null Beeld

Het nulpunt van het niets zonder endDwarskijker over 'Boeken: Rogi Wieg'

Meestentijds is het leven, zoals het zich aan me voordoet, draaglijk lijden dat af en toe onderbroken wordt voor de slappe lach. En uiteraard ook voor toiletgang.

Rudy Vandendaele


Boeken: Rogi Wieg

NPO2 – 19 juli

Bij gebrek aan iets wat me in deze julidagen van 2015 werkelijk interesseert op de televisie, nam ik me voor om het toch maar eens over de Tour de France te hebben, en hoe die bij monde van Michel Wuyts en José De Cauwer, twee oeverloze streams of consciousness, op me afkomt. In het voorbijgaan zou ik lucht geven aan mijn populairwetenschappelijke belangstelling voor de biochemische processen in het lichaam van Chris Froome. In een andere toonaard, en in een terzijde, zou ik gewag maken van de zenuwspanning waarmee ik me tijdens ‘Vive le vélo’ telkens weer op een eventuele polonaise van Marc Coucke instel, de euromiljardair des volks. ‘Het zijn altijd de rijken die zich slechte smaak kunnen permitteren,’ zou ik daar dan ietwat linksig, wellicht pseudomarxistisch, aan toevoegen. Ik was ook van plan het hazenpad in te slaan dat me naar mijn kindertijd terugvoerde, en naar zomers waarin ik na elke etappe van de Tour ten prooi was aan de onweerstaanbare drang om op de fiets te jakkeren en in één moeite door ook voor ratelende wielercommentator te spelen. Er kwam geen eind aan mijn adem. Daarbovenop nam ik me voor een verrassend betoogje aangaande de fiets an sich in te lassen, waarin ik spelenderwijs hard zou maken dat een samenleving meer van rijwielherstellers dan van opiniemakers gediend is.

Er zat voorwaar een long-reader in mijn voornemens, of op z’n minst een long-readcolumn, maar er is iets tussengekomen: op een zondag in ‘Boeken’ op NPO 2 zag ik een volgehouden mediumshot – het camerastandpunt was onwrikbaar – van een geteisterde vijftiger die veeleer ongeschoren was dan dat hij een baard droeg. Hij stak in een badjas waarop het logo van Playboy prijkte: dat gestileerd konijnenkopje en profil. Die nogal slobberige verschijning, die zo te zien niet om het decorum maalde, was de dichter, prozaschrijver en ook wel schilder Rogi Wieg, van wie eerder die week bekend was geraakt dat hij wegens ondraaglijk geestelijk lijden door middel van euthanasie het leven had verlaten. Wim Brands, de uitstekende presentator en interviewer van ‘Boeken’, had Rogi Wieg vorige winter opgezocht toen die al een uitbehandelde psychiatrische patiënt was. Elektroshocks hielpen niet meer, als ze al ooit geholpen hadden. Hij was er toen al zo goed als zeker van dat zijn verzoek tot euthanasie ingewilligd zou worden. Brands, blijkbaar een goede kennis van Wieg, bleef buiten beeld; zijn vragen hadden de juiste toon: ze waren, ondanks de omstandigheden, namelijk vrij van sentiment, zonder dat ze bot klonken. Zijn empathie was niet demonstratief, en zo hoort het ook.

Rogi Wieg verklaarde zijn kamerjas: hij verdroeg geen strakker zittende kleding meer. Hij had ervaren dat zijn uitbehandelde geest zijn lichaam steeds meer dwarszat. Hij sprak eloquent en op deskundige toon over zijn terminale depressiviteit en zijn complex van persoonlijkheidsstoornissen, alsof hij in zijn psychiater of zijn neuroloog was veranderd, wat mogelijk ook aan een persoonlijkheidsstoornis te wijten was, net als de grote belangstelling die hij voor zijn ingewikkelde ziektebeeld bleek te koesteren.

De dood zou hem uit zijn lijden verlossen, wat niet wegnam dat hij bang was voor het nulpunt van het niets zonder end. Volgens hem ging alle angst terug op doodsangst. In zijn navrante prozaboek ‘Kameraad scheermes’ (2003) streepte ik destijds de volgende passage aan: ‘Ik beschouw de dood voor de mens als een onacceptabele ‘uitvinding’. Het is krankzinnig om een leven lang te weten dat je sterfelijk bent. Iedereen is bang voor de dood. En de angst dat je op een gegeven moment zult verdwijnen, is niet iets wat stimulerend werkt en je aanzet tot grote daden. Het is een vergissing om te denken dat juist de angst voor onze eindigheid onze liefde en creativiteit bevordert, of filosofen van ons maakt. Wat die angst vooral doet, is ons verlammen.’

In ‘Vive le vélo’ hoorde ik Mart Smeets, een man van stelligheden, zeggen: ‘Alle moeders hebben gelijk.’ Rogi Wieg vond zijn moeder, die nog in leven is, de bron van alle kwaad en de kiem van zijn ziekte: ‘Een manipulatieve, narcistische persoonlijkheid.’ Mocht hij in een ander land geboren zijn, dan had ze mogelijk een seriemoordenaar van hem gemaakt, zei hij, ‘iemand die telkens weer zijn moeder wil vermoorden.’ Wim Brands was op zijn hoede toen hij dat hoorde: ‘Als ik straks wegfiets, dan denk ik misschien: hij heeft me in de maling genomen.’ Rogi Wieg liet die mogelijkheid open, maar niettemin vond hij dat een leven als seriemoordenaar in zijn geval plausibel was. Toen hij zag dat Van Oorschot, de uitgever, een fout in één van zijn gedichten had laten staan, leek hij bepaald geamuseerd – ’t zag er zelfs naar uit dat hij monkelde. Maar toen Wim Brands hem vroeg wat hij nog wilde doen in de tijd die hem nog restte, schoot hij vol: ‘Ik zou weer jong willen zijn, om opnieuw te kunnen beginnen.’ En voorts wilde hij ook aardig zijn voor zijn vrouw Abys Kovács. Het was hartverscheurend. Ik weet niet of het betamelijk is u dit programma aan te raden (npo.nl/uitzendinggemist), maar ik heb er ademloos naar gekeken. Dagen na de uitzending werkt het nog steeds na. Laat ik even een onstoffelijk overschot van Rogi Wieg voor u overtikken: het gedicht ‘I Want to Talk About You’.

God, geef mij nog een laatste

gedicht. In Uw metaforen beveel

ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing

zijn van iemand en iets. God,

maak van mijn pijn een bloementrompet

en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik

alleen een beetje dood. In mijn

ruggenmerg strooit U confetti

en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn

en U vliegensvlug voorlezen uit

oude boeken. Mijn God, ik zal

U niet verlaten.

(Amsterdam, 16 mei 2015)

Meestentijds is het leven, zoals het zich aan me voordoet, draaglijk lijden dat af en toe onderbroken wordt voor de slappe lach. En uiteraard ook voor toiletgang. Zo, en nu ga ik even mijn nieuwe schoenen uitproberen op buitenlandse bodem.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234