Het verborgen leven van Dimitri Bontinck

Dimitri Bontinck, de vader van de Vlaamse Syriëstrijder Jejoen, verwierf het afgelopen jaar in de internationale pers een heldenstatus als ‘jihadi hunter’ en ‘decorated war hero’. Maar wie is die Dimitri Bontinck eigenlijk? Zeker geen para bij het leger, zoals de man zelf beweert. Humo dook in het verborgen leven van een brokkenpiloot, en baande zich een weg tussen de wrakstukken.

Dimitri Bontinck is inmiddels al wat camera’s gewoon. Hij kreeg televisieploegen uit Japan, Wit-Rusland, Frankrijk, Canada en Israël over de vloer en mocht zijn zegje doen op CNN en BBC. Maar het allereerste televisieoptreden van vader Bontinck was twintig jaar geleden gereserveerd voor Paul Jambers, in een reportage over de portiers in het ruige nachtleven van Antwerpen. Jambers interviewde in november 1994 de legendarische portier Fons De Mol – alias Fons de Bokser – op het De Coninckplein, een uitgaansbuurt die in de jaren 90 berucht was om haar drugs, hoeren en zware jongens. Dimitri Bontinck heeft in de uitzending maar een figurantenrolletje: hij komt even in beeld om de hand te schudden van Fons en duikt dan weer een bar binnen (filmpje hieronder).

'Als portier was Dimitri van niemand bang. Als je een vlaai van hem kreeg, zag je de zon, de maan, en de sterren. '

De 20-jarige Dimitri zet op dat ogenblik zijn eerste stappen in het portiersleven en zal zes jaar lang als portier werken voor bars en cabarets op het De Coninckplein, waar niemand vragen stelt over je verleden. Bontinck maakte geen deel uit van het klassieke Antwerpse portiersmilieu. ‘Niemand van ons kende hem,’ zegt ex-portier Marc Noblesse – alias Bleske. ‘Het was raar: ineens was hij daar. Die viel precies uit de lucht, juist gelijk Mister Bean. ‘Ik kom van het leger en ik zoek iets om een centje bij te verdienen.’ Hij zei dat hij in Afrika had gezeten en vertelde verhalen over leeuwen en tijgers, enfin, ik geloofde er niet veel van. Hij is jarenlang gebleven en heeft aan verschillende deuren gestaan. Hij kon het toen al goed uitleggen, met veel gebaren erbij. Hij was van alles op de hoogte, vooral op gerechtelijk gebied, en liet dat graag merken.’

‘In het begin was hij nogal impulsief,’ vertelt de nu 78-jarige Fons De Mol, die jarenlang voor de deuren van cabaret Cash stond, een bekende bar met meisjes, waar veel schoon volk over de vloer kwam.

Fons De Mol (op foto links met Bontinck) «Ik heb hem geleerd dat vechten niet het belangrijkste was, maar diplomatie – én ontvangen. Als portier kon je links en rechts flink wat drinkgeld krijgen. Dimitri was één van mijn beste leerlingen. Hij kon goed cinema verkopen en gebruikte heel geleerde woorden. De laatste jaren heb ik samen met hem aan de Cash gestaan, omdat het alleen te gevaarlijk werd. Dimitri was van niemand bang. Als je een vlaai van hem kreeg, dan zag je de zon, de maan en de sterren.»

Op het grote terreurproces in Antwerpen, dat zijn ontknoping nadert, is Dimitri’s zoon (foto rechts) één van de spilfiguren. Het proces tegen Sharia4Belgium-leider Fouad Belkacem en enkele tientallen jonge Vlaamse moslims die naar Syrië trokken, is voor een aanzienlijk deel gebouwd op de verklaringen van de nu 21-jarige Jejoen Bontinck, die zowel kroongetuige als verdachte is op het proces. Dat hij de bekendste Syriëstrijder in Vlaanderen – en bij uitbreiding de wereld – is, heeft Jejoen aan zijn vader te danken: toen Jejoen naar Syrië verdween, ging die de jongen zelf terughalen, in ware commandostijl. Hij richtte daarbij zo veel schade aan dat hij als burgerlijke partij in het proces tegen Sharia4Belgium – samen met de al even turbulente moeder van Brian De Mulder – nog nauwelijks geloofwaardig is. Toch is hij de enige stem die in de media te horen is over het proces, omdat alle advocaten een spreekverbod hebben.

In de internationale pers verwierf hij een heldenstatus als ‘the jihadihunter’ (The Australian, BBC) en ‘a decorated war hero’ (Daily Mail, The National). Maar wie was de Dimitri Bontinck van vóór de Syriëmissies, de ronkende verklaringen over het falende regeringsbeleid in België, de analyses over IS, en de sappige verhalen over seksuele escapades met moslima’s? Een wel erg veelzijdig man, zo ontdekte Humo.


Rat-a-taa!

