Het lieve leven: Frank Vander linden 'Ik heb lange tijd niet aanvaard dat ik iets voor een vrouw kon betekenen'

Toen mijn collega Frank Vander linden (53) in het gezegende jaar 1992 tijdens de lunchpauze meedeelde dat hij Humo zou verlaten ‘om Vlaamse rock te gaan zingen’, viel de voltallige redactie van z’n stoel.

'Ik schrijf niet omdat ik iets te zeggen heb, ik schrijf om te weten te komen wat ik te zeggen heb'

Frank rockt als de beesten. Frank brult z’n oude klassiekers: ‘Irene’, ‘Dit is mijn huis’, ‘Jeroen Brouwers (schrijft een boek)’. Frank croont z’n jongste successen: ‘Angst’, ‘Alsof we belangrijk zijn’, ‘Een liefdeslied’. De meiden vallen in katzwijm. Duizend toehoorders, oud en jong, van diverse pluimage, lippen de teksten mee. Frank glundert. Frank speelt z’n fantastische gitaarsolo’s. Frank triomfeert.

Die dekselse Frank, toch! Man van vele levenslessen, wed ik. Zou hij te strikken zijn voor Het Lieve Leven?

Frank Vander linden «Mijn grootvader langs vaderskant was een Gentse kapper, aan de Graslei – Gentser kan niet. Hij had een mooie zaak, knipte de betere hoofden. (Wrijft over z’n kale hoofd) Ironisch, hè. Hij gaf les in haartooi en was ook kapper van de Gentse opera. Mijn grootvader was een krachtige persoonlijkheid, een charismatische man die in alles wat hij deed kwaliteit nastreefde. Een man met een groot plichtsbesef ook. Toen hij stierf, kreeg ik z’n bijbel: alles wat plicht betrof, was in het rood onderstreept.

»Ook m’n vader – hij is nu 86 – had die uitstraling. Een intelligente man die het aan de universiteit net iets te bont had gemaakt en zijn studie vroegtijdig stopzette. Hij werd dan maar vertegenwoordiger in plastics. Ik heb nog oude foto’s uit zijn jeugdjaren: gekleed in een schapenvellen jas, zijn kin uitdagend vooruit. Hij zat bij een zware studentenclub, ‘De Drakentemmers’, als ik ’t me goed herinner.

»Mijn moeder is afkomstig uit Halle en heeft een arme achtergrond. Op jonge leeftijd werd ze wees, en ze moest al snel uit werken gaan. Zij was erg intelligent, maar kon door geldgebrek niet verder studeren. Het jonge leven van mijn moeder is door tegenslagen getekend. Dat heeft van haar een doorbijter gemaakt.

»Mijn eerder zachtaardige karakter komt van haar. Als ik wat magerder sta, lijk ik op moeder, ben ik wat dikker dan lijk ik op m’n pa (lacht). Mijn moeder stimuleerde mij in alles wat ik deed, mijn vader zag mij liever ingenieur worden en beoordeelde mijn schoolrapporten streng. Simpel gesteld ben ik opgegroeid tot wie ik nu ben door de steun van m’n moeder en de goedbedoelde tegenwind van m’n vader.»

HUMO Je vader was ‘handelsreiziger’. In de late jaren 50 betekende dat nog wat. Maar er zat ook een tragische kant aan dat beroep: ik denk nu aan ‘Death of a Salesman’, met een onvergetelijke vertolking van Dustin Hoffman.

Vander linden «Een beetje vertegenwoordiger reed in een mooie auto, wat toen niet voor iedereen was weggelegd. Hij mocht ’s middags lekker gaan eten, en kwam hij een collega tegen, dan werd dat meteen met alcohol gevierd. Ik heb m’n vader vaak met een gin-tonic in de hand gezien. We hadden zelfs een eigen barmeubel, inclusief karaf met kristallen stop: zo’n typisch statussymbool van de jaren 60. Mijn vader dronk cocktails en rookte Kent-sigaretten. Reed met een Ford Corsair.

»De sixties en seventies waren gouden jaren om in op te groeien. Er was veel vrijheid, Dutroux moest nog uitgevonden worden, we konden heelder dagen in veld of bos gaan spelen zonder dat iemand ongerust werd. Je kon ook helemaal wegduiken in de boeken, zonder al te veel afleiding.»

