null Beeld

Hoe Sonja na haar verkrachting de draad opnam: 'Losse haren: leven na verkrachting'

In 2003 werd de Nederlandse Sonja Graansma, toen 20, verkracht door een onbekende man. Dertien jaar later heeft ze haar verhaal neergepend in het boek ‘Losse haren’.

Hanne Van Tendeloo

'Toen ik daar lag, raasde het door mijn hoofd: wat zijn mijn kansen? Het was laat, er was niemand op straat, en hij had dat mes'

‘Ik heb getwijfeld over die details,’ zegt Sonja Graansma. ‘Het ís heel intiem, en mijn ouders en broertje zouden het ook lezen.’

Sonja Graansma «Maar uiteindelijk doe ik dit voor andere slachtoffers. Misschien halen zij er steun uit: ‘Hé, bij mij is het ook zo gegaan.’

»Dat ervoer ik zelf toen ik het boek van de Amerikaanse Nancy Venable Raine las. Ik herkende de manier waarop ze uit haar lichaam trad tijdens de verkrachting: terwijl hij daar op me lag en zijn ding deed, had ik ook het gevoel dat ik zweefde en mezelf in het gras zag liggen. Later legde een psycholoog me uit dat dat een normaal verdedigingsmechanisme van je lichaam is, om het allemaal niet bewust te hoeven meemaken.»

HUMO Het gebeurde toen je ’s nachts naar huis fietste. Hij sprong opeens voor je fiets, haalde een mes tevoorschijn en dwong je mee te lopen.

Graansma «Ik voelde dat het niet de eerste keer was dat hij zoiets deed. Hij was niet nerveus en kwam heel berekenend over. Ik zei nog dat ik ongesteld was, maar dat maakte hem niks uit.

»In het boek van Raine las ik hoeveel woede er in haar dader zat, maar bij mij was dat niet zo: hij was niet agressief, sleurde me niet ruw mee. Hij stelde me vragen – waar ik op school zat en of ik rookte. Het leek wel een soort rollenspel. Hij zei zelfs: ‘Doe maar alsof je mijn vriendinnetje bent.’ Hij zoende me en sloeg z’n arm om me heen.»

HUMO Alsof hij je wilde geruststellen?

Graansma «Precies. Later, bij het eerste politieverhoor, verklaarde hij dat hij dacht dat ik het wel leuk vond. Vreselijk! Dat raakte me echt, omdat het leek alsof ik zelf ook schuld trof: ‘Had ik dan moeten vechten? Ik had toch duidelijk gezegd dat ik niet wilde, dat ik een vriend had, dat ik naar huis wilde?’

»Net als iedereen dacht ik vroeger: ‘Als zoiets me ooit overkomt, dan ga ik vechten of schreeuwen.’ Maar toen ik daar lag, raasde het door mijn hoofd: wat zijn mijn kansen? Het was laat, er was niemand op straat, het was afgelegen en hij had dat mes. ‘Als ik hem laat doen,’ dacht ik, ‘heb ik misschien nog een kans.’ Ik werkte zo goed mogelijk mee. Alles om ervoor te zorgen dat hij geen gekke dingen zou doen. Want er ging wel een dreiging van hem uit: ‘Als je niet doet wat ik zeg, ga ik dit mes gebruiken.’ Ik dacht aan de zaak van Marianne Vaatstra, die een paar jaar voordien verkracht en vermoord was teruggevonden. Mijn dader droeg geen masker, alleen een zwart petje. Ik zou hem later kunnen beschrijven bij de politie. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat hij me levend zou laten gaan.»

HUMO Hij was pas tevreden nadat hij was klaargekomen in je mond. Dat gaf jou het gevoel dat je had meegewerkt aan je eigen verkrachting.

Graansma «Alsof ik mijn best had gedaan om hem een hoogtepunt te helpen bereiken. Terwijl ik dat natuurlijk helemáál niet wilde.

