null Beeld

Het lieve leven en hoe het te lijden: Raymond van het Groenewoud 'Wees wat vriendelijker voor elkaar'

Het is jaren geleden dat Raymond van het Groenewoud, toch een kind van dit eigenste blad, Humo nog bereidwillig te woord wilde staan. Hij voelde zich niet meer thuis in onze kolommen.

Er is een groot verschil tussen Raymond-de-performer en Raymond-de-geïnterviewde. Op de planken trekt hij z’n strot wijd open om z’n ‘Liefde voor muziek’ mild en onbesuisd over het publiek uit te strooien. Maar nu, met de recorder snorrend tussen ons in, formuleert hij aarzelend en bedachtzaam, alsof hij z’n memoires aan het dicteren is. Hij lijkt de gedachten ter plekke te baren. De stiltes zijn talrijk, het nadenken fysiek voelbaar. Maar wát hij zegt is precies en raak, net zoals z’n onvergetelijke liedjesteksten dat altijd geweest zijn. Misschien ligt hier al een eerste, onbedoelde levensles, die ook wijlen mijn moeder mij probeerde in te prenten: ‘Draai je tong drie keer in je mond rond vooraleer te zeggen wat je te zeggen hebt.’ En avant la zizique!

HUMO Je ouders waren Amsterdammers, je moeder was van Joodse origine.

Raymond van het Groenewoud «Mijn moeder sprak alleen maar Jiddisch-Hollands. Haar vader was een echte Jood, haar moeder niet. Naar Joodse begrippen was ze een goy, een niet-Joodse. Sigrid (Spruyt, voormalige tv-journaliste en sedert vele jaren Raymonds vrouw, red.) was door m’n Joodse afkomst geïntrigeerd. We zijn samen naar Jeruzalem gereisd. Fascinerend. Maar ik leerde er ook het zionisme kennen. Er bestaat een type Jood dat superioriteit uitstraalt: ‘Wij zijn het uitverkoren volk, de rest bestaat niet.’»

HUMO Ik ben de man?

Van het Groenewoud (lacht) «Precies. En in naam van de medemenselijkheid hou ik daar niet van. Ik hou wel van de Joodse humor, al kan ik er niet zo meteen een demonstratie van geven. Ook m’n stiefvader was Joods. Hem heb ik meegemaakt vanaf m’n 5de.

undefined

'Pas op mijn 18de begon mijn vader zich voor mij te interesseren, toen mijn carrière op het atheneum naar de knoppen was. 'Kom maar bij mij in de leer,' zei hij'

»M’n moeder is in 2009 overleden, op 88-jarige leeftijd. Ze was een vedette, en ook wijs. Een wijze vedette (lacht). Ze hield van opvallen, van anders zijn. Ze gedroeg zich elitair, het was haar ingeboren. Waarmee ze zich – zonder dat het haar daarom te doen was – soms de woede van de anderen op de hals haalde. Dat gen heb ik blijkbaar ook meegekregen. ‘Wie denkt hij wel dat hij is?’ – dat werd weleens over mij gezegd. Moeder dweepte met kunst en kunstenaars. Zo kwam ik in aanraking met muziek, ballet, plastische kunst. Niet fanatiek, maar rustig. Ze heeft mij nooit versmacht. Maar thuis was ze wel de ster. Ze had moeilijke ogen, sukkelde met slecht behandelde staar. Op school bakte ze er niets van, een lijn die ik met verve heb doorgetrokken (lacht). Onvermogen om in het systeem mee te stappen. Ze was enorm taalvaardig, sterk in het verzinnen van woorden. Heb ik ook van haar.»

HUMO Je biologische vader, Joseph van het Groenewoud, was bekend onder de artiestennaam Nico Gomez, en had een eigen orkest. In de jaren 80 heb ik hem geïnterviewd. Hij leefde als een kluizenaar, wilde met niemand contact en vertelde mij een pijnlijk verhaal. Op het einde van het gesprek zette hij de ‘Symphonie fantastique’ van Berlioz op en hij droomde weg. Ik ben stilletjes naar buiten geslopen.