HUMO Jouw fascinatie voor de Bob Evers-jeugdboekenserie, van de hand van de Nederlander Willy van der Heide, is legendarisch. ‘Volg die blauwe Chevrolet, brulde Arie.’

Vander linden «‘Komt voor de bakker, Dikke!’ (grinnikt). ‘Trammelant op Trinidad’, ‘De jacht op het koperen kanon’, ‘Een overval in de lucht’! Een hele generatie is met die serie opgegroeid. Ik ontdekte ze in de bibliotheek van de pastoor van Steenokkerzeel. Een bestofte ruimte vol bruin gekafte, stichtelijke boeken. Maar Willy van der Heide schreef, onder de dekmantel van jeugdliteratuur, totaal geschifte, anarchistische avonturen vol spannende achtervolgingen, overvallen en wapengekletter. Het heeft mij voor het leven gevormd. Jouw interview met Van der Heide voor Humo heb ik indertijd aan de muur gehangen.

»Ik had geen wilde jeugd zoals Bob Evers, maar ik droomde er wel van. Wegscheuren in een sportwagen, party’s, meiden en drank. Maar om dat echt in praktijk te kunnen brengen, heb ik tot mijn 30ste moeten wachten (hilariteit). De helft van mijn tijd bestond toen uit verlangen, uit me inbeelden hoe het zou kúnnen zijn. In de muziek heb je dat ook: niets zo mooi als een liedje dat nog geschreven moet worden.»

'Ik was geen goeie journalist; mijn roofdiergehalte was niet groot genoeg'

HUMO Op de Humo-redactie, vroeger, vond ik je een hoog Dik Trom-gehalte hebben. Traag, mollig, altijd vriendelijk, een hartelijke lach.

Vander linden «Klopt. Ik ben vrij traag. En vriendelijk? Mollige mensen lijken vriendelijk. Toen ik 12 was, riepen ze mij na: ‘Hey! Carlson!’ Bleek die Carlson een figuur uit een Zweedse televisieserie te zijn: een vriendelijk, dik jongetje met een schroef op z’n rug, dat van dak naar dak zweefde. Vond ik niet echt leuk. Ik weet het, ik ben nooit een flitsende, smalle gast geweest zoals Guy Mortier. Ik voetbalde graag, maar belandde als vanzelf in het doel, als keeper.»

HUMO Klopt het in muzikantenkringen graag rondvertelde verhaal dat je bij het zwemmen ooit uit de Mechelse Vaart getakeld diende te worden, omdat je niet in staat was zelf weer in de boot te klimmen?

Vander linden «In mijn blote fluit dan nog wel (lacht). Het was één van die periodes dat ik weer ’ns te dik stond. Kort daarna ben ik beginnen te joggen: op ’t einde liep ik anderhalf uur aan een stuk, drie keer in de week. In één jaar tijd was ik 17 kilo kwijt. Maar toen kwamen de blessures. Even later werden mijn kinderen geboren; toen liep ik vooral achter de kinderwagen. Het was weer ’ns uit met het jongenslijf. Tja, blíjven dromen, hè.»


Helden

HUMO Je leek indertijd rustig, niet snel over je toeren.

Vander linden «Vanbuiten, ja. Vanbinnen ben ik vaak zenuwachtig. Ook omdat ik altijd inzit met wat anderen denken, doen en voelen. Mijn beste eigenschap, denk ik, is dat ik extreem empathisch ben. Ik leef in functie van andere mensen. Ik kijk altijd opzij, naar de anderen.»

HUMO Dat blijkt ook uit het onwaarschijnlijke contact dat je nu, als rockzanger, met je publiek hebt. Ze eten echt uit je hand. Dat is weinigen gegeven.

Vander linden «Dat komt misschien omdat ik menselijk contact zo belangrijk vind. Mijn liveheld is Bruce Springsteen: géven. Je staat niet in je kelder te spelen, je speelt niet met je rug naar het publiek, je maakt er díé avond iets van, met dát publiek. Optreden is het liefste wat ik doe.»

HUMO Dat is je ook aan te zien op het podium: je stráált.

