null Beeld

Het Lieve Leven: Wim Vandekeybus

'Je moét in het leven je vader vermoorden. Anders ben en blijf je een mister nobody.'

Ik had mij op een lange dansmarathon voorbereid, maar kijk, Vandekeybus loodst mij en cours de route als vanzelf naar zijn andere dada: de cinema. De jongste jaren was hij namelijk ook druk bezig met het voorbereiden, schieten en afwerken van wat hij zijn ‘ultieme obsessie’ noemt: de film ‘Galloping Mind’, starring Matt Devere, Natali Broods, Orsi Tóth en, last but not least, 35 Hongaarse weeskinderen. Plus de 35 paarden die ze berijden, natuurlijk.

null Beeld
null Beeld

Vandekeybus is een bevlogen man. Hij praat enthousiast en onverzorgd, maakt z’n met Engels doorspekte zinnen niet af, en loopt als het ware z’n gedachten, z’n immer voortrazende geest achterna. Ik interview hem in z’n Brusselse vrijgezellenkot, dat even chaotisch oogt als het brein van mijn gastheer. We zoeken een plek uit tussen een berg speelgoed, bestemd voor het zoontje uit z’n tweede, ondertussen eveneens gestrande huwelijk. ‘Eigenlijk was ik de jongste jaren met mijn film getrouwd,’ zal hij mij later opbiechten. Een man met een verhaal. Een man, wed ik, die ons wat kan leren.

Wim Vandekeybus «Mijn vader was een Kempense veearts, en dat heeft voor een flink deel mijn jeugd bepaald. Hij had een boerderij in Grobbendonk opgekocht en er een ouder boerenkoppel in ondergebracht: Tist en Lena. Die beschouwden mij als hun eigen kleinkind, ik was er niet weg te slaan. Zij hebben mij het echte buitenleven geleerd: de koe, bevrucht door een billeman, helpen kalven, paarden inspannen, konijnen slachten en stropen. Ik ervoer een grote verantwoordelijkheid: als die koe ’s nachts weeën kreeg, en ik zou mij verslapen, dan ging dat kalf misschien dood – door míjn schuld.

»Toen ik 9 werd, kreeg ik mijn eerste kalf. De deal was: vader betaalde, maar ik moest het beest zelf gaan kopen en verzorgen. Later, als dat kalf een koe was geworden, zou ik de winst mogen opstrijken. Overal legde ik mijn oor te luisteren: welke boer verkocht een kalf? Ik herinner mij nog goed dat ik flink heb afgedongen (lacht).

»In die tijd waren er boeren die in Joegoslavië wilde paarden gingen kopen en met een vrachtwagen naar België brachten, dertig in één keer. Mijn vader ging die paarden inenten. En iedere keer kocht hij er één: ‘Zet die daar maar apart, die is voor mij.’ Zo ben ik aan mijn eerste paard gekomen. Dat beest diende getemd te worden: je springt niet meteen dat paard op, nee, je legt eerst een zak patatten op die rug, zodat het gewend raakt aan gewicht. En zo bouw je dat langzaam op.

undefined

'Ik heb geen drugs nodig: ik maak mijn eigen drugs aan, in m'n brein'

»Het was thuis echt ‘All Creatures Great and Small’ (beroemde BBC-serie over een landelijke veeartsenpraktijk, red.). Ik ging zoveel ik kon mee met m’n vader op ronde. Weet je hoe wij een kater castreerden? We trokken die de binnenband van een auto in, zodat hij geïmmobiliseerd was. Dan greep ik de achterpoten stevig beet en vader sneed met z’n scalpel – djik-djik-djik – die klootjes eraf. ’t Duurde hoop en al 15 seconden.

null Beeld

»Vader stond erom bekend dat hij bij operaties, vooral bij paarden, liever zo weinig mogelijk verdoving gaf. Je moet weten: iedere verdoving is een risico. En paarden zijn er enorm gevoelig aan. Als vader een hengst moest castreren, boeide hij het beest, spoot het absolute minimum in en haalde dan z’n scalpel boven. In enkele halen was de klus geklaard. Hij naaide de zak handig weer dicht en tegen dat hij ermee klaar was, lagen die kloten al in de pan te sudderen. Dat was een lekkernij, hè, en de veearts mocht altijd mee aan tafel. Bij de veulens moest ik de staart stevig vastpakken en zo hard ik kon trekken. Dan haalde mijn vader z’n hakmes boven en sloeg die staart er met één houw af. Het bloed spoot mij in het gezicht. En vervolgens werd de wonde met een elektrische bout dichtgeschroeid. Alles zonder verdoving. (Snuift) Wil je geloven dat ik die geur van verbrand paardenvlees nog altijd ruik?

