Het Lieve Leven: Kristien Hemmerechts

Kristien Hemmerechts begroet mij met haar zo karakteristieke, klaterende lach. Ze woont nog altijd in het grote huis dat ze vele jaren met mijn voormalige Humo-collega Herman de Coninck deelde.

Later, weer thuis, op het internet, leer ik de voordelen ervan:

– Een lijkwade bedekt het lichaam, maar laat de gestalte zichtbaar.

– Een lijkwade nodigt uit tot aanraken en is hygiënisch verantwoord.

– Een lijkwade past altijd, ook al is er fysiek veel veranderd.

– Een lijkwade is natuurvriendelijk en milieubewust.

– Met een lijkwade blijft het gevoel van intimiteit en nabijheid bestaan.

Ja, zo’n lijkwade wil ik ook, straks.

Ik ben gekomen om met la Hemmerechts over haar Lieve Leven te praten. Maar, ‘geheel toevallig’, heeft ze net nu een nieuwe roman uit, ‘Alles verandert’, en daar dient ook over gepraat. Werktuigelijk speur ik het interieur verder af, op zoek naar de collectie dildo’s waarvan sprake in dat nieuwe boek. Iris, het hoofdpersonage van ‘Alles verandert’, is verslaafd aan de gouden vinger. Dildo’s en vibrators, zo blijkt nadien uit een snelle rondvraag bij mijn collega’s, worden door de moderne vrouw zéér gegeerd. Spaart een lastige vent uit. In een flits zie ik de toekomst: een matriarchaat waar jongetjes vlak na hun geboorte een rekkie om hun klootjes krijgen en op rijpe leeftijd veranderen in nuttige, hardwerkende ossen, extreem onderdanig en zonder enig verlangen naar de vervelende geslachtsdaad. De neopuriteinse vrouwen regeren: in de ene hand de dildo, in de andere de prikstok. Ik zal er ’ns een sf-verhaal over schrijven. Alhoewel: de toekomst is al onder ons, zeg dat ik het gezegd heb.

HUMO Een legendarische vader (Karel Hemmerechts was ooit chef nieuws bij de BRT, later VRT), een zeer dynamische moeder: dat lijkt mij een ideale kweekvijver.

Kristien Hemmerechts «De Hemmerechtsen waren van oudsher boeren, uit de streek van Grimbergen. De voorvaderlijke boerderij werd in de vroege jaren 50 onteigend om er afrit 7 van de Grote Ring rond Brussel aan te leggen. Grootmoeder van vaderskant, dat was arm Vlaanderen: keuterboertjes die ook wat café hielden. Een zus van grootmoeder ging dienen in de stad, trouwde met een Brusselaar en begon plotseling Frans te spreken. Nonkel Pie, een broer van m’n vader, werkte op het paleis in Laken. Mijn overgrootmoeder, Dikke Meter, zat altijd op een stoel in het midden van de leefkamer, in haar hand een stok waarmee ze flinke meppen kon uitdelen.

»Het verhaal gaat dat Jules Hemmerechts, mijn grootvader, een slimme mens was. Hij had, zeer vroeg al, ingezien dat met witloof veel geld te verdienen viel. Met kar en paard trok hij naar de vroegmarkt in Brussel om er zijn oogst te verkopen. Zo sloop er toch een beetje welstand de familie binnen.

»De Hemmerechtsen spraken uiteraard hun dialect. Maar mijn vader besloot op z’n 15de plots Algemeen Beschaafd Nederlands te gaan praten. Ook met z’n eigen ouders (lacht). Hij sprak overdreven keurig en geaffecteerd, met een Hollandse g die hij liet klinken als een ch – zeer onnatuurlijk. Hij was dol op klassieke muziek: z’n hele leven draaide rond Bach, Beethoven, Mozart. Ook op z’n 15de verving hij de familieportretten in de woonkamer door die van z’n geliefde klassieke meesters.»

'Ik ben iemand met veel zelfvertrouwen. En de kern daarvan ligt in de band met m'n vader. Graag gezien zijn is de sleutel van alles'

HUMO Je vader was verslingerd aan z’n dochter: ‘Gij gaat u toch niet als fokdier laten gebruiken door die Steve?’ zei hij je ooit, doelend op je man.