Vander linden «Het is natuurlijk cooler om te doen alsof je publiek shit is, dat ze blij mogen zijn dat jij je genialiteit aan hen wilt tonen. Zo van: wij bieden het aan, en jullie zullen het vreten. Zo zit ik niet in elkaar. De juiste houding is die van de zwarte muzikanten, van James Brown: je werkt met en voor de mensen, je blijft gáán, je smijt je. Dat wil ik niet nobeler voorstellen dan het is: je geeft om veel terug te krijgen. Het is: elkaar omarmen. En ja, op den duur wordt het bijna religieus. Je beleeft de mis, je viert de eucharistie. Celebrate! En dat doe je niet van bovenaf, maar samen. Met gespreide armen.»

HUMO Iedereen bij Humo mocht je graag. Je had geen vijanden.

Vander linden «Dat komt: ik ben een teamspeler. (Mijmerend) Als jonge gast had ik één droom: ik wilde Marc Didden worden. Didden was toen de enige geloofwaardige rockjournalist in Vlaanderen. En ik wilde de tweede zijn, om mijn dada’s – muziek en schrijven – in één job te kunnen verenigen. Ik speelde wat gitaar, maar een echte carrière leek totaal onmogelijk, absurd zelfs. Alsof je er als jongetje van droomt ooit doelman van Barcelona te worden. Naast Didden bewonderde ik Lester Bangs (legendarische muziekrecensent bij Rolling Stone, red.): die kon in één zin een nieuwe plaat maken of breken. De muziekjournalist die zélf een ster werd! Het heeft heel lang geduurd vooraleer ik besefte dat journalistiek niet echt mijn roeping was. Mijn ware natuur is niet de a priori negatieve instelling van de criticus die liever slaat dan zalft, maar wel de positieve houding van de man die mensen graag a good time bezorgt. Ik wilde niet vernietigen, ik wilde opbouwen.»


Bang pubertje

HUMO Opmerkelijk: in je Humo-tijd rookte je niet en hield je je ver van alcohol.

Vander linden «Omdat ik bang was de controle te verliezen, bang om de weg van mijn vader op te gaan. Mijn vader at en dronk flink en woog om en bij de 120 kilo. Hij is al twintig jaar zwaar op de sukkel met z’n gezondheid, voor een deel het gevolg van zijn levensstijl.

»Eigenlijk ben ik altijd een bang jongetje geweest. Ik las veel, was ongelooflijk nieuwsgierig en leergierig. Ik was een soort machine die alles in zich opnam, absorbeerde. Een echte spons, ja. Toen ik 15, 16 was, ging mijn muzikale belangstelling bijna uitsluitend uit naar akoestische blues uit de jaren 20 en 30. Op je 15de kun je vreselijk snobistisch zijn (glimlacht). Zo ben ik gitaar beginnen te spelen: Mississippi John Hurt, Robert Johnson. Beetje mysterieus vond ik dat. Ik luisterde op de radio naar ‘Losjes in de blues’, van Julien Put, met bluessongs over seks, drank, uitspattingen, vrouwen. Ik was gefascineerd en tegelijk bang. Een braaf, bang pubertje.

»In die tijd wilde ik boven alles geaccepteerd worden. Was bang om er niet bij te horen. Bang om tekort te schieten.»

'Serge Simonart vond mij een interessante slaaf. En dat wás ik ook'

HUMO In dat verband hoorde ik onlangs een merkwaardig verhaal over je studentenjaren. Je was toen bevriend met Serge Simonart, die in jouw jaar zat, en met Willem ‘Billy’ Wallyn (nu filmmaker, red.). Serge plaagde je veel en gebruikte je als zijn persoonlijke knechtje, en Billy Wallyn ging daartegen in en verdedigde je.

Vander linden «Dat klopt ten dele. Ik was goed bevriend met Serge, toen al een opmerkelijke, rare kerel. Maar ik was ook een beetje zijn factotum. Hij was twee jaar ouder, maar zat toch in mijn jaar. In de eerste licentie schreef Serge al voor Humo. Hij wás iemand. Je keek naar hem op. Nu wil het geval: ik had een auto, Serge niet. Dus bombardeerde hij mij tot zijn privéchauffeur om naar concerten te gaan en platenfirma’s te bezoeken. En ik vond dat opwindend! Ik stond ten dienste, ja. Dat doe ik nog altijd graag.