‘Iedereen is het product van zijn opvoeding,’ schrijft Dimitri Bontinck in 2013 in zijn boek ‘Syriëstrijder tegen wil en dank’, over de zoektocht naar zijn zoon in Syrië. Zelf kent hij een moeilijke jeugd met een gewelddadige vader. Dimitri wordt geboren in Dendermonde op 15 november 1973. Zijn moeder is poetsvrouw, zijn vader is berucht als vechtersbaas in de cafés rond het station. Bert Bontinck – ‘den Bère’ noemen de mensen hem vanwege zijn struise gestalte – heeft een kort lontje en krijgt geregeld bezoek van de politie vanwege caféruzies, vechtpartijen en huiselijk geweld. Af en toe verdwijnt hij een tijdje in de gevangenis.

‘Bert was in feite een nogal zielig figuur,’ vertelt een Dendermondenaar die hem goed gekend heeft.

Dendermondse kennis «Hij maakte veel lawaai en was verbaal agressief, terwijl hij eigenlijk een timide man was. Hij wilde graag bij de zware jongens horen, maar die lachten met hem, waardoor hij gefrustreerd raakte en ruzie zocht. Hij heeft veel slaag gegeven maar ook gekregen. Ik heb hem eens een café zien binnenstormen toen hij net uit de bak was gelost. ‘Geef mij vijf pinten!’ riep hij naar de toog, met een totaal verwilderde blik. De oudere koppeltjes in het café keken verschrikt hoe hij de ene pint na de andere binnengoot, terwijl het bier van zijn kin droop. Den Bère kon pas na zijn vijfde pint weer iets zeggen en gromde: ‘Mmmm, de lekkere Belgische bieren!’

»In een ander café aan het station heeft hij eens staan stoefen dat hij binnen het halfuur een uzi kon hebben – dertig jaar geleden al! De mensen lachten hem uit, maar een halfuur later stond hij daar met dat wapen, en schoot hij in het plafond – Rat-a-taa!»

Dimitri kent de verhalen over zijn vader, zegt hij in een lang gesprek met Humo.

Dimitri Bontinck «Het was gene gewone. Dat van die uzi is waar, hij had trouwens nog andere wapens ook. Maar ik ben nooit echt door mijn vader opgevoed. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 10 jaar was. Nadien heb ik hem niet vaak meer gezien.»

Moeder Bontinck voedt haar kinderen alleen op. Het gezin heeft het niet breed. Dimitri is als oudste zoon de man in huis en heeft praats voor tien.

Op maandagavond 2 december 1991 stapt de twee jaar jongere broer van Dimitri, op dat ogenblik 16, met bebloede handen en een hond aan de leiband het politiebureau binnen. Hij heeft net de buurman doodgestoken, bekent hij. Het slachtoffer, de 34-jarige ex-cafébaas Hugo M., had een tijdlang een relatie met moeder Bontinck. Toen die het uitmaakte, bleef de man haar lastigvallen. Die avond kwam het ten huize Bontinck tot een confrontatie tussen de broer van Dimitri en Hugo M. ‘Feit is dat de ruzie is uitgelopen op een gevecht waarbij de jonge man met zijn Rambo-mes verschillende steken toebracht’, meldt de plaatselijke krant De Voorpost. M. overleed ter plekke aan zijn verwondingen. De minderjarige broer werd volgens bronnen bij het gerecht naar een gesloten jeugdinstelling gestuurd. Dat laatste ontkent Dimitri Bontinck tegenover Humo.

Bontinck «Het gerecht heeft uitgemaakt dat het wettige zelfverdediging was en heeft mijn broer vrijgesproken. Na twee, drie weken was hij al op vrije voeten. Ik weet alleen dat het zelfverdediging was. Hugo M. was een gewelddadige man die dronk en drugs gebruikte. Het was hij of wij.»

Over wie er precies bij de feiten aanwezig was, is Dimitri Bontinck onduidelijk.

Dat de dramatische gebeurtenis hem getekend heeft, wil hij niet gezegd hebben. ‘Het is overal wel iets, zeker? Ik heb later wel meer gruwel gezien, op mijn buitenlandse missies met het leger.’


Het ritme van de tamtams

Het leger dus. Dat hij als paracommando op missie gestuurd werd in vele oorlogs- en conflictgebieden, vertelt Dimitri graag over zijn legercarrière. Bontinck in zijn boek: ‘Ik voelde mij geroepen als wereldverbeteraar en tekende een contract als paracommando. Op 5 oktober 1992 werd ik ingelijfd bij de Brigade Paracommando te Marche-les-Dames.’ Dat is de plaats, voegt hij eraan toe, ‘waar koning Albert I op 17 februari 1934 bij een ongeval van de rotsen stortte.’ Misschien moet dat laatste stukje informatie dienen om de aandacht van de lezer af te leiden, want van het paracommandoverhaal klopt maar weinig. Bontinck gaat al op 17-jarige leeftijd in het leger als milicien om vervroegd zijn dienstplicht te vervullen, naar eigen zeggen in de kazerne van Soest, Duitsland. Hij begint in 1992 inderdaad aan een opleiding als paracommando, zo bevestigt ons een bron binnen het leger, maar moet na drie maanden al afhaken ‘vanwege medische redenen’. Bontinck is dus nooit para geweest. Hij blijft nog een tijdje militair in een gewone infanterie-eenheid in België en wordt één keer als infanteriesoldaat ingezet bij een NAVO-missie in de Balkan, in 1995.

