null Beeld

Het lieve leven en hoe het te lijden: Miet Smet 'Vrouwen van mijn generatie moesten altijd en overal bang zijn. Bang om te leven, eigenlijk'

Op 9 oktober zal het precies twee jaar geleden zijn dat voormalig premier, minister van staat en oud-CVP- én EVP-voorzitter Wilfried Martens overleed. Op 19 oktober 2013 kreeg hij een staatsbegrafenis in Gent. Het hele land rouwde. Maar Martens was niet alleen een groot staatsman, hij was ook een grootmeester in het amoureuze.

'Als je vooruit wil komen in het leven zonder mensen pijn te doen, moet je je mond leren houden'

De liefde van Miet en Wilfried doet mij denken aan de prachtfilm ‘The Remains of the Day’, waarin dienstbode Emma Thompsonen butler Anthony Hopkins elkaar een leven lang aantrekken en afstoten, maar nooit één kus zullen wisselen: twee eenzame harten die wel van elkaar houden, maar er niet in slagen dat aan elkaar te bekennen. Wanneer ik daar tijdens het meer dan twee uur durende interview met Miet Smet naar verwijs, klaart haar gezicht op.

Miet Smet (72) «O, maar Wilfried had het vaak over die film! Ja, dat was een beetje óns verhaal. Maar bij ons is het uiteindelijk toch nog goed gekomen (glimlacht). Ik heb de dvd hier nog liggen. Wilfried herkende zich in de rol van de butler: plichtsgetrouw, verliefd, maar te gereserveerd om zijn liefde te verklaren. Hij kón het gewoon niet over z’n lippen krijgen, kon zijn gevoelens niet uiten. Gelukkig kon ik dat wél. Ik heb ’m een duwtje moeten geven. En de vijf, zes jaar met hem waren prachtig.»

Hiermee is de toon gezet: samen met mevrouw Smet herdenken wij een wijs en waarachtig politicus, a man in full, van wie het hele land twaalf jaar lang – van 1979 tot 1992 was Martens bijna onafgebroken premier – levenslessen heeft gekregen. Remember het herstelbeleid! Remember de abortuswet! Remember het unionistisch federalisme! Ja, hier valt iets te leren, Bart.

HUMO Je bent de dochter van een senator. Goed volk!

Smet «En toch was er, zeker in het begin, weinig sprake van luxe: mijn vader werkte bij de vakbond. In de jaren 50, met een gezin van vijf kinderen – vier meisjes en één jongen – betekende dat geen welstand. Vlak na de oorlog werkte hij zich op tot vakbondssecretaris en later, op verzoek van de partij, tot senator. Ik ben zelf in de politiek gestapt omdat mijn vader mij dat uitdrukkelijk heeft gevraagd. Op mijn 26ste was ik al afdelingsvoorzitter van de CVP in Lokeren.

»Opmerkelijk: vader is geboren in Amerika. Mijn grootouders zijn, nog vóór de Eerste Wereldoorlog, naar New York getrokken, en vervolgens naar Michigan. Niet om economische redenen, maar uit amoureuze overwegingen: ze mochten niet met elkaar trouwen. Grootvader vond werk in een ijzerertsmijn. Maar die Amerikaanse historie heeft niet lang geduurd: na enkele jaren stonden opa en oma terug in België. Later ben ik hun Amerikaanse dorp gaan opzoeken: een echt gat. Ik deed er wat navraag. Bleek dat mijn grootouders er te boek stonden als ‘very conservative people’ (lacht). Ze bleken iedere cent op te sparen om naar Europa te kunnen terugkeren. Wilfried en ik waren pro-Amerikaans en pro-Atlantisch, wij zijn ook vaak naar de VS gereisd. Ik heb als 17-jarige ooit nog met Richard Nixon gedweept: Kennedy vond ik maar niks. Te slap (lacht uitbundig). Terwijl mijn vader wél pro Kennedy was. Maar ik vond Nixon… steviger. Je kunt je vergissen in het leven, hè. Tegenwoordig ben ik een grote fan van Hillary Clinton. En van Obama, natuurlijk.»