»Mijn vader had grote handen, om niet te zeggen kolenschoppen. Dus moest ik bij een bevalling met mijn kleine polletjes die vagina binnen, om te voelen hoe de pootjes van varken, kalf of veulen lagen. Op de boerenbuiten was het vroeger doodnormaal dat kinderen meehielpen bij de bevalling van een varken, net omdat ze zulke kleine handjes hadden. Dan trok jij, op de grond liggend, aan de poten van de boreling, en de boer trok aan jóúw voeten, om meer kracht te zetten. Ik heb ooit, op vraag van een boer die geen veearts wilde betalen, met een tractor een koe uit een kalf getrokken: alles aan stukken, natuurlijk. En vader, die er achteraf bij werd geroepen, woest.

undefined

'Je móét in het leven je vader vermoorden. Anders ben en blijf je een mister nobody'

»We hadden op de boerderij onze eigen pony’s, konijnen, geiten, duiven, paarden en koeien. Die dieren hebben mij zeer veel geleerd. In de eerste plaats hoe onvoorspelbaar het leven kan zijn: de ene dag loop je in de wei te dartelen, de volgende lig je op de slachtbank. Ik vind: het beroep van veearts is tegenwoordig veel minder avontuurlijk, veel minder romantisch. Koeien worden nu kunstmatig bevrucht en de veearts zorgt ervoor dat ze overdag bevallen, meestal via een keizersnede. Ha ja, dan moet meneer ’s nachts zijn nest niet meer uit, hè (lacht). Een moderne vleeskoe heeft drie, vier littekens rechts op haar buik, en dan begint de veearts aan de andere kant: allemaal keizersneden.»

HUMO Lijk je fysiek op je vader?

Vandekeybus «Nee, eerder op mijn moeder. Ik ben frêle en pezig, eerder een lichtgewicht. Terwijl m’n vader een grote, forse man was. Drie, vier keer per nacht moest hij z’n bed uit, meestal voor een bevalling. En na afloop stond de jeneverfles altijd klaar, begrijp je. Hij ontwikkelde een serieus alcoholprobleem en is ten slotte z’n praktijk kwijtgeraakt. Een triestig verhaal, ja. Ik wil er liever niet verder op ingaan. Bij ons thuis waren wij met z’n zessen, allemaal kort na elkaar geboren, en precies door vaders probleem ontzettend snel onafhankelijk.

»Mijn vader was enorm moedig. In de tijd van de hormonen weigerde hij te spuiten. Je kent ongetwijfeld ‘Rundskop’. Wel, die film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. En mijn vader kénde die gasten. Eén ervan is nadien overigens vermoord. Die figuren dachten dat m’n vader z’n mond wel zou houden. Maar hij zweeg niet. We kregen rare bezoekers. Hij moet vast een paar keer een pistool tegen z’n slaap hebben gekregen.

»Hij is uiteindelijk bezweken aan longkanker. Op z’n 70ste: veel te jong. Ik was z’n buddy, z’n maatje, ik moest ervoor zorgen dat hij niet te lang bij de boeren en hun jenever bleef hangen. Vaak sleepte ik hem bij de mouw weer naar buiten. En wat ik concreet van hem heb geleerd? Vooral dit: geloof in iets en ga er dan voluit voor. Doe waarvoor je stáát. Denk niet te veel over de dingen na, leg de dingen niet te veel uit, maar dóé gewoon. Niet al te beschouwend leven. Actief zijn. Mijn vader heeft mij nooit concrete levenswijsheden opgespeld, hij voedde mij op via het goede voorbeeld. Ik heb nu zelf twee zonen, bij twee verschillende vrouwen: de oudste is 19, de jongste wordt 5. Ben ik een goede vader? Dat moet je aan hen vragen (lacht).

