null Beeld

Hoe KV Mechelen de Beker der Bekerwinnaars won: toen was geluk nog geel en rood

Beteuterd ongeloof hier, oceanisch geluk daar. Spelers en supporters van het grote Ajax Amsterdam janken zich het snot uit de neus, aan de andere kant tilt Lei Clijsters een beker de lucht in. Het is 11 mei 1988, en KV Mechelen – ploegje uit de provincie, debutant in Europa – heeft in Straatsburg net de Europabeker voor Bekerwinnaars gewonnen. Nu, precies dertig jaar later, is Malinwa nog steeds de laatste Belgische club die een Europacup naar de trofeeënkamer mocht slepen. ‘We winnen de Cup, de Cup, de Europacup’: een reconstructie door drie kroongetuigen.

1986. KV Mechelen heeft één glorieperiode gekend: in de jaren veertig werd het drie keer landskampioen – en dat had nog kunnen oplopen als de competitie niet onderbroken was door de Tweede Wereldoorlog. Maar halverwege de jaren tachtig is Malinwa de liftclub bij uitstek: te goed voor tweede klasse, te zwak voor eerste – en dus pendelt het tussen beide. Tot de visionaire zakenman John Cordier voorzitter wordt en boude ambities lanceert: KV moet een club van prestige en aanzien worden, en vooral: van succes – het liefst ook Europees. Het klinkt een tikkeltje pedant, absurd zelfs, maar Cordier begint de club van geel en rood in sneltreinvaart te professionaliseren. De nieuwe voorzitter bant elk amateurisme, laat KV Mechelen vervellen tot een profclub én engageert Aad de Mos als trainer. Fi Vanhoof, ex- speler en -jeugdtrainer van KV, wordt zijn assistent. Later zal Vanhoof nog successen boeken als hoofdtrainer, en vandaag is hij als sportief directeur de architect van het Malinwa dat na de vereffening in 2002 weer rechtkrabbelde. Maar nu is het dus 1986, en Aad de Mos is het modeste KV Mechelen net komen binnenlopen.

null Beeld

Fi Vanhoof «Wisten wij veel wat dat was, een profclub. Maar De Mos kwam met de bagage van het grote Ajax en leende die uit aan Malinwa. Met dank aan John Cordier, natuurlijk: hij leverde de financiële middelen.

»Het is allemaal onwaarschijnlijk snel gegaan. Althans: dat is de conclusie achteraf, want op het moment zelf vonden we alles wat gebeurde maar normaal. De kleine provincieclub dacht plots Europees, speelde Europees, werd Europees.»

Vanhoof – sober, rustig, anti-tafelspringer – zou drie jaar lang een intrigerend perfecte tandem vormen met De Mos – dominant, fulminerend, haantje par excellence. In alle geledingen van de club zoekt De Mos zo’n vertrouwenspersoon op wie het comfortabel leunen is. Zo wordt Myriam Van Dal, 31 in 1986 en tot dan samen met haar moeder manus-je-van-alles op de club, plots gepromoveerd tot moeder van de spelers (een jaar na de eerste publicatie van deze reconstructie, in 2013, overleed Van Dal, red.).

Myriam Van Dal «Op een dag stond die trainer uit Holland daar. Ik was báng van die man. Hij ging zitten, hield alles rond hem in het oog, en zwéég.

»Niet veel later kreeg ik te horen dat ik vast in dienst van de club moest komen. Voortaan was ik diegene die op elk moment voor de spelers moest zorgen. Wassen, poetsen, koken, het spelershome openhouden. In Ajax was er ook iemand die elke dag bij de spelers was, en De Mos vond dat een heel goed systeem. Het moest iemand zijn die hij kon vertrouwen. En hij vertrouwde mij.»

Daarmee beginnen de meest intense jaren uit het leven van Van Dal.

Van Dal «Het spelershome was mijn living: ik wóónde daar. Ik ben een echte Mechelse, maar in die jaren ben ik niet in de stad geweest. Het was: ‘s ochtends opstaan, de straat oversteken – ik woonde recht tegenover KV – en het stadion binnengaan. En ‘s avonds laat terug. Mijn leven speelde zich op een extreem kleine ruimte af, maar op die kleine ruimte werd wel een fameuze brok geschiedenis geschreven.»


De messengooier

De Mos heeft zijn systeem geïnstalleerd en schiet in het seizoen 1986-’87 met Malinwa meteen door naar de Belgische top. In de competitie finisht KV als tweede. En als het in de finale FC Luik verslaat, wint Malinwa doodleuk de Beker van België – en mag het dus voor het eerst in de clubgeschiedenis Europa in. Op 16 september 1987 zien dertienduizend Mechelse supporters hun helden met 1-0 winnen van Dinamo Boekarest – net als in de bekerfinale tegen Luik is het Piet den Boer die de goal maakt. Twee weken later verdedigt Malinwa die voorsprong in Boekarest, waar op dat moment de jonge Mircea Rednic speelt. Wie de avond vóór die match toevallig in het stadion is, is getuige van een merkwaardig tafereel. Staat daar in het donker een man op de penaltystip te plassen?

Walter Jaspers «Tja, ik was in een licht baldadige bui, en ik moest pissen – wat doet een mens dan?»

