null Beeld

Hoe Donald Trump de kloof tussen volk en elite blootlegt: 'Het fascisme is nu in de VS. Het volk heeft ervoor gekozen.'

Links én rechts Amerika likken hun wonden nu Donald Trump tot president van de Verenigde Staten is gekozen. De blanke man op het platteland juicht, maar de kloof tussen volk en elite was nooit eerder zo diep. De vraag is hoe het nu verder moet, en hoe de kiezers in Frankrijk, Nederland en Duitsland binnenkort zullen reageren.

'Je kunt het homohuwelijk toch niet terugdraaien of alle moslims buiten houden? Je kunt niet plots zeggen: 'Black lives don't matter.''

Het is al een eeuwigheid geleden dat Pickle nog het gevoel had dat de VS zijn land was. Pickle is 61 jaar, en zoals bijna elke dag zit hij in Johnnie’s Diner in McConnellsburg, een dorpje in de staat Pennsylvania. De grijze snor heeft een muts met het logo van een tractorfabrikant op het hoofd. Eigenlijk heet hij Eugene Horton, maar iedereen hier noemt hem Pickle, omdat hij die zo graag eet (pickles zijn zoetzure augurken, red.). Hij praat veel en luid, en wanneer hij lacht, galmt het door de gelagzaal. Maar als je hem vraagt wanneer Amerika gezond was, moet hij even nadenken, want dat is al een hele tijd geleden.

Eugene Horton «Misschien onder Reagan. Wanneer was dat, in de jaren 80? Ja, onder Reagan, toen was Amerika nog Amerika.»

Toen reed Eugene Horton nog rond met zijn melktruck.

Horton «Tachtig uur per week zat ik achter het stuur, maar op het eind van de maand had ik genoeg geld verdiend om mijn gezin te onderhouden. Mijn buurman, een boer, verbouwde bonen en mais. Toen was het onvoorstelbaar dat een moslim president kon worden.»

undefined

null Beeld

Sindsdien is er veel veranderd, maar weinig ten goede. Zijn vrouw heeft hem verlaten, het melkbedrijf is dichtgegaan en hij was zijn job kwijt. Hij vond gelukkig een andere baan: nu rijdt hij rond met staal en grind, maar hij verdient amper meer dan dertig jaar geleden, terwijl alles wel veel duurder is geworden. Het leven is aan hem voorbijgegaan.

Horton «De boerderij van mijn buurman is er niet meer. De bonen en de mais groeien nu in Mexico. De jobs zijn verdwenen naar het buitenland, en in de plaats zijn er miljoenen illegalen en nietsnutten gekomen.»

McConnellsburg ligt op amper twee uur rijden van de hoofdstad Washington D.C., maar toch is de afstand onoverbrugbaar. Eugene Horton heeft in al die jaren nooit het gevoel gehad dat hij iets te zeggen had. Tot die dinsdag 8 november, de dag waarop ook Pickle zijn stem ging uitbrengen. De dag waarop 84 procent van de kiezers in Pickles kiesdistrict de voorkeur gaf aan een kandidaat van wie de experts hadden gezegd dat hij geen enkele kans maakte. De experts op de televisie, aan de universiteiten, in de hoofdstad.

Nu is Trump verkozen, en in Amerika heeft iedereen het over de ontgoochelde, wrokkige kiezers. Die zijn meestal blank en laagopgeleid – voor het merendeel mannen, maar ook vrouwen. En bijna allemaal zijn ze meer dan woedend. Men wist dat ze bestonden en waar ze woonden. Maar niet dat ze met zoveel waren, en zo machtig.

