'Het voordeel van de twijfel': Stefaan Van Brabandt geeft te denken

Als filosofoloog en ook nog wel een beetje als acteur presenteert Stefaan Van Brabandt op Canvas ‘Het voordeel van de twijfel’, een serie die filosofie op televisie doet rijmen. Het bijgaande boek is van zijn hand, want Van Brabandt is ook schrijver. Ooit was hij gewoon een jongen uit Oudenaarde, een stadje waar de Schelde er geen idee van heeft dat ze naar Antwerpen aan het vloeien is.

Avontuurlijke televisiekijkers met een geheugen herinneren zich vast nog wel dat Stefaan Van Brabandt (35) naast Wim Helsen en Theo Maassen een mooie rol speelde in de onconventionele en ondergewaardeerde serie ‘Geen probleem’. Hij is een alumnus van Studio Herman Teirlinck en alsof dat niet genoeg is heeft hij magna cum laude ook de studie filosofie afgerond, zijn oude liefde. Ik vraag hem of hij met terugwerkende kracht even een zelfportretje van toen wil schetsen. En ja, hoor.

Stefaan Van Brabandt «Toen ik 13 was, had ik dromen en helden: Herman Brusselmans, Luc De Vos en Peter Van den Eede. Mijn achtergrond is heel gewoon: thuis lag literatuur of filosofie niet bepaald op voorraad. ’t Was dan ook voornamelijk de televisie die de wereld voor me openbrak – ik vind tv nog steeds een belangrijk instrument. Als kind slorpte ik alles op wat de televisie me maar aanbood: ook Ron Brandsteder en Henny Huisman en VTM, die er ineens was. Maar die kleurige zeepbel werd voor mij al snel doorgeprikt. Door Humo namelijk. Elke dinsdag was voor mij een hoogdag. Ik wou in die tijd voornamelijk rockzanger worden, naar het model van Luc De Vos, met wie ik bevriend was – vandaar dat ik nu een nogal moeilijke periode doormaak. Voor de rest wilde ik ook Brusselmans worden, en acteur bij Compagnie De Koe. Ondertussen heb ik mijn dromen allemaal afgevinkt, en mijn helden van toen heb ik stuk voor stuk persoonlijk leren kennen. Ik ben acteur geweest, ik heb een cd gemaakt en ik heb nu ook een boek geschreven. Nu ja, ’t is meer een filosofisch handboek. Maar goed, nu ik mijn dromen heb waargemaakt, ervaar ik een stemming die de dichter Jean-Pierre Rawie ooit als volgt in verzen heeft uitgedrukt: ‘Nu zelfs mijn natste jongensdromen / zo stuk voor stuk zijn uitgekomen / besef ik hoe genadeloos / het leven me heeft beetgenomen’. Vervulling gaat dus met een soort verdriet gepaard. Ik vraag me ook af wat me nu nog te doen staat. Met televisie ben ik voorlopig eventjes klaar. Door kennis te maken met de tv-wereld weet ik dat er veel voor een anoniem bestaan te zeggen valt. Eén van mijn slagzinnen was dit jaar: ‘De deur dicht!’ Maar toch trad ik weer de wereld in, het volle leven tegemoet. Ik heb ook gemerkt dat ik me nogal eenzaam voelde in de tv-wereld. Als je een tv-programma maakt, moet je met een hoop beperkingen rekening houden, en dat leidt in mijn geval nogal snel tot – hoe zal ik het zeggen? – artistieke meningsverschillen. Mocht ik mijn zin koppig hebben doorgedreven, dan was ‘Het voordeel van de twijfel’ ongetwijfeld Wim Kayzer-achtig geworden, maar mensen die het kunnen weten, drukten me op het hart dat zoiets tegenwoordig onverkoopbaar is. Het werd mij dan ook ten stelligste afgeraden. Met alle discussies van dien. Maar goed, ik ben heel blij dat Bram van Splunteren, een warme, lieve gast die ik hoog heb zitten, er levendige televisie van heeft gemaakt. Ik heb ook gemerkt dat je tegenwoordig veeleer uit idealisme tv-programma’s maakt, want voor het geld moet je het niet doen – er is nauwelijks voldoende geld ter beschikking, zodat je aldoor het gevoel hebt dat je je moet beredderen.»

