Hilde Van Mieghem

DossierKindermishandeling

Hilde Van Mieghem: ‘Als kind stak ik een drukke straat over met mijn ogen dicht. Dan waren mijn ouders tenminste van me af’

Hilde Van MieghemBeeld Humo

‘Voelde je hoe ik verstijfde?’ vraagt Hilde Van Mieghem. We lopen in de luchthaven van Rome, waar ze aan het bekomen is. Ze heeft ‘Als je eens wist’ gemaakt, een driedelige documentaire over kindermishandeling die mij, maar ook haar van de sokken heeft geblazen. Ik heb haar net vastgepakt en een kus gegeven, en het is waar: ik voelde dat ze zich schrap zette. ‘Dat is nog steeds wat er gebeurt als iemand me aanraakt,’ zegt ze, ‘na al die jaren. Ik begrijp nu eindelijk waarom. Mijn lichaam krijgt bij een aanraking nog steeds een signaal van mijn hersenen: gevaar!’

Hilde Van Mieghem «Dat was nieuw voor mij, dat mishandeling sporen nalaat in je hersenen. Dat is één van die dingen die bij het maken van ‘Als je eens wist’ zo’n eyeopener is geweest. Ik wilde al heel lang een documentaire over kindermishandeling maken. Ik was heel benieuwd of er veertig jaar na de pijn van mijn eigen belevenissen iets ten goede was veranderd. Ik ben nog opgegroeid in de sfeer van: kinderen slaan hoort erbij, wie zijn kind bemint, spaart de roede niet. Dus als je in mijn tijd voortdurend door elkaar werd gerammeld, was je gewoon verloren. Je kon bij niemand terecht. Maar op mijn 10de lag ik in het ziekenhuis waar kinderarts Robert Clara hoofd pediatrie was, en die zei tegen me: ‘Weet je wat ik ga doen? Ik ga je helpen. Ik ga ervoor zorgen dat het wat rustiger wordt in jouw omgeving.’ Hij is met mijn ouders gaan praten, en wat hij gezegd heeft weet ik niet, maar toen ging het er thuis een jaar of twee wat rustiger aan toe.

»Nooit zal ik hem vergeten. Nog nooit had een volwassene naar mij geluisterd, laat staan geholpen. Hij is de man die enkele jaren later de vertrouwenscentra voor kindermishandeling heeft opgericht, waarop minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) nu zonder gêne 92.000 euro wil bezuinigen. Hoe haalt hij het in zijn hoofd om te besparen op kinderen die overgeleverd zijn aan seksueel, fysiek en emotioneel geweld? Weet je dat in Vlaanderen 54 procent van de kinderen weleens psychisch of emotioneel wordt mishandeld, en dat 25 procent opgroeit in een gezin met drank- of drugsproblemen? Dat 10 procent van de kinderen het slachtoffer is van zwaar fysiek geweld, waarvan 3 procent extreem fysiek geweld, en dat 7 procent seksueel wordt misbruikt? De cijfers zijn de laatste veertig jaar nauwelijks veranderd. En de kinderen in kwestie zijn nog steeds even verloren en eenzaam, weet ik na het maken van ‘Als je eens wist’.»

HUMO Er is toch wel iets veranderd, neem ik aan?