Het is het begin van een nieuwe politieke tijdrekening. Niet alleen in Amerika, maar in het hele Westen is er een nieuwe politieke frontlijn ontstaan. Decennialang was politiek in hoofdzaak een strijd tussen links en rechts; het was een zaak van volksvertegenwoordigers, journalisten, docenten, schrijvers en kunstenaars die debatteerden, beslissingen namen en bepaalden welke richting de samenleving uitging. Ze waren ervan overtuigd dat ze in naam van de bevolking spraken, en zelfs dat ze lichtende voorbeelden waren, leidende figuren – en ooit waren ze dat ook. Maar nu niet meer.

undefined

null Beeld

Nu heb je een front met aan de ene kant miljoenen mensen die vinden dat zij het échte volk zijn, en aan de andere kant de heersende klasse, de machtselite, of die nu links of rechts is. Van ‘elite’ is er vaak geen sprake meer, men spreekt van ‘zwijnen’, ‘misdadigers’, ‘corrupte bedriegers’ – het woordgebruik typeert de aard van het nieuwe conflict.

Donald Trump was volgens het establishment een grap met een vervaldatum. Zelf zag hij zich als een vertegenwoordiger van het volk, die de strijd tegen de elite aanvoert. Op 8 november heeft hij die strijd gewonnen. Waardoor je een twééde groep ontgoochelden hebt: de oude elite, die zich plots machteloos voelt.


Krant uit de bocht

Het is al heel lang geleden dat Bill Keller het gevoel had dat dit land zijn land niet was. Hij zit achter zijn bureau op de zevende verdieping van een wolkenkrabber, op een boogscheut van Central Park – één van de duurste buurten van New York. Keller draagt het nonchalante kostuum van de liberale upper class: een wit hemd van perfecte snit op een dure jeans. Een grote ingelijste tekening aan de muur toont twee in elkaar verstrengelde wezens.

Bill Keller praat zacht en langzaam. Hij is 67, een beetje ouder dan Eugene Horton dus, maar Horton heeft McConnellsburg amper verlaten, terwijl Keller in de halve wereld heeft gewoond en gewerkt. Hij groeide op in Californië als zoon van een succesrijke manager, werd journalist en ging halfweg de jaren 80 als reporter voor The New York Times aan de slag. Hij bracht verslag uit vanuit Washington, had de leiding over de redacties in Moskou en Johannesburg, waar hij het einde van de apartheid meemaakte, keerde terug naar de VS en klom op in de hiërarchie. In 2003 werd hij hoofdredacteur, een functie die hij tot 2011 waarnam. Ooit stond zijn naam op de lijst van de invloedrijkste mensen ter wereld. Vandaag heeft hij zicht op het Hilton-hotel, waar Trump zijn verkiezingsoverwinning vierde. ‘Sinds die nacht voel ik me een buitenstaander.’

Plots weerklinkt de stem van Barack Obama die ‘Amazing Grace’ zingt: het is de beltoon van Kellers smartphone. Hij praat kort met de beller, hangt op en zegt met weemoed in zijn stem: ‘Mooi, hè?’

De avond voordien heeft hij in The Downtown Club doorgebracht, in de buurt van Wall Street. De Newswomen’s Club of New York, een bijna honderd jaar oude vereniging van journalistes, heeft er op een galadiner onderscheidingen uitgereikt voor de beste krantenartikels van het voorbije jaar. De gelauwerde reportages gingen over racisme, vrouwen in de gevangenis, onrechtvaardigheden in het rechtssysteem. Klassieke thema’s voor het liberale establishment, dat hard werkt om van zijn land een beter land te maken. Een elite die probeert de schijnwerpers te richten op mensen die in de schaduw leven, en dan vooral de zwarten, latino’s en onschuldig veroordeelden. Maar niet op doodgewone blanken op het platteland.

Bill Keller «Vroeger had je bij The New York Times reporters die over belangrijke regio’s verslag uitbrachten, zoals het Midwesten met zijn eindeloze korenvelden, de Bible Belt met zijn evangelische christenen, de rust belt met zijn teloorgegane industrieën. Die reporters brachten veel tijd door in de stadjes en dorpen, ze kenden de mensen en hun problemen.»