HUMO Hoe was je op school?

Smet «Niet zoals Wilfried (lacht). Die was van jongs af een leider, was al vanaf het middelbaar in de weer met ABN-acties (voor het Algemeen Beschaafd Nederlands, red.). Meisjes zitten zo niet in elkaar. En de nonnen moedigden het zéker niet aan. Als vrouw moet je altijd een veel grotere stap zetten. Ik deed Latijn-wetenschappen en wilde daarna aan de universiteit geschiedenis of archeologie gaan studeren. Maar mijn vader vond het beter dat ik naar de sociale hogeschool trok, in Gent. Het ACW promootte dat. Nu, op die sociale school heb ik enorm veel geleerd. Ik pendelde iedere dag van Lokeren naar Gent en klopte veel meer uren dan een universitair.»

HUMO Leefde het feminisme toen al in jou?

Smet «Waarschijnlijk wel. Ik was niet erg onder de indruk van de zusters op school, of van mijn leraars. Daar was ik te zelfstandig voor. Wilfried had een groot respect voor het gezag an sich: het gezag van de koning, het gezag van de paus. Dat had ik veel minder. En ja, ik was een beetje rebels. Onze generatie vrouwen werd opgevoed met het adagium: ‘Je moet oppassen voor…’ Voor alles, eigenlijk. Je was voorzichtig op parkings, in verlaten straten, in stegen en stations. Ik vond het zeer onrechtvaardig dat vrouwen altijd en overal bang moesten zijn. Bang om te leven, eigenlijk. Je werd niet gehoord, je telde niet mee, je was een soort tweederangs mens. Daartegen ben ik ten strijde getrokken.»

HUMO Vond je het jammer dat je geen man was?

Smet «Nooit. Ik wilde als vrouw gerespecteerd en gewaardeerd worden, ook bij de CVP-jongeren. Ik bracht mijn eigen thema’s aan: leefmilieu, ruimtelijke ordening. Dat lag toen nog niet zo voor de hand.»

HUMO Je bent zeer lang ongehuwd gebleven. Wat was de oorzaak? Nooit de ware tegengekomen? Geen tijd?

Smet «De twee, ja. Toch was Wilfried niet mijn enige liefde. Maar ik was kieskeurig. Wat wil je: in de politiek zit je op een hoog niveau. Dan wordt het moeilijk om een gelijkwaardige partner te vinden. Mannen hebben het niet zo begrepen op een bekende politica.

»Soms loop ik oude vrienden tegen het lijf. Die vertellen mij: ‘Miet, weet je het nog, dat je als jong veulen al zei: ‘Ik wil minister worden! Ik zál minister worden!’’ Ambitieus? Niet echt. Ik wilde vooral invloed uitoefenen, om het lot van de mensen te verbeteren. Een parlementariër heeft wel invloed, maar weinig echte macht. Die krijg je pas als minister of als staatssecretaris.»


Een politieke sfinx

HUMO Bij de CVP-jongeren maakte je deel uit van het zogeheten ‘wonderbureau’, met Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene, Rita Mulier, Jan Huyghebaert et j’en passe. Waarom noemde men jullie zo?

Smet «Omdat wij wonderen hebben verricht! Eigenlijk is het Hugo De Ridder geweest die ons zo heeft genoemd.»

HUMO Wilfried flirtte helemaal in het begin met de Volksunie.

Smet (ferm) «Nooit. Hij heeft wel, ten tijde van Expo ’58, de Vlaamse dagen georganiseerd. Maar lid van de Volksunie is hij nooit geweest. Let wel: ik was nog een kind toen Wilfried al politiek actief was.

undefined

'Wilfried is tot aan zijn dood progressief gebleven. Toegegeven: met homoseksualiteit had hij eerst wat moeite. Ik had een lesbische medewerkster, maar dat hield ik voor hem verborgen'

»Ik werkte in Brussel, voor Mens en Ruimte. In het Waasland had ik een leefmilieugroep opgericht. Ik liep ook mee voorop in de anti-atoommars, als één van de weinige CVP-jongeren. Ik deelde er pamfletten uit en Wilfried sprak er de betogers toe. Toen ben ik hem voor het eerst opgevallen (glimlacht).

