Het Lieve Leven: Lilianne St-Pierre

Toen ik in de zomer van 1964 ‘We Gotta Stop!’ van de piepjonge Liliane Saint-Pierre (66) voor het eerst door de ether hoorde knallen, was ik meteen verkocht. Het had met haar stem te maken: lekker hees, zwoel, met een sensuele tremolo en hartverscheurende uithalen in de hogere regionen van de toonladders.

Als ik die grijze dinsdagmiddag Liliane in het swingende Kaggevinne, deelgemeente van het losbollige Diest, ga opzoeken, is het alsof ik bij een oud lief op bezoek mag. En voorwaar, ik had mij indertijd niet vergist: la Saint-Pierre ziet er op haar 66ste nog altijd zéér te doen uit. Ze is geheel in nauwsluitend zwart gekleed, inclusief dito laarzen tot boven de knie. Een strenge meesteres, zou je denken. Maar under my thumb she’s the sweetest pet in the world. Zeer benieuwd naar wat het leven haar, tussen the early days en nu, heeft geleerd.

HUMO Je vader werkte bij ‘het spoor’, je moeder was poetsvrouw. Jullie hadden het niet echt breed.

Liliane Saint-Pierre «Moeder droeg de broek, was de baas in huis. Ze kwam uit een huisgezin van elf. Mijn oma stierf vrij jong, en moeder heeft de rest van de kinderen mee grootgebracht. Mijn vader kwam uit een gezin van zeventien: ja, dat was nog het katholieke Vlaanderen van voor de oorlog. Zelf waren wij thuis met z’n tweeën: ik was de oudste en twee jaar later kwam m’n broer.»

HUMO Hebben je ouders je de showbizz ingeduwd?

Saint-Pierre «Nee. Thuis werd nauwelijks gezongen. Mijn vader was wel toonvast, maar deed er niets mee. Op school bleek dat ik een goede stem had. In familiekring wilde ik niet zingen, daar was ik te verlegen voor. Maar op een podium, ver van het publiek, durfde ik het wél. Ooms van mij zeiden: ‘Dóé iets met jullie Lilianneke. Ga met haar naar een crochet (liedjeswedstrijd, red.). Ze heeft talent.’ Mijn vader heeft zichzelf én mij ingeschreven.»

HUMO Dat hese geluid, was dat er meteen?

Saint-Pierre «Ja, ik ben ermee geboren. Mijn stem is nog altijd dezelfde. Tijdens mijn concerten doe ik onder meer een medley van mijn Franse nummers, uit 1968. Wel, ik zing die nog altijd in dezelfde toonaard als vroeger.

»Ik begon te zingen bij The Starlets uit Diest. Die jongens speelden vooral Shadows-nummers. Maar tussendoor mocht ik achter de microfoon. Ik zong ‘Queen for Tonight’ van Helen Shapiro, ‘Where the Boys Are’ van Connie Francis en ‘Emotions’ van Brenda Lee. Maar mijn grootste idool was Dusty Springfield. De B-kant van ‘We Gotta Stop!’ is niet voor niets ‘Ik wil vrij zijn’, een vertaling van Dusty’s ‘You Don’t Own Me’. Gewéldig nummer.»

HUMO En toen kwam ‘We Gotta Stop!’, een voor Vlaamse standaarden ongewoon sterk nummer. Iets totaal anders dan wat op liedjeswedstrijden doorgaans te horen viel. Dit was een nummer met guts.

Saint-Pierre «’t Was oorspronkelijk een Amerikaans liedje dat ze voor mij hadden vertaald. De directeur van Radio Luxemburg nam mij even voor de finale apart en liet mij ‘We Gotta Stop!’ horen, gezongen door een onbekend Amerikaans duo. Ik was zodanig jong en naïef, amper 15, dat ik blindelings gehoorzaamde. En won!»

HUMO ’t Is wel een vrij dubbelzinnig nummer, zeker uit de mond van een jong meisje. Met wát dient er gestopt? En waarom?