»Mijn vader is ooit nog bij de AA gegaan. En daar heeft hij heel wat mensen van de drank afgeholpen: hij had charisma, snap je? Die kant van hem hebben wij trouwens pas ontdekt toen hij al dood was. Dan ontmoette je plots mensen die zeiden: ‘Weet je, jouw vader heeft mijn leven gered.’ De laatste twintig jaar van z’n leven stond hij droog. Daar heb je verdorie karakter voor nodig. Dat heb ik dan weer wél van hem: je proeft van iets, het bevalt je, je duikt er voor 100 procent in, and there are no limits (lacht). Ook op de scène: soms voel ik een soort opwinding, een excitement dat met mij aan de haal gaat, zodat ik soms compleet high sta te dansen. Toen ik met Ultima Vez begon, zeiden ze achter mijn rug: ‘Die Vandekeybus zit constant aan de coke.’ Terwijl ik nooit, never aan het spul heb gezeten. Ik heb geen drugs nodig, ik maak m’n eigen drugs aan, in m’n brein. Ik speel zo puur als bronwater, man. ’t Is adrenaline.»

undefined

null Beeld

HUMO Zegt de manier van leven van je vader ook iets over jou? Gulzig, mateloos, geen grens kennen?

Vandekeybus «Ook op dat vlak lijk ik meer op m’n moeder. Zij heeft het allemaal moeten aanzien. En corrigeren waar nodig. Een sterke vrouw, pienter, realistisch. Zij hield het gezin rechtop. Het heeft lang geduurd vooraleer ik mijn weg vond. Ik heb nauwelijks studies achter de rug: na één jaar psychologie had ik het wel gezien. Liever sprong ik van de ene ijsschots naar de andere. M’n moeder zei vaak: ‘Wim, maak nu eindelijk ’ns iets echt af. Zet ’ns door.’ Dat heeft geduurd tot ik mocht aansluiten bij de groep van Jan Fabre. Daar kon ze moeilijk mee leven: een kunstenaar, dat is zo’n beetje een Halbstarke, nietwaar.»


De vadermoord

HUMO Had je ooit de roeping: ik word danser?

Vandekeybus «Helemaal niet. Ik was wel met martial arts bezig. En in mijn jonge jaren was ik een behoorlijke keurturner. Ik had er ook het lichaam voor: pezig, nergens vet, harde spieren.»

HUMO De danser komt voort uit de keurturner?

Vandekeybus «Absoluut. Ik zie het nu ook bij m’n jongste zoon. Die jongen moet niet gaan dansen, die moet gymnastiek doen! Je leert er discipline, je ontwikkelt je evenwicht, je krijgt een lichaam als een bunker. Eén van mijn beste danseressen is drie jaar lang Grieks kampioene keurturnen geweest. Als je gymnastiek hebt gedaan, krijg je power, snap je. Circusacrobaten komen mij vertellen: ‘Wim, wat jij met ‘What the Body Does Not Remember’ doet, is erg verwant aan wat wij in de ring neerzetten.’

undefined

'Mijn lichaam, mijn tempel, begint scheurtjes te vertonen, letterlijk'

»Jan Fabre zag mij aan het werk en zei: ‘That’s the guy!’ Zo ben ik bij hem beland. Ik heb ontzettend veel van Jan geleerd. Hij liet je in zijn kop kijken. Hoe hij van helemaal niets door een obsessionele inzet iets ongelooflijks kon maken. Het pure creëren. Alle grote kunstenaars zijn eigenzinnig. Net als Fabre: hij is uniek, controversieel en bijzonder eigengereid. Toch heb ik het diepste respect voor zijn kunstenaarschap. Ik wist meteen: ik mag niet te lang in zijn vaarwater blijven, ik moet m’n eigen spoor volgen. We hadden het daarnet al uitgebreid over m’n vader. Ik vind: je móét in het leven je vader vermoorden. Anders ben en blijf blijf je een mister nobody. Als ik m’n vader niet had vermoord, wat was er dan van mij geworden? Een slechte veearts, misschien (lacht). Met Fabre, ook een vaderfiguur, heb ik nu een haat-liefdeverhouding. Denk ik toch.»

HUMO Hoe kies je je dansers? Naar welke kwaliteiten ben je op zoek?