»Ik ging voor de partij werken en werd directeur van IPOVO (het Instituut voor Politieke Vorming, een CVP-instelling, red.), met Wilfried als voorzitter. Met een kleine groep werkten wij ons… steendood. Wij deden met een handvol mensen wat nu door twintig man en méér wordt gedaan.

»Ik deed de vorming voor toekomstige CVP-politici en parlementairen – als jonge vrouw van nog geen 30! Ik leidde verdorie parlementairen op voor ik zélf parlementariër werd! In 1978 werd ik voor het eerst verkozen en kwam ik in het parlement.»

HUMO Hou zou je het gemeenschappelijke politieke ideaal van het wonderbureau omschrijven?

Smet «Wij waren boven alles jongeren van mei ’68. We hebben toen een aantal manifesten uitgegeven omtrent culturele autonomie, waarvan Wilfried de grote inspirator was. We ijverden voor de gemeenschapsschool, slechts één onderwijsnet – wat er nooit is gekomen (lacht). We waren sociaal en progressief geïnspireerd: vrouwenzaken, de legalisering van abortus, autonomie van de regio’s, dat waren allemaal onze dada’s.»

undefined

null Beeld

undefined

'Jean-Luc Dehaene en Wilfried Martens ten tijde van het 'wonderbureau'. Miet Smet: 'De enige die al onze progressieve ideeën aan de CVP-top verkocht kreeg, was Wilfried. Jean-Luc kon dat niet'

HUMO Legalisering van abortus? En dat binnen de CVP?

Smet (knikt) «De enige die indertijd al die progressieve ideeën aan de CVP-top verkocht kreeg, was Wilfried. Jean-Luc kon dat níét (lacht).»

HUMO Opvallend is dat zowel Wilfried Martens als Jean-Luc Dehaene in de juiste periode premier werden. De tijd leek hen te hebben uitgekozen.

Smet «Dat klopt. Het waren twee zeer verschillende figuren. Wilfried werd door de partij veel beter aanvaard, ook als auteur van de culturele autonomie. De partij vertrouwde hem, alle toenmalige groten vertrouwden hem.

»Jean-Luc was een ruwe bast om een gevoelig hart. Zeer sociaal bewogen, kende de gevoeligheden van het ACW en hield er rekening mee. Jean-Luc was aan Wilfried gebonden. Die twee waren vrienden – met dien verstande dat het niet makkelijk is om met Wilfried bevriend zijn (glimlacht). Hij liet moeilijk mensen toe en had weinig échte vrienden. Hij vond: je partner, dát is je vriend. Toen Jean-Luc later premier werd, is de vriendschap overigens bekoeld.»

HUMO Men noemde Wilfried Martens weleens ‘de sfinx’. Ten onrechte?

Smet «Thuis was hij geen sfinx. Maar voor de buitenwereld was hij dat soms wél.»

HUMO Hij leek mij ook een eenzaam man.

Smet (knikt) «Hij bewaarde altijd een zekere afstand, vooral tegenover mensen die hij niet door en door kende en vertrouwde. Jean-Luc was daar anders in, die had een clubje rondom zich, mensen met wie hij graag werkte. Wel had Wilfried een beperkt aantal medewerkers die voor hem door het vuur gingen: Fons Verplaetse, Jean-Luc Dehaene tot op een bepaald moment, ikzelf, zonder ooit op zijn kabinet te hebben gewerkt. Ik werd staatssecretaris onder Wilfried en minister van Arbeid onder Jean-Luc: ik ben geen kabinetsmens, maar een partijmens.»

HUMO Je deed mooi wat de partij je voorschreef?

Smet (schiet in de lach) «Nee, nee, het was omgekeerd! Zeker wat vrouwenzaken betreft. Ik heb binnen de CVP voor de grote omschakeling gezorgd, ik weet niet of dat voldoende beseft wordt. In die tijd hadden de meeste mannen, zeker die in de politiek, een thuisblijvende vrouw. Als ik zei: ‘De vrouw moet weg van bij de haard, de arbeidsmarkt op!’ dan was dat voor die mannen alsof de hemel op hun hoofd viel.»