»Maar kennelijk was dat wat hij nodig had: daarna pakte hij mijn kleren, legde ze bij mij neer, vroeg zelfs ‘Gaat het zo verder?’ en liep weg. ‘Dadelijk bedenkt hij zich,’ dacht ik, ‘en komt hij achter me aan.’ Ik heb mijn kapotte bh opgeraapt, hem op mijn bagagedrager gebonden – heel gek dat ik daaraan dacht – en ben als een idioot beginnen te fietsen.»

undefined

'Zijn echtgenote en ik zijn allebei slachtoffer van dezelfde dader: zij was de vrouw naast wie hij in bed kroop als hij terugkwam van een verkrachting'

HUMO 9 op de 10 slachtoffers van verkrachting doet geen aangifte. Jij deed dat wel: je schreeuwde het uit tegen je ouders, die de politie belden.

Graansma «Ik heb geen moment getwijfeld om het te vertellen. Onderweg naar het ziekenhuis ben ik zelfs nog uit de politiewagen gestapt, omdat ik zag dat ze 10 meter te ver het terrein aan het uitkammen waren. Ik heb getoond waar ik zijn sperma had uitgespuwd. Uit dat staal hebben ze zijn DNA gehaald.

»Later, toen ik in het ziekenhuis zat voor het sporenonderzoek, twijfelde ik wél of ik er goed aan had gedaan. Het heeft bijna tot de ochtend geduurd. Al die tijd mocht ik niet douchen, niemand aanraken, niet roken. Het smerigste vond ik dat ik mijn mond niet mocht spoelen of iets mocht drinken. Maar ik besefte: ‘Ik doe dit met een reden. Als ik nu niet volhoud, dan is alles voor niks geweest. Dan vinden ze dat monster nooit.’»

HUMO Je botste ook op de muur van ongeloof waar zoveel slachtoffers tegenaan knallen: je schoonmoeder dacht eerst dat je de verkrachting had verzonnen.

Graansma «Ik heb heel lang schaamte gevoeld om erover te praten, omdat de buitenwereld zo snel oordeelt. ‘Waarom lieten je ouders je zo laat nog alleen fietsen?’ Dat soort onbegrip snap ik niet. Onlangs hoorde ik van een incident op de kinderopvang bij ons in de buurt: één van de jongetjes had grensoverschrijdend gedrag vertoond bij andere kindjes. De eerste reactie van vriendinnen was: ‘Hebben die kindjes dat niet gewoon verzonnen?’ Dat vind ik zo’n vreemde reactie. Mensen vinden het zo verschrikkelijk dat het per definitie niet waar kán of mág zijn. Als iemand tegen mij zegt dat ik daar zo laat niet alleen had moeten fietsen, dan zeggen ze eigenlijk: ‘Mij kan zoiets niet overkomen, want ik zou nooit zo stom zijn.’ Zo beschermen ze zichzelf.»

undefined

'Mijn verkrachter stelde me vragen – het leek wel een rollenspel. Hij zei zelfs: 'Doe maar alsof je mijn vriendinnetje bent''


Geen maagd

In de weken en maanden na de verkrachting krimpt de wereld van Sonja drastisch in elkaar. Op straat of op de fiets durft ze niet meer, zeker niet na zonsondergang.

null Beeld

Graansma «De politie ging er in eerste instantie van uit dat de dader uit de buurt kwam, dus ik was voortdurend op mijn hoede. Ik heb zelfs een onschuldige man laten oppakken in de supermarkt. Ik wist zeker dat hij het was. Achteraf schaamde ik me dood. Mijn ouders hebben hem een bos bloemen gestuurd.

»De angst had me te pakken. Het leek heel plausibel dat hij me alsnog iets wilde aandoen.»

HUMO Was je voordien vaak bang?