Maar vandaag is de krant niet meer volgens regio, maar volgens thema georganiseerd, zegt Keller.

Keller «Alleen: die thema’s zijn subjectief. The New York Times wordt door intellectuelen in de hele wereld gelezen en de behandelde thema’s geven de mening, de normen en waarden van de redactie weer. De krant heeft geen verslaggever meer in the Midwest, maar wel reporters die zich buigen over racisme en seksisme. Zo heeft de elite, die meende het land te analyseren en de weg te tonen, de band met een groot deel van de bevolking verloren.

»Als er toch eens een medewerker naar het platteland werd gestuurd, kreeg hij bij zijn terugkeer te horen of hij zijn interviews met cijfers en statistieken kon onderbouwen. Vroeger vertrouwden ze op hun gevoel voor wat er leefde bij de plattelandsbewoners, vandaag kijken ze alleen nog naar de bergen data die opiniepeilers produceren. En vaak zijn die gegevens gewoon fout.»

undefined

'De jobs zijn verdwenen en in de plaats zijn er miljoenen illegalen en nietsnutten gekomen'


Pijnlijke peilingen

‘Hoe hebben we ons zo kunnen vergissen?’ vraagt Courtney Kennedy zich af. De elegant geklede vrouw zit in Washington D.C. achter twee beeldschermen waarop cijfers, diagrammen en grafieken voorbijkomen. Ze staat aan het hoofd van de enquêteurs van het Pew Research Center, één van de belangrijkste peilingbureaus in de Verenigde Staten.

Sinds een paar dagen heeft ze er een tweede job bij: ze is de voorzitter van een comité dat moet onderzoeken hoe de opiniepeilers de bal zó hebben kunnen misslaan. Hillary Clinton zou de nieuwe president worden, met meer dan 90 procent waarschijnlijkheid. Volgens Kennedy zijn er drie redenen waarom het compleet anders is uitgedraaid.

Courtney Kennedy «Ten eerste is het algemeen bekend dat lager opgeleiden zelden reageren op telefonische enquêtes, en een groot deel van Trumps aanhangers heeft niet gestudeerd. Opiniepeilers weten dat en corrigeren hun voorspellingen met een factor x naar boven toe. Die factor x was deze keer duidelijk te laag.

»Ten tweede had je het fenomeen van de Trump-kiezer die er niet voor durft uit te komen. Wellicht hebben veel van zijn kiezers simpelweg gelogen toen er naar hun kiesintentie werd gevraagd. Ook opiniepeilers behoren tot het establishment, toch in de ogen van veel mensen op het platteland. Tegenover hen denken ze er niet aan om te zeggen op wie ze zullen stemmen. Ze zeiden: ‘Op Hillary’, en ze stemden op Trump.

»En ten derde heb je de zogenaamde waarschijnlijkheidskiezer. Veel ondervraagden wilden wel zeggen aan wie ze de voorkeur gaven, maar ze vertelden er niet bij hoe groot de kans was dat ze naar het stembureau zouden afzakken. Vooral in enkele staten waar de Democraten traditioneel erg sterk stonden, was de opkomst veel kleiner dan vroeger. Veel Clinton-kiezers zijn gewoon thuisgebleven.»

undefined

null Beeld

undefined

'Eugene Horton: 'In de jaren 80, onder Reagan, toen was Amerika nog Amerika.'

Tijdens het gesprek schudt Courtney Kennedy keer op keer het hoofd.

Kennedy «Ik ben opiniepeiler geworden omdat ik Amerika een stem wilde geven. Ik wilde tonen hoe het land echt denkt. Nu schaam ik me, want ik heb domweg gefaald.»

