Het moederboek van Arnon Grunberg: 'Moedervlekken'

Hotel Baur au Lac in Zürich: een zonovergoten terras, een Arnon Grunberg met zonnebril. Zwitserland is zijn moederland geworden, zeg ik hem bij de begroeting. Onlangs vierde hij hier verderop in de bergen zijn 45ste verjaardag.

'Je moeder een broekje aandoen tegen incontinentie, dat is te veel gevraagd van een zoon'

Ik heb de proeven mee in twee dikke ringmappen, het boek verschijnt op Moederdag en heet ‘Moedervlekken’. Het is het verhaal van een man die de zorg over zijn oude, zwakke moeder op zich neemt. Het is geen fragment uit Grunbergs autobiografie, zijn fantasie heeft gestoeid met de werkelijkheid en dat heeft een lijvige roman opgeleverd. ‘Moedervlekken’ is een geweldige leeservaring, en we maken meteen de afspraak die voor niemand te bederven door te veel over de plot te verklappen. Er valt genoeg te zeggen. Wie waren die ouders van hem? En hoe moet hij nu verder zonder moeder?


Lees de bespreking van 'Moedervlekken'

HUMO Ik zag je geboortekaartje eens afgedrukt: ‘Le 22 février 1971 Arnon Yasha Yves Grünberg vous fait un bon baiser et vous annonce son entrée dans ce monde.’ Vanwaar dat Frans?



Arnon Grunberg «Dat was een eigenaardigheid van mijn vader, hij hield van het Frans. Wat míj aan dat kaartje vooral opviel, is dat de namen van mijn ouders er ontbreken. Alsof ik mezelf op de wereld heb gezet, géén ouders (lacht). Absurd!»



HUMO Ze hadden lang op je gewacht: na de geboorte van je zus volgden eerst een miskraam of acht.



Grunberg «Dat getuigt van volharding. Mijn moeder zat daarachter, ze heeft zich van een myoom laten opereren.»



HUMO ‘Wie mijn vader was, heb ik nooit geweten,’ schreef je onlangs. Was hij zó onkenbaar?



Grunberg «Ja, omdat hij zo iemand was die nauwelijks iets vertelde. Wat ik zelf geen slecht idee vind.»



HUMO Heb je het gevoel je moeder wel goed gekend te hebben?



Grunberg «Haar verschijningsvormen wel, haar rituelen, hoe ze zich gedroeg. En daardoor ten dele ook wat er in haar omging. Maar toen ze dood was, besefte ik dat ik haar in fundamentele opzichten ook weer niet kende. Plots waren er zoveel vragen die ik haar niet meer kon stellen.»

HUMO Zoals?

Grunberg «Over haar jeugd in Berlijn, bijvoorbeeld. We hadden het idee daar samen nog een keer naartoe te gaan. Ze zag het zitten, maar werd toen te ziek.»

HUMO Een vreemd detail is dat je ouders in 1961 in Berlijn gingen huwen – terwijl de Duitsers, in hun nazistische versie, hen allebei het land uit hadden gepest en hen naar het leven hadden gestaan. Je moeder zat in de kampen, je vader moest onderduiken in Nederland.

Grunberg «Absurd, hè? Maar ik weet waarom ze dat deden. Mijn moeder wilde joods trouwen en mijn vader had een hekel aan de joodse gemeenschap in Nederland: dus is het Berlijn geworden.»

HUMO Je hebt aan hun samenleven de indruk overgehouden dat je moeder je vader uiteindelijk maar een dooie mus vond.

Grunberg «Ze gaf er zichzelf de schuld van dat hun samenleven niet zo geweldig was, maar evengoed was ze ontgoocheld. Ze had wat anders verwacht.»

HUMO Je vader heb je eens gevraagd wat hij het belangrijkste vond in het leven.

Grunberg «Ja. In vrede leven met jezelf, zei hij.»

HUMO Ken je ook het antwoord van je moeder?

Grunberg «Nee. Jammer: weer zoiets dat je nog zou willen vragen. Kort voor ze doodging, heb ik haar wel gevraagd waarvoor ze nog in leven zou willen blijven. ‘Om in mijn trui in het zonnetje te zitten,’ zei ze. Ik was daardoor een beetje gepikeerd, want ik was heel verbaasd dat ze míj niet noemde: de zon, niet de zoon… (lacht)»

'Ik moest naar een kinderpsychiater. Zijn conclusie: 'Met dat kind is niets aan de hand, laat de ouders maar eens komen!''