Graansma «Nee. Ik ging geregeld uit en fietste daarna wel vaker naar huis. Als kind was ik nogal brutaal en zocht ik vaak de confrontatie op met mijn ouders. Ik kwam heel erg voor mezelf op. Mijn drive naar rechtvaardigheid is gebleven – na mijn verkrachting ging ik ijveren voor een nationale DNA-databank om daders op te sporen – maar ik ben nooit meer dezelfde geworden. Mijn onbevangenheid en naïviteit – het gevoel van ‘mij overkomt nooit iets’ – ben ik voorgoed kwijt.»

HUMO In de weken na de verkrachting was er maar één plek waar je je veilig voelde: je eigen slaapkamer. Je durfde ’s nachts niet eens naar het toilet.

Graansma «Rationeel weet je dat het flauwekul is: als iemand je kwaad wil doen, dan maakt het niet uit of je op je slaapkamer zit of op de wc beneden. Maar het lukte me gewoon niet: ik plaste nog liever elke avond in een handdoek in mijn kamer. De volgende ochtend smokkelde ik die handdoek dan naar de wasmachine. Pas jaren later heb ik het aan mijn ouders toegegeven. Ik schaamde me te erg.

»Twee maanden later kreeg ik een telefoontje van de politie: ze hadden ’m. Hij had gebeld met de telefoon die hij van een ander slachtoffer had gestolen. Toen pas is er voor mij wat rust teruggekeerd.»

HUMO Toen je het toch moeilijk bleef hebben en bij je huisdokter langsging, reageerde die laconiek: ‘Wees blij dat je geen maagd meer was. Dan was het erger geweest.’

Graansma «Daar heb ik later vaak over nagedacht. ‘Misschien wist hij niet hoe hij moest reageren,’ zeiden vrienden. Zeg dan niks! Alles is beter dan zo’n reactie.

»Veel mensen vragen ook of ik nog in staat was om seks te hebben met mijn vriendje. Ik begrijp dat veel slachtoffers daar moeite mee hebben, maar ik had dat niet. Een verkrachting heeft meer met macht dan met seksualiteit te maken. Ik kon het makkelijk scheiden van de liefdesrelatie met mijn vriendje. Hij heeft veel geduld met me gehad. In het begin had ik last van vaginisme: als we gemeenschap hadden, dan verkrampte dat gebied. Vrijen deed pijn, maar het was niet zo dat ik die seks niet wilde. Ik vond het juist frustrerend dat het niet lukte. Ook als ik gewoon over straat liep, spande ik mezelf helemaal op. Uiteindelijk heb ik fysiotherapie gevolgd om me opnieuw te leren ontspannen.

»Nog altijd wil ik liever geen mannelijke gynaecoloog. Ik moet in maart van mijn tweede kindje bevallen. Als er dan geen vrouwelijke dokter aanwezig is, dan is dat maar zo – het belangrijkste is dat mijn zoon of dochter gezond ter wereld komt – maar ik heb toch liever niet dat een man me zo kwetsbaar en naakt ziet. Ik voel me veiliger bij een vrouw.»

undefined

null Beeld

'In de weken na de verkrachting durfde ik 's nachts zelfs niet meer naar de wc beneden. Ik plaste nog liever in een handdoek in mijn kamer'


Grootste taboe

De dader bleek een keurige huisvader te zijn, met een vrouw en twee piepjonge kinderen.

Graansma «Ik was verbijsterd. Ik had totaal niet het idee dat die man een gezin en een goeie baan kon hebben. Dat dat wél kon, maakte het nog veel enger: nu kon ook mijn aardige buurman een misdadiger zijn. Nooit kun je in iemands hoofd kijken. Die argwaan heb ik nog steeds. Ik vraag me vaak af: ‘Wie heb ik nu voor me zitten?’»

HUMO Wie dat nog veel meer aan den lijve ondervond, was de vrouw van de dader. In je boek noem je haar Juliette en deel je sommige van de mails die jullie naar elkaar schreven.

Graansma «Ze is intussen zijn ex-vrouw – direct na de feiten is ze van hem gescheiden. In haar eerste mail schreef ze me: ‘Ik wist niks van die pikzwarte kant van mijn man.’ Ze ging ervan uit dat ze gelukkig getrouwd was. Ook zijn collega’s vonden hem hartstikke sociaal en aardig.