Jaspers – al heel zijn leven supporter – is de officiële clubarts. En beseft op dat moment allicht nog niet dat het een plas met verregaande gevolgen betreft.

Jaspers «De Mos had me gezien en besloot dat ik dat voortaan voor élke Europese uitwedstrijd moest doen. Want de professionele, perfectionistische De Mos was gek genoeg ook extreem bijgelovig. En dus heb ik het overal gedaan: in Boekarest, in St. Mirren, in Minsk, in Bergamo en in Straatsburg. Overal plaste ik op de vooravond van de wedstrijd op de penaltystip die, vanuit de hoofdtribune gezien, links lag. ‘t Was vaak een huzarenstukje om dat ongezien te doen.»

Zo’n drupje bijgeloof is niets uitzonderlijks in de sportwereld, maar bij het KV Mechelen van De Mos wordt het een manie. De Nederlander gebiedt Lei Clijsters om bij elke Europese loting een glas kapot te gooien in het spelershome. Hij heeft altijd drie geluksmunten op zak. De opwarming moet steevast aan de linkerkant van het veld gebeuren. De plaatsen in de bus, aan tafel, in de kleedkamer: strikt bepaald door het bijgeloof van de coach. En dat is nog maar een zéér beperkte greep uit het arsenaal van De Mos.

Jaspers «Het was maniakaal. En het bleef niet beperkt tot De Mos: ook Michel Preud’homme was extreem bijgelovig. Tijdens de opwarming bijvoorbeeld kruiste die op een bepaald moment altijd de reservekeeper, en dan pakten ze elkaar even in het kruis. Heel onopvallend, ik geloof niet dat veel mensen dat ooit gezien hebben, maar het móést – anders verloren we.»

Van Dal «Preud’homme speelde elke wedstrijd met hetzelfde shirt onder zijn keeperstrui, en met dezelfde slip. Ik kan nog altijd niet begrijpen dat die slip nooit is afgevallen op het veld. Het was een door en door versleten vodje textiel waar geen elastiek meer in zat. Even voor de wedstrijd kwam Preud’homme altijd met die slip naar mijn moeder. Zij moest er dan iets aan verstellen, ook al was dat zinloos geworden. Maar opnieuw: het moest, want anders verloren we.

»Ik was op den duur op van zenuwen door het bijgeloof van De Mos en Preud’homme. Hoe de kleedkamer ingedeeld was, en wat precies waar moest liggen: onderhevig aan strikte bijgeloofregels. Wanneer ik pralines moest geven als dessert, wanneer chocolade, wanneer dame blanche: bepaald door het bijgeloof. En dat was geen show, hè: ze méénden dat.»

Terug naar de clubarts in Boekarest, die al plassend het schoolreisgevoel van Malinwa illustreert.

Vanhoof «Niemand wist eigenlijk precies wat Europees voetballen betekende – afgezien van De Mos dan. ‘We spelen een match zoals we dat altijd doen, alleen gebeurt dat in het buitenland’ – dat was zo’n beetje de teneur. Niemand stond er echt bij stil dat we met het summum van profvoetbal bezig waren.»

De uitzondering op de regel heet Aad de Mos. Hij heeft aan de obers in het behoorlijk armzalige hotel gevraagd om de groep even met rust te laten. Als er toch eentje het restaurant binnenkomt, gooit De Mos hem woedend een mes naar het hoofd. De arme Roemeen duikt weg, speler Wim Hofkens wordt net niet geraakt – hij zal het De Mos altijd kwalijk blijven nemen.

Interessant: het is 1987, en dus is Malinwa op bezoek in het Roemenië van dictator Nicolae Ceaușescu.

Vanhoof «Daar werd je niet vrolijk van: grauwe armoede, een sfeer van agressie.»

Jaspers «We kregen een escorte met veel machtsvertoon. Roemeense kinderen die om een handtekening kwamen vragen, werden hardhandig weggejaagd. En in het spelershotel voelde je de krampachtigheid van de obers: de ene wist duidelijk dat hij door de andere bespioneerd werd.

»Ik zie ons daar nog zitten, de avond voor de match, met een blikje cornedbeef en een fles zure Roemeense wijn.»

Zoet is evenwel de overwinning: Hofkens en Den Boer tekenen voor 0-2, en dus de uitschakeling van het veel hoger ingeschatte Boekarest.

Vanhoof «Het beeld van Mircea Lucescu, de trainer van Boekarest die als een geslagen hond ineengedoken op de bank zat na de match, vergeet ik nooit. Want hij was de trainer van een club die wél elk jaar Europees speelde, en wél hoge verwachtingen had. Die uitschakeling door het onbekende Mechelen was een drama. Terwijl wij gewoon aan een pleziertochtje bezig waren, zonder noemenswaardige druk.»