Van het Groenewoud «Ik herinner mij dat interview. Je hebt hem getroffen in een fase in z’n leven waarin hij zeer verbitterd was. Hij was toen zwaar aan de drank, iets wat ik maar druppelsgewijs (lacht) aan de weet ben gekomen. Z’n mislukte tweede huwelijk had hem somber gemaakt. En hij voelde zich als muzikant niet naar waarde geschat. Een heel pakket.»

null Beeld

undefined

'In de praktijk was ik niet de zoon van mijn vader. Op m'n 4de verliet hij het gezin.'

HUMO ‘Een boeiende man. Maar ik zou z’n zoon niet willen zijn,’ luidde mijn conclusie toen.

Van het Groenewoud «In de praktijk was ik z’n zoon niet: op mijn 4de verliet hij het gezin. En daarmee had hij de toon gezet voor een hele generatie. Hij kwam ook zelf uit een gebroken gezin.»

HUMO Heb je het ’m ooit kunnen vergeven?

Van het Groenewoud «Ik dacht van wel. Meer moeite had ik met z’n sentimentele oprispingen, later, toen hij ging beweren ‘dat hij van mij hield en mij zo gemist had’. Dat leek mij te gemakkelijk – ook vandaag nog. Ik vind het niet erg dat een man z’n vrouw verlaat, ik heb het zelf gedaan. Naar het kind toe is dat niet leuk, natuurlijk. Samenblijven en elkaars hoofd inslaan is ook niet leuk. (Mijmerend) Maar als ik één dag op bezoek ging naar het huis waar vader en stiefmoeder samenhokten, was hij totaal afwezig. Daar had ik het serieus moeilijk mee. Dat hij me overliet aan de stiefmoeder, die zelf niet dolgelukkig was met het idee. Pas vanaf mijn 18de begon hij zich echt voor mij te interesseren. Toen mijn carrière op het atheneum, in het laatste jaar nota bene, naar de knoppen was, heeft hij mij opgevangen. Ik haalde nullen en enen, ik zag het echt niet zitten, daar. Maar hij zei: ‘Kom maar bij mij in de leer.’ Daarvoor blijf ik hem eeuwig dankbaar. Ik begon met het kopiëren van partituren. Moet je ook ’ns proberen (lacht).»

HUMO Nico Gomez heeft je muzikaal gelanceerd?

Van het Groenewoud «Hij heeft mij als verjaardagscadeau een opnamesessie betaald en liet die horen aan de Klugers (Jean en Roland, legendarische platenproducers, red.). De eerste keer pakte het niet. De tweede keer, met ‘Maria, Maria’, wél. Nee, m’n vader heeft veel goedgemaakt. Ik hou warme gevoelens aan hem over. Jammer dat hij het op ’t einde zo moeilijk had.

»Ach, we hebben ook veel gelachen. Het was niet één zwarte tunnel voor hem. Hij was ook aandoenlijk wanneer hij mij, totaal ongevraagd, weer ’ns kwam vertellen ‘dat hij eindelijk z’n evenwicht had gevonden’. Waarop ik, als droogkloot van dienst, riposteerde met: ‘Ja maar, dat heb je mij zes maanden terug al ’ns verteld.’

»Z’n muzikanten apprecieerden hem, dat is zeker. Ze vonden hem ‘een toffe gast’, dat heb ik kunnen proeven.»

HUMO Wat heb je van je ouders geleerd?

Van het Groenewoud «Ze hebben deuren geopend, daar ben ik best wel blij mee. En de werkethiek van m’n vader mocht er zijn. Ik heb veel praktische zaken van hem opgestoken. Het maken van arrangementen, bijvoorbeeld. Het bepalen van de volgorde van nummers: tempi, toonaarden, het werk van een goeie deejay, eigenlijk.»

HUMO Eén van je eerste hits, ‘Chachacha’, is pure Nico Gomez.

