null Beeld

Het personeel van het Witte Huis klapt uit de biecht over de Clintons

Het Witte Huis wordt telkens tijdelijk bewoond door de Amerikaanse president en zijn familie, hun personeelsleden zijn de permanente en dus échte bewoners. Zij kennen de kleine kantjes van grote politici en maken de wereldgeschiedenis vanop de eerste rij mee. Kate Andersen Brower interviewde portiers, dienstmeisjes en bloemstylisten, en bundelde hun verhalen in ‘De residentie’. Een exclusieve voorpublicatie.

'Hillary zou de president met een koekenpan op zijn hoofd hebben geslagen als ze er één bij de hand had gehad. Maar ik denk niet dat ze ooit heeft overwogen om van hem te scheiden'

Het bed van de president en de first lady zat onder het bloed. Een dienstmeisje dat de rotzooi had aangetroffen belde paniekerig naar iemand van de staf. Er moest onmiddellijk iemand komen.

Het bloed was van Bill Clinton. De president had verschillende hechtingen nodig in zijn hoofd. Hij beweerde dat hij midden in de nacht tegen de badkamerdeur was gelopen. Maar niet iedereen geloofde dat. ‘We weten bijna zeker dat zij hem een klap had verkocht met een boek,’ zei een personeelslid. Het incident vond plaats kort nadat bekend was geworden dat de president een affaire had met een stagiaire op het Witte Huis. En er lagen minstens twintig boeken op het nachtkastje waaruit zijn bedrogen vrouw kon kiezen, waaronder de Bijbel.

In november 1995 begon Clinton een affaire met de twintigjarige Monica Lewinsky, stagiaire op het Witte Huis. Hij had ongeveer tien seksuele ontmoetingen met haar in anderhalf jaar tijd, de meeste in het Oval Office. Toen de affaire bekend werd, meer dan twee jaar nadat ze was begonnen, werd de rest van het presidentschap opgeslokt door de vloedgolf van media-aandacht die daarop volgde.

null Beeld

Op 7 augustus 1998 werd Bill Clinton de eerste president die verantwoording moest afleggen ten overstaan van een grand jury. Hoofdelektricien Bill Cliber, die hielp met de elektriciteit en bekabeling voor de vierenhalf uur durende getuigenis – die met behulp van een gesloten camerasysteem werd afgenomen – herinnert zich dat de president die dag in een bijzonder slecht humeur was.

Later die avond zou Clinton tijdens een landelijke televisie-uitzending toegeven dat hij een ‘ongepaste relatie’ had met Lewinsky. Vier maanden later, in december, stemde het door de Republikeinen geleide Huis van Afgevaardigden voor afzetting, maar dit werd na een proces van vijf weken in de senaat herroepen.

Het publiek hoorde pas in januari 1998 over Monica Lewinsky. Maar sommige personeelsleden wisten al van de affaire toen deze nog aan de gang was, tussen november 1995 en maart 1997. De butlers zagen de president en Lewinsky samen in de familiebioscoop, en ze werden zo vaak samen gezien dat de personeelsleden het elkaar lieten weten wanneer ze haar weer hadden gezien.

Bijna twintig jaar later zijn veel personeelsleden van de residentie nog altijd terughoudend om iets te zeggen over de ruzies tussen de Clintons die ze meemaakten. Maar ze voelden allemaal de somberheid die er over de tweede en derde verdieping hing, terwijl het verhaal zich in de loop van 1998 ontvouwde.

undefined

null Beeld

'Sommige personeel­s­leden hebben gezegd dat Hillary niet zozeer van streek was over de affaire zelf als wel over de ontdekking ervan in de media en de ophef die erop volgde.'

Het personeel van de residentie was getuige van de gevolgen van de affaire en de sporen die deze achterliet bij Hillary Clinton, maar de assistenten in de West Wing hadden het drama dat zich op de tweede verdieping van het Witte Huis afspeelde allang zien aankomen. ‘Ze zou hem met een koekenpan op zijn hoofd hebben geslagen als ze er één bij de hand had gehad,’ zei Hillary’s goede vriendin en politiek adviseur Susan Thomases. ‘Ik denk niet dat ze ooit heeft overwogen bij hem weg te gaan of van hem te scheiden.’

