Hoe China ongehoorzame burgers aan de digitale schandaal nagelt (en waarom de meeste Chinezen daar niet van wakker liggen)

Het Chinese regime droomt van een totale controlestaat en is alvast begonnen met het optrekken van een digitale schandpaal. Burgers die iets mispeuteren, komen op een zwarte lijst te staan en verliezen ‘sociaal krediet’: ze mogen geen huis meer kopen, vliegtuigtickets boeken of een bedrijf oprichten. In onze contreien zou er vermoedelijk een volksopstand uitbreken, maar de Chinese burger lijkt het prima te vinden. Waarom is er niet meer verzet?

Liever luisteren naar dit verhaal? Hieronder de voorgelezen versie door Blendle:

'We hoeven als burger niet meer bang te zijn: oplichters kunnen niet ontsnappen aan de greep van de staat'

In heel wat Chinese steden zie je tegenwoordig deze bordjes staan: ‘Rij niet te snel! Breng je sociaal krediet niet in gevaar!’ En stap je op een Chinese trein, dan hoor je de conducteurs omroepen: ‘Zwartrijders plegen vertrouwensbreuk en krijgen een vermelding in de lijst!’ De zwarte lijst omvat meer dan 12 miljoen ‘vertrouwensschendingen’ en wordt dagelijks geactualiseerd. Naam, paspoortnummer, woonplaats: alles is vrijelijk raadpleegbaar op de website van het Chinese Volkshooggerechtshof.

Z. Ziche*, 18, district Hua, provincie Henan. Heeft de militaire dienst verlaten en vluchtte naar huis.

L. Ting*, 60, district Taojiang, provincie Hunan. Ging wandelen met haar golden retriever. De hond sprong op tegen een gepensioneerde man die uitgleed en een been brak. L. moet omgerekend 3.000 euro schadevergoeding betalen.

L. Hu*, 40, district Chonqging. Veroordeeld wegens ‘reputatiebeschadiging’ en ‘verspreiding van geruchten’. Hij had als onderzoeksjournalist enkele gevallen van corruptie aan het licht gebracht.

De website van het Chinese Volkshooggerechtshof is vermoedelijk de grootste schandpaal aller tijden. Wie publiekelijk te kijk wordt gezet, kan dan wel niet bespuugd of beschimpt worden, zoals tijdens de middeleeuwen, maar verliest wel tal van burgerrechten. Chinezen die ‘vertrouwensbreuk’ hebben gepleegd, willen niet zomaar praten over hun lot, zeker niet met buitenlandse journalisten. Ze zijn bang om opnieuw in de problemen te komen. Velen schamen zich ook.

We ontmoeten Wang Yidou (niet zijn echte naam, die zegt hij liever niet), een man van 36, in een café in een stad in het noorden van China. Aan de muur hangen vergeelde posters van Marilyn Monroe en Bruce Willis. Buiten staat een ijzige wind, achter roestige kolenkacheltjes verkopen gesluierde vrouwen gebakken zoete aardappelen. Dit is niet het betoverende China waar Wang ooit geboren werd, maar zijn zelfgekozen ballingsoord.

Wang Yidou «Mijn familie had vroeger een transportbedrijf, ik deed de boekhouding. Rond de jaren 2000 deden we gouden zaken. Maar in de bouwsector werkte niemand met contracten. Een rondje op café, een handshake, en de zaak was beklonken. In 2014 ging onze belangrijkste klant failliet en bleef onze familie achter met een schuldenberg van 3 miljoen euro. Omdat er geen contracten waren, moet ik daar nu persoonlijk voor opdraaien.

»Al onze bezittingen werden openbaar verkocht en onze rekeningen bevroren. Toen mijn schuldeisers een knokploeg op me afstuurden, heb ik twee koffers gepakt en ben ik samen met mijn vrouw en kind gevlucht. De rechter liet mij op de zwarte lijst zetten.

»Ik begon 2.500 kilometer verderop te werken als chauffeur, maar ondanks positieve beoordelingen werd mijn licentie ingetrokken. Controleurs waren mijn achtergrond te weten gekomen, wellicht door een melding op de website van het Volkshooggerechtshof.»

