Het nieuwe tv-seizoen: 'Radio Gaga' in revalidatiecentrum Pellenberg

Acht weken lang zal een ploeg van productiehuis De chinezen met een mobiele studio amateurradio maken vanuit evenveel boeiende biotopen. Humo lift elke week mee.

'Iedereen denkt weleens: 'Als ik ooit in een rolstoel beland, dan hoeft het niet meer.' Maar als het je overkomt, liggen de zaken toch anders'

‘Radio Gaga’ komt uit de koker van twee theatermakers, Joris Hessels en Dominique Van Malder. Meer dan acterende collega’s zijn die twee ook vrienden, van het type dat elkaars zinnen en desnoods ook elkaars gedachten afmaakt. Al jarenlang maken ze theater met patiënten in het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain in Gent. Drie jaar geleden werd hun gevraagd daarrond een zaalvoorstelling te maken.

Dominique Van Malder «Maar dat wilden we niet. Het leek ons veel fijner om een piratenzender op te richten. Acht weken lang hebben we daar toen radio gemaakt. Door patiënten simpelweg te vragen welk plaatje ze wilden horen, kregen we een fantastische inkijk in hun leven.»

Joris Hessels «Toen we de kans kregen er een tv-reeks van te maken, dachten we: ‘Ook andere plekken hebben recht op hun eigen lokale radio.’ De nieuwe locaties hoefden niet per se instellingen te zijn. Het moesten vooral gemeenschappen zijn die voor de buitenwereld niet altijd even toegankelijk zijn: een internaat, een camping, een rusthuis. En ze moesten een grote kwetsbaarheid hebben.»

HUMO Opdat jullie er aan radiotherapie zouden kunnen doen?

Dominique «Ja. Of misschien zie ik het nog liever zo: ‘Radio Gaga’ is geen therapie, maar het werkt wel therapeutisch.

»Destijds, met onze piratenzender, hadden we al bepaalde rubrieken bedacht. Zo was er ‘De psychotische weerman’: dat was een patiënt die graag het weer kwam voorspellen op onze radio, al had hij er geen benul van of er nu een sneeuwstorm of een hittegolf zat aan te komen. Voor tv hebben we die rubrieken nog uitgebreid.»

Joris «Nu hebben we ook ‘De syndroomfabriek’, waarin iemand z’n dromen aan ons komt vertellen. Mij is vooral de droom van Frans bijgebleven: hij is in een rolstoel beland na een stom ongeluk en was al voor de vijfde keer in Pellenberg toen wij er waren. ‘Geef mijn droom maar aan iemand die het écht nodig heeft,’ zei hij. Wat hij miste, was niet het gebruik van zijn benen, maar zijn vrouw, die drie jaar voordien was gestorven.»


Pijnlijk kraterlandschap

Voor de aflevering van vanavond hebben de radiomakers hun caravan op het pleintje voor de ingang van Pellenberg neergezet, op de plek waar de revalidanten en hun bezoek doorgaans aan een sigaretje staan te lurken. Ook de wandelclub zit er op de bankjes uit te rusten, nadat ze net de bossen op het domein hebben doorkruist – ze staan nog wat wankel op hun benen, dus voor één keer zijn die ridicule nordicwalkingstokken níét overbodig.

Waar de plaatjesvragers in de andere biotopen op eigen houtje de caravan weten te bereiken, moet researcher An hier de ene na de andere rolstoel tot voor de gouden microfoon rijden. Als eerste duwt ze de rolstoel van Greta tot onder de luifel van de caravan. Deze dame van 65 is in het revalidatiecentrum beland na een beroerte. Haar lichaam had een ongelukkig moment uitgekozen om dienst te weigeren: midden in het feestelijke ontbijt dat haar dochter ter gelegenheid van moederdag had geregeld.

Greta Hackelbracht «Opeens zei mijn dochter: ‘Mama, wat doe je nu?’ Ik zeg: ‘Hoe? Wat doe ik dan?’ Kennelijk kon je aan mijn spraak al horen dat er iets niet klopte. En mijn mond hing scheef.»

Greta wil maar één ding: terug naar huis, naar haar man. Dat is de wens van alle revalidanten, hoe lovend ze verder ook over het revalidatiecentrum praten. Vorige week heeft Greta voor het eerst vijf stappen kunnen zetten. Haar eerste vijf stappen richting exit.