Saint-Pierre «Euh, zo ver heb ik er nooit over nagedacht.»

HUMO Komaan, Liliane. Dit gaat over seks. ‘We Gotta Stop!’ is de voorloper van ‘Paradise by the Dashboard Light’. Het meisje zegt: ‘Stop! Als we hiermee doorgaan, krijgen we straks misschien spijt.’ En ze knoopt haar beha weer dicht.

Saint-Pierre «Jij bent een kleine deugniet met een grote fantasie, Wilfried. Echt waar, ik heb dat nummer nooit zo geïnterpreteerd. Dat liedje ging in mijn ogen over niks. Beetje dwaze tekst, zelfs.»

HUMO En het refrein dan? ‘Ohohoh, al zo vaak heb ik gezien / Anderen begingen ook deze fout / Net als wij waren zij te jong / Na het jawoord, kwam het berouw.’ Welke fout? Waarover berouw?

Saint-Pierre (hulpeloos) «’t Is echt uit het leven gegrepen, hoor. Niet te vlug in de val van de liefde trappen. Niet te hard van stapel lopen. Toch? En jij vond dat een erotisch nummer? Echt waar? Meen je dat? Jij was 17, toen? Ik leer hier iets bij (lacht). Later, tijdens het Knokkefestival, heb ik ‘Verboden wensen’ gezongen. Díé tekst is… veel volwassener dan ‘We Gotta Stop!’. Meisje gaat trouwen, staat voor het altaar, en denkt ondertussen aan een ander dan haar bruidegom.»

HUMO Ik vind je het beste als je hoog uithaalt (zingt): ‘Ohohoh, net als zij-ij-ij / Waren wij-ij-ij…’ Fantastisch!

Saint-Pierre «Vreemd. Ikzelf had een hekel aan die uithalen, aan dat vibrato. Ik kon het niet meer aanhoren (lacht). Mijn echte droom was klassiek ballet, maar dat vonden mijn ouders maar niks.»


Onder Milo’s verstikkende vleugels

HUMO Na ‘We Gotta Stop!’ lag de weg wijd open. Maar nieuwe hits kwamen er nauwelijks.

Saint-Pierre «Ik ben nooit een hitzangeres geweest. Dani Klein kan één uur vullen met haar greatest hits. Ik niet. Akkoord, er was ‘Soldiers of Love’ en ‘Wat ik graag ’ns met jou zou willen doen’, maar over een hele carrière stelt dat te weinig voor. Iemand heeft mij ooit ingefluisterd: ‘Maak een cd vol met nummers van wie je in de jaren 60 allemaal hebt ontmoet: de Bee Gees, Jimi Hendrix, The Platters, weet ik veel.’ Tja (zucht). Tegenwoordig breng ik mijn cd’s in eigen beheer uit, ik doe heel veel zelf. En ik ben gelukkig met mijn carrière.

»En waarom is er niet méér uitgekomen? Dat zou je aan mijn toenmalige manager moeten vragen, Milo De Coster. Maar die is al jaren overleden. Die man is… het trauma van mijn leven geweest.»

HUMO Lucht maar op.

Saint-Pierre «Milo De Coster werd mij aangewezen door de platenfirma (Philips, red.). Alles ging boven mijn 15-jarige hoofd. Ik was een onschuldig duifje, toen. Iedereen dacht dat ik zeer volwassen was voor mijn leeftijd. Dat had met mijn uiterlijk te maken. Ik zág er inderdaad volwassen uit. Maar in wezen was ik nog een kind. Journalisten schrokken van mijn kinderlijke antwoorden. Ik was braaf en onschuldig en naïef.»

HUMO Terwijl je ondertussen in mijn puberdromen een vooraanstaande rol speelde. En niet alleen in die van mij.