Wang kent tientallen van dat soort verhalen. Hij heeft een chatgroep opgericht voor lotgenoten. Soms krijgt hij ’s nachts telefoontjes van huilende, radeloze mensen. ‘Mensen op de lijst hebben meestal schulden die ze niet kwijtraken.’ Hij kent er ook veel die hun schulden afbetaald hebben, maar toch niet van de lijst geschrapt zijn. Willekeur van de staat, denkt hij. Wang is voortdurend in de weer met de twee smartphones die op het tafeltje voor hem liggen. Waarom hij het risico neemt om te praten met buitenlandse journalisten?

WANG «Voor mensen zoals wij is er in China geen wettelijke bescherming. We worden als paria’s behandeld.»


Orwell

Sociaal krediet voor alle Chinezen, dat is wat de machthebbers in Peking nastreven. Door de ogen van een westerling is de zwarte lijst van het Volkshooggerechtshof een vreselijk ding. En toch is dit nog maar een begin. Het is de bedoeling dat de staat niet alleen misdadigers, oplichters en belastingontduikers aan de schandpaal nagelt. Wie iets goeds doet, wie eerlijk en productief is, wie zich onopvallend gedraagt en zich aan de regels houdt, zal worden beloond met positieve feedback en extra sociaal krediet.

Slaan en zalven, belonen en straffen. En dat allemaal openlijk zichtbaar voor iedereen. Het systeem van sociaal krediet moet nog worden gesofisticeerd en uitgebreid. De zwarte lijst bestaat al overal, maar het systeem van sociaal krediet is nog maar op enkele plaatsen als pilootproject van start gegaan. Wie zich engageert voor de communistische partij, iets doet voor de armen, of geld dan wel bloed geeft, krijgt in de stad Rongcheng bijvoorbeeld een korting op de energiefactuur en mag gratis gebruikmaken van deelfietsen. In Shenzhen is er op de luchthaven een speciale wachtrij geïnstalleerd voor burgers met een hoog sociaal krediet.

Het is het grootste sociaal experiment van onze tijd: laat een heel volk zich zomaar sturen in zijn gedrag? Zal de Chinese staat binnenkort alles van iedereen weten en al die kennis verzamelen in databanken? Zal ze de opvoeding van 1,4 miljard mensen in handen nemen alsof het kleine kinderen zijn die op het juiste moment straf of beloning moeten krijgen? Het klinkt als een Orwelliaanse nachtmerrie. Het ‘1984’ van de 21ste eeuw.

Opvallend: uit een enquête bij meer dan 2.000 Chinezen door professor Genia Kostka van de Vrije Universiteit van Berlijn blijkt dat 80 procent van hen positief staat tegenover het systeem van sociaal krediet. Blijkbaar zijn het vooral hoogopgeleide en rijke Chinezen die het een goed plan vinden. Als je in Peking of Shanghai met hen praat, krijg je bijna altijd positieve reacties. Daar zijn twee mogelijke verklaringen voor. Ofwel wil het grootste deel van de Chinezen gewoon niets liever dan zich als robotten te onderwerpen aan de eisen van de staat, of er zijn écht goeie redenen om achter de plannen van de regering te staan.

'Deng Xiao­ping ging in de late jaren 70 op studiereis naar Singapore. Daar zag hij hoe je 'een berg los zand' kunt aanstampen tot een maatschappij van gedisciplineerde burgers'


Woekerrente

In Wenzhou, een miljoenenstad aan de zuidoostelijke kust van China, is recent duidelijk geworden waarom zoveel mensen iets zien in het systeem van sociaal krediet. In een park op 20 minuten rijden van het centrum wacht Du Yongsheng aan de ingang van het ‘Museum van de Deugd’. Du (38) is een hoge ambtenaar bij de stad die 2,5 jaar geleden het museum officieel heeft geopend. Het heeft als doel de inwoners van Wenzhou weer eerlijke burgers te maken. Want met de ‘deugd’ was het in deze stad slecht gesteld.

