslid hield je de politiek voor bekeken en werd je out of the blue filmintendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds – tot afgrijzen van velen. De beschuldigingen van ‘opportunist’, ‘carrièrejager’ en ‘poenpakker’ gierden door de pers.

Vander Taelen «Ik had er verstandiger aan gedaan te blijven zitten waar ik zat: als Europarlementariër verdiende ik heel wat méér dan als filmintendant. Carrièrematig was het een domme zet. Maar ik zag de uitdaging, het gat, en dook erin. Zo zit ik in elkaar. Het was zeker geen politieke benoeming: Agalev had niet eens weet van die vacature.»

HUMO Vooral Robbe De Hert is toen tegen je benoeming gaan ageren.

Vander Taelen «In Humo bedreigde hij mij simpelweg met de dood (glimlacht níét). Dat heb ik hem nooit vergeven. Robbe eiste van het VAF dat hij een vast maandelijks loon zou krijgen, film of geen film. Dat kon uiteraard niet. Gevolg: de zaak ontplofte.

»(Zucht) De filmwereld is een krabbenmand: iedereen staat klaar om elkaars strot over te bijten. Precies daarom wilde de benoemingscommissie een buitenstaander, een figuur die boven alle partijdigheid verheven stond. Was ik een compromisfiguur? Misschien wel. (Zucht) Het was geen aangename job: plotseling werd ik iemand die aan sommige filmmakers, die zichzelf het ultieme genie vonden, diende te vertellen dat ze niet langer subsidies zouden krijgen. Dat werden natuurlijk vijanden voor het leven. En dan was er de figuur van Bert Anciaux: hij was de voogdijminister, maar het fonds werkte autonoom. En daar kon hij zich niet bij neerleggen, hij dacht aan niets anders dan hoe hij het VAF en mij stokken in de wielen kon steken… Ik heb het drie jaar volgehouden – een donkere periode. Er bestond vooral weerstand tegen mijn overtuiging dat je zowel commerciële films als auteurscinema nodig hebt. Op de voorpagina van Knack Weekend werd ik afgebeeld als Kabouter Flop, omdat het VAF ook aan Jan Verheyens ‘Team Spirit’ geld had gegeven.»

HUMO Kon je ermee lachen?

Vander Taelen «Nee. Het was schandalig. Ik was net drie maanden bezig! Later heeft Pierre Drouot, mijn opvolger bij het VAF, verder gebouwd op wat ik toen vanuit het niets uit de grond heb gestampt. Met het bekende gevolg: de Vlaamse film bloeit als nooit tevoren.»

HUMO Na je filmcapriolen ontwikkelde je je tot een schrijver en columnist die er niet voor terugschrikt vrij controversiële standpunten ten aanzien van de fundamentalistische islam in te nemen. Je was de promotor van het filmpje ‘Femme de la rue’ van Sofie Peeters, waarin een jonge, door de straten van Brussel wandelende vrouw uitgescholden wordt voor ‘pute’ en ‘salope’. En je columns in De Standaard over je slechte ervaringen met de multiculturele gemeenschap in je eigen wijk in Vorst werden wereldberoemd in Vlaanderen.

Vander Taelen «Ik woon nog altijd in Vorst (glimlacht). Die columns zijn mij zuur opgebroken: ik werd door Ecolo-parlementslid Zoé Genot voor het vuil van de straat uitgemaakt. Ik heb zelfs te horen gekregen dat ik ‘dan maar beter naar Vlaams Belang kon overstappen’. Onzin, natuurlijk: het Vlaams Blok heeft indertijd het multiculturele debat vergiftigd en het in de racistische sfeer getrokken. Jammer genoeg heeft links toen de ongelukkige reflex gehad zich op zichzelf terug te plooien en iedere kritiek op het moslimfundamentalisme af te doen als ingegeven door ultrarechts. Daarbij komt dat het proletariaat waarop links altijd steunde, grotendeels is verdwenen: de arbeidersklasse is stilletjesaan opgegaan in de middenklasse en is rechts gaan stemmen. Links hoopte de verloren stemmen bij de allochtonen te vinden, als bij een nieuw soort proletariaat. En in puur marxistische termen, zoals je ongetwijfeld weet, ‘heeft het proletariaat altijd gelijk’ (glimlacht). Waarbij links over het hoofd zag dat de migrantengemeenschap helemaal geen solide en eenduidig blok is, maar een amalgaam waarin je alles kunt terugvinden: van het beste tot het slechtste.