Saint-Pierre «Jongens toch! Je moest eens weten. Als ik die foto’s terugzie, zeg ik tegen mezelf: ‘Liliane, meisje, wat was je toch een kuiken…’ Ik besefte tótaal niet wat sensualiteit was. En maar goed ook, achteraf gezien.

»Vanaf het prille begin werd ik bijna uitsluitend omringd door volwassen mannen die mij m’n levenswijze voorschreven. Milo De Coster was in de eerste plaats de manager van John Larry, ‘de lieveling van de Vlaamse meisjes’, die een enorme hit had met ‘Alleen’ (‘Alleen / Duizend eenzame nachten / Tot jij / In mijn leven verscheen, red.). Ik vond John Larry maar niks. Maar Philips hield voet bij stuk: Milo De Coster zou mij managen. Weet je dat ik ooit nog voor Humo een fotosessie heb gedaan waarbij ik samen met John Larry op een bankje moest doen alsof wij een koppel waren? Ik dacht: ‘Wij zijn geen koppel, nu niet, nooit.’ Maar: je gehoorzaamde. Ik deed alles wat mij werd gevraagd. Toch voelde ik aan dat het niet klopte.»

HUMO Beschrijf meneer De Coster eens.

Saint-Pierre «Een zéér dominante man. Hét prototype van een bazige manager. Er waren nogal wat journalisten die naar hem opkeken. Hij maakte en brak carrières. Voor Guido Van Liefferinge (toenmalige hoofdredacteur van ‘Dag Allemaal’, red.) was De Coster een soort god. Als ik mijn oude interviews herlees, krijg ik last van m’n maag. Antwoorden waarin ik mij totaal niet herken. Het was Milo die in mijn plaats reageerde, en de journalist legde vervolgens zíjn woorden in mijn mond.»

'Dani Klein kan een uur vullen met haar greatest hits. Ik niet. Er was ‘Soldiers of Love’ en ‘Wat ik graag ’ns met jou zou willen doen’, maar over een hele carrière stelt dat te weinig voor'

HUMO In een oude Humo vond ik zo’n jaren 60-interview met jou. Jij bent even aan het woord en dan grijpt Milo de microfoon en steekt een tirade af tegen de media, de pers, de platenfirma’s enzovoort.

Saint-Pierre «Milo had de naam een doordrijver te zijn. Hij ging over lijken. Zijn wil was wet. En ik, onnozele kool, trapte erin. Ik kreeg het gevoel: ‘De dag dat Milo mij laat vallen, is mijn carrière voorbij.’»

HUMO Werd je niet door je ouders opgevangen en bijgestaan?

Saint-Pierre «Milo heeft mij onmiddellijk uit m’n ouderlijke omgeving weggehaald. Hij nam mij prompt op in z’n eigen gezin. Zo werd ik het vijfde kind bij de familie De Coster. Ik at, sliep en leefde er. Hij wilde mij permanent onder zijn vleugels en zijn toezicht. Hij nam mij overal mee naartoe, ik was geen ogenblik alleen. Af en toe mocht ik ‘met vakantie’ naar mijn eigen ouders.

»Pas op, ik denk dat Milo te goeder trouw handelde. Hij zei altijd: ‘Liliane, ik maak van jou een internationale ster.’ En dat méénde hij. Een zeer narcistische man, ook. Hij zag zichzelf duidelijk het liefst van allemaal. Milo haalde mij, na het succes van ‘We Gotta Stop!’, ook van school. En mijn ouders hadden niet de opleiding noch de wijsheid om te zeggen: ‘Dit kan niet. Liliane is nog veel te jong, laat haar eerst haar studie afmaken.’ Mijn mama heeft er ooit een punt achter willen zetten. Maar Milo wist haar altijd weer om te praten. Ik werd gebrainwasht, dat is het juiste woord.»

HUMO De Coster lichtte je op?

