Gevaar in het verkeer

Het verdriet na het verkeersongeval: ‘In het ziekenhuis hebben ze me voor het eerst verteld dat ik een slachtoffer had gemaakt. Een meisje van 3 jaar’

Elk jaar komen zo’n 300 mensen om het leven in het Vlaamse verkeer. Een veelvoud ziet zijn leven volledig overhoopgegooid. Nabestaanden, aanrijders en over­levers getuigen: ‘Ik begrijp nu waarom mensen vluchtmisdrijf plegen.’

Ann De Boeck

De 32-jarige Manu, zoon van Frank Ravignot en Chris De Cock, kroop na een avond op café toch achter het stuur. Bij het ongeval dat hij toen veroorzaakte, lieten hij en een vriend het leven en raakte zijn vriendin zwaargewond.

Frank: “Op de dag van het ongeval zei ik nog tegen zijn vriendin: ‘Zorg dat jij vanavond zeker naar huis rijdt.’ Als dat niet lukte, zou ik hen komen halen. Manu had namelijk een rijverbod. Maar toen ze terugkeerden van het café, reed hij toch. Onderweg hebben ze ook nog ruziegemaakt.

“In het verslag van de verkeersdeskundige staat dat Manu te snel reed, ongeveer 90 kilometer per uur. Hij zou door de middenberm zijn geslipt, waarna ze tegen een reling terechtkwamen. Daardoor was hij op slag dood. Ook een kameraad die mee in de auto zat, Adil, overleed kort na het ongeval aan zijn verwondingen. Manu’s vriendin raakte zwaargewond en lag drie weken in coma.

“Om half zes ’s ochtends belden hier al twee politieagenten aan. Ze kwamen met de lift naar boven en ik zag meteen aan hun gezicht dat ze geen goed nieuws hadden. Ze stelden zich strategisch op: eentje ging bij Chris staan, eentje bij mij. Beneden in de hal stonden de mensen van slachtofferhulp al klaar om ons op te ­vangen.”

Chris: “Die eerste dag beleefde ik in een roes. Het nieuws ging rond als een lopend vuurtje en verschillende mensen kwamen over de vloer. De dag daarna stonden hier plotseling vijftien vrienden van Manu aan de deur. Met een fles cava en zijn foto op tafel hebben we dan om de beurt anekdotes verteld. Er is veel gehuild, maar ook gelachen.”

Frank: “De beste vriendin van Manu, Anke, vertelde dat hij ooit had gezegd dat hij geen koffietafel zou willen. ‘Ik lust geen koffiekoeken, doe mij maar een spaghettislag.’ Een paar maanden later zaten ze hier dus met z’n allen pasta te eten in onze living. (lacht) Omdat Manu en Adil ook trouwe Antwerpfans waren, hielden 250 supporters een speciale herdenkingsmars voor hen, met fakkels.”

Chris: “In het begin was het vooral moeilijk dat we Manu niet mochten zien. Hij was onthoofd en zijn lichaam werd niet vrijgegeven. Toen we bleven aandringen, hebben ze hem uiteindelijk opgebaard met zijn handen bloot. Maar hij was toen al twee weken dood.”

Frank: “Achteraf volgde het gedoe met de verzekering. Omdat die de kosten van het ongeval op ons zou verhalen, moesten we zo snel mogelijk afstand doen van Manu’s erfenis. Dat was complex, want zo’n erfenis gaat ook verder op andere familieleden. Zij moesten allemaal aftekenen. Door de beslissing mochten we niet eens het appartement van Manu leegmaken. Zijn huisbazin moest dat doen. Gelukkig liet ze ons toch binnen om een paar persoonlijke spullen mee te nemen.”

Chris: “Straks in december zal het vier jaar geleden zijn. Dat wordt een moeilijk moment. Ik kan de pijn moeilijk beschrijven, maar in het begin voelt het echt alsof je bedolven wordt onder een grote hoop stenen. Die hoop is zo zwaar dat zelfs ademen onmogelijk is. In de jaren daarna probeer je steentje per steentje weg te gooien. Maar op een slechte dag komt er weer een dubbele lading bovenop.”

Frank: “In het begin hoorde ik je vaak huilen toen ik al in bed lag.”

