null Beeld

Het voorspel van thuiskomen: Dwarskijker over 'Soundtrack'

Denken dat apartheid ondertussen uitgeziekt is, en vergeven en vergeten, zal wel van goedgelovigheid getuigen, of van een graad van optimisme die ik niet kan opbrengen.


Soundtrack

Canvas – 10 & 17 juni

Als het nergens pluis is, dan ook in Zuid-Afrika niet. In de zogeheten Regenboognatie – ’t had de naam van de fanclub van K3 kunnen zijn – gaat aids nog altijd als een Bijbelse plaag tekeer; de werkloosheid piekt er en uit de smeltkroes van rassen, culturen en gezindten, de vermeende blauwdruk van het paradijs, of van de toekomst van alle samenlevingen ter wereld, stijgt vooral een onheilspellend gesis op, als van kwalijke chemische reacties. Daar staat dan tegenover dat je je er uitgebreid kunt vergapen aan weidse landschappen in de trillende hitte, en aan giraffen, neushoorns en olifanten in het wild. Dat deden in het voorbijgaan ook de vier Belgische muzikanten die in opdracht van het programma ‘Soundtrack’ met een blauw busje Zuid-Afrika bereisden, ‘op zoek naar de rol van muziek in een jonge democratie’. Het is de bedoeling dat ze hun gevoelsindrukken ter plekke in songs omzetten, en dat ze zo nu en dan jammen met plaatselijke muzikanten van allerlei rassen, culturen en gezindten. Ze keken net als ik enigszins raar op toen ze in Soweto van zwarten uit de townships te horen kregen dat Nelson Mandela, wat de strijd tegen de apartheid betreft, niet met alle eer moest gaan strijken: ‘Er waren méér mensen die zich hebben verzet.’ De reputatie van Nelson Mandela grenst in de kringen die ik doorgaans frequenteer aan heiligheid. Hardop de betrekkelijkheid inzien van al wie als heilig te boek staat, heb ik altijd bevrijdend gevonden: free Nelson Mandela, ten tweeden male – bevrijd hem dit keer van zijn reputatie, en wees bij voorkeur zwart en woonachtig in Soweto.

Het duurde niet lang of Jef Neve, Isolde Lasoen, Flip Kowlier en Tijs Delbeke leken het uitstekend met elkaar te kunnen vinden – weldra sluimerde er een echt bandje in dit viertal, harmoniërende zieltjes die ook muzikaal op elkaar rijmden. In Pretoria, dat aldaar als Snor City bekendstaat, en nog steeds als hoofdstad van de apartheid geldt, jamden de Belgische vier met middelmatige hiphoppers die volgens mij de wereld niet hoeven te veroveren – laat ze lekker in Pretoria blijven. Ik heb in dit programma tot nog toe geen Zuid-Afrikaanse muziek gehoord die opweegt tegen ‘The Indestructible Beat of Soweto – Volume One’, een elpee die ik in de jaren 80 heb gekocht, en ook niet tegen het uitmiddelpuntige Die Antwoord. We mochten in Pretoria ook kennismaken met Bok van Blerk, een zanger die buitengewoon populair was onder Afrikaners, en zich dan ook verplaatsingen met een helikopter kon permitteren. Het repertoire van Van Blerk, dat mij niet aansprak, voerde ons naar nog meer Afrikaners, onder anderen naar de singer-songwriter Sunette Bridges, die als activiste opkwam voor de blanke gemeenschap, ‘haar eigen mensen’. ‘Alles wat blank is, beschouwt de regering als racistisch,’ kregen we te horen, en om de gevolgen daarvan aanschouwelijk te maken, werden de Belgische vier naar een kamp gebracht waar blanke paupers op een houtje moesten bijten. Elektrische stroom was er ook niet. Naar verluidt hanteert de Zuid-Afrikaanse regering quota die de zwarten inzake tewerkstelling bevoordelen, waardoor steeds meer blanken werkloos blijven en tot zwarte armoede vervallen. Jef Neve zag het goed: ‘Denken dat zwarten vanzelf armer zijn dan blanken, is bij ons ingebakken.’ Later speelden de Belgische muzikanten niet geheel van harte ten dans op een bal in een soortement schuur waar Afrikaners zich tussen twee walsen door nader verklaarden: ‘Ik ben geen racist, maar ik zal niet met zwarten slapen noch eten.’ ’t Voelde aan als de nazit van een partijcongres van Vlaams Belang. Denken dat apartheid ondertussen uitgeziekt is, en vergeven en vergeten, zal wel van goedgelovigheid getuigen, of van een graad van optimisme die ik niet kan opbrengen.