»(Denkt na) In mijn wijk ben ik al uitgescholden, bijna omvergereden, bedreigd en in het gezicht gespuwd, letterlijk, door onze gekleurde vrienden. ‘Nique ta mère!’ kreeg ik te horen. Terwijl ik zelf geen vlieg kwaad doe, nooit. Ik heb die negatieve ervaringen gewoon beschreven as such. Meteen kreeg ik de wind van voren: ik zou in mijn columns ‘vanuit een typisch rechtse reflex onvoldoende rekening hebben gehouden met de socio-economische factoren van achterstelling.’ Met andere woorden: als iemand door anderen achtergesteld wordt, heeft hij het recht je in je gezicht te spuwen… Bij ‘Phara’ zat ik tegenover Kristien Hemmerechts die mij toesnauwde dat ik ‘de multiculturele samenleving niet begreep’. Tja…»

'Wij beseffen te weinig dat het hier zeer goed leven is. Maar als we dat zo willen houden, zullen we opnieuw de handen uit de mouwen moeten leren steken'


Back to the future

HUMO Wat heeft het leven jou, na al je omzwervingen, geleerd?

Vander Taelen «Dat ik, aan het einde van de rit, het allemaal zelf in handen heb gehouden. ‘You’re gonna reap just what you sow’, zingt Lou Reed. Je oogst wat je hebt gezaaid. En Mick Jagger: ‘You can make it, if you try’. Als je iets echt wilt, krijg je het ook.»

HUMO Op voorwaarde dat je over de juiste genen beschikt, natuurlijk.

Vander Taelen «Dat. En durf, lef. Toen ik zelfstandige werd, was dat een sprong in het ongewisse: nogal wat beschermende kussens vielen weg. Maar ik heb het me nooit beklaagd. In mijn hele carrière ben ik hooguit één maand gaan stempelen. Toen ik Marcel Vanthilt ontmoette, was hij zelfstandige. Ik dacht: dat word ik ook. Mijn ervaring is dat wie in het leven risico’s durft te nemen, meestal wordt beloond. Je moet je comfortzone durven te verlaten, de veiligheid van een vaste baan en een gegarandeerde wedde, een dertiende maand, vakantiegeld en een gewaarborgd pensioen.»

HUMO Dat verklaart meteen ook je constante jobhoppen.

Vander Taelen «Ik vind: angst is soms gezond, maar mag jou nooit regeren. Om nog eens op de fundamentalisten terug te komen: Ismaël Saidi, een Brusselse moslim die filmpjes maakt die de radicalisering van jongeren moeten tegengaan, heeft een bekend toneelstuk geschreven, ‘Jihad’, over drie jongeren die naar Syrië trekken. Die man heeft onlangs in Le Soir een emotioneel interview gegeven dat voor mijn part mag worden ingelijst: hij bedankte de blanke leraars die hem tijdens zijn middelbareschooltijd hier in België hebben onderwezen. En hij spelt zijn geloofsgenoten de les: ‘Hou op met zagen en klagen en de schuld bij ‘de ongelovigen’ te leggen. Doe er wat aan! Pak je lot in eigen handen! Kijk naar mij: het kan, het is mogelijk, het hangt alleen van jezelf af.’»

HUMO Saidi is wel door leden van de Moslimexecutieve met de dood bedreigd: alsof zij willen dat zijn boodschap niet aankomt. Ook de briljante Rachid Benzine heeft zich uit het deradicaliseringsproject van de Brusselse minister-president Rudi Vervoort teruggetrokken. De hardliners saboteren openlijk de strijd voor een Europese, gematigde islam. Met succes, blijkbaar.

Vander Taelen «En toch ligt dáár de oplossing. De lijst van allochtonen die het hier wél maken, is lang. Maar er wordt nooit over gepraat. Wij hebben het alleen over de kneusjes, de mislukkelingen, de losers. Ik ben opgevoed met de mentaliteit van: ‘Manneke, je zult het zelf moeten doen. En reken er maar niet op dat je straks het geld naar je hoofd gegooid krijgt.’ Toen ik afstudeerde, in de jaren 70, beleefde de werkloosheid pieken. Ik heb mij vooruitgevóchten. Mijn schoonbroer kon door familiale omstandigheden zijn middelbare school niet afmaken. Wel, die gast is vijf jaar avondschool gaan volgen en heeft nadien een mooie carrière gemaakt. Het geheim is: dúrven, en véchten.»