Hemmerechts «Ik was de lieveling van m’n vader, dat klopt. En ik heb na zijn dood z’n trouwring geërfd. Maar verslingerd? Dat woord insinueert iets wat niet aan de orde was. We hielden erg veel van elkaar, maar toch was m’n vader eerder afwezig: als hij niet voor de BRT werkte, was hij in de weer voor het cultureel centrum van Strombeek. Het huishouden werd van a tot z door moeder bestuurd. In mijn pubertijd heb ik een tijdje niet met m’n vader gesproken. Maar de sterke band bleef: als hij mij zag, zei hij: ‘Ha, ons Kristientje! Ons Kiki! Ons Aki!’ Ik had veel koosnaampjes (lacht). Op het einde van z’n leven heb ik hem mee verzorgd: meteen was die verbondenheid er weer, zeer harmonisch, zeer innig. Diepe gesprekken voerden wij niet, mijn aanwezigheid was voldoende. Als hij me zag, begon hij te stralen. Een ongelooflijk cadeau.

»Ik ben iemand met veel zelfvertrouwen. En de kern daarvan ligt dáár, in de band met m’n vader. Graag gezien zijn is de sleutel van alles. Herman (de Coninck, red.) zei later van mij: ‘Jij hebt nogal lef!’ En ja, het klopt, ik héb veel lef. Dankzij de basic trust die m’n vader mij gaf. We maakten samen urenlange wandelingen. Ik was daarin onvermoeibaar en dat vond hij fantastisch. Als we in Spanje waren, gingen wij samen zwemmen.»

HUMO Het verhaal gaat dat je vader niets liever deed dan bij het zwembad, in zwembroek, op z’n hoofd te gaan staan en dat zeer lang vol te houden.

Hemmerechts «Ja, waarom deed hij dat? Er zat zeker ijdelheid bij, alhoewel hij niet het lichaam van een adonis had. Hij kon dat op z’n hoofd staan zeer lang volhouden: een halfuur of meer (lacht). Als een soort yogaoefening. Hij had zo z’n eigenaardigheden. Ik heb er mijn vader altijd van verdacht dat hij zich wegstopte, zoals zovelen van zijn generatie: achter z’n krant, bij z’n radiootje, achter z’n schild, kortom. En ik vroeg mij af: zit er iets achter dat schild? Of zit er helemaal niks? Wij zijn de eerste generatie die de taal ter beschikking kreeg om over jezelf te praten en na te denken. De generatie van mijn vader had dat níét. Met je kind praten: dat deed je niet. Hij floot ook vaak. Dat ik dacht: zolang hij op z’n hoofd staat of aan het fluiten is, hoeft hij niet te communiceren.»

HUMO Was hij streng?

Hemmerechts «Op de BRT was hij bijzonder autoritair. Maar thuis trok hij zich terug. Hij had het ontzettend moeilijk met de erfenis van mei ’68, de ontvoogding, de studentenrevolte, de opkomst van de zoveel lossere jongerencultuur. Hij was ontzettend gezagsgetrouw, op het belachelijke af. Naar de paus en de koning keek je op, daar sprak je met eerbied over. Als chef nieuws kreeg hij te maken met de eerste lichting mondige journalisten: Dirk Tieleman, Walter Zinzen, William Van Laeken – intelligente, felle jongens. Hij bewonderde die gasten, maar zat gekneld tussen hen en z’n eigen, zeer autoritaire baas Paul Vandenbussche. Voortdurend, ook ’s nachts, kwamen er thuis boze telefoons van Vandenbussche.»

HUMO Was je vader, net als Vandenbussche, een hevige anticommunist?

Hemmerechts «Zonder enige twijfel. Maar dat kun je hem niet kwalijk nemen, vind ik. Hij was uitgesproken pro Amerika. En hij had een partijkaart van de CVP. Net in die periode waren wij thuis aan het puberen en het gezag aan het contesteren. Ik herinner mij dat, als er aan tafel weer eens hevig over politiek werd gediscussieerd, hij boos z’n bord wegduwde en mokkend naar z’n werkkamer trok.»

HUMO Was hij fout in de oorlog?