Vandekeybus «Da’s heel verschillend. Ik heb ondertussen zo’n 300 mensen onder contract gehad. Voor de nieuwe voorstelling ‘Speak Low If You Speak Love…’ kreeg ik 644 video’s toegestuurd. Daar heb ik 100 mensen uit geselecteerd voor de preselectie: 72 zijn er komen opdagen en daarvan zijn er uiteindelijk acht bij Ultima Vez terechtgekomen. Ik kies zeer uiteenlopende talenten en types uit. En daar begin ik dan mee te puzzelen. Vaak worden mensen bedankt, niet wegens een gebrek aan talent, maar omdat ik ze niet in het geheel kan inpassen.»

HUMO Je hebt ooit met een blinde danser gewerkt, de Marokkaan Said Gharbi.

Vandekeybus «Ik dacht: het wordt hier wat te gemakkelijk, we kunnen dit met onze ogen dicht. Laten we het ’ns wat moeilijker maken. Dus ben ik met mensen gaan werken die een beperking hebben, een limiet. Zo kwam ik bij Machtelt Philips en Said Gharbi uit, allebei blind. Ik ben Said gaan zoeken in een blindeninstituut. Ik zag een gast voorbijstormen en ik dacht meteen: ‘Dat is ’m.’ En het wás ’m (lacht). Zeer intelligente gast. Supertrots op z’n land, proud to be Moroccan. Een blinde danser moet de dans vóélen. Een wilde sprong kun je hem niet meteen laten uitvoeren. Dus spanden wij koorden, zodat Said z’n afzet- en landingspunten kon herkennen. Om de drie weken sprong hij wel ’ns het publiek in (lacht). Maar hij leerde snél. Niemand had door dat Said blind was. Tot hij op het einde van de voorstelling kwam groeten. Dan vielen de monden open van verbazing, natuurlijk.»

HUMO Is iedereen een danser?

Vandekeybus «Iedereen kan bewegen. Maar een danser beweegt onder controle: hij beheerst z’n lichaam, hij is getraind. Soms zijn mensen die aan moderne dansscholen afstuderen onvoldoende technisch getraind. En ik heb jammer genoeg niet de tijd om zulke mensen op te leiden: ze horen er vanaf het begin te stáán.»

HUMO Je bent 51, maar je ziet er 35 uit. Hoe hou je jezelf jong?

Vandekeybus «Ooit krijg ik mijn klop, ooit stort ik in, that’s for sure. Mijn lichaam, mijn tempel, begint scheurtjes te vertonen, letterlijk. Ik heb een scheur in m’n meniscus en heb ’m niet laten opereren, omwille van de film. Ik dacht: die meniscus moet maar houden tot het einde, daarna zien we wel. Dat zijn van die kleine letsels die zich beginnen op te stapelen. Ik had mee gerepeteerd voor ‘What the Body’, mee aan stamping gedaan en zo. Vanuit het idee: als er iemand uitvalt, kan ik inspringen. Ik kan niet meer wat ik kon als 25-jarige, dat is duidelijk. Tegelijk bouw je een soort ervaring op: je wéét mettertijd hoe je je lichaam moet plaatsen om geen nieuwe kwetsuren te krijgen.»

HUMO Als ik goed ben ingelicht is ook je andere knie al geruime tijd een ruïne?

Vandekeybus «Dat is al lang geleden, hoor. Maar ik heb inderdaad een reconstructie van een ligament gehad. Die knie is wat minder stabiel. Vergelijk het met een voetballer die na revalidatie weer kan spelen. Na zo’n blessure moet je werken aan de spieren rond je knie, ze steviger maken, zodat de druk beter verdeeld wordt. Ik heb 68 voorstellingen van ‘Oedipus’ gedaan zonder grote problemen. Een spier leert je iets, ze heeft haar eigen verhaal. Jonge mensen kennen hun lichaam niet. Ze gaan er onbesuisd tegenaan en binnen de veertien dagen hebben ze prijs: blessure.

»Vroeger was ik zéér wild. Ik was de eerste die volle bak de lucht in ging. Mijn lichaam is stérk, ik mag niet klagen. En ik verzorg me, ik train nog altijd méé, als ik er de tijd voor vind. Vandaag ben ik nog naar de gym geweest: wat stretching, wat spierenwerk. En yoga! Ik geloof in yoga.