De kwetsbare Aad

De Mos is intussen bijna anderhalf jaar coach bij KV Mechelen, en hij schopt de club krachtig richting de absolute top. De schraag onder dat snelle succes: het conflictmodel dat hij met een verneukeratief genoegen hanteert. Provocatie, botsing, korte maar felle ruzietjes: De Mos is een briljante bad boy.

null Beeld

Vanhoof «Je ziet soms dat een ploeg in een kalme periode zit – alles loopt zoals het loopt, er wordt gewonnen en verloren, er zit niets fout, maar er gebeuren ook geen wereldschokkend mooie dingen. Bij De Mos kon zo’n periode niet. Als de volledige rust dreigde, creëerde hij zélf een conflict. Dan maakte hij ruzie, deed hij een gedurfde vervanging, gooide hij iemand van de training. Mentaal moesten de spelers zó scherp zijn.»

Van Dal «De Mos gebruikte me om dingen uit te lokken. Op een bepaald moment was Pascal De Wilde in vorm, maar De Mos wilde hem nog scherper. Hij vroeg me om tijdens het eten De Wilde vermanend toe te spreken zodra die zijn mond opendeed. Ik gehoorzaamde: De Wilde zei iets, en ik vroeg of het wat stiller kon. Waarop De Mos in een tirade tegen hem ontvlamde. Resultaat: De Wilde stond niet scherp, maar súperscherp.»

undefined

Al even legendarisch is het nooit aflatende hameren op discipline van de Hagenees.
Van Dal «De klok besliste. Als de bus vertrok om drie uur, dan vertrok die niet om één over drie. Was je te laat, dan speelde je niet mee – ook al stak je in bloedvorm. Toen onze internationals op een bepaald moment terugkwamen van een interland, spraken ze schande over de nationale ploeg: ‘Niets van discipline daar!’ Ze waren het spartaanse regime van De Mos gewoon, hè.»
Jaspers «Orde, controle: dat was De Mos. En dubbelchecken: alles dubbelchecken. De Mos was een detaillist én een perfectionist.»
Van Dal «Hij kwam op de club aan om acht uur ‘s ochtends, bestelde koffie en verschool zich de rest van de ochtend achter zijn krant. En dan druppelden de spelers binnen, altijd in min of meer dezelfde volgorde. En om halftien klapte De Mos zijn gazet dicht en vroeg hij me: ‘Heb je gezien hoe die en die binnenkwamen? De ene sliep nog half, de andere had rooie ogen. En Eli Ohana zat weer met zijn elleboog op tafel!’ Alles had hij gezien.»
Van Dal is in die tijd de enige vrouw in een wereld gedomineerd door testosteron.
Van Dal «En dat vond ik zalig. Ook al omdat ik beschermd werd door De Mos. Die had me gezegd: ‘Luister, jij staat daar alleen als vrouw tussen al die mannen. Als jij iets fout doet of iets verkeerds zegt, dan zal ik je toch altijd gelijk geven, want de spelers mogen nooit zien dat jij ongelijk hebt.’ Zo gaf hij me een sterke positie in die mannenwereld. Hij respectéérde al zijn medewerkers.»
Jaspers «Da’s absoluut waar. Op een bepaald moment moest ik samen met kinesist Jan De Cleyn mee met De Mos naar Nederland. De hele dag heeft hij toen met ons rondgereden: op bezoek bij vrienden in Rotterdam, Indonesisch gaan eten in de Sama Sebo in Amsterdam, vrolijk samen op café.»

Van Dal «De Mos heeft me zo eens plots meegenomen naar PSV–Ajax. Ik protesteerde, want ik had nog veel werk. Maar ik moest mee, ik moest die topper gezien hebben – PSV had net Europacup I gewonnen. Wij dus in een rotvaart naar Eindhoven – want De Mos reed niet, die vloog. We kwamen daar aan, hij stelde me voor als de grote baas van KV Mechelen, en voor ik het wist had ik die Europabeker in mijn handen. Ik ben dus de enige die én de Europabeker I én de Europabeker II én de Europese Supercup (die Malinwa in 1989 tegen PSV won, red.) van dat seizoen in handen heeft gehad.»
Vanhoof «Het Malinwa van De Mos, dat was wij – nooit ik. Hij liet mensen in hun waarde, een heel belangrijke menselijke kwaliteit vind ik dat.»
Jaspers «Hij is, in weerwil van zijn imago, een warme man. Ik heb veel van hem geleerd. Stiptheid, zin voor detail, correct zijn. Aad leerde me om streng te zijn voor mezelf.»
Van Dal «Voor de buitenwereld is hij misschien in de eerste plaats die norse man die altijd wat uit de hoogte doet, maar in werkelijkheid is hij heel gevoelig. Zijn familie, dat is zijn tere plek. Als het over zijn ouders gaat, of over zijn kinderen, zie je de kwetsbare De Mos.»
Schone Lei
In de tweede ronde wacht KV Mechelen een nobele onbekende: het Schotse St. Mirren.

Vanhoof «Geen grote naam, maar het was wel eens fijn om even in die Angelsaksische voetbalcultuur te vertoeven waar we zagen hoe jeugdspelertjes de schoenen van de volwassen voetballers moesten poetsen. En die doedelzakspeler die ons opwachtte, vergeet ik ook nooit
(lacht)

Thuis in Mechelen wordt het een bloedeloos 0-0 gelijkspel, in Schotland zorgt Eli Ohana met twee goals voor de kwalificatie. Technisch gezien is de Israëli misschien wel de meest begenadigde voetballer van Malinwa anno 1987: snel, inventief, onberekenbaar. En naast het veld is Ohana de speler waar De Mos het minst vat op heeft – de beau garçon voor wie alle meisjes vallen, de minzame ster die zich graag laat vieren in het uitgaansleven.
Jaspers «Maar bovenal: een lieve gast.»