Saint-Pierre (knikt) «Mijn moeder kwam erachter dat de afrekeningen van mijn optredens allesbehalve correct waren. Maar dan kwam Milo aandraven met torenhoge onkosten. Ik zat ondertussen volop in mijn puberteit, maar hij hield de jongens met harde hand van mij vandaan. Hij schermde mij zodanig af dat ik angstaanvallen begon te krijgen. Ik was op mijn hoede voor iedere man, voor iedere journalist. Mannen zag ik als wolven. Bij iedere ontmoeting dacht ik: ‘Wat wil die van mij?’ Milo vertelde mij tijdens het Knokkefestival ooit: ‘Liliane, kindje, díé journalist daar vroeg mij ervoor te zorgen dat je vanavond in zijn bed belandt. Oppassen!’ Zo maakte hij mij helemaal paranoïde. Ik krijg nu nog kippenvel als ik eraan terugdenk. Het was pure indoctrinatie. En dus kroop ik in mijn schulp. Het zou nog jaren duren vooraleer ik mijn rebelse kant ging ontplooien.»

HUMO Je bent heel wat geld misgelopen, wed ik?

Saint-Pierre «Zeker weten. Ik deed vaak optredens voor de toenmalige BRT. Mijn ouders wilden die graag meemaken, maar Milo zei: ‘Jullie, simpel werkvolk, kunnen je in die wereld niet behoorlijk gedragen.’ Zijn devies was: ‘Pa en ma moeten op afstand blijven.’ Tot mijn belastingbrief bij m’n ouders binnenviel. Ik had totaal geen weet van m’n inkomsten. Bleek dat ik een enorm bedrag aan belastingen diende op te hoesten. Terwijl er nauwelijks geld was doorgestort. Mijn moeder is toen naar de BRT getrokken om ‘de grote baas’ te spreken. Daar bleek dat ik ontvangstbewijzen voor gages had getekend waarvan ik nooit één cent had gezien. Maar ik werd er wel op belast. In die tijd tekende ik alles wat Milo mij onder de neus duwde.»

'Milo De Coster. Die man is... het trauma van mijn leven geweest'


A la française

HUMO De Coster probeerde je in Parijs te lanceren. Hij bracht je binnen in de stal van de Franse yéyé-zanger Claude François, die buiten z’n gigantische zangcarrière ook een eigen platenfirma had opgericht, Disques Flèche. Toevallig heb ik enkele weken terug de biografische film ‘Cloclo’ gezien. Een fantastisch document.

Saint-Pierre «Ik heb die film hier ook liggen (lacht). Het was Milo die mij met Claude François in contact heeft gebracht. Want, laten we eerlijk blijven, lef had Milo op overschot. Hij had enkele platen van mij opgestuurd, en Claude François reageerde positief: kom maar eens naar Parijs. Claude hield vanaf het begin van mijn stem, mijn klankkleur. Bon, hij wilde mij ontmoeten. Maar ik sprak tótaal geen Frans. Dus herhaalde de geschiedenis zich: ik zat daar stil en braaf en timide naast Milo, die het hoge woord voerde. Claude was zelf een zéér actieve en enthousiaste man, en hij viel voor timide meisjes (lacht).

»We gingen meteen op restaurant, waar ik voor het eerst in mijn leven wijn dronk. Een auditie was niet nodig, het akkoord werd meteen getekend. Claude vond wel dat ik wat aan m’n kapsel diende te doen. Dus kreeg ik een blonde pruik opgezet. Kort nadien zat ik al met Claude in de studio, Franse nummers op te nemen.»

HUMO In de film zie je hoe Cloclo zijn toenmalige lief, France Gall (onder andere bekend van het Songfestivalwinnende nummer ‘Poupée de cire, poupée de son’), een nacht aan de voordeur van z’n appartement laat staan huilen. Cloclo leed aan grootheidswaanzin en werd als erg brutaal neergezet.

