null Beeld RV
Beeld RV

Macht van de sociale netwerken

Hoe Facebook onze Westerse democratie sloopt

De macht van de sociale netwerken is gevaarlijk, zegt Niall Ferguson. De Britse Harvard-historicus, die enkele jaren geleden door Time één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld werd genoemd, ziet het somber in: ‘Voor bijna de helft van de Amerikanen is Facebook de belangrijkste nieuwsbron. Zo gaat onze democratie kapot.’

John F. Jungclaussen

Sociale netwerken zijn in wezen niets nieuws onder de zon, zegt professor Niall Ferguson (53). De 21ste-eeuwse technologie heeft ze niet mogelijk gemaakt, maar ze wél ingrijpend veranderd.

Niall Ferguson «We denken dat met het internet iets heel speciaals is ontstaan. In werkelijkheid bestaan sociale netwerken natuurlijk al sinds mensenheugenis. Neem alleen al het christendom of de islam: dat zijn enórme netwerken. Daar zijn ideeën ‘viraal gegaan’, zoals men dat tegenwoordig zegt, en ze hebben zich zonder enige technologie over heel grote afstanden verspreid. Nieuw is momenteel alleen dat onze netwerken nog veel groter en sneller zijn dan ooit tevoren.»

- In de geschiedenis waren menselijke samenlevingen toch eerder hiërarchisch opgebouwd?

Ferguson «In de meeste periodes waren onze netwerken strak gestructureerd, dat klopt. Maar die structuren worden telkens weer overhoopgehaald en afgezwakt, en vaak door technologische veranderingen. Dat is precies wat 500 jaar geleden is gebeurd, toen de ideeën van de reformatie zich door de technologie van Gutenbergs drukpers konden verspreiden. »

- Wat is het verschil tussen de huidige technologische revolutie en de industriële revolutie van de 18de en 19de eeuw?

Niall Ferguson Beeld Brunopress
Niall FergusonBeeld Brunopress

Ferguson «Bij de industriële revolutie ging het over een erg verdeeld netwerk, waaruit moeilijk monopolies konden ontstaan. James Watt heeft de stoommachine geperfectioneerd en klaargemaakt voor de markt, maar hij is er geen miljardair van geworden, omdat zijn geestelijke eigendom juridisch nauwelijks beschermd was. Zijn tekeningen en plannen waren overal te vinden: wie wilde weten hoe je één van Watts stoommachines bouwt, moest alleen maar kunnen lezen. En tegen het einde van de industriële revolutie, toen in Amerika grote en snel groeiende concerns als Carnegie en Rockefeller zijn ontstaan, heeft de staat snel gereageerd door het mededingingsrecht aan te scherpen. Vandaag daarentegen bestaan er voor de technologiereuzen uit Silicon Valley géén wettelijke bepalingen. Hier geldt enkel het principe the winner takes it all. Zo hebben enkele bedrijven een monopoliepositie verworven, wat ze een ongeziene dominantie oplevert op de markt. Google als zoekmachine, Amazon in de e-commerce, Facebook onder de sociale netwerken – en wie iets over concurrentierecht durft te zeggen, wordt uitgelachen. De politiek zal Amazon of Google niet verdelen, dat mag je wel vergeten.»

- De politiek laat ook niet zomaar alles gebeuren. Denk maar aan de veroordeling van Google door de Eurocommissaris voor Mededinging.

Ferguson «Met enkele fiscale regelingen is de kous niet af. Als de Europese Unie het Ierse belastingmodel afschaft of Google veroordeelt tot een boete van 2,4 miljard euro, dan zal zo’n bedrijf de commissie daar niet bepaald voor bedanken, maar het hoeft zich ook geen zorgen te maken over het verlies van zijn machtspositie. Die bedrijven hebben immers geld zat.»

- De monopoliepositie is dus meer dan een economisch probleem?

Ferguson «Zeg dat wel. In de hele geschiedenis van de mensheid werd de publieke ruimte als iets niet-commercieels beschouwd. En nu is dat één grote advertentiemarkt geworden. Zoeken naar informatie op het net is als struinen door een bibliotheek, maar Google heeft er een wereldwijde handelsruimte van gemaakt. De sociale netwerken evolueren op dezelfde manier. Vroeger hadden we het verenigingsleven en feestjes, de markt of het café om samen rond te hangen en met elkaar te praten. Nu heeft Facebook deze ruimte ingepalmd, en Facebook bombardeert ons met reclame. Heel concreet zijn er dus twee bedrijven, Google en Facebook, die wereldwijd de reclamemarkt beheersen en tegelijk ook almachtig zijn in de publieke ruimte. Een privébedrijf dat het monopolie bezit op onze persoonlijke data en die zomaar kan doorverkopen: dat is gewoon krankzinnig. Net als het feit dat Facebook door zijn nieuwsfeeds verreweg de grootste uitgever van nieuwsberichten in de Amerikaanse geschiedenis is. Dat is rampzalig voor het voortbestaan van de westerse democratie.»

- Kunt u dat toelichten?