Van het Groenewoud «Natuurlijk. Maar ’t was wel tongue in cheek. En, wat vader niet deed, of kon: ik schreef er een mooie tekst bovenop. Hij heeft het even geprobeerd (lacht). Nu ja, ieder zijn gave. Ik kan een tekst schrijven waarmee ik onbevreesd de wereld tegemoet kan treden. Pas op: in de jaren 70 had vader een heuse hit met ‘De allereerste keer’, gezongen door Rita Deneve, een cover van een Italiaans nummer, maar met een eigen tekst van hem en Rita.

»Ik speelde bij Nico Gomez bas – honderd nummers op één avond (dreunt monotoon: dum-de-dum, dum-de-dum). De bezetting was chic, hoor: zes blazers, bas, piano, drums, gitaar. Er zaten enkele multi-instrumentalisten bij: je had de équipe tango, met m’n vader op viool, een accordeon erbij, en daar gingen we!»


Volg de frustratie

HUMO Waren er nazislachtoffers in de familie van je moeder?

Van het Groenewoud «Haar eerste lief is gedeporteerd, ja. En niet meer teruggekomen. Haar vader, die in Amsterdam ondergedoken zat, is overleden aan een slecht verzorgde maagzweer. Ook moeder zat ondergedoken, in Scheveningen, maar dat is een onduidelijk verhaal. De jongere zus van m’n moeder leeft nog en zit in een home in Evere. Die is compleet getraumatiseerd door de oorlog, ze is niet in staat erover te vertellen.

undefined

'Ik ben helemaal óp van het moeten incasseren van wat er in WO II allemaal is gebeurd, niet alleen met mijn familie'

»Ik ben helemaal op van het moeten incasseren van wat toen is gebeurd, niet alleen met mijn familie, maar met de hele samenleving. Als je het boek ‘De grote reis’ van Jorge Semprún leest, weet je genoeg. Na ons bezoek aan het Holocaustmuseum in Jeruzalem had ik het wel gehad. ’t Sluit mooi aan bij wat Reve zegt: ‘Je kunt niet bang genoeg zijn voor de mensen.’ Ik begrijp die zin volkomen. Zo smerig, allemaal. De bloeddorst ook... De grootste oorzaak is natuurlijk frustratie. Volg het spoor van frustratie en je komt ver.»

null Beeld

HUMO Veel kunst komt voort uit frustratie.

Van het Groenewoud «Maar dan is die frustratie wel goed gekanaliseerd. Beter een liedje schrijven dan iemand de strot afbijten, nee? Wat er met de Joden en met vele anderen is gebeurd: eerlijk, ik kan er niet bij. En dan zijn er die, nu, vandaag, met alle bewijzen in handen, durven te roepen: ‘De Holocaust heeft nooit bestaan.’ Djeezes!»

HUMO Maar wat voor man was Arnold Duitz, je Joodse stiefvader, die je vanaf je 5de mee heeft opgevoed?

Van het Groenewoud «In mijn puberteit was hij de hel: hij wilde dat ik studeerde, liefst wat híj niet had kunnen studeren. Hij had geen oog voor wie ik was. Een koleriek, zwaar gefrustreerd man. Zelfs als hij milder gestemd was, bleef het uitkijken. Slaan deed hij niet, nee. Hij is ten onder gegaan aan astma, die psychologisch geduid werd. Op ’t einde kwam hij bij me klagen: dat hij zo’n dommerik was geweest bij het opvoeden. En ik: ‘Ach, ’t is al goed.’ (lacht bitter) Zíjn grote frustratie was: ‘Waarom zijn die anderen in de kampen omgekomen en ik niet?’ Hij ging kapot van de schuld. Later viel nóg een lijk uit de kast, toen hij erachter kwam dat een zus van hem zelfmoord had gepleegd uit angst voor de Duitsers. Door omstandigheden was ze alleen achtergebleven terwijl de rest van de familie kon vluchten.»

HUMO Je teksten getuigen van een hoge intelligentie. En toch mislukte je op school.