DU «In de zomer van 2011 werd Wenzhou door een crisis getroffen. Van de ene dag op de andere gingen honderden bedrijven failliet, de huizenmarkt kelderde. De reden? Onze economie bestond voor meer dan 90 procent uit kleine en middelgrote bedrijfjes. Omdat die bij de staatsbanken moeilijk krediet konden krijgen, moesten ze elders op zoek naar geld. Via malafide tussenpersonen kregen ze kredieten tegen woekerrentes tot 40 procent. Tot de bubbel barstte. De tussenpersonen hadden voor miljarden geleend. Niemand wist nog wie hoeveel schuldig was aan wie. Incassobendes trokken door de stad en bedrijfsleiders sprongen van appartementsgebouwen.»

De lokale overheid zocht naar mogelijkheden om haar burgers weer op het rechte pad te krijgen. Daarom zette Du Yongsheng ook zelf een systeem van lokaal krediet op poten, via een app. De kredietverlener kan online nagaan op welk adres de kredietnemer officieel ingeschreven staat, hoeveel hij afbetaalt voor zijn huis, wanneer hij voor het laatst zijn elektriciteitsrekening niet heeft betaald, hoeveel keer hij betrapt is op foutparkeren... Sinds de app online is, is er in Wenzhou weer geld in omloop en kunnen de mensen opnieuw plannen maken. Het is een belangrijke reden waarom veel Chinezen voorstander zijn van sociaal krediet.

Oorspronkelijk was het inderdaad de bedoeling van de Chinese overheid om eindelijk te zorgen voor een fatsoenlijk systeem om kredietwaardigheid te controleren. Maar in Wenzhou is men nog een stap verder gegaan, vertelt Du trots. Intussen kent de app nog meer toepassingen. In Wenzhou kan een klant van een supermarkt nagaan of een bepaald bedrijf ooit geknoeid heeft met voedingswaren. Patiënten kunnen zien of een arts ooit is veroordeeld wegens een medische fout. Verhuurders kunnen informatie inwinnen over de betalingsgewoonten van een potentiële huurder.

Du «Sociaal krediet heeft de sociale cohesie in Wenzhou verbeterd. Burgers moeten niet langer bang zijn dat ze opgelicht zullen worden. Wie vertrouwensbreuk pleegt, heeft geen enkele mogelijkheid meer om te ontsnappen aan de greep van de staat.»

'Wie een hoge score heeft op Alipay, mag in het ziekenhuis de wachtrij voorkruipen en meteen bij de dokter binnen'


Singapore kopiëren

Om te kunnen begrijpen waar de angst voor schending van het vertrouwen bij de Chinezen vandaan komt, moeten we een sprong in de tijd maken, naar de late jaren 70. Na tientallen jaren van burgeroorlogen, hongersnoden en een destructieve klassenstrijd was het duidelijk: het marxisme had gefaald. China moest op zoek naar een nieuw maatschappelijk model. Het had nood aan stabiliteit en economische welvaart. Maar hoe moest de communistische partij – die haar macht niet wilde lossen – zoiets klaarspelen bij een volk zoals de Chinezen, door de revolutionair Sun Yat-sen ooit omschreven als ‘Een berg los zand’? De toenmalige staatsleider Deng Xiaoping ging op studiereis naar Singapore. Daar hadden de machthebbers bijna het onmogelijke voor elkaar gekregen: ze hadden het zand aangestampt en hun volk omgevormd tot een welstellende en gedisciplineerde samenleving. Een vrije markt met strakke regels, dat bleek de succesformule. Deng zette in China de ‘singaporisering’ in.

Met de vrije markt liep het goed, en dat is vandaag nog steeds zo. Enorme luchthavens en metropolen schieten er uit de grond, er worden stuwdammen gebouwd, de Chinese treinen rijden sneller dan de Europese en bovendien ook stipt. Maar met de strenge regels liep het niet zo goed. De berg zand is losser dan hij ooit is geweest. Na vier decennia economische vooruitgang wordt het dagelijkse leven van de meeste Chinezen gedomineerd door onzekerheid en chaos. De machthebbers vaardigen wetten uit, maar bijna niemand leeft die na. Er is een rechtspraak die willekeurig vonnissen velt en in het hele land zijn niet meer dan 200.000 advocaten aan het werk. In België is dat omgerekend per capita meer dan het tienvoudige. Een groot deel van de Chinezen betaalt geen belastingen. De ambtenaren zijn bijna allemaal corrupt. Zakenpartners gooien het op akkoordjes.

