null Beeld

Hoe Dimitri Verhulst de Tourmalet bedwong

Henri Desgrange had een idee: als hij, oprichter en eerste patron van de Tour de France, de renners nu eens over vijf steile, onverharde en nooit eerder met de fiets beklommen Pyreneeëncols zou sturen? Dat is nu honderd jaar geleden, en de Tour viert het eeuwfeest van die allereerste bergrit in stijl: het peloton fietst twéé keer de Tourmalet op, morgen dinsdag langs de oostelijke flank, donderdag langs de westelijke flank, met aankomst op de top. Eén man was ze voor: schrijver Dimitri Verhulst bedwong de Pyreneeënreus eind juni al. Nauwelijks was hij uitgehijgd of hij schreef er dit stuk over.

dimitri verhulst

Luz-Saint-Sauveur, 28 juni 2010, 8 uur 's ochtends. Geschiedenis, hier ben ik. Zo dadelijk ga ik de Tourmalet beklimmen. Ik gaap naar mijn spiegelbeeld in de vitrine van de plaatselijke papeterie om het toch maar weer bevestigd te zien: niemand zit gedrochtelijker op z'n fiets als ik. Een houding die men onmogelijk als gracieus bestempelen kan. Een zak slachtafval op wielen, dat ben ik. In dromen, die ik steeds vaker aan de nacht beveel, vormen mijn fiets Ernesto en ik één mooi, gestroomlijnd geheel. Zoiets als een centaur. Maar de werkelijkheid is anders. Ach, een beetje lelijkheid meer of minder, het zal er niet op aankomen. Wielrenners zien er per definitie al onnozel uit in die pamperbroek van hen, met die ketel op hun kop, en de schoentjes waarmee ze gelijk kreupele tapdansers naar verzonnen ereschavotten strompelen. Zo hoort het, het bevordert de solidariteit. Precies daarom ook gunnen wielertoeristen elkaar een groet of knik wanneer ze elkander kruisen, omdat ze helemaal wensen op te gaan in de magie van die gedeelde belachelijkheid. Le ridicule fait l'union. En l'union dan weer la force.

Al een klein etmaal loop ik in de vallei naar de bergtoppen te turen, wachtend op het ideale moment om mijn aanval op de hoogste Pyreneeëncol in te zetten. Gisteren had ik nog een stevige autorit in de benen, verre van ideaal om eventjes een fietstochtje naar het dak van de Tour de France aan te vatten, en voorspelden de berggidsen bovendien een kletterend onweer. Ik mankeer de romantiek om mij vrijwillig te laten doodbliksemen en heb mij in afwachting van meer actie in een bowlingcafé een bord koolhydraten besteld. De wolken waren somber, de wind venijnig. Voor vandaag zijn de voorspellingen niet veel beter. Tempeestig onweer, met hagelballen en alles erop en eraan. De Col d'Aubisque is 22 dagen voor de doortocht van La Grande Boucle nog altijd gesloten voor alle verkeer. Enkel de vroege voormiddag kan op de genade van de weergoden rekenen en dus weet ik wat mij te doen staat: vertrekken en wel meteen.

Ik heb de nacht doorgebracht in het vakantiedomein Val Roland. Toen hij mijn getrainde koersbenen zag, ongetwijfeld daarom, biechtte de receptionist me op dat de familie Schleck hier de laatste week van de Tour de France zal verblijven. Tien appartementen hebben ze afgehuurd om in alle comfort Andy en Fränk, Luxemburgse klimgeiten, aan te moedigen in hun raid naar het geel en de bollen. Tof, maar koffie of een ontbijt kan je 'r niet krijgen en in het dorp hebben de winkeliers hun deuren nog op slot. Ik heb dan maar noodgedwongen een ontbijt genomen, samengesteld uit een alreeds slap geworden baguette van gisteren met confituur, een energiereep en een flesje bronwater. Het moet meer dan dertig jaar geleden zijn dat ik bij mijn ontbijt geen koffie dronk. Toen de Belg Firmin Lambot in 1914 als eerste bovenkwam op de Tourmalet, slikte het hele peloton Kolayo, een medicament op basis van cafeïne en cocaïne, volgens de bijsluiter 'tonique et stimulant pour cyclistes'. Henri Pelissier, gele trui in 1923, reed op een menu van amfetamines, pijnstillers, alcohol, cocaïne en heroïne. En ik moet verdomme naar boven zonder een drup koffie in mijn gestel, op een dieet van verlept stokbrood en helder bergwater! Geschiedenis, hou u vast aan uw bretellen want hier kom ik! Daar, op de hoek, aan de Cave Des Pyrénées, waar ze worsten van ezelsvlees en stevige wijnen verkopen, daar zal ik naar rechts draaien. En daar zal het beginnen. 18,6 kilometer klimmen met een stijgingspercentage van gemiddeld 7,5 procent. Achttien kilometer, dat is van Vilvoorde naar Mechelen. En dat dan bergop. Heerlijk!

Het volledige verhaal leest u in Humo 3646 van dinsdag 20 juli 2010.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234