»Een paar jaar eerder was hij wel opgepakt voor schennispleging – je broek laten zakken en masturberen in het openbaar, zeg maar. Hij had tegen zijn vrouw gezegd dat het niet goed met hem ging, dat hij er spijt van had. Hij was in behandeling gegaan, dus zij redeneerde: ‘Je bent getrouwd in goeie en in slechte dagen.’ Tot die avond dat de politie binnenviel, terwijl ze met hun twee zoontjes aan het avondeten zaten.

»Toen ik Juliette die eerste, voorzichtige mail stuurde, wist ik niet hoe ze zou reageren. Als ze me had afgewimpeld, dan had ik dat begrepen – ze had haar leven weer op orde en was hertrouwd. Maar gelukkig wilde ze wel graag contact. Ik had erg veel steun aan haar. Zij begreep als geen ander met wat voor oordelen ik te kampen had – ‘Ben je er nu nog niet over?’ en dat soort onzin. Net zoals ik, worstelde zij ook nog altijd met haar verleden.»

HUMO ‘Wij zitten in hetzelfde schuitje,’ zeg je zelfs.

Graansma «We zijn allebei slachtoffer van dezelfde dader, ook al ziet de buitenwereld dat niet zo. Ik was niet tevreden over de slachtofferhulp die ik kreeg – ze gaven me alleen wat adressen van psychologen – maar zij had er niet eens récht op. Terwijl zij wel de vrouw was naast wie hij in bed kroop, als hij terugkwam van een verkrachting. Hoe moeilijk is dat? Haar verhaal is het grootste taboe.»


Schaam u!

Van de rechter kreeg Sonja’s dader dertig maanden gevangenis en twee jaar TBS of terbeschikkingstelling. Hij moest in behandeling voor zijn persoonlijkheidsstoornis.

HUMO Die straf vond je schandalig laag.

Graansma «Ik geloof niet dat wraak de juiste oplossing is of dat iemand veertig jaar moet zitten, maar ik ben beschadigd voor de rest van mijn leven. Hij heeft ook nog andere verkrachtingen en schennisplegingen toegegeven – wél alleen de zaken waarvoor ze bewijzen hadden; de rest is hij blijven ontkennen. Hoe kan hij er dan zo makkelijk van afkomen? Ze hadden vier jaar tegen hem geëist: dat had ik een billijkere straf gevonden.

»Ondanks alles geloof ik wel dat ieder mens als een ongeschreven blad wordt geboren en dat er aan iedereen ook goeie kanten zitten. Niet iedereen zal het daarover met me eens zijn – jullie hebben in België een heel nare ervaring gehad met Marc Dutroux – maar toch denk ik dat ook hij geworden is wie hij nu is door dingen die in zijn jeugd zijn gebeurd.»

HUMO Heeft jouw dader een slechte jeugd gehad?

Graansma «Veel weet ik er niet over. Alleen dat hij een strenge moeder had. Maar hij is een tijdlang wel een goeie vader en echtgenoot geweest. Dat wil toch zeggen dat hij ook een goeie kant heeft?

»In de rechtszaal verklaarde hij dat hij zich die avond zo ver van huis bevond omdat hij aan die plek warme jeugdherinneringen overhield. Zijn plan was om zich daar van het leven te beroven. Geen idee of het waar is.

»Ik baalde in de rechtszaal wel van alle aandacht die hij kreeg. Constant ging het over verzachtende omstandigheden – over zijn moeilijke jeugd en de post-natale depressie van zijn vrouw. Het draaide meer om hem dan om de slachtoffers. Van alle slachtoffers was ik ook de enige die aanwezig was. Ik begreep wel waarom de andere vrouwen daar liever niet zaten, maar ik had me gesterkt gevoeld als ik daar niet alleen had gezeten.»

HUMO Na de rechtszaak nam de dader via een bemiddelaar contact op: als jij daar iets aan zou hebben, dan wilde hij je wel ontmoeten. Toen was je daar blij om.

