Rebecca Seal: ‘Werknemers hebben geen nood aan een klimmuur op het werk, wél aan een baas die het oké vindt dat je op tijd naar huis gaat.’ Beeld RV Rebecca Seal
Rebecca Seal: ‘Werknemers hebben geen nood aan een klimmuur op het werk, wél aan een baas die het oké vindt dat je op tijd naar huis gaat.’Beeld RV Rebecca Seal

Telewerk

Hoe je je wapent tegen de terugkeer naar kantoor: ‘Ontzeg jezelf je basisrechten niet, neem de tijd voor die lunchpauze’

De boodschap van het Overlegcomité was duidelijk. Het is tijd om uit onze grot te komen, die pyjama eindelijk bij de was te komen en het telewerk in te ruilen voor de werkende wereld. Maar het voorbije anderhalf heeft fundamenteel iets veranderd, weet de Britse journalist en auteur Rebecca Seal (40). Zij schreef een bestseller overt thuiswerken, ‘Solo: How to Work Alone (and Not Lose Your Mind’. ‘Werk eist een overdreven centrale plaats in ons leven op.’

“Ik had geen plan toen ik voor mezelf begon, behalve dan zo hard mogelijk werken. Maar na enkele jaren moest ik vaststellen dat ik me erg eenzaam voelde. Doordat er weinig ruimte in mijn leven was voor iets anders dan werk, had ik vriendschappen, familie, en zelfs mijn relatie verwaarloosd.”

Na zes jaar als redacteur bij The Observer, de zondagse zusterkrant van The Guardian, ging Rebecca Seal twaalf jaar geleden aan de slag als freelancejournalist, schrijver en presentator. Carrièregewijs ging het haar voor de wind: ze publiceerde onder andere in The Guardian, The Financial Times en National Geographic, bracht meerdere kookboeken uit én was een vaste gast op de Britse televisie. Maar toch voelde ze zich veelal ongelukkig; ze begon zelfs een afkeer van haar baan te krijgen. “Toen ik daar met anderen over sprak, bleek dat die gevoelens allesbehalve uniek waren.”

En dus deed Seal wat schrijvers plegen te doen wanneer ze iets niet begrijpen: ze trok op onderzoek uit. Ze verdiepte zich in de laatste psychologische, economische, maar ook sociale onderzoeken over geïsoleerd werken, sprak met wetenschappers, psychologen en andere ­deskundigen.

Het resultaat was haar bestseller Solo: How to Work Alone (and Not Lose Your Mind), die in het najaar van 2020 verscheen. Afgelopen april kwam ook de Nederlandse vertaling uit. Oorspronkelijk was het boek bedoeld voor zelfstandigen, maar door de coronacrisis was het plots accuraat voor akelig veel mensen. “De reacties zijn overweldigend”, zegt Seal. “Ik had nooit gedacht dat de halve arbeidspopulatie zoals wij, freelancers, zou gaan werken.”

Sindsdien geldt Seal als veelgevraagde goeroe van het mindful solowerken. Zo verscheen in de lente van 2021 haar podcast The Solo Collective, waarvan binnenkort het tweede seizoen uitkomt. Daarnaast geeft ze nu ook workshops aan starters en ondernemingen, van kleine kunstorganisaties tot grote farmaceutische bedrijven, over hoe beter van thuis uit te werken. “Mijn workshops gaan over hoe een werkomgeving te creëren die goed is voor je brein én je lichaam. Daarbij is de juiste ingesteldheid belangrijk: wees niet je eigen baas, maar de beste baas die je voor jezelf kan zijn. Behandel jezelf dus zoals een goede baas dat zou doen. Als je baas bijvoorbeeld zou zeggen dat je geen recht op een lunchpauze hebt, zou je dat waarschijnlijk niet pikken. Toch ontzeggen veel thuiswerkers zichzelf degelijke pauzes, omdat ze vaak geloven dat ze daar geen tijd voor hebben, of die verdienen.

“Ik vraag mensen ook na te gaan hoeveel uren ze in totaal kloppen. In het Verenigd Koninkrijk zijn werkgevers verplicht tussen twee shifts minstens elf uur vrij te laten. Maar als jij om elf uur ’s avonds nog je mails checkt en je inbox om acht uur ’s morgens alweer opent, dan ontzeg je jezelf dus dat basisrecht.”