Chris: “Ik hield mijn verdriet voor mezelf. We praatten er wel over, maar eigenlijk zat ik in mijn wereld. Ik wilde je er niet mee belasten.”

Frank: “We halen nu erg veel uit de bijeenkomsten van de Ouders van Verongelukte Kinderen. Daar begrijpen ze wat we hebben meegemaakt en zwijgen ze Manu niet dood. Soms maken we bijvoorbeeld samen een fietstocht langs een aantal SAVE-borden (die jonge verkeersslachtoffers herdenken, red.) en leggen we daar een roos neer. Dan merk je pas hoeveel ouders in dezelfde situatie zitten als wij.”

Chris: “Sinds de dood van Manu heb ik gemerkt dat er heel veel mooie dingen in mensen naar boven komen. Manu lachte vaak. Als die bekende gele luchtballon met de smiley dan weer boven Antwerpen vliegt, sturen zijn vrienden een foto. ‘Hij is hier weer gepasseerd!’”

Noucha Matufa (34): ‘De ware schuldigen zitten achter een bureau’

“Ik was met Celio, zijn broertje en zijn zusje op weg naar school. We waren net van de bus gestapt en moesten nog een stuk wandelen. Toen we voorbij de Tereosfabriek (een glucoseverwerkend bedrijf in Aalst, red.) wandelden, draaide een vrachtwagenchauffeur plotseling de parking op zonder zijn richtingaanwijzer te gebruiken. Hij had ons niet gezien. Celio kwam daarbij onder de vrachtwagen terecht, terwijl de rest op tijd kon wegspringen.

“Die eerste seconden leken wel een droom. Ik zag dat Celio met zijn gezicht naar beneden op de grond was gevallen. Rond hem lag een grote plas bloed. In paniek belde ik mijn man, die in de auto sprong om naar hier te komen. Onderweg raakte hij vast in de file, stapte hij uit en heeft de rest van de afstand gelopen. Nog voordat hij aankwam, had hij al een raar voorgevoel. Hij voelde dat zijn zoon dood was.

“Een week na het ongeval zat er in onze bus een brief van de chauffeur, een jongeman met de Poolse nationaliteit. Hij schreef dat hij spijt had en dat hij Celio niet had gezien. Uit het onderzoek bleek achteraf dat hij niet had gedronken en dat hij zijn rij- en rusttijden had gerespecteerd.

“Toch blijf ik het raar vinden: iemand die iets steelt, vliegt in België meteen de gevangenis in. Iemand die een ander persoon doodrijdt, kan na een jaar zijn oude leven weer ­oppakken.

“Hoe dan ook zitten de ware schuldigen achter een bureau. Iedereen wist immers al jaren dat het aan die fabriek erg gevaarlijk was voor voetgangers en fietsers. Zowel de stad als het bedrijf houdt tot op heden vol dat ze geen verantwoordelijkheid draagt. Drie weken na het ongeval stond er wel een gloednieuw hek voor het bedrijf. Dat vind ik zo jammer: er wordt altijd gewacht tot het te laat is.

“Vandaag is Celio nog altijd lid van onze ­familie. Ik weiger om in de verleden tijd te praten. Overal in huis hebben we foto’s van hem opgehangen, zodat we zijn lach niet vergeten. Na zijn dood heeft God ons ook gezegend met de geboorte van een extra zoon. Vaak herken ik Celio daarin, net zoals in zijn andere broer en zijn zus. Ze waren erg hecht. Als oudste probeerde Celio altijd het goede voorbeeld te geven.

“Ik probeer sterk te zijn, zodat Celio daar­boven trots op ons kan zijn. Toch is ons leven radicaal veranderd. Als we een verjaardag ­vieren, dan blazen we nog altijd kaarsjes uit. Maar dat is niet makkelijk als je de hele nacht hebt liggen huilen.”

Mark (46): ‘Mijn eerste reactie was totale paniek’

De fietser die Mark Van Montfort (46) per ongeluk aanreed, overleefde het nipt, maar ze lag wel wekenlang in het ziekenhuis. Ze houden nog altijd contact.