Saint-Pierre «Ik vind de film zeer goed gemaakt en de acteur (de Belg Jérémie Renier, red.) zet hem natuurgetrouw neer. Maar de werkelijkheid was toch anders. De echte Claude kon vooral buitengewoon vriendelijk en lief zijn. Toen ik de film voor het eerst zag, in de cinemazaal, was ik zwaar geëmotioneerd. Ik stond onder stress, alsof ik Claude na al die jaren opnieuw zou ontmoeten. En tijdens het afspelen was ik echt ontroerd. Wat ik zéér aan Claude apprecieerde: hij ging fantastisch met z’n fans om.»

HUMO Dat waren hoofdzakelijk jonge meisjes en vrouwen uit de arbeidersklasse.

Saint-Pierre «Die meisjes veréérden hem. En hij had altijd een grap, een schouderklopje of een kwinkslag voor ze klaar. Tegelijk kon hij ontzettend streng zijn voor z’n meer dan vijftig vaste medewerkers. Hij was een perfectionist en een controlefreak tot-en-met. Na een optreden kreeg iedereen de volle laag: dit was niet oké, en dat kwam te vroeg, en zus en zo. Hij moeide zich met alles, werkte de klok rond en eiste van de anderen een even grote inzet. En dan het dansen, de choreografie, de pasjes: Michael Jackson avant la lettre. Hij was zakenman, zanger, drummer, danser, performer, platenbaas, noem maar op. Een zeer intrigerende persoon.»

HUMO Bij jou, dat heb ik al begrepen, moet je niet aankomen met één kwaad woord over Claude François?

Saint-Pierre «Mij heeft hij altijd ontzettend fair behandeld. Hij heeft ook nooit – al was het maar één – seksuele toenaderingspoging ondernomen. Ik voelde vooral een enorm respect. Hij was erg attent, ik was zijn timide vogeltje, hij beschermde mij. Zelf heb ik nooit enige gevoelens van verliefdheid voor hem gekoesterd. En als artiest was hij mijn genre niet. Hij was mijn baas. Punt.»

HUMO In de film hoor je François zeggen: ‘Je chante pour les pauvres.’ Ik zing voor de armen.

Saint-Pierre «Ja, en dat méénde hij. Hij is nooit z’n eigen afkomst vergeten. Hij was ook zeer royaal, gooide met geld. Gevolg: hij zat tot over z’n oren in de schulden, maar daar trok hij zich niets van aan. Hij bleef maar doorgaan.»

HUMO Na drie jaar was het plotseling afgelopen met je Franse carrière. Hoe is die breuk er gekomen?

Saint-Pierre «Ik had in drie jaar tijd ongeveer twintig liedjes voor Claude opgenomen. Toen werd ik geboekt voor de Olympia, als voorprogramma van de Franse protestzanger Antoine. Maar precies in die Olympia is het beginnen mis te lopen. Net voor de eerste show kreeg ik een ooginfectie die ik probeerde weg te stoppen achter een laag schmink. Maar onder de hete spots maakte dat de zaak alleen maar erger. Na drie nummers zag ik plotseling helemaal niets meer, ik leek wel blind. Ik ben in paniek geslagen en van het podium gevlucht. De journalisten stormden op mij af. ‘Elle est devenue aveugle,’ zei Milo simpelweg. Hij zag er verdorie extra publiciteit in!

»Er kwam een dokter bij en die stelde mij gerust: ‘Je mag je wimpers en oogleden niet meer opmaken, mademoiselle. Je ogen hebben vooral rust nodig. En je zou beter een bril met gefumeerde glazen dragen, om het harde licht wat te temperen.’ Milo en Claude hebben toen vreselijk ruzie gemaakt. Milo eiste dat ik de Olympia-optredens niet afmaakte. Claude wilde wél doorgaan. Daarop is Milo afgeknapt: ‘Hier stopt het. We gaan terug naar België.’ En toen ben ik, als een willoos lam, Milo gevolgd.

»Ondertussen was ik verliefd geworden op Dennis De Coster, één van de zonen van Milo. Ook dat heeft Milo proberen te verhinderen. ‘Als je trouwt, is het gedaan met je carrière,’ riep hij. Beken van tranen heb ik gehuild.