HUMO Ondervond je veel weerstand? Ook binnen de partij?

Smet «Zeker. In iedere partij zaten conservatieve figuren die hún gezinsmodel wilden promoten.»

undefined

null Beeld

undefined

'Wilfried was serieus, passioneel, zeer geëngageerd, zeer bekommerd om de samenleving. Dat alles heeft zeker meegespeeld bij z'n hartziekte'


Big spenders

HUMO Wilfried Martens koppelde charisma aan een zekere plechtstatigheid. Hij gaf ook de indruk zich te willen opofferen voor het heil van het volk. Hij deed het niet voor zichzelf.

Smet «Dat was ook zo: hij was een geboren politicus. Ik trouwens ook (glimlacht). Net dat bracht ons samen. Jean-Luc was ook een politiek dier, maar in mindere mate: hij had makkelijk in de sociale sector carrière kunnen maken, of in het bankwezen. Wilfried niet. En ik ook niet. De zakenwereld lag ons niet. De politiek was ons lange leven, wij kónden niet anders.»

HUMO Wilfried nam de politiek zeer serieus: er viel weinig te lachen.

Smet «Tot zijn dood was hij voorzitter van de EVP en ook dat nam hij zeer au sérieux. (Mijmerend) Dat plechtstatige had hij van z’n moeder. Zijn vader is jong gestorven, Wilfried was toen een jaar of 8.

»Dat sérieux was geen façade: hij wás gewoon zo, ook als echtgenoot. Op z’n 14de kreeg Wilfried gewrichtsreuma. Die reuma zette zich op z’n hartspier, wat later heeft geleid tot zijn hartoperatie. Als puber lag hij dus vele weken in het ziekbed. Daar ontstond z’n fascinatie voor het nieuws en voor de politiek: hij luisterde de hele dag naar de radio. Een normale, opgroeiende jongen zou naar sport hebben geluisterd. Wilfried niet.

»Wilfried was serieus, passioneel, zeer geëngageerd, zeer bekommerd om de samenleving. Dat alles heeft zeker meegespeeld bij z’n hartziekte. Precies wegens zijn hartproblemen is hij beginnen te fietsen, op doktersvoorschrift. Samen hebben wij lange fietstochten gemaakt. ‘Als ik geen politicus was geworden, zou ik coureur zijn,’ zei hij vaak. Als student reed hij soms ook al vanuit Sleidinge, Oost-Vlaanderen, naar zijn kot in Leuven.»

HUMO Was je als jong meisje gefascineerd door Wilfried Martens?

Smet «Gefascineerd is veel gezegd. Ik voelde vooral bewondering. Hoe hij de moeilijkste problemen kon verwoorden! Ongelooflijk. Hij kon een zaak zeer goed aan de man brengen, verkopen. Hij had een prachtig taalgebruik, dat hij trouwens aan z’n kinderen heeft doorgegeven. Hij was, in iedere vezel van z’n lijf, een staatsman. Hij had raison d’état, en deed soms denken aan de grote Franse presidenten: De Gaulle, Pompidou, Giscard d’Estaing, Mitterrand. En hij was bereid offers te brengen. Dat hij zo jong is gestorven, heeft zeker te maken met z’n slopende jaren als toppoliticus. Toch bleef hij, ondanks z’n ingeplante metalen hartklep, zeer gezond. Hij is niet aan z’n hart overleden, maar aan pancreaskanker, net als Jean-Luc.

»Kanker, dat is voor een stuk het noodlot: het kan een sterke, gezonde mens in enkele maanden onderuithalen. Wilfrieds kanker was inoperabel. Toch hebben de dokters nog een poging ondernomen, in het Brusselse Erasmusziekenhuis.»

HUMO Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene verschilden grondig van stijl: Jean-Luc in rolkraagtrui, met z’n ‘klinkt het niet, dan botst het’-stijl; Wilfried altijd keurig in het pak, altijd z’n woorden wikkend, altijd beschaafd en voornaam.