HUMO Je moeder maakte voor haar twee kinderen prachtige fotoboeken met eigen commentaren. Zo weten we dat je heel uitgedroogd op de wereld kwam, ‘wat slap en zielig, met een slap hangend hoofdje’. En ze noteerde ook al die dingen die Freud zouden hebben geïnteresseerd. ‘Januari 1972: Arnon ontdekt z’n piemeltje in het bad. Juli 1974: Arnon helemaal zindelijk.’ Mooi ook wat ze opschreef toen je op je zeventiende maand kon lopen: ‘Hij juichte bij iedere stap die hij deed.’

Grunberg «Ja, eindelijk had ik de middelen om van haar weg te raken!»

HUMO Zover zijn we nog niet. Je was eerst hyperafhankelijk, kon niet slapen als je moeder niet op een stretcher bij je lag. Toen ik haar in 2006 interviewde, zei ze dat dat haar huwelijksleven geen goed had gedaan.

Grunberg «Alsof ik het expres gedaan had! Dat is pas een freudiaans moment: de zoon die op zijn zeventien maanden het huwelijk van zijn ouders al begint te saboteren! Voor mijn slaapproblemen ben ik bij een kinderpsychiater terechtgekomen. Zijn conclusie was, zo is me altijd verteld: ‘Met dat kind is niets aan de hand! Laat de ouders maar eens komen.’ (lacht) Ik heb daar vertrouwen uit geput: wat er ook gebeurt, met deze man is niks aan de hand!»

HUMO In een korte toespraak bij het graf van je moeder herinnerde je aan haar gevoel voor humor, haar ondeugendheid.

Grunberg «Die ondeugendheid is het eerste waar ik aan denk, ja. Het gevoel buiten de orde te vallen hadden we toch gemeen.»

HUMO Wat me het meest verwonderde toen ik haar interviewde, was haar opmerking dat jij geen humor zou hebben: ‘Daar zit geen humor in, daar kijk ik soms van op.’ Je zou het bureaucratische sérieux van je vader geërfd hebben – bureaucratisch was een woord dat ze graag gebruikte.

Grunberg «Zo ken je me toch niet, mag ik hopen? Misschien merkte ze dat ik haar ondeugende kant best wel moeilijk kon vinden toen ik jong was. Te ontregelend, ze maakte me onzeker. Een kind wil een béétje ouder hebben.»

HUMO Wanneer is je rebellie tegen haar begonnen?

Grunberg «Op de middelbare school, in de periode die ik in ‘Blauwe maandagen’ beschrijf. Mijn zus was naar Israël vertrokken, opeens was ik alleen met mijn ouders, er was geen bliksemafleider meer.»

HUMO Je ouders stelden hoge verwachtingen in je.

Grunberg «Ze wilden dat ik studeerde – tandarts, wetenschapper, advocaat: zoiets.»

HUMO Terwijl er uit een test toch gebleken was, vertelde je moeder me, dat je hooguit geschikt was voor ‘een licht administratief kantoorberoep’.

Grunberg «Ik was een hele dag in Utrecht voor allerlei testen, en die uitslag was een grote teleurstelling voor mijn vader.»

HUMO Pas na de dood van je vader in 1991 ben je echt het huis uit getrokken, je moeder was nog in Israël, waar hij begraven was. Dat vond ze heel laf van je.

Grunberg «Dat is waar. Ik ben toen stiekem weggegaan, een groots moment was het niet. Het zegt iets over wie ik geworden ben: de man die stiekem weggaat.»

HUMO De eerste sporen van het project ‘moederboek’ vond ik in teksten van je uit 2010.

Grunberg «Is dat zo vroeg begonnen? Dan is het wel mijn meest bebroede ei. De incubatieperiode was lang, het schrijven zelf heeft een maand of zeven, acht geduurd.»

HUMO Toen je weer geregeld bij haar ging logeren, was ze inmiddels zo zwak dat het wel weer kon?

Grunberg «Dat is de korte samenvatting. En dan nog met het alibi van een literair project (lacht). Laf weggegaan, laf teruggekomen.»

'De ergste aftakeling is mijn moeder bespaard gebleven: ze is niet dement geworden.'