Individuele aanpassingen en optimalisaties zijn belangrijk, zo meent Seal, maar ze volstaan niet. “We moeten dringend een maatschappelijk debat voeren over wat werk betekent en welke plaats het in onze levens mag innemen. Want ik geloof, en onderzoek bevestigt dit ook, dat werk een overdreven centrale plaats in ons bestaan opeist. Dit was zeker al zo voor de pandemie, maar sindsdien is het enkel verergerd.”

Is werk onze nieuwe religie geworden?

“De idee dat hard werk moreel superieur is, komt uit de grote godsdiensten. Maar de heilige geschriften prijzen hard werk opdat mensen niet lui zouden zijn; niet opdat mensen zich de pleuris zouden werken. Zo hechten alle godsdiensten erg aan voldoende tijd met familie doorbrengen. Hard werken is niet per se slecht, maar we hebben de slinger veel te ver laten doorslaan. Werk kan heel betekenisvol zijn, maar betekenis als objectief feit bestaat niet. Betekenis is uiteindelijk slechts een constructie, die ieder op basis van zijn eigen ervaringen invult. Het werk van een dokter is niet per se meer betekenisvol dan dat van pakweg een sommelier.

Rebecca Seal: '‘De heilige geschriften prijzen hard werk opdat mensen niet lui zouden zijn, niet opdat mensen zich de pleuris zouden werken.’
 Beeld RV Rebecca Seal
Rebecca Seal: '‘De heilige geschriften prijzen hard werk opdat mensen niet lui zouden zijn, niet opdat mensen zich de pleuris zouden werken.’Beeld RV Rebecca Seal

“Het heeft even geduurd voor ik dat inzag. Doordat mijn beide ouders sociaal werkers waren, groeide ik op met de idee dat betekenisvol werk betekende dat je jezelf ten dienste van de samenleving stelde. Daarom ben ik internationale relaties gaan studeren, met het oog op een carrière bij de VN. Maar na mijn afstuderen moest ik snel vaststellen dat ik helemaal niet voor dit soort werk gemaakt ben.”

Bestaat er dan een betekenisvolle baan voor ieder van ons?

“‘Volg je passie’ geldt tegenwoordig als imperatief; een erg gevaarlijke ontwikkeling. Want passie bewijs je met toewijding en lange uren. Onderzoek toont aan dat mensen die meer gepassioneerd zijn over hun werk een hogere kans hebben op burn-out en uitbuiting. Voor het merendeel van ons zal ons werk echter nooit een overstijgende beleving zijn, en dat is oké. Neem nu de erg gehypete flow: volgens mij heb ik al werkend nog nooit zo’n staat van opperste concentratie waarin tijd en ego verdwijnen bereikt, en ik betwijfel dat ik dat ooit zal doen. Als je identiteit niet van je werk afhankelijk is, kan je veel makkelijker de knop omdraaien. Dan is werk puur een transactie: jij geeft een deel van je tijd, en in ruil daarvoor ontvang je geld.”

In uw boek haalt u een recente studie uit het VK aan die aantoont dat kantoorwerkers amper twee uur en 53 minuten van de acht uur productief zijn.

“Eerlijk gezegd was ik daar niet zo verbaasd over. Nadat ik The Observer had verlaten, merkte ik direct hoeveel sneller ik mijn werk van thuis uit gedaan kreeg. Kantoren, en zeker de openlandschapvariant, zijn over het algemeen niet de beste plekken voor productiviteit. Helaas leidde mijn realisatie er niet toe dat ik mijn werkdagen inkortte; ik ging enkel meer werken. Nochtans kan je door alleen of vanop afstand te werken echt veel efficiënter zijn, op voorwaarde dat je het juist aanpakt.”

U schrijft ook dat de werkdag van acht uur een overblijfsel uit de industriële revolutie is, en zeker geen representatie van de optimale hoeveelheid tijd die een mens dagelijks kan of moet werken. Verklaar.

“De mechanisatie van de industriële revolutie liet fabrieken toe meer en op grotere schaal te produceren. Vervolgens werd het elektrisch licht uitgevonden, waardoor werk voor het eerst in de menselijke geschiedenis ook in het donker kon doorgaan. Tel daarbij de verheerlijking van hard werk door de grote religies, en we krijgen een soort van eeuwenoude werkfilosofie waar we nog steeds in vastgeroest zitten.