Betty Finney, nu 78 jaar oud, begon in 1993 als dienstmeisje in het Witte Huis. Ze bracht de meeste tijd door in de privévertrekken van de familie en herinnert zich goed hoe de dingen die laatste jaren veranderden. ‘Alles was duidelijk meer gespannen. Je had gewoon te doen met het hele gezin en wat ze doormaakten,’ zegt ze. ‘Je voelde het verdriet. Er werd niet veel meer gelachen.’

Bloemstylist Bob Scanlan was uitgesprokener over de sfeer in huis: ‘Het was alsof je naar een mortuarium ging. Mrs. Clinton was nergens te bekennen.’

En als het niet doodstil was, dan was het huis een broeinest van intriges en het toneel van hooglopende ruzies. Een incident vond plaats rond Kerstmis 1996, toen de affaire van de president met Lewinsky nog steeds gaande was.

De afdeling Huishouding was bezig met hun gebruikelijke taken, zoals cadeautjes inpakken voor de presidentiële familie. Soms werd hen gevraagd om meer dan vierhonderd cadeaus in te pakken voor vrienden, verwanten en personeelsleden. Het inpakken was een arbeidsintensief karwei, waarmee tijdens de ambtsperiode van Reagan was begonnen. Er werden precieze logboeken bijgehouden van elk cadeau dat werd ingepakt. (Deze logboeken werden vernietigd zodra een nieuwe presidentiële familie het Witte Huis betrok.) De personeelsleden die de geschenken inpakten, verborgen altijd een kaartje met de inhoud van het pakje en de naam van de ontvanger zorgvuldig onder een lint. Vervolgens zetten ze de pakjes op een daarvoor bestemde tafel in de West Sitting Hall of in de Yellow Oval Room.

'Chelsea was het liefste meisje dat je je kunt voorstellen, en als je dan ziet dat ze zoiets moet meemaken... Het was zo dóm'


Een personeelslid herinnert zich dat er dat jaar een exemplaar van ‘Leaves of Grass’ van Walt Whitman bij was, dat ze moest inpakken. Ze legde het ingepakte boek op de tafel en dacht er niet meer aan. Een paar maanden later, in februari 1997, gaf de president Lewinsky een boek cadeau: het was ‘Leaves of Grass’. Pas later drong tot het personeelslid door dat het boek dat ze had ingepakt waarschijnlijk hetzelfde was als het boek dat de president aan zijn vriendin gaf.

Na de kerstperiode, vertelde het personeelslid, wilde de president per se een boek uit de slaapkamer van de Clintons hebben, maar de first lady was nog niet aangekleed en niemand wilde haar storen. ‘Betty Currie (de secretaresse van de president) belde de huisknecht en hij kwam naar me toe en vroeg me of ik naar binnen wilde gaan en ik zei: ‘Geen sprake van,’ herinnert het personeelslid zich. (Een vergrendelde deur van de slaapkamer stond gelijk aan een niet storen-bordje in een hotel.) ‘Ik denk dat Betty Currie uiteindelijk direct naar Mrs. Clinton heeft gebeld.’

Even later vloog er een boek de slaapkamer uit. Hillary had het de gang in gegooid. De huisknecht van de president raapte het op en bracht het naar Currie.

Bloemstylist Ronn Payne herinnert zich dat hij op een dag omhoogging met de dienstlift met een karretje om oude bloemstukken op te halen, toen hij twee butlers buiten de West Sitting Hall zag staan die luisterden naar een hoogoplopende ruzie van de Clintons. De butlers gebaarden dat hij erbij moest komen en legden hun vinger op hun lippen omdat hij stil moest zijn. Opeens hoorden ze de first lady tegen de president roepen: ‘Goddamn bastard!’ en vervolgens hoorden ze hoe er een zwaar voorwerp door de kamer werd gesmeten. Het gerucht ging onder het personeel dat ze met een lamp had gegooid. De butlers, zei Payne, moesten de rommel opruimen. In een interview met Barbara Walters zwakte Mrs. Clinton het verhaal, dat de roddelrubrieken had bereikt, wat af. ‘Ik heb een goede worp,’ zei ze. ‘Als ik een lamp naar iemand had gegooid, dan had je dat wel geweten.’

