Beeld Meulendijks Nanne

Verkiezingen

Hoe manipuleer je verkiezingen? Het gebeurt vaker dan je denkt

Nu de verkiezingen in de VS naderen, groeit de vrees weer voor manipulatie door Rusland en China. Maar Amerika onderneemt dit soort beïnvloedingsoperaties zelf ook al decennia. ‘Het was heel, heel opwindend’, aldus een ex-CIA’er over de heimelijke inmenging in Italiaanse verkiezingen.

Hoe effectief geheim agenten soms een parlementaire stemming in een ander land naar hun hand kunnen zetten, wordt treffend geïllustreerd door zo’n operatie tijdens de Koude Oorlog in West-Duitsland. Dankzij spitwerk van onderzoekers en journalisten, en archieven in het vroegere Oostblok die opengingen, weten we inmiddels wat zich destijds achter de schermen afspeelde.

Het gebeurde in het voorjaar van 1972, toen in West-Duitsland de sociaal-democraat Willy Brandt bondskanselier was. Brandt zocht met zijn zogenoemde Ost­politik toenadering tot de Sovjet-Unie en haar satellietstaten en was mede daarom een held van velen in het Westen. Hij had er een half jaar eerder ook de Nobelprijs voor de Vrede voor gekregen. Maar in eigen land morden de christen-democraten, en hun ­leider Rainer Barzel drong aan op een ­vertrouwensstemming in de Bondsdag.

Tegelijk zat de Sovjet-Unie economisch aan de grond en wilde daarom graag voortzetting van de ontspanning. Om te voorkomen dat Brandts regering zou vallen, benaderde de Sovjet-inlichtingendienst KGB een vertrouweling van Brandt met de vraag of die parlementariërs wilde omkopen. De KGB zou daarvoor dan een koffer vol geld ­leveren. Maar de adviseur van Brandt wees dat aanbod af. Daarna speelde de KGB het spel via zijn Oost-Duitse zusterdienst Stasi, die over een wijdvertakt netwerk van spionnen beschikte in West-Duitsland.

De Stasi had eerder al, via een West-Duitse journalist die ook een Stasi-agent was, twee Bondsdagleden gecorrumpeerd. Deze twee christen-democratische parlementariërs, Julius Steiner en Leo Wagner, waren allebei zwaar drinkende, rokkenjagende mannen, die op te grote voet leefden en daardoor kwetsbaar waren voor recrutering door de Stasi. Via de journalist betaalde de Stasi de twee politici elk 50.000 Duitse mark om zich te onthouden van stemming.

Feest

Op de dag van de spannende vertrouwensstemming, 29 april 1972, bleken de twee onthoudingen in de Bondsdag inderdaad het verschil te maken. De conservatieve motie van wantrouwen kreeg slechts 247 stemmen, twee minder dan de 249 die nodig ­waren om Brandt weg te stemmen.

Brandts partijgenoten vielen hem in de Bondsdag in de armen en aan de andere kant van het IJzeren Gordijn vierde de Stasi feest. Stasi-agent Horst Kopp, die de operatie had geleid, kreeg er een medaille voor. 

Brandts ster rees daarna verder. Hij zette zijn Ostpolitik voort, gaf daarmee economisch lucht aan de apparatsjiks in het Kremlin, en boekte in november een klinkende verkiezingszege. Al gaf hij later wel toe dat ook hij vermoedens had dat de historische stemming, die zijn regering overeind hield, geen zuivere koffie was geweest. ‘De hele affaire liet een onplezierige nasmaak achter’, schreef hij in zijn memoires.

Zo effectief als deze Stasi-actie zijn dit soort manipulatie-operaties lang niet altijd. Soms blijf het bij een poging. En vaak is het effect lastig vast te stellen. Zo had Donald Trump de Amerikaanse verkiezingen in 2016 misschien ook wel zonder Russische machinaties gewonnen. 

Maar feit is wel dat grote mogendheden hun geheime diensten zo nu en dan inzetten om verkiezingen elders te beïnvloeden. Landen als Australië en Taiwan maken zich bijvoorbeeld in toenemende mate zorgen over Chinese inmenging in hun verkiezingen. Iraanse veiligheidsdiensten bemoeien zich met geld, intimidatie en bomaan­slagen met stembusgangen in buurland Irak. En Russische spionnen probeerden de afgelopen jaren niet alleen verkiezingen te beïnvloeden in de VS, maar ook in onder meer Oekraïne, Montenegro, Estland, Letland en Frankrijk. Eerder deze maand meldde ­Facebook nog dat het een vroegtijdig einde had gemaakt aan een nieuwe poging van ­Internet Research Agency, een schimmig bedrijf gelieerd aan het Kremlin, om zich te mengen in de komende Amerikaanse ­verkiezingsstrijd.