»Ook Billy Wallyn was toen een heer van stand, een geweldig charismatische, succesvolle gast, een echte punk en tegelijk de knapste student van zijn jaar. Wel, tussen die twee succesboys zat ik geprangd. Ik was bang en verlegen, maar wilde ook veel bijleren.

»Communicatiewetenschappen was een poepsimpele richting, we hadden amper twintig uur les per week. In de lege uren verzamelden Serge, Billy en de andere vedetten van het jaar in de cafetaria van de universiteit. Maar ik was in het begin zo verlegen dat ik daar niet binnen durfde. Dus kroop ik in mijn auto, in de parkeergarage, om er gitaar te zitten spelen. Zielig beeld, hè (glimlacht). Daar heb ik de echte basis van mijn gitaarspel gelegd. Maar goed, Serge gebruikte mij soms en speelde de baas. En als dat de spuigaten uitliep, greep Billy in. Dat was zowat de psychologie van onze driehoek. Serge vond mij een interessante slaaf. En dat wás ik toen ook. Ik heb nu eenmaal die natuur: graag mensen willen behagen.»

HUMO Wat was de kern van je onderdanigheid?

Vander linden «Serge en Billy zijn grote, lange kerels die veel succes hadden bij de vrouwen. En ik had géén succes. Mijn fysiek speelde zeker een rol: ik had geen lichaam om te domineren. Op de koop toe heeft het lang geduurd vooraleer ik aan de meisjes toe was. Voor m’n 16de kwam dat zelfs niet in me op.»

HUMO Laatbloeier?

Vander linden (knikt) «In alles. Een voorbeeld: pas rond mijn 50ste ben ik vader geworden, van twee mooie kinderen. Ik zit nu met verplichtingen die mijn leeftijdsgenoten twintig jaar terug hadden. Maar ook met andere dingen was ik laat: mijn eerste plaat maakte ik toen ik al 30 was. Ik kom traag op gang. Ik ben geen sportkar, ik ben een diesel. En daar ben ik blij om: stel dat het grote succes mij op m’n 18de was overkomen. Ik mag er niet aan denken. Ik zou het ook nooit zo lang hebben volgehouden.»


Hondstrouw

HUMO Ik herinner mij het gegrinnik op de redactie: ‘Vander linden wil een popster worden. Haha!’ Je hebt subliem wraak genomen.

Vander linden «In het begin was het begrip ‘wraak’ mij volkomen vreemd. Het is pas nu, terugkijkend, dat ik durf te denken: ‘Heren ex-collega’s, ik laat hier nu wel drieduizend man uit de bol gaan.’ En toch geniet ik nog altijd van de underdogpositie. Ik vind het bijvoorbeeld helemaal niet leuk om op een festival als top of the bill geprogrammeerd te staan. Mijn voorkeursplaats is: net onder die top. En dan, tijdens het optreden, de top wegblazen (grijnst). Dat ze ons achteraf zeggen: ‘Eigenlijk waren jullie veruit de besten.’ Ik hou van het woord ‘eigenlijk’. Soms zeggen mensen mij: ‘Eigenlijk ben jij best wel een goeie gitarist.’ Vind ik prima.»

»Mijn eerste muzikale aha-erlebnis was T.Rex: ‘20th Century Boy’. Ik was toen 11 jaar, had niet eens een eigen pick-up, moest mijn plaatje bij de buren gaan beluisteren. Dat nummer was spannend, mysterieus, sexy. Harde gitaren, punk avant la lettre. Ik voelde: hier wil ik bij horen. Omstreeks die tijd kreeg ik van iemand een stapel oude nummers van het tijdschrift Jukebox toegeschoven. Die heb ik, letterlijk, vanbuiten geleerd. Ik verslond die artikels, ik las ze tientallen keren opnieuw, het was religie voor mij. In mijn hoofd bouwde ik een fantastisch rock-’n-roll-leven op. Ik speelde folk en blues, was behoorlijk goed in fingerpicking. En ondertussen werd het mysterie van de rock alleen maar groter.

»Alles veranderde toen ik naar de universiteit trok. Op dag één ontmoette ik een gast die ik ooit vaagweg had gekend: Michel De Coster. Hij bleek in een postpunknewwavebandje te zitten. Wij zijn samen beginnen te spelen en uiteindelijk heb ik, vele jaren later, met Michel De Mens opgericht.»