Van het Groenewoud «In de lagere school ging het spelenderwijs. Maar in het middelbaar wordt er van jou verwacht dat je je grootste inspanning thuis levert. En dat lukte niet: ik slaagde er niet in mij te concentreren. Er was daarbuiten nog zoveel spannends te beleven. Vreemd genoeg ben ik nu wél geïnteresseerd in bijvoorbeeld geschiedenis, of aardrijkskunde. Ik was simpelweg niet rijp om leerstof binnen te krijgen, toen. Ik was opgetrokken uit dromen. En ik schrok mij een ongeluk toen m’n ouders zeiden: ‘Hier houdt het op. Wij sponsoren je niet verder. Zoeken het vanaf nu zelf maar uit.’ Ik was totaal niet gewapend voor het leven zoals het is.»

HUMO Ik ontmoette je voor het eerst in 1970, in de Leuvense cafés, samen met je eerste ritmesectie: Jean Vandooren en Eddy Verdonck. Je was net bezig ‘Maria, Maria’ op te nemen. Je zag er spichtig en graatmager uit, zat bomvol energie, liep ter plaatse te trappelen van enthousiasme, springerig, een punk avant la lettre. En als je erom gevraagd werd, door om het even wie, zong je, gratis en voor niets, ’s nachts op straat, zomaar dat nummer.

Van het Groenewoud (lacht) «Daar stip je iets aan wat mijn oerpersoon vertolkt: ik stond indertijd alle mogelijke Beatles-liedjes op straat te zingen, voor de buren van mijn oma. Het gebeurde in een gloed, waarbij ik niet nadacht. En dat springerige? Zie het als een uiting van ongemak: de rust van de zelfverzekerdheid mankeerde, toen. En mijn drang om te tonen wat ik kon, was groot.»

HUMO Het zijn die drang en die gloed waarmee je bijvoorbeeld ‘Liefde voor muziek’ zingt.

Van het Groenewoud «Ja, dat is de rock-’n-roll, pure ADHD, heerlijke waanzin. En exhibitionisme, ook. ’t Is ‘Lucille’ van Little Richard. (Denkt na) En tegelijk bewonder ik Chuck Berry enorm, en die doet dat niét. Chuck, dat is géén exhibitionisme, dat is wel: een geweldige swing, deugnieterij, goeie teksten, altijd met een oogje in het zeil. En Little Richard houdt géén oogje in het zeil (lacht). Nee, Chuck is een boegbeeld.»

HUMO Mooi is het volgende verhaal. Je neemt een taxi, de chauffeur herkent je en zegt dat hij even tevoren Chuck Berry naar de luchthaven had gebracht. Tijdens die rit klonk ‘Liefde voor muziek’ door de autoradio. En Chuck: ‘Hey, sounds great!’

Van het Groenewoud «Die taxichauffeur vertelde dat oprecht. No joke. Ik dicht het verhaal een serieus waarheidsgehalte toe. Die man leek me geen fantast.»

HUMO We hadden het net over ‘Maria, Maria’, je eerste bekende liedje. Het betekende niet de grote doorbraak: van dat nummer zijn er toen hooguit drieduizend exemplaren verkocht.

Van het Groenewoud «Het was geen echte hit, eerder een studententopper. Net groot genoeg om voor een paar maanden werk te zorgen. Eigenlijk heb ik maar twee hits gehad: ‘Liefde voor muziek’, en ‘Chachacha’.»

HUMO Nu doe je jezelf tekort. Wat dan met ‘Je veux de l’amour’? ‘Meisjes’? ‘Vlaanderen boven’? En ik vergeet er vast nog enkele.

Van het Groenewoud «Ik was ‘Je veux de l’amour’ helemaal vergeten. Dat geheugen... (lacht) Mijn definitie van ‘hit’ is dat het nummer duidelijk in de top tien moet hebben staan pronken. Alle andere nummers hebben een trage groei gekend. ‘Meisjes’ was wel een radiohit, maar geen goede verkoper. Mijn elpees, díé verkochten goed. Mijn singles niet.

»Die eerste jaren, dat was armoe troef. Ik was pianist bij Johan Verminnen, maar toen ik op eigen benen wilde staan, werd ik daar vervangen door Koen De Bruyne (de overleden broer van Kris De Bruyne, red.). Van 1972 tot 1977 puurde ik nauwelijks een inkomen uit m’n muziek. Ik moest bijklussen bij Decca: arrangementen uitschrijven, sessies met zestien violisten leiden. ’t Zou nu niet meer waar zijn (lacht).»