Smet «Het opmerkelijke was: Jean-Luc komt uit een welstellende familie, terwijl Wilfried van eerder bescheiden komaf was. Ik denk dat Wilfried het karakter en de stijl van z’n moeder heeft geërfd. Als je haar foto naast de zijne legt, zie je veel overeenkomsten. Zijn moeder was een gedreven vrouw. Zeer trots op haar Wilfried, ook. Een gezin van vijf jongens!»

HUMO Leo Tindemans en Wilfried Martens waren geen grote vrienden. Hoe was jouw verhouding met Tindemans?

Smet «Ik had helemaal géén verhouding met Tindemans! (hilariteit) Hij was van een andere generatie. Tindemans vertegenwoordigde het ancien régime, het conservatisme waar de mensen van het wonderbureau net tegenin gingen.»

HUMO Van Wilfried Martens werd gezegd dat hij, met het ouder worden, almaar meer naar rechts opschoof.

Smet «Dat is een onterecht verwijt. Wilfried is tot aan zijn dood progressief gebleven. Toegegeven: met homoseksualiteit had hij in het begin wat moeite, hij heeft dat moeten leren aanvaarden. Ik had een lesbische medewerkster, maar dat hield ik voor Wilfried verborgen (lacht). Ik was op dat punt veel vooruitstrevender.»

HUMO Wilfried was een zeer gelovig man. Stond het geloof de politicus niet vaak in de weg?

Smet «Nee. Maar hij dacht wel diep na over de verhouding tussen geloof en politiek. Max Weber en Paul Ricœur waren z’n lievelingsfilosofen, vooral in die materie. Er was zijn persoonlijke overtuiging, en er was de politieke praktijk. Die twee wist hij goed te scheiden. Op dat vlak was hij een realist. Mocht hij zijn blijven leven, dan zou hij zeker een traktaat over geloof en politiek hebben geschreven. Hij was van plan zich niet langer kandidaat te stellen voor het EVP-voorzitterschap, neen, hij wilde schrijven.»

HUMO De grootste politieke verwezenlijking van Wilfried Martens was de implementatie van wat hij het ‘unionistisch federalisme’ noemde.

Smet «Hij heeft de staatsstructuren grondig hervormd. Hij lag aan de basis van het België waarin we nu leven: het Vlaams parlement, de opsplitsing in regio’s. Zelf heb ik mij nooit met de staatshervorming bemoeid, wel integendeel: ik vond dat er te veel macht naar de regio’s ging. Vind ik nog altijd, hoor. Tegelijk ben ik zeer Europees gericht. Ik geloof in Europa als onze enig mogelijke toekomst.»

HUMO Wilfried Martens was ook de man van wat hij graag en plechtig ‘het herstelbeleid’ noemde. Als geen ander kon hij dat aan de mensen verkopen.

Smet «Weet je het nog: ‘Het einde van de tunnel is in zicht!’ We zitten nog altíjd niet bij dat einde (lacht). Het herstelbeleid was zijn dada, hij was erg streng op dat vlak. Vaak denk ik: hadden we maar verder in die richting blijven besparen. Maar wat wil je: Verhofstadt en paars zijn weer met big spending begonnen.»

undefined

'Wilfried is drie keer gehuwd – dat doet een asceet niet'

HUMO Was Wilfried ook in het dagelijkse leven een asceet?

Smet «Nee, daarvoor at hij te graag. En hij hield van een zeer goeie fles. Zijn strengheid gold in de eerste plaats de politiek. En: hij is drie keer gehuwd – dat doet een asceet niet. Waarschijnlijk zag hij de vrouwen te graag (glimlacht). Hij had vijf kinderen, dat zegt ook iets.»

HUMO In 1998 trouwde hij met zijn kabinetsmedewerkster, Ilse Schouteden. Voelde jij je niet gepasseerd?