'Michel De Coster en ik zijn zeer complementair, niet alleen muzikaal maar ook op menselijk vlak.'


HUMO Het lijkt wel het verhaal van Mick en Keith: absolute trouw, van de driewieler tot in het graf. Zegt dat iets over jou?

Vander linden «Zeer zeker. Ik ben hondstrouw. Loyaliteit is één van mijn sleutelwoorden. Niet eens als moreel maar vooral als praktisch concept. Het is gewoon tof om samen te werken met mensen die je door en door kent. De Mens drijft op loyaliteit: zelfs onze geluidstechnicus werkt al vanaf het begin voor ons.»

HUMO Beschrijf je kompaan Michel De Coster ’ns. In de week is hij supermanager, in het weekend hangt hij het podiumbeest uit bij De Mens. Merkwaardig dualisme.

Vander linden «Michel is alles wat ik niet ben, en ik ben alles wat hij niet is. Michel is een zeer mannelijke, wilskrachtige, assertieve, boven alles uit torenende, extreem sportieve gast. Ik heb veel aan hem te danken. En omgekeerd ook, hoop ik. Wij zijn zeer complementair, niet alleen muzikaal maar ook op menselijk vlak. Uit het respect voor onze verschillen halen wij onze kracht. Michel is een alfaman, een dóéner. Hij is manager bij grote bedrijven en tussendoor rijdt hij mountainbikewedstrijden, doet hij aan autosport, onderneemt hij van alles en nog wat. Voor Michel bestaat een dag uit 27 uur.»

HUMO Wat heb je van hem geleerd?

Vander linden «Doordrijven. Koppig volharden. Hij gaat door een muur. Dat is ook zijn kracht als manager: ‘Geef niet op, blijf gaan.’ Ik ben eerder het beschouwende type: het ventje dat braaf in een hoekje met een boekje zit. Maar net door wat ik van die boeken opsteek, wil ik ook wel ’ns proeven van het gevaarlijke, volle leven. Aan de ene kant ben ik een folkie, maar tegelijk neig ik naar punk. Misschien ben ik wel bipolair (lacht).»


Slavendrijver Mortier

Vander linden «Het jaar 1992 was een kantelmoment. Ik werkte vast bij Humo, als rockjournalist, ik wilde niet langer Marc Didden zijn, ik wás Marc Didden. Michel was enkele jaren voordien naar Parijs vertrokken, voor een topfunctie. Toen hij terugkwam, zei hij: ‘Wij maken samen een groep die ongezien en ongehoord is in België.’ Uit mezelf zou die brandende ambitie nooit zijn voortgekomen – daarvoor was ik te bang.»

HUMO Het was wel een enorme stap die je zette: niets garandeerde je enig succes.

Vander linden «Klopt. Het was een andere tijd, ik had geen enkel idee waar ik terecht zou komen. Toen kwamen die eerste nummers: ‘Dit is mijn huis’, ‘Irene’. Op demo klonken die al zeer overtuigend, ook voor de mensen van de platenfirma: ‘O! Wauw!’ Voordien had ik altijd Engelse songs geschreven. Maar echte nuances kon ik in het Engels niet kwijt. Gelukkig had ik een tweede liefde: die voor taal, míjn taal, het Nederlands. Toen kwam het eurekamoment: ik combineer simpelweg die twee liefdes. Er waren precedenten: Tröckener Kecks, The Scene, Gorki, Noordkaap. Toen heb ik in één week ‘Dit is mijn huis’, ‘Irene’ en ‘Jeroen Brouwers (schrijft een boek)’ bedacht. Het rolde eruit. Alsof ik een kleine deur in een grote muur had gevonden. Ik hoefde dat deurtje alleen maar open te trekken. De rest ging vanzelf. Vrijwel meteen na die week heb ik m’n job bij Humo opgezegd: ik vond het niet kunnen dat je én recensent én componist-tekstschrijver was.

»En hier komt Guy Mortier op de proppen: van hem heb ik boven alles geleerd hard te werken, mijn best te doen. Je kent zelf het verhaal: als je de hele nacht een fantastisch stuk had zitten uittikken, en je kwam dat trots op z’n bureau leggen, kreeg je als beloning te horen: ‘Er is nog een gat vooraan in de Humo. Kun jij nog snel twee stukjes maken?’ Zó leer je de stiel, natuurlijk. Je hebt een slavendrijver nodig.