HUMO Het moet vreselijk zijn je moeder te zien aftakelen, was je verwachting vooraf.

Grunberg «De ergste aftakeling is haar bespaard gebleven, ze is niet dement geworden. Uiteindelijk is ze toch vrij onverwacht gestorven. Ze ging nog naar buiten, had nog enige zelfstandigheid, ook al had ze hulp nodig om te douchen of naar de wc te gaan. Vijf jaar lang hebben twee Filipijnse meisjes bij haar ingewoond. Zonder die meisjes had ik niet in New York kunnen blijven wonen. Ze deden ook dingen die ik zelf hoe dan ook niet had kunnen doen. Je moeder een broekje aandoen tegen incontinentie, dat is te veel gevraagd van een zoon. Dat wil je niet, dat wilde zij zelf ook niet.»

HUMO Zoals het voor de hoofdfiguur in je roman heel belangrijk was meisjes voor de hulp te vinden, was het dat ook voor jou. Je beschreef die twee Filipijnse meisjes weleens als engelen in mensengedaante.

Grunberg «Zo zijn ze me ook voorgesteld door een kennis: ‘Het zijn engelen!’ En dat waren ze. Ik zou zelf zo’n Filipijnse in huis willen hebben, dacht ik weleens. Maar mijn moeder heeft ook veel op ze gescholden, hoor, zoals altijd bij haar was het een haat-liefdeverhouding. Die meisjes verstonden niet alles wat ze zei, dat heeft enorm geholpen.»

HUMO Discussieerde je nog weleens over politiek met je moeder? Toen ik met haar sprak, leek ze me een angstige vrouw, die inzake Israël en de islam meer aansluiting vond bij haar streng-joodse dochter dan bij haar zoon.

Grunberg «Vroeger hadden we weleens ruzie over Israël, de laatste jaren nauwelijks meer. Mijn zus had haar gevraagd bij haar gezin in Israël te komen wonen: dat heeft ze niet gedaan, en dat zegt ook wel iets. Er is echt veel veranderd in de loop van haar ziekte, ook door die inwonende meisjes, die de hele sfeer in huis veranderden. Mijn moeder werd steeds minder bang. Die meisjes deden haar ook dingen eten die ze vroeger nooit zou hebben gegeten. Ze was nog wel bang om dood te gaan.»

HUMO Was ze er veel mee bezig dat het einde gekomen was?

Grunberg «Ruim een maand voor haar dood was ik in Zwitserland en zei ze me aan de telefoon: ‘Ik heb gedroomd dat ik dood was, en jij was heel erg verdrietig.’ Ze was er wel mee bezig, denk ik.»

HUMO Je had Pascalle Bonnier uitgenodigd om de documentaire ‘Moeder & Grunberg’ te draaien. Ik zal me altijd de scène herinneren waarin je belt met je moeder op het ziekbed: ‘Het is niet zo goed met mij, Arntje, ik voel me alsof ik voor de dood sta.’ Behoorlijk intieme televisie.

Grunberg «Is je vraag of ik dat zelf zou hebben uitgezonden? Ik weet het niet. Gelukkig heb ik die keuze niet moeten maken.»

'Toen ze dood was, stond ik daar na te denken over de column die ik de volgende dag voor de krant zou schrijven'

HUMO Vertederend in die film is ook hoe moeder en zoon elkaar troetelnaampjes geven. Het had ook iets theatraals, zei de filmmaakster mij daarover. ‘Die tederheid was gemeend, dat weet ik wel zeker, maar tegelijk wou hij zo een zekere controle over haar krijgen. Arnon heeft zijn moeder altijd onberekenbaar gevonden, heeft zich daarop ingesteld. Hun band was een vorm van acceptatie én van manipulatie van elkaar.’

Grunberg «Dat heeft Pascalle mooi gezegd, daar kan ik weinig aan toevoegen.»

HUMO Je zag je moeder de dag van haar dood, maar niet op het stervensmoment, toen zat je in een restaurant. ‘Too late’ was het kopje van je blog die avond. Spijt dat het zo gelopen is: geen definitief laatste woord?

Grunberg «Ik ben heel blij dat het zo gelopen is. Wat moet je zeggen op zo’n moment? En ‘Tot morgen!’, dat zijn toch hele goeie laatste woorden? (lacht)»

HUMO Was je nieuwsgierig naar je eigen reacties op haar dood?