HUMO Je wou eerder acteur worden dan master in de filosofie.

Van Brabandt «Ik was al op zoek naar een kot in Leuven, waar ik van plan was filosofie te studeren, toen Luc De Vos me zei: ‘Doe toch maar die onnozelheid in Studio Herman Teirlinck, het zal je openbreken.’ Ik heb zijn advies ter harte genomen. In mijn middelbareschooltijd liep ik gebogen rond, en in de Studio ben ik met rechte rug gaan lopen. En ik ben er socialer geworden: ooit was boodschappen doen al een probleem voor mij. Nu kan ik iemand geloofwaardig vragen: ‘Hoe gaat het met je?’ Vroeger was dat uitgesloten. Ik kon volstrekt niet keuvelen. Smalltalk was me een gruwel, terwijl ik zulke koetjes en kalfjes nu van groot belang acht in de alledaagse omgang.»

Gelukkig met boek

HUMO Wat voor vrienden had je in je middelbareschooljaren?

Van Brabandt «Andere buitenstaanders. We spraken à la Brusselmans: lichtelijk archaïserend, zo van: ‘Daar valt al bij al niet mede te lachen.’»

HUMO Beviel de toneelschool je meteen?

Van Brabandt «Jan Decleir was er toen directeur. In zijn speech aan het begin van het eerste jaar had hij het over ‘waarachtigheid’ en ‘integriteit’, en hij zei dat we in navolging van Herman Teirlinck ‘cultuurdragers’ moesten worden. Dat beviel me wel, maar het duurde niet lang voor ik erachter kwam dat de werkelijkheid in de toneelschool al even vulgair is als die erbuiten. Ik heb er dus geen intellectuele voldoening gevonden, maar ik heb er wel veel plezier gemaakt. Ik ben er eerst ook depressief geweest: Antwerpen is overdonderend als je uit Oudenaarde komt. Ik was er erg alleen en ik voelde in het begin ook geen verwantschap met de andere studenten. Maar gaandeweg maakte ik er nieuwe beste vrienden en bleek dat ik ook heel extravert kon zijn. Op de toneelschool heb ik in ieder geval lichtvoetigheid leren waarderen.»

HUMO Dacht je in je toneelschooljaren nog aan filosofie?

Van Brabandt «Ik ben altijd filosofie blijven lezen, en ik wilde die interesse ook altijd in mijn werk als theatermaker integreren. Dat ga ik de komende jaren trouwens ook doen: filosofenmonologen schrijven en regisseren. Te beginnen met de theatermonoloog ‘Socrates’, gespeeld door Bruno Vanden Broecke

HUMO Je zult je toch nog wel de directe, bijna lijfelijke beloning van het applaus herinneren? Succes op het toneel?

Van Brabandt «Ja, maar het succes van een voorstelling waar ik niet achter sta, doet voor mij het genoegen van applaus teniet. Ik kan niet genieten van het acteren en van de bevestiging van het publiek an sich. Ik voel me alleen maar vervuld als ik contact maak, als ik iets kan meedelen, als er een symbiose ontstaat tussen mij, mijn medespelers en het publiek. Dat heb ik bij De Koe een aantal keren mogen meemaken.»

HUMO Je wilde kennelijk meer dan alleen maar filosofie lezen, want je hebt je de moeite getroost om er ook in af te studeren.