Ferguson «Je hebt met Facebook een nieuwsplatform waarvan de berichtgeving op geen enkele manier gecontroleerd wordt. Volgens het Amerikaanse recht kunnen internetaanbieders voor niets aansprakelijk worden gesteld. En dát nieuwsplatform is dus onze nieuwe publieke ruimte. Omdat we ons spontaan richten op mensen die op ons lijken, worden de meningen op het internet steeds meer gepolariseerd. Elk netwerk zet zijn gebruikers aan tot betrokkenheid, en hoe luider iemand roept, hoe meer aandacht hij krijgt. Hoe meer onzin iemand dus verkoopt, hoe groter de kans dat die viraal gaat. Met elk emotioneel of moreel beladen woord in een tweet stijgt de kans op verspreiding met twintig procent. Bij Twitter kom je dus automatisch in een sfeer van latent extremisme terecht, die via Facebook in nieuwsfeeds verder zijn weg vindt. Voor 45 procent van alle Amerikanen is Facebook de belangrijkste bron van informatie en nieuws: dát is hoe Facebook de democratie kapotmaakt.»

- Er is door de politiek toch al vooruitgang geboekt op het vlak van regelgeving voor nieuws op het internet?

Ferguson «We staan op dat vlak nog niet ver. Als Facebook aankondigt dat het tienduizend nieuwe jobs creëert om toezicht te houden op de inhoud van nieuwsberichten en extremisten op te sporen, dan is dat goed en wel, maar met meerdere miljarden Facebookposts per jaar bereikt je op die manier niet veel.»

- Wat zou er volgens u dan wel moeten gebeuren?

Ferguson «Het probleem is dat niemand aansprakelijk kan worden gesteld voor wat op het internet verschijnt. Alleen als Facebook en Google voor de verspreiding van extremisme en fake news ter verantwoording worden geroepen, kan het probleem ernstig worden aangepakt. In de Verenigde Staten zouden uitgerekend de Republikeinen, de partij van president Trump, de eerste stap moeten kunnen zetten. De oppositie, de Democratische partij dus, is namelijk aangewezen op giften van internetbedrijven: als de Democraten voorstellen doen om de macht van Apple en Facebook te beknotten, dan hebben ze bij de volgende verkiezingen gewoon geen geld meer. De voortrekkers van de alt-right-beweging, die Donald Trump steunen, hebben dan weer ideeën om informatieaanbieders juridisch in dezelfde categorie onder te brengen als energiebedrijven en op die manier ook hun aansprakelijkheid te vergroten. Maar volgens mij ziet het er niet naar uit dat de Republikeinse wetgevers in Washington binnen afzienbare tijd actie zullen ondernemen.»

- Online netwerken zijn niet alleen een fenomeen van de westerse samenleving. Ook in China, waar de éénpartijstaat streng hiërarchisch geordend is, zijn door het internet nieuwe netwerken ontstaan.

Ferguson «Als je bedenkt dat het daarbij over een vijfde van de wereldbevolking gaat, zijn Chinese internetbedrijven als Baidu en Tencent in ieder geval vergelijkbaar met Google en Apple. Maar er is een fundamenteel verschil. Voor Facebook zijn gegevens van gebruikers de basis voor een zakenmodel. Het deelt ze met niemand, ook niet met nationale veiligheidsdiensten in de strijd tegen terrorisme. In China daarentegen zijn die gebruikersgegevens een machtsinstrument voor de dictatuur: de staat heeft er onbeperkte toegang tot alle data, die ze bovendien kan inzetten om elke vorm van oppositie in de kiem te smoren. Dat is een nieuwe vorm van totalitarisme.»

- U klinkt erg pessimistisch. Voorspelt u de ondergang van het Avondland, zoals Oswald Spengler dat honderd jaar geleden heeft gedaan?

Ferguson «Ondergang is een nietszeggend begrip. Ik heb meer belangstelling voor wat men een ‘netwerkuitval’ noemt. Dat zijn momenten waarop complexe systemen verzwakken en in chaos dreigen te vervallen, waardoor een kritieke situatie ontstaat. De ineenstorting van de banken tien jaar geleden was zo’n moment. Het wereldwijde financiële systeem was een sterk geïntegreerd en erg fragiel netwerk. Er hoefde maar één knooppunt te verzwakken, de bank Lehman Brothers, en het hele systeem stortte in. Ook de mondiale dominante positie van het Westen is gebaseerd op een complex systeem, dat steunt op de kracht van Amerika. De vraag is alleen: hoe groot zijn de storingen in dit systeem en hoe waarschijnlijk is het dat het netwerk uitvalt? Er zijn twee belangrijke factoren waarvoor we moeten oppassen: ten eerste dat de democratie in gevaar komt door polarisering van de sociale netwerken, en ten tweede de mogelijkheid dat China met technologische middelen de positie van de dollar aanvalt en daarmee het dominante netwerk van het Westen in een chaos herschept. Volgens mij zijn beide scenario’s redelijk waarschijnlijk.»

© Die Zeit

Vertaling: Els Snick

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234