HUMO En ondertussen droomde je ‘van je vijfde wereldhit’, en ‘dat de Beatles goeie vrienden zijn’.

Van het Groenewoud «In mijn mislukte atheneumtijd had ik dat soort dromen, ja. Letterlijk. De realiteitszin is nadien gekomen. Tot 1977 was er nauwelijks erkenning: niet leuk, geloof me. Maar ik had een clubje van hardcorefans om mij heen, en dat gaf mij de moed om door te zetten.»

HUMO En toen kwam ‘Nooit meer drinken’, een fantastische elpee, tot de laatste groef gevuld met prachtnummers: ‘Zjoske’, ‘Crazy Pub’, ‘Meisjes’, ‘Danielle’...

Van het Groenewoud «Toen kwam plotseling alles tegelijk. De trein was vertrokken. Het zelfvertrouwen, dat er ook in de donkere periode was, kreeg een stevige boost. Het gevoel van: ‘Nú ben ik er.’»

HUMO Dat is één van je grote troeven. Je bent niet te ontmoedigen.

Van het Groenewoud «Ach, in wezen draait het om je podiumprestatie. En bij mij ligt die gemiddeld vrij hoog.

»Wat ik je nu vertel, is innerlijke beleving. Het speelt allemaal in mijn hoofd, zie je. Ik overleef, al zoveel jaren... En veel meer dan dat. Calamiteiten kun je niet voorzien, maar in normale omstandigheden zal het wel z’n gangetje gaan, tot ik m’n laatste adem uitblaas. M’n manager zegt weleens, tussen neus en lippen, dat ik in principe niet meer hoef te werken. Een leuke mededeling, toch? Het geeft je een bepaalde vorm van ontspanning. En de mogelijkheid nog minder je ziel aan de duivel te verkopen – alleen te doen waarin je echt zin hebt.»


For Raymond, from Lou

HUMO Van wie heb je muzikaal wat opgestoken in het leven?

Van het Groenewoud «De eerste naam die bij me opkomt, is Lou Reed. Niet dat hij zich persoonlijk om mij heeft bekommerd (lacht). Ik heb wel uit handen van de grootmeester zelf een vinylplaatje gekregen, en nog ondertekend ook: ‘For Raymond’. Lou Reed, dat is: de donkere kant van het menselijke wezen voor het daglicht halen. ‘Heroin’ van Lou Reed vind ik een ongelooflijk sterk nummer. Hij is de Chuck Berry van het nachtleven. IJzig. En zijn melodieën zijn groots. Uniek. Toch in z’n eerste twintig jaar. Hij is er niet meer, en dat wringt. Het doet zeer. Gek, hè. Maar Lou is niet de enige. Ik vind het nog altijd verschrikkelijk dat Otis Redding zo jong stierf. Stel dat die was blijven leven. Dan had ik de kans gehad hem live te zien. Om daarna misschien zwaar teleurgesteld terug naar huis te fietsen. Of misschien zielsblij en in alle staten van opwinding, wie weet?

undefined

'Je mening doet nauwelijks ter zake. Het is wat je dóét'

»Als ik het zo bekijk, gaat het me bij m’n helden bijna altijd om Joden en zwarten. Bob Dylan, natuurlijk. Maar hij raakt me niet zo diep als Lou Reed. Lou is meer een open wonde. Dylan is... intellectueler, en net daardoor moet hij een stap terug. Er is Leonard Cohen, zeker weten. Zijn liedjes zijn kleine juwelen, zeer verzorgd. Terwijl Dylan in mijn ogen rommeliger te werk gaat. Dylan die Cohen vertelt dat hij ‘Blowin’ in the Wind’ in tien minuten heeft geschreven. En Cohen die riposteert: ‘Really? Ik had vijftien maanden nodig om ‘Suzanne’ af te werken.’ Of iets in die smaak (lacht). En verder... probeer ik bij de les te blijven en niet met een artiest te dwepen, maar met een lied: ‘Welk nummer zou ik spelen alsof het van mij is?’»

HUMO En?