“De werkdag van acht uur hebben we aan Henry Ford (Amerikaans industrieel, 1863-1947, red.) te danken. Hij was de eerste om die in zijn autofabrieken door te voeren. In feite was dat een toegeving aan de vakbonden: in plaats van de gebruikelijke tien tot veertien uur kregen arbeiders nu werkdagen van acht uur. Acht uur was destijds ideaal voor fabrieken die 24 uur doordraaiden; zo kon een dag in drie even lange shiften opgedeeld worden. Maar sinds die onderhandelingen aan het begin van de 20ste eeuw hebben we geen degelijk debat over werk meer gevoerd. Nochtans is het werk dat we uitvoeren sindsdien compleet veranderd.”

Heeft de coronacrisis dat debat nu niet op gang gebracht?

“Zeker wel, alleen snap ik niet waarom sommige bedrijfsleiders zich gedragen alsof het een binaire discussie betreft. Zo noemde de CEO van Goldman Sachs telewerk onlangs nog ‘een vergissing’ die snel rechtgezet moet worden. Terwijl je helemaal niet hoeft te kiezen. Recent onderzoek van Nicholas Bloom, professor economie aan de universiteit van Stanford, heeft zelfs aangetoond dat drie dagen op kantoor volstaan om als werknemer je volledig sociale kapitaal te verdienen. De rest van de week win je er op sociaal vlak niets mee om naar kantoor te komen.

“Toch ben ik optimistisch: de grote verschuiving is wel degelijk ingezet. Het feit dat grote organisaties bij mij aankloppen om hun werkomstandigheden te verbeteren, toont aan dat ze begrijpen dat een terugkeer naar de oude manier van werken geen optie is. Daarbij verwachten werknemers nu simpelweg ook dat ze meer flexibel mogen werken. De bedrijven die nu nog dwarsliggen, zullen over een jaar of tien waarschijnlijk alsnog hun opvattingen over telewerk bijsturen.”

Bestaat bij zo’n hybride model niet het gevaar dat de werkkrachten die vaker naar kantoor komen bevoordeeld worden?

“Voor de pandemie was het zeker zo dat de fysiek aanwezige werknemers sneller gepromoveerd werden dan de telewerkers, die toch een beetje als Team B golden. Maar dat had grotendeels met attitudes ten opzichte van thuiswerk te maken. Door de pandemie zijn die attitudes veranderd. We geloven niet langer dat thuiswerkers slackers zijn de hele dag in hun pyjama voor de televisie hangen, omdat we dat het voorbije anderhalf jaar zelf ook niet gedaan hebben. Integendeel, onderzoek heeft zelfs aangetoond dat mensen die thuis werken meer uren kloppen omdat ze de neiging hebben te overcompenseren.”

‘De bedrijven die nu nog dwarsliggen, zullen over een jaar of tien waarschijnlijk alsnog hun opvattingen over telewerk bijsturen.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘De bedrijven die nu nog dwarsliggen, zullen over een jaar of tien waarschijnlijk alsnog hun opvattingen over telewerk bijsturen.’Beeld Wouter Van Vooren

Uit recent Belgisch onderzoek bleek dat vrouwen in de toekomst vaker willen thuiswerken dan mannen. Tegelijk waarschuwen experts dat de pandemie de klok tien jaar teruggedraaid heeft op het vlak van gendergelijkheid op de werkvloer. Vergroot zo’n hybride werkmodel die genderkloof dan niet?

“Het klopt dat de pandemie de mental load, de mentale belasting van alle onzichtbare arbeid die komt kijken bij het beheer van een huishouden en een gezin, vergroot heeft voor vrouwen. Maar ik denk dat we voorzichtig moeten zijn om te veel data aan de pandemie te ontlenen. Want thuiswerken tijdens een pandemie is niet hetzelfde als ‘gewoon’ thuiswerken. Normaal gezien kunnen je kinderen naar school. Eenmaal de coronacrisis over, of alleszins toch minder prangend is, neemt hopelijk ook die extra mentale belasting voor vrouwen af. Daarbij kan de mogelijkheid van flexibel werken juist voordelig zijn voor mensen met een zorgende rol.