Hemmerechts «Nee, nee, daarvoor was hij te jong. Maar ik vond het wel vreemd dat hij meteen na de oorlog Germaanse was gaan studeren. Hij sprak beter Duits dan de Duitsers (lacht). Ik heb het hem ooit op de man af gevraagd: ‘Waarom ging je Duits studeren na vier jaar Duitse bezetting?’ Hij ging er niet op in. Meer dan ‘Ik ben altijd een brave hendrik geweest’ kwam er niet uit. Mijn talenknobbel heb ik zeker van hem: hij sprak vloeiend Duits, Frans, Italiaans en Engels.

»Fysiek lijk ik op m’n vader, maar mijn karakter heb ik van mijn moeder. Mijn vader was intelligent, maar niet creatief. Ik ben eerder kritisch en eigengereid. Als ik porno wil tonen op de VPRO (in ‘Zomergasten’, red.), dan dóé ik dat. Ach, mijn vader was, zoals zovelen, een product van zijn tijd en van de toenmalige BRT-ambtenarij.»

HUMO In zijn lijstje met ‘de hoogtepunten in mijn leven’ prijkte op drie: ‘Publicatie debuutroman van Kristien’. Hij was zeer trots op jou.

Hemmerechts «Twee dingen vond hij verschrikkelijk: dat ik ging scheiden, en dat ik voor het NWT (Nieuw Wereld Tijdschrift, mee gesticht door Herman de Coninck, red.) bloot had geposeerd. Terwijl hij zelf niets liever deed dan in Frankrijk met de familie de naaktstrandjes op te zoeken. Mijn moeder deed niet mee aan dat naaktlopen, de kinderen wel. Toen ik wat bekender werd, ben ik ermee opgehouden, maar ik ben naakt doodnormaal blijven vinden.»


In hetzelfde schuitje

HUMO Je hebt vier serieuze relaties achter de rug: met Steve, de vader van je eerste kinderen, vervolgens met iemand die je ‘mijn overgangsman’ noemt, toen kwam de grote liefde met Herman de Coninck, en vandaag de dag is er Bart Castelein. Wat hebben die mannen je geleerd?

Hemmerechts «Ooit heeft iemand me gezegd: ‘Life is a solitary business.’ Daar ben ik het mee eens. Ik geloof niet zo in die ene, alles overweldigende relatie waarin je bij wijze van spreken één vlees en één geest wordt.»

'Hoe kun je in godsnaam verwachten door het leven te gaan zónder klappen, blutsen en builen? Dat is net de essentie'

HUMO Dat is een droevige vaststelling.

Hemmerechts «Ja. Maar zodra je het accepteert, houdt het op droevig te zijn. Banden en relaties zijn belangrijk. Maar uiteindelijk kom je altijd weer bij jezelf uit. Als je diep in de shit zit, ben je alleen. Ook echte euforie kun je niet delen. Je partner kan je helpen en ondersteunen. Maar uiteindelijk zal je het zelf moeten doen. Ultimately, in the end, staat de mens alleen. Iedere therapeut zal het je vertellen: een verslaving – aan drugs, alcohol of whatever – moet je zélf overwinnen. Als je, zoals ik, eerst twee baby’s aan wiegendood verliest, en jaren later je man, dan sta je daar, alleen.

»Eenzaamheid is een vreselijke vloek, dat weet ik. Maar die eenzaamheid kun je onmogelijk wegwerken binnen een relatie met één persoon. Nee, daarvoor is verbondenheid met de wereld nodig. Denk ik toch.

»Eigenlijk zit je opgesloten in je eigen ervaringspatroon. Kijk, wij gaan allemaal dood: we zitten met z’n allen in hetzelfde schuitje. Soms heb ik zin om op iemand toe te stappen: ‘Hallo! Ook jíj gaat dood, hoor.’ Ik vind: in elk leven is er shit. Als iemand mij vertelt, in tranen, dat z’n grote liefde hem heeft gedumpt, dan denk ik: ‘Join the club!’ Hoe kun je in godsnaam verwachten door het leven te gaan zónder klappen, blutsen en builen? Dat is net de essentie, met erbovenop enkele zeldzame momenten van zoet geluk en grote euforie.»

HUMO Herman de Coninck en jij waren indertijd hét oogverblindende schrijverskoppel.