De Chinezen hebben te lijden onder een brutaal kapitalisme van ieder voor zich. Geen wonder dat een meerderheid van de Chinezen verlangt naar transparantie, heldere regels en beschaafde omgangsvormen. Ook al moet dat dan met sociaal krediet. Is het niet beter te leven in een goed functionerende dan in een slecht functionerende dictatuur?

In 2015 werd het plan opgevat om ook verschillende technologiebedrijven de opdracht te geven een eigen systeem van sociaal krediet te ontwikkelen. De bedrijven moesten in opdracht van de regering de massa data leveren die nodig is om het gedrag van het volk te quoteren. Data worden vaak de olie van de 21ste eeuw genoemd. Op die manier beschouwd is China een paradijs van grondstoffen. Hoe meer mensen hun persoonlijke informatie ter beschikking stellen, en hoe slimmer de algoritmen worden, hoe beter de digitale dictatuur kan functioneren. Daarom zijn burgers als Tan Jun zo belangrijk voor China.

'China is moreel bankroet, en dus is controle gerechtvaardigd' Professor Shi, pleitbezorger van sociaal krediet

Tan Jun, 32, vertelt ons hoe hij zich opwerkte uit zijn boerendorp en bedrijfsleider werd van een Volkswagengarage. Nu heeft hij een eigen woning in een voorstad van Peking en kan hij met zijn vrouw en twee kinderen op strandvakantie. Als je hem vraagt hoe hij zijn garage runt, wijst Tan naar het rek achter hem. Het is leeg. Dat is de clou: Tan zegt dat hij alle bankdocumenten in de vuilnisbak heeft gegooid. Hij doet tegenwoordig alle persoonlijke en professionele geldtransacties digitaal, via de app Alipay. Documenten aanvragen, leveranciers betalen, luiers voor zijn kinderen kopen, een afspraak maken bij de dokter of een noedelsoep bestellen? Hij doet het allemaal met zijn telefoon. En als hij op straat loopt en medelijden krijgt met een bedelaar, scant hij met zijn smartphone de QR-code die de bedelaar hem voorhoudt, waarop de gift meteen naar de mobiel van de sukkelaar wordt getransfereerd via Alipay. In bijna geen enkel ander land is het dagelijkse leven zo sterk gedigitaliseerd, en is het enthousiasme voor nieuwe technologieën zo groot.

Alipay maakt deel uit van de onlinegigant Alibaba, een soort Chinees Amazon. Het sociaal kredietsysteem van Alibaba wordt tegenwoordig door naar schatting evenveel Chinezen gebruikt als de Europese Unie inwoners telt: 500 miljoen mensen. Iedereen heeft een score die overeenkomt met zijn sociaal krediet. Hoe het algoritme die score berekent, houdt Alibaba geheim, zoals Coca-Cola de samenstelling van zijn drank.

Eén ding is zeker: hoe vaker Tan Jun iets bestelt of betaalt, hoe meer punten hij verzamelt.

TAN JUN «Ik heb 756 punten. 950 is het maximum.»

Tan ziet er zeer tevreden uit. 756 punten, het klinkt bijna als een gouden medaille. De beloning: Tan kan nu inchecken in hotels zonder een voorschot te moeten betalen. Als hij naar het ziekenhuis gaat, mag hij de rij wachtenden voorbijsteken en meteen bij de arts binnen. Als hij naar Singapore, Luxemburg, Japan of Canada op reis wil, krijgt hij een visum via een spoedprocedure. Op de homepage van de Luxemburgse regering staat te lezen dat er een ‘strategisch partnerschap’ bestaat met Alibaba. Het concern is intussen zo machtig geworden dat het niet alleen met andere firma’s, maar zelfs met landen een voorkeursbehandeling voor zijn klanten kan onderhandelen.