»(Mijmerend) Ik ben niet eens zo lang journalist geweest, een jaar of vijf, schat ik. Eigenlijk was het een teleurstelling. Journalistiek leek mij een sleutel tot het spannende leven. Fout! Een halfuur op een Londense hotelkamer met Nick Cave praten is wel leuk, maar daar houdt het ook op.»

HUMO Met alle respect: je was een behoorlijke journalist, maar geen top. In wat je nu doet, ben je veel beter.

Vander linden «Ik spreek je niet tegen. Herinner je je dit verhaal: Guy stuurde mij naar Los Angeles, voor drie kwartier met Tina Turner. Toen ik terugkwam, vroeg jij mij, handenwrijvend: ‘Je hebt haar toch gevraagd naar hoe Ike haar geregeld in elkaar sloeg?’ Ik was verontwaardigd: met Tina Turner praat je niet over haar gewelddadige man, maar uitsluitend over muziek! Helemaal fout, natuurlijk. Mijn roofdiergehalte was niet groot genoeg. Serge liep toen rond met een lijstje van mensen die hij per se wilde interviewen: David Bowie, Prince, Lou Reed. Ik had zo geen lijstje. Het deed me wel iets om tegenover Black Francis van de Pixies te zitten, één van mijn muzikale helden. Maar ik was al blij als ik zonder kleerscheuren uit zo’n interview kwam. Je hebt dus gelijk: ik vond mezelf ook geen goeie journalist. Misschien wel een goeie schrijver.»

HUMO Besefte je snel: ik moet hieruit? Dit is niet mijn ding?

Vander linden «Ik durfde dat besef niet toe te laten: het was mijn broodwinning, mijn job. Humo was toen nog een echte burcht. Overal waar je verscheen, werd je op een mengeling van bewondering en afgunst onthaald. Voor Humo schrijven, dat was de top. Met Guy Mortier als Darth Vader: geniaal, uitermate creatief en paranoïde tegelijk. John Cleese heeft het er in één van z’n boeken over dat ‘het DNA van een bedrijf meestal overeenstemt met dat van z’n leider’. Voor Humo klopte dat zeker.

»Nog ééntje over Mortier, om het af te leren: de grootste kracht van Guy was dat hij méér uit je haalde dan je zelf besefte. En ik had dat nodig. Ik heb enorm veel van Guy geleerd: concentratie, taalgevoel, discipline, focus, energie, hard werken. Opvallend: al die Guy Mortier-kwaliteiten zitten ook in rock-’n-roll. De drang om alle ballast te verwijderen. Het schrappen. De essentie.»


Dankbaarheid

HUMO Opmerkelijk: zelfs in je Humo-tijd raakte je moeilijk aan een knap lief. Dat is als rockster al lang niet meer het geval: je madam (Kat Steppe, succesvol regisseur, red.) mag er wezen.

Vander linden «Op het moment dat ik muzikant werd, gingen plotseling alle deurtjes open. Kijk, door op dat podium te staan, win je aan zelfverzekerdheid. En dat straal je uit. Ik werd opeens wie ik al die tijd had moeten zijn. Het heeft lang geduurd voor ik kon aanvaarden dat ik iets voor een vrouw kon betekenen. Toen ik 15 was, zat ik op een jeugdkamp. Ik had m’n gitaar mee en speelde bij het kampvuur ‘Streets of London’ van Ralph McTell. Plotseling kwam er een mooi meisje naast me zitten, ze leunde tegen me aan. Ik verstarde, wist mij geen houding te geven. Ik kon niet begrijpen dat die leuke meid iets in me zag. (Zucht) Ik leed in stilte. Hopeloze verliefdheden op vrouwen van wie ik zeker wist dat ik ze niet kon krijgen. Ik durfde niet. (Kijkt mij strak aan) En nu dus wél. In mijn leven is er een avant en een après: voor en na de grote beslissing om fulltime muzikant te worden.»

'Ik ben alles wat een rockster níét is. En toch is het mij gelukt'

HUMO Wat zijn de levenslessen die je uit dit verhaal puurt?