Van Brabandt «Die jaren waren de mooiste van mijn leven, al heb ik nog nooit zo hard gewerkt als toen. De examens waren verschrikkelijk, maar ik heb hoge graden gehaald, zodat ik ook zou kunnen doctoreren. Wat ik ook aan het overwegen ben. Dat je je uren kunt buigen over een paar zinnen van Plotinus of Plato, vind ik ongelofelijk. En studie, onderzoek en contemplatie liggen me wel. Ik denk dat ik het gelukkigst ben als ik thuis in mijn fauteuil een filosofisch boek zit te lezen.»

HUMO Ben je alleen?

Van Brabandt «Ja. Vrouw noch kinderen. Ik heb geen auto. Ik eet geen vlees. En dat heeft allemaal sociale implicaties (lacht).»

HUMO Een zekere zelfgekozen eenzaamheid lijkt mij een geschikte omstandigheid voor iemand die zich aan de filosofie wil wijden, of die de filosofie als het ware wil beleven.

Van Brabandt «Ja, misschien is er zelfs sprake van imitatiegedrag. Misschien heb ik de solitaire levenshouding van vele filosofen, de vrienden uit mijn boekenkast, in de loop der jaren wel verinnerlijkt.»

Leven na Luc

HUMO Met welke filosofen heb je je het eerst verwant gevoeld?

Van Brabandt «Levensfilosofen als Schopenhauer, Cioran en Camus: nogal sombere denkers, met wie ik me in mijn meest beïnvloedbare jaren erg identificeerde. Er zit overigens ook humor in hun werk. Schopenhauer schrijft met zo’n energie, met zo’n enthousiasme dat zijn werk er zelfs een opwekkende kracht door krijgt.»

HUMO Waar zit volgens jou de voldoening of de vervulling van filosofie in?

Van Brabandt «Bijvoorbeeld in het lezen van een zin die je urenlang te denken geeft. Dat is toch fantastisch? Dat denken is meestal niet meteen van nut, maar toch heb ik het gevoel dat je er meer mens door wordt.»

HUMO In de eerste aflevering van ‘Het voordeel van de twijfel’ wierp je de vraag op of filosofie helpt bij tegenspoed. Een voorbeeld van tegenspoed is het schielijke overlijden van Luc De Vos, met wie je bevriend was.

Van Brabandt (stilte, brok in de keel) «In dat vreselijke geval kun je volgens mij niet je voordeel doen met filosofie. We kunnen het er beter niet over hebben. Alleen al als ik erover praat, voel ik me beroerd. Tegen de dood is geen filosofie opgewassen. Bovendien wil ik niet op een rationele manier met de dood omgaan. Ik wil de pijn van zo’n radicaal afscheid voelen. Vroeger was ik meer een Schopenhaueriaan; een bange asceet die neen tegen het leven zegde. Een stoïcijn ook, die vond dat huilen om de dood van een naaste of een vriend irrationeel is. Nu weet ik dat die houding vooral onmenselijk en koud en hardvochtig is. Nietzsche vond dan weer dat de mens volop ja moet zeggen tegen het leven en alle pijn die erbij hoort. Dat ja zeggen heb ik moeten leren. Ook bij tegenvallers in de liefde. ‘Moet ik tegen de muur lopen? Laat ik dan maar tegen de muur lopen,’ denk ik nu. Ik zal weleens overgevoelig zijn, maar dat belet me niet om te gelegener tijd ook een cynicus te zijn. Als je je om filosofische redenen van de wereld afsluit, leid je vooral een schraal bestaan.»

HUMO De ondertitel van je boek ‘Het voordeel van de twijfel’ luidt: ‘Hoe filosofie je leven kan veranderen’.

Van Brabandt «Een variatie op ‘Hoe Proust je leven kan veranderen’ van Alain de Botton. Gewoon een wervende ondertitel.»

HUMO Die niettemin impliceert dat filosofie een praktische kant heeft, dat je ze in je leven kunt gebruiken.