Op een bepaald moment begon de Chinese regering dergelijke firma’s toch wat gevaarlijk te vinden. In 2017 borg ze de plannen op om de uitwerking van het kredietsysteem voor heel China in handen te geven van Alibaba en andere concerns. Het gevaar is te groot dat die bedrijven meer bekommerd zijn om hun machtspositie dan om de ‘sociale harmonie’ in het land. Wat niet betekent dat de samenwerking nutteloos is geweest. Ze heeft honderden miljoenen mensen evan overtuigd hoe makkelijk het kan zijn om digitaal punten te verzamelen. Wie op Alibaba zijn sociaal krediet verzamelt, lijkt alleen maar voordelen te hebben. Er valt alleen te winnen.

Tan Jun vraagt zich niet af of het riskant is om al zijn data af te staan en zijn bedrijf volledig digitaal te leiden.

TAN JUN «Als individu beteken ik te weinig.»

Dat klinkt defaitistisch, maar hijzelf noemt het pragmatisch.

TAN JUN «Als kind woonde ik in een lemen hut. De digitalisering heeft mijn leven alleen maar verbeterd.»

Zijn Volkswagengarage, gelegen tussen appartementsblokken aan een afrit van de snelweg in deze voorstad van Peking, maakt duidelijk dat hij zich heeft laten verleiden door comfort.

'In Chinese grootsteden worden bijna alle straten door camera's bewaakt. Dankzij gezichtsherkenning kunnen ze worden ingezet om verdwenen of gezochte personen op te sporen'


Zelfs op de buiten

‘De massa’s hebben scherpe ogen’, zo luidt een oude slogan uit de tijd van het communisme van Mao Zedong, toen leerlingen hun leraars verklikten en echtgenoten elkaar aangaven. In heel wat kleine steden en dorpen in het hinterland blaast de overheid deze leuze nieuw leven in. Al hoeft tegenwoordig niemand nog moeite te doen om op zoek te gaan naar een schadelijk element in de samenleving. Het scherpe oog van de massa, dat is nu de camera.

Toen begin 2017 een man in Anxi, een dorp van 3.000 zielen in de provincie Sichuan, op een winterse dag een hoop vuilnis in brand stak, wellicht om zich te verwarmen, weerklonk op de hoek van de straat meteen een stem uit een luidspreker die hem tot de orde riep. Eerst hoorde de man zijn naam weerklinken, en meteen daarna: ‘Vuur nú doven!’ Op de video is te zien hoe de man opschrikt. Snel trapt hij de vlammen uit en rent hij ervandoor.

Yin Xiuqin, de 55-jarige partijsecretaris in Anxi, laat de video tevreden glimlachend zien. Ze praat openlijk over haar controlemethodes, en dat gebeurt zelden in China. Yin, één van de weinige vrouwelijke gezagsdragers in dit landelijke gebied, kan in de monitorruimte van het kleine gemeentehuis op 16 beeldschermen opnames zien van 24 camera’s, allemaal 360 graden wendbaar.

YIN Xiuqin «Onze camera’s zien alles. Die man uit die video die je zag? Zijn buren, zijn familie: iedereen in zijn omgeving heeft de boodschap door de luidspreker gehoord. Sindsdien waagt niemand in Anxi het nog om afval te verbranden op straat.»

In Chinese miljoenensteden worden bijna alle straten, pleinen en parken door camera’s bewaakt. Eén van de duurste modellen die de politie van Peking ter beschikking heeft, zoomt vanaf 1,6 kilometer afstand in op nummerplaten van auto’s. Andere modellen kunnen gezichten scannen, stemmen vergelijken, bewegingen analyseren en voorbijgangers tellen. Nu zijn ook de dorpen aan de beurt.