Staat in St. Mirren niet op het wedstrijdblad wegens geel geschorst: Lei Clijsters. Van de rest van de campagne zal de enigmatische libero geen seconde missen.
Jaspers «Het was Lei die aan de vooravond van elke Europese wedstrijd ongezien onder tafel glipte, in het been van één van de jongere spelers beet en dan luid blafte. Dat was meer dan een studentikoze grap: het maakte deel uit van het bijgeloof van De Mos.
»Clijsters zelf koesterde ook een vorm van bijgeloof. Ik was eens naar een concert van Paul van Vliet geweest, en die zong in een liedje: ‘En als ik weg wil zijn, ga ik naar Vlaanderen’. Voor een match tegen Standard had ik het met Lei over dat liedje gehad. We wonnen daar, en het werd een vaste gewoonte: ik zong ‘En als ik weg wil zijn...’, Lei vulde aan met ‘ga ik naar Vlaanderen’.»
Van Dal «Lei veegde aan alles zijn gat. Of je nu de terreinverzorger of de koning was, hij droeg voor iedereen een jeansbroek. Hij wilde zichzelf niet veranderen, was niet onder de indruk van protocol.
»In 1984 was er bij hem een huidvlek weggenomen. Hij zat voortdurend met de vrees dat die zou terugkeren. De angst voor kanker vergezelde hem ei-genlijk de hele tijd, als een sombere schaduw.»
Jaspers «Misschien kwam het daardoor dat hij de dingen zo in perspectief kon plaatsen. Lei vond dat er in het leven belangrijker dingen waren dan voetbal en winnen. Op het veld bulkte hij van zegedrang, maar ernaast kon hij snel relativeren. Dat was een fundamenteel verschil met Preud’homme: diens leven stond in het teken van winnen. En nog altijd. Lei wilde leven, Michel wilde voetballen.»
Sneeuwwit-Rusland
Ondertussen zit KV Mechelen dus in de kwartfinale, en groeit het zelfbewustzijn.
Vanhoof «St. Mirren was niet echt een waardemeter, omdat ze kwalitatief minder waren dan wij. Maar na die twee rondes begon je wel te zien dat het geen toeval was dat we die Beker van België gewonnen hadden, en dat jaar ook tweede in de competitie waren geëindigd. Het besef rijpte dat we in Europa een debutantje waren, maar wel een debutantje dat daar zijn plaats had.»
Het grote avontuur begint nu pas – het is maart 1988. Malinwa loot Dinamo Minsk en moet dus naar de Sovjet-Unie. Opnieuw speelt het eerst thuis: De Wilde maakt het enige doelpunt en schenkt KV zo een gunstige uitgangspositie. Vol zelfvertrouwen gaat het naar Minsk – maar eerst moeten ze nog voorbij de douane raken.
Jaspers «Dat duurde héél lang: alles werd minutieus gecontroleerd. Mijn dochter – ik vond dat ze weleens mocht brossen op school – had haar wiskun- deboek bij zich, en dat werd het onderwerp van een grote discussie, want de Russen waren er uiteraard van overtuigd dat dat vol geheime formules stond die de Sovjet-Unie onderuit zouden halen (lacht).
»Nu goed, naar Minsk reizen had ook nog wel een voordeel: die twintig potjes kaviaar hebben later uitstekend gesmaakt (lacht).» »

In Minsk is het onwezenlijk koud, en het veld ligt er bepaald apocalyptisch bij.
Jaspers «Eerst was er sneeuw, dan ijs, dan ijsschotsen, dan weer sneeuw.»
Uitwijken of uitstellen? Malinwa verdedigt resoluut de derde optie: gewoon spelen, want De Mos is ervan overtuigd dat KV, dat vooral moet verdedigen, in het voordeel is op de ijspiste. Wat volgt, is een rondje pendeldiplomatie met de Deense scheidsrechters en de UEFA-officials, en De Mos haalt zijn slag thuis: er wordt gespeeld.
Vanhoof «Cruciaal daarin was de rol van Ger Lagendijk, de Nederlandse spelersmakelaar die heel close was met De Mos, en die ons op al onze Europese trips vergezelde. Hij was niet op z’n mond gevallen en kende het héle Europese voetbalwereldje op z’n duimpje. Lagendijk kende ook elke UEFA-waarnemer persoonlijk, en hij wist perfect hoever je kon gaan in verbale powerplay. Hij liep op het randje, wist precies hoe arrogant en intimiderend hij kon zijn zonder iets illegaals te doen.»
Jaspers «Net voor de match feliciteerde Lagendijk de scheidsrechter nog uitvoerig en sans gêne in de middencirkel, en vervolgens ging hij parmantig op de bank zitten, hoewel hij daar helemaal niet mocht zitten, want hij had geen officiële functie bij KV. Maar in die tijd kon dat.»
Van Dal «Lagendijk was een fantastische vent. Al was hij wél een typische Hollander. Toen we na Straatsburg weer in Brussel landden en we met de auto naar Mechelen reden, moest ik de parking betalen. Want Lagendijk 'had geen geld bij'. Schatrijk, maar de kuisvrouw mocht de parking betalen (lacht)
Het is ook Lagendijk die de Nederlanders Erwin Koeman, Graeme Rutjes, Piet den Boer en later ook Johnny Bosman naar Mechelen heeft gehaald. ‘We stelden ons in die tijd in het buitenland wel eens voor als ‘een Hollandse ploeg in België’,’ zegt Jaspers. Misschien wel de meest begenadigde van die Nederlanders is Erwin Koeman.
Jaspers «Koeman heeft twee maanden met zijn vrouw Emmy bij mij gewoond – eigenlijk hebben ze onder mijn dak hun wittebroodsweken beleefd. Mijn vrouw en ik hebben hem iets anders leren eten dan kip met appelmoes. Emmy leerde koken, en Erwin leerde de Belgische keuken appreciëren. Een fantastische vent en een heel lieve man, die ik nog altijd als een zoon beschouw.»