Hemmerechts «Wij hadden een heel sterke band. En we praatten ontzettend veel met elkaar: over politiek, over maatschappelijke problemen, over literatuur. Wij deelden veel interesses waarvan we graag wilden weten hoe de ander erover dacht. We triggerden en inspireerden elkaar. En plotseling viel dat weg. Plotseling zat ik alleen aan tafel. Het was verschrikkelijk: mijn intellectuele maatje was er niet meer. We hadden zo veel gemeen: we kwamen allebei uit een echtscheiding, we waren allebei met de dood geconfronteerd. Herman had z’n eerste vrouw in een auto-ongeval verloren, ik m’n baby’s. Dat schept een sterke band. Herman had een merkwaardige manier van leven: hij schreef ’s nachts, trok dan vaak nog ’ns naar het café, dronk te veel. Terwijl ik een ochtendtype ben, graag vroeg uit bed klim en meteen aan het werk schiet. Niet erg relatiebevorderend, hè?»

HUMO Ik heb Herman ooit hier, in dit huis, geïnterviewd. We hadden om drie uur na de middag afgesproken. Na vele keren bellen kwam hij openmaken, nog in z’n kamerjas.

Hemmerechts (glimlacht) «Dat was Herman ten voeten uit. Ik heb meer discipline, heb dat fysiek ook nodig: vaste uren, op tijd m’n taken afwerken. Ik ging niet mee in het ritme van Herman, kon dat ook niet. Hij vond het duidelijk jammer dat ik per se míjn leven wilde blijven leiden. Ik ben een onafhankelijk iemand, net als mijn moeder. Achter mijn overlevingsinstinct schuilt een zekere hardheid, dat besef ik goed.»

'Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik Herman niet helemaal kon hebben, kon claimen. En dat was wederzijds'

HUMO Herman was een weemoedig mens. Op jonge leeftijd was hij al met de dood bezig. Kon jij daarin meegaan?

Hemmerechts «Nee. Ik ben een doe-mens. Herman vond net die ondernemende kant van mij prettig. Ik nodigde mensen uit, boekte reizen, organiseerde etentjes: dat had hij graag. Maar er zélf aan beginnen, wilde hij niet: die dingen besteedde hij liever uit. Aan mij (lacht). Al die jonge vrienden van mij, dat vond hij fantastisch. Herman had… iets passiefs, wat jij dan weemoed noemt. Hij liet zich de dingen aanleunen, was geen vechter, zoals ik. (Mijmerend) Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik Herman niet helemaal kon hebben, kon claimen. En dat was wederzijds. Ik geloof er ook niet in. Dat hele discours van ‘je helemaal in iemand verliezen’ en ‘één worden’? Daar pas ik voor. Beide partners moeten stevig staan, verankerd, geworteld. Liever geen totale, emotionele afhankelijkheid. Ga naar de film ‘Amy’ over Amy Winehouse kijken, daar zie je waar dat allemaal toe kan leiden.»

'Ik heb het gevoel dat ik nog altijd van hem aan het leren ben. Hij dwaalt hier nog altijd rond' over haar grote liefde Herman de Coninck

HUMO Wat heb je van Herman geleerd?

Hemmerechts «Véél (lacht). Ik heb het gevoel dat ik nog altijd van hem aan het leren ben. Zijn kinderen, en de kleinkinderen die hij nooit heeft gekend, komen hier nog vaak aan huis. Voor Herman was familie erg belangrijk. Als we met het hele gezin op vakantie gingen, glunderde hij. Die familieband ben ik later, als het ware in zíjn naam, in stand blijven houden.

»En dan was er het schrijven, natuurlijk. Wij lazen elkaars work in progress, altijd vanuit een kritische geest en een gezonde koppigheid. Hij leerde mij oog te hebben voor wat werkt en wat niet werkt. Oog te hebben voor een sterk beeld. Hij leerde mij de werkelijkheid zien. Ik woon in zíjn huis. Hij dwaalt hier nog altijd rond (glimlacht). Het is hier net geen museum. Dat is dan weer mijn trouwe kant: eigenlijk heb ik de band met Herman nog altijd niet doorgeknipt.»

HUMO Herman leefde zelfdestructief. Ik denk nu aan de drie, vier Duvels die hij zich naar eigen zeggen iedere nacht met plezier inschonk. Had je niet moeten ingrijpen?

