Journaliste Kim Wall aan boord van de duikboot van Peter Madsen. Ze zou pas twee weken later terug­gevonden worden.

De duikbootmoord

Hoe een beloftevolle journaliste werd omgebracht door een excentrieke uitvinder

In een tv-documentaire heeft de Deen Peter Madsen vandaag voor het eerst de onderzeebootmoord op de Zweedse journaliste Kim Wall toegegeven, nadat hij er eerder al voor veroordeeld werd. Op een warme zomeravond in 2017 klom journaliste Kim Wall aan boord van de zelfgemaakte duikboot van Peter Madsen. Twee weken later spoelde ze in stukken gesneden aan op het strand van de nabijgelegen Køge-baai. Een reconstructie.

Een dromer, een egotripper, iemand die voortdurend grenzen opzocht. De 47-jarige uitvinder Peter Madsen, die zelf onderzeeërs en raketten bouwde, was een excentrieke maar graag geziene figuur. Nu wordt hij verdacht van de moord met lijkschennis op de 30-jarige Zweedse journaliste Kim Wall.

Madsen en Wall hadden op donderdag 10 augustus 2017 afgesproken aan de rand van Kopenhagen, op het haveneiland Refshaleøen. Dat is weinig meer dan een verzameling verkrotte hangars. Vale plukken gras schieten op door barsten in het betonnen wegdek, overal ligt schroot en afval. Voor sommigen is het eiland een schandvlek, voor anderen – artiesten, dromers – is het de enige plek waar nog echte vrijheid heerst.

'Peter Madsen was bezeten door twee dingen: werk en seks. Hij was lid van een sm-club en in zijn atelier werden snuffmovies aangetroffen waarin echt wordt gemoord’

In dit braakland tussen verval en utopie joeg Peter Madsen zijn dromen na. Hij sliep er onder de werkbank in zijn hangar, of op de woonboot bij zijn vrouw Sirid en hun drie katten. In de winter moest hij zijn handen warmen met een oude haardroger. Hij hing er in de kroegen met kunstenaars en woonde voordrachten bij. De mislukking stond altijd nader dan het succes, maar dat kon hem niet deren. Sponsorgeld en schenkingen gingen op aan duikboten en raketten: zelf in elkaar gelaste vehikels waarmee hij zijn grenzen wilde verleggen. Koppig, bezeten, trots.

Niet ver van Madsens hangar woonde Kim Wall in een commune. Het was een tijdelijke verblijfplaats, niet meer dan een tussenstop voor een gepassioneerde journaliste die de wereld wilde verkennen. Uganda, India, China, Haïti, de Marshalleilanden: ook zij joeg haar dromen na, ook zij wilde de grenzen zien.

Kim Wall groeide op in het Zweedse Malmö, als dochter van twee journalisten. Ze studeerde in Londen en New York. Ze hield van zingen, van karaoke, Abba en The Smiths, van woordspelingen en kleurrijke kleren. ‘Iets tussen een hippie en een hipster,’ zo omschrijft een collega haar. Op reisfoto’s is ze vaak te zien op mistroostige of gevaarlijke plekken, maar uit haar ogen straalt altijd optimisme.

Op de dag van haar afspraak met Madsen had ze met haar vriend Ole Stobbe een afscheidsfeestje gepland. Enkele dagen later zou het koppel naar Peking vertrekken. Hij zou er design gaan studeren, zij kon blijven doen wat ze al deed: artikels schrijven voor gerenommeerde tijdschriften. Ze was geboeid door de verborgen kanten van de mens: fetisjisten en dictators, zelfverklaarde vampiers en jonge voodoobeoefenaars.

Enkele maanden tevoren had ze Peter Madsen al eens gevraagd of ze hem kon ontmoeten. Een portret van de raketman, een soort Deense Willie Wortel, daarvoor zou ze misschien wel een magazine kunnen interesseren. Kim Wall werkte als freelancer en deinsde er niet voor terug om, als ze echt in een verhaal geloofde, op eigen houtje een reportage te schrijven om ze pas daarna te proberen te verkopen. Wanneer ze die donderdag eindelijk antwoord krijgt, wil ze meteen de koe bij de horens vatten. Dezelfde namiddag ontmoeten ze elkaar bij Madsens hangar.