Van Brabandt «Filosofie geeft geen antwoorden, integendeel, ze problematiseert eventuele antwoorden. Bij het maken van ‘Het voordeel van de twijfel’ heb ik me een paar keer afgevraagd: ‘Verraad ik mijn liefde voor de filosofie niet door filosofie te willen populariseren?’ Maar ik weet dat filosofie mijn leven zowel veranderd als verrijkt heeft. En dat zou ik graag willen doorgeven. Je wordt natuurlijk ook weleens verdrietig van filosofie, want ze doet je als het ware meer zien, ze maakt je meer bewust. En toenemend bewustzijn kun je evengoed een ziekte noemen, hè? Alles analyseren wat je ziet, stemt zelden vrolijk. Maar toch is die filosofische kijk mijn leven, en ik put er kennelijk voldoening uit, want ik grijp er altijd naar terug. Al heb ik geen idee wat daar de diepere motivatie voor is. Weten wij veel wat ons drijft. We zijn vreemd voor onszelf. Een levensopdracht luidt: ‘Ken jezelf’, maar we komen er maar niet achter. En tegelijk zijn we gebrand op oplossingen, op duidelijkheid.»

HUMO Die je niet meteen in filosofie moet gaan zoeken.

Van Brabandt «Neen. Die leert ons hooguit te leven met onduidelijkheid, feilbaarheid, onvolkomenheid en veranderlijkheid.»

Het arbeidende dier

HUMO In je boek citeer je Julian Barnes: ‘Ik geloof niet in God, maar ik mis hem soms.’ Herken je dat?

Van Brabandt «Ik ben tien jaar misdienaar geweest (lachje). En ik trek me soms in het klooster van Orval terug, waar ik me erg goed voel.»

HUMO Maar dan zonder God.

Van Brabandt «Ik ben agnost. Thomas van Aquino zei: ‘God is niet het antwoord, maar de vraag.’ God als vraag vind ik op zich een interessant idee.»

HUMO Zijn vragen als ‘Bestaat God?’ en ‘Is er een hiernamaals’ nog de moeite waard om erover te filosoferen?

Van Brabandt «Ik ben agnost, maar ik praktiseer al jaren zenboeddhisme. Dat ademt een sfeer van esoterie en zweverigheid uit, terwijl het eigenlijk heel aards is. ‘God soms missen’ begrijp ik wel: ooit was hij dé bestemming, en als die wegvalt, zie je toch dat veel mensen met onzekerheid en een gevoel van verlatenheid kampen. Bekijk de skyline van een stad: vroeger waren de kerken de hoogste torens, nu zijn het de bankgebouwen, tempels van een ander geloof, dat in deze tijd heel fundamentalistisch is. Denk maar eens aan onze hallucinante huidige regering. Ik word er erg droevig van, want bij deze regering is de gedachteloosheid totaal. To-taal onnadenkende mensen, die niet buiten de geijkte paden durven te treden, terwijl denken net de geestelijke bewegingsvrijheid veroveren en vergroten is, waardoor we mogelijk zicht op een alternatief krijgen. Deze regering heeft geen alternatief te bieden. We lijken weer volop in de jaren 80 van de vorige eeuw te zitten, ten tijde van Thatcher en Reagan

HUMO Volgens deze regering moeten we langer en harder werken. Een aflevering van ‘Het voordeel van de twijfel’ ging in grote trekken over het recht op luiheid. En over de vraag: ‘Moeten we eigenlijk niet met z’n allen minder werken als we ons leven en de wereld willen verbeteren?’

Van Brabandt «Van Aristoteles tot Marx werd er lucht gegeven aan het verlangen naar meer vrije tijd, vrije tijd waarin je volop mens kunt zijn. We zijn niet alleen maar een arbeidend dier – animal laborans – dat zich ten dienste van de aandeelhouders uitslooft. In die aflevering van ‘Het voordeel van de twijfel’ sprak ik met Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka.»

HUMO Een man op wie filosofie zo te zien afketst: zijn zekerheid, zijn onwrikbare beginsel is economische groei. Zijn blik lijkt tot economie vernauwd, en dat vindt hij niet eens hinderlijk.