Vander linden «Eén: neem je tijd. Twee: niemand zal je komen kussen. Waarmee ik bedoel: je moet het zelf doen. Wachten tot iemand ‘je grote genie’ ontdekt, heeft geen zin: dan zal je blijven wachten. Ze komen het je niet aanbieden. Drie: maak van je nadelen je voordelen. Eigenlijk ben ik alles wat een rockster níét is. En toch is het mij gelukt.»

HUMO Was je vroeger minder gelukkig?

Vander linden «Ik kon best wel gelukkig zijn, maar het was allemaal verstild, ik beleefde het in mezelf, in m’n eentje. Nu deel ik mijn geluk met anderen, en dat is gewéldig. Geluk betekende vroeger voor mij: m’n to-dolijstje netjes afgewerkt hebben. Ik was een lijstjesfreak, toen. Ik was ook geobsedeerd bezig met cassettes maken met mijn favoriete nummers erop, die ik aan Jan en alleman cadeau deed. Ordening aanbrengen, schema’s en notities maken, dat was mijn leven. Maar dat heb ik mettertijd leren loslaten. Weg van de to-dolijst. Laat het maar gebeuren.

»De meeste liedjes schrijf ik in mijn hoofd, niet op papier. Het komt spontaan: vaak muziek en tekst samen. En ik schrijf niet omdat ik iets te zeggen heb, ik schrijf om te weten te komen wat ik te zeggen heb. Ik zit er soms lang aan te prutsen, maar ik denk nooit na over Wat Het Allemaal Betekent. De betekenis komt achteraf.»

HUMO Je teksten zijn altijd ad rem, zeer catchy, bovengemiddeld intelligent. Ze zijn nooit voor de hand liggend, altijd origineel.

Vander linden «Nou, dank je wel. Maar songteksten kunnen nooit overleven zonder de bijbehorende melodie. Een tekst kan een goede melodie zelfs verknoeien. Een liedje moet kloppen. Soms is het puzzelen, soms komt het vanzelf. Alleen: ik heb er tijd voor nodig. Het domste wat je kunt doen, is een nummer te snel als ‘af’ beschouwen.

»Ik hoor vaak: ‘Jij bent zo productief.’ Maar dat is onzin. Voeg al m’n nummers bij elkaar en wat hou je over: honderd pagina’s tekst, hooguit.»

HUMO Word je het nooit beu? Het is toch een wel erg repetitieve job?

Vander linden «Omdat we niet naar Japan of Australië trekken? (grijns) Met de hand op het hart: ik speel nooit op routine, optreden verveelt mij nooit. Dat plezier put je uit het besef dat dit fantastische leven ooit zal ophouden. Als je 25 bent, en je draait al vijf jaar met succes mee, ga je dat normaal vinden. Op je 35ste vind je het al niet meer evident. En op je 50ste krijg je iets over je van: ‘Ik mág hier optreden.’ Dankbaarheid, ja. Eigenlijk is het een jazz-attitude: ‘Ik blaas hier de longen uit m’n lijf. Voor jullie!’ Met die mentaliteit zal je je als artiest nooit vervelen, zelfs al sta je voor de derde keer in het cc van Genoelselderen.»

HUMO Zie je jezelf oud worden in deze stiel?

Vander linden «Dat ben ik al (lacht). Ik besef dat ik het met De Mens wellicht geen dertig jaar meer uitzing, daarvoor is het fysiek te belastend. Maar als soloperformer blijf ik spelen tot ik erbij neerval.»

HUMO Je bent een zeer bescheiden mens. Met bescheiden verlangens en doelen.

Vander linden (knikt) «Beperking en bescheidenheid zijn de sleutels tot geluk. Sprak hij gewichtig (glimlacht). Je moet beseffen dat de mens no big deal is, en jij niet meer dan een stofje in de kosmos. Ik woon dicht bij Brussel. Als ik 20 kilometer naar het zuiden rijd, kent níémand mij. Niemand kent één noot of één woord van m’n liedjes. Dat maakt een mens nederig. Beroemdheid is zo relatief.»

HUMO Wat blijft er van jou over? Welk liedje?

Vander linden «Vaak blijft er iets van je over dat je niet had verwacht. Veel mensen zullen zeggen: ‘Irene’. Ik hou niet van de manier waarop we dat nummer opgenomen hebben. Maar zo’n liedje gaat een eigen leven leiden: het is niet meer van jou, het is gemeenschappelijk bezit. En dat heeft wel iets.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234