Hemmerechts «Een trage zelfmoord was het niet: hij wilde niet dood, was er net bang voor. Maar hij hield van de roes: ’s nachts, met alcohol, sigaretten, z’n poëzie en klassieke muziek. Voor hem was gelukkig zijn iets wat hij in z’n eentje beleefde. Soms stond ik om drie uur in de ochtend op. Chopin speelde, of Schubert, er hing een rookwalm, en Herman zweefde als het ware door de kamer, zeer gelukkig. Hij was niet dronken, nee, hij zat in een trance. Ik zei: ‘Kom nu toch slapen.’ En hij: ‘Ja, ja, ik kom zo meteen.’ Maar hij kwam níét. Doodjammer. Weet je, hij had zo’n gevoel van: ‘Wat moet ik nu nog schrijven? Ik héb alles al geschreven.’»

'Wellicht heb ik een vrij prozaïsche invulling van het begrip liefde. Misschien is het niet meer dan: je bij elkaar op je gemak voelen'

HUMO Na Herman kwam Bart in je leven, door jou liefkozend ‘Casteleintje’ genoemd.

Hemmerechts «Oktober 1999, dat was de start (glimlacht). Het is mijn langste relatie – een latrelatie. Bart woont tussen Ieper en Diksmuide en verzorgt daar arrangementen voor ecotoeristen. Hij is zeker niet de man die ik bel voor ieder probleempje dat ik tegenkom. Een merkwaardige verhouding, ja. Maar ze blijft duren. Ik vind die onafhankelijkheid prima.»

HUMO Jullie verhouding was, zo schrijf je in ‘Een jaar als (g)een ander’, in het begin zéér fysiek: het grote neuken.

Hemmerechts (verontwaardigd) «Zég! Maar het klopt. Twee lichamen die zich goed voelen bij elkaar, dat is toch prachtig? Fysieke voor- of afkeur is een vreemd beestje. Waarom voel je je bij iemand op je gemak en kun je verdragen dat hij je aanraakt? En waarom knap je op een ander af? Waarschijnlijk is het pure biochemie. Bart en ik trekken er ieder jaar drie weken op uit, met de tandem. Dan leef je echt op elkaars lip. En dat staat nooit tegen. Bart is niet de meest romantische mens, maar: bij hem voel ik mij op m’n gemak. Het klikt, zo simpel is het. Wellicht heb ik een vrij prozaïsche invulling van het begrip liefde. Misschien is het niet meer dan dát: je bij elkaar op je gemak voelen.»


De gouden vinger

HUMO Over naar je nieuwe boek. ‘Alles verandert’ is lekker om te lezen: flitsend geschreven, goeie dialogen, professioneel opgebouwd. En zeer sexy. Ik heb het voor de aardigheid eens geturfd: het woord ‘dildo’ komt er vijftig keer in voor. Is Kristien H. bekeerd tot de gouden vinger?

Hemmerechts «Ik moet je zwaar ontgoochelen: ’t is geen eigen ervaring. Maar ik ken wel iemand die een collectie etnische dildo’s heeft, waarvan sommige rechtstreeks uit het regenwoud komen.»

HUMO De dildo die jouw heldin bij voorkeur gebruikt, is er één van Muranoglas.

Hemmerechts «Ik heb het gegoogeld: een glazen dildo bestáát. De oude Romeinen maakten hun dildo’s dan weer uit leer. Eigenlijk heb ik mijn boek gespiegeld aan ‘In ongenade’ van John Coetzee. Hij beschrijft hoe een man iedere week naar dezelfde prostituee trekt. Dus laat ik mijn personage geregeld, ‘als ze het nodig heeft’, naar dokter Wouters gaan, een gynaecoloog, die haar ‘geneest’ met een dildo. Dat idee heb ik dan weer van de freudiaanse school: zij hadden vastgesteld dat hysterische vrouwen goed konden worden behandeld met een dildo. Later werd dat een vibrator. Heel bizar. Ik moest eens langs bij de gynaecoloog, voor een echografie van de baarmoeder. Die plofte een lange stok bij mij naar binnen. In mijn schrijversgeest slaat dan de fantasie op hol. Zo is die scène ontstaan.»

HUMO Je hebt het nu over het fenomeen van la mal baisée: een vrouw die lange tijd niet gesoigneerd is, wordt mettertijd hysterisch. Maar na een flinke beurt, desnoods met de dildo, wordt ze weer rustig?