Van Brabandt «In ‘Het voordeel van de twijfel’ word ik geacht een neutrale gids te zijn. Vandaar dat mijn verweer tegen wat hij zei eruit geknipt is. Wat hij zei, was overigens makkelijk te weerleggen: zelfs Paul De Grauwe zal zeggen dat het trickledowneffect – mensen met lagere inkomens varen wel bij het feit dat andere mensen hogere inkomens hebben – onwaar is. Eveneens onwaar is dat economische groei iederéén ten goede komt en de sociale zekerheid beter in stand houdt. We hebben genoeg, maar het draait allemaal om herverdeling. Elke hongerdood is in deze tijd een moord.»

HUMO Je had het daarnet over zenboeddhisme. Kun je mij iets over de praktijk ervan vertellen?

Van Brabandt «Door mijn werk voor de televisie heb ik mijn zenpraktijk dit jaar wel veronachtzaamd. In normale omstandigheden ga ik elke dag tegenover een muur zitten. Daar zie ik als het ware gedachten in me opkomen en weer wegtrekken. Nietzsche zegt: ‘Niet ik denk, maar het denkt in mij.’ Tijdens zulke oefeningen probeer ik me te verzoenen met alles wat ik niet kan beheersen en doorgronden. Vertrouwd worden met het onzekere: daar komt het op aan. Bij Pascal las ik laatst dat onze gedachten altijd naar het verleden en de toekomst uitgaan, en dat we klem zitten tussen toen en later.»

Morren en knorren

HUMO Ik heb al vaak het tot cliché verworden advies gekregen dat ik ‘in het nu’ moet leven. Dat is kennelijk iets anders dan nu leven.

Van Brabandt «Als je ‘in het nu’ leeft, is het alsof je zelf bijna niet meer aanwezig bent.»

HUMO Ja, ’t zou om een genadige toestand van zelfloosheid of egoloosheid gaan.

Van Brabandt «Heb je dat nooit ervaren?»

HUMO Neen.

Van Brabandt «’t Heeft ook iets met volledige aandacht te maken. Zen is: als je soep eet, met aandacht soep eten. Als je de afwas doet, met aandacht de afwas doen. Als je met aandacht doucht, voel je de waterdruppels anders aan, je voelt ze haast stuk voor stuk, wat een haast orgastische ervaring is. Door die aandacht krijgen de dingen meer glans, meer kleur. ’t Gaat niet meer om die ik, die voortdurend in beslag wordt genomen door allerlei kleine en grote zorgen, en door ideeën die je jezelf hebt aangepraat. Er lijkt ruimte vrij te komen in je hoofd. Wim Helsen vertelde mij dat hij met z’n kind op het strand aan het spelen was en achteraf vaststelde dat hij een tijdlang compleet zichzelf was vergeten. Dat is ‘leven in het nu’. ’t Komt erop aan om te zien wat er hier en nu is, en verder niks. Je kunt die toestand niet nastreven, want streven is er al te veel aan. Het moet je veeleer overkomen. ’t Gaat over ontvankelijkheid voor de wereld, over ruimhartigheid, en vreemd genoeg ook over dankbaarheid. Het afgelopen jaar ben ik meer een morrende en knorrende figuur dan een dankbaar iemand geweest.»

HUMO Gaat het om dankbaarheid voor het feit dat je er bent?

Van Brabandt «Klinkt dat belachelijk?»

HUMO Helemaal niet, maar ik ervaar het leven meer als een hindernissenparcours dat terug naar af leidt.