Graansma «Ik was onder de indruk van die brief, maar vrij snel daarna weigerde hij opeens de schadevergoeding uit te betalen die de rechtbank had opgelegd. Als je écht spijt hebt, dan doe je zoiets toch niet? Hij heeft me vreselijk zitten tegenwerken.»

HUMO Het juridische getouwtrek om die schadevergoeding was hallucinant.

Graansma «In het begin had ik een sterk gevoel van rechtvaardigheid: ‘Ik wil krijgen waar ik recht op heb.’ Ik had kosten gemaakt – in het ziekenhuis en door niet te kunnen werken – en dat geld wilde ik terug. Maar elk rekeningetje werd door zijn advocate betwist. Op elke slak werd zout gelegd: hij deed moeilijk over de reiskosten naar mijn vriend en naar het ziekenhuis. Alsof ik voor de lol naar het ziekenhuis was gegaan voor hiv- en soa-testen. Of dan schreef zijn advocate: ‘Waarom gaat ze plots met de bus naar haar vriend, terwijl ze dat vroeger met de fiets deed?’ Omdat ik niet meer op de fiets dúrfde, natuurlijk! Dan antwoordde zij weer: ‘Dan kan je vriend toch gewoon naar jou komen?’ Dat je als slachtoffer dat soort waanzinnige discussies moet voeren, maakt het nog zoveel moeilijker. Waar gaat het ook over? Wat buskaartjes!»

undefined

'Ik zou het wel wat waard vinden mocht de dader het hoofdstuk lezen over hoe ik hem heb kunnen vergeven'

HUMO Zijn advocate insinueerde zelfs dat je psychische problemen al van voor de verkrachting dateerden. Zo haalde ze je nog een keer door het slijk.

Graansma «Ik werd opgeroepen voor een deskundigenonderzoek, waarvoor ik samen met hem in één zaaltje had moeten zitten. Die confrontatie is gelukkig niet doorgegaan. ‘U zou zich moeten schamen,’ schreef mijn advocate. Dat was precies hoe ik er ook over dacht.»

HUMO Uiteindelijk kreeg je 21.778,78 euro uitgekeerd. ‘Dat bedrag kan een verkrachting je dus opleveren,’ klinkt het cynisch.

Graansma «Ik had het geld liever niet gehad. Het liefst wilde ik dat het nooit was gebeurd en dat ik mijn leven had teruggekregen. Geen enkel geldbedrag had het de moeite waard gemaakt om dat allemaal te moeten doormaken.»

HUMO Je wil met je boek andere slachtoffers een hart onder de riem steken en hen ertoe aanzetten aangifte te doen, maar eigenlijk leest dat hele hoofdstuk als één grote waarschuwing: ‘Doe het niet!’

graansma «Het schrikt af, ja. Ik kan me voorstellen dat slachtoffers denken: ‘Daar begin ik niet aan.’ Maar toch ben ik blij dat ik het heb gedaan. Ik had er niet mee kunnen leven, als ik het gewoon naast me had neergelegd. Hij had het gedaan, dus hij moest opdraaien voor de gevolgen. Nu kan ik mezelf tenminste niks verwijten.»

undefined

'In het politiebureau verklaarde hij dat hij dacht dat ik het wel leuk vond'


All you need is love

Graansma «Tien jaar lang heb ik elke avond onder mijn bed gekeken. Die gewoonte was meteen na de verkrachting ontstaan, maar nam op den duur enorme proporties aan. Soms durfde ik niet eens zelf te kijken en vroeg ik het aan mijn vriend. Die vond het flauwekul.