»Later heb ik met de al wat oudere zangeres Rina Pia voor het eerst over mijn problemen gepraat. Tegenover haar durfde ik te vertellen over mijn angstaanvallen. Als ik met Milo in de auto zat naar weer een nieuw optreden, stormden de bomen langs de weg op mij af. Ik móést overal mee naartoe, ook om een simpel contract te gaan tekenen: ‘Als je erbij bent, is dat beter voor je carrière.’ Hij begon ook z’n zoon te bedreigen: ‘Als je niet breekt met Liliane, verkoop ik de boel en zorg ervoor dat je geen cent erft.’ Ten slotte werd ik zwanger, en toen kon Milo zich niet meer verzetten.»

HUMO Na het hoofdstuk ‘Claude François’ kwam het hoofdstuk ‘Glory Hallelujah’, een religieuze bijbelmusical, groots opgezet door Miloscope, de productiefirma van De Coster.

Saint-Pierre «Ik kreeg van Milo de keus: oprotten of in z’n nieuwe project stappen. Wij trokken met ‘Glory Hallelujah’ langs de kerken van Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Noord-Frankrijk.»

HUMO Toch wel een vreemde wending: plotseling stond Liliane Saint-Pierre naast het altaar te zingen. Was dat voor het geld? Easy money?

Saint-Pierre (bitter) «Voor ons, de artiesten, was het zeker géén easy money: wij verdienden nauwelijks wat. Wij traden bijna iedere dag op, het was echt lopendebandwerk. Milo had ons op een vast loon gezet: 20.000 frank (500 euro, red.) in de maand. Als ik dat toen aan Will Tura zou hebben verteld, hij zou in schaterlachen zijn uitgebarsten. Drie jaar aan één stuk heb ik mij de longen uit het lijf gezongen. En Milo streek de centen op. (Schudt het hoofd) Hoe heb ik het toch zo ver laten komen… Wat wil je, ik voelde een zeker respect voor hem. Tenslotte was hij de opa van mijn zoontje.

»We hebben nog wat platen gemaakt, maar hij liet me alleen nog stomme nummers zingen, zoals ‘Als je gaat’. ’t Werd een succes, maar ik haatte dat nummer, het had niets met mezelf te maken. Het was ook de periode van de playbackoptredens. Maar dat weigerde ik pertinent: mijn sterkte is mijn stém, ik had geen playback nodig. Will Tura en ik waren de enigen die nog echt live durfden te zingen. Maar mijn begeleidingsgroep werd door Milo simpelweg aan de deur gezet. Ik was het beu op commando flauwe liedjes te zingen en dacht erover in het leger te stappen. Geen flauwekul: ik méénde het.»

HUMO Uiteindelijk ben je gescheiden van Dennis De Coster. Hoe nam Milo dat op?

Saint-Pierre «Voor hem betekende dat het definitieve einde. Milo werd Belgisch directeur van de platenfirma Barclay en ik heb nooit meer contact met hem gehad. Lange tijd heb ik nachtmerries over De Coster gehad. Nu is het gelukkig voorbij. (Zucht) Vandaag de dag zou dat allemaal niet meer kunnen: de jonge mensen zijn veel zelfbewuster geworden. Ook juridisch zou Milo tegenwoordig meteen door de mand vallen. Maar in de jaren 60, 70 kon het wél. Mary Boduin, mijn trouwe vriendin, tekstschrijfster en toeverlaat, zei me: ‘Die man heeft jou nooit begrepen. Hij zag je in de eerste plaats als een lekker ding.’ Ik heb nog van pure woede en verdriet uit z’n rijdende wagen willen springen.

'Ze zagen mij als een taaie, als een harde tante. Maar innerlijk was ik helemáál niet taai'

»Iemand zei me ooit: ‘Weet je, Liliane, jij was eigenlijk de eerste echte babe van Vlaanderen. Wat jij uitstraalde was: seks.’ Daar was ik absoluut niet blij mee. Het speelt mij nu nog altijd parten. Ik zit zéér bizar in elkaar, wat dat betreft. Het heeft jaren geduurd vooraleer ik ook op dat vlak volwassen werd.»