Vanhoof «Onze drie Nederlanders beantwoordden in niets aan het clichébeeld van de te luide Hollanders met een overdosis zelfvertrouwen. Iemand als Koeman was een eenvoudige, joviale gast die hield van plezier maken.

»Die jongens lieten zich ook zien in Mechelen, zochten zelf het contact met de supporters, amuseerden zich. Je kan echt niet zeggen dat er een Nederlandse enclave was. En: ze brachten die grote Nederlandse voetbalcultuur mee.»

Jaspers «Ik zie het nog zo voor me: we waren op stage in Marbella, we kwamen van het oefenveld en op de zevende verdieping van het hotel stond Koeman op het balkon, in zijn onderbroek, met de muziek van
André Hazes op maximumvolume. Het duurde niet lang voor we allemaal gek waren op Hazes.»

De gok van De Mos is de juiste: in Wit-Rusland schaatst Malinwa zich naar 1-1, en dus naar de halve finale.
Kleedkameren
De maidentrip van KV Mechelen in Europa begint verdacht veel op een sprookje te lijken. In de halve finale wint het op 6 april met 2-1 van Atalanta Bergamo. Geen slechte uitgangspositie, maar toch broeit er in Mechelen wat onrust: in de terugwedstrijd wachten 37.000 Italiaanse tifosi. ‘Een énige match in dat echte voetballand, met die echte fancultuur,’ zegt Vanhoof. ‘En dan al die bizarre gebeurtenissen in de rand van de match...’
Jaspers «Het begon op de dag voor de wedstrijd: we namen met vijf de lift, en die blokkeerde. We zaten een tijdje vast in het pikkedonker. De Mos was razend: dat was een streek van de maffia! En toen we vervolgens het stadion mochten bezichtigen, nam hij meteen wraak. Hij zag de voetbalschoenen van Glenn Strömberg staan, de absolute ster van Bergamo, en jatte die. Op de dag van de match moest Strömberg dus in allerijl op zoek naar nieuw schoeisel. Ik zie De Mos nog lachen: ‘Dat is het antwoord van onze maffia!’ (lacht)»
De eerste helft verloopt catastrofaal. Malinwa puft onder de druk, komt 1-0 achter en is virtueel uitgeschakeld. Bovendien fluit de Russische scheidsrechter Boetenko ostentatief in het voordeel van Atalanta. Maar daar is Ger Lagendijk, de lepe Nederlandse makelaar.
Jaspers «Er was Lagendijk een dag eerder al iets opgevallen: Boetenko werd de hele tijd vergezeld door een ravissante schone. Een Italiaanse tolk, ter beschikking gesteld door Atalanta, die het wel heel goed scheen te vinden met de scheidsrechter.»
Terwijl Koeman tijdens de rust een indrukwekkend rondje peptalk voor zijn ploegmaats verzorgt, sommeert Lagendijk een UEFA-waarnemer om samen de kleedkamer van Boetenko binnen te gaan. De Russische scheids wordt er aangetroffen met... zijn Italiaanse beauté. Ook tijdens de rust moet er weleens wat getolkt worden, dat begrijpt u.
Jaspers «Lagendijk heeft altijd beweerd dat ze op zijn schoot zat, maar dat heb ik nooit geloofd. Maar ze was in de kleedkamer, dat staat vast. En dat hoorde hoe dan ook niet. Of ze nu effectief een tolk was, is me nooit duidelijk geworden. Wel dat ze die scheidsrechter daar in compromitterende omstandigheden aangetroffen hebben.»
De tweede helft begint, en – o, verrassing! – Boetenko fluit plots alles in het voordeel van Mechelen.
Jaspers «Ik had met de kinesist net een speler verzorgd, en we stonden nog achter het doel toen Emmers in de carré een Italiaan neerlegde. Strafschop, heel zeker, maar Boetenko legde de bal een meter buiten de zestien (grijnst)
Met wat hulp van de scheids alleen win je nog geen halve finale. Malinwa ploft zich het delirium in als eerst Graeme Rutjes en daarna Marc Emmers voor de ommekeer zorgen: 1-2, en het nietige KV Mechelen naar de finale. Vooral de goal van Rutjes is opmerkelijk: de centrale verdediger is onmisbaar voor De Mos, maar blinkt niet uit in technisch vernuft. Maar één keer in zijn carrière neemt hij een bal in één tijd op de slof, om ‘m virtuoos in de winkelhaak te knallen: hier, in Bergamo.
Vanhoof «Een onwaarschijnlijke goal. Later, op training, heeft hij het nog honderd keer geprobeerd: nooit is het hem gelukt.