Grunberg «Ik schreef er meteen over, en dat is al een soort zelfbescherming, je duwt je eigen reacties meteen weer van je af. Omdat de meisjes zo emotioneel reageerden en mijn zus vreselijk begon te huilen, had ik zelf de neiging onthecht te reageren. Ik stond daar na te denken over de column die ik de volgende dag voor de krant zou schrijven.»

HUMO Onthecht, zoals je moeder het je geleerd had?

Grunberg «Ja! Toen ze zelf na de oorlog hoorde dat haar beide ouders vergast waren, stond ze zichzelf één dag verdriet toe, schreef ze in haar memoires, daarna moest het leven verdergaan.»

HUMO Een week na haar overlijden schreef je: ‘Zolang mijn moeder leefde, kon ik zelf niet dood.’

Grunberg «Het was een enorm bevrijdende gedachte dat dat nu wel kon. Omdat álles nu kon. Dacht ik toch, die euforie is ook weer voorbijgegaan, de grote bevrijding is toch niet zo bevrijdend als ik had gedacht. Maar de eerste weken en maanden na de dood van mijn moeder vond ik mezelf wel opmerkelijk frivool. Ik heb het leven met een soort gemak weer opgepakt. Het leek alsof ik slecht was in rouwen. Maar misschien komt het rouwproces veel later, op een moment dat je het niet verwacht.»

HUMO Je moeder stierf net voor haar memoires werden gepubliceerd, ‘Zolang er nog tranen zijn’, het boek waarvan je had gehoopt dat het haar leven zou verlengen.

Grunberg «En uiteindelijk heeft dat boek het tegendeel bewerkstelligd: ze lijkt alles gedaan te hebben om de publieke voorstelling niet meer te hoeven meemaken…»

HUMO In het nawoord noem je je eigen oeuvre een voetnoot bij je moeders boek en haar leven. Heavy! Ben je wel zeker?

Grunberg «Ik heb dat natuurlijk ook in een heavy periode geschreven, maar ik meende het wel. Op dat moment voelde het zo, en in momenten van melancholie nog steeds.»


Even geen moeder

HUMO Wat was de basisidee van je eigen moederboek?

Grunberg «Je hebt een man die om wat voor reden dan ook de zorg van zijn moeder op zich moet nemen, en daarvoor enkele meisjes in huis haalt. Oorspronkelijk was die man een statisticus. Ik was me al aan het verdiepen in de statistiek toen ik dacht: ik wil helemaal geen statisticus, ik maak er een psychiater van. Dat de psychiater verliefd zou worden op één van die meisjes, dat wist ik al gauw, waardoor ze allebei zouden besluiten niet meer voor hem te werken, en hij op zoek moest naar nieuwe hulp. En toen kwam Michette tot mij, één van zijn patiënten. Toen ging de roman er zo uitzien dat hij iets met haar had en uiteindelijk de zwangere Michette bij zijn moeder achterliet. De psychiater liet zichzelf opnemen, en zijn laatste woorden zouden zijn: ‘Sorry dat ik niet goed ben in overleven.’ Dat leek me uiteindelijk toch allemaal wat té dramatisch, dus heb ik de plot veranderd.»

HUMO Heeft het overlijden van je moeder, terwijl je aan het schrijven was, ook tot wijzigingen geleid?

Grunberg «Heel intuïtief heb ik toen besloten iets fundamenteels aan het personage van mijn moeder te veranderen, laten we hier maar niet zeggen wat. Iedereen had het in die periode maar over mijn moeder, ik werd er doodziek van. Ik voelde dat ik van die moederdruk af moest. Het groeide echt tot een weerzin uit, ik wilde even geen moeder. Tegelijk wou ik ook dat het echt een roman zou worden, geen verlengstuk van wat ik in de krant of in Humo al over mijn moeder geschreven had.»

HUMO Otto Kadoke heet de hoofdfiguur, de psychiater. Bijzondere naam.

Grunberg «Ik had heel kort een Duits vriendinnetje met die achternaam, die vond ik zo mooi dat ik er iets mee wou doen.»

HUMO De lezer zal de neiging hebben trekken van jou te zoeken in die figuur. Stond er daardoor tijdens het schrijven meer op het spel?