Payne was niet verbaasd over de uitbarsting. ‘Je hoorde zoveel scheldwoorden in het Witte Huis tijdens de Clintons,’ zei hij. ‘Als je in iemands huis werkt, dan weet je wat er speelt.’


Mokkataart en zonnebaden

Op het hoogtepunt van het drama miste Hillary Clinton regelmatig middagafspraken. Het bestieren van het huis viel begrijpelijkerwijs in het niet bij het redden van het presidentschap van haar man en van hun huwelijk. In 1996 sliep de president drie of vier maanden op een bank in een kamer naast hun slaapkamer op de tweede verdieping. De meeste vrouwelijke personeelsleden vonden dat zijn verdiende loon.

Zelfs butler James Ramsey, die zichzelf een echte ladies’ man noemt, bloosde als het onderwerp ter sprake kwam. Hij zei dat Clinton ‘zijn maatje was, maar... nou ja, zeg.’ Natuurlijk hield Ramsey tijdens het Lewinsky-schandaal zijn mond dicht.

Sommige personeelsleden hebben gezegd dat Hillary al lang voor het naar buiten werd gebracht over Lewinsky wist en dat ze niet zozeer van streek was over de affaire zelf als wel over de ontdekking ervan in de media en de ophef die erop volgde.

Het lontje van de first lady was erg kort in deze moeilijke maanden. Butler James Hall herinnert zich dat hij koffie en thee serveerde in de Blue Room tijdens een receptie voor een buitenlandse staatsman. Hij stond achter de bar toen de first lady opeens naar hem toe kwam. ‘Waar zitten je ogen?’ zei ze boos tegen hem. ‘Ik moest het kopje van de vrouw van de premier aanpakken... Ze was klaar en zocht naar een plek om het neer te zetten.’ Hij was sprakeloos – andere butlers liepen rond met bladen om het serviesgoed op te halen. Zijn taak was het serveren van de drankjes – maar hij wist dat het geen zin had om zichzelf te verdedigen. Clinton diende een klacht in bij de portiersloge en Hall werd een maand lang niet meer opgeroepen.

‘Het was op zich niet zo erg om er te werken tijdens de afzettingsprocedure,’ zegt voormalig hoofd van de voorraadkamer Bill Hamilton, maar hij geeft toe dat het niet altijd even gemakkelijk was om in die moeilijke maanden met Mrs. Clinton te werken. ‘Het was allemaal erg veel voor haar en als je iets tegen haar zei, schoot ze uit haar slof,’ herinnert Hamilton zich hoofdschuddend. Toch zegt hij dat hij het heerlijk vond om voor de Clintons te werken, en hoewel hij in 2013 met pensioen ging, zou hij willen dat hij gebleven was, nu hij weet dat Hillary misschien terugkeert als eerste vrouwelijke president van Amerika. Hij voelt mee met de first lady in die moeilijke dagen. ‘Het gebeurde en zij wist het en iedereen keek naar haar,’ zei Hamilton.

Chef-patissier Roland Mesnier zei dat hij er alles aan wilde doen om ervoor te zorgen dat Hillary zich beter voelde. Haar favoriete dessert was mokkataart en hij herinnert zich dat hij toen het schandaal op zijn hoogtepunt was ‘heel veel mokkataarten maakte, geloof het of niet’. Laat in de middag belde Hillary de afdeling Patisserie en vroeg met een klein stemmetje – heel anders dan haar gebruikelijke, zelfverzekerde toon: ‘Roland, mag ik vanavond mokkataart?’

In een zonnig weekend in augustus 1998, kort voor de president zijn bekentenis aflegde aan het land, belde de first lady portier Worthington White met een ongebruikelijk verzoek.

‘Worthington, ik wil naar het zwembad, maar ik wil niemand zien, behalve jou,’ zei ze.

‘Yes, ma’am, ik begrijp het,’ antwoordde hij. En White wist inderdaad precies wat ze bedoelde. Ze wilde geen spoor van de bewaking zien, ze wilde niemand zien die het uitgestrekte terrein van het Witte Huis onderhield, en ze wilde zeker niemand zien die een rondleiding door het Witte Huis maakte. Daar kon ze even helemaal niet tegen, herinnert hij zich. Ze wilde gewoon een paar uur met rust gelaten worden.