Van Mieghem «Absoluut. Er is heel veel onderzoek gedaan. Ik interview in de documentaire de Nederlandse psychiater Bessel van der Kolk, die aan de universiteit van Boston al dertig jaar onderzoek doet naar posttraumatische stress. Zijn boek ‘Traumasporen’ heeft mij enorm veel inzichten verschaft. Door dat boek begreep ik ineens zoveel beter mijn eigen gedrag in bepaalde situaties. De grootste eyeopener waren de hersenscans van mishandelde kinderen. Daarop zie je dat hele hersendelen niet oplichten op momenten dat ze dat wel zouden moeten doen. De hersenen zijn ‘bevroren’ geraakt, omdat je anders in de gewelddadige situatie van dat moment niet kon overleven. Een trauma verandert je hersenen. Als het mishandelde kind later als volwassene in een situatie terechtkomt die lijkt op een traumatische gebeurtenis uit het verleden, gaan de hersenen terug naar diezelfde kinderlijke toestand. Op die momenten blijven je hersenen signalen uitsturen dat je moet ontsnappen aan gevaar dat in werkelijkheid niet meer bestaat. Dat staat je als volwassene danig in de weg. Door een onschuldige opmerking als ‘Sorry, de winkel is dicht’ kun je opeens razend worden, gewoon door de intonatie of de sfeer die je herinnert aan je machteloosheid van vroeger. Je begrijpt dat dat een enorme invloed heeft op relaties met andere mensen, zowel privé als in een werksituatie. Je moet echt oefenen om je reactie op dat moment tot normale proporties terug te brengen. Ik denk dat ik, bijvoorbeeld, veel vriendschappen heb verloren door die plotselinge angsten of het verlangen van anderen iets te ontvangen dat ik vroeger thuis had moeten krijgen.

»Ik heb een vriendin gehad die tijdens een diner eens zei: ‘Je kunt met Hilde overal komen, maar wel maar één keer.’ Ik zakte daar ter plekke helemaal onderuit. Iemand anders zou zeggen: ‘Haha, leuk, hoor.’ Maar ik bevroor. Dat was precies wat mijn moeder vroeger tegen mij zei: ‘Je bent gek! Gestoord! Met jou kun je niet buitenkomen.’ En ik deed mijn mond niet open door de totaal irreële angst dat iemand met messen zou gooien of mijn kop zou inslaan.

»Ik vertelde je net al dat ik bij aanrakingen nog altijd verstijf. Mijn zus en vrienden die me goed kennen, vragen altijd eerst: ‘Mag ik je knuffelen?’ Omdat ze weten dat ik er anders als een ijsblok bij sta. Nu ik ‘Traumasporen’ heb gelezen, begrijp ik dat mijn hersenen op zo’n moment een signaal naar mijn lichaam sturen: ‘Ik moet het ondergaan en zien dat ik het overleef.’ Ik moet dan bijna hardop tegen mezelf zeggen: ‘Hilde, het is 2020! Dit is je zus en er is geen gevaar!’»

'Mijn moeder wilde helemaal geen kinderen, maar toen bestond de pil nog niet, en in geen tijd had ze er dríé'Beeld Antonello Musca

HUMO De hersenen van een kind dat wordt mishandeld, ontwikkelen zich anders dan die van andere kinderen, zegt Bessel van der Kolk. Het kan niet ontsnappen en leert daardoor niet dat het zelf aan het stuur van zijn leven zit.

Van Mieghem «Precies. Als je als kind nooit iets hebt kunnen doen om het geweld te stoppen, ben je zo geprogrammeerd dat je denkt dat je niks kúnt doen en dat je alles maar moet ondergaan. Als je veilig opgroeit, leer je dat mensen anders kunnen denken en dat het niet erg of gevaarlijk is. Je leert omgaan met vreemd gedrag van anderen, en je leert dingen te ondernemen om daartussen je eigen weg te bepalen. En dat je jezelf kunt redden als het echt gevaarlijk wordt. De neurologische verbindingen die ervoor zorgen dat je hersenen dat regelen, krijgen niet de kans te ontstaan als je constant alert moet zijn voor gevaar en moet opletten uit welke hoek de klappen zullen komen. Dankzij therapie kan ik dat al veel beter, aan het stuur van mijn eigen bestaan zitten. Maar vroeger kon ik rationeel beseffen: wat die mens van mij wil, is bullshit, of zelfs gevaarlijk, en toch heb ik er geen verweer tegen. Ik was verlamd. Ik haatte mezelf dan.»