Grunberg «In eerdere hoofdpersonages van mijn boeken stak er ook één en ander van mezelf. Maar ik geef toe dat het schrijven voor mij dit keer een heftige ervaring was, zo intens dat het mezelf verbaasde: hoe kan dit, ik schrijf al twintig jaar?»

HUMO Je zat toch meer voor de spiegel te schrijven dan andere keren?

Grunberg «Ja, ik werd er gewoon melancholisch van (lacht).»

HUMO Kadoke rookt indrukwekkend veel, iets wat je moeder niet kon hebben. Was je zelf ooit een roker?

Grunberg «Maar heel even, toen ik een jaar of vijftien was, met mijn eerste liefje Rosie

HUMO Hasj?

Grunberg «Nee, mentholsigaretten. Erg,hè?»

HUMO Het kan geen toeval zijn dat je van Kadoke een psychiater hebt gemaakt, ik denk dat je het zelf graag zou zijn.

Grunberg «Dat denk ik eigenlijk stiekem ook. Misschien wordt het tijd voor een omscholing (lacht).»

HUMO Vijf jaar geleden klonk het nog anders in een brief aan je moeder in Humo: ‘Alle hulp is minachting. Ik wens niet te worden geminacht. Door de psychiaters uit te lachen, lach ik de goden uit.’

Grunberg «Het blijft een mooi streven om te ontsnappen aan de hulp. Maar hoe lang kan je dat volhouden? (lacht) Ik heb de afgelopen jaren veel geleerd over de psychiatrie, ik liet me in Zoersel vrijwillig opnemen op de psychoseafdeling om erover te schrijven, en ter voorbereiding van dit boek liep ik ook mee op de nachtdienst van de suïcidepreventie in Rotterdam. Dat heeft mijn kijk wel veranderd. Ik ben nog niet klaar met de psychiatrie, en de psychiatrie nog niet met mij (lacht).»

HUMO Niet voor het eerst is je hoofdfiguur een man op weg naar de ondergang.

Grunberg «Klopt, maar deze man valt toch dubbelzinniger dan zijn voorgangers, zoals Oberstein in ‘Huid en haar’ of Samarendra in ‘De man zonder ziekte’. Deze man valt meer zoals ik zelf zou vallen, denk ik. Hij blijft zo iemand van wie je je als buitenstaander kan afvragen: ‘Is hij nu gevallen of niet?’ Kadoke is mijn eerste romanpersonage van wie ik me kan voorstellen dat ik er nog een vervolg over schrijf.»

HUMO Hij krijgt voortdurend van zijn moeder te horen dat hij zich niet kan verweren – dat moet je vertrouwd in de oren klinken.

Grunberg «‘Je durfde niet van je af te bijten!’ Dat heb ik zo vaak gehoord dat ik het ben gaan geloven. ‘Thuis kon je je verweren, durfde je alles, maar je was nog niet de deur uit of je durfde niets meer.’ Of het nu zo was of niet, het blijft raar zo tot zwakkeling te worden verklaard. Want de hele tijd te horen dat je zwak bent, heeft een verzwakkende werking op een mens.»

HUMO Kadoke gaat aan gevechtssport doen, en wel een heel bijzondere: krav maga. Je hebt jezelf recent in je blog haast als propagandist van die sport opgeworpen – ironisch genoeg, want het gaat om verdedigingstechnieken ontwikkeld in het Israëlische leger. Hoe is krav maga in je leven gekomen?

Grunberg «Op weg naar mijn accountant in New York kwam ik in de trein een Nederlander tegen die lessen krav maga gaf. Ik vond het wel interessant. Ik doe het nog steeds, drie keer per week een uur. Ik vervloek mezelf elke keer weer, want het is een vriendelijk soort masochisme, waarbij je echt je grenzen opzoekt en dingen moet doen waaraan ik een enorme hekel heb. Ik heb twee trainers, één is heel hard: bij een aanval móét je snel kunnen reageren, zegt hij, anders ben je dood. Twee seconden is je leven.»

HUMO Wat doet je volhouden?

Grunberg «Het levert wel iets op voor het denken, het schrijven. Na zo’n fysieke uitputtingsslag voel ik me helderder. Ik zit ook zo in elkaar dat ik het inmiddels een nederlaag zou vinden ermee te stoppen.»