‘Mijn brevet als para heb ik niet gehaald,’ geeft Bontinck toe, ‘maar ik heb wel twee jaar in de Balkan gezeten voor observaties en als internationaal waarnemer, ik heb een decoratie van de VN voor moed en zelfopoffering, en de officiële titel van oorlogsveteraan.’

Dat hij in 1994 op één van die militaire missies ‘in het diepe zwarte Afrika’ verliefd werd op een Nigeriaanse vrouw, Omosede Ojo, die de moeder van Jejoen zou worden, is ook een verhaal dat niet spoort. Ojo is afkomstig uit Benin City, een stad in het zuiden van Nigeria. Het Belgisch leger had daar in 1994 en de jaren voordien geen missies. ‘Ik was niet in Afrika voor het leger,’ geeft Dimitri Bontinck nu toe.

Bontinck «Ik was daar voor… noem het een soort vakantie. Ojo was de dochter van de eerste adviseur van Oba, koning van het oude koninkrijk Benin. Ik ben in Nigeria met haar getrouwd, volgens de inlandse gewoontes, in traditionele kledij. Jejoen is daar trouwens geboren, op 29 januari 1995, op het ritme van de tamtams. Mijn vrouw en ik zijn daarna met ons zoontje naar België gekomen om hier een toekomst uit te bouwen.»

Bontincks legercarrière strandt niet veel later, in 1996, wanneer hij in België gearresteerd wordt na een zware vechtpartij op café. Die knokpartij zal hem een correctionele veroordeling opleveren en in de cel doen belanden.

Bontinck «Dat is toen gebeurd, maar daar zeg ik niks meer over. Ja, het rebelse zat in mij. Wie heeft er geen belleke trek gedaan toen hij jong was? Maar dat is voorbij, ik heb een blanco strafregister, ik heb eerherstel gekregen.»

Dat laatste is waar. Op 5 oktober 2007 krijgt Bontinck eerherstel voor zijn veroordeling in 1996 door de correctionele rechtbank in Brussel én een veroordeling in 1998 door het hof van beroep in Gent. Het eerherstel, een niet zo uitzonderlijke procedure, betekent dat beide veroordelingen van het strafblad verdwijnen. Of het twee keer om dezelfde feiten gaat, is niet duidelijk, Bontinck wil geen verdere commentaar geven. De vechtpartij is in ieder geval ernstig genoeg om een einde aan zijn legercarrière te maken, en zal later ook zijn politieke carrière bij de (Open) VLD een deuk geven – hoewel Bontinck tot vandaag nog steeds lid is van de partij.


Broederschap

De tweede helft van de jaren 90: Dimitri woont al een paar jaar in Antwerpen, Ojo en Jejoen trekken bij hem in. Als portier heeft de jonge vader vooral een actief nachtleven. Wanneer Dimitri Bontinck voor onbepaalde tijd in de gevangenis verdwijnt vanwege de zware knokpartij in het café, is de kleine Jejoen nog maar een peuter. Moeder Ojo zit aan de grond. Hulp komt uit onverwachte hoek: de broederschap van de Odd Fellows, geen vrijmetselaarsloge maar een esoterische, wereldwijd vertakte orde die soortgelijke idealen nastreeft: de broederschap onder alle mensen. In Antwerpen zijn nogal wat VLD’ers lid. De vrouwen van de Odd Fellows stellen een noodpakket samen voor het gezin. ‘Mevrouw Bontinck vroeg om geld, maar dat hebben we niet gegeven – wel eten,’ vertelt een lid van de Odd Fellows.

Odd Fellows-lid «Later is Dimitri zelf toegetreden tot de orde – twee keer zelfs. De eerste keer in 1997, maar toen is hij maar een jaar lid gebleven, de tweede keer in 2006. Die laatste keer is hij na een jaar buitengegooid. We hadden ons in hem vergist, hij deed zich anders voor dan hij was. Hij kon zich aan geen enkele regel houden, volgde niemands orders op. Als hij zijn zin niet kreeg, werd hij verbaal agressief en was er niks mee aan te vangen. Hij heeft ook binnen de organisatie een ruzie uitgevochten. Vermoedelijk heeft hij zich aangesloten omdat hij dacht dat hij dan ‘bescherming van hogerhand’ zou genieten. Maar zo werkt het niet bij ons.»

Bontinck «Hoe weten jullie dat ik bij de Odd Fellows was? Dat is ultrageheim! Een liberale excellentie was mijn peter, meer zeg ik niet. De connectie achter de schermen was altijd geweldig: solidariteit, broederschap… In feite zijn dat dezelfde waarden als bij Islamitische Staat, hè.»


Een ‘geverke’

In het Antwerpse nachtleven heeft Dimitri minder aanpassingsproblemen dan bij de Odd Fellows. Hij en zijn broer, die inmiddels forse spierballen en een flinke torso heeft gekweekt tijdens een jarenlang verblijf in Los Angeles, worden bekende figuren op het De Coninckplein. Als ze niet aan het werk zijn toeren de twee broers graag rond in de buurt met hun Porsche décapotable. ‘Dat waren de goeie tijden,’ mijmert Dimitri Bontinck.