“Als ik niet zelfstandig was geworden, had ik letterlijk mijn baan bij de krant moeten opgeven om de ouder te kunnen zijn die ik wil zijn. Ik ben hoopvol dat dergelijke verscheurende beslissingen minder vaak zullen voorkomen eens flexibel werken ook voor werknemers toegankelijker wordt, of blijft.”

U hebt twee kleine kinderen. Hoe zijn de zorgtaken bij u thuis verdeeld?

“Mijn man werkt ook voor zichzelf, en sinds we ouders zijn geworden, hebben we allebei onze werkdagen teruggeschroefd naar vier per week. Drie dagen per week gaat onze jongste naar een kinderdagverblijf, en op de overige twee weekdagen neemt telkens een van ons de opvang op zich. In september gaan onze twee dochters naar school. Toch ben ik van plan mijn vierdaagse werkweek te behouden, ook al zou ik makkelijk meer kunnen werken. Maar ik wil de positieve effecten op mijn mentale gezondheid en mijn productiviteit niet verliezen. Toen ik mijn werk nog in de avonden of weekends kon laten uitdijen, was ik beduidend minder efficiënt.”

In uw boek en podcast stelt u onze ideeën over succes en geld in vraag. Waarom?

“Onze ideeën van succes worden veelal gedefinieerd door de Beyoncés en Elon Musks van deze wereld: types die áltijd werken en daarmee grote rijkdom en faam vergaard hebben. Maar succes kan beter afgemeten worden door naar iemands totale leven te kijken: leidt die onvermoeibare entrepreneur ook een bevredigend privéleven?

“Daarbij is het belangrijk succes niet als een vaag, ongrijpbaar concept te zien. Want dan blijft het altijd net buiten bereik, hoe hard je ook je best doet. Beter kun je jezelf de vraag stellen wat een succesvol leven in zijn totaliteit inhoudt. Mijn prioriteiten zijn blije kinderen, een goede relatie, een degelijke woonplaats. Dankzij jarenlang vier in plaats van vijf dagen te werken, weet ik nu dat ik niet meer geld nodig heb om een succesvol leven te leiden.”

Niet iedereen bezit de luxe om minder te gaan werken en toch niets tekort te komen.

“Ik besef maar al te goed dat ik om verschillende structurele redenen geprivilegieerd ben. Tegelijkertijd hebben veel mensen die zich in gelijkaardige posities als ik bevinden het gevoel dat ze zichzelf moeten afjakkeren om een succesvol leven te leiden. Maar de idee dat we altijd maar meer nodig hebben om gelukkig te zijn, klopt simpelweg niet.”

Als werknemer is het wel minder evident om eigenhandig je werkweek in te korten.

“Zeker in bepaalde takken van de rechts- en financiële wereld is die mentaliteit van lange uren als teken van toewijding erg dominant. Een dergelijke bedrijfscultuur kan enkel gebroken worden door leiders die zelf het goede voorbeeld geven. Onlangs nog kwam een groep jonge werknemers van Goldman Sachs naar buiten met getuigenissen over de enorm negatieve impact die zo’n werkritme op hen heeft. Het is belangrijk dat de schaduwzijden van de hustle-cultuur nog meer belicht worden.

“Ik geef regelmatig workshops aan bedrijven die worstelen met een hoog personeelsverloop. Nochtans zijn geen grote of dure ingrepen nodig om je mensen te behouden. Werknemers hebben geen nood aan een klimmuur op hun werkplek, wél een aan een baas die duidelijk maakt dat het oké is om ’s avonds op tijd naar huis te gaan. Ik geloof wel dat er geleidelijk aan structurele veranderingen komen. Kijk naar het geslaagde experiment met de vierdaagse werkweek in IJsland, waardoor 86 procent van de werkende bevolking daar nu recht heeft op minder uren zonder verlies van inkomen. En in Amerika en Nieuw-Zeeland testen grote bedrijven zoals Kickstarter en Unilever nu ook de vierdaagse werkweek uit.”

Wat denkt u van alle bedrijven die hun werknemers extra verlofdagen gaven, bij wijze van ‘coronageste’?