Toenmalig Amerikaans president Barack Obama gaf begin 2017, vlak voor zijn vertrek, in een interview met tv-zender ABC News ook toe dat hij de Russische inmenging in 2016 te weinig onder ogen had gezien. ‘Ik heb onderschat in welke mate desinformatie, cyberhacking en dergelijke in dit informatietijdperk een effect kunnen hebben op onze open samenlevingen’, zei hij.

CIA-operaties

Gezien de geschiedenis had Obama eigenlijk beter moeten weten. Want de Amerikaanse inlichtingendienst CIA kon er sinds zijn oprichting in 1947 ook wat van. Meteen al de allereerste geheime operatie van de CIA, waarvoor de regering van president Harry Truman opdracht gaf, betrof de stiekeme manipulatie van Italiaanse verkiezingen in 1948, zo kon later worden gereconstrueerd op basis van ­archiefonderzoek en getuigenissen.

Grote mogendheden zetten hun geheime diensten geregeld in om verkiezingen elders te beïnvloeden, en met cyberhacking wordt dat steeds gemakkelijker en goedkoper.Beeld BBC

Italië verkeerde in die tijd in diepe armoede, de bevolking was sterk gepolariseerd en de communistische partij maakte serieuze kans aan de macht te komen. President Truman steunde openlijk de Italiaanse christen-democraten en dreigde de zogenoemde Marshall-hulp en voedselsteun stop te zetten als het linkse blok zou winnen. Tegelijk werd stiekem de CIA ingezet. De spionnen gaven de christen-democraten grote bedragen aan contanten voor hun campagne, ­orkestreerden een zogenaamd ‘spontane’ brievenschrijfactie van Italiaanse Amerikanen, die opriepen niet op de communisten te stemmen. En ze verspreidden angstaan­jagende propaganda over Sovjet-tanks die zouden binnenrollen als de communisten aan de macht kwamen, kinderen zouden worden afgepakt van hun ouders.

De christen-democraten boekten een grote zege en de betrokken CIA’ers waren ervan overtuigd dat ze een belangrijke rol hadden gespeeld. ‘Het was heel, heel opwindend’, vertelde de inmiddels gepensioneerde CIA’er Mark Wyatt jaren later aan tv-zender CNN. ‘Wij waren euforisch. We hadden deze keer gewonnen en we zouden nog vaker gaan winnen.’

De succesvolle operatie in Italië werd daarna een model voor de CIA, met tijdens de Koude Oorlog vaak KGB-agenten als tegenspelers. Van Japan tot El Salvador en van Guyana tot Chili beconcurreerden CIA’ers en KGB’ers elkaar bij verkiezingen. Politici en journalisten werden gecorrumpeerd, er werd propaganda verspreid, ook om ongewenste kandidaten zwart te maken, en zo nodig werd soms de uitslag vervalst. Met bij tijd en wijle desastreuze gevolgen voor de democratie.

Allende

Zoals in Chili. Met een grote, miljoenen dollars kostende beïnvloedingsoperatie droeg de CIA er daar aan bij dat de christen-democraat Eduardo Frei aan de macht kwam, ten koste van de linkse Salvador Allende. Maar in 1970 won Allende, tot grote schrik van Washington, alsnog. Daarna mocht de CIA los.

De dienst kreeg van de toenmalige Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur, Henry Kissinger, toestemming om bij congresverkiezingen in Chili stemmen te gaan ‘kopen’, of zelfs een vervalsing van de stembusgang te organiseren. Hiervan zag het CIA na enige tijd af, omdat het risico te groot was dat het zou uitlekken. Vervolgens probeerde de dienst een militaire staatsgreep op touw te zetten, wat mislukte. In 1973 pleegden Chileense legerofficieren alsnog een coup, die generaal Augusto Pinochet aan de macht bracht. Hoewel schimmig bleef of die machtsgreep was georkestreerd door de CIA, was wel duidelijk dat hij werd verwelkomd door Washington.

‘Ons doel was niet het behoud van het vrije democratische proces in Chili’, getuigde Morton Halperin, een adviseur van Kissinger, later voor een senaatscommissie ­nadat de CIA-intriges waren uitgekomen. ‘Ons doel was te voorkomen dat Allende aan de macht kwam.’

Dit oude schimmenspel krijgt de laatste jaren een nieuwe impuls door de groeiende geopolitieke rivaliteit, waarbij machten als China, Rusland en de Verenigde Staten met elkaar wedijveren om invloedssferen. Bovendien is het door de opkomst van het internet veel makkelijker en goedkoper geworden om je stiekem in andermans verkiezingen te mengen. Ook de KGB probeerde tijdens de Koude Oorlog invloed uit te oefenen op verkiezingen in de VS, maar de dienst kreeg nauwelijks voet aan de grond. Dankzij het internet is Rusland nu veel succesvoller.