Ex-politieman Bart Van Opstal, ooit een BV vanwege zijn deelname aan de eerste reeks van het VTM-programma ‘Big Brother’, maakte in de jaren 90 als agent deel uit van de nachtpatrouilles in de buurt, die kreunde onder de overlast van het zware uitgaansleven.

Bart Van Opstal «Dimitri (uiterst links op foto, met collega's voor cabaret Cash op het Antwerpse De Coninckplein) stond daar bijna elke nacht afgeborsteld voor de deur van een seksclub, in een proper zwart kostuum met een zwart colleke eronder. Als wij met de combi passeerden, kwam hij een praatje maken. Ik had het gevoel dat hij aan onze kant stond. We kregen op een nacht een oproep over een man die met een vuurwapen rondliep op het De Coninckplein. Toen we daar aankwamen, had Dimitri het al geregeld: hij kwam naar ons toe met de revolver van die man. Hij overhandigde ons het wapen heel beleefd, met de kolf naar ons toe. ‘Voilà, hij zit daar,’ zei hij. Hij had de man in zijn eentje overmeesterd.»

‘Het was een vechtersbazeke,’ zegt ex-politieman Bart De Bie, die ook vaak op het plein patrouilleerde.

Bart De Bie «Als er ruzie was, moeide hij zich daar als eerste mee. Ik herinner mij een interventie: een stuk of wat Afrikanen waren op elkaars gezicht aan het slaan, en hij was ertussen gevlogen. Dat durfde hij wel. En eerlijk is eerlijk: hij koos de kant van de politie. Maar het was ook een grote fantast. Hij kende zogezegd elke dealer en verslaafde. ‘Stoefen en blazen’, noemen we dat in Antwerpen. Daar blonk hij in uit.»

Dimitri Bontinck vertelt op het De Coninckplein de wildste verhalen: dat hij bevriend is met Hakan, de baas van de Grijze Wolven (een Turkse extreemrechtse organisatie), dat hij in de vrouwenhandel zit en dat hij zijn eigen vrouw ‘vrijgekocht’ heeft, dat hij xtc dealt in de cafés in het Schipperskwartier, dat hij onder zijn jas een geweer met een afgezaagde loop bij zich draagt, en – een steeds terugkerend riedeltje – dat hij ‘de procureur’ kent. Wat er waar is van al die verhalen, is onmogelijk te controleren.

‘Wij hadden als collega’s wel de indruk dat Dimitri een dubbele agenda had,’ zegt ex-portier Marc Noblesse – Bleske. ‘Dat hij de politie tipte over van alles en nog wat. Het was eigenaardig: hij was van alles op de hoogte – en als hij kletsen kreeg, stond de politie daar onmiddellijk. ‘Een geverke,’ noemden wij dat. Een klikker.’

Bontinck (haalt zijn schouders op) «Ik geef daar geen commentaar op. Er waren nog geverkes bij de portiers, hoor. Maar ik begrijp uw insinuaties. Ik heb nooit iemand van de Staatsveiligheid ontmoet.»

Van zijn vechtkunsten wil Bontinck tegenover Humo dan weer direct een demonstratie geven. ‘Met één vinger breng ik je om, echt waar. Of met twee vingers, achter de oren. Moet ik dat eens tonen?’

Fons De Mol – ex-kampioen boksen – vertelt dat hij Dimitri heeft geleerd ‘om iemand met één slag met de platte hand uit te schakelen, in plaats van met de vuist.’

De Mol «Dat is een heel efficiënte techniek: als je met de onderkant van je hand – de bal – tegen de kin van je tegenstander slaat, gaat die direct tegen de grond. Dat heeft hij van mij geleerd.

»Ik ben nog een paar keer thuis geweest bij Dimitri. We stonden de laatste jaren altijd samen voor de Cash en verdeelden het drinkgeld. Als we klaar waren met het werk bracht ik hem ’s morgens naar huis en ging ik bij hem nog een koffie drinken. Zijn vrouw bakte dan eitjes met spek voor mij. Ik heb Jejoen nog als klein manneke gekend: een heel lief, schoon kind. Dimitri was een heel goeie vader: hij pakte de kleine op zijn schoot en ververste hem en zo.

»20 mei 2000 was onze laatste nacht op het De Coninckplein. Er was een nieuwe portierswet die alle portiers verplichtte om een examen af te leggen. Ik was toen al 64 en ben ermee gestopt. Dimitri is wel elders doorgegaan. Ik ben hem nog gaan bezoeken toen hij voor een casino in de Breydelstraat werkte.»

Dat casino is eigendom van de bekende, schatrijke bingokoning Willy Michiels, die zijn imperium bouwde op gokautomaten en speelholen. Bontinck werkt er als een soort binnenportier. Willy Michiels komt uit Haaltert, niet ver van Dendermonde, waar hij jarenlang burgemeester voor de VLD was. ‘Chipper’, zoals ze hem in Haaltert en omstreken noemden, was een omstreden figuur die gelinkt werd aan corruptie en zijn politieke mandaten verloor toen hij daarvoor veroordeeld werd. Bontinck kan geen kwaad woord over hem horen.