Na een halfuur springt Wall even binnen bij haar vriend om te vragen of hij niet meegaat: Madsen heeft haar uitgenodigd op zijn onderzeeër. Maar Stobbe zit met het feestje in zijn hoofd, en de vrienden die ze hebben uitgenodigd, en zegt uiteindelijk nee. Wall belooft rond 21 uur terug te zijn, op tijd voor het kampvuur op de kade. Later zou een vriendin vertellen: ‘Kim gaf de allerbeste knuffels. Ik weet niet waarom een omhelzing van haar zo speciaal voelde, maar ze gaf je een warm gevoel vanbinnen.’

Volgens het parket van Kopenhagen had Madsen op voorhand puntig geslepen schroevendraaiers en zware metalen buizen aan boord gebracht. En een zaag met een oranje handvat.


Bezeten slungel

Ex-zakenpartners, geliefden, collega’s en vrienden beschrijven Peter Madsen allemaal als een man met een fascinerende uitstraling. Echt knap is hij niet, maar zijn wilde haren, blauwgroene ogen en gegroefde gezicht getuigen van ruwe zeeën en stormachtige avonturen. Iemand met een innerlijk vuur dat onophoudelijk brandt.

Madsen werd in 1971 geboren als de jongste van vier zonen, elk met een andere vader. Zijn moeder Annie Langkjær had de 36 jaar oudere Carl Madsen leren kennen in het café waar ze als serveerster werkte. Hij sloeg haar en de drie andere jongens, maar niet zijn eigen zoon Peter. Toen zijn ouders na zeven jaar scheidden en hij moest kiezen bij wie hij wilde wonen, koos hij voor vader.

'Hij droomde van de perfecte misdaad en van een wereld zonder moraal'

Die beslissing was deels door angst ingegeven: zijn vader had gedreigd dat hij hem anders nooit meer zou zien. Maar wat ook meespeelde, was z’n honger naar kennis. De timmerman Carl Madsen, geboren in 1908, kon urenlang vertellen over de wereldoorlogen, over Hitlers gepantserde trein, onderzeeërs en zeppelins, de razendsnelle ontwikkeling van de rakettechnologie in het nazirijk. ‘Ik had een miljoen vragen en mijn vader leek op iedere vraag een antwoord te hebben. Mijn moeder niet: zij was diepgelovig. Ik had mijn vragen net zo goed aan een kat kunnen stellen,’ vertelde Madsen later aan zijn biograaf. Het tweetal verhuisde vaak, maar overal zorgde Carl voor een atelier waar zijn zoon kon knutselen.

Op zijn 15de richtte Peter de Danish Space Academy op en lanceerde hij zijn eerste raket. Meer dan een buis, natriumzout en behangsellijm had hij niet nodig. Het projectiel schoot honderd meter de lucht in, brandde uit en kwam in een sloot terecht. Het is algemeen aanvaard dat de ruimte begint op een hoogte van 100 kilometer. Peter bleef proberen, maar toen één van zijn raketten neerstortte op een paar meter van een bejaardentehuis, staken enkele angsthazen een stokje voor zijn experimenten. Peter gaf niet op, en ook nadat zijn vader was gestorven, bleef hij bouwen en met vuur spelen, als een bezeten slungel met een bloempotkapsel en een enorme bril. Eenzaam, maar vol energie.


De vloek van nautilus

Peter schreef zich in voor de studie scheepsingenieur: een fatsoenlijk vak, zoals dat hoort. En dus stond hij op een dag in het lab braafjes de ontbrandingstemperatuur van kerosine te onderzoeken. Hij haatte het. De volgende ochtend trok hij naar een steengroeve, waar hij een kleine raket vol kerosine pompte en afschoot. Hij had geen theorie nodig. Zijn dromen moesten maar botsen met de werkelijkheid. Madsen brak zijn studie af, leerde lassen, volgde techniekcursussen, schroefde, zaagde, vloekte – en begon weer van voren af aan.