HUMO Klinkt nogal Amerikaans. Om niet te zeggen: Trumpiaans.

Vander Taelen «Wel, net daarom hou ik van Amerika: een man als Barack Obama, een Afro-Amerikaan uit een gebroken gezin, is er president kunnen worden. Die you can make it-sfeer hangt overal in de States, de Amerikaanse kinderen worden erin opgevoed, iets wat hier jammer genoeg veel te weinig gebeurt. (Mijmerend) Wij beseffen te weinig dat het hier zeer goed leven is. Maar als we dat zo willen houden, zullen we opnieuw de handen uit de mouwen moeten leren steken.»

'Mijn ervaring is dat wie in het leven risico's durft te nemen, meestal wordt beloond.'

HUMO Berucht is je uitspraak: ‘Onze jeugd is na zeventig jaar Europese vrede in slaap gesukkeld.’

Vander Taelen «Eigenlijk is het nog erger: de jongeren hier schijnen niet te beseffen dat niet alle conflicten met diplomatie en een goed gesprek kunnen worden opgelost. Als ze dan geconfronteerd worden met terrorisme en fundamentalisme, reageren ze geschokt. Onze ouders en grootouders weten wél hoe gewelddadige regimes te werk kunnen gaan. Mijn grootvader zat in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, mijn ooms vochten mee in de Tweede. Je moet je weten te verdedigen. En vooral: je mag nooit de waarden opgeven waarvoor vorige generaties hebben gevochten. Over die waarden mag je niet onderhandelen. Nooit.»

HUMO Je staat bekend als een filosofische pessimist. Waar zie je nog hoop?

Vander Taelen «Ik ben voldoende historicus om te weten dat de geschiedenis nooit stopt. Defaitisme leidt tot niets. Ik besef ook zeer goed: het multiculturalisme is here to stay. Alleen zitten wij nu met groeipijnen die samengaan met iedere bruuske verandering. Beetje bij beetje ontdekken we de gebruiksaanwijzing om met die verandering om te gaan. 9/11, de Bataclan, Zaventem, Maalbeek: dat zijn de groeipijnen die ons confronteren met perfide, kwaadaardige en gewelddadige krachten die vroeger niet bestonden. Of ze bestonden wél, maar onder een andere vorm: het nazisme, bijvoorbeeld.»

HUMO In de vroege jaren 80 schreef Anthony Burgess, de auteur van ‘A Clockwork Orange’, een sf-roman: ‘1985’ – een knipoog naar Orwells ‘1984’. In die ‘1985’ complotteren moslimextremisten om de macht over te nemen en de sharia in Londen te installeren. De hotels luisteren er naar namen als Al Dorchester en Al Hilton, en vanuit de minaretten roepen de muezzins er ’s nachts op tot het gebed. Komt het ooit zover?

Vander Taelen «Ongelofelijk dat Burgess dat in de jaren 80 schreef. Maar ik denk niet dat hij gelijk krijgt. Het klopt dat de geschiedenis niet tegen te houden is, maar de fundamentalistische islam wél, net zoals wij in 1945 de nazi’s hebben verslagen. Ik ben een groot bewonderaar van Winston Churchill. Zonder mensen als hij zouden wij nu Duitssprekende slaven zijn geweest. Je zou ‘Fatherland’ van Robert Harris ’ns moeten lezen, en dan vooral het eerste hoofdstuk: de nazi’s hebben de oorlog gewonnen, de Führer is net 70 geworden, en Berlijn fungeert zowat als de hoofdstad van Europa. Een huiveringwekkende les. Ik vind: onze westerse waarden van godsdienstvrijheid, gelijkheid tussen man en vrouw, en vrijheid van meningsuiting zijn universeel. Daarover mogen wij nooit onderhandelen. Sociale rechtvaardigheid is niet hetzelfde als een oogje dichtknijpen en zwijgen. De moslims zullen goedschiks of kwaadschiks moeten leren de Verlichtingswaarden te accepteren, want die zijn universeel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234