HUMO Die zelfhaat voelde ik ook bij de getuigen in de documentaire. Ze zeggen ook allemaal: ‘Het voelde alsof het mijn schuld was dat ze me sloegen. Ik had maar iets moeten doen.’

Van Mieghem «Maar dat kán een kind natuurlijk niet. Je bent afhankelijk van je ouders. Ik ken het goed, hoor, het gevoel van: ‘Ik verdien dit.’ Je kunt niet anders. Je bent klein en alleen. Je hebt de hersenen nog niet om te bevatten wat er gebeurt. Je hebt er de taal nog niet voor, je kunt niet anders dan denken: ik ben slecht, het moet aan mij liggen, want tegen andere kinderen is ze wel lief.

»Mijn moeder gaf les op een lagere school en ze kwam geregeld thuis met tekeningen van kinderen die haar adoreerden. Wat kon ik anders dan denken dat er iets mis was met mij? Ook al heb ik altijd wel gedacht: dat klopt niet en ik ga er later over praten. Die gedachte hield me mee overeind.»

HUMO Waarom was je moeder zo boos op je?

Van Mieghem «Ze was niet eens zozeer boos op mij, denk ik, maar ze wilde een heel ander leven. Mijn moeder wilde eigenlijk helemaal geen kinderen. Ze wilde werken, maar de pil bestond toen nog niet en ze had in drie jaar tijd opeens drie kinderen voor wie ze in de keuken moest staan. Daar kwam bij dat ik een heel nieuwsgierig, exuberant kind was. Niet stil en braaf, maar temperamentvol. Ze werd gék, wat ik overigens begrijp. Ze heeft toch nog voor gymlerares gestudeerd, ook al gooide mijn vader steeds haar boeken op straat omdat hij wilde dat ze thuisbleef. Ze heeft haar examen gedaan, terwijl wij, haar drie peuters, in de gang van de school op een bank zaten te wachten. We waren 4, 3 en 2 jaar oud. Ze heeft toen haar diploma gehaald en heel haar leven lesgegeven.»

HUMO Beschermde je vader jou niet?

Van Mieghem «Mijn vader was laf. Dat heeft hij ook toegegeven. Vóór hij stierf, heb ik daar met hem over gesproken. Hij is zelf ook in een gewelddadig gezin opgegroeid en wist niet wat hij kon doen. Hij ging naar de kroeg en dronk. Bovendien was hij stapelverliefd op mijn moeder. Ik heb hem later eens gevraagd waarom hij ons niet had beschermd, en toen antwoordde hij: ‘Dan was ik haar kwijt.’ Dat vond ik eigenlijk zo ontroerend. Na dat gesprek is hij háár nog meer gaan beschermen tegenover mij. Hij zei: ‘Je moet medelijden hebben met haar.’ Wat ook weer mooi is.

»Wat ik zo hoopgevend vind aan de inzichten van Bessel van der Kolk, is dat je de blauwdruk van je hersenen kunt hertekenen. Er bestaat een manier om iets te doen aan hoe je in het leven staat, zonder het in therapie te moeten hebben over de schuldvraag, en zonder dat je je ouders moet veroordelen.»

16 en verkracht

HUMO De meeste getuigen in ‘Als je eens wist’ bleven ondanks de vreselijke mishandelingen naar hun ouders terugkeren. Twee van hen deden dat zelfs nadat hun vader of stiefvader voor het seksuele misbruik was veroordeeld.

Van Mieghem «Ik hoop zo dat de documentaire mensen meer inzicht geeft in hoe dat komt. De loyauteit van kinderen tegenover hun ouders is enorm. Ze hebben vaak geen idee hoe complex de mengeling van liefde en geweld is: je houdt van je ouders, ook al slaan, vernederen of misbruiken ze je. En die ouders houden meestal ook van jou. Maar ook hun gedrag wordt gestuurd door een trauma: de meeste ouders die hun kinderen geweld aandoen, zijn zelf vroeger mishandeld, en vaak nog zwáárder – dat blijkt ook uit de verhalen in ‘Als je eens wist’.»