Ze is in de rust belt opgegroeid, net zoals Eugene Horton, maar dan in de staat Michigan, een paar honderd kilometer ten noordwesten van McConnellsburg. Nu en dan keert ze er nog terug. Ze heeft gezien hoe de fabrieken er de deuren sloten en alle jobs verdwenen, en hoe zelfs haar familieleden verkiezingsborden voor Trump in hun voortuintjes plaatsten. Nu vraagt ze zich af waarom ze die signalen niet juist heeft geïnterpreteerd.

Als om hun fouten recht te zetten, heeft The New York Times na de verkiezingsuitslag een lijst opgesteld van ‘zes boeken die helpen om de zege van Trump te begrijpen’. ‘Strangers in Their Own Land’, bijvoorbeeld, vreemdelingen in eigen land, of ‘White Trash’, blank uitschot. Boeken over het landelijke Amerika. Een dag later zijn ze uitverkocht in de meeste boekenwinkels in de grootsteden. De elite begint over het nieuwe, vreemde land te lezen. En vraagt zich af wat er precies fout is gelopen. En wanneer.

undefined

null Beeld

undefined

'Bill Keller: 'De elite heeft de band met een groot deel van de bevolking verloren.'


Jobs, jobs, jobs

In de herfst van 1992 hing in het hoofdkwartier van presidentskandidaat Bill Clinton een briefje met daarop in drie woorden de kern van zijn kiescampagne: ‘The economy, stupid’. Alles draait om de economie. De VS had destijds te kampen met de naweeën van een flinke recessie en er waren honderdduizenden arbeidsplaatsen verloren gegaan. Bill Clinton beloofde ‘jobs, jobs, jobs’ – en hij won de verkiezing. Hij hield ook zijn belofte: hij sloot vrijhandelsakkoorden met Canada en Mexico en versoepelde de wetgeving voor de financiële markten. De economie groeide, de Amerikanen vonden weer werk en Clinton werd herkozen.

Het leek wel alsof hij de magische formule voor politiek succes had ontdekt: zwengel de economie opnieuw aan en de mensen zullen je omarmen. Nooit eerder in het naoorlogse Amerika werden zoveel banen gecreëerd als onder president Clinton. Maar wat vaak over het hoofd werd gezien, en wat onder George W. Bush en Barack Obama niet veranderde, was dat de Amerikanen niet rijker werden, ook al groeide de economie. Of preciezer: slechts weinigen werden er beter van. Het geld belandde niet meer bij de gewone mensen.

Het gaat dus niet alleen om jobs, jobs, jobs. Het gaat ook om de inhoud van die jobs, en of je ervan kunt leven. Een kwart van de Amerikaanse arbeiders verdient vandaag minder dan 10 dollar per uur. De rijkste 0,1 procent bezit evenveel als 90 procent van de Amerikanen. Niemand van die 0,1 procent woont in McConnellsburg.

Het is zondagmiddag, en in Johnnie’s Diner is elke tafel bezet. De vijftig gasten hebben bijna allemaal de dagschotel gekozen: soep, gefrituurde kip met aardappelpuree, sla en mais, en dessert toe, voor 7,99 dollar.

Eugene Horton zit achteraan in de ‘bullshithoek’, zoals ze de stamtafel noemen. Naast hem zit Larry, een jonge zestiger met een stevige pens, vier kinderen en longkanker. En Pete, begin 70, een nog indrukwekkender embonpoint, kaal als een biljartbal en nagenoeg tandeloos. Drie mannen die doorhebben dat de Amerikaanse droom voor hen een droom zal blijven.

‘Niemand hier heeft voor Hillary gestemd,’ zegt Pete. ‘En anders zou hij het toch niet toegeven.’

Je kunt het moment waarop de kiezer voor een kandidaat stemt, vergelijken met het afsluiten van een contract: de burger geeft zijn stem en hij krijgt in ruil een politiek beleid in zijn voordeel. Als de kandidaat dat niet kan waarmaken, gaat de kiezer naar de concurrentie. Over die theorie zijn tientallen boeken geschreven, en één van de bedenkers ervan, de Amerikaan James Buchanan, kreeg er in 1986 de Nobelprijs voor de Economie voor.