»Rutjes was zowel op als naast het veld een heel verstandige gast, iemand die zichzelf perfect kon inschatten. Bal afpakken of krijgen, en inspelen: dat was zijn voetbal. Geen fantasietjes. Hij had een zekere flair over zich, hij stond er, hij was iemand. En dat was exact hetzelfde naast het veld. Goeie gast, Rutjes.»

Jaspers «In Graeme zat niets kwaads. Je kon onmogelijk níét bevriend zijn met hem.»

Conclusie na een bewogen tripje Italië? Malinwa naar Straatsburg!

Jaspers «En raad eens wanneer De Mos dat al wist? Nog vóór de eerste ronde tegen Boekarest! Toen al vond hij dat we voor niets minder dan de finale moesten gaan.»
Van Dal «Na de kwartfinale tegen Minsk begon hij dat ook luidop te zeggen: ‘We halen die finale.’ Waarop zowat iedereen dacht dat hij krankzinnig was geworden. En na Bergamo, toen hij dus gelijk had gekregen, kwam hij naar mij: ‘Zie je wel!’ En hij voegde eraan toe dat we Ajax zouden pakken. ‘Want dit heeft niets met toeval te maken. Wij zijn een topploeg, Myriam.’»
Seringen in Straatsburg
Het is 10 mei 1988. Morgen valt de Mechelse economie stil en stapelen de doktersbriefjes in de scholen zich op: twaalfduizend supporters reizen dan af naar het Stade de la Meinau in Straatsburg. Ploeg, staf en entourage zijn al ter plaatse. In een mooi en gemoedelijk hotel in het nabijgelegen Ottrott zetten de sportieve en de medische staf zich achter feestelijk gebakken lever in honingsaus – ver weg is het blik cornedbeef van in Boekarest.
Vanhoof «We zagen die match niet als een kardinaal moment waarop alles beslist zou worden. Het bleef de amusante schoolreis die het maanden eerder tegen Boekarest was. Ook op de dag zelf was ik niet zenuwachtig. Het was mooi, het was belangrijk, maar het was niet stresserend. Het was: genieten.»
Jaspers «Ik herinner het mij anders: ik voelde toch een bijzondere spanning. En die motards, hè: dat gaf het toch een bijzonder cachet.»
Vanhoof «Ja, die politie-escorte naar het stadion, waarbij iedereen aan de kant moest: dat was behoorlijk sensationeel. Alsof wij wereldvedetten waren. Toen begon het besef te dagen dat we misschien wel met iets bijzonders bezig waren. Maar ook dat bracht geen extra druk: we genoten vooral van al dat surrealisme. Ik heb geen trillende benen gezien. Gasten als De Wilde en Clijsters bleven in voor een zwanske. En Ohana, die was al helemaal niet van z’n à propos te brengen.
»Die weigering om zich te laten opjagen typeerde die groep. Wij hadden een systeem van spelen, en met dat systeem gingen wij sjotten: meer was het niet. Als je ziet welke theorieën er nu in het moderne voetbal aan te pas komen... Zoveel drukte maakten wij er niet rond. We speelden ons spel, we deden dat zo goed mogelijk, en we zagen wel waar we uitkwamen. Ik moet zeggen dat De Mos wél zenuwachtig was. Hij was natuurlijk uit op revanche: vóór hij bij Malinwa begon, was hij bij Ajax buitengewerkt.»
Jaspers «Toch vond ik hem heel rustig in de kleedkamer. Zijn huiswerk was al lang klaar, de spelers hadden glasheldere richtlijnen meegekregen, en vooral: hij kon zijn ploeg vertrouwen. Er moest niets meer gedaan worden.»
Het is Jaspers, de dokter, die in Straatsburg als ploegafgevaardigde het wedstrijdblad invult.
Jaspers «Zeven jaar ben ik ook de délégué geweest, zonder dat ik aangesloten was bij KV. Niemand had zin in die taak, en dus deed ik het maar – en met veel plezier. Schrijf maar op: Malinwa heeft de Europacup gewonnen met een illegale délégué (lacht)
Scheidsrechter Dieter Pauly fluit een finale op gang die niet de geschiedenis zal ingaan als de meest academische ooit, maar die wel drie bepalende momenten kent. Moment één, na een kwartier: Danny Blind tackelt Marc Emmers vuil onderuit en krijgt rood – het grootste deel van de wedstrijd speelt KV dus met een man meer. Moment twee, zeven minuten na de rust: Ohana met een sublieme actie en dito voorzet op links, Den Boer die binnenkopt aan de eerste paal: 1-0.