HUMO Jij hebt het geweld niet doorgegeven, maar vol overgave voor je dochters gezorgd, en nog in je eentje ook.

Van Mieghem «Ik heb het gelukkig niet op mijn kinderen uitgewerkt. Ik maakte niet hén af, maar mezelf – ik at niet goed, verwaarloosde me en slikte tot acht jaar geleden elke nacht een slaappil. Dat heb ik dertig jaar lang gedaan. En ik werkte me kapot.»

HUMO Mishandelde kinderen zijn zo waakzaam en beducht voor gevaar dat ze niet in staat zijn van de kleine geneugten van het leven te genieten. Ze vinden het dagelijkse leven niet boeiend genoeg en zoeken graag hevige situaties op.

Van Mieghem «Ja, je raakt bevroren en je probeert zo weinig mogelijk te bestaan of te voelen, zodat je heel gevaarlijke dingen moet doen als je wél wilt voelen dat je leeft. Als ik vroeger aardige mannen tegenkwam, dacht ik daarom meestal snel: ze zijn wel lief, maar óérsaai. Mannen moesten gevaarlijk zijn, anders deden ze me niks. Mijn film ‘De kus’ (uit 2004, red.) gaat daarover.»

HUMO Daarin vertelde je het verhaal van een meisje van 16 dat bij haar moeder niks goed kan doen en een vader die nooit thuis is. Je kortfilm ‘De suikerpot’ uit 1997 ging daar ook al over.

Van Mieghem «Ik heb het al zoveel over mishandeling gehad, maar niemand is er echt op ingegaan. Het is zo’n taboeonderwerp. In ‘De kus’ wordt het meisje verkracht. Dat is mij ook overkomen, maar niemand heeft die link ooit gelegd. Het meisje steelt ook geld en juwelen voor die jongen. Hij is eigenlijk een loverboy, maar dat verschijnsel kende de wereld toen nog niet, dus werd het verhaal afgeserveerd als ongeloofwaardig – terwijl het écht was gebeurd. Het was puur autobiografisch. Ik dacht dat die jongen van mij hield: eindelijk iemand die mij ziet staan en naar mij luistert! Ik wilde hem absoluut niet kwijt. Dus toen hij zei dat hij naar de gevangenis moest als hij zijn schulden niet kon afbetalen, ging ik voor hem stelen. Op mijn 16de ben ik thuis weggelopen. Hij heeft me toen verkracht.»

'Ik heb mijn verleden gelukkig niet op mijn kinderen uitgewerkt, maar op mezelf – ik at niet goed, verwaarloosde me en slikte tot acht jaar geleden elke nacht een slaappil'

HUMO Je bent weggelopen: je probeerde dus wel jezelf te redden?

Van Mieghem «Ja. Ik was ook rebels: ik stak van alles uit om maar het gevoel te hebben dat ik bestond. Het gaf me energie en kracht. Het was beter dan sterven van verdriet of kapot zijn. Eén van de getuigen in ‘Als je eens wist’ vertelt dat ze als kind met haar ogen dicht tegen de richting van het verkeer in fietste: dat deed ik als kind ook. Ik stak een drukke straat over met mijn ogen dicht. In de hoop, denk ik ook, dat ik omvergemaaid zou worden. Ergens denk je dat je waardeloos bent en beter dood zou zijn, dan zijn die ouders tenminste van je af. Ze willen dat waarschijnlijk ook, geloof je, en iets in jou wil aan die wens beantwoorden. En dat ‘iets’ neemt het roer dan even helemaal over. Bessel van der Kolk noemt dat ‘iets’ een ‘kind-deel’.»

HUMO Een wat?