White zei haar dat hij vijf minuten nodig had om het terrein te ontruimen. Hij ging snel op zoek naar haar beveiligingsagent en zei hem dat ze samen moesten werken om het voor elkaar te krijgen. En snel.

Het was een gesprekje van twintig seconden, maar White wist precies wat ze bedoelde. Hij zei tegen de beveiligingsagent: ‘Als iemand haar ziet, of als zij iemand ziet, dan ben ik mijn baan kwijt, zoveel is zeker. En jij waarschijnlijk ook.’

undefined

null Beeld

undefined

'Chef-patissier Roland Mesnier beschrijft 1998 als een erg verdrietige periode, waarin hij twee briljante mensen verteerd zag worden door een schandaal. En hij had, zoals vele anderen, erg te doen met hun dochter Chelsea.'

En dus besloten de beveiligingsagenten die waren aangesteld om de first lady te beschermen, om haar te volgen, ook al schreef het protocol voor dat er een agent voor haar liep en een achter haar.

‘Ze zal zich niet omdraaien om naar jullie te zoeken,’ zei White tegen hen. ‘Ze wil jullie gezichten alleen niet zien. En ze wil niet dat jullie haar gezicht zien.’

Hij ontmoette Clinton bij de lift en begeleidde haar naar het zwembad. De beveiligingsagenten liepen achter hen aan en verder was er niemand te zien. Ze had een rode zonnebril op en droeg een stapeltje boeken. Ze had geen make-up op en haar haren waren ongekamd. White vond dat ze er erg verdrietig uitzag.

Ze wisselden geen woord onderweg naar het zwembad.

‘Ma’am, hebt u de diensten van een butler nodig?’ vroeg White nog, voor ze ging zitten.

‘Nee.’

‘Hebt u niets nodig?’

‘Nee, het is gewoon een prachtige dag en ik wil hier alleen zitten en van de zon genieten. Ik roep je wel als ik weer terug wil.’

‘Goed, ma’am,’ antwoordde White. ‘Het is nu twaalf uur. Ik ga om één uur naar huis en dan heeft er iemand anders dienst.’

Clinton keek hem doordringend aan. ‘Ik bel jou als ik klaar ben.’

‘Ja, ma’am,’ antwoordde White. Het betekende dat hij moest blijven tot zij verkoos weer naar het huis te lopen. Hij werd pas om halfvier ’s middags gebeld. White begeleidde de first lady weer zonder iets te zeggen van het zwembad naar de tweede verdieping. Voor ze de lift uitstapte, liet de zwaar onder vuur liggende first lady hem weten hoeveel zijn inspanningen voor haar betekenden.

‘Ze pakte mijn handen en kneep er even in, terwijl ze me recht in de ogen keek en alleen ‘dankjewel’ zei.’

Haar dankbaarheid raakte hem in het hart, zei White. Het betekende erg veel voor hem.

undefined

'Veel van de medewerkers hadden twaalf jaar lang onder republikeinse presidenten gediend. Iedereen in de portiersloge was van streek toen president Bush niet werd herkozen'

Enkele van de huishoudelijke medewerkers raakten zelfs bij het drama betrokken. Op een bepaald moment werd huisknecht Linsey Little op de tweede verdieping ontboden om enkele vragen te beantwoorden over de affaire. Toen hij bovenkwam, werd hij ontvangen door een intimiderende geheim agent die hem vroeg of hij Lewinsky ooit eerder had gezien. Nee, antwoordde hij zenuwachtig.

‘Ze willen je het gevoel geven alsof ze denken dat je iets weet,’ zei hij. Hij houdt vol dat hij nooit iets verdachts heeft gezien, maar geeft ook toe dat hij zijn baan niet op het spel zou zetten en daarmee zelf in het nieuws zou willen komen. ‘Ze zetten je naam meteen in grote letters in de krant,’ zei hij.

Mesnier beschrijft 1998 als een erg verdrietige periode, waarin hij twee briljante mensen verteerd zag worden door een schandaal. En hij had, zoals vele anderen, erg te doen met de dochter van de Clintons, Chelsea.