“Ik had net een lading gelost met mijn betonmixer en even verderop lag de markt van Hamme. De ideale plek om terug te draaien, dacht ik. Het grootste deel van de markt was leeg, daarnaast stonden een paar geparkeerde auto’s. Ze moet daar tussenuit zijn gekomen, al heb ik dat niet gezien. Het was nog donker.

“Ik was volop aan het afdraaien toen ik plots een luide krak hoorde. Geen normaal geluid, wist ik. Mijn eerste gedachte was dat mijn as gebroken was. Ik stapte uit, keek naar mijn wielen en alles leek normaal. Vervolgens liep ik wat verder om ook langs de rechterkant te kijken, en zag een jong meisje onder mijn camion. Haar fiets lag aan mijn rechtervoorwiel.

“In het nieuws hoor je vaak dat mensen vluchtmisdrijf plegen en sinds dat moment begrijp ik waarom. Mijn eerste reactie was totale paniek. Wat had ik gedaan? Op dat moment wil je gewoon weglopen. Tegelijk besefte ik ook wel dat ik het zo alleen maar erger zou maken. Ik probeerde mezelf te kalmeren, keek of ze nog leefde en dat was gelukkig het geval. Daarna bleef ik bij haar en praatte ik op haar in, zodat ze bij bewustzijn zou blijven.

“Haar bekken was volledig verbrijzeld. Door de versplinterde botten had ze in haar lichaam allerlei perforaties. Wekenlang lag ze in het ziekenhuis. Het is een mirakel dat ze erdoor is gekomen. Ook de jaren daarna heeft ze veel operaties ondergaan. Wel heeft ze vandaag wel een normaal ­leven. We houden nog altijd contact.

“Een paar uur na het ongeval sprak ik haar vader al. De man was zelf vrachtwagenchauffeur geweest en nam me niets kwalijk. Toen ik later bij de strenge politierechter Peter D’Hondt voor de rechtbank van Dendermonde moest verschijnen, was de sfeer helemaal anders. Plotseling werd ik behandeld als een misdadiger. De menselijkheid was weg. Dat heeft me diep geraakt. Niemand doet zoiets toch met opzet?

“Drie weken na het ongeval stampten mijn vrienden me terug in de vrachtwagen. Een moeilijke periode, want ik was voortdurend bang om iets fout te doen. Toen een goede vriend van mijn zoon een paar maanden later stierf in een ongeval met een tractor, kreeg ik pas echt mijn weerslag. Ik zat er compleet door. Ik heb toen een paar maanden thuis gezeten.

“In een camion moet je twintig ogen hebben. Het frustreert me als ik zie hoe sommige ouders daar geen rekening mee houden. Dan gaan ze met hun kinderen vlak naast een vrachtwagen staan, pal in de dode hoek. Ook op bepaalde kruispunten denk ik soms: kwestie van tijd voordat er doden vallen. Het wordt tijd dat we de verkeerslichten veiliger afstellen, zodat fietsers en vrachtwagens niet langer ­samen groen hebben.”

Marianne (53): ‘Ik zou gewoon weer mama willen zijn, in plaats van champetter’

Maxime reed ’s nachts met zijn bromfiets naar huis toen iemand hem vanuit een zijstraat wegmaaide op het fietspad. Vlak aan dat kruispunt stond toen een haag die het zicht belemmerde, dus wellicht zag de aanrijder hem niet aankomen.”

“Hoelang hij daar heeft gelegen, weten we niet. Een ouder koppel uit de buurt zag hem bewusteloos liggen. Dat moet een heel raar zicht zijn geweest, want de daders hadden hem netjes op zijn rug op het fietspad gelegd. Ook zijn bromfiets en zijn helm lagen proper naast hem. Zo hadden ze hem voor dood achtergelaten. Op het eerste gezicht zag je niets speciaals aan hem, behalve een klein schrammetje onder zijn kin. Het koppel dacht dat hij al overleden was.

“In het ziekenhuis vertelden de dokters dat het alle richtingen uit kon. Maxime lag al tien dagen in coma toen de druk in zijn hoofd plots te groot werd door de zwelling van zijn hersenen. Twee keer hebben ze een stuk van zijn schedel moeten wegnemen. Nadien was zijn hoofd drie keer zo groot als normaal. Met watjes rolden ze zijn oogleden op om te kijken of er nog hersenactiviteit was. Tegelijk legden ze hem op ijs om die activiteit te doen afnemen. Eigenlijk zagen wij een lijk liggen.