Hemmerechts «Dat was het idee (lacht). Iris is très mal baisée. Of juister: elle n’est plus baisée du tout. Maar zou een man die enige tijd niet van bil is gegaan, óók niet onrustig worden?»

HUMO Ja, maar wij trekken er dan wel niet voor naar dokter Wouters.

Hemmerechts «Jullie lopen dan naar de hoeren (hilariteit). Feit is: een zekere mate van seksuele activiteit draagt bij tot mentale, emotionele en fysieke gezondheid. Het is allemaal biologie. Ik snap ook de mensen niet die zo moeilijk doen over seks. Er bestáán aseksuele mensen, maar voor de meerderheid van ons is af en toe eens goed klaarkomen belangrijk. Ik zou er een groot voorstander van zijn dat je in cleane en gecontroleerde omstandigheden ergens om de hoek een orgasme kunt gaan halen. Of kopen. Een massage met een happy end? De mannen bij een Thaise masseuse? De vrouwen bij dokter Wouters? Waarom niet?»

HUMO Uiteindelijk wordt Iris door drie Afrikaanse vrouwen verkracht. Mét een dildo. Welke vreemde schrijverskronkels hebben je daarheen geleid?

Hemmerechts «Remember: ik spiegel Coetzee. Bij hem wordt de dochter door drie jonge mannen verkracht. Dus dacht ik… (lacht) Het is een uit de hand gelopen wraakoefening. Ze beginnen met Iris te rotzooien, en van het één komt het ander. Het zou kunnen. Waarom niet? Als je een krant openslaat, stoot je op waargebeurde verhalen die in een roman onwaarschijnlijk zouden lijken.»

HUMO Jouw Iris doceert TransSexLit. Leg dat, als docente literatuur aan de KU Leuven eens uit?

Hemmerechts «TransSexLit staat voor een onderzoek naar de impact van gender in literatuur. En nee, ik heb dat heus niet écht gedoceerd. Maar het zou best leuk kunnen zijn. Vorig jaar liet ik mijn studenten negen romans lezen. In bijna elke roman zat een vrouw die door een man verkracht, misbruikt of geslagen wordt. De studenten vonden dat blijkbaar normaal, niemand zei: ‘Hé, wat is hier aan de hand?’ Toen dacht ik: ‘Stel dat we de genderrollen omkeren. Zou je het dan nóg normaal vinden?’ Neem ‘Lolita’ van Nabokov: een 12-jarig meisje wordt door hoofdpersoon Humbert Humbert geschaakt, zeer tot zijn vleselijke genoegens. Het omgekeerde – een vrouw van middelbare leeftijd schaakt een jongetje van 12, is potsierlijk en ongeloofwaardig. Dat zegt veel over hoe onze maatschappij in elkaar zit. Ik heb altijd veel interesse gehad in gender: wat betekent het een man of vrouw te zijn? In reclame, in film, in theater, in literatuur? Door de rollen om te keren maak je de impact van gender duidelijk zichtbaar. Lees ‘Madame Bovary’ van Gustave Flaubert. Een getrouwde doktersvrouw gaat op zoek naar overspelige seks. Doet een man dat, dan is het business as usual. Maar die arme Emma Bovary wordt als een monster voorgesteld, een tegennatuurlijk wezen. Ik wil niets aanklagen, hoor. Ik wil het alleen zichtbaar maken.»

HUMO Terug naar ‘Alles verandert’. Je zet Iris neer als een monster van bedilzucht en egoïsme. Je kunt als lezer moeilijk sympathie voor haar opbrengen – wat tussen haakjes niet noodzakelijk is voor een goed verhaal.

Hemmerechts «Ik vind Iris vooral zeer menselijk. Hoeveel echt sympathieke mensen lopen er rond? Als ik schrijf, spiegel ik mij aan de werkelijkheid.»

HUMO Iris, net als jij een docente literatuur, verleidt één van haar studentes en laat haar lamentabele scriptie passeren in ruil voor seks. Puur machtsmisbruik. Gender heeft er niets mee te maken.

Hemmerechts «Maar Iris betaalt wel een hoge prijs: ze raakt nadien alles kwijt. En haar slachtoffer, de jonge en mooie Agnieszka, bezondigt zich ook aan dubbelhartigheid. Die twee, Iris en Agnieszka, doen aan wederzijdse manipulatie. Ze gebruiken elkaar. Maar is Iris een vreselijker mens dan de verleider van Lolita? Nee, toch?»