»(Mijmerend) Soms gebeuren er kleine accidentjes, zoals een open wenkbrauw. Je drinkt nadien een cava mee op de receptie en dan trek je naar het hospitaal: ‘See you later, guys!’ De urgence in Parijs: afschuwelijk, ze behandelen je er als een hond. Maar je wordt het gewoon, het hoort bij de job, het hoort bij de dans.»


Dans als hefboom

Vandekeybus «Ik drink graag een stevig wijntje. Maar tijdens de opnames van ‘Galloping Mind’ heb ik niet één druppel aangeraakt. Ik stond om vijf uur op en deed m’n eerste shot om halfzeven. Dan kun je je geen kater permitteren. (Kijkt me dwingend aan) Ik ben echt zeer benieuwd of ‘Galloping Mind’ zal aanslaan. Het was echt an acting school for kids, acht maanden lang.»

HUMO Angst of twijfel lijk je niet te kennen.

Vandekeybus «Nee. Als je een film als ‘Galloping Mind’ maakt, kun je je geen angst veroorloven. Het is een hinderlijke metgezel. Onwaarschijnlijke risico’s heb ik voor die film genomen. Ik heb van begin tot einde moeten knokken. Ik werkte met kansarme Hongaarse jongeren die ik vijf maanden lang persoonlijk heb getraind. Ik jutte ze op, man, en ze stónden er – heftig, hoor. No bullshit. We gingen de kinderen in de verbeteringsgestichten en de opvangtehuizen zoeken.»

undefined

'Er bestaat maar één taboe meer: onze sterfelijkheid. De dood is iets kouds, iets koels, iets waar je aan weigert te denken, precies omdat je er geen vat op hebt'

HUMO ‘Galloping Mind’ grijpt duidelijk terug naar je door dieren omringde jeugd.

Vandekeybus (knikt) «In Ierland bestaat een ponymarkt waar kinderen pony’s trainen en vervolgens verkopen. Dat intrigeerde mij. Vader had mij indertijd een pony gekocht en die bereed ik mét en ook zonder zadel. Rijkeluiskinderen kregen soms paarden van 2 miljoen oude Belgische franken onder hun gat geduwd, maar ik sprong met mijn pony van twee keer niks over hogere hindernissen dan zij. Ik heb als kind zelfs competitie gereden.»

HUMO Wat heb je van je paarden geleerd? Wat vertellen ze jou?

Vandekeybus «Weet je, in Brazilië heb je boeren die moeilijke jongeren opvangen en begeleiden. Die kinderen krijgen bij aankomst elk een paard: ‘Dit is jouw paard, jij gaat dat verzorgen.’ Wel, drie weken later zijn die kinderen onherkenbaar ten goede veranderd. Plotseling zijn ze iemand. Gewéldig. Dat is wat een paard je leert: jij bént iemand.

»Tussen de eerste aanzet tot ‘Galloping Mind’ en het in omloop brengen, zitten vele jaren. Omdat ik ondertussen met zo veel andere projecten bezig was. Hopeloos op zoek naar geld, ook. Sommige molens draaien tergend langzaam (grijnst). Hoelang heeft het niet geduurd voor Michaël R. Roskams ‘Rundskop’ (‘Rundskop’ en ‘Galloping Mind’ werden beide geproduceerd door Savage Film, red.) er kwam?»

HUMO Cultuurminister Sven Gatz zwaait wild met de hakbijl. Wordt Ultima Vez een slachtoffer?

Vandekeybus «We delen in de klappen. Maar ik kan me niet goed vinden in een slachtofferrol. Ik probeer dan nóg betere voorstellingen te maken. En natuurlijk zijn we verplicht om intensief te touren, over de hele wereld, om eigen inkomsten te verwerven. Dat de subsidieknip zou dichtgaan, was te voorspellen. Maar ik maak me wel zorgen over de toekomst. Onze subsidies zijn heel belangrijk voor ons. Ze werken als een hefboom. Elke euro die we krijgen, kunnen we meer dan verdubbelen. Wij zijn uitermate productief en hebben voor sommige voorstellingen nauwelijks decor nodig: enkele stoelen, wat handdoeken en that’s it. Daarom kunnen we zo makkelijk reizen: wij hebben geen stoet dertigtonners nodig om ons materiaal te verplaatsen, zoals dat bij een operavoorstelling het geval is. Ik heb het diepste respect voor De Munt, en ik vind het zeer jammer wat er nu gebeurt, maar je kunt de werking van zo’n groot huis niet vergelijken met een gezelschap als Ultima Vez. Om het in boekhouderstermen te zeggen: de return on investment ligt bij ons veel hoger.»