Van Mieghem «We hebben allemaal ‘kind-delen’ in ons. Iedereen kent wel dat stemmetje in zijn hoofd dat ervoor zorgt dat je je gedraagt. Ook als je volwassen bent, hoor je dat nog. Ik zat twee maanden helemaal alleen in de natuur, hier in Italië, en ik merkte opeens dat ik van ’s morgens tot ’s avonds kwaad was op mezelf. Dat was me nog nooit zo opgevallen, maar nu was er niets dat me afleidde. Het begon al zodra ik mijn ogen opendeed: ‘Oei, het is al halftien! Dat is echt geen uur om op te staan!’ Zo ging het de hele dag door. Dan neemt het ‘kwade kind’-deel het helemaal over. Het hield pas op als ik ging slapen.

»Ik heb veel delen (lacht). Een heel creatief deel ook, dat keihard wordt tegengewerkt door het ‘Jij kunt niets!’-deel. Het is een heel circus in mijn hoofd. Waar je voor moet zorgen, is dat geen van die delen aan het stuur komt te zitten in je hoofd, waardoor je voortdurend ofwel heel boos bent op jezelf, of heel bang, of suïcidaal, of roekeloos of noem maar op. Die delen mogen wel allemaal mee in jouw bus, maar het stuur moet je zelf in handen houden. Het is een kwestie van harmonie in de bus te krijgen. Die delen bevinden zich namelijk nog in de tijd van hun ontstaan, zij moeten leren dat die tijd voorbij is en dat ze je niet meer moeten beschermen. Want dat was het doel van elk ‘kind-deel’, je beschermen.

»Bessel van der Kolk beweert dat er diep vanbinnen nog altijd een ‘zelf’ is, hoe erg iemand ook getraumatiseerd is. Dat ‘zelf’ is bij mishandelde kinderen vaak ondergesneeuwd door al die ‘kind-delen’ die je helpen om gruwelijke pijn te overleven. Dan kan er gebeuren wat één van de getuigen in de documentaire vertelt, dat ze zich op haar 36ste verjaardag opeens afvroeg: waar zijn die 36 jaar gebleven? Ze had nauwelijks herinneringen. De hele periode waarin ze bezig was geweest met overleven, was gewoon weggegomd. Maar dat ‘zelf’ zit dus nog wel ergens. Die getuige zegt op een bepaald moment: ‘Ik hoop dat deze documentaire me helpt om weer een beetje één te worden.’ Mishandelde kinderen bestaan op den duur uit flarden, maar ze krijgen die niet aan elkaar gesmeed tot een individu dat krachtdadig kan handelen.»

HUMO Als ik iemand ken die krachtdadig kan handelen, ben jij het wel.

Van Mieghem «Toch heb ik nog niet zo heel lang het gevoel dat ik een identiteit heb, dat ik iemand ben die niet uit flarden bestaat, iemand die haar eigen leven kan schrijven. Dat is wat al die getuigen hebben gedaan door mee te werken aan ‘Als je eens wist’. Ze proberen hun eigen leven te schrijven en te zeggen: ‘Kijk, ik besta.’»

HUMO Heb jij misschien jezelf ook gered door je boze, bange, rebelse en alle andere delen die steeds naar het stuur in je hoofd grepen, aan het woord te laten op de scène en voor de camera?