In het licht van de recente verkiezingen lijkt die redenering erg wereldvreemd. Donald Trump zei in volle verkiezingsstrijd dat hij de jobs zou terughalen uit Mexico. Maar bovenal wil hij de belastingdruk verlichten voor de superrijken, zoals hijzelf. Vanuit rationeel oogpunt hebben de klanten in Johnnie’s Diner daar niets aan. Trumps aanhangers hebben niet voor de kandidaat met het beste product gekozen, maar voor de kandidaat met wie ze zich het meest verwant voelen.

Het establishment minacht ons? Het establishment minacht Trump? Dan passen we goed bij elkaar. Trump is zoals wij, ook al heeft hij toevallig een paar miljard op zijn rekening staan. Maar hij staat achter ons, en wij staan achter hem.

undefined

'De blanken verlangen terug naar de jaren 50 en 60: alles was overzichtelijk, en ze hoefden de macht niet te delen'

Tijdens zijn campagne heeft Trump aangekondigd dat hij aan de grens met Mexico een muur zal laten bouwen. Nu zou het voor een deel maar een afrastering worden – ‘Geeft niks,’ zegt Pickle, ‘een muur zou toch veel te duur zijn.’ Trump heeft Hillary een bedriegster genoemd. ‘Dat is ze ook,’ zegt Pete. Trump heeft vrouwen onwelvoeglijk betast. ‘Dat doet toch iedereen?’ zegt Larry.

In Johnnie’s Diner zitten alleen blanken. In heel McConnellsburg wonen ook alleen maar blanken, of toch op het eerste gezicht. ‘Je hebt hier wel een paar zwarten,’ zegt Larry. ‘Een paar mijl verderop. De negerbocht noemen we het. Maar die negers veroorzaken geen problemen. Ze gaan braafjes uit de weg als wij langskomen.’

Wetenschappers van de universiteit van Michigan wilden achterhalen hoe je Trump-aanhangers kunt herkennen en hoe ze denken. Ze hebben hun ook enkele vragen gesteld. Vragen zoals ‘Is het voor u moeilijker dan voor uw ouders om op te klimmen in de samenleving?’ 54 procent van de Trump-kiezers vond van wel. ‘Bent u tegen handelsverdragen met andere landen?’ 66 procent antwoordde met ‘Ja’. ‘Gelooft u dat de economie er slechter aan toe is dan vroeger?’ 81 procent beaamde dat volmondig.

De meeste ‘ja’-antwoorden kwamen op een vraag die niets met economie te maken had: ‘Is Barack Obama een moslim?’ Zo’n 89 procent van de Trump-kiezers dacht van wel.

undefined

'Trump is net als Berlusconi of de Russische oligarchen: de staat is een verlengstuk van hun bedrijf'


Wegwezen

Wat kun je daarop antwoorden? Weinig, denken velen. Of toch: ze willen hun koffers pakken. Dat was het eerste wat Stephanie Williams dacht toen ze de tv aanzette en ‘Donald Trump, winnaar van de verkiezingen van 2016’ op het scherm zag flitsen. Ze wankelde naar de tafel, ging zitten en bleef maar suiker in haar koffie strooien, tot er een bruine blubber over het tafelblad stroomde.

Stephanie Williams is een 57-jarige Afro-Amerikaanse uit een dorpje in Maryland, in de buurt van Washington D.C. Een idyllisch plaatsje: uit de ramen hangen de regenboogvlaggen van de vredesbeweging, in voortuintjes staan borden met daarop ‘Atoomwapenvrije zone’. Zoals in Johnnie’s Diner in McConnellsburg niemand voor Hillary Clinton heeft gestemd, zo heeft hier niemand op Trump gestemd. Williams is van bescheiden komaf, en ook vandaag is ze niet rijk. Ze huurt een kleine tweekamerwoning, ze werkt als fotografe op bruiloften en familiefeestjes en maakt fotoreportages voor culinaire magazines. De zaken gaan niet goed, of toch niet meer.