Van het Groenewoud «Er zijn er twee bij van Lou Reed: ‘Pale Blue Eyes’ en ‘Candy Says’. Die speel ik zó dat anderen denken dat ik ze heb geschreven. Van Dylan is dat ‘I’ll Be Your Baby Tonight’. Een niemendalletje, zeggen de Dylanologen. Maar ik vind het een prachtig lied.»

HUMO ‘Desolation Row’?

Van het Groenewoud «Néé, niet die lange draken! In je studententijd vind je dat tof, maar in het ware leven niet. Ik ben het overigens eens met Daniel Lanois, die zegt: ‘Het zou enorm helpen als je van het gemiddelde Dylan-lied één of twee strofen laat vallen.’ Journalisten leggen vaak te veel nadruk op de tekst. Onder muzikanten is dat niet zo. In het slechtste geval vinden ze het vervelend dat de zanger meedoet. En in het betere laat de tekst hun koud. Vrouwen doen dat ook: de melodie kunnen ze neuriën, maar ze kennen vaak titel noch tekst noch artiest. Fantastisch, toch? Om het even waar ter wereld kun je sfeer maken met ‘De vogeltjesdans’, desnoods op je melodica. Met ‘Desolation Row’ ligt dat iets moeilijker.»

HUMO Terwijl het net je teksten zijn waarmee je je onderscheidt.

Van het Groenewoud «Vind je? Van mijn teksten verlang ik maar één ding: dat ik mij er niet over hoef te schamen. (Denkt na) Ik moet oppassen wat ik nu zeg... (Hervat zich) Ja, ik besef dat de tekst mijn eigenheid is, veel meer dan m’n muziek. Maar eigenlijk had ik het liever omgekeerd gewild. Een mooi liedje maken, dat is het hoogste. Het echte doel. Toen de ouder wordende Lou Reed zich aan gewichtigdoenerij ging bezondigen, haakte ik af. Weg met de gewichtigdoenerij! Kunst met een K, daar pas ik voor.»

HUMO Je bent niet alleen een voortreffelijke liedjessmid, maar ook een buitengewoon performer. RvhG moet je live aan het werk zien.

Van het Groenewoud «Het podium, dat is een andere wereld. Je stapt er samen met je muzikanten in. En vervolgens word je geleid. Elke noot krijgt haar natuurlijke plaats, wat je in de studio veel minder hebt. En in principe volgt dan puur, onvervalst enthousiasme. Op het podium gééf ik. Soms word je afgeleid door slechte signalen. Dan wordt het een karwei. Klotegeluid, bijvoorbeeld. Gekruiste armen. Iemand die op de eerste rij zit weg te dutten. Ogen die dof staan. De dood als klankbord, zeg maar. Vreselijk. Geef mij bright eyes, lieve God. ‘It takes a busload of faith to get by’, zingt Lou Reed. Je hebt een container energie nodig om hier en daar een publiek te lijf te gaan. Die dodelijke apathie, soms. Op een avond dacht ik te vragen: ‘Hallo? Jullie hebben toch niet te veel gegeten?’»

HUMO Op scène geef je van jetje, maar in de gewone omgang ben je eerder timide.

Van het Groenewoud «Ik ben enig kind en van nature eerder op mezelf. In mijn slaapkamer trok ik mij terug en gaf ik me over aan dromerijen. Liever geen stoorzenders. Bovendien was ik in m’n Verminnen-tijd wel wat spraakzamer, arrogant ook, tot ik doorkreeg hoe je in het Vlaamse milieu overkomt met de Hollandse stijl die ik van bij m’n ouders gewoon was. Ik was een kleine betweter, ook; ik had de behoefte om alles te willen verklaren, alsof het een fluitje van een cent was. Ik trok een tijd op met Erik Van Neygen, een zeer rustige jongen, die me, weliswaar na enig aandringen, vertelde ‘dat het niet altijd verstandig is te pas en te onpas met je eigen mening te komen aandraven’. Een flinke levensles, me dunkt. Het heeft mij op slag kalmer gemaakt. En die weg ben ik blijven volgen. Je mening doet nauwelijks ter zake. Het is meer wat je dóét. De grote Fernando Pessoa zegt: ‘De kunst is het waarnemen, en niet je mening erover.’ Ja, dat ego...»