Smet «Niet proberen, hè, meneer Hendrickx. Over mijn diepste privéleven praat ik niet. Wij waren allebei passioneel bezig… met politiek (glimlacht). Het is dát wat ons bond. We hadden het er thuis ook vaak over. En we dachten er voor een groot stuk hetzelfde over. We hadden weinig woorden nodig om elkaar te begrijpen: we kenden het zaakje door en door: de partij, de regering, het parlement, Europa.»

HUMO Je hoort weleens: ‘De grote verdienste van Miet Smet is dat ze Wilfried Martens heeft doen openbloeien.’

Smet «Dat klopt. Aan de basis ben ik veel opener. En ik heb dat op hem proberen over te dragen. Met succes: Wilfried werd losser, meer empathisch, minder streng. Als ik hem ‘poes’ noemde in aanwezigheid van de pers, dan konden die hun oren niet geloven. De grote Wilfried Martens! Maar voor ons was dat evident, ook als er een camera toekeek. (Samenzweerderig) Ik geloof dat Wilfried van mijn losheid genoot. Hij vond ook: ‘Jij hebt mij terug bij de partij gebracht.’»

HUMO Hoe is bij jullie de vlam écht in de pan geslagen?

Smet «Ik gaf in de Senaat een inleiding over de verkrachtingsproblematiek in Oost-Congo. Plotseling zag ik Wilfried tussen de commissieleden zitten. Na afloop kwam hij mij zoeken. ‘Krijg ik je telefoonnummer?’ vroeg hij. En zo is het begonnen (glimlacht).»


Wilfried, jongen

HUMO Jullie hebben uiteindelijk maar vijf jaar samengeleefd. Veel te kort, natuurlijk.

undefined

Smet (knikt) «Ik had gerekend op tien jaar. Ik hoopte dat hij minstens zo oud als mijn moeder zou worden: 83. Maar hij is maar 77 geworden. Veel te kort, inderdaad. Maar ja, ’t is nu eenmaal zo gelopen. Ik kan niet anders dan mij daarbij neerleggen. Tot op ’t allerlaatste dacht Wilfried dat hij de ziekte zou overwinnen. Alleen de laatste maand van z’n leven wist hij dat hij wel degelijk zou sterven. Hij was vreselijk vermagerd, maar dacht nog niet aan afscheid nemen. Ik zei: ‘Wilfriedje, zoek toch een opvolger voor het EVP-voorzitterschap.’ Hij heeft gewacht tot z’n laatste dagen om iemand aan te duiden.»

null Beeld

undefined

HUMO Jij wist al vroeger dat hij zou sterven?

Smet «De dokters hadden mij apart genomen. Ik had hem al enkele keren door een ziekenwagen moeten laten ophalen, omdat hij het bewustzijn had verloren: suikercoma. In het begin wist ik niet eens wat dat was. Dokters zijn zo weinig communicatief, ze lichten je onvoldoende voor. ’s Nachts, in een hotel op de Veluwe, zocht ik met mijn hand de zijne. Maar hij lag niet meer in bed. Ik stak het licht aan, en daar lag hij, op de vloer. Dat is nadien nog enkele keren gebeurd. Zelfs de brandweer is hem ooit in allerijl komen ophalen. Ook in Apt is het enkele keren voorgevallen dat hij flauwviel. Het was… een lijdensweg, op het einde. Voor hem. Maar ook voor mij. Uiteindelijk werd hij naar het UZ in Antwerpen gebracht. ‘Uw man gaat spoedig sterven’, meer werd mij niet gezegd.»

HUMO Heeft Wilfried nooit euthanasie overwogen? Of stond z’n geloof dat in de weg?

Smet (breekt) «Ik kan hier niet meer over spreken. Het doet te veel pijn. Nog altijd. (Zwijgt even, herpakt zich) Wilfried was diep gelovig. Maar hij ging hier in Lokeren nooit naar de mis. In Apt durfde hij te communie te gaan, in België niet. Wilfried stond overal bekend als een uit de echt gescheiden man. En die mogen niet te communie gaan. Dat leefde bij hem. Die kwalijke uitwas is nu gelukkig voorbij: de paus heeft er een uitspraak over gedaan, zodat het weer kan.