Ook de medewerkers komen vanochtend plaatjes aanvragen. Revalidatiearts Carlotte Kiekens houdt in de caravan een pleidooi voor meer zichtbaarheid van personen met een handicap in onze samenleving: ‘Iemand als de Duitse minister Schäuble: die zit ook in een rolstoel.’ En dan zegt ze met een lachje: ‘Ja, even hadden we Pistorius, maar da’s niet zo goed afgelopen.’

Daarna komt Dany, een Waalse jongen van 13, voor de microfoon zitten. Sinds de dag dat hij met vier vriendjes het dubieuze plan opvatte om met benzine te spelen, moet hij zwaar verbrand door het leven. Hij vertelt het allemaal heel sec: ‘De boel vloog in de fik. Et moi je suis resté dedans.’ Van de vriendjes was hij er het ergst aan toe. Drie maanden lang lag hij in een coma. Hij toont de radiomakers hoe de brand van zijn frêle ruggetje een rood en pijnlijk kraterlandschap gemaakt heeft. Ook zijn benen zijn zwaar verbrand en daarom leert hij hier opnieuw stappen. In de caravan slaat hij een opgewekt praatje met Joris en Dominique. Hij is hier graag, ja. Alleen ’s ochtends soms niet: ‘Dan wil ik naar huis.’ Dany’s thuis staat in Jumet. De rit van anderhalf uur heen en terug maakt het moeilijk voor zijn mama om tijdens de week op bezoek te komen. Als ze hem vragen voor wie hij een lied wil aanvragen, twijfelt hij geen seconde: ‘Pour ma maman.’ Et son papa? Die ziet hij haast nooit meer. Bij die gedachte komen de tranen dan toch opzetten. Als troost mag dappere Dany nog een extra verzoeknummer uitkiezen. Hij wil iets van de Franse rapper Jul horen en prevelt de lyrics van a tot z mee. Dan moet Dany dringend naar de les. Zwaar verbrand of niet, het leven gaat gewoon door.


Dana Winner

Er zijn ook revalidanten voor wie een tripje naar de caravan uitgesloten is. De overvloed aan rolstoelen in Pellenberg doet je al snel inzien hoe wonderlijk het is rechtop door het leven te kunnen, dus loop ik haast huppelend de trap op naar de kamer van Ria. Na een banale val is ze tot aan haar kin verlamd. Mentaal is ze nog in prima doen en praten lukt ook. Een beademingsmachine duwt via een gaatje lucht in haar strottenhoofd naar binnen, waardoor haar borstkas de hoogte ingaat. Lucht erin, lucht eruit: het zorgt voor een ongewone cadans bij ons gesprek.

'Ria aanhoort huilend de liefdesverklaring van haar man, die Dana Winners 'Ik hou van jou' heeft aangevraagd bij 'Radio Gaga'.'

Ria Berghs (65) «Vorig jaar op 18 mei ben ik gevallen. Ik wilde het compostbakje gaan legen, maar ben gestruikeld en met mijn hoofd tegen de muur gevallen. Bovenste nekwervel gebroken. Gelukkig was mijn man thuis: hij heeft me gereanimeerd. Ze hebben me naar het ziekenhuis van Hasselt gebracht. Daar hadden ze me eigenlijk al opgegeven, maar mijn man en mijn zonen wilden me niet laten gaan. Sinds eind februari zit ik hier.

»Ik vind het spijtig dat ik niks meer kan doen. Maar ja, het is gebeurd. Je kunt de klok niet terugdraaien. Dit is voor de rest van mijn dagen. Maar toch wil ik leven. Ik heb nog vier kleinkinderen.»

HUMO Hoe zien je dagen in Pellenberg eruit?

Ria «Ze zorgen goed voor me. Zelf kan ik niks meer. Ik heb geen gevoel in mijn armen of benen. Alleen mijn hoofd kan ik nog een beetje bewegen. Dus kijk ik maar tv. Of door het raam, naar de hertjes. Mijn man bezoekt me elke dag. Als de zon schijnt, dan neemt hij me mee naar buiten voor een wandeling. Alleen is het zwaar voor hem om me te duwen. Omdat ons huis niet groot genoeg is voor mijn rolstoel (Ria krijgt straks een elektrische stoel met tongbediening, red.), is hij het nu aan het verbouwen. Ik hoop dat ik er snel naartoe kan.»