Van Mieghem «Absoluut. Acteren is mijn redding geweest. Daar mocht ik krijsen en huilen en ik kreeg er nog applaus voor ook, in plaats van in elkaar geslagen te worden. Maar spelen lost natuurlijk niks op. Het gaf me alleen een identiteit voor de buitenwereld. Maar hoe beroemder Hilde Van Mieghem werd – ik heb het nu over de tijd dat ik in ‘Vrijdag’ van Hugo Claus en ‘Sailors Don’t Cry’ van Marc Didden speelde – hoe minder Hilde bestond. Ik heb aan kinderpsychiater Peter Adriaenssens, die ook aan ‘Als je eens wist’ heeft meegewerkt, verteld dat ik altijd die opsplitsing heb gemaakt tussen Hilde, en Hilde Van Mieghem. Het gevolg is dat ik niet belichaam wat Hilde Van Mieghem allemaal doet. Wat zij maakt, lijkt niet van mij te zijn en kan ik me dus ook niet toe-eigenen. En ik kan er ook niet trots op zijn. Peter Adriaenssens zei daarop: ‘Dat heb je toch maar knap gedaan. Laat ze je dat maar eens nadoen, je zo opsplitsen en op die manier niet alleen overleven, maar ook nog eens zo’n carrière uitbouwen.’

»Maar die opsplitsing speelt me wel parten, want terwijl Hilde Van Mieghem zegeviert, is de andere Hilde langzaam aan het doodgaan. Bovendien staat ze tussen mij en andere mensen. Daarom is het zo belangrijk dat ik erin slaag die twee te integreren. Dan kan ik eindelijk eigenwaarde halen uit wat ik doe en staan voor wie ik ben. Mijn zus zei vroeger vaak: ‘Als jij in de spiegel kijkt, zie je een monster.’ Dat is ondertussen gelukkig al erg verbeterd. Af en toe vind ik me wel oké.»Een andere cultuur

HUMO Die getuigen zijn helden: ik vind hen zo dapper. Ze hebben ook allemaal iets van hun leven gemaakt. En ze komen uit alle soorten milieus.

Van Mieghem «Ja. Toen ik met mijn voorstel bij Canvas kwam, was één van de reacties: ‘Dat gebeurt toch alleen maar in marginale gezinnen?’ Onzin. Kinderen uit rijkere kringen komen alleen minder snel of helemaal nooit in de vertrouwenscentra terecht. In de betere milieus zijn ze gewoon gewiekster in het verbergen. Het gebeurt echt overal. Ik ben ook blij dat de getuige van Iraanse afkomst zijn verhaal wilde doen. Daarin voel je hoe mishandeling ook in andere culturen een issue is. Dokter Johan Marchand, de pediater die gespecialiseerd is in het opsporen van botbreuken die opzettelijk zijn toegebracht, heeft dertig jaar in een vertrouwenscentrum gewerkt in een Brusselse wijk met gezinnen uit veel verschillende culturen. Hij vertelde ouders uit andere culturen dan: ‘Dit mag niet in België.’ Zij waren de eersten om te zeggen: ‘Dat wisten wij niet. Oké, dan doen we het niet meer.’ Bij hen is het vaak een cultureel gegeven. Die Iraanse jongen vertelt over wat zijn vader allemaal heeft moeten ondergaan, en hij zegt ook: ‘Als mijn vader had geweten dat slaan hier niet mocht, dan zou hij er onmiddellijk mee gestopt zijn.’ Volgens dokter Marchand komen mishandelde kinderen uit andere culturen er vaak sneller weer bovenop omdat de ouders het misbruik meteen toegaven en het slaan na een paar gesprekken meestal stopte. Met een Vlaams gezin over mishandeling praten, daarentegen... Dokter Marchand vertelde me dat hij ouders liever meedeelt dat hun kind terminale leukemie heeft dan dat hij over kindermishandeling moet beginnen. Zó moeilijk is het om dat te bespreken. Ouders geven het gewoon niet toe, of ze doen dat juist heel snel, waarna ze vrijwillig samenwerken met hulpverleners en zo gerechtelijke vervolging ontlopen. Maar later doen ze het opnieuw.

»Veel ouders zijn ook stomverbaasd dat wat ze doen als mishandeling bestempeld wordt. Ze roepen dan: ‘Vind je dit mishandeling? Je moet eens weten wat ík heb meegemaakt.’ Vaak is het ook zo dat het inderdaad erger was. Altijd weer komt die schuldvraag mee naar boven. Als ik iets zou willen bereiken met ‘Als je eens wist’, dan wel dat we leren om erover te praten, voorbij termen als schuld of boete.