Ook zij zou kunnen klagen, net zoals de mannen in de bullshithoek in Johnnie’s Diner. Ook zij zou kunnen zeggen dat ze er financieel gezien niet goed voor staat. Maar het gaat eigenlijk niet om ‘the economy, stupid’. Het gaat erom dat Amerika sinds decennia in een welbepaalde richting evolueert, zoals bijna alle westerse samenlevingen – nu eens langzamer, dan weer sneller, maar onstuitbaar. Een evolutie in de richting van minder racisme, minder homofobie, minder vrouwonvriendelijkheid. Ook dat is een Amerikaanse droom – één die niets met materiële vooruitgang te maken heeft, maar alles met een beschavingsopdracht: maak van dit land, waar al eeuwen mensen met een verschillende afkomst en huidskleur samenleven, een land waar de ene mens niet meer waard is dan de andere.

undefined

null Beeld

undefined

'Stephanie Williams: 'Er zijn gebieden in Amerika waar ik als zwarte niet durf te rijden.'

Het is een droom die bijna gerealiseerd leek toen Barack Obama zijn intrek nam in het Witte Huis. Maar die droom lijkt verder weg dan ooit nadat de voorbije maanden meerdere Afro-Amerikanen om het leven zijn gekomen door hardhandig politieoptreden.

Stephanie Williams «En nu hebben de Amerikanen een man tot president verkozen die zegt: ‘Wij willen Amerika weer groot maken. Wij willen ons Amerika terug.’ Achter de woorden ‘weer’ en ‘terug’ steekt volgens mij het blanke verlangen naar de jaren 50 en 60, een tijd waarin de wereld voor de meeste blanke Amerikanen overzichtelijk was en waarin ze de macht niet hoefden te delen.

»Weet je, er zijn gebieden in Amerika waar ik vandaag als zwarte niet zou durven te rijden. Ik heb het nu wel gehad. Ik denk erover Amerika te verlaten. Naar Canada misschien, of Costa Rica. Het is er warm en ik spreek Spaans. Op de één of andere manier zou ik er wel aan de kost kunnen komen als fotografe.»

Maar ondertussen heeft een tweede overweging de kop opgestoken: blijven en vechten, weerstand bieden. Donald Trump tonen waar de grens getrokken wordt. Op 21 januari, de dag na zijn eedaflegging, willen een miljoen vrouwen protesteren in de straten van Washington. En Stephanie Williams wil erbij zijn.


Bloody Shakespeare

Ondertussen probeert Amerika de Trump-kiezers sociologisch in te delen. Dat blijkt allesbehalve eenvoudig, want ook welgestelde burgers hebben voor hem gestemd, veel latino’s en nog meer vrouwen – bij de blanke vrouwen kreeg hij zelfs de meerderheid van de stemmen. Dat toont aan hoe diep de kloof is die in de Amerikaanse samenleving is ontstaan. De haat tegenover de heersende elite vind je niet alleen meer in de dorpen en de fabriekshallen, maar ook in de steden en aan de universiteiten.

Op de campus van de Washington and Lee University in Lexington, Virginia spreekt Andrew Logan het tv-Engels van de wereldwijde elite. Hij is een telg uit de middenklasse: moeder is lerares, vader ontwerpt wenskaarten. Na de high school trok Andrew maandenlang door Zuid-Amerika en leerde hij Spaans. Nu studeert hij rechten. Hij is niet bepaald iemand die niet van onder de kerktoren vandaan is geraakt, en ook niet iemand die het gevoel zou kunnen hebben dat hem op de één of andere manier tekort is gedaan. En toch heeft hij op Trump gestemd. Op zijn linkerpols heeft hij een groot, groen klaverblad laten tatoeëren. Hij is trots op zijn Schots-Ierse afkomst, en hij is trots op Amerika, dat ooit een groot, vrij land was.