Gelukkig zijn

HUMO Wie heeft je bij dat volwassen worden geholpen?

Saint-Pierre «Marc Hoyois, mijn tweede echtgenoot. Hij werd mijn redder. Marc heeft mij doen openbloeien. Hij heeft mij laten inzien: ‘Hé, Liliane, er is helemaal niks mis met jou.’»

HUMO Marc Hoyois was de weduwnaar van Ann Christy.

Saint-Pierre «Onze relatie dateert van ná het overlijden van Ann. Ik weet het, er werd geroddeld, maar ik zweer het je: wij hebben voordien nooit iets gehad. Ik kende Marc alleen vanop een afstand, als man van Ann. Hij had de reputatie van een flirt en een bon vivant. Kon best zijn. Maar bij mij was hij vooral een fantastische echtgenoot.»

HUMO Het was de grote liefde?

Saint-Pierre «Absoluut. Wij zijn 25 jaar samen geweest. In 2010 is hij in de kliniek overleden, na een zware medische fout. Voordien was ik al mijn broer kwijtgeraakt, van wie ik zielsveel hield.»

HUMO Je bent door het leven niet gespaard.

Saint-Pierre «Ik heb enkele weken terug Het Lieve Leven met Jan Decorte gelezen, waarin Jan vertelt dat hij, zonder zijn vrouw Sigrid, allang dood zou zijn geweest. Wel, dat is ook mijn gevoel. Marc ging dood en ik voelde een bodemloze leegte waarin ik almaar blééf vallen. Ik dacht: ‘Marc dood, ik ook dood.’ Ik heb, echt waar, uit het leven willen stappen. Ik vond alleen de goede manier niet. Klinkt stom, hè. Alle denkbare scenario’s speelden door m’n hoofd. Ik kon het leven niet meer aan. Het deed zo’n vreselijke pijn.

»Marc was drie jaar ouder. Er werd prostaatkanker bij hem vastgesteld, maar daar is hij heelhuids doorgekomen. Nee, hij is op een domme manier aan z’n einde gekomen. Het begon tijdens een optreden van mij, op de Gay Pride in Antwerpen, een snikhete dag. Marc had al een lekkende hartklep, moest wat oppassen. Ik stond op dat podium te zingen en ik kijk tersluiks opzij, waar hij foto’s van mij stond te maken. Het zweet gutste van z’n gezicht. Bon, het optreden is afgelopen en ik ben naar de kleedkamer gesneld om mij vlugvlug af te schminken. Daar kwamen ze mij roepen: ‘Mevrouw, uw man is onwel geworden en gevallen.’

'Sta op je eigen benen!'

»Ik vloog naar beneden. De 100 stond er al. Marc was achter het podium van een keldertrap gedonderd. Hij was op z’n rug terechtgekomen, z’n hemd zat onder het bloed. Thuis nam hij een Nurofen en kroop in bed. De hele week hield hij het niet van de pijn. ’s Avonds zat hij op de sofa, met z’n hoofd wat opzij. Hij stond op en liep naar het toilet. Weer met z’n hoofd opzij. Z’n ogen lichtten niet meer op, bleven omlaag hangen. Ik heb hem naar de spoedafdeling gebracht, waar hij meteen aan een infuus werd gelegd. Bleek dat hij geblokkeerde nieren had. Waarschijnlijk het gevolg van te veel Nurofen te slikken.