»Je mag niet onderschatten welke maatschappelijke gevolgen die onbespreekbaarheid heeft. Mensen sluiten zich af, worden hard voor zichzelf, voor het kind in henzelf. Ze minimaliseren of ontkennen de pijn die ze voelen en worden daardoor ook hard voor anderen. Met anderen meeleven kunnen ze niet, want dan voelen ze het kapotte kind in zichzelf en daar kunnen ze niet tegen. Met die hardheid hebben ze zichzelf beschermd en de pijn overleefd. Als die mensen een leidinggevende functie krijgen, maken ze vaak het leven van hun werknemers tot een hel. Ik wil de gekwetste en getraumatiseerde mensen in belangrijke, leidinggevende functies de kost niet geven. Ze tieren welig. En hoeveel mensen zijn er niet die door hun staat van permanente waakzaamheid hun potentieel niet optimaal kunnen benutten? Ik was altijd bang dat ik mijn creativiteit zou kwijtraken als ik in therapie zou gaan, maar het tegendeel is waar. Je stopt met uit angst jezelf bij voorbaat te beknotten bij elk idee. Daarom hoop ik dat ‘Als je eens wist’ mensen ertoe zal aanzetten na te denken over hoe we beter met kindermishandeling en de gevolgen ervan kunnen omgaan. Daar worden we allemaal beter van.»

'Hoe haalt minister Beke het in zijn hoofd te besparen op kinderen die overgeleverd zijn aan geweld?'

HUMO Met jou gaat het ook beter. Je zei me daarnet dat dat was omdat je met praattherapie bent gestopt. Bessel van der Kolk zegt dat praten alleen niet helpt, dat vond ik ook opmerkelijk.

Van Mieghem «Dat komt omdat je trauma in het niet-talige gedeelte van je hersenen opgeslagen zit. Je had als kind nog geen woorden voor wat er met je gebeurde. In therapie kun je wel over je ervaringen spreken en rationeel begrijpen wat er met je aan de hand is, maar daarmee los je niks op. Sterker nog, dat begrijpen zit vaak in de weg. Het weerhoudt je ervan te voelen, en dat is juist wat je moet leren: vóélen (lacht). Dat is voor mishandelde kinderen heel eng. Wat je allemaal voelde als kind, komt onherroepelijk mee naar boven en je wilt dat niet nog een keer ondergaan. Daarom is het belangrijk voor slachtoffers dat ze zich goed realiseren dat ze het al eens overleefd hebben.»

HUMO Bessel van der Kolk laat kinderen trampolinespringen en raadt vrouwen aan karateles te volgen.

Van Mieghem «Ja, omdat je daarbij je lichaam letterlijk voelt: dit ben ik. Je leert je veilig te voelen in je eigen lichaam zodat je, bijvoorbeeld, niet meer schrikt als je wordt aangeraakt. Ik ga niet op een trampoline springen, maar ik ben wel gestopt met psychoanalyse en volg nu een therapie waarin ik op een associatieve manier de bende ongeregelde ‘kind-delen’ in mijn hoofd probeer in harmonie te krijgen. Ik kan niet verwoorden wat er precies gebeurt, maar ik word er wel steeds sterker door, vastberadener. Ik weet zoveel beter wat ik wil en niet wil, ik kan beter grenzen trekken en pik veel gedrag van anderen niet langer. Ik krijg steeds meer het gevoel ‘heel’ te zijn en vind het leven hoe langer hoe meer een feest.

»Het is heerlijk om te beseffen dat het kan, dat je al die ballast van je kunt afgooien en voluit kunt leven. Dat gevoel wil ik nu zo graag doorgeven, en daarom is het de hoogste tijd dat het taboe rond kindermishandeling in Vlaanderen wordt doorbroken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234