Van Brabandt «Dat lijkt me niet slecht. Je moet niet voortdurend alles accepteren zoals het is. Er moet ook verzet zijn. Er bestaat een wellnessvariant van zen, die neerkomt op suffen op een zitkussen, en je ondertussen alles laten welgevallen. Dat houdt alleen maar het systeem in stand. Het ideaal van het zenboeddhisme is: al het lijden van de wereld verlichten. Een onmogelijke belofte, maar ze houdt wel een duidelijk engagement in: in de wereld staan en je dus niet terugtrekken in een klooster of in een ivoren toren. Je moet je op één of andere manier engageren, aan het volle leven deelnemen.»

HUMO Hoe zit het, filosofisch gezien, met de liefde in amoureuze zin?

Van Brabandt «Ik val op wie ik niet kan krijgen, en wie op mij valt, wil ik niet. Dat tragische of tragikomische patroon komt altijd weer terug en ik kan het maar niet doorbreken. Ik ben beter in verlangen dan in genieten. Laatst ging het Nederlandse televisieprogramma ‘Opium’ over Arnon Grunberg. Daarin zei hij dat hij ooit wel honderd aangetekende liefdesbrieven naar een meisje had gestuurd dat bij hem in de buurt in een Italiaans restaurant werkte. Daar herkende ik mezelf in. Ik heb vijf jaar lang in een koffiebar een bepaald meisje zitten aangapen. In zulke omstandigheden ben ik een romanticus die cynisch naar zichzelf kijkt: romantiek en cynisme vormen een vermoeiende combinatie, maar ze maakt de toestand wel leefbaar. Over de liefde schrijft Schopenhauer dat je maar beter afstand houdt, en er dus nooit helemaal in opgaat. Dat is angst.»

HUMO Je hebt een geleerde zus die – ook toevallig – filosofie doceert: Petra Van Brabandt. Op het internet merkte ik dat de vraag ‘Leven om te werken of werken om te leven?’ één van haar stokpaardjes is.

Van Brabandt «Ze is maar twee jaar ouder dan ik en toch is ze een grote inspiratiebron voor me geweest. Aangezien we allemaal mimetische wezens zijn – we bootsen elkaar onbewust na – heb ik van alles van haar opgepikt. Filosofie kan aanstekelijk zijn. Patricia De Martelaere zei ooit: ‘Filosofie is totaal onnuttig voor mensen die er geen behoefte aan hebben.’ Ik heb er zo te zien behoefte aan. Maar waarom mensen filosofie nodig zouden hebben, daar spreek ik me niet over uit.»

HUMO De schrijver Maarten ’t Hart, bioloog van opleiding, is iemand die geen behoefte heeft aan filosofie. Ik citeer hem even: ‘Het vak filosofie kan middelbare scholieren maar één les leren. Dat al die grote wijsgeren ons niets hebben geleerd over zaken die ertoe doen.’ En ook: ‘Denk je dat je iets hebt aan het wezen van de tijd als je horloge stukgaat?’ En nog: ‘Het enige wat je leert als je je met wijsbegeerte inlaat, is het moeizaam doorgronden van duistere teksten. En heb je uiteindelijk zo’n duistere tekst een beetje begrepen, dan denk je: mijn God, wat doodzonde van m’n tijd dat ik me daarmee heb ingelaten. Niets schiet je ermee op om ‘Sein und Zeit’ van Heidegger te bestuderen of, haast nog erger, Hegels ‘Phänomenologie des Geistes’. Mijn leven zou heel wat aangenamer zijn geweest als mij reeds als middelbare scholier was verteld: mijd dit soort boeken als de pest, verdiep je in de finesses van het solderen.’ En nu jij weer.