YIN Xiuqin «Hier in Anxi stalen dieven vroeger regelmatig dieren, ham en bakolie bij de boeren in de periode van het Chinese nieuwjaarsfeest, omdat ze een feestmaal wilden klaarmaken voor hun familie. Tegenwoordig wordt er nauwelijks nog gestolen. Knokpartijen, foutparkeerders, leurders zonder vergunning: zo goed als al onze problemen zijn verdwenen. Toen onlangs een vader zijn 5-jarig dochtertje kwijt was, liep hij niet nerveus te zoeken op straat. Hij legde snel contact met onze monitorkamer en mocht daarna van thuis uit op zijn televisie onze camera-opnames bekijken. Hij vond zijn dochter terug in een klein steegje.»

Yin begint steeds enthousiaster te worden. Ze zegt dat de verbondenheid in het dorp is toegenomen. De burgers kunnen niet alleen de camerabeelden bekijken, maar ook de financiële situatie van het dorp, de kosten van elke lantaarnpaal en elk verkeerslicht. Met de openheid van de partijsecretaris is het na een halfuur interview evenwel afgelopen. Ze krijgt telefoon van de propagandachef van het overkoepelende district. Hij moet lucht gekregen hebben van het bezoek. Yin moet het niet-aangemelde gesprek met de buitenlandse pers meteen stopzetten.

'Door digitaal te betalen met Alipay, een betaalapp van Alibaba, kunnen Chinezen extra punten verzamelen'


Heropvoedingskamp

De regering in Peking is van plan om in de toekomst de volledige openbare ruimte van het land van bewakingscamera’s te voorzien. De massa data die daarbij gegenereerd wordt, moet worden gelinkt aan het systeem van sociaal krediet, zodat elke burger, zodra hij zijn huis verlaat, kan betrapt worden op vertrouwensbreuk. Een gigantische opdracht, die in Xinjiang technisch wordt uitgetest. Nergens ter wereld gaat de controle zo ver als in deze provincie, gelegen in een uithoek van West-China, waar de moslims van het volk der Oeigoeren in naam van zogenaamde terrorismebestrijding onderworpen worden aan digitale apartheid. Xinjiang wordt als big-data-laboratorium beschouwd: alle theesalons worden in de gaten gehouden door camera’s, elke auto moet via GPS traceerbaar zijn. Daarom werkt de overheid aan de creatie van een biometrische databank, met foto, vingerafdruk, DNA-test en irisscan van élke inwoner. Spionageprogramma’s doorzoeken openbare WIFI-netwerken. Wie een smartphone heeft, is verplicht software te installeren die ‘spionage tegengaat’. Onzin natuurlijk: de software controleert alle online-activiteiten. Volgens Human Rights Watch worden op dit moment alle data verzameld in een systeem dat dankzij machinale leerprocessen moet voorspellen of iemand aan een bepaald risicoprofiel voldoet. Indien dat zo is, dreigt het heropvoedingskamp.

In Xinjiang wonen 10 miljoen Oeigoeren. In vergelijking met deze groep mensen worden de meeste Chinezen nog ongemoeid gelaten. Zij kunnen zich niet voorstellen dat het systeem van sociaal krediet in zijn extreme vorm ook het strafkamp kan inhouden. Dat is de vierde reden waarom de plannen van de regering niet op kritiek stuiten: de grote meerderheid van de Chinezen heeft de totale controlestaat tot nu toe nog niet aan den lijve ondervonden.

Oorspronkelijk had het regime het systeem van sociaal krediet tegen 2020 overal in gebruik willen nemen. Dat plan is onmogelijk gebleken. Tientallen commissies en werkgroepen aan universiteiten zijn momenteel naar een oplossing aan het zoeken voor het volgende probleem: hoe moeten al die gegevens uit 19.322 steden en 623.669 dorpen verzameld worden? Hoe moeten die 500 miljoen Chinezen op het platteland, die niet online zijn, in beeld worden gebracht? En hoe moet de waarde van iemand voor een samenleving worden vastgelegd en uitgedrukt?

In Wenzhou, de stad met het ‘Museum van de Deugd’, dachten ze aanvankelijk aan één enkele puntenscore per inwoner. Een beetje zoals de firma Alibaba met haar klanten doet. Deze plannen zijn intussen van tafel geveegd. Wil de bezoeker van een restaurant weten hoe hygiënisch de zaak is, dan is de lage score van de kok weinig informatief, want hij kan net zo goed betrapt zijn op zwartrijden. Voor één enkel cijfer dat een waarde toekent aan één persoon is het leven in een moderne stad te complex.