HUMO Ben je al met de minister gaan praten?

Vandekeybus «Meneer Gatz komt in maart naar de herneming van ‘What the Body Does Not Remember’ kijken, in het STUK in Leuven. De vorige minister heb ik twee keer ontmoet. De eerste keer tijdens een voorstelling en een tweede keer toen ze een speech gaf bij de officiële opening van onze Ultima Vez-studios in Sint-Jans-Molenbeek. Ik ben eigenlijk niet iemand die overal aan de deur gaat kloppen om geld te schooien.

»Het voorbije jaar hadden wij drie voorstellingen tegelijk lopen. En ondertussen was ik een film aan het draaien (lacht). Ondertussen gaan alsmaar meer deuren dicht. De landen waar wij nog goed aan de bak kwamen, houden het nu ook voor bekeken. Spanje is zo goed als bankroet; Griekenland is virtueel failliet; Portugal: finito; Italië zit in een wurggreep. Ja, in Duitsland, daar vind je nog geld en zijn er nog interessante theaters. Daarom willen wij er in 2016 een theatervoorstelling gaan doen.»


Op uit de zee

HUMO We zijn nu meer dan twee uur bezig en je hebt aan één stuk door enthousiast en in een zeer hoog tempo gepraat. Waar haal je de energie vandaan?

Vandekeybus «Ach, zo ben ik gewoon. Op de filmset had ik af en toe het gevoel: ‘Nu moet ik het overnemen, anders raken we er niet.’ En dan vloog ik er full speed in. Op zulke momenten ken ik geen limieten. Ik begin de set te entertainen, opdat het in jezusnaam, alsjeblieft zou vooruitgaan. Ik maak de kids wakker, doe hen repeteren, speel de scènes voor. Dan gaat het van djack, djack, djack. En dat werkt aanstekelijk: je sleept de anderen mee.

»Twee jaar lang had ik geen sociaal leven, door de film. Toen werd het project plotseling geschrapt door een probleem met de cashflow. Ik hield mij rustig en kroop weg, omdat ik geen zin had om aan iedereen te moeten uitleggen: ‘Jammer, maar ‘Galloping Mind’ komt er niet.’ Ik dacht: die film neem ik mee in m’n graf. En plotseling kon het wél. Mijn devies werd toen: now I can’t fuck it up anymore.»

HUMO Wat kan je enthousiasme temperen?

null Beeld

Vandekeybus «Privéproblemen. Ik heb al twee gezinnen achter mij. Let op: ik heb ontzettend veel respect voor mijn exen, die het allemaal hebben moeten ondergaan. Gelukkig onderhoud ik nog altijd goede relaties met ze. Ik zie mijn exen graag: het zijn verdorie de moeders van mijn kinderen. En natuurlijk hebben zij en ik veel afgezien van die breuken. Mijn tweede vrouw was veel jonger dan ik. Ze heeft zich bijna destructief van mij afgescheurd. Maar wie ben ik om haar dat te verwijten? Ze hoort er, net als mijn eerste vrouw, nog bij. Wij vormen nu een soort clan, mijn exen en ik. Ik hou van het idee van de extended family. Voor buitenstaanders lijkt mijn gezinsleven misschien een ramp. Maar iets wat niet perfect is, kan toch zeer waardevol zijn.

undefined

'Ik zie mijn exen graag: het zijn verdorie de moeders van mijn kinderen'

»Eigenlijk was ik de laatste jaren getrouwd met mijn creaties. Ik voel een zekere angst om weer in een relatie te stappen. En ik ben niet iemand die zomaar dingen of personen vervangt.»

HUMO Gaat de kunst niet met jou aan de haal?

Vandekeybus «Kunst vind ik een duur woord. Ik maak films, ik maak voorstellingen. Punt. En nee, dus: de kunst gaat níét met mij aan de haal. Je kunt geen film maken als je niet met beide benen op de grond staat – ín het leven, niet ernaast.»