Van Brabandt «Om te beginnen vind ik dat het vak filosofie wel zou moeten worden onderwezen op de middelbare school: het kan het kritische denken alleen maar ten goede komen, en het leert je ook je eigen denken onder de loep te nemen. Dat we nu zo’n regering hebben, is volgens mij te wijten aan het feit dat mensen geen tijd meer hebben om na te denken. Ze zijn zo overwerkt dat ze ’s avonds alleen nog naar panelspelletjes op tv kunnen kijken, spelletjes die gemaakt worden door mensen die de Nederlandse cultuurfilosoof Rob Riemen ‘de gecorrumpeerde elite’ noemt: hoogopgeleide smart boys onder elkaar die baden in universele lacherigheid, zich niet meer bewust van een maatschappelijke taak of van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Achter al die spelletjes gaat een logica schuil die het kritische denken uitsluit en daardoor het systeem in stand houdt. Onschuldig zijn ze dus niet. Maar wat Maarten ’t Hart aangaat: ik zou er niets op tegen hebben om het vak solderen op te nemen in het lessenpakket van het ASO. Laat ik zeggen dat Maarten ’t Hart ongetwijfeld erg praktisch is ingesteld. Ik vind dat filosofie me helpt om me in het leven te oriënteren. Nu, door literatuur te lezen – een domein waar ’t Hart in thuis is – kun je ook geen kapot horloge weer laten lopen. En voor alle duidelijkheid: filosofie is de moeder van alle wetenschap. Denkbeelden hebben altijd de wereld geleid.»

HUMO Denk je dat je ratio, onder invloed van je filosofische studie, beter ontwikkeld is dan gemiddeld?

Van Brabandt «Ik vermoed dat mijn ratio beter getraind is. Als ik iets beweer, hoor ik meteen tegenargumenten in mijn hoofd, waardoor het voor mij überhaupt moeilijk is om uitspraken te doen. Maar die getrainde ratio sluit gevoel en gevoeligheid niet uit. Ik heb de indruk dat ik met het klimmen der jaren juist gevoeliger, zelfs sentimenteler, ben geworden. Ook onder invloed van filosofen als Hans-Georg Gadamer en Emmanuel Levinas, die bijna poëtisch zijn.»

HUMO Zit je kennis van de filosofie je ook weleens in de weg?

Van Brabandt «Neen. Ik ben er juist opener door geworden, en ik heb er ook meer mededogen door ontwikkeld. Zowel Gadamer als Immanuel Kant twijfelen openlijk aan zichzelf en zeggen: ‘Misschien heeft de andere wel gelijk.’ Op de middelbare school was ik veel meer overtuigd van mijn beweringen dan nu. Nu twijfel ik veel meer, waardoor een mening ook veel moeizamer tot stand komt. Ik ben geneigd een oordeel eindeloos op te schorten, maar zodra ik met onrecht geconfronteerd word, krijgt ze vorm, en dan handel ik. Twijfel aan je beweringen mag je niet verlammen, ook al heeft zulke scepsis ook iets blijmoedigs – je kunt vreugde putten uit het besef dat je al bij al niets weet.»

HUMO Voel je je ouder dan je bent, of net jonger?

Van Brabandt «Ik heb me altijd oud gevoeld, soms zo oud als iemand die alles al achter de rug heeft. Maar voor hetzelfde geld voel ik me ook bitter jong en een prutser, een charlatan. Iemand die niets kan en niets weet. Een dilettant.»

HUMO ‘Geboren zijn is ongemak,’ vond Cioran.

Van Brabandt «Vroeger was ik pessimistischer dan nu. Pessimisme staat hoger in aanzien dan optimisme: heel vreemd. In pessimisme vermoedt men meer diepgang. Ik ben optimistischer en luchthartiger geworden, tegen beter weten in en met de moed der wanhoop. Maar de onderstroom van mijn leven zal altijd wel melancholisch blijven. Ik heb in Studio Herman Teirlinck ooit een dag les gehad van Kees van Kooten. Die man is verbazingwekkend charmant en innemend, en onverstoorbaar gelukkig, zou je zeggen. Dat geluk dat hij doorlopend uitstraalt, heeft soms iets verdachts in mijn ogen. Maar ik heb me wel aan hem gespiegeld.»

Monnik zonder geloof

HUMO In je boek schrijf je één keer iets persoonlijks op: dat je als kind van 12 een varken geslacht zag worden. Dat voorval bekeerde je op slag tot het vegetarisme. Aan dierenleed heb je sindsdien niet meer getwijfeld.