Op een beroemde foto, genomen op 18 augustus 1998, de dag na de ontluisterende bekentenis van haar vader, hield Chelsea haar beide ouders bij de hand terwijl ze naar de helikopter op het South Lawn lopen. Mesnier schudt zijn hoofd bij de gedachte aan wat de jonge vrouw doormaakte. ‘Chelsea was absoluut het liefste meisje dat je je kunt voorstellen, en als je dan ziet dat ze zoiets moet meemaken... Het was zo dóm. Het was heel moeilijk voor haar.’


Terecht paranoïde

Butler Skip Allen geeft toe dat het gemakkelijker was om te werken voor families die hij aardig vond dan om te doen alsof.

‘Maar we zijn wel heel goed in doen alsof,’ zei hij.

Allen kan zijn gereserveerde gevoelens ten opzichte van de Clintons niet verbergen. Tijdens een lunch aan het zwembad bij zijn grote huis in het landelijke Pennsylvania haalt hij herinneringen op hoe Mrs. Clinton hem altijd vroeg om te helpen bij het maken van strikken in haar kleding, iets wat ze zelf niet kon. Maar hij zei ook dat de Clintons het personeel op de residentie nooit volledig vertrouwden en vooral wantrouwig stonden tegenover de portiersafdeling. ‘Ze behoorden tot de meest paranoïde mensen die ik ooit heb gezien.’

Allen is niet de enige met minder goede herinneringen aan het Witte Huis onder de Clintons. Portier Chris Emery, die het goed met de Bushes had kunnen vinden, herinnert zich dat hij zich onterecht gecontroleerd voelde door de Clintons. In de veertien maanden dat hij onder hen werkte, werd hij onderworpen aan drie drugstests en een achtergrondcheck, die hij al enige jaren niet meer had hoeven te ondergaan. Hij zei dat enkele van de vragen die hem werden gesteld – waaronder tot welke kerk hij behoorde – veel te persoonlijk waren en hij ze daarom weigerde te beantwoorden. ‘Ik denk dat ze gewoon op zoek waren naar iets om mij te kunnen ontslaan.’ Hij zuchtte. En inderdaad, toen Emery in 1994 werd ontslagen, was dat voor een deel vanwege een gunst die hij aan voormalig first lady Barbara Bush had verleend.

Tijdens de regering Bush was Emery altijd erg behulpzaam geweest voor Mrs. Bush. ‘Wij konden het goed met elkaar vinden. Chris leerde me een computer te gebruiken,’ vertelde Barbara Bush mij. Nadat ze het Witte Huis hadden verlaten, werkte ze aan haar memoires en raakte een hoofdstuk kwijt. En dus belde ze Chris om haar te helpen. Emery deed dat graag – maar de gunst wakkerde het vermoeden van de Clintons aan dat het personeel veel te gehecht was aan de familie Bush. Toen de Clintons zijn belgegevens zagen, zei Emery, kwamen ze tot de conclusie dat hij diepe geheimen deelde met de Bushes in Houston. Wat niet zo was.

Korte tijd later ontbood hoofdportier Gary Walters Emery in zijn kantoor.

‘Mrs. Clinton is niet tevreden over je,’ zei Walters tegen hem.

‘Wat betekent dat?’ vroeg Emery verbaasd.

‘Dat betekent dat morgen je laatste dag is.’

Barbara Bush geeft toe dat haar telefoontjes naar Chris ‘problemen veroorzaakten’. Emery werd publiekelijk beticht van een ‘verbazend gebrek aan discretie’ in de woorden van Hillary’s woordvoerder Neel Lattimore. ‘We geloven dat de positie die hij bekleedde, als staflid op de residentie, het uiterste respect vereist voor de privacy van de presidentiële familie.’

Emery zegt dat hij kapot was van het verlies van zijn baan, en zijn salaris van vijftigduizend dollar. ‘Ik zat een jaar zonder werk,’ zegt hij. ‘Ze hebben het kleed zo onder mijn voeten vandaan getrokken.’

Al die jaren later vertelde Emery me bedroefd dat hij begrijpt waarom hij werd ontslagen. ‘Ze stond onder grote druk,’ zegt hij over Hillary. ‘En jammer genoeg was ik daar het slachtoffer van.’