Vele jaren later resulteerde die ijver in de Nautilus, een zwart gevaarte van 40 ton en 18 meter lang, de grootste onderzeeër die ooit door een amateur werd gebouwd. Het kostte Madsen slechts twee jaar, met de hulp van twintig medewerkers en een ingezameld kapitaal van 200.000 dollar. Officieel is de Nautilus eigendom van de Duikbootvereniging, de organisatie die hij mee oprichtte, en van de sponsors en vennoten. Maar van in het begin is het duidelijk: aan boord is Madsen heer en meester.

‘Nautilus’ was de naam van de onderzeeër waarmee kapitein Nemo in Jules Vernes roman ‘20.000 mijlen onder zee’ het onrecht bestreed: een vrijplaats voor de onderdrukten, voor de outsiders. Bij de maidentrip van zijn creatie in 2008 glom Madsen van trots. ’s Ochtends was hij vroeg opgestaan; hij had zijn schamele bezittingen op een hoop gegooid en verbrand, zijn verleden in vlammen doen opgaan. Toen de Nautilus te water werd gelaten, brulde hij uitgelaten: ‘Ze drijft!’ Ooit had men hem misschien voor een dorpsgek versleten, maar voor de dromers van deze wereld was hij voortaan een held.

Hij gaf interviews en werd her en der uitgenodigd als goedbetaalde spreker. Maar geld en roem interesseerden hem niet: Madsen mikte op de eeuwigheid. Vaak zat hij in zijn eentje in het nauwe ruim van zijn duikboot te piekeren, of ijsbeerde hij in het cybergroene schijnsel van de karige verlichting. Hij sliep er ook, op een smalle houten bank tussen buizen en hendels.

En hij maakte ruzie met de jongens van de Duikbootvereniging. Die werkten hem op de zenuwen. Toen hij besloot om uit de organisatie te stappen, hadden ze de euvele moed om de Nautilus voor zichzelf op te eisen. Madsen schreef aan twee leden: ‘Weet dat er een vloek rust op de Nautilus. Die vloek ben ik. Zolang ik besta, zal er voor de Nautilus geen vrede zijn. Laat haar los!’ Ze zwichtten meteen.


Snuffmovie

Terug naar die bewuste donderdagavond. Kim Wall en Peter Madsen klimmen rond 19 uur aan boord. Het is 21 graden, naar Kopenhaagse normen aangenaam warm. Kim stuurt haar vriend een paar foto’s die ze met haar gsm heeft gemaakt. Even later merkt Ole Stobbe, die op de kade het kampvuur aan het aanmaken is, in de verte de toren van de duikboot op. Kim wuift, hij wuift terug. Rond halfnegen maakt iemand foto’s van op een boot. Daarop is te zien hoe Peter Madsen en Kim Wall vanuit het luik uitkijken over de vredige Øresund, de zeestraat tussen Denemarken en Zweden. Ze heeft haar haren samengebonden, haar rode trui licht warm op in de avondzon, de vlag hangt slap langs de mast.

Volgens het parket werd Kim Wall tussen tien uur ’s avonds en tien uur ’s morgens in het ruim van de Nautilus vermoord. Gerechtsexperten vinden sporen van boeien, van seksueel misbruik en foltering, en veertien steekwonden in haar onderlichaam.

Madsen nam vaak vrouwen mee aan boord: een beetje gezelligheid, een beetje avontuur, nu en dan stomende seks op de bodem van de zee. Met zijn vrouw Sirid had hij een open huwelijk. ‘Hij was bezeten door twee dingen: werk en seks,’ zegt Jens Falkenberg, met wie Madsen jarenlang bevriend was. Als ze ’s avonds samen cafés en feestjes afschuimden, verdween Madsen steevast met één van zijn veroveringen, liefst jong en mooi. Hij bezocht fetisjistische party’s en was lid van een sm-club. Met zijn vrienden filosofeerde hij vaak over hoe heerlijk het leven zou zijn zonder regels of moraal. ‘Voor mij was dat een gedachtespelletje,’ zegt Falkenberg. ‘Nu weet ik: voor hem was het méér.’