Bontinck «Ik heb twaalf jaar voor Chipper gewerkt als floormanager, mijn broer acht jaar, en het was de mooiste periode van mijn leven. Jejoen kwam, toen hij nog bij de jezuïeten zat, na school altijd efkes in zijn uniform binnen. Dag zeggen.»


Het blauwe fabriekje

Dimitri, vertelt hij in zijn boek, is van huis uit liberaal. Wanneer hij in Antwerpen gaat wonen, engageert hij zich onmiddellijk voor de partij, afdeling Borgerhout. Hij steekt zijn ambities om iets in de politiek te betekenen niet weg en stelt zich kandidaat voor verschillende mandaten. We vinden zijn naam terug in de Burgerkrant van mei 1997, het partijblad van de VLD, als kandidaat voor de nationale beroepskamer (foto boven). Daar partijleden in beroep kunnen gaan tegen beslissingen van de statutaire commissie, het interne tuchtorgaan van de partij. Bontinck omschrijft zichzelf als werkloos – hoewel hij op dat ogenblik als portier aan de slag is. Zijn aandachtspunten in de campagne zijn ‘de verlaging van de loonkost en de hervorming van justitie’.

‘Ik bén ook verkozen en ik heb effectief in de beroepskamer gezeteld, in de Melsensstraat in Brussel,’ zegt Bontinck. Hij vertelt er niet bij dat zijn doortocht ook daar niet zonder brokken is verlopen. Bij het nationale partijbestuur is zijn veroordeling in 1996 niet onopgemerkt gebleven. ‘Er werd ons destijds informeel gewaarschuwd dat we voorzichtig moesten zijn met de man, omdat hij in de gevangenis had gezeten,’ zeggen verschillende insiders van de toenmalige Antwerpse VLD-afdeling.

Karel Poma, die eind december 2014 op 94-jarige leeftijd overleed, was jarenlang voorzitter van de statutaire commissie van de VLD. In wat zijn laatste interview zou worden bevestigde Poma eind november 2014 nog aan Humo dat de waarschuwing niet in dovemansoren was gevallen.

Karel Poma «Op een bepaald moment heeft Bontinck van ons de raad gekregen om ontslag te nemen uit die commissie omdat hij betrokken was bij een vechtpartij in een café. ‘Consilium abeundi’ is de toepasselijke term – de raad om te vertrekken. In feite is dat iemand buitenzetten op een elegante manier. Hij is eruit gezet omdat zijn gedrag te wensen overliet, ook al was het dan in zijn privéleven. Wij vonden dat het niet paste dat iemand met zulk gedrag over andere mensen moest oordelen in een tuchtcommissie.»

Het zal Bontinck niet ontmoedigen om zich ook later nog verschillende keren kandidaat te stellen voor het nationale partijbestuur van de VLD. In 2001 duikt hij op de kandidatenlijst van de Burgerkrant op als ‘antiekhandelaar’, en ook in 2012 stelt hij zich kandidaat – zonder succes evenwel. Bontinck loopt als trouwe partijsoldaat ook mee in verschillende kiescampagnes, onder meer in 2000 voor VLD-politica Ann Coolsaet. ‘Jejoen is zelfs nog meegegaan op campagne,’ zegt Bontinck, ‘flyers uitdelen op markten en in winkels.’ De VLD’ers die zijn pad kruisten op die campagnes, herinneren zich hem nog goed als de man die uitbundig broodjes bestelde en veel lawaai verkocht. ‘Het was een type dat erg tevreden was met zichzelf en over alles het hoge woord voerde, ook over dingen waar hij niks van af wist. Hij kon heel hulpvaardig en volgzaam zijn, maar dat kon in een paar seconden tijd omslaan als iets hem niet aanstond. Dan ontstak hij in woede.’

Wanneer Ann Coolsaet het in 2000 in Antwerpen tot schepen schopt, doet hij er alles aan om een postje op haar kabinet te krijgen. Hij wordt geweigerd omdat hij niet het juiste profiel heeft.

‘Ik ben al twintig jaar lang lid,’ zegt Bontinck. ‘In de partij heb ik ook mijn advocaat Kris Luyckx leren kennen. Maar in de historie met Jejoen heb ik van niemand in de partij hulp gekregen, behalve van Luyckx (tot voor kort nationaal secretaris, red.). Die heeft eerst mijn belangen pro Deo verdedigd, en nu die van Jejoen.’


Dimitri als kunstexpert

Naast zijn werk als portier probeert Dimitri een voet binnen te krijgen in de antiekwereld. Hij geeft zich uit als antiekhandelaar, is een bekend gezicht in het circuit van de veilinghuizen waar hij kleingoed opkoopt, probeert hier en daar Afrikaanse beeldjes te slijten, maar wordt in het wereldje niet au sérieux genomen. ‘Een antiekhandelaar was hij zeker niet,’ klinkt het daar. Dimitri’s nieuwe hobby brengt hem wel in het bekende Antwerpse veilinghuis Bernaerts, waar hij geregeld op veilingen komt en rond 2002 aan de slag gaat – als portier.