»Wij waren al vijf jaar voor de wet getrouwd, toen we uiteindelijk, na zijn operatie, ook voor de kerk gehuwd zijn. Wilfried stond erop. In de kerk heeft hij toen een toespraak gehouden, over wat de liefde voor hem betekende. Ook op het congres van de EVP in Boekarest heeft hij over z’n liefde voor mij gesproken. Dat ik dacht: Wilfried, jongen… (glimlacht)

»(Mijmerend) Het doet nog altijd pijn. Ik ontsnap er ook niet aan: iedereen wil het met mij over Wilfried hebben, haalt herinneringen aan hem op. Journalisten willen weten ‘hoe Wilfried écht was’. Ik heb geen verweer. Er is het Fonds Wilfried Martens, ze willen in Sleidinge een standbeeld voor hem oprichten, en al die mensen komen op mij af. Soms kan ik ertegen, soms niet. Nee, ’t is nog niet voorbij. (Kranig) Gelukkig heb ik mijn werk. Ik ben nog altijd voorzitster van een organisatie die opleiding geeft aan Afrikaanse parlementairen. Ik reis nog geregeld naar Afrika. En één keer per maand moet ik naar Amsterdam, waar de zetel van onze organisatie is. Ik hou mij ook bezig met de oud-parlementairen van de CVP-CD&V. Wouter Beke komt binnenkort voor ons spreken.»

HUMO Er gaat nog altijd een grote kracht en vitaliteit van jou uit.

Smet «Dat is de aard van het beestje, hè (lacht). Maar een persoonlijk leven na Wilfried, dat zit er niet meer in. Ik dénk niet eens aan een nieuwe relatie. Ik ben al geen gemakkelijke. En dan moet je nog op iemand vallen die dezelfde interesses heeft als jij, hetzelfde niveau. Nee, die piste is voorgoed afgesloten.»

HUMO Je bent altijd kinderloos gebleven.

Smet «Maar er zijn de kinderen van Wilfried. En er zijn mijn neefjes en nichtjes. Bij hen haal ik mijn schade in. Simon, de jongste zoon van Wilfried, komt hier vaak. En of ik mij m’n kinderloosheid heb beklaagd? Niet echt. Als ik tijd had, nam ik altijd kinderen mee op vakantie. Sarah, één van de dochters van Wilfried, is vorige week met haar studies begonnen in Leuven: rechten. Wilfried zou trots zijn geweest! Sophie, de andere helft van de tweeling, volgt een opleiding internationaal management, in Maastricht.»

'Het gebeurde weleens dat Wilfried mij stilletjes zei: 'Ze beseffen niet wat ik allemaal voor het land heb gedaan''

HUMO Vond Wilfried dat hij van de maatschappij voldoende erkenning kreeg?

Smet «Vaak ontmoet ik kennissen of voormalige medewerkers die mij komen vertellen: ‘Dit en dat heb ik aan Wilfried te danken.’ Dan denk ik: ‘Had dat toch tegen hém gezegd, toen hij nog in leven was.’ Het gebeurde dat Wilfried mij stilletjes zei: ‘Ze beseffen niet wat ik allemaal voor het land heb gedaan.’ Soms leek hij teleurgesteld. Ook in de partij.»

HUMO In 1998 werd jij door de partij als nummer één voor de Europese verkiezingen naar voren geschoven. Martens moest tevreden zijn met de tweede plaats.

Smet «Dat incident heeft hem diep geraakt: ‘Ze vreesden dat ik opnieuw de nummer één zou worden,’ zo verklaarde hij vele jaren later. Marc Van Peel was toen voorzitter (glimlacht). Ik heb die eerste plaats eerst geweigerd, omdat ik vond dat ze Wilfried toekwam. Ik stelde hem voor om samen te gaan eten en die zaak te bespreken. Maar dat weigerde hij. En de partij vond: ‘Als jij de lijst niet trekt, Miet, zoeken we een andere vrouw. Punt.’»

HUMO Klopt het dat jullie nadien tien jaar lang niet meer met elkaar hebben gesproken?