HUMO Een sleutelwoord in teksten van en interviews met jou is: warmte.

Van het Groenewoud «Kijk, deze mevrouw hier, de eigenares van dit hotel, is warm. Maar leg dat eens uit (lacht). In alles eerst het goede zien. En geven. Vertrouwen geven, ook. Een ander laten voelen dat je ’m graag ziet. Sigrid, bijvoorbeeld, is een warme vrouw. En m’n muziek is warm – zo is ze toch bedoeld. Het is wel moeilijk om warmte door te geven via geluidsinstallaties. Ik trok ooit naar een festival om er Jimi Hendrix te horen, maar ik viel tijdens z’n optreden in slaap. Het was geen warmte, het was rommel. Toen ik wakker werd, stond Joan Baez op het podium, met haar gitaar. Ik had nooit platen van Baez gekocht, ik was zeker geen fan. Maar toen daalde die zilveren stem over de wei – het was al nacht – en ik besefte: dit is warmte. Waarachtigheid, ook.

undefined

null Beeld

undefined

'Toen ik voor het eerst 'Twist and Shout' hoorde, werd ik vanbinnen zo wild als een beest'

»Maar er is ook opwinding, excitement. De stem van John Lennon! Mijn lievelingslied van The Beatles is en blijft ‘Twist and Shout’. Toen ik dat voor het eerst hoorde, werd ik vanbinnen zo wild als een beest. Ook Paul McCartney beschouwt die opname als een historisch moment. Hoe Lennon daar loosgaat! Het moest eruit! Mijn oudste zoon doceerde mij op z’n 12de, 13de, toen ik meer toenadering zocht, dat echt contact tussen de generaties niet mogelijk is. Hij en z’n vrienden, dáár gebeurde het. Op de keper beschouwd was het een afwijzing. Dat zit allemaal in die stem van de jonge Lennon: ‘Well, shake it up baby, now...’»

HUMO Je bent 65 geworden, je mag officieel met pensioen. Hoe hanteer je de naderende ouderdom? Enige tijd terug las je in de bladen: ‘Rvhg zwaar ziek’.

Van het Groenewoud «Dat idee van pensioen vind ik super. En ‘zwaar ziek’, dat was echt niet het geval. Wel had ik een probleem met m’n immuniteit – heb ik nog altijd. Met gezichtsproblemen tot gevolg. Ik had een dubbel zicht: met het ene oog zag ik alles correct, met het andere leek alles schuin te staan.»

HUMO Wel hinderlijk als je op een podium tekeergaat.

Van het Groenewoud «Vooral als je eraf wil springen (lacht). Als ik het erg had, zakten m’n oogleden onverbiddelijk naar beneden. ’t Was best alarmerend. De goede kant van dat verhaal is dat ik nu meer empathie heb met mensen die er slecht aan toe zijn.»

HUMO Wil je tot je laatste snik met muziek doorgaan? Je kaas op het podium laten, als een oude bluesneger?

Van het Groenewoud «Of midden in een grap doodvallen, zoals de Britse komiek Tommy Cooper. Lijkt mij een mooie dood. In lang afzien heb ik geen zin. Gelukkig ben ik op dat vlak een optimist: met het einde hou ik mij niet bezig. Aan de andere kant verzink ik weleens samen met Pessoa in gevoelens als: ‘Ik ben niets. Ik kan niets. Ik zal nooit iets kunnen. Ik zal ook nooit iets zijn.’ En tegelijk koester ik alle dromen. Maar een echt vrolijke frans zal ik nooit worden.»

HUMO Toch zijn je liedjes soms uitermate vrolijk.

Van het Groenewoud «’t Is er vaak over, vind ik. Als ik op het podium enthousiast tekeerga, vrees ik dat het wellicht als gek overkomt. ’t Is echt leuk om je levensangst te overschreeuwen, ja. Als ik mij in m’n eentje luidruchtig amuseer, zit ik meteen solo. Ik kan er de huiskring niet mee boeien.