Straks zal Ria’s man Albert langskomen en voor haar ‘Ik hou van jou’ van Dana Winner aanvragen bij de mannen van Radio Gaga. Op haar kamer zal Ria huilend naar zijn liefdesverklaring luisteren, via het kleine transistorradiootje naast haar bed.


Therapeutische tovenaars

Als ergotherapeute zorgt Eva Es ervoor dat Ria straks degelijk voorbereid aan haar tweede leven kan beginnen. Wat dat tweede leven precies wordt, dat is voor elke revalidant anders. Twee patiënten met exact dezelfde dwarslaesie (onderbreking van het ruggenmerg) kunnen met totaal andere doelstellingen revalideren: de ene wil zo snel mogelijk weer aan het werk, mits allerlei aanpassingen; de andere denkt niet meer aan werken, maar wil vooral weer zelfstandig leren leven en vlot in en uit de rolstoel kunnen.

HUMO Ria kan nog zo weinig, maar toch bijt ze door. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Eva Es «Ik zie het hier vaak: er werd deze mensen zoveel afgenomen, maar hun levenswil is enorm. Slechts heel uitzonderlijk krijgen we iemand die die drang om door te gaan níét heeft.

»Ik heb lang met kinderen gewerkt in Gasthuisberg. Toen ik hier pas kwam werken, was ik bang dat ik alleen maar met depressieve, trieste patiënten te maken zou krijgen. Maar de mensen komen hier gemotiveerd revalideren. Ze weten dat ze een kans krijgen en dat die in de tijd beperkt is. Soms duurt een revalidatie zes weken, soms zes maanden tot een jaar, maar altijd staat er een stop op de terugbetaling. Die periode willen ze ten volle benutten. Iemand die een maand vroeger naar huis mag, omdat-ie alles kan en we hem niks meer kunnen bijleren, zegt weleens: ‘Maar ik heb toch nog een maand!’»

HUMO Wat zijn voor jou de zwaarste patiënten?

Eva «Iemand als Ria, die de klok rond zorg nodig heeft, is zwaar voor het hele team. Maar ook kinderen als Dries, een jongetje dat zijn beide benen verloor na leukemie.

'Een revalidant die z'n plafond bereikt, terwijl je de lat eigenlijk hoger had gelegd: dat is misschien wel het zwaarste' Eva Es, Ergotherapeute

»Vorig jaar hadden we hier een pracht van een vrouw. Ze had een tak op haar hoofd gekregen en zo een dwarslaesie opgelopen. Ze was heel innemend en warm. Ze probeerde vooruit te komen, maar elke keer liep er iets mis: dan had ze een blaasontsteking, dan viel ze weer. Op den duur werd het hele team er down van. Het heeft maanden geduurd voor ze naar huis mocht en weer oma voor haar kleinkinderen kon zijn. Misschien is dat wel het zwaarste: dat een revalidant z’n plafond bereikt, terwijl je de lat eigenlijk hoger had gelegd. De ontgoocheling dat je niets meer uit je therapeutische hoed kunt toveren.»

HUMO Zien ze jullie als de tovenaars die hen weer in elkaar kunnen zetten?

Eva «Eerder als de coaches die ervoor zorgen dat ze het niet alleen hoeven te doen. Stel je maar eens voor dat jij na een ongeluk voor het eerst weer rechtop moet proberen te staan. Dan ben je toch blij dat ik op mijn knieën voor je zit om je op te vangen als het fout gaat? Wij zijn de extra ruggensteun, maar we geven de patiënten nooit de indruk dat we álles kunnen fiksen.

»Het is ook zwaar, hè. Mensen komen met veel verwachtingen en hoop binnen. Maar de eerste weken worden ze geconfronteerd met een geheugen dat hen, in het geval van een hersenletsel, op de meest onverwachte momenten in de steek laat. Of anderen krijgen de bikkelharde boodschap: stappen zal nooit meer lukken...»


Dikke pech

Vincent (26) was koerier. Met zijn bestelwagen deed hij elke dag zijn ronde en dat deed hij graag. Tot hij op een vrijdagavond in oktober op weg naar huis een auto-ongeval kreeg. Een paar seconden en niets zou meer hetzelfde zijn: ‘Blijkbaar ben ik in een put vlak naast de rijbaan gereden. Ik verloor de controle over het stuur en heb van alles geraakt, ook de garage van een huis. Heb ik van horen zeggen, want zelf weet ik er niks meer van.’