HUMO 50 worden is cruciaal in een mannenleven. Welke lessen wil je doorgeven aan de kids die nu 20 zijn?

Vandekeybus «Eén: ik ben een onverbeterlijke optimist en met die houding heb ik zowat alle problemen overwonnen. Mijn geliefkoosde slogan is: ‘Het komt allemaal wel goed.’ Dat heb ik van mijn moeder: ik wil de problemen simpelweg niet zien. En wat blijkt: uiteindelijk lossen problemen zichzelf op, of zijn ze veel minder groot dan je eerst had gedacht. Een gouden les, vind ik. Als het moeilijk wordt, ben ik de eerste die zegt: ‘Kom, we pushen nog wat verder.’ De beste dingen heb ik gemaakt onder hoge druk, te midden van een berg problemen. Ook in de liefde. Ik geloof in vriendschap en vertrouwen. Alhoewel ik enkele keren serieus gepakt geweest ben.»

HUMO Ben je naïef?

Vandekeybus «Helemaal niet. Hoe kom je erbij? Ik krijg zelfs vaak het verwijt dat ik mensen kan breken, in de steek laten. Iemand speelt de pannen van het dak, maar voor een volgende voorstelling neem je hem of haar er niet meer bij. Je hebt daar je redenen voor. Maar toch: het vertrouwen is verbroken. Dan moet ik de brokken lijmen. Je maakt geen grote voorstellingen door mensen hun zin te geven. Voor ‘In Spite of Wishing and Wanting’ deed ik auditie met tien jongens en tien meisjes, wij werkten veertien dagen aan één stuk, zeer hard. En dan viel de beslissing: ‘Sorry, dames, maar ik ga alleen met de jongens verder.’ Dan ben ik keihard, ja. Omdat het moet. Het is de enige manier. Voor mij geen vogeltjes en bijtjes, geen love and peace. Ik ga de moeilijkheden niet uit de weg, ik zoek ze op. Precies omdat ze meestal goed werk opleveren.

»Op de set van ‘Galloping Mind’ stonden er soms 35 kinderen. Iedere filmregisseur zal je zeggen: ‘Werk liever niet met kinderen. Het is om moeilijkheden vragen.’ En toch deed ik het. Je hoofdrolspeler heeft koorts, een ander heeft niet goed geslapen en zwijmelt over de set: da’s niet makkelijk, hè. Dan word ik een vader, een coach, een kapitein: ‘Mannekes, zó en zó zal het zijn.’

»Veel gebeurt op basis van intuïtie of toeval. Het toeval regeert. Je mag nooit een schuldgevoel overhouden aan wat het toeval voor jou beslist. Oké, je maakt fouten. Maar als je tegen de grond gaat, sta je op en loopt verder. Als een danser, ja.

»Het leven is tegenwoordig uitermate extreem. Taboes bestaan nog nauwelijks. Behalve één: onze sterfelijkheid. De dood is iets kouds, iets waar je aan weigert te denken, precies omdat je er geen vat op hebt. Zoals onlangs, bij de dood van Luc De Vos. Ik steigerde, ik schreeuwde: ‘Dit kan niet!’

»Toen mijn vader op z’n ziekbed lag, wisten we allemaal dat het niet lang meer zou duren. Maar zélf sprak hij nooit over sterven. Wij hebben niet eens afscheid van elkaar genomen. (Mijmerend) Nee, ik ben nog niet klaar met het grote sterven. Op de set van ‘Galloping Mind’ had ik een enorm contact met één van mijn spelers, een sexy grootmoeder van 77 die getrouwd was met een schrijver die 25 jaar jonger was. Wij konden enorm goed met elkaar opschieten. ‘Sexy grandma’ noemde ik haar. Tijdens de voorbereidingen dronken we ’s avonds soms een glas samen en discussieerden tot een kot in de nacht. Goed, enkele weken na de shoot zit ik te monteren en ik krijg telefoon: grandma was net overleden! Het was alsof ik een kassei in m’n gezicht geslingerd kreeg. Als ik met één van mijn acteurs naar een filmfestival wilde, was het met sexy grandma. En ik zou haar gezegd hebben: ‘We did it!’ Nu is ze dood. Dat zegt veel meer over het leven dan alle gefilosofeer samen, vind ik.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234