»Ik hou van wandelen. En ik heb iets met vogelgezang. Een vaststelling: de mooiste zangers beginnen eraan net vóór zonsopgang. Waarna de minderbegaafden en de lelijkaards het overnemen: de duiven en de kraaien. Dan is het uit met genieten. Dat vind ik een mooie metafoor voor het leven. Je moet je best doen om de schoonheid te onderscheppen, vooraleer ze overstemd wordt door het gekakel en het geloei, het geschreeuw en het gebazel van de massa. Gelukkig is er de levensgezellin...»

undefined

'Sigrid zou makkelijk kunnen heersen, maar uit onvoorwaardelijke liefde doet ze dat níét'


Spruyt met klasse

HUMO Blij dat je er zelf over begint. Tussen Sigrid en jou is het nog altijd grote liefde, blijkbaar?

Van het Groenewoud «Als ik mijn geliefde deugd kan doen door hier rond te lopen, vind ik dat best de moeite waard. Op dat gebied ben ik niet egoïstisch.»

HUMO Je bent ook minder getormenteerd, rustiger.

Van het Groenewoud «De komst van Sigrid heeft mij enorm veel deugd gedaan, dat kan ik alleen maar bevestigen. Ik vind haar een bijzondere vrouw, een bijzonder mens, ook. Ze kwam net op het juiste ogenblik.»

HUMO Sigrid zegt: ‘Mijn liefde voor hem is onvoorwaardelijk, en ik geniet ervan me naar hem te plooien.’ Ik heb deze passage vanochtend nog aan míjn vrouw voorgelezen, tot voorbeeld en stichting.

Van het Groenewoud «Ik kan alleen maar stamelen: ‘Ik ben verwend.’ Verwend door iemand die makkelijk zou kunnen heersen, maar dat uit onvoorwaardelijke liefde níét doet. Het betreft een trotse mens, ook. En wees gerust: ze heeft mij heus niet nodig voor een mening (lacht). Haar zich naar mij toeplooien heeft er vooral mee te maken dat ze wil dat het eeuwige kind Raymond van het Groenewoud het naar z’n zin heeft. Zeker niet omdat ze geen eigenheid zou hebben. Ik weet het: de feministen steigeren bij wat je net hebt geciteerd. Wel, laat ze steigeren. Ik lach erom. (Mijmerend) Sigrid kan perfect zonder mij. Als ze zich naar mij toeplooit, doet ze dat vanuit haar natuurlijke superioriteit. Da’s pas klasse. Haar gulheid, ook: ze geeft, voortdurend.»

HUMO Jij geeft aan het publiek en zij geeft aan jou?

Van het Groenewoud «Zwijgt stil! Ik wou dat ik méér kon betekenen, in individuele situaties. Maar ik kan mezelf jammer genoeg niet veranderen. Dat ik zoveel op het podium geef, is wellicht een compensatie voor wat me in de beslotenheid van de huiskring niet lukt.»

HUMO Tijd voor de conclusie: wat heeft het leven jou geleerd?

Van het Groenewoud «Ik wist dat die vraag ging komen, ik heb vaak gedacht: ‘Héb ik wel iets geleerd?’ Kijk, ik zat ooit in Kortrijk voor de Stadsschouwburg op een terrasje. Er kwam een madame bij me zitten die vroeg: ‘Ken jij Belle van Zuylen?’ Ik zei: ‘Nee.’ Nou, Van Zuylen bleek een Nederlandse 18de-eeuwse schrijfster, filosofe en componiste te zijn. Zegt die mevrouw naast me: ‘Op het einde kwam Belle erop uit dat het belangrijkste is: wat vriendelijker met elkaar omgaan om het leven van de medemens wat draaglijker te maken.’ Daar sluit ik me graag bij aan.

»Ik ken ook een wat duurdere afsluiting voor dit gesprek (lacht). Wat denk je van: ‘Het leven is een slechte generale repetitie van een stuk dat nooit zal worden opgevoerd’?

»(Abrupt) Zullen we nog ’ns gaan pissen?»


Beluister integraal Van het Groenwouds recentste plaat 'Ik Doe Niet Mee':

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234