Vanhoof «Dat was een ingestudeerd nummer. Voor ons vertrek naar Straatsburg hadden we die fase op het oefenveld in Mechelen minstens zestig keer geoefend. Ik speelde Ohana, Piet moest naar de eerste paal komen en binnenkoppen. Hij beloofde me dat, als hij zo’n goal zou maken tegen Ajax, hij recht naar mij zou lopen. Dat deed hij ook, maar hij is er niet geraakt: onderweg werd hij onderschept door iemand anders.»
Jaspers «Hij liep recht in mijn armen. Terecht, hè (schaterlacht)
Malinwa verdedigt de voorsprong met een groot hart, maar komt in de slotfase flink onder druk te staan. En dan is daar moment drie, in de tachtigste minuut: Johnny Bosman trapt prachtig op doel. Op dat moment heeft de Nederlander al getekend bij Mechelen, maar dat weet nie- mand – en het blijkt evenmin uit zijn spel. Onhoudbaar, dat schot, tenzij door een wereldkeeper. En laat bij Malinwa nu net ene Michel Preud’homme in het doel staan: met een miraculeuze save tikt hij de bal over de lat.
Van Dal «Als ik zo bijgelovig was als Michel, zou ik zeggen dat het zijn keeperstrui was die geluk heeft gebracht. Een tijdje voor de finale had hij zich afgevraagd welke hij zou dragen in Straatsburg. Ik stelde hem voor om een nieuwe te laten maken, in het paars van jozzemeene – da’s Mechels dialect voor seringen. Er groeiden seringen over de muur van het oefenveld. Als die in bloei stonden, knipte ik ze af en hing ik ze in het spelershome.
»Michel vond het een goed idee en ik heb toen twee truien laten maken. Op de avond vóór de finale ben ik samen met de vrou- wen van De Mos en Vanhoof naar het spelershotel gegaan en heb ik Michel z’n truien overhandigd. Hij koos de lichtpaarse.»
De man in de lichtpaarse seringentrui is hét symbool van dat ploegje van geluk en glorie.
Vanhoof «Preud’homme was een freak. Als hij naar een match toeleefde, zag hij níéts meer. Het leek soms op overdrijven, maar hij had die absolute toewijding nodig om te presteren. Terwijl gasten als De Wilde en Clijsters hun scherpte op het veld net vonden door ernaast heel ontspannen en lollig te zijn. En iemand als Rutjes was op en naast het veld dezelfde: altijd die rustige, intelligente gast. Maar bij Preud'homme - en ook bij Koeman, trouwens - was het anders. Als Preud’homme terugkwam van de opwarming, zag hij zo wit als een lijk. Voor élke match.»
Van Dal «Vóór een match was hij altijd ziek. Dan kwam hij binnen in het spelershome, en kreeg ik een knipoog van De Mos: ‘Hij heeft het weer.’ En de schaarse keren dat hij niet ziek was, verloren we.
»Ik denk dat hij veel geleerd heeft van De Mos. Die twee hadden een heel bijzondere relatie – nu nog, denk ik. Preud’homme was het absolute verlengstuk van De Mos op het veld. Het ging eigenlijk nog verder: ik durf te zeggen dat Preud’homme en De Mos vrienden waren.»
Vanhoof «Preud’homme dwong dat ook af, hè. Wereldkeeper, slim, tweetalig. En als speler al kon je met hem intelligente gesprekken voeren over tactiek. Ik geloof dat hij toen al met zijn carrière als trainer bezig was.
»Preud’homme was het symbool van de club. Kwamen we in het buitenland, dan waren er drie spelers die iedereen kende: Preud’homme, Ohana en Koeman. Ik herinner me een toernooi in Pisa, en de gasten gingen naar het strand. Na een handvol minuten was Preud’homme omsingeld door een gigantische massa. Hij was een idool, een ster. En dat is dan weer zo’n moment waarop je denkt: ‘Verdorie, wij zijn een onooglijk clubje uit een onooglijk stadje, maar wat hebben we toch gepresteerd!’»
Nog even terug naar Straatsburg. ‘Pauly zegt dat het Mechelen is,’ vertelt Rik De Saedeleer aan de Vlaamse huiskamers: de scheidsrechter fluit af, en de werkelijkheid is even absurd als onloochenbaar: KV Mechelen heeft de Europabeker gewonnen. Clijsters tilt de Cup de lucht in, De Mos en voorzitter Cordier worden op de schouders gehesen. Geel-rood geluk. En ondertussen dwaalt door de catacomben een clubarts met snode plannen.

Jaspers «Na de dopingcontrole zag ik de drie wedstrijdballen liggen in de kleedkamer van de scheidsrechter, die verder leeg was. Ik heb ze meegepakt, of wat dacht je? De lelijkste, waarmee dus effectief gespeeld was, heb ik gehouden, de andere heb ik aan Graeme Rutjes en
Koen Sanders gegeven.»