Aan zijn universiteit werden het voorbije jaar de gescheiden toiletten voor mannen en vrouwen afgeschaft, net zoals aan veel andere onderwijsinstellingen. Niet om te besparen, maar om geen mensen te discrimineren die zich niet tot één geslacht rekenen. Bloedige drama’s van Shakespeare en andere werken uit de wereldliteratuur worden vergezeld van een waarschuwing: ‘Dit boek kan mensen schokken die in hun leven met geweld te maken hebben gekregen.’

Andrew Logan «Op een campus in Californië hadden twee studentes zich met Halloween als Mexicanen verkleed: ze droegen sombrero’s, poncho’s en een nepbaard. Een foto daarvan op Facebook deed de hel losbarsten: ‘Schande! Een minderheid wordt belachelijk gemaakt!’ Eén student dreigde met een hongerstaking, en de decaan moest uiteindelijk opstappen.

»Ondertussen is er zoveel dat je niet meer mag zeggen. Ik herinner me hoe ik me eens had verwond toen ik buiten speelde. Mijn moeder bracht me naar de spoedafdeling, en daar moesten we wachten, wachten en nog eens wachten. En waarom? Omdat al die migranten zonder ziekteverzekering de dienst overbelastten. Het moet maar eens gedaan zijn met die stroom illegalen uit Mexico. Dáárom heeft het land die verdomde muur nodig.»

Als hij afgestudeerd is, wil ook hij naar Washington, net als Donald Trump. Daar wil hij bij de CIA gaan werken, of bij de FBI. Dan maakt ook hij deel uit van de machtselite. Dat zou weleens een andere elite kunnen zijn dan die van vandaag. Een elite die het land naar haar evenbeeld wil kneden.

undefined

null Beeld

undefined

'David Frum: 'Trump is een narcist die elke dag opnieuw zijn geldingsdrang bevredigd wil zien.'


Plooien voor parvenu

Uit het plafond komen allerhande kabels, de muren zijn nog niet geverfd: de villa van David Frum in de heuvels van Washington is een bouwwerf. Hij laat een feestzaal optrekken die groot genoeg moet zijn om er minstens honderd man in te kunnen ontvangen. Over een maand moet alles klaar zijn, want dan wil hij een feestje geven voor leden van de Republikeinse partij.

Frum is 56 en heeft aan de elite-universiteiten van Yale en Harvard gestudeerd. Hij was de speechschrijver van president Bush – de omschrijving ‘as van het kwaad’, waarmee staten werden aangeduid die het terrorisme steunden en die probeerden om massavernietigingswapens te maken, komt uit zijn koker. Donald Trump is een partijgenoot, maar Frum voelt zich aangevallen door hem. Hij vindt hem een politicus die je allesbehalve ernstig kunt nemen.

David Frum «Je zou hem kunnen vergelijken met Berlusconi, of met een Russische oligarch, die de staat als een verlengstuk van zijn eigen bedrijf beschouwt. Hij is een narcist die elke dag opnieuw zijn geldingsdrang bevredigd wil zien. Hij deelt de wereld op in twee kampen: wie is voor mij, en wie is tegen mij?»

Tijdens de kiescampagne schreef Frum een artikel voor het tijdschrift The Atlantic, waarin hij waarschuwde dat die man nooit president van de Verenigde Staten mocht worden. Veel leden van het Republikeinse establishment vielen hem bij, deels in het openbaar, maar meestal in de achterkamers. Ze verachtten allemaal die parvenu, die rijke proleet die helemaal anders is dan zijzelf, en die zo graag tot de elite wilde behoren, maar er nooit binnen is geraakt. En die nu bezit wat ze zelf maar al te graag hadden gehad: de absolute macht.

undefined

null Beeld

undefined

'Siri Hustvedt: 'Niet elke Trump-kiezer is een monster. Maar ik kan me niet voorstellen dat ze mijn boeken zouden lezen.'