Een andere pilootstad heeft onlangs aan elke bewoner 1.000 punten uitgedeeld, als startkapitaal. Zorgen voor een oud familielid? Plus 50 punten. Dronken achter het stuur zitten? Min 50 punten. Wie onder de 600 punten zakte, kwam in de laagste van vier categorieën terecht en werd, zichtbaar voor iedereen, beschouwd als iemand die het vertrouwen schendt. Maar zelfs de officiële media leverden kritiek op het systeem, waarna het werd opgeheven.


Muis op straat

Ook al zijn de meeste Chinezen het erover eens dat een systeem van sociaal krediet nodig is: de discussies over hoe het vorm moet krijgen, zijn levendiger dan verwacht. Eén van de belangrijkste pleitbezorgers is Shi Xinzhong, een professor rechtswetenschappen en baas van het ‘onderzoekscentrum voor de wetgeving van sociaal krediet’ aan de Capital Normal University van Peking. Shi is 68 jaar, partijlid, en leeft nog steeds als tientallen jaren geleden. Naar de universiteit rijdt hij op een roestige fiets, journalisten staat hij te woord in een ouderwetse rommelige zolderkamer.

Shi Xinzhong «China is moreel bankroet, en dus is controle gerechtvaardigd. Wie de wetten overtreedt, moet worden gestraft. Zoals een muis die de straat wordt opgejaagd. Maar burgers moeten wel inspraak krijgen in de manier waarop we het systeem van sociaal krediet organiseren, vind ik. En het moet mogelijk zijn om gebruik te maken van het ‘recht op vergeten worden’. Negatieve beoordelingen moeten na vijf jaar kunnen worden gewist.»

Shi heeft het uitgebreid over de terugkeer naar het eerlijke en harde leven van vroeger. En daarin ligt de laatste reden waarom China in rechte lijn afstevent op een systeem van sociaal krediet: veel van de huidige machthebbers hebben een haat-liefdeverhouding met de vooruitgang. Om de macht van de partij in stand te houden, hebben ze technologisch een versnelling hoger geschakeld. Maar tegelijk hebben zij die het oude China nog hebben gekend het moeilijk met de moderne tijden. Iemand als Shi beschouwt het als zijn missie om een oplossing te zoeken voor de problemen die zijn generatie heeft gecreëerd. Hij worstelt duidelijk heel erg met de vraag of een welstellende en deels individualistische maatschappij zich door digitale controle terug kan laten katapulteren naar de tijd van Mao, naar zijn kinderjaren.

De Engelse filosoof Jeremy Bentham vond in de 18de eeuw het panopticum uit: een ringvormige gevangenis met in het midden een toren. Van daaruit kan één bewaker alle gevangenen in de gaten houden, terwijl hij zelf onzichtbaar blijft. Het panopticum werd later een metafoor voor de moderne controlestaat. Het perfide aan Benthams concept ligt hem in het feit dat het gevangenisgebouw ook effect sorteert als de bewaker niet toekijkt. Misschien hoeft er zelfs helemaal geen bewaker te zijn? Het besef dat hij er zou kúnnen staan, zorgt ervoor dat de gevangenen zich goed gedragen.

In een stad in centraal China liet de overheid camera’s installeren op een kruispunt, met een reusachtige monitor ernaast. Als iemand op dit kruispunt de verkeersregels overtreedt, verschijnen zijn naam, zijn foto en het nummer van zijn identiteitskaart op het scherm. Overtreders worden niet onmiddellijk aan de schandpaal genageld: het duurt bijna een week voor de beelden op het scherm verschijnen, omdat ze handmatig door ambtenaren worden verwerkt. Maar veel verschil maakt dat niet: haast niemand rijdt er vandaag nog door het rood.

© Die Zeit. Vertaling en bewerking: Els Snick.





* De namen van de personen zijn afgekort ter bescherming van de privacy. In China staat de achternaam voor de voornaam.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234