Vroeger moest je als veiligheidsdienst vaak met spionnen of handlangers in een land aanwezig zijn om verkiezingen te beïnvloeden. Maar dat is niet meer nodig. Hackers van de Russische militaire inlichtingendienst GROe verschaften zichzelf in 2016 relatief eenvoudig toegang tot mailaccounts van Amerikaanse politici en campagne­medewerkers en speelden die mails vervolgens door aan WikiLeaks.

En Internet Research Agency, de firma gelieerd aan het Kremlin, kon zich via ­sociale media ook betrekkelijk makkelijk mengen in de verkiezingsstrijd.

Digitaal succes

Met ogenschijnlijk Amerikaanse Facebook-accounts als ‘Being Patriotic’, ‘Stop All Invaders’ en ‘Heart of Texas’ bereikte Ira meer dan 100 miljoen Amerikanen. ‘Met gebruik van digitale middelen slaagde Poetin waar zijn Sovjet-voorgangers faalden’, constateert de Amerikaanse onderzoeker David Shimer, verbonden aan Yale en Oxford, in zijn recente boek ‘Rigged’, dat gaat over ­verkiezingsbeïnvloeding.

Om deze nieuwe dreiging het hoofd te bieden, versterken democratieën de laatste jaren hun digitale beveiliging, om te voorkomen dat bijvoorbeeld kiezersregisters worden gemanipuleerd of tellingen of uitslagen worden vervalst. Maar het voorkomen van kiezersbeïnvloeding is lastiger. Want autocraten in landen als China en Rusland kunnen hun internet streng in de gaten houden en censureren. In open democratieën kan dat niet.

Westerse landen zetten daarom vooral in op het weerbaarder maken van hun bevolking, bijvoorbeeld door kinderen op school te leren desinformatie te herkennen, en door beïnvloedingspogingen publiekelijk aan de kaak te stellen. De Amerikaanse onderzoeker Shimer pleit er in zijn boek daarnaast voor dat de VS een alliantie van democratieën gaan opzetten, die zich verzet tegen inmenging. Als autocraten het dan toch nog wagen, zouden ze zwaar bestraft moeten worden. Shimer stelt bovendien dat de Amerikanen zichzelf moeten verplichten om nooit meer buitenlandse verkiezingen te manipuleren.

Maar of de beleidsmakers in Washington zo ver willen gaan, valt nog te bezien. Amerikaanse veiligheidsdiensten zullen naar verwachting geen afstand willen doen van de optie van verkiezingsbeïnvloeding, omdat het in hun ogen een effectief en goedkoop middel is, waarbij geen militairen sneuvelen.

Voor de geloofwaardigheid van een eventuele alliantie van democratieën, geleid door de VS, belooft dat op voorhand weinig goeds. Want wat volgens de één een hoog­gestemde pro-democratische interventie is, bijvoorbeeld door een oppositiegroep te steunen tegen een dictator, kan door een rivaal worden weggezet als ordinaire machtspolitiek.

Milosevic

Zo steunde toenmalig Amerikaans president Bill Clinton in de aanloop naar verkiezingen in 2000 in Servië openlijk de pro-Westerse oppositie tegen president en oorlogsmisdadiger Slobodan Milosevic. Tegelijk gaf hij de CIA opdracht om de tegenstanders van Milosevic ondergronds te helpen. Amerikaanse geheim agenten sluisden daarop onder meer miljoenen dollars aan contanten naar oppositieleiders.

Na een omstreden stembusuitslag en massale straatprotesten zag Milosevic zich inderdaad gedwongen om af te treden. De CIA’ers, die ervan overtuigd waren dat ze een aanzienlijke rol hadden gespeeld in de omwenteling, waren opgetogen en ook Clinton was tevreden. Maar in Rusland, dat Servië van oudsher rekent tot zijn invloedssfeer, werd tandenknarsend gereageerd. De Russische inlichtingendiensten hadden zich laten overdonderen door de CIA-operatie en president Poetin, die nog maar net was aangetreden, zag er een aanwijzing in dat Washington erop uit was de macht van Moskou terug te dringen

Ook in de zogenoemde ‘Kleurenrevoluties’, een golf aan volksprotesten die in de jaren daarna volgden in enkele voormalige Sovjet-republieken, bespeurde Poetin Amerikaans gekonkel. De oud-KGB’er raakte ervan overtuigd dat de VS ook hem ten val willen brengen. Om in het zadel te blijven en van zijn land weer een gerespecteerde mogendheid te maken, zo concludeerde hij, moest hij het Westen proberen te verzwakken.

De opmars van het internet bood hiervoor een uitgelezen kans. Vladislav Soerkov, een invloedrijk adviseur van Poetin, schepte vorig jaar in een stuk in de krant Nezavisimaya Gazeta zelfs publiekelijk op over de ­cyberoperaties waarmee de Russen – naar oud KGB-recept – verdeeldheid zaaien. Soerkov: ‘Rusland speelt met de geest van het Westen.’

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234