“Tegen alle verwachtingen is Maxime er doorgekomen. De dokters noemden hem een wonderkind. Toch heeft hij er een zwaar hersenletsel aan overgehouden. Negen maanden lang bleef hij in het ziekenhuis om weer te leren slikken, praten en lopen. Door het letsel heeft hij nu ook geen enkele geremdheid meer. Als we in de supermarkt bijvoorbeeld kennissen van mij tegenkomen, begint hij zijn seks­leven in geuren en kleuren uit te leggen. Hij is druk en egocentrisch.

“Sinds een jaar woont hij samen met zijn vriendin. Drie keer per week werkt hij in een beschutte werkplaats. Financieel staat hij wel nog steeds onder mijn bewind, want anders loopt het fout. Daarnaast gaat hij af en toe naar de neuroloog en de psychiater. Dat is belangrijk, want Maxime is ook al opgenomen geweest voor drank en drugs. Hij trekt altijd de foute mensen aan, die van hem profiteren.

“In zijn eigen wereldje is Maxime gelukkig, daar ben ik zeker van. Hij lacht veel. Door het ongeval zijn Maximes vader en ik ook opnieuw een koppel geworden. Toch doet het pijn als ik zie dat hij op Facebook maar drie of vier duimpjes krijgt. Dan vraag ik aan collega’s en vrienden of ze nog eens naar hem willen­ ­kijken.

“Het klinkt cru, maar ik denk vaak dat Maxime er beter was ingebleven. Dan had ik afscheid kunnen nemen van mijn zoon zoals ik hem kende: een sportieve jongen die graag gezien was en bij drie voetbalploegen speelde. Nu hebben al zijn toenmalige vrienden afgehaakt. Soms zou ik ook gewoon weer graag mama zijn, in plaats van de champetter die hem vertelt wat hij niet mag doen.

“Ik vraag ik me nog altijd af wie onze zoon zomaar achterliet. En vooral of die man of vrouw geen schuldgevoel heeft. De waarheid kennen zou het makkelijker maken om dit te verwerken.”

Jos (66) reed een meisje van 3 jaar dood toen hij een beroerte kreeg: ‘Mijn zwaarste straf is dat ik hier nog rondloop’

“Van het ongeval zelf herinner ik me bijna niets meer. Ik weet enkel dat ik wakker werd terwijl een vrouw in een rode jurk mijn hoofd verzorgde. Er was bloed omdat mijn hoofd tegen de voorruit was geslagen. Even later kwam de ambulance en werd ik afgevoerd naar een ziekenhuis. Daar werd me voor het eerst verteld dat ik een slachtoffer had gemaakt. Een kindje van 3 jaar, zo bleek.

“In het ziekenhuis zei iemand op nogal botte toon dat ik niet in de auto had mogen zitten. Dat klopt niet, zei ik, maar later bleek dat ik sinds 1984 een rijverbod had. In dat jaar had ik mijn eerste epilepsieaanval. Een professor in Brussel heeft me toen onderzocht en legde mijn rijbewijs een jaar in zijn lade. Omdat ik in die periode geen nieuwe aanval kreeg, gaf hij het terug. Zolang er geen nieuwe problemen opdoken, zei hij, volstond het dat mijn huisarts medicijnen voorschreef.

“Enkele maanden voor het ongeval ging mijn dochter mee naar de dokter. Blijkbaar heeft zij toen van hem begrepen dat ik niet mocht rijden, maar die boodschap is bij mij totaal niet aangekomen. Hoe dat mogelijk is? Ik weet het oprecht niet. Ik was die dag ontzettend moe van de medicijnen. In de bijsluiter las ik dat je mocht rijden als je je goed voelde. En ik voelde me goed. Iedere aanval die ik tot dan toe had gehad, overviel me in rust. Achter het stuur leek ik veilig.