Peter Madsen werd door vissers opgepikt en afgezet nadat zijn duikboot was gezonken. Aan land stonden journalisten en politiemensen te wachten.

In Madsens atelier werden volgens het parket snuffmovies aangetroffen, films waarin vrouwen worden gefolterd, onthoofd, verbrand. De rechercheurs gaan ervan uit dat de slachtoffers in de video’s echt zijn vermoord voor het oog van de camera. Die duistere zijde, zeggen voormalige collega’s en vrienden, had niemand vermoed. Peter Madsen was een man van extremen, maar een brutale moordenaar, die mogelijk zelf een snuffmovie wilde maken? Nee, dat nooit.


Gezonken

In de nacht van 10 op 11 augustus doet Ole Stobbe aangifte bij de politie. Zijn vriendin is met Madsen uitgevaren en had al lang terug moeten zijn. Hij heeft het strand afgezocht: niets.

De volgende ochtend zien vier vissers de Nautilus in de Køge-baai, onder Kopenhagen. Madsen staat in de toren. ‘Alles oké?’ roept er één. ‘Ja,’ zegt Madsen, ‘wacht even.’ Hij verdwijnt in het ruim. Na enkele ogenblikken verschijnt hij opnieuw en begint de Nautilus te zinken. Madsen zwemt naar hun motorboot. Om halfelf merkt een helikopter van de Deense marine de zinkende onderzeeër op. Zes minuten later is hij in het kabbelende water verdwenen.

Kort daarop zetten de vissers Madsen af in de haven. Ze worden opgewacht door politieagenten en journalisten. Madsen steekt de duimen op: ‘Alles oké.’ ‘Wat is er misgegaan?’ vraagt een reporter. ‘Ik was alleen,’ antwoordt hij, ‘er is een ongeluk gebeurd met de klep van een ballasttank.’ ‘Hoe voel je je?’ ‘Best droevig. Het was hard om de Nautilus te zien zinken.’

‘Waar is Kim Wall?’ vraagt de politie. ‘Die heb ik rond halfelf ’s avonds afgezet aan het hippe restaurant Halvandet,’ beweert Madsen. Maar daarvoor vinden de rechercheurs geen bewijs, en Madsen wordt aangehouden en ondervraagd.

Madsens oude vriend Steen Lorck, die vaak samen met hem uitvoer op de Nautilus, herinnert zich een merkwaardig gesprek. Madsen vertelde hem over een droom: ‘Ik pleeg een misdaad, de perfecte misdaad. Helikopters en politiewagens zitten achter me aan, en ik verdwijn – in een zeppelin.’

Nadat de Nautilus was geborgen, troffen forensische experts in het ruim bloedsporen aan. Van Walls lichaam geen spoor. Op 21 augustus bekende Peter Madsen dat Kim Wall aan boord gestorven is. Hij had het luik voor haar opengehouden, beweerde hij, maar de zware valdeur gleed uit zijn hand en kwam op haar hoofd terecht. Daarna had hij haar een zeemansgraf gegeven.

Die namiddag treft een fietser op het strand de romp van een mens aan. In de daaropvolgende weken ontdekken duikers Walls kleren, een mes, haar hoofd, ledematen, alles in plasticfolie gewikkeld en met metalen buizen verzwaard. En de zaag met het oranje handvat.

Vandaag schrijft Madsen vanuit zijn cel brieven aan vrienden van vroeger. Eén van hen zegt: ‘Ik dacht dat een man die altijd zo vol energie zat, wel gek zou worden als je hem opsluit. Maar zo is het niet. Hij verkeert nog altijd in een soort jubelstemming. Het is alsof hij in een andere wereld is overgegaan, waar geen regels gelden. Het is alsof hij trots is.’

© Stern / 2018

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234