'Ze zeggen dat je nog van alles kunt horen als je in coma ligt: niks van aan!' Vincent Wuyts, Patiënt

Vincent Wuyts «Tot zondagmiddag ben ik nog bij bewustzijn gebleven, maar toen kreeg ik problemen met mijn ademhaling en hebben ze beslist me in een kunstmatige coma te brengen. Vier weken later werd ik wakker en was alles één zwart gat. Ze zeggen dat je nog van alles kunt horen als je in coma ligt: niks van aan! (lachje)

»Uit die coma ontwaken was vreselijk. Je ziet al die draadjes en die infusen aan je lichaam hangen. Er zat een darm in mijn keel, want ik lag aan een beademingsmachine. Da’s schrikken. Dan wil je bewegen, maar dat lukt niet. In het begin kon ik ook mijn armen niet bewegen, maar daar is het gevoel geleidelijk aan teruggekomen. Alleen mijn rechterhand wil nog altijd niet mee.

»Mijn benen kan ik niet meer bewegen. Ik voel het nog wel als iemand ze aanraakt, maar als ik er water over laat stromen, voel ik niet of dat warm of koud is.»

HUMO Wat voor letsel had je opgelopen?

Vincent «Ik had twee wervels gebroken. Heel stom: ik ben met mijn hoofd tegen het dak van de auto gebotst. Voor de rest mankeerde ik niks: niks gebroken, niks gekneusd. Gewoon dikke pech gehad.

»Ik was ook niet aan het vlammen met mijn auto. En gedronken had ik al helemaal niet. Dat heeft achteraf wel in de krant gestaan: ‘Dronken straatracer verliest controle over het stuur’. Er zou een getuige geweest zijn die aan de politie heeft verklaard dat ik met een maat aan het racen was. Daar klopt niks van: mijn maat was vroeger dan ik vertrokken, terwijl ik nog een sms aan het versturen was. In het begin wilden mijn ouders dat artikel niet aan me tonen. Ik was woest toen ik het las.

»Het besef komt pas langzaamaan. Je weet dat je ermee zult moeten leren leven, maar dat gáát niet. Nog altijd niet. Alleen kan ik het nu wel stilaan een plaats geven.»

HUMO De eerste vraag na zo’n ongeval is of je nog zult kunnen stappen. Maar de gevolgen gaan veel verder: incontinentie, seksuele problemen.

Vincent «Dat komt er allemaal bij en da’s heel lastig. Het is ook voor iedereen anders. Ik voel bijvoorbeeld nog druk als mijn blaas vol zit, maar dat heeft niet iedereen. Onvermijdelijk ga je vergelijken met andere patiënten: ‘Jammer dat ik niet meer kan wat hij kan.’ Of: ‘Toch blij dat ik er niet zo erg aan toe ben als hij.’

»De vraag wat ik seksueel nog kan, is pas na een tijdje bij me opgekomen. Soms kreeg ik een erectie bij het sonderen. Op bepaalde prikkels reageer ik dus nog wel, maar het is niet meer zoals vroeger. Een orgasme zal nooit meer lukken. De dokters en de verpleging kunnen me weinig vertellen over wat de toekomst precies zal brengen. Uitproberen, zeggen ze. Maar dat doe je niet snel op je eentje. Ze hebben wel vrij snel na het ongeval zaadcellen afgenomen – met een medische vibrator, niet bepaald een pretje – en ingevroren, voor het geval ik nog ooit een kinderwens zou hebben. Ik heb al een zoontje van 4. Ik was niet zo lang voor het ongeval gescheiden van zijn mama. Hij was nog jong toen het gebeurde, dus hij was het snel gewoon om me zo te zien. Nu vindt hij mijn rolstoel vooral een handige manier om zich te verplaatsen: ‘Ik ben moe. Mag ik op je schoot?’ (lacht)

»Iedereen denkt weleens: ‘Als ik ooit in een rolstoel beland, dan hoeft het niet meer.’ Maar als het je overkomt, liggen de zaken toch plots anders. Ik heb het uiteraard vaak moeilijk. Zeker als ik ’s avonds in mijn bed lig. Dan begint het te malen. Ik zal nooit met mijn zoontje kunnen sjotten. In de speeltuin kan ik niet eens met mijn rolstoel door het zand om hem te duwen op de schommel. Maar even later denk ik toch weer: ‘Komaan, ertegenaan.’ Ik had net zo goed dood kunnen zijn, ik mag van geluk spreken.»