undefined

'Denkend aan lui die na twee fluiten cava hitsig worden op personeelsfeesten, zie ik blank heupwerk toch met enige scepsis tegemoet'

De mooiste scène die ik tot nog toe in ‘Soundtrack’ heb gezien, speelde zich in de Drakensbergen af, waar de Drakensberg Boys Choir School gevestigd is, een keurige onderwijsinstelling waar jongens tot hun 15de ‘in een christelijke omgeving’ klaargestoomd worden voor maatschappelijk leiderschap, en om te beginnen voor koorzang op het hoogste niveau. Het zeer uitgebreide knapenkoor – blank en zwart en nog enkele tussentinten – had zich panoramisch in de openlucht opgesteld. Met een tafelberg op de achtergrond zongen die jongens hemels mooi, terwijl het Belgische gelegenheidsorkest hen stralend van plezier begeleidde. Tegen die haast onwerkelijke schoonheid stak de rauzende stad Durban een poosje later lelijk af, maar de plaatselijke bevolking – hoofdzakelijk zwart – was er wel bepaald deskundig in feesten. ‘Waarom denk je dat Jezus water in wijn heeft veranderd?’ vroeg iemand in christelijk perspectief. Er reden housetaxi’s rond, rijdende discotheken mét stroboscoop en bonkende beats per minuut. Een zwarte kenner kon ons precies vertellen wat er fout was aan blanken die op house probeerden te bewegen: ritmisch één gebalde vuist opsteken vond hij een zwaktebod, want dansbewegingen moesten volgens hem altijd uit de heupen opwellen. Ik gaf hem graag gelijk, maar denkend aan lui die na twee fluiten cava hitsig worden op personeelsfeesten, zie ik blank heupwerk toch met enige scepsis tegemoet.

undefined

null Beeld

Op een markt troffen Jef Neve en Flip Kowlier interessante braakmiddelen aan die de voodoodokter vaak voorschrijft in KwaZoeloe-Natal. Een andere kramer had dan weer een wondere kruidenmengeling tegen aids te koop. Vóór het wildneuken een kapotje om je gestrekte tampeloeres schuiven schijnt ook een wondermiddel te zijn volgens sommige bronnen. (Om economische redenen zie ik me genoodzaakt om mijn woordkeus af en toe op het ruime publiek af te stemmen.) Isolde Lasoen en Tijs Delbeke maakten ondertussen kennis met een Indiase muzikant die bruiloften opluistert in de grote Indiase gemeenschap van Durban. Nadat ze even gezellig met hem hadden gemusiceerd, nam hij ze mee naar een Indiaas trouwfeest dat er als een auditie voor een Bollywoodfilm uitzag. De muzikant zei dat Indiërs in Zuid-Afrika, ooit aangetrokken voor werk op suikerrietplantages, een erg gesloten gemeenschap vormden. Daar plaatste hij voorts geen vraagteken bij, want hij had wel wat anders te doen, met onder andere een klarinet. Flip Kowlier wilde ineens weg uit Durban – er overkwam hem een dipje dat hem naar huis deed verlangen, en naar een Tochtgat aan de Noordzee waar het ook niet pluis is, want dat is het nergens. Reizen is het voorspel van thuiskomen. Nadat de band nog een gevoelig liedje had gespeeld, nam ik me voor thuis te blijven voor de volgende aflevering. Jazeker, ik zit nog vol plannen.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234