HUMO Misschien was het geen toeval dat je aan een gevechtssport begon in een jaar dat je lichaam wel flink opspeelde.

Grunberg «Precies, ik heb een kleine operatie achter de rug, een ziekbed in Oezbekistan, en maanden van vervelende kiespijn. Ik had het idee dat mijn lichaam mij de oorlog verklaarde, en dat ik dus wel moest terugslaan door mijn lichaam de oorlog te verklaren.»

HUMO Indirect verwijs je in je roman ook naar een gebeurtenis die je al eerder beschreef: die keer dat je door een jaloerse vriend van een vriendinnetje bijna met een honkbalknuppel bewerkt werd.

Grunberg «In 2007 was dat. Waarom blijft het zo hangen? Naar mijn idee was ik nooit zó dicht bij de dood als toen. Het deed me ook beseffen dat er een wereld is waar échte klappen vallen, een wereld waar ik met mijn speelse ironie niets teweeg kan brengen, sterker nog: waar die mezelf alleen maar in gevaar brengt. In die zin was het een existentiële kwestie: alles waarin ik geloof, hoe ik in het leven sta, moest ik loslaten – ik had er niks aan.»

HUMO Je ervaringen in Zoersel zijn ook belangrijk voor je roman. In Humo schreef je daar destijds over dat je zelf al 42 jaar aan de diagnose ontsnapt was, en dat ook in de toekomst verwachtte te doen.

Grunberg «Dat bleek niet echt te kloppen, want er was daar een voor mij heel confronterend moment toen ze me zeiden dat ik het lijden van die mensen daar op de afdeling niet had gezien. Dat beet, en dat bijt nog, want zo’n aantijging van een gebrek aan empathie, dat komt er toch op neer dat ze je een psychopaat noemen? Je kan dit boek als mijn antwoord zien. Misschien heb ik die middag in Zoersel besloten om maar niet meer aan de diagnose te ontsnappen, en om die zélf in een roman te stellen.»

HUMO Je roman heeft een urgente toon – hier staat één en ander op het spel. Zo lijkt het een andere kant uit te gaan dan je me in een gesprek een paar jaar geleden voorspiegelde, toen je twijfelde of de roman nog wel prioriteit voor je had.

Grunberg «Dat klopt. Als je alleen door middel van een roman kan ontsnappen aan de diagnose, dan krijgt die roman iets heel urgents. Het alternatief is dat je echt een patiënt wordt en meegaat in de diagnose. Verzet tegen de diagnose is de weg naar een vorm van gezondheid, een nieuw bestaan.»

HUMO In de gesprekken tussen psychiater Kadoke en zijn stagiaire Dekha of zijn patiënte Michette, een heel intelligent en heel depressief meisje, breng je scherp en lucide de moeilijkheden en dilemma’s van de hulpverlening en met name de zelfmoordpreventie aan de orde. Is het überhaupt mogelijk mensen enige levenslust aan te praten?

Grunberg «Ik denk dat je het moet proberen. Je kan niet zeggen: ‘Doe maar, pleeg maar zelfmoord.’»

HUMO Omdat een maatschappij zich zelfmoord niet kan veroorloven, zoals Kadoke opmerkt?

Grunberg «Ook. Maar persoonlijk zou ik ook altijd weer proberen een alternatief te bieden voor zelfmoord, hoe hopeloos het vaak ook is. De ervaringen met de nachtdienst in Rotterdam hebben me daarin gesterkt. Ook nu mijn moeder er niet meer is, voel ik het zo aan dat de verplichting om te blijven leven er niet echt minder om is.»

'Doorzettingsvermogen ontbrak tot nog toe aan mijn liefde. Misschien wordt het anders nu mijn moeder er niet meer is'

HUMO Leven als verplichting – geen andere argumenten?

Grunberg «Je krijgt het met de opvoeding mee. Zelf heb ik ook het gevoel dat zelfmoord een nederlaag zou zijn. En ik heb mijn nieuwsgierigheid. En, dat moeten we toch niet helemaal onder tafel vegen, er zíjn momenten van levensvreugde (lacht).»

HUMO Michette stelt de vraag in zijn scherpste vorm aan de hulpverlener: ‘Wie denk je dat je bent dat je tussen mij en de dood in kan gaan staan?’