Peter Bernaerts (bestuurder) «Hij was zichzelf komen aanbieden, hij zei dat hij ervaring had als portier in een casino. We waren tevreden over zijn werk: hij stak keurig in het pak, was zeer bereidwillig en beleefd. Maar je moest hem wel streng in de hand houden, want hij kleurde graag buiten de lijntjes. Zijn opdracht was de deur open- en dichtdoen, maar voor je het wist, sprak hij de klanten aan alsof hij zelf expert was: ‘Ik zal dat schilderij weleens schatten voor u.’ Hij stelde ons zelfs voor: ‘Als de veilingmeester even wil pauzeren, zal ik het wel overnemen van hem.’ Toen hij problemen kreeg met justitie (wegens partnergeweld, red.), begon hij onze deurwaarders aan te klampen voor juridisch advies, en dat was al wat vervelender. Toen de problemen met zijn zoon Jejoen begonnen, sprak hij ook daar onze klanten en de deurwaarder over aan, hij zocht overal hulp. In 2013 is hij mij komen zeggen dat hij niet meer voor ons kon blijven werken omdat hij op missie naar Syrië ging, top secret, om zijn zoon te zoeken.

»Toen we hem in de maanden daarna zagen opduiken in alle journaals en zelfs op CNN, viel onze mond open. Het was duidelijk dat zijn verhaal vol contradicties zat, en toch werd hij door de journalisten voortdurend opgevoerd. Voor mij roept het een beeld op van een wanhopige man die losgelaten wordt in een stierenarena en blindelings op alle rode lappen afstormt, met achter hem een heel mediacircus. Dimi heeft een goede inborst, maar hij is nogal goedgelovig. Ik denk dat hij vooral tegen zichzelf beschermd moet worden.»

De securityjob bij Bernaerts brengt Bontinck ook op de kreeftendiners die het veilinghuis voor goede doelen organiseert. Op één van die benefietavonden waar hij als portier werkt, wandelt Dimitri aangeschoten naar dj Axel Daeseleire, hij vraagt de microfoon en zingt ‘My Way’ van Frank Sinatra voor een verbijsterde zaal. ‘Er is geen zanger aan hem verloren gegaan,’ zegt iemand die er toen bij was.


Een beter leven

Voor zijn zoon Jejoen koestert Dimitri grootsere plannen in de showbizz. Op 14-jarige leeftijd neemt die deel aan de talentenjacht ‘Move Like Michael Jackson’, en op YouTube staat de jongen te dansen in een videoclip van de Belgische band Shameboy (filmpje hieronder).

Dimitri gedraagt zich als een echte manager van zijn zoon: hij sleept hem mee naar filmopnames voor figurantenrollen, spreekt regisseurs en producers aan. Dimitri heeft een missie: zijn zoon moet het maken, het liefst in Hollywood. Of uitblinken in sport: tennis, waterskiën, windsurfen, kajakken, wakeboarden, duiken. ‘We hebben nooit op een cent gekeken om Jejoen kansen te geven,’ zegt vader Dimitri. ‘We stuurden hem op sportkamp naar het prachtige Comomeer in Italië, waar Silvio Berlusconi zijn villa had. Ik wilde dat mijn kinderen een beter leven hadden dan ik had gehad (Jejoen heeft nog een jonger zusje, red.).’

Maar de thuissituatie van Jejoen is allesbehalve stabiel. In oktober 2008 dient zijn vrouw Ojo klacht in tegen Dimitri wegens intrafamiliaal geweld. Op het moment dat de zaak voor de rechtbank komt, in oktober 2009, heeft het koppel zich weer verzoend. Ojo komt mee naar de zitting en zegt aan de rechter dat ze de feiten wat overdreven heeft. Dimitri krijgt een opschorting van vijf jaar – de schuld wordt bewezen geacht, maar er wordt geen straf uitgesproken. Het huwelijk tussen Dimitri en Ojo houdt geen stand. In 2011 scheiden ze.

Op school is Jejoen een buitenbeentje. In 2009 – de jongen is dan 14 – wordt hij het slachtoffer van steaming. Oudere bullebakken pakken zijn geld en zijn PlayStationspelletjes af.

Dimitri Bontinck «Jejoen was op zoek naar zijn identiteit. Hij moest van school veranderen omdat hij niet meer mee kon bij de jezuïeten. Wat er nog meer bij hem inhakte, was het einde van een relatie met een mooi blond meisje, zijn eerste grote liefdesverdriet. Op zijn nieuwe school leerde hij een Marokkaans meisje kennen, dat hem de Koran liet lezen. Dat heeft hem getriggerd. Jejoen is een zoeker naar de waarheid.»

Op 1 augustus 2011 bekeert Jejoen zich tot de islam in de koepelmoskee in Antwerpen. Hij laat zijn baard groeien, draagt alleen nog djellaba’s en eet enkel halal.