HUMO Had je een bepaald doel voor ogen toen je kwam revalideren?

Vincent «Ik was vooral bang om de lat te hoog te leggen en dan ontgoocheld te zijn. Het enige wat ik écht wilde, was weer met de auto kunnen rijden. Dat lukt: met een stuurbol op het stuur en een hendel om gas te geven en te remmen. Ik heb net mijn rijbewijs opnieuw gehaald. Maar het is uitgesloten dat ik ooit weer als koerier aan de slag ga. Ik weet zelfs niet of weer gaan werken wel haalbaar is. Voltijds zeker niet – de meest banale bezigheden, zoals me ’s ochtends klaarmaken, vragen nu veel meer tijd. Een deeltijdse job zou misschien nog wel lukken. Alleen lijkt het erop dat het me financieel minder zou opleveren dan wanneer ik thuisblijf en van een invaliditeitsuitkering leef. Typisch Belgisch, zeker?

»Wat ik vooral ook mis, is mijn sport. Ik speelde al van jongs af volleybal. Mijn sociale leven draaide errond en nu is dat weg. Rolstoelvolleybal bestaat niet.»


Geen ocharme

Als Vincent ooit beslist weer aan sport te doen, dan zal sporttherapeut Frederik Lenaerts hem daar vast bij helpen. In het revalidatiecentrum vind je Frederik geregeld zelf in een rolstoel, ook al leveren zijn benen nog degelijk werk. ‘Alles wat de rolstoelpatiënten moeten kunnen, dat kan ik zelf ook, ja. Hoe zou ik het hun anders goed kunnen uitleggen? Maar als ik straks ga eten, dan pak ik niet snel even de rolstoel (lacht).’

Frederik Lenaerts «Mijn doel is de patiënten een fysiek actieve levensstijl aan te bieden. In het begin focus ik nog puur op de revalidatie, maar na een paar maanden probeer ik voor iedereen toch een gepaste sport te vinden. Voor iemand met een dwarslaesie die graag zwemt, ga ik dan na welk zwembad in z’n buurt is aangepast aan rolstoelgebruikers. Want hier is het makkelijk: hier staat zwemmen gewoon op de agenda. Maar wat als ze straks thuis zijn? Er is in elk geval meer mogelijk dan mensen op het eerste gezicht denken.

'Ik zeg altijd lachend: 'Voor een ocharme moet je niet naar hier komen'' Frederik lenaerts, sporttherapeut

»Het is ook veel méér dan sport. Het voorkomt dat de mensen vereenzamen: gaan ze elke week basketten, dan hebben ze sociaal contact en zijn ze onder lotgenoten – al horen ze dat woord niet graag. Het helpt vaak ook om eens van een ander te horen: ‘Hoe doe jij dat, een café binnenraken met je rolstoel als er een hoge drempel voor de deur ligt?’»

HUMO Wie help je het liefst?

Frederik «De mensen die er volle bak voor willen gaan. Liever dan iemand die de eerste keer al zegt: ‘Ik blijf liever in mijne zetel zitten dan dat ik met u meekom.’ Maar er zijn er niet veel die dat blijven zeggen. De meesten krijg ik wel aan het sporten. Dan zeg ik: ‘Kom, we gaan even fitnessen.’ Fitness krijg ik zelfs aan je grootmoeder verkocht.

»Ik benader mijn job als sporttherapeut niet puur therapeutisch. Ik zeg altijd lachend: ‘Voor een ocharme moet je niet naar hier komen.’ Niet dat ze bij mij niet met hun verhaal terechtkunnen. Ik bedoel gewoon: ‘Komaan, hup!’

»Vroeger hing hier een poster aan de muur: ‘Success is not the position where you stand, it’s the direction in which you look.’ Patiënten moeten leren niet achterom te kijken, maar vooruit. Niet ‘Wat kan ik niet meer?’, maar ‘Wat kan ik nog wél?’ Iedereen hier heeft z’n beperkingen en het is mijn taak om die zo klein mogelijk te maken. Soms lukt me dat voor 100 procent, soms maar voor 1 procent. Ik doe het in elk geval graag. Het schenkt me meer voldoening dan sportles geven aan een klas 16-jarigen.»

HUMO Maar het moet toch ook zwaar zijn om elke dag mensen in je sportzaal te zien die de rest van hun leven in een rolstoel zullen doorbrengen?