Smet «’t Was een moeilijke periode. Voor beide kanten. Ik had het hem gegund. Ik dacht: zodra hij verkozen is, wordt hij vanzelf wel fractieleider van de EVP. Maar Wilfried wilde het zo niet spelen. Hij was in z’n eer gekrenkt en vond dat hij recht had op die eerste plaats. En in zekere zin was dat ook zo. Op de koop toe haalde ik bij die bewuste verkiezing zeer veel stemmen: méér dan Wilfried (glimlacht). Dat maakte de pil nog bitterder.»

HUMO Jullie waren twee sterke persoonlijkheden. Botste dat nooit?

Smet «Nooit. Wij hadden geen onenigheid, laat staan ruzie. In Apt zat Wilfried altijd aan z’n computer en ik werkte in onze tuin. Tussendoor gingen wij samen fietsen. Er speelde een grote wederzijdse bewondering, en toch vond ik dat hij veel fouten maakte (lacht). Zowel privé als in de partij. Maar dat is allemaal zo relatief. Weet je: ik heb een groot hart. En dat besefte Wilfried zeer goed. Ik ving z’n kinderen op alsof het de mijne waren.»

HUMO ’t Is toch zeer merkwaardig hoe jij de man van je leven voor het eerst ontmoet als 20-jarige, en vervolgens veertig jaar wacht om die liefde te consumeren. Hing er, in die vroege jaren 60, al iets in de lucht?

Smet «Het was erg simpel: Wilfried was getrouwd, had kinderen. En op een getrouwde man word je niet verliefd. Punt. Wel was er meteen een sterke wederzijdse aantrekkingskracht en appreciatie. En verliefd? (Zucht) Ik weet het niet van hem.»

HUMO En van jezelf?

Smet «Ik pas (glimlacht). Dit wordt te privé. Ik wil het hier verder niet over hebben. Vergeet niet dat wij zeven jaar schelen: Wilfried was al 25 toen ik nog 18 moest worden. Dat leeftijdsverschil heeft altijd gewogen, ook later, toen wij getrouwd waren. Ik wist bijvoorbeeld vooraf dat hij eerder dan ik zou sterven. Dat was gewoon een statistische overweging.»

HUMO Om af te sluiten: wat heeft het leven je geleerd?

Smet «Twee kernwoorden: zelfstandigheid en zelfwaardering. Wat voor een vrouw veel moeilijker te bereiken is dan voor een man. En verder is er altijd die sociale reflex geweest: je moet in het leven openstaan voor iedereen, zonder aanzien des persoons. Mijn vader had indertijd een prostituee geholpen. Hij zei tegen mijn moeder: ‘Ach, zij is een mens als een ander.’ In die periode, de jaren 50, was dat een zeer moedige uitspraak.

»Wat in mijn partij vaak misliep, was de dialoog tussen de verschillende geledingen: ACW, Boerenbond, middenstand. Dat liep soms uit – niet op een dialoog maar op een onderling gevecht. Fout! De echte zin van de christendemocratie is de dialoog, het gesprek. Als die dialoog wegvalt, valt meteen ook de bestaansgrond van de partij weg. Een harde levensles! Ik apprecieer iedereen, en in de eerste plaats de minsten van de mijnen. Want die hebben je het hardst nodig.»

HUMO En wat heeft Wilfried Martens je geleerd?

Smet «Ik heb van hem vooral leren zwijgen. In de politiek is zwijgen zeer belangrijk. Als je vooruit wil komen in het leven, en daarbij geen mensen pijn wil doen, moet je je mond leren houden. Wilfried kon buitengewoon goed zwijgen. Op dat gebied was hij dé perfecte leermeester (glimlacht). Hij gaf mij, in alles, het goede voorbeeld. Ik heb vooral van hem geleerd door toe te kijken hoe hij praatte, handelde en dacht. Je leert meer door te kijken en te observeren dan door één groot gesprek. Ja, het goede voorbeeld: dat vooral heb ik van Wilfried overgehouden.»

HUMO Hij ruste in vrede.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234