Bontinck «Zijn moeder en ik waren tegen die radicale ommezwaai. De grootste klap kwam toen we ontdekten dat hij zich bij Sharia4Belgium had aangesloten en alleen nog naar Fouad Belkacem luisterde, de duivel in eigen persoon! Ik heb alles gedaan om Jejoen bij dat radicale clubje weg te halen. Ik ben met Belkacem gaan praten. Ik heb hun kamp 45 keer bezocht, met een kleine verborgen camera. Voor mezelf, niet voor de staatsveiligheid. Ik wilde ze op iets illegaals betrappen. Dat is me niet gelukt. Die zijn sluw, jongen! Ik heb Sharia4Belgium nog bokspalen en boksballen cadeau gedaan om hun vertrouwen te winnen. Dat is infiltratie, ja. Mag ik, als vader? Ik moest in hun kamp raken. Alleen zo kon ik mijn zoon terugwinnen.»

Hééft Dimitri Bontinck inderdaad alles gedaan om zijn zoon bij Sharia4Belgium weg te halen? De getuigenis van een schooldirectrice laat iets anders vermoeden. Tegenover de jeugdpolitie in Antwerpen klaagt de directrice in februari 2012 over het onhandelbare gedrag van Jejoen, die op school verschijnt in moslimgewaad, eist om met zijn islamitische naam te worden aangesproken, verbaal agressief is en minachtend tegen vrouwen, en zelfs dreigementen uit ‘dat hij de school zal uitzuiveren’. De directrice vreest voor de veiligheid van de andere leerlingen en de school. Wanneer ze vader Dimitri daarop aanspreekt, toont hij totaal geen interesse en dekt hij het gedrag zelfs toe, zo verklaart de directrice aan de politie. ‘Ik vernam van de vader dat hij thuis islamitische godsdienst en islamitisch recht studeerde en niet veel meer naar school zou komen. De vader vond dat Jejoen goed bezig was. (…) Hij wijt alles aan de andere godsdienst van zijn zoon. Ik denk dat hij zich er niet van bewust was waar zijn zoon mee bezig was.’

‘Larie,’ reageert Dimitri Bontinck. ‘Wij zijn zélf naar de politie gestapt om te zeggen dat ze mijn zoon uit dat clubje moesten halen. Ze hebben geen vinger uitgestoken.’

Dimitri Bontinck heeft intussen zelf weer problemen met het gerecht. Op 6 november 2012 krijgt hij tijdens een afspraakje in een hotel in de Antwerpse diamantwijk slaande ruzie met zijn vriendin, de dochter van een Antwerpse magistraat. De vrouw loopt kneuzingen op in haar hele aangezicht, en Dimitri zal haar een uur lang vasthouden op de hotelkamer. Hij vliegt twee weken in de cel en wordt vervolgd wegens opzettelijke slagen en verwondingen en gevangenhouding. In het kader van het onderzoek wordt twee keer om een psychiatrisch onderzoek gevraagd, maar dat weigert hij.

Door het hotelincident verliest hij zijn job op de griffie van de politierechtbank, waar hij op dat ogenblik al overhoop ligt met korpsoverste Herman Dams door de problemen met zijn zoon Jejoen. Hoe Bontinck in de eerste plaats al aan een job op de rechtbank van Antwerpen is geraakt, roept trouwens vragen op – de administratie van de FOD Justitie stuurt hem in 2010 als contractueel naar de griffie. Bontinck zelf geeft er geen commentaar over, ook niet over het feit dat zijn ex-vrouw Ojo als poetsvrouw bij het hof van beroep aan de slag is.

‘Dimitri was totaal ondersteboven van zijn nieuwe problemen met het gerecht,’ klinkt het bij verschillende getuigen die hem in die periode meemaakten. ‘Toen hij in maart 2013 plots zijn Syriëmissie aankondigde om zijn zoon te gaan zoeken, dachten velen dat hij gewoon wegliep van zijn eigen problemen met justitie.’


Bekijk de amateurvideo van Dimitri Bontinck in Syrië, die tijdens zijn zoektocht naar zijn zoon een wapen test:


Mensen die vader en zoon een beetje kennen, denken hetzelfde over Jejoen: dat die naar Syrië trok om weg te lopen van zijn vader.

Op 13 juni 2014 wordt Dimitri veroordeeld tot 6 maanden met uitstel. Bontinck zit op dat ogenblik ver weg in Turkije om zijn zoon te zoeken. Het beroep dat hij in de zaak aantekende, werd al een paar keer uitgesteld door het Sharia4Belgium-proces.


Een drieling in de couveuse

Op 22 februari 2013 vertrekt Jejoen Bontinck naar Syrië. Hij is op dat ogenblik geen lid meer van Sharia4Belgium. Fouad Belkacem heeft hem acht maanden eerder al buitengezet, omdat Jejoen als zelfverklaard expert in duiveluitdrijvingen kwetsbare meisjes benadert om seks met hen te hebben. Herhaaldelijk probeert Jejoen opnieuw bij Sharia4Belgium opgenomen te worden. Volgens zijn advocaat is zijn vertrek naar Syrië een wanhopige poging om opnieuw door de groep aanvaard te worden.