“In totaal ben ik drie à vijf minuten bewusteloos geweest. Eerst heb ik nog een gevaarlijk kruispunt overgestoken. Daarna ben ik van de rijbaan afgeweken, heb ik een rij geparkeerde auto’s geraakt en ben ik een paar honderd meter verder tegen de gevel van een huis gebotst. Onderweg heb ik een klein meisje meegenomen dat naast haar ouders wandelde. Zij is kort nadien in het ziekenhuis overleden.

“Achteraf wilde ik me verontschuldigen bij de familie, maar iedereen raadde me dat af. Volgens de politie kon het mijn belangen schaden. Advocaten, rechters, verzekeringsmaatschappijen: ze proberen je allemaal af te schermen. Dat vind ik jammer, want zo lijkt het alsof ik geen geweten heb en met het ongeval niets meer te maken wil hebben. Terwijl ik heel goed besef dat niemand zijn kind wil afgeven. Mijn zwaarste straf is dat ik hier nog rondloop en zij niet.

“Sinds het ongeval slaap ik niet meer. Ik word om vier uur wakker en begin te piekeren. De politierechter gaf me een levenslang rijverbod, een jaar voorwaardelijk en een boete van ongeveer 5.000 euro. De verzekering moet nog van zich laten horen, maar ik vermoed dat ze zich tegen mij zal keren. Ik leef zo sober mogelijk om wat geld opzij te zetten, anders zullen mijn dochters hiervoor moeten opdraaien.

“Intussen heb ik geleerd dat er in België een formulier bestaat waarmee een dokter een rijverbod kan opleggen. Wie dat krijgt, moet zijn rijbewijs binnen de vier dagen afgeven op het gemeentehuis. Ik heb dat document nooit gekregen. Toen ik dat aankaartte bij de Orde der artsen kreeg ik als antwoord dat een dokter nooit verplicht is om dat document te geven. Een mondelinge toelichting volstaat. Ik had het dus moeten weten.”

Viviane (54): ‘Ik moest vier dagen wachten voordat ik zijn lichaam mocht zien’

19 jaar was Nathan, de zoon van Viviane Boulan­ger (54), toen hij omkwam bij een auto-­ongeluk. De chauffeur van de wagen waar Nathan inzat had vijf maanden eerder ook al dronken een ongeval veroorzaakt.

“Nathan kwam van een strenge middelbare school en genoot dan ook intens van zijn vrijheid toen hij in Antwerpen ging studeren. Hij wilde niets missen. Alsof hij toen al een voorgevoel had dat zijn leven kort zou zijn.

“Op de eerste dag van de krokusvakantie wilde Nathan nog een laatste keer uit de bol gaan voordat hij aan de examens begon. Samen met een vriend ging hij naar een discotheek. Daarna zouden ze bij die vriend blijven slapen. Maar daar zijn ze nooit aangekomen. In plaats van een taxi te bellen, stapten ze in de auto bij een kennis die hen thuis zou brengen. Om vier uur ’s nachts zijn ze op de Antwerpse ring op een vrachtwagen ­geknald.

“Die ochtend stonden hier twee vrouwen aan de deur. Slecht nieuws, klonk het. Een bizar moment. Mijn man en dochter begonnen te schreeuwen, terwijl ik compleet het omgekeerde deed: ik ging in ontkenning. Als een robot smeet ik me op het regelen van de verzekering en de begrafenis. Zelfs tijdens de begrafenis had ik het gevoel dat die voor iemand anders was. Een puur verdedigingsmechanisme.

“Voor Nathan kwam alle hulp te laat. Omdat een onderzoeksrechter besliste dat er een autopsie op zijn lichaam moest gebeuren, moesten we vier dagen wachten om hem te zien. In die dagen kregen we heel tegenstrijdige informatie en dacht ik dat zijn lichaam letterlijk uit elkaar hing. Dat bleek achteraf niet te kloppen.

“De chauffeur had alleen maar een whiplash. Een bloedanalyse toonde aan dat hij die avond vijf keer te veel had gedronken. Tijdens zijn proces ontdekten we dat hij vijf maanden eerder ook al dronken een ongeval had veroorzaakt, maar dat die zaak op het moment van Nathans dood nog niet was voorgekomen. Uit de camerabeelden bleek dat hij veel te snel had gereden. Dat maakte me zo kwaad.