“Ik zie daarin toch vooral een voorbeeld van de vercommercialisering van zelfzorg. Als je echt op de rand van een burn-out balanceert in een bedrijf waarin overwerk de norm is, zal een extra week niet veel zoden aan de dijk zetten. Hetzelfde geldt voor gratis massages of lunches: het geeft je misschien het gevoel dat je bedrijf je niet actief haat, maar het bevrijdt je bijvoorbeeld niet van de druk om ook in het weekend bereikbaar te zijn. Zulke sociaal-culturele issues verhelp je niet met een gratis sandwich.

“Daarnaast moeten we ophouden ons werk als plaatsvervangende familie te zien. Het is een val waar ik vroeger ook ingetrapt ben, en met mij vele anderen. Maar uiteindelijk zijn werkrelaties, anders dan familie- of vriendschapsrelaties, wel gebaseerd op een transactie.”

Seal: ‘We moeten ermee ophouden ons werk als plaatsvervangende familie te zien.’
 Beeld freepik
Seal: ‘We moeten ermee ophouden ons werk als plaatsvervangende familie te zien.’Beeld freepik

In uw boek hamert u op het belang van een netwerk om mee te beraadslagen, en om stoom bij af te laten. Als zelfstandige is zo’n team van zelfgekozen collega’s bovendien belangrijk om niet te vereenzamen. Maar u raadt het ook telewerkende werknemers aan. Waarom?

“Sowieso steun je beter niet op huisgenoten of partners om de rol van voornaamste collega te vervullen. Meestal beland je daardoor in een benauwde echokamer waarbij je elkaar ofwel altijd gelijk geeft, ofwel ruzie krijgt.

“We kunnen best wat proactiever met onze vrienden- en kennissenkring omspringen. De ene weet veel over financiën, de andere is goed in communicatie, en van nog een ander kan je misschien wat leren op het vlak van productiviteit. Zo deel ik nu een werkkamertje met iemand die in de liefdadigheidsindustrie werkt en niets met schrijven te maken heeft. Haar perspectief heeft mij al meermaals verfrissend nieuwe inzichten opgeleverd.

“Hoewel grote artistieke of wetenschappelijke genieën vaak als teruggetrokken eenzaten worden voorgesteld, is dat vaak slechts de halve waarheid. Meestal hadden ook zij een groot team om zich heen, alleen lezen we daar nooit over. Neem nu Charles Darwin – er wordt vaak gedaan alsof hij al die geniale evolutietheorieën helemaal alleen bedacht heeft. Maar zijn vrouw was erg betrokken in zijn werk, en daarnaast correspondeerde hij met andere wetenschappers, die hem en zijn familie ook regelmatig bezochten.”

Wat met de eenzaamheid die u ertoe dreef solo- en telewerk te onderzoeken? Hebt u daar soms nog last van?

“De moeilijkheid tijdens de pandemie was dat niemand van ons een keuze had. Tijdens de voorbije lockdowns waren er zeker momenten waarop ik me wanhopig alleen voelde, ondanks al mijn inspanningen van de voorbije jaren om me niet langer eenzaam te voelen. Maar eenzaamheid draait grotendeels om perceptie. Als we onszelf als geïsoleerd waarnemen, dan voelen we ons ook eenzamer. Als we ons alleen-zijn daarentegen als een bewuste, eigen keuze zien, voelen we ons er meestal veel beter over.”

Rebecca Seal, ‘Solo – Werken als zelfstandige (zonder gek te worden)’, Business Contact, 320 p., 22,99 euro. Beeld rv
Rebecca Seal, ‘Solo – Werken als zelfstandige (zonder gek te worden)’, Business Contact, 320 p., 22,99 euro.Beeld rv

BIO

• geboren in 1981 in het Verenigd Koninkrijk

• studeerde internationale relaties aan de London School of Economics

• werkte zes jaar als redacteur voor The Observer

• is sinds elf jaar aan de slag als freelance­journalist, tv-presentator, schrijfster en podcaster

• auteur van onder meer Solo – How to Work Alone and Not Lose Your Mind, waarvan de vertaling deze lente verscheen

• het tweede seizoen van podcast The Solo Collective is nu te beluisteren op Spotify

• woont met haar man en twee kinderen in Londen

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234