Tel je zegeningen

HUMO Terug naar je Lieve Leven. Je bent herhaaldelijk met de dood geconfronteerd. Wat heeft jou tot overlever gemaakt?

Hemmerechts «Eén van m’n boeken heet ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan’. Het was de neerslag van mijn existentiële crisissen (glimlacht). En ja, toen werd ik inderdaad door zelfmoordgedachten geplaagd. Dat boek heeft mij een banale, maar belangrijke waarheid doen inzien: ‘Kristien, je hebt te weinig aandacht voor je zegeningen. Voor de goede dingen in het leven.’»

HUMO Count your blessings?

Hemmerechts (knikt) «Veel mensen zien wat fout gaat, ze zien dat de fles halfleeg is. Maar de fles is halfvol! Tel je zegeningen, ja. Maar ook: Cut your losses. En: leg niet op alle slakken zout.

»Ik heb ook geleerd mijn verwachtingen ten aanzien van andere mensen bij te stellen. Te hoge verwachtingen leiden onvermijdelijk tot ontgoochelingen. Als je ziet wat mensen in relaties allemaal van elkaar verwachten! Die ander is ook maar een mens, met hier en daar een hoekje af. Net zoals er bij jezelf hier en daar een hoekje af is. Die inzichten waren voor mij ongelooflijk bevrijdend. Herman heeft er vaak over geschreven: wees dankbaar voor wat het leven je schenkt. Op papier wist hij het (glimlacht).»

'Heb een passie in je leven. Desnoods verzamel je postzegels'

HUMO Heeft niet vooral het schrijven je uit je existentiële crisis gehaald?

Hemmerechts «Ik ben een schrijver in hart en nieren. Ik functioneer als een schrijver, denk en communiceer als een schrijver. (Mijmerend) Het begin van geluk is zelfkennis. Jezelf aanvaarden. Ook het schrijverschap heeft z’n prijs. Er kruipt zo veel tijd en energie in dat je er andere dingen voor moet laten. De mensen willen niet weten hoeveel uren er in een relatief kort boek als ‘Alles verandert’ kruipen.

»Zelfkennis heb je niet als je 25 bent. Maar op onze gezegende leeftijd krijg je die, hoop ik toch, wél. Ook wijsheid is belangrijk: wat pak ik aan en wat niet? Waar trek ik mijn grenzen? Ik had het daarnet over die fantastische Amy-documentaire. Daarin komt ook de oude crooner Tony Benett aan het woord. Zijn levensles luidt: ‘Life teaches you how to live it – if you live long enough.’ Wel, daar sluit ik mij graag bij aan. (Denkt na) Ook het lesgeven heeft mij veel geleerd: hoe mensen in elkaar zitten, bijvoorbeeld.

»Een raad die ik vaak geef aan mensen die het moeilijk hebben: als je dreigt te verdrinken, probeer dan het hoofd boven water te houden door te blijven werken. Blijf bezig! De schrijfster Jenny Diski, die met zware depressies kampte, formuleerde het zo: ‘Ook een slechte dag duurt maar vierentwintig uur.’ Hou je dus maar beter aan je routine. Het wordt vanzelf wel beter. Vaak heb ik, in m’n zwartste periode, gedacht: ‘Ze mogen mij alles afnemen, maar van m’n schrijverschap blijven ze af.’ Herman had z’n poëzie, Bart heeft z’n boot: we hebben allemaal wel iets dat ons leven zin geeft. Dus: heb een passie in je leven. Desnoods verzamel je postzegels. En koester die passie, die droom. Passie moet niet noodzakelijk om een ander mens gaan. Ik denk zelfs dat het beter níét om een ander mens gaat. Leg niet al je eieren in die ene mand die ‘relatie’ heet. Er is de sport, er is het werk, er is de kunst, er is in extremis de tuin. Mensen met een passie zijn gelukkige mensen. Ik verveel mij nooit. Ik probeer weleens helemaal níét te schrijven. Wel, dat lukt niet. Misschien is dat wel het geheim van een geslaagd leven: dat je je passie ontdekt en koestert. Dat geluk heb ik gehad.»

HUMO Houden zo! En bedankt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234