Tenminste één van Emery’s voormalige collega’s denkt daar anders over. Deze persoon zei dat de Clintons terecht zo paranoïde waren. Veel van de medewerkers op het Witte Huis hadden twaalf jaar lang onder republikeinse presidenten gediend. Volgens deze bron was iedereen in de portiersloge van streek toen president Bush niet werd herkozen... En ze staken dat tegenover de Clintons niet onder stoelen of banken. Met name Emery was een republikein in hart en nieren, volgens deze bron. Hij heeft inderdaad misschien niet altijd zijn gevoelens over de Clintons verborgen gehouden. Volgens zijn collega zei Emery, toen president Clinton op een dag naar beneden kwam om een evenement bij te wonen: ‘Ik kan gewoon niet begrijpen dat iemand een orgasme heeft als hij in de buurt is.’ Hij maakte dit soort opmerkingen zo luid dat assistenten van Clinton ze konden horen, volgens zijn collega.

De Clintons hadden wellicht ook goede redenen om zich zorgen te maken over hun veiligheid. Ze waren nog niet van de schrik bekomen na de beweringen van militairen die gouverneur Clinton in Arkansas hadden moeten beschermen, en die later aan de pers vertelden dat ze Clintons buitenechtelijke affaires faciliteerden.

Over één incident in het bijzonder maakten de Clintons zich zorgen. Laat op een avond in 1994, toen ze in Camp David waren voor de paasvakantie, was Helen Dickey, Chelseas voormalige oppas en assistente van de staf op het Witte Huis, in haar kamer op de derde verdieping van het Witte Huis. Ze hoorde geluiden uit de woonvertrekken van de presidentiële familie, een verdieping onder haar. Toen ze ging kijken wat er aan de hand was, trof ze een aantal in het zwart geklede, gewapende mannen aan die de spullen van de Clintons doorzochten.

‘Wat doen jullie hier? Jullie hebben het recht niet om hier te zijn!’ riep ze uit.

‘Wij zijn van de Geheime Dienst en doen ons werk. Ga weg,’ zeiden ze tegen haar.

Toen Hillary terugkwam, vroeg ze hoofdportier Gary Walters om een verklaring. Hij verontschuldigde zich ervoor dat hij vergeten was haar te zeggen dat de agenten de tweede verdieping kwamen doorzoeken op afluisterapparatuur. Ze was woedend.

De Clintons waren graag alleen. In een interview in 1993 zei Hillary Clinton dat ze hield van de tweede verdieping van het Witte Huis, omdat dat de enige plek was waar de geheime dienst haar familie niet volgde. ‘Daar kunnen we zeggen dat ze naar huis kunnen gaan. We hoeven ze daar niet te hebben,’ zei ze. ‘Dat is een heerlijk gevoel, want we hebben altijd overal mensen om ons heen.’ Volgens de meeste verhalen gedroeg Chelsea Clinton zich altijd respectvol tegenover het personeel. Toch gelooft Ronn Payne dat ze zich de haat die haar ouders koesterden ten opzichte van de geheime dienst enigszins eigen had gemaakt. In het begin van de eerste ambtsperiode van Clinton stonden er bewakers op de overloop van de trap van de tweede verdieping, bij de lift van de president. Een andere post was bovenaan de Grand Staircase, tegenover de Treaty Room op de tweede verdieping. (Deze posten werden later, op verzoek van de Clintons, verplaatst naar de State Floor.)

Op een dag liep Payne door de privékeuken op de tweede verdieping, toen een agent achter hem binnenkwam om Chelsea te begeleiden naar Sidwell Friends, de particuliere school in Washington die zij bezocht. Chelsea was aan het telefoneren.

‘O, ik moet ophangen,’ zei ze tegen haar vriendin. ‘De varkens zijn er.’

De agent werd vuurrood, herinnert Payne zich. ‘Ms. Clinton,’ zei hij. ‘Ik moet u iets vertellen. Het is mijn werk om tussen u, uw familie en een kogel in te staan. Begrijpt u dat?’

‘Nou ja, zo noemen mijn vader en moeder u,’ antwoordde ze.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234