Frum «Trump als president is gevaarlijk voor Amerika en voor de wereld.»

Die uitspraak maakt van Frum een gevaarlijk man voor iedereen die onder Trump iets wil betekenen. En de nieuwe feestzaal van zijn villa wordt zo een riskante locatie. Wanneer er amper volk komt opdagen op zijn feestje, weten Donald Trump en de zijnen dat ze de strijd tegen de gevestigde orde écht gewonnen hebben.

undefined

'De kiezers hebben niet voor de kandidaat met het beste product gekozen, maar voor de kandidaat met wie ze zich het meest verwant voelen'


De zwarte golf

Wellicht had schrijfster Siri Hustvedt (61) zich nooit kunnen voorstellen dat ze ooit aan de kant zou staan van de man die toespraken voor George W. Bush heeft gepend. Ze woont in Brooklyn, samen met haar man, bestsellerauteur Paul Auster. Ook zij is er het hart van in dat Trump gewonnen heeft, maar: ‘We mogen ons niet verlagen tot het spuwen van haatslogans.’ Dan is het discussiepunt: moeten we de Trump-kiezers bevechten of tegemoetkomen?

Siri Hustvedt «Niet elke Trump-kiezer is een monster. Maar je kunt toch niet zeggen: we moeten hen hun ding laten doen en het homohuwelijk terugdraaien, of alle moslims buiten houden. Je kunt niet plots zeggen: ‘Black lives don’t matter.’

»Ik ken niet één van die kiezers. Ik kan me ook niet voorstellen dat die mijn boeken zouden lezen.»

Na de verkiezingsuitslag heeft ze veel mails vol medeleven gekregen: troostende woorden, alsof er iemand gestorven was. En zo voelde ze zich ook. Nu ontvangt ze mails met vragen om die of die organisatie te sponsoren, of om iets te schrijven, om zich in het publiek te laten horen. Dat heeft ze al gedaan: in de Engelse krant The Guardian heeft ze een opiniestuk gepubliceerd. Dat begon ze met een citaat van een Amerikaanse professor: ‘Wanneer het fascisme naar Amerika komt, zal ik het amerikanisme noemen.’

Hustvedt «En het fascisme ís gekomen. Het volk heeft ervoor gekozen.»

Je kunt niet het woord fascisme in de mond nemen en je tegelijk geen zorgen maken over de politieke ontwikkelingen in Europa: het continent wordt overspoeld door een golf van rechts-populisme. Groot-Brittannië heeft voor de brexit gestemd, en in Hongarije en Polen zijn rechts-populisten aan de macht. In Oostenrijk wordt in december een nieuwe president gekozen, en de kandidaat van de extreemrechtse FPÖ, Norbert Hofer, zou op 51 procent van de stemmen kunnen rekenen. In maart volgend jaar zou Geert Wilders minister-president kunnen worden in Nederland, en in april kan Marine Le Pen, de voorzitster van het Front National, de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen bereiken. Angela Merkel gaat in september voor een vierde termijn als bondskanselier van Duitsland. Maar na haar uitspraak ‘Wir schaffen das’ zou het de verkiezing te veel kunnen worden, zeker nu de rechts-populisten van Alternative für Deutschland in de ene na de andere deelstaatverkiezing ettelijke zetels binnenhalen.

Eén les kunnen de tegenstanders van extreemrechts in ieder geval trekken uit de overwinning van Donald Trump: luister ook naar de kleine blanke kiezers, de Pickles van Europa.

Nadine Ahr, Bastian Berbner, Amrai Coen, Malte Henk, Martin Klingst, Kerstin Kohlenberg, Tanja Stelzer en Wolfgang Uchatius

© Die Zeit

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234