Een maand later reist Dimitri zijn zoon achterna en stuurt hij een oncontroleerbare berichtenstroom over zijn heldhaftige zoektocht de ether in, het ene verhaal al wilder dan het andere. Dat Jejoen in België vader is geworden van een drieling, bijvoorbeeld. ‘Ze heten Rania, Rayan en Brian, en ze liggen nog in de couveuse.’ Dat het verhaal compleet verzonnen was, geeft Dimitri vandaag grif toe: ‘Ik heb bewust desinformatie verspreid, een beproefde tactiek bij gijzelingsoperaties.’

Op 14 oktober 2013, bij de persvoorstelling van zijn boek over zijn zoektocht – een soort ‘Kuifje in Syrië’-verslag – kondigt vader Bontinck aan dat hij een nieuwe missie naar Syrië plant en goede hoop heeft om zijn zoon dit keer wél terug te vinden. Jejoen zit op dat moment al veilig in Nederland, maar dat vermeldt vader Bontinck even niet. Een beetje uit commerciële overwegingen, geeft hij vandaag toe. ‘Ik kon toch niet zeggen dat ik mijn zoon al had gevonden, net toen het boek er was.’ Tegenover de VRT verklaart hij een paar dagen later zonder verpinken dat hij op tien minuten van de Syrische grens zit, aan VTM sms’t hij dat hij onderweg is met een helikopter, terwijl hij in Nederland bij zijn zoon zit. Jejoen zal een week in een chalet in Zierikzee onderduiken voor hij naar België terugkeert, waar hij onmiddellijk gearresteerd wordt.

Wat Jejoen precies in Syrië heeft uitgespookt, zal wellicht nooit helemaal duidelijk worden. De jongen zelf wijzigt zijn verklaringen verschillende keren – van humanitaire hulp in ziekenhuizen naar folteringen in de gevangenis. Hij legt bezwarende verklaringen af tegen zijn vroegere strijdmakkers en wordt zo tegelijk kroongetuige en verdachte op het Sharia4Belgium-proces. Volgens de andere westerse jihadstrijders die in Syrië zijn geweest, vertelt Jejoen Bontinck vooral leugens om zijn eigen hachje te redden. ‘What happened in Syria, stays in Syria,’ zegt een bron bij het onderzoek laconiek.

Na de gruwelijke onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley haalt Jejoen Bontinck opnieuw de wereldpers, omdat hij met Foley en de Britse journalist John Cantlie in dezelfde gevangenis bij IS heeft gezeten. Ook dat trekken voormalige Syriëstrijders in twijfel, al mailt de Franse journalist Nicolas Hénin (die in Syrië met Foley gevangen zat, red.) aan Humo dat de Amerikaanse journalist het met hem over Jejoen heeft gehad. Wanneer Dimitri Bontinck wat later in de pers verkondigt dat zijn zoon ook de onthoofde journalist Steven Sotloff in Syrië heeft gekend, vertrouwt Jejoen een vriendin in een chatbericht toe dat dat een verzinsel is van zijn vader – één van de vele. ‘Ben razend op hem. Mensen zeggen dat hij mij gebruikt om geld te verdienen,’ schrijft hij.

Jejoen distantieerde zich de afgelopen maanden van wel meer uitspraken van zijn vader, maar dat is volgens Dimitri een bewuste strategie: zo kan hij als vader druk zetten van buitenaf, zonder dat Jejoen zichzelf compromitteert.

Dat Jejoen vandaag opnieuw in de gevangenis zit, heeft hij in de eerste plaats aan zichzelf te danken. In november 2014 dient zijn nieuwe vriendin Ella M. een klacht in tegen Jejoen wegens partnergeweld. De rechter legt een contactverbod op, maar twee maanden later zijn de twee opnieuw een koppel. Op zondag 4 januari wordt Jejoen opgepakt op de luchthaven van Zaventem als hij op het punt staat om met zijn vriendin naar Antalya in Turkije te reizen, een door westerse jihadstrijders vaak gevolgde route naar Syrië. ‘We gingen gewoon op vakantie,’ zegt het koppel, maar Jejoen wordt toch aangehouden wegens het verbreken van het contactverbod.

Vader Dimitri Bontinck blijft intussen foeteren tegen alles en iedereen. Het is allemaal de schuld van de regering, van de verzuurde maatschappij, van het falende onderwijsbeleid, de losers van de staatsveiligheid, Bart De Wever, procureur Eric Van der Sypt van het federaal parket. Na de aanhouding van zijn zoon in januari verklaarde hij in een woede-uitbarsting voor de televisiecamera’s dat zijn zoon zijn verklaringen op het Sharia4Belgium-proces zou intrekken. ‘Ik had toen een halve fles whisky op,’ bekent hij nu. Ook dat was zijn schuld niet, maar die van de pers, die hem op de meest bizarre momenten komt lastigvallen.

Dimitri Bontinck zal binnenkort de hele waarheid vertellen over hemzelf en zijn zoon in Syrië, belooft hij. Maar dat verhaal zal wel in Frankrijk verschijnen. ‘Het land waar Jejoen zijn vrijheid aan heeft te danken.’ Hij heeft een deal met het productiehuis ARP Sélection voor een film. Bontinck leunt achterover en lacht. ‘Een topdeal.’


Dimitri Bontinck in Het Gat van de Wereld:

[FOTOSPECIAL_31079]

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234