»Hij werd gesondeerd en in bed gestopt. Ik had toen net een nummer ‘Gevangen in jou’. Hij zei: ‘Hier lig ik nu, gevangen. Gevangen in jou.’ Dat pakte mij vreselijk… (breekt, begint te huilen) Dat was het laatste dat ik van hem heb gehoord. ’s Avonds bleek dat hij in een andere kamer was gelegd. Hij lag daar, snakkend naar adem. Ze hadden hem twéé infuuszakken toegediend, wat absoluut niet mag bij iemand met een lekkende hartklep. Een zware medische fout, dat was het. Ik raakte in paniek, riep: ‘Hij moet naar Leuven. Hij moet naar Gasthuisberg!’ Maar die verpleegsters moveden niet. Ze vonden dat ik beter weer naar huis ging. Dat heb ik dan maar gedaan. Even later ging mijn gsm. Nog voor ik het gesprek aannam, wist ik: ‘Marc is dood.’ En zo was het ook. Ik scheurde terug naar de kliniek. Daar stond die dokteres bij z’n bed. Ik heb haar de kamer uit gejaagd. Als ik een pistool bij me had, ik zou haar ter plekke hebben doodgeschoten. Ze hadden hem… vermoord. Daar ben ik nog altijd van overtuigd.

»’t Was een lieve, begrijpende man, zeer zachtaardig. Zeer introvert, ook. Het tegengestelde van mezelf: ik ben nogal een vurige. Mijn klep staat geen minuut stil (lacht). Weet je, mannen zitten totaal anders in elkaar dan vrouwen. Ik wilde alles altijd uitpraten, terwijl hij eerder een zwijger was.

»Ik mis hem, ontzettend. Hij was de juiste man voor mij. Ik heb het gevoel dat hij nog altijd bij mij is. Dat hij over mij waakt. Ik praat graag over z’n dood. Het lucht op. Maar als ik tot in de details ga, schiet ik vol, altijd weer.»

'Ik dacht: ‘Mijn man dood, ik ook dood.’ Ik heb uit het leven willen stappen. Ik vond alleen de goede manier niet'

HUMO Wat heeft je bizarre carrière je geleerd?

Saint-Pierre «Ja, dat vraag ik mij zelf vaak af: wat zijn de lessen uit deze hele geschiedenis? Dat het succes mij veel te vroeg is overkomen. Een jong meisje van 15 kan nog niet op haar eigen benen staan.

»Ik heb nooit een echt doel in m’n leven gehad. De dingen zijn mij overkomen. Wat als m’n vader mij níét naar die liedjeswedstrijd had meegenomen? Wat als ik bij Claude François was gebleven? Het leven zit wonderlijk in elkaar. Jíj beslist niet zelf, het leven beslist voor jou. Ik sta enorm graag op een podium. Maar het is pas de laatste jaren dat ik echt kan doen wat ik wil. Optreden zoals ík een optreden zie. Ach, je bent wie je bent. Je kunt je leven niet overdoen.»

HUMO Je zou wel een andere manager nemen?

Saint-Pierre «Of helemaal géén (hilariteit). Ook dat is een levensles: best van al sta je op eigen benen. (Mijmerend) Vandaag sta ik er alleen voor. Ook thuis. Ik besef dat ik waarschijnlijk alleen oud zal worden: een nieuwe relatie trekt mij op dit ogenblik totaal niet aan. Denk ik. Maar ben ik er wel zeker van? Nee. Marc zou nooit op mijn pad zijn gekomen als Ann Christy niet was weggevallen. Als, als, als. Het leven is onvoorspelbaar. Soms trek je het winnende lot. Maar de volgende maand ga je door de hel.

»Nog een levensles: toon wie je echt bent. Ze zagen mij als een taaie, als een harde tante. Maar innerlijk was ik helemáál niet taai. Ik ben een boogschutter. Dan zeggen ze: ‘Amai, zo’n vrijgevochten sterrenbeeld.’ Maar het tegendeel is waar. Wel heb ik de neiging om voor de zwakkeren in de samenleving op te komen. Maar voor mezelf? Forget it. Ik kan het niet. Claude François, ja, díé had meteen door hoe ik in elkaar zat. In mijn hart ben ik een wereldverbeteraar.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234