“Achteraf wilde hij ons ontmoeten, maar dat hebben we afgeblokt. Via een bemiddelaar schreven we wel brieven naar elkaar. We schreven dat hij ons veel pijn deed, maar dat we geen haat voelden. Daarvoor bedankte hij ons.

“Als moeder lig je wakker van de gedachte dat je zoon midden in de nacht alleen is gestorven. Daarom deed het zoveel deugd om achteraf de beelden van het ongeval te bekijken. Daarop zie je hoe er kort na het ongeval al hulp kwam. Een ambulancier op weg naar zijn werk diende de eerste zorgen toe. Een vrachtwagen zette zich dwars over de weg om hen te beschermen.

“Na het proces ben ik pas echt beginnen te rouwen, want plots had ik niets meer om voor te vechten. Die eerste twee jaar was ik als een computer die volledig gereset was: alles was weg. Opstaan lukte amper. Ook de jaren daarna was ik vooral bezig met overleven. Als ik tijdens een gesprek met vriendinnen had gelachen, dan voelde ik me schuldig. Dat mocht niet, dacht ik.

“Intussen ben ik al acht jaar thuis. Dat is moeilijk, want rouwen is echt een taboe in onze maatschappij. Maar het verlies van je kind is zó verwoestend. Ik voel dat ik erg broos ben geworden. Intussen zie ik meer en meer vrienden van Nathan trouwen en kinderen krijgen. Dat is heel mooi, maar het doet ook pijn. Het toont wat we allemaal missen.”

Wendy (43): ‘Hij heeft nog altijd geen sorry gezegd’

Kato, de 12-jarige dochter van Wendy Demeestere (43), fietste die ochtend met haar vriendinnetje naar school toen ze door een vracht­wagen werd gegrepen.

“Ze waren nog maar een tiental meter verwijderd van de fietsenstalling toen een bestuurder van een vrachtwagen hen inhaalde op een plaats waar de weg versmalde. ‘Let op voor de vrachtwagen’, zei ze nog. Ze probeerden op te schuiven, maar de drempel van de stoep was te hoog. Ze werden in het nauw gedreven. Hierdoor zijn ze gevallen en kwam Kato onder het achterste wiel van de camion terecht.

“Die ochtend waren al een paar kinderen bij mij in de crèche aangekomen. Ik weet nog vaag dat ik plots telefoon kreeg van de schooldirectrice. Ze zei dat er iets ergs was gebeurd en dat Kato werd gereanimeerd. Zeker twintig keer vroeg ik haar of het ernstig was, maar daar wilde ze geen antwoord op geven. Een moeder die toevallig net haar kind kwam afzetten, zag de paniek in mijn ogen en nam alles van me over. Een andere vrouw bracht me naar de school.

“Toen ik daar aankwam, stond er een rode tent over Kato. De reanimatie was volop bezig. Op dat moment stort je wereld in. Je wilt van alles doen, maar eigenlijk sta je aan de grond genageld. Toen een ambulancier wat later naar me toe kwam gewandeld, wist ik genoeg. Ik heb me laten vertellen dat ik nog drie uur in de tent heb gezeten met Kato’s hand in de mijne.

“Ze hadden een wit laken over haar gelegd. Alleen haar benen en haar hand waren zichtbaar, de rest mocht ik niet zien. Achteraf heb ik foto’s bekeken en dat viel eigenlijk nog mee: haar schedel was kapot, maar dat zag je niet omdat haar haar erover hing. Daar ben ik erg boos om geweest. Ik had Kato nog zo graag een knuffel of zoen gegeven, maar dat mocht niet.

“In die eerste uren na haar dood moesten we in een zaaltje van de school wachten. Mijn ouders, mijn broer en de rest van de familie kwamen toe. We zaten samen rond een tafel. Iemand bracht de boekentas van Kato binnen. Even later kwam er een telefoontje met de vraag welke begrafenisondernemer we wilden. Hij zou Kato komen halen, maar moest weten welke kleren ze zou aandoen. Omdat ze de dag daarna haar vormsel zou vieren, hebben we voor haar vormselkleedje gekozen.