Grunberg «Dat is een heel moeilijke vraag. Je pakt iemands autonomie af omdat je vindt dat hij niet het recht heeft te sterven als hij dat zelf wil. In naam van welke waarheid? De waarheid is: dat je móét leven. ‘Elke reden waarom je niet wilt sterven is goed, het maakt niet uit welke,’ zegt Kadoke, en diep vanbinnen heb ik daar wel sympathie voor.»

'Liefde kan heel veel vormen aannemen, ook vormen die vijandig of onprettig kunnen aanvoelen'

HUMO Je schreef een tekst over wat je hebt geleerd bij de suïcidepreventie in Rotterdam. De psychiater en de romanschrijver delen uiteindelijk dezelfde waarheid, schrijf je daar: het geloof in de genezing of ten minste in de stabilisering van de patiënt. Ook de romanschrijver is een hulpverlener?

Grunberg «Ook al komt hij met een ander soort waarheid, en sleept hij een ander soort bureaucratie achter zich aan, dat denk ik wel, ja. Zodat we erachter komen dat ‘Moedervlekken’ geschreven is in de hoop op genezing of ten minste stabilisatie van de schrijver én de lezers (lacht).»

HUMO ‘Literatuur als reddingsboei’ noemde je het eens in Vrij Nederland, met een verwijzing naar je vriend Wim Brands, inmiddels reddeloos verdronken.

Grunberg «Ik zou met Wim Brands over dit boek spreken voor tv… Het eerste wat door mijn hoofd ging toen ik van zijn zelfmoord hoorde was: ‘Kadoke komt te laat!’»


Klaar voor een kind

HUMO En hoe moet het nu verder met je zonder moeder? Een ingeving die je meteen na haar dood optekende, was: ‘Ik moet nu zelf moeder worden.’ Mag ik dat simpel vertalen als: ‘Nu sta ik er alleen voor, volle kracht vooruit’?

Grunberg «Ja, en dan zelf doodgaan, dat is eigenlijk de opdracht (lacht).»

HUMO ‘Ik heb misschien drie belangrijke lessen geleerd van mijn ouders,’ zei je in een voordracht in Zoersel vorig jaar, en wel deze: ‘Pijn is communicatie. Pijn is intimiteit. Pijn is liefde.’ Dat moet je nu zelf een keer simpeler vertalen.

Grunberg «Ik kreeg van hen een les in dubbelzinnigheid mee. De les dat liefde heel veel vormen kan aannemen, ook vormen die vijandig of onprettig kunnen aanvoelen. De les dat je nooit onafhankelijk genoeg bent, nooit afhankelijk genoeg – dat soort dingen is altijd pijnlijk voor beide partijen.»

HUMO ‘In juni ben ik verliefd geworden op een vrouw,’ was je laatste bericht aan je moeder via Humo, een ‘Mailbox’ een jaar na haar dood. Roos is je eerste liefde die je moeder niet kritisch heeft gekeurd ‘zoals een boer het lam bestudeert dat hij gaat verkopen aan de slachter’ – jouw woorden.

Grunberg «Heel raar is dat, ja. Ik heb van mijn moeder geleerd me razendsnel te hechten, maar ook me razendsnel te onthechten. Dat heeft mijn relatie met haar, maar ook die met andere vrouwen getekend. Doorzettingsvermogen ontbrak tot nog toe aan mijn liefde. Misschien wordt het anders nu mijn moeder er niet meer is, heb ik een andere fase bereikt. Zoals het tot nu toe is gelopen, lijkt het geen duurzaam businessmodel te kunnen zijn. Er moet een ander businessmodel komen! (lacht)»

HUMO Misschien komt er nu ook een kind, nu er geen moeder meer is die daarom zeurt.

Grunberg «Een kind was een altijd terugkerend advies van haar, ja. Ik kan me voorstellen dat er een kind komt, over vier, vijf jaar.»

HUMO ‘Ik gebruik je als materiaal, zoals toen je nog leefde,’ gaf je je moeder ten slotte nog mee in diezelfde brief. Maar die kille waarheid ‘verhult het feit niet dat ik je soms mis en dat ik via de omweg van de literatuur bij een pijn uitkom waar ik anders misschien nooit terecht was gekomen’.

Grunberg «Schrijven maakt de pijn niet draaglijker. Maar wel draagbaar. Je schrijft een roman om de pijn te kunnen meenemen, hij gaat in je koffer passen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234