Frederik «In het begin had ik het daar moeilijk mee. Dan valt je plots op hoe oneerlijk het leven kan zijn. Toen ik hier begon, stond ik elke vrijdagavond bij mijn moeder aan de wasmachine mijn indrukken van die week te vertellen. Over hoe die ene patiënt met een gebroken nekwervel wél weer gewoon kon stappen na de revalidatie, terwijl een ander met dezelfde blessure nog altijd in z’n rolstoel zit. Daar had ik het echt moeilijk mee: ‘Waarom de ene wel en de andere niet?’ Maar dat soort gedachten heb ik moeten loslaten, anders hou je deze job niet vol.»

HUMO Je wordt hier ook wel doordrongen van de gedachte dat ieder van ons op elk moment getroffen kan worden door een banaal ongeluk met ontstellende gevolgen.

Frederik «Ik ben maar met één ding gestopt toen ik hier begon: wildwaterkajakken. De risico’s zijn té groot. Maar ik daal nog altijd als een zot de helling af op mijn mountainbike. Je mag daar niet bij stilstaan. Ik had iemand die elke week ging muurklimmen en met de motor reed. Hij is hier beland nadat hij stomweg over het tapijt was gestruikeld.»

'Tom schrijft de Humo over: 'Om de motoriek in mijn handen te oefenen.'


Dansend schoonschrift

Op het einde van de dag, terwijl buiten Tom Jones z’n ‘Green Green Grass of Home’ door de boxen van Radio Gaga schalt, loop ik nog even langs bij Tom – tweede verdieping, hersenletsels. Ze hadden me verteld dat hij een Humo-fan is. En jawel, op zijn roltafeltje ligt de Humo van die week klaar, met daarnaast een schriftje.

Tom (40) «Daarin schrijf ik de Humo over. Om de motoriek in mijn handen te oefenen. Plus: ’t is interessante lectuur, dus dat helpt me mijn hersenen te trainen. Ik lees al mijn hele leven Humo. Vrijgevochten blad, hè.»

HUMO Nu doe je me blozen. Hoe ben je hier beland?

Tom «In januari heb ik een hartfalen gekregen. Achteraf gezien waren alle voortekenen er: ik was doodmoe, maar kon ’s nachts niet slapen. Soms viel ik overdag op de keukentafel in slaap. Ik weet het aan mijn drukke job – ik was boekhouder. Allee, ik ben dat nog steeds.

»Ik heb mijn aanval bij de dokter gekregen. Mijn moeder en mijn vrouw hadden me overtuigd te gaan, want zelf negeerde ik de problemen liever. Ze hebben me meteen naar het ziekenhuis gebracht, waar ze me 45 minuten hebben gereanimeerd. Dat het bij de dokter is gebeurd, was mijn grote geluk. Alleen heb ik daarna nog een ongeluk gekregen: na mijn hartfalen is er een bloedklonter in mijn hersenen terechtgekomen. Hier (wijst een plek op zijn achterhoofd aan, rechtsonder). Daardoor is mijn spraak aangetast. Ik heb ook kleine motorische problemen.»

HUMO Het schrijven lijkt alweer te lukken: zelden een Humo-artikel zo netjes neergepend gezien.

Tom «Ik zit in de laatste fase van mijn revalidatie. Nog vier tot zes weken te gaan. Ik denk wel dat het goed komt. Dat was in het begin wel even anders: ik kon niet schrijven, amper spreken, niks lezen. De letters van de Humo dansten in het rond. Zelfs de ondertitels op tv liepen door elkaar. Stappen lukte aanvankelijk ook niet. Ik ben echt bang geweest: ‘Zal ik voor de rest van mijn leven in een rolstoel zitten?’ Dat konden de dokters me toen nog niet zeggen.»

HUMO Ga je straks weer werken?

Tom «Met die vraag zit ik ook. Ga ik nog boekhouder kunnen zijn? Cijfers moeten juist zijn, hè. En zullen werkgevers me wel in dienst nemen als ik vertel wat me is overkomen? Het is bang afwachten.»

HUMO Voel je je een ander mens sinds je hartfalen?

Tom «Vroeger was ik heel actief. Té actief, misschien. Nu ben ik rustiger geworden. Ik laat alles meer op z’n beloop, forceren hoeft niet. (Met een lachje) Nu alleen die wijsheid nog in de praktijk zien te brengen als ik hier buiten ben. Want dit is maar een voorbereiding. Straks begint het echte leven weer.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234