Van Dal «Na de wedstrijd werd een bal die gesigneerd was door alle spelers overhandigd aan de FIFA-waarnemer. Dat maakte deel uit van het protocol. Ik zie hem nog zo voor mij: een kleine, kale, lieve vent. Na de match stond ik in de gang van de kleedkamer, en ik zag die FIFA-waarnemer met het ding onder zijn arm: apetrots dat hij die bal met alle handtekeningen had. De man heeft nooit geweten dat ik die allemaal had gezet. Het gebeurde immers weleens dat ik een bal of poster signeerde - ik kende de handtekening van elke speler
(lacht)

‘s Avonds laat vliegen ploeg, staf, bestuur en entourage terug naar België. Mogelijk wijkt de piloot af en toe een béétje van zijn lijn af, want...
Van Dal «...net voor het opstijgen zag ik De Mos uit de cockpit komen, met de kepie van de piloot op. Hij was ‘m champagne gaan geven (lacht)
Spelen met een adempje
Wat volgt, is een dagen- en nachtenlange parade van dansende spelers en geluk zwetende supporters – allen hebben ze een promillage in het bloed dat toxicologen doet fronsen. Zelfs kardinaal Danneels zet een geel-rode klak op.
Vanhoof «Die feestnacht en de dagen daarop zijn één grote waas voor mij: ik ben de chronologie helemaal kwijt. ‘t Was een feestsliert. Er gebeurde zovéél.»

Tijdens de hele campagne al is Malinwa een feestploeg geweest. Want na elke succes wordt er flink doorgezakt. Het epicentrum van het feestgedruis is steevast de Martinique, een kleine maar erg populaire discotheek in het centrum van Mechelen - nergens loopt de nacht mooier over in de ochtend.

Jaspers «Een heel vrolijke plek was dat. Waar de spelers toen erg bedreven in waren: champagne voor hun gezelschap bestellen, en die op de rekening van de medische staf zetten. Maar dat vond ik eigenlijk niet erg: ik verdiende goed, en ik maakte ook gewoon de tijd van m'n leven mee.»

Vanhoof «Maar tot hoe laat de spelers ook in de Martinique gehangen hadden, ze stonden stipt op tijd op de training. En niet voor een halfbakken bosloopje, hè: om de boel uit te zweten. De Martinique was hun tweede thuis in het weekend, maar half en half trainen deden ze nooit. Die gasten konden afzien. En wie toch probeerde te lummelen, werd door iemand anders omhoog gestampt: de groep corrigeerde zichzelf. De Mos stimuleerde dat uitgaan ook. Dat bracht sfeer in de groep, én het was de perfecte vorm van decompressie.»

Er zit nog een aardig epiloogje aan het verhaal van de kleine club die Europa verovert. Want drie dagen na Straatsburg moet Malinwa weer de wei in, en wel tegen Anderlecht, de Brusselse club die mauve van jaloezie moet toekijken hoe Mechelen even de scepter overneemt. De spelers van KV hebben niet meer getraind en hebben vermoedelijk allemaal een adempje: de belangrijkste activiteit de afgelopen dagen is drinken geweest.
Vanhoof «Ik denk niet dat dat een mythe is, nee: de gasten speelden toen op een combinatie van alcohol en euforie. Alles was er die dag: het zelfvertrouwen, het gelukzalige gevoel, de goesting om die Europacup nog wat extra glans te geven tegen de binnenlandse rivaal. Zelfs het weer zat mee: ‘t was een mooie, warme dag. In de dug-out waren we meer aan het zingen en het vieren dan aan het coachen, de supporters hielden niet op met feesten, en ondertussen speelde die bende op het veld Anderlecht ongenadig naar huis: het werd 3-0.»
Van Dal «Adri van Tiggelen sméékte Jean Gernay, de scheidsrechter, om af te fluiten, ‘want wij gaan af als een gieter’. Waarop Gernay doodleuk zei dat hij nog even liet doorspelen, want dat hij aan het genieten was van de Mexican wave die door het stadion rolde (lacht).»
Vanhoof «Het was de match waarin heel KV Mechelen definitief besefte: ‘Wij zijn iemand, wij hebben iets gepresteerd, en het was verdorie geen toeval.’»
Na Straatsburg draaft KV Mechelen nog enkele jaren van prijs naar succes. Daarna gaat het bergafwaarts, tot in 2002 desastreus wanbeheer tot het faillissement leidt. De supporters redden de club, die maakt een doorstart in derde klasse, keert terug in eerste, en is daar nu al zeven jaar een vaste waarde - een klein wonder dat Fi Vanhoof consequent 'de derde glorieperiode van de club' noemt. Maar het grootste, het mooiste, dat blijft Straatsburg.
Vanhoof «We begonnen, het groeide en het bleef groeien. KV Mechelen heeft iets gepresteerd wat niemand ons ooit heeft nagedaan – niet in België, maar ook niet in de rest van Europa. We waren een ploeg die uit tweede klasse kwam, en in vijf jaar tijd alles won wat er te winnen viel. En dan spreek ik niet alleen over de beker, het kampioenschap, de Europabeker en de Europese Supercup, maar ook over de grote tornooien. Dat van Barcelona, dat van Amsterdam - overal waar we gingen, wonnen we, en dat was eigenlijk heel normaal. Terwijl het natuurlijk niet normaal was. Dat is het probleem op zo'n moment: je zit in die tunnel, je dendert maar verder, en je vergeet ervan te genieten. Nu pas zie ik hoe ontroerend mooi het was, en hoe bijzonder. Het komt nooit meer terug, maar ik ben héél blij dat ik erbij was.»
Van Dal «Het was toch verdomme schoon.»

undefined

null Beeld
null Beeld
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234