Hoe toeval de politie naar Salah Abdeslam en in een kogelregen dreef

Salah Abdeslam, de enige overlevende van het moordcommando dat in november 2015 dood en vernieling zaaide in Parijs, is sinds deze week terug in Brussel. Hij staat er terecht voor ‘poging tot moord in een terroristische context’. Het gaat dan niet om de aanslagen zelf, maar om de zware schietpartij in Vorst in maart 2016, toen een antiterreureenheid onverwacht op Abdeslam en zijn kompanen stootte. Een reconstructie van een bijzonder hachelijk moment.

'Het is een wonder dat er die dag geen agenten zijn gesneuveld'

Sinds maandag lijkt het Brusselse justitiepaleis wel bezet gebied: de internationale pers is er massaal neergestreken om het proces van Salah Abdeslam en zijn handlanger Sofien Ayari te volgen. Voor het eerst sinds zijn spectaculaire arrestatie is Abdeslam opnieuw in het openbaar te zien. Maar wat de verzamelde journalisten tijdens dit zwaarbewaakte proces vooral interesseert, is wat hij zal zeggen. Want de man die een sleutelrol lijkt te hebben gespeeld bij de voorbereidingen van de aanslagen, en die een tijdlang de meest gezochte crimineel van Europa was, hult zich nu al bijna twee jaar in stilzwijgen. In zijn Franse isoleercel, waar hij de klok rond onder observatie staat, weigert hij koppig mee te werken met het gerecht. Wacht Abdeslam op een publieke tribune om zijn verhaal te doen? Zijn advocaat, Brussels strafpleiter Sven Mary, gooide eind 2016 al een keer de handdoek in de ring: hij kon zijn cliënt niet verdedigen als hij bleef zwijgen, zei hij. Intussen heeft hij de zaak opnieuw opgenomen. Zal hij Abdeslam ditmaal wel kunnen doen praten?

Hoe dan ook zijn de aanslagen in Parijs tijdens dit proces niet aan de orde. Abdeslam is enkel in Brussel om verantwoording af te leggen over zijn rol bij de schietpartij die op 15 maart 2016 losbarstte op nummer 60 in de Driesstraat in Vorst, het schuiladres waar hij samen met jihadstrijders Sofien Ayari en Mohamed Belkaïd was ondergedoken. De agenten van de antiterreurcel waren ter plaatse voor een doordeweekse huiszoeking. Ze verwachtten een leeg appartement aan te treffen, maar in plaats daarvan stootten ze op de publieke vijand nummer één, die op dat moment al vier maanden voortvluchtig was. Er volgde een kogelregen en een achtervolging over de daken; de wijk werd afgesloten, er werd een helikopter ingezet en speciale politie-eenheden werden opgetrommeld. In het televisiejournaal had het alle ingrediënten van een actiefilm, maar voor de agenten ter plaatse was het allesbehalve cinema. Drie manschappen raakten gewond, één van hen draagt daar nog steeds zware gevolgen van. Abdeslam en Ayari zouden er nog drie dagen lang in slagen om op vrije voeten te blijven, Belkaïd werd tijdens het vuurgevecht gedood door een kogel van een scherpschutter. Maar het had heel anders kunnen aflopen, zegt één van de onderzoekers: ‘Het is een wonder dat we daar geen jongens zijn kwijtgeraakt.’


Valse papieren

Toen ze binnenvielen op de eerste verdieping van het appartement in Vorst, verwachtten de agenten van de antiterreurdienst van de federale politie niets bijzonders aan te treffen. Ze volgden het spoor van de broers El Bakraoui, die zichzelf later zouden opblazen in de luchthaven van Zaventem en het metrostation van Maalbeek. In oktober 2015 was in de Brusselse gemeente Sint-Gillis een clandestiene drukkerij opgerold waar documenten werden vervalst. Die leverde onder andere valse identiteitspapieren aan Khalid El Bakraoui en enkele andere leden van de terreurcel die achter de aanslagen in Parijs zat.

Khalid El Bakraoui gebruikte zijn valse papieren om het appartement in Vorst te huren onder de schuilnaam Mehdi Vandenbus. Eind 2015 opende hij er onder dezelfde naam een contract bij een energieleverancier, maar dat werd op 10 januari 2016 weer afgesloten. Het appartement had in maart dus al twee maanden geen gas of elektriciteit meer: daardoor dachten de onderzoekers dat het leegstond. In werkelijkheid hield Salah Abdeslam zich er schuil, samen met Ayari en Belkaïd. De op dat moment 24-jarige Ayari is een Tunesiër die vermoedelijk in Syrië heeft gevochten voor IS, en die ervan verdacht wordt een ‘kandidaat-martelaar’ te zijn geweest voor een geplande aanslag in Nederland die op het laatste moment werd afgeblazen. De 37-jarige Algerijn Belkaïd, ook een IS-strijder, is vermoedelijk één van de organisatoren van de aanslagen in Parijs en de leider van de ‘slapende’ terreurcel in Brussel.

In de Driesstraat wonen de ondergedoken terroristen in barre omstandigheden. Abdeslam zit er al weken tussen vier muren, met een kalasjnikov binnen handbereik. Via het internet volgt hij de speurtocht naar hem op de voet en onderhoudt hij contacten met de jihadstrijders die later de aanslagen in Brussel pleegden.


kogel in de buik

Op die bewuste dag bestijgen vijf onderzoekers de trap van het appartement in Vorst. Drie leden van de Belgische antiterreurcel worden gevolgd door twee Franse collega’s die in het kader van het gezamenlijke Frans-Belgische onderzoek vanuit Parijs zijn overgekomen. Ze zijn het beu om de hele dag pv’s op te stellen en gaan maar wat graag in op de uitnodiging van hun Brusselse collega’s om de huiszoeking bij te wonen.

Terwijl één van de mannen van de antiterreureenheid zich klaarmaakt om met een stormram de deur in te beuken, maant een ander lid van het team, een agent met veel ervaring, zijn collega’s aan om neer te hurken met het pistool in de aanslag. Die voorzorgsmaatregel redt hun leven. Wanneer de deur bezwijkt, staan ze oog in oog met Mohamed Belkaïd, gehuld in een kogelvrij vest en zwaaiend met een kalasjnikov, die meteen een moordend salvo uitbraakt. Gelukkig zoeven de kogels net boven de hoofden van de agenten, die onmiddellijk kunnen terugschieten. Alleen de agent die de deur heeft ingebeukt, heeft zijn dienstwapen nog in het holster zitten, en ook hij heeft geluk: één van de kogels boort zich in het pistool. De Franse agenten kunnen nog net in het trappenhuis wegduiken, waarbij één van hen gewond raakt. Belkaïd wordt zelf door twee kogels getroffen, één in het been en één in de buik, net onder zijn kogelvrije vest. Hij is tijdelijk uitgeschakeld maar nog niet buiten strijd.

Achter de rug van de schutter zien de agenten twee schimmen verdwijnen. Abdeslam en Ayari ontsnappen over de daken terwijl de agenten zich moeten terugtrekken. De terroristen klauteren langs de achtergevels naar beneden en vluchten door de binnentuinen van het huizenblok. Een buurtbewoonster, opgeschrikt door de schoten, slaagt erin een foto te maken waarop Abdeslam te zien is met een grijs joggingpak en zwarte sportschoenen. Intussen is groot alarm geslagen. Een patrouille van de speciale eenheden is op dat moment in de buurt en beantwoordt de oproep. Voorzichtig dringen de manschappen door tot de verdieping waar de gewonde Belkaïd zich intussen heeft verschanst, vastbesloten om al strijdend te sterven. De eerste agent die zijn hoofd boven de treden uitsteekt, wordt meteen onder vuur genomen. De kogel ketst af op zijn helm maar raakt hem toch in het gezicht, bij het oog en het oor. Vandaag lijdt de agent nog steeds onder de gevolgen van zijn verwondingen. Hij is voor 55% gehandicapt verklaard en heeft zijn werk bij de speciale eenheid moeten opgeven.


Kerncentrale als doelwit

Na een urenlange belegering wordt Mohamed Belkaïd door een scherpschutter doodgeschoten. De ordediensten treffen in en rond het appartement twee kalasjnikovs aan. Eén ervan wordt teruggevonden in de Waterstraat, langs waar de voortvluchtigen zijn ontsnapt. Het wapen blijkt tijdens de schietpartij te zijn gebruikt en draagt het DNA van Ayari. Voorts vinden de onderzoekers dertien kalasjnikov-kogelladers, twee ontstekers, vier gsm’s, jihadistisch propagandamateriaal, twee tablets en een laptop die gebruikt is om mogelijke doelwitten te vinden. In de zoekgeschiedenis: het kabinet van de eerste minister in de Wetstraat 16, de militaire kazerne in Flawinne, de haven van Antwerpen en verschillende kerncentrales. De technische recherche vindt in het appartement vingerafdrukken en DNA-sporen die de aanwezigheid van de drie jihadstrijders bevestigen.

De vlucht van Salah Abdeslam en Sofien Ayari eindigt drie dagen later. Tijdens een nieuwe spectaculaire politieoperatie worden ze aangetroffen in de kelder van een woning in de Vierwindenstraat in Molenbeek. Het huis staat op naam van de moeder van Abid Aberkan, een kennis van Abdeslam aan wie hij verklaarde waarom hij de aanslagen in Parijs overleefde: de ontsteking van zijn bommengordel weigerde dienst.

© Paris Match

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234