»Nadat mijn dochter was geboren, werd mijn gedrag obsessief-compulsief. Ik was heel erg bang dat de doodsangst die ik had ervaren toen ik dat mes zag, op één of andere manier zou terugkomen. Ik beeldde me in dat ik opeens de boodschap zou krijgen dat mijn moeder was vermoord, of dat ik mijn dochter dood in haar bedje zou vinden. De kans dat zoiets gebeurt is miniem, maar dat is de kans op een verkrachting ook en mij is het toch overkomen. Dan kan al de rest ook. Hoorde ik een ambulance, dan ging ik checken waar hij naartoe ging. Ik was pas gerust als hij niet naar het kinderdagverblijf of naar het huis van mijn moeder ging. Het beheerste op den duur mijn hele leven. Samen met een therapeute heb ik elke dwanggedachte stap voor stap aangepakt, van makkelijk tot moeilijk. Als laatste ben ik eindelijk gestopt met onder mijn bed te kijken.»

HUMO Met Juliette kwam het zelfs tot een ontmoeting. ‘Maar het was geen ‘All You Need Is Love’-moment,’ schrijf je.

Graansma (lachje) «Ik had me voorgesteld dat we elkaar huilend in de armen zouden vallen. Ons mailverkeer was zo bijzonder geweest, maar elkaar zien was best onwennig.»

HUMO Voor jullie ontmoeting maakte je je zorgen over je gewicht: na de verkrachting was je veel bijgekomen en je wilde liever dat Juliette een mooie, slanke vrouw te zien zou krijgen.

Graansma «Stom, hè? Ik redeneerde: als Juliette een mooie, slanke vrouw zou zien, dat zou dat het tenminste een beetje verklaren. Alsof dat het de moeite waard had gemaakt: hij had zo’n knappe vrouw niet kunnen weerstaan. Ik wilde koste wat kost vermijden dat ze zou denken: ‘Gatverdamme, waarom heeft mijn ex-man seks met háár willen hebben?’ Op één of andere manier had ik toch het gevoel dat ik een aandeel had in hun scheiding. Ik schaamde me. Flauwekul, natuurlijk. Hij had me alleen van de achterkant zien fietsen. Ik had net zo goed twintig jaar ouder kunnen zijn. En als ik daar niet was gepasseerd, had hij wel een andere vrouw genomen.

»Eigenlijk doe ik dat nog steeds: als ik me niet lekker in mijn vel voel, dan ga ik eten. Als troost gun ik me dan een zakje chips of zo. Na de verkrachting kwamen de kilo’s erbij. Dat maakte me nog onzekerder, maar het kwam me ook van pas: ik wilde niet mooi gevonden worden. Dat was veilig.»

HUMO Heeft Juliette het al meer afgesloten dan jij?

Graansma «Dat denk ik niet. Ze is een sterke, zelfstandige vrouw, maar ik merkte ook dat ze nog heel boos was: waarom was hij niet de man geweest die ze had gewild? Ze voelde zich ook eenzaam, omdat ze weinig begrip kreeg voor haar rol in het verhaal. Die boosheid voel ik niet meer, daar ben ik voorbij. Ik heb het hem kunnen vergeven.

»Juliette en ik waren van plan samen onze boeken te schrijven – ik mijn verhaal en zij het hare. Dat zou een unieke getuigenis hebben opgeleverd, maar toen haar boek klaar was, heeft ze besloten het niet uit te brengen. Ik vind het jammer, maar ik neem het haar niet kwalijk. Ze deed het voor haar kinderen. Dat zijn nu tieners: ze weten wel dat hun vader in de gevangenis heeft gezeten, maar toch wil ze hun het hele verhaal nog even besparen. Dat begrijp ik.»

HUMO Denk je dat hij je boek zal lezen?

graansma «Ik zou het wel wat waard vinden mocht hij het hoofdstuk lezen over hoe ik hem heb kunnen vergeven. Ik hoop dat het hem rust geeft, dat het hem helpt verder te gaan met zijn leven.»

HUMO Da’s wel heel veel mededogen.

Graansma «Wat is het alternatief? Hij loopt vrij rond en heeft alle vrijheid om nieuwe slachtoffers te maken. Dan heb ik liever dat hij uit mijn verhaal de kracht kan halen om nooit meer in de fout te gaan.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234