“De chauffeur blijft volhouden dat hij geen fout heeft gemaakt. Hij heeft nog geen enkele keer sorry gezegd. Dat wringt. Tijdens het proces probeerde hij zijn eigen vel te redden. Wat ik ook frustrerend vind, is dat de gemeente sinds het ongeval plots vol fietsstraten ligt. Dat plan lag volgens de burgemeester al twee jaar klaar, maar had door corona vertraging opgelopen. Dan zak je toch door de grond?

“Ik geniet ervan om tussen andere mensen te zijn. Maar als ik alleen ben, moet er maar iets kleins gebeuren en ik ben vertrokken. De pijn die ik dan voel, valt niet te beschrijven. Met mindfulness probeer ik in die crisismomenten wat minder diep te gaan.

“Weet je wat ik vervelend vind? Als mensen zeggen hoe sterk ik ben. Terwijl het simpel is: ik heb geen keuze.”

Trui (59): ‘Ik laad zijn telefoon nog altijd op’

Vincent, de zoon van Trui Verduyn (59), viel hoogstwaarschijnlijk in slaap achter het stuur na een nachtje stappen. “Vincent zou die avond thuis blijven, maar op aandringen van een vriend ging hij mee naar een fuif. Toen hij ’s nachts met de auto terugkeerde, een rit van nog geen 10 kilometer, reed hij plots de andere kant van de weg over en kwam hij in een gracht terecht. Hij was in één klap dood. Niemand zag dat gebeuren, maar een voorbijganger zag hem even later liggen. De politie gaat ervan uit dat hij in slaap is gevallen.

“Toen hier ’s ochtends een dame met een stapel papieren onder de arm aanbelde, had ik een slecht voorgevoel. Welke onbekende komt er op een zondagochtend langs? Zodra ze zei dat Vincent een zwaar ongeluk had gehad, schoten we uit de startblokken. ‘Naar welk ziekenhuis moeten we?’, vroegen we haar. Maar dat hoefde niet meer, antwoordde ze. Ze hadden hem al naar het funerarium gebracht.

“Die vrouw heeft ons geweldig geholpen. Toen ze aankwam, lag onze dochter boven nog te slapen. Ze ging mee de trap op om het haar te vertellen. Later heeft ze de familie en de vrienden opgebeld. Ze zorgde ook dat Vincent werd overgebracht naar een funerarium in de buurt. Een hele week kwam ze iedere dag langs. Ik wil dat graag vermelden omdat ik bij de Ouders van Verongelukte Kinderen (een lotgenotenorganisatie, red.) ook wel slechtere ervaringen hoor.

“Er is een leven voor en een leven na het ongeval. Vroeger gingen we bijvoorbeeld vaak op restaurant. Daarna ging dat niet meer omdat die stoel altijd leeg bleef. Ook reizen werd onmogelijk. Sinds kort gaan we af en toe een weekendje weg. En tijdens de kerstdagen gaan we altijd naar een zuiders land, liefst eentje waar zo weinig mogelijk kerstsfeer hangt. Kerstmis is een van de dagen die je probeert te mijden.

“Als we binnenkort voor het eerst in dertig jaar verhuizen, krijgt Vincent opnieuw zijn eigen kamer. Vandaag ligt zijn kamer er nog altijd bij zoals hij ze heeft achtergelaten. Ik wil niet dat zijn spullen in dozen worden gestopt. Ook zijn telefoon laad ik nog altijd op, al komen er geen berichten of oproepen meer binnen. Dat klinkt misschien raar, maar ik vind het belangrijk om het gevoel vast te houden dat hij er nog altijd is.

“Dat is ook de reden waarom ik het jammer vind dat steeds minder mensen over Vincent praten. Als we er niet over beginnen, denken ze, zal ze er niet aan denken. Maar zo werkt het niet. Vincent is het eerste en het laatste waar ik elke dag aan denk. Overdag zet ik wel een masker op om door te gaan. Maar ’s avonds kom ik thuis, neem ik dat masker af en staat het leven weer stil.

“Via de Ouders van Verongelukte Kinderen mag ik nu af en toe het verhaal van Vincent vertellen aan kinderen in het vijfde en zesde leerjaar. Zorg voor elkaar, zeg ik dan. Samen uit, samen thuis. Wij dachten ook altijd dat dit ons nooit zou overkomen.”

(DM)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234