Van Brabandt «Neen. Kijk, wij vegetariërs moeten ons altijd verdedigen, terwijl de moordenaars van dieren dat niet hoeven te doen. ’t Is de omgekeerde wereld: alsof je de bevrijders van de concentratiekampen ter verantwoording roept. Of is dat een overtrokken beeld?»

HUMO Ter gelegenheid van een ethisch knelpunt is Etienne Vermeersch weleens in stelling gebracht, maar voor de rest worden filosofen bijna nooit geraadpleegd door regeringen. Hoe zou dat komen?

Van Brabandt «Er heerst een anti-intellectualistisch klimaat, waarin high culture – literatuur, filosofie – geen gezag meer heeft. Jammer. Maar voor de rest kunnen filosofen maar beter een kritische, adviserende rol spelen in plaats van voor te schrijven hoe het moet. En filosofie is eigenlijk geen specialisme; ze dient ook geen specifiek belang, tenzij dan het belang van de mens in het algemeen – of klinkt dat nu pathetisch? Filosofisch denken is: amor mundi, liefde voor de wereld, een belangrijke gedachte in het werk van Hannah Arendt. Of beter: zorg voor de wereld. Het denken moet ten dienste staan van de zorg.»

HUMO Word je in je vrienden- en kennissenkring weleens als filosoof geraadpleegd?

Van Brabandt «Ik praat graag met mensen, ik kan goed luisteren en vervolgens doe ik weleens een suggestie. In ‘Dwarskijker’ schreef je dat je een halve welzijnswerker in mij zag. Ik denk dat ik daar wel iets van weg heb. Ik geef af en toe les aan toneelscholen, en dat doe ik heel graag. Ik wil een bepaald parcours met die jonge mensen afleggen, hen vertrouwen geven, hen verlossen van onvruchtbare angsten en onzekerheden… Ik denk dat ik een ideale leraar zou kunnen zijn. Deeltijds.»

HUMO Hoe ambitieus ben je in de filosofie?

Van Brabandt «Geen idee. Het liefst zou ik leven als een soort monnik zonder geloof. Iemand die boeken zit te lezen en nog het liefst met rust gelaten wordt. Nu ja, af en toe met mensen omgaan zie ik ook wel zitten. En een vrouw is ook belangrijk. Ik kan wel wat affectie gebruiken. Een meisje dat achter op mijn fiets springt en zich tegen me aan vlijt, dat is toch heerlijk? Of is dat een te simpel beeld? Of samen met een meisje naar een frituur gaan. Nu, als je rekening houdt met de epicurische calculus, begin je niet aan verliefdheid. Verliefdheid is vaak gruwelijk, maar ze intensifieert het leven wel, en dus ook het lijden. Ik wentel me ook weleens in zelfmedelijden: daar ben ik nogal goed in. Voor de rest heb ik weinig nodig. Ik moet af en toe stempelen, en ik weet dat ik genoeg heb aan een basisinkomen. Als ik ergens een huiselijk tafereel zie – een gezin met kinderen – kan ik een soort gemis voelen, maar toch ben ik altijd weer blij als ik thuis de deur achter me sluit, dat gekwetter van die kinderen niet meer hoef te horen en weer alleen kan zijn. Ik ben vooral een toeschouwer die zo nu en dan eens participeert. Eenzaamheid is me zo vertrouwd dat ze mijn vriendin is. Ik heb allerlei gewoontes en patronen in mijn leven, en zo vind ik het goed. De pianist Glenn Gould zei: ‘Ik moet evenveel tijd alleen doorbrengen als de tijd die ik met andere mensen doorbreng.’ Maar aangezien ik niet dogmatisch ben, sluit ik niet uit dat ik volgend jaar getrouwd ben en vader word. Al